Hoofdstuk 28
Kat deed een sprongetje naar achteren toen de deur achter haar dichtsloeg. De handdoeken vielen uit haar handen en gingen open toen ze op de grond vielen. De grote paperclip moest ergens tussen Nathans kamer en hier zijn afgebroken. De stukjes vielen op de grond tegelijk met de papieren, die zich over de vloer verspreidden. Ze schopte de papieren met haar voet onder de handdoeken.
‘Hou je mond en sta stil.’ Roger Landers hield de bezem boven zijn hoofd, klaar om aan te vallen.
Kat bleef stil staan, terwijl ze heel hard nadacht over wat ze kon doen. Met haar hand greep ze de deurknop vast. Landers stond zo dichtbij dat hij de bezem tegen haar kon gebruiken, maar hij stond ook te ver bij haar vandaan om haar beet te kunnen pakken. Als ze vlug handelde, zou ze misschien de deur open kunnen doen en de gang op vluchten. Landers zou waarschijnlijk niet achter haar aangaan, vooral als hij zich in het hotel verborgen hield. Maar dat hield in dat ze de papieren moest achterlaten.
Hoe was Landers binnengekomen? Gezien het feit dat hij op basis van eerdere conferenties persona non grata was, kon hij nooit langs de beveiliging komen zonder te worden herkend. Om nog maar te zwijgen over zijn vermoedelijke verdrinkingsdood en zijn levenloze lichaam dat ergens rond zou moeten drijven in Howe Sound.
Misschien was hij toch uitgenodigd voor de conferentie. Zelfs al dat niet zo was, leek het erop dat de beveiliging tamelijk laks was geweest voordat de stevige mannen in pakken waren gearriveerd. Tenslotte waren zij, Jace, Harry en Hillary er ook in geslaagd zonder enig probleem het conferentieoord binnen te komen. Jace had alleen maar de naam van het AV-bedrijf hoeven te vermelden.
‘Ik dacht dat u dood was,’ zei Kat.
‘Dat had je wel gewild.’ Landers stond nog steeds klaar om de bezem tegen haar te gebruiken, maar hij had in ieder geval zijn grip op de steel wat laten vieren.
‘Ik heb daar geen mening over. Ik probeerde alleen maar met u te praten,’ zei Kat. ‘Waarom zou u overboord springen? U kent me niet eens.’
‘Ik weet voor wie je werkt.’
‘Ik werk voor niemand. Ik ben hier om dezelfde reden als u – om meer te weten te komen over het World Institute.’ Kat bukte zich over de handdoeken en raapte die bij elkaar; ze hoopte maar dat Landers de losse papieren niet had opgemerkt.
Waren de handdoeken nog opgevouwen geweest toen ze deze opslagruimte in was gekomen? Stel dat de paperclip al eerder was afgebroken? Losse papieren in de gang zouden haar direct verdacht maken.
‘Dat zal wel, ja.’
‘Ik doe onderzoek naar een van de leden.’ Kat keek Landers een paar seconden aan voordat die zijn blik richtte op de deur achter haar; hij keek bezorgd. De kamer was net een kast.
‘Je liegt. Die gasten worden niet onderzocht. Ze staan boven de wet.’
‘Niemand staat boven de wet.’ Ook rijke en machtige mensen niet. ‘Vooral de man die ik onderzoek niet.’
‘Bewijs dat maar eens.’
‘Ik hoef niets te bewijzen. Bovendien gaat het om vertrouwelijke informatie.’ Toch wilde ze ook niet dat hij haar zou verraden. Ze zuchtte en haalde haar schouders op. Het was beter om Landers als bondgenoot en niet als vijand te hebben. ‘Het gaat om een van de leden van het World Institute. Ik zeg niet om wie het gaat.’
Landers liet zijn schouders zakken. Ze vatte dit op als een teken dat hij haar geloofde. Hij maakte zich er waarschijnlijk zorgen over dat zij zijn concurrent was in de zoektocht naar een goed verhaal. Toch liet hij de bezem niet zakken, die nog steeds bewegingsloos boven haar hoofd hing. ‘Geef me een goede reden om je te vertrouwen. Hoe weet ik dat je ze niet vertelt dat ik hier ben?’
Kat zuchtte. ‘Ik probeer met u samen te werken. Maar als u dat niet wilt, ook goed, dan ga ik weg.’
Ze draaide zich om naar de deur, maar de bezem kwam naar beneden en versperde haar de uitgang.
‘Wacht. Ik luister. Wie ben je en waarom ben je hier?’
‘Kat Carter. Ik ben fraudeonderzoeker.’ Ze stak langzaam haar hand uit. Landers nam die niet aan, maar hij liet wel de bezem zakken.
Kat beschreef hoe het spoor van betalingen door Edgewater aan Research Analytics haar naar het World Institute hadden geleid.
‘Research Analytics? Nog nooit van gehoord.’
‘U moet de naam kennen. Hebt u geen boek geschreven over het World Institute? Dan moet u toch gekeken hebben naar hun financiën? Als u dat hebt gedaan, dan weet u toch dat Research Analytics een van de belangrijkste geldschieters van het World Institute is. Het staat allemaal in hun jaarverslag.’ Kat had zich verbaasd over de financiële transparantie van het World Institute, in aanmerking genomen dat ze verder alles geheimhielden. Als hun verborgen agenda tenminste op waarheid berustte.
‘Het World Institute publiceert geen jaarverslag.’
‘Natuurlijk doen ze dat. Je kunt het op internet vinden. Heb je geen kopie?’ Kat klopte op haar borst. Nathans documenten zaten veilig verstopt onder haar hoteluniform. Nog even en dan kon ze die lezen.
‘Heb je dat jaarverslag daar?’ Landers trok zijn wenkbrauwen op. ‘Laat eens zien.’
‘Ik heb het niet bij me. Maar wat ik wel heb, is nog beter.’
Ze trok de papieren een stukje omhoog, zodat de bovenkant net zichtbaar was. Haar uniform zat zo strak dat ze het risico liep dat er bij iedere beweging een knoop afsprong. Ze werd rood. Er verscheen een dun laagje zweet op haar huid en dat hield de agenda van de conferentie op zijn plaats. Een ‘verborgen’ agenda, bedacht ze met een glimlach.
‘Vanwaar die glimlach?’
‘Een binnenpretje. Doet u mee of niet?’ Kat had niet meer dan een vluchtige blik kunnen werpen op de agenda, maar kon wel raden waar de bijlagen over zouden gaan. Organisaties met een omzet van miljoenen dollars produceerden financiële stukken en die werden zeer waarschijnlijk als bijlage meegestuurd met de agenda. De financiële cijfers werden besproken op de jaarvergadering en dus hadden de deelnemers een kopie. Ze wilde nu heel graag terug naar haar kamer om wat ze had buitgemaakt door te lezen en te zien of Nathan Barron en Edgewater in de stukken werden genoemd.
‘Waarom zou ik met jou samenwerken? Je zou alleen de aandacht op me vestigen. Je bent me achternagegaan op de veerboot en hier ook weer.’ Landers zette de bezem tegen de muur. ‘Voor een onderzoeker gedraag je je nogal buitenissig.’
Kat lachte. ‘Het gaat alleen maar om jou, hè? Je zit hier vast in een opslagruimte en je denkt dat ik jou achterna zit. Je bent gek.’ Ze gooide haar handen in de lucht. De mouw van het te kleine hoteluniform scheurde en ze vloekte binnensmonds.
Kat had gehoopt samen te kunnen werken met Landers. De kennis over het World Institute die hij over een periode van tien jaar had opgedaan, had haar tijd kunnen besparen, maar het was duidelijk dat hij niet wenste samen te werken.
Landers bekeek haar uiterlijk. ‘Niet gekker dan jij in dat veel te krappe hoteluniform. Maak je hier ook de kamers schoon?’
‘Zo ongeveer.’ Het leek meer op kamers leeghalen. De gestolen papieren onder haar uniform plakten aan haar lichaam en ze draaide zich om naar de deur. Landers kon de zenuwen krijgen. Ze had zijn hulp niet nodig. Ze haalde haar sleutelkaart uit haar zak en zwaaide die onder zijn neus. ‘Dit is een masterkey. Ik kan overal in en bijna alles pakken. Doe je mee of niet?’
‘Je hebt een punt,’ gaf Landers toe. ‘Twee weten meer dan een.’
‘Eindelijk snap je het. Vertel me eens, hoe ben je aan wal gekomen voordat je dood zou gaan door onderkoeling? Ik zag je van de veerboot afspringen. Je hebt het nooit meer dan een paar minuten uit kunnen houden in dat ijskoude water.’
‘Ja. Maar je hebt me niet in het water zien vallen – je hebt me alleen zien verdwijnen.’ Er speelde een lachje om zijn mond. Maar direct daarna was er weer dezelfde chagrijnige gezichtsuitdrukking.
‘Als je niet van boord bent gesprongen, waar ben je dan terecht gekomen?’
‘Ik ben door een opening voor de kabels gesprongen aan de achtersteven. Aan de kant die je niet kunt zien, zit een handgreep en een rand. Je hebt aangenomen wat voor de hand lag – dat ik in het water was gesprongen. Je nooit een andere mogelijkheid overwogen. Ik ben daar blijven zitten totdat de veerboot aanlegde en ik ben van boord gegaan vóór de auto’s en de voetpassagiers. Vóór al het verkeer. Vooraan in de rij. Eigenlijk heeft me dat een hoop tijd bespaard.’
‘Slim.’ Kat snapte nog steeds niet waarom hij überhaupt voor haar was weggerend. Ze pakte haar handdoeken op en stopte de papieren ertussen zodat Roger Landers die niet zou zien.
‘Dat dacht ik ook.’
Ze spraken af om elkaar straks weer te ontmoeten in de opslagruimte. Kat besloot dat ze hem niet zou vertellen dat zij een kamer had in het hotel. Hij had haar vertrouwen nog niet helemaal gewonnen.