Hoofdstuk 16
IN DE ZWIJNSKOP
Nadat Hermelien had
geopperd dat Harry misschien les kon geven in Verweer tegen de
Zwarte Kunsten, zei ze er twee weken niets meer over. Harry hoefde
eindelijk niet langer na te blijven bij Omber (hij betwijfelde of
de woorden die in zijn hand waren gekerfd ooit helemaal zouden
verdwijnen); Ron had nog vier keer getraind met de Zwerkbalploeg en
was de laatste twee keer niet meer uitgekafferd en ze waren er
alledrie in geslaagd hun muis te laten Verdwijnen bij
Gedaanteverwisselingen (Hermelien liet zelfs al jonge katjes
Verdwijnen). Pas toen ze eind september op een gure, stormachtige
avond in de bibliotheek zaten en ingrediënten van toverdranken
opzochten voor Sneep, kwam het onderwerp weer ter sprake.
'Heb je nog nagedacht over Verweer tegen de Zwarte Kunsten, Harry?'
vroeg Hermelien plotseling.
'Ja, natuurlijk,' zei Harry knorrig, ik denk er de hele tijd aan,
nu we les hebben van die ouwe toverkol -'
'Nee, ik bedoel het plan van Ron en mij -' Ron keek haar
geschrokken en dreigend aan '- nou, goed, mijn plan, dat jij ons
misschien les zou kunnen geven.'
Harry gaf niet direct antwoord en deed alsof hij zich concentreerde
op Taiwanese Tegengiffen, omdat hij niet wilde zeggen wat hij
werkelijk vond.
Hij had er de afgelopen twee weken veel over nagedacht. Soms leek
het een krankzinnig idee, net als toen Hermelien er voor het eerst
over begonnen was, maar soms ging hij haast onbewust na welke
spreuken hem het best van pas waren gekomen bij zijn confrontaties
met Duistere wezens en Dooddoeners en was hij in feite haast
onbewust bezig lessen samen te stellen...
'Nou,' zei hij langzaam, toen hij niet langer kon doen alsof
Taiwanese Tegengiffen hem boeide, 'ik - eh - ik heb er wel een
beetje over nagedacht.'
'En?' zei Hermelien gretig.
'Ik weet niet,' zei Harry in een poging tijd te winnen. Hij keek
naar Ron.
'Ik vond het meteen al een goed idee,' zei Ron, die blijkbaar weer
bereid was om aan het gesprek mee te doen nu hij merkte dat Harry
niet zou gaan schreeuwen.
Harry schoof ongemakkelijk op zijn stoel heen en weer.
'Jullie hebben toch gehoord wat ik gezegd heb, hè? Dat er een hoop
geluk bij kwam kijken?'
'Ja, Harry,' zei Hermelien kalm, 'maar het heeft geen zin om net te
doen alsof je niet goed bent in Verweer tegen de Zwarte Kunsten,
want dat ben je wel. Jij was vorig jaar de enige die de
Imperiusvloek volledig kon weerstaan, je kunt een Patronus oproepen
en nog veel meer dingen waar volwassen tovenaars soms niet toe in
staat zijn. Viktor zei altijd -'
Ron keek haar zo snel aan dat hij zijn nek bijna verdraaide. Hij
wreef erover en zei: 'Ja? Wat zei Vicky?'
'Ha ha,' zei Hermelien verveeld. 'Hij zei dat Harry dingen kon doen
die zelfs hij niet kon, en hij zat in zijn laatste jaar op
Klammfels.'
Ron keek Hermelien wantrouwig aan.
'Heb je nog steeds contact met hem?'
'En wat dan nog?' zei Hermelien koeltjes, al werd haar gezicht een
beetje rood. 'Ik mag toch wel een correspondentievriend hebben
-'
'Hij wilde niet alleen je correspondentievriend zijn,' zei Ron
beschuldigend.
Hermelien schudde geërgerd haar hoofd, negeerde Ron die haar nog
steeds scherp in de gaten hield en zei tegen Harry: 'Wat vind je?
Ben je bereid om ons les te geven?'
'Alleen jou en Ron, bedoel je?'
'Nou,' zei Hermelien, die weer een beetje ongerust leek, 'nou...
word alsjeblieft niet kwaad, Harry... maar ik vind dat je iedereen
les zou moeten geven die interesse heeft. Ik bedoel, het gaat erom
dat we ons kunnen verdedigen tegen V-Voldemort. O, stel je niet zo
aan, Ron! Het lijkt me oneerlijk om de andere leerlingen die kans
niet te gunnen.'
Harry dacht even na en zei toen: 'Ja, maar ik denk niet dat er
verder iemand les wil hebben van mij. Bijna iedereen vindt me
gestoord, weet je nog?'
'Ik denk dat je versteld zou staan als je wist hoeveel mensen
willen horen wat je te vertellen hebt,' zei Hermelien serieus.
'Hoor eens' - ze boog zich naar Harry, en Ron, die haar nog steeds
fronsend aankeek, volgde haar voorbeeld - 'je weet dat we het
eerste weekend in oktober naar Zweinsveld mogen, hè? Zullen we
tegen iedereen die geïnteresseerd is zeggen dat we elkaar in het
dorp ontmoeten, zodat we erover kunnen praten?'
'Waarom kan dat niet gewoon op school?' zei Ron.
Hermelien richtte haar aandacht weer op het diagram van de
Kaukasische Knauwkool dat ze aan het kopiëren was. 'Omdat ik denk
dat Omber niet blij zou zijn als ze wist wat we in ons schild
voeren,' zei ze.
Harry had zich verheugd op zijn eerste weekend in Zweinsveld, maar
één ding zat hem behoorlijk dwars. Sirius had koppig gezwegen sinds
hij begin september in het haardvuur was verschenen en Harry wist
dat hij boos was omdat ze hadden gezegd dat hij niet meer mocht
komen maar af en toe was hij bang dat Sirius alle voorzichtigheid
overboord zou gooien en toch zou komen opdagen. Wat moesten ze doen
als er plotseling een enorme zwarte hond kwam aanrennen door de
dorpsstraat van Zweinsveld, misschien wel onder de ogen van Draco
Malfidus?
'Nou, je kunt het hem niet kwalijk nemen dat hij er af en toe uit
wil,' zei Ron, toen Harry zijn zorgen besprak met Hermelien en hem.
'Ik bedoel, hij is twee jaar voortvluchtig geweest en dat moet geen
pretje geweest zijn, maar toen was hij in elk geval vrij. Nu zit
hij weer de hele tijd opgesloten met die verschrikkelijke
huis-elf.'
Hermelien keek Ron boos aan, maar ging verder niet in op zijn
denigrerende opmerking over Knijster.
'Het probleem is,' zei ze tegen Harry, 'dat Sirius zich schuil zal
moeten houden tot V-Voldemort - o, allemachtig, Ron! - zich
openlijk vertoont. De idioten op het Ministerie beseffen pas dat
Sirius onschuldig is als ze inzien dat Perkamentus al die tijd
gelijk heeft gehad. En zodra ze weer op jacht gaan naar echte
Dooddoeners, wordt ook duidelijk dat Sirius daar niet toe
behoort... om te beginnen heeft hij het Teken niet.'
'Hij is vast niet zo stom om naar Zweinsveld te komen,' zei Ron
opbeurend. 'Als hij dat wel deed, zou Perkamentus uit zijn vel
springen en Sirius luistert naar Perkamentus, ook al is hij het
niet altijd met hem eens.'
Toen Harry zorgelijk bleef kijken zei Hermelien: 'Hoor eens, Ron en
ik hebben leerlingen gepolst die volgens ons willen weten hoe ze
zich echt tegen de Zwarte Kunsten kunnen verweren, en we hebben
afgesproken elkaar in Zweinsveld te ontmoeten.'
'Oké,' zei Harry vaag, want hij dacht nog steeds aan Sirius.
'Maak je geen zorgen, Harry,' zei Hermelien zacht. 'Zonder Sirius
heb je al genoeg aan je hoofd.'
Daar had ze natuurlijk gelijk in; het kostte hem de grootste moeite
zijn huiswerk op tijd af te krijgen, ook al ging het een stuk beter
nu hij niet langer hoefde na te blijven bij Omber. Ron en Harry
hadden allebei twee keer per week Zwerkbaltraining, maar Ron lag
nog verder achter dan Harry, omdat hij daarnaast ook nog eens zijn
verplichtingen als klassenoudste had. Hermelien, die een groter
vakkenpakket had dan zij, had niet alleen haar huiswerk keurig op
tijd af, maar wist ook nog eens stapels elfenkleren te breien.
Harry moest toegeven dat ze steeds beter werd; je zag nu bijna het
verschil tussen mutsen en sokken.
Op de ochtend van hun tripje naar Zweinsveld was het zonnig maar
winderig. Na het ontbijt schuifelden ze in een lange rij langs
Vilder, die keek of hun namen wel voorkwamen op de lijst van
leerlingen die van hun ouders of voogd toestemming hadden om het
dorp te bezoeken.
Enigszins schuldbewust herinnerde Harry zich dat, als Sirius er
niet was geweest, hij op school had moeten blijven.
Toen Harry aan de beurt was, snoof Vilder diep, alsof hij probeerde
te ruiken of Harry een bepaalde geur verspreidde. Hij knikte
kortaf, zodat zijn kwabbige wangen trilden, en Harry stapte het
kille zonlicht in dat op het stenen bordes scheen.
'Eh - waarom snoof Vilder aan je?' vroeg Ron toen ze snel over de
brede oprijlaan naar de hekken liepen.
'Ik denk dat hij controleerde of ik naar Mestbommen rook,' zei
Harry met een lachje. 'Dat was ik nog vergeten...'
Hij vertelde hoe hij zijn bericht aan Sirius had verstuurd en hoe
Vilder een paar seconden later was binnengestormd en op hoge toon
had geëist dat Harry zijn brief zou laten zien. Hij was enigszins
verbaasd toen hij merkte dat Hermelien dat verhaal hoogst
interessant vond; veel interessanter dan hijzelf.
'Dus hij zei dat hij een tip had gekregen dat je Mestbommen wilde
bestellen? Een tip van wie, vraag ik me af?'
'Geen idee,' zei Harry schouderophalend. 'Malfidus misschien? Die
zou zoiets grappig vinden.'
Ze passeerden de hoge stenen pilaren met de gevleugelde everzwijnen
en sloegen linksaf naar het dorp. De wind blies hun haar in hun
ogen.
'Malfidus?' zei Hermelien sceptisch. 'Tja... ach... zou
kunnen...'
Maar ze bleef in gedachten verzonken tot ze aan de rand van
Zweinsveld waren.
'Waar gaan we eigenlijk heen?' vroeg Harry. 'De Drie
Bezemstelen?'
'Eh - nee,' zei Hermelien, die opschrok uit haar overpeinzingen.
'Nee, daar is het veel te druk en lawaaierig. Ik heb met de anderen
afgesproken in de Zwijnskop, de tweede kroeg van het dorp, je weet
wel, die niet aan de hoofdstraat ligt. Ik geloof dat het een beetje
een... nou ja... louche tent is... maar normaal gesproken komen er
geen leerlingen en ik denk niet dat we daar afgeluisterd zullen
worden.'
Ze liepen door de hoofdstraat, langs Zonko's Fopmagazijn (ze waren
absoluut niet verbaasd toen ze Fred, George en Leo Jordaan daar
zagen) en het postkantoor, waar regelmatig uilen uit opstegen, en
namen tenslotte een zijstraat. Aan het einde van de straat stond
een kleine herberg met boven de deur, aan een roestige stang, een
gehavend houten bord waarop de afgehakte kop van een everzwijn was
afgebeeld, bloedend op een witte doek. Bij de deur bleven ze
aarzelend staan.
'Vooruit,' zei Hermelien nerveus. Harry ging als eerste naar
binnen. Het was een totaal andere kroeg dan de Drie Bezemstelen,
met zijn grote, glanzende bar die altijd even schoon en gastvrij
leek. Het interieur van de Zwijnskop bestond uit één kleine,
bedompte en uitermate groezelige ruimte en er hing een penetrante
geur, die aan geiten deed denken. De erkerramen zaten zo dik onder
het vuil dat er maar heel weinig daglicht naar binnen drong,
vandaar dat het vertrek verlicht werd door kaarsstompjes die op de
ruwhouten tafels waren neergezet. De vloer scheen op het eerste
gezicht uit aangestampte aarde te bestaan, maar toen Harry naar
binnen stapte voelde hij steen onder wat blijkbaar een aangekoekte
laag vuil van eeuwen was.
Harry herinnerde zich dat Hagrid in hun eerste jaar iets over deze
kroeg had verteld. ‘Je komt een hoop rare lui tegen in de
Zwijnskop,' had hij gezegd, toen hij had uitgelegd hoe hij een
drakenei had gewonnen van een vreemdeling die zijn kap en mantel
niet had willen afdoen. Destijds had Harry zich afgevraagd waarom
Hagrid het niet raar had gevonden dat de vreemdeling zijn gezicht
niet wilde laten zien, maar nu besefte hij dat het in de Zwijnskop
min of meer de gewoonte was om je gezicht verborgen te houden. Aan
de bar stond een man wiens hele hoofd in vuilgrijs verband was
gewikkeld, al slaagde hij er desondanks in talloze glazen met een
of andere rokende, vurige substantie naar binnen te gieten door een
spleetje op de plaats waar zijn mond zat; twee gedaanten met hun
kappen diep over hun ogen zaten aan een tafeltje bij het raam en
hadden Dementors kunnen zijn als Harry hen niet had horen praten
met een zwaar noordelijk accent, en in een schemerig hoekje bij de
haard zat een heks onder een dikke zwarte sluier die tot op haar
tenen hing. Ze konden alleen het puntje van haar neus zien, want
daar stak haar sluier een beetje uit.
'Ik weet niet, Hermelien,' mompelde Harry terwijl ze naar de bar
liepen. Hij keek vooral achterdochtig naar de zwaar gesluierde
heks. 'Besef je dat dat Omber zou kunnen zijn?'
Hermelien keek schattend naar de gesluierde gedaante.
'Omber is korter,' zei ze zacht. 'En trouwens, zelfs als Omber hier
is, kan ze ons niet tegenhouden, want ik heb de schoolreglementen
er twee of drie keer op nagekeken en we mogen hier komen. Ik heb
speciaal aan professor Banning gevraagd of de Zwijnskop verboden
was voor leerlingen en hij zei van niet, maar hij raadde me wel
sterk aan om onze eigen glazen mee te nemen. En ik heb ook alles
gecontroleerd wat ik maar bedenken kon over studiegroepen en
huiswerkgroepen en die zijn uitdrukkelijk toegestaan. Het lijkt me
alleen niet verstandig om te koop te lopen met onze plannen.'
'Nee,' zei Harry droog. 'Vooral omdat je niet bepaald een
huiswerkgroepje wilt beginnen, hè?'
Uit een achterkamertje kwam de barman aanschuifelen: een knorrige
oude man met lang grijs haar en een grijze baard. Hij was lang en
mager en kwam Harry vagelijk bekend voor.
'Wat?' gromde hij.
'Drie Boterbier, graag,' zei Hermelien.
De man haalde drie heel stoffige en vuile flesjes onder de bar
vandaan en zette die met een klap neer. 'Zes Sikkels.'
'Ik betaal wel,' zei Harry vlug en hij gaf de man het zilver. De
ogen van de barman gleden over Harry en bleven even rusten op zijn
litteken; toen draaide hij zich om en deed het geld in een stokoude
houten kassa, waarvan de la automatisch opensprong. Ze gingen aan
het tafeltje zitten dat het verst van de bar verwijderd was en
keken om zich heen. De man met het vuilgrijze verband tikte met
zijn knokkels op de bar en de eigenaar schonk nog een rokend glas
voor hem in.
'Zal ik je eens wat zeggen?' fluisterde Ron enthousiast terwijl hij
naar de bar keek. 'We kunnen hier bestellen wat we willen! Ik wed
dat die vent ons alles inschenkt, dat zal hem een biet zijn. Ik heb
altijd al eens Oude Klare's Jonge Borrel willen proberen.'
'Je - bent - klassenoudste.' gromde Hermelien.
'O,' zei Ron, en zijn glimlach stierf weg. 'O ja...'
'En, wie komen er nog meer?' vroeg Harry, die met moeite de
roestige dop van zijn fles Boterbier draaide en een slok nam. 'Een
paar mensen maar,' zei Hermelien. Ze keek eerst op haar horloge en
toen naar de deur. 'Ze zouden er nu ongeveer moeten zijn en ze
weten waar het is - o, dat zijn ze misschien.'
De deur van de kroeg ging open. Een dikke streep stoffig zonlicht
sneed door het vertrek en verdween weer toen een grote groep mensen
naar binnen stroomde.
Eerst kwamen Marcel, Daan en Belinda, op de voet gevolgd door
Parvati en Padma Patil en (Harry's maag maakte een salto
achterwaarts) Cho en een van haar meestal giechelende vriendinnen.
Daarna volgde (in haar eentje en zo dromerig voor zich uit starend
dat ze ook bij toeval naar binnen gelopen had kunnen zijn) Loena
Leeflang; toen Katja Bell, Alicia Spinet en Angelique Jansen,
Kasper en Dennis Krauwel, Ernst Marsman, Joost Flets-Frimel, Hannah
Albedil, een meisje van Huffelpuf met een lange vlecht dat Harry
niet kende; drie jongens van Ravenklauw die volgens hem Anton
Goldstein, Michel Kriek en Terry Bootsman heetten en daarna Ginny,
op de voet gevolgd door een lange, magere blonde jongen met een
wipneus die Harry vaag herkende als een Zwerkballer van Huffelpuf.
De rij werd gesloten door Fred en George Wemel en hun vriend Leo
Jordaan, die alledrie grote papieren zakken vol aankopen uit
Zonko's Fopmagazijn bij zich hadden.
'Een paar mensen?' zei Harry schor tegen Hermelien. 'Een paar
mensen?'
'Nou ja, het idee sloeg wel aan, geloof ik,' zei Hermelien
opgewekt.
'Ron, pak jij nog wat stoelen?'
De barman, die een glas stond af te drogen met een doek die zo te
zien nooit was gewassen, keek stokstijf toe. Misschien was dit de
eerste keer dat het zo vol was in zijn kroeg.
'Hallo,' zei Fred, die als eerste bij de bar was en vlug het aantal
mensen telde. 'Mogen we... vijfentwintig Boterbier?'
De barman keek hem nors aan, smeet toen zijn doek neer alsof Fred
hem had gestoord tijdens een belangrijke bezigheid en begon
stoffige flessen Boterbier onder de bar vandaan te halen.
'Bedankt,' zei Fred, die de flessen uitdeelde. 'Oké, iedereen
dokken, ik heb niet genoeg goud om dit allemaal te betalen...'
Harry keek enigszins versuft toe terwijl de druk pratende
leerlingen hun biertjes aanpakten van Fred en in hun gewaad naar
geld zochten. Hij kon zich niet voorstellen waarom er zoveel mensen
waren komen opdagen, tot de gruwelijke gedachte bij hem opkwam dat
ze misschien verwachtten dat hij een soort toespraak zou houden.
Hij keek boos naar Hermelien.
'Wat heb je in vredesnaam gezegd?' fluisterde hij. 'Wat verwachten
ze van me?'
'Dat zei ik toch? Ze willen gewoon horen wat je te vertellen hebt,'
zei Hermelien sussend, maar Harry bleef haar zo woedend aanstaren
dat ze er vlug aan toevoegde: 'Je hoeft nu nog niets te doen, ik
zeg eerst wel iets.'
'Hoi, Harry,' zei Marcel vrolijk, terwijl hij tegenover hem ging
zitten.
Harry probeerde ook te glimlachen, maar zei niets; zijn mond was
ongewoon droog. Cho had net tegen hem gelachen en was naast Ron
gaan zitten. Haar vriendin, die roodblonde krulletjes had,
glimlachte niet maar keek Harry zo achterdochtig aan dat het
duidelijk was dat zij niet gekomen zou zijn als het aan haar
gelegen had.
De nieuwkomers gingen met z'n tweeën of drieën tegelijk om Harry,
Ron en Hermelien heen zitten. Sommigen leken opgewonden, anderen
nieuwsgierig en Loena Leeflang staarde dromerig voor zich uit. Toen
ze allemaal zaten, stierf het geroezemoes weg. Iedereen keek naar
Harry.
'Eh...' zei Hermelien nerveus en met een iets hogere stem dan
normaal. 'Nou - eh - hallo allemaal.'
Iedereen richtte zijn aandacht nu op haar, al werden er ook nog
regelmatig blikken op Harry geworpen.
'Nou... eh... nou, jullie weten waarom we hier zijn. Eh... nou...
Harry had het idee - ik bedoel' (Harry had haar nijdig aangekeken)
'ik had het idee - dat het misschien verstandig zou zijn als mensen
die Verweer tegen de Zwarte Kunsten willen leren - en dan bedoel ik
echt iets leren, niet de onzin die Omber ons voorschotelt -'
(Hermeliens stem werd een stuk krachtiger en zelfverzekerder) '-
want dat kun je onmogelijk Verweer tegen de Zwarte Kunsten noemen
-' ('Helemaal mee eens!' zei Anton Goldstein en Hermelien keek
bemoedigd) '-nou, het leek me dus verstandig om, eh, de zaak in
eigen hand te nemen.'
Ze zweeg even, keek uit haar ooghoeken naar Harry en vervolgde: 'En
daarmee bedoel ik dat we echt leren hoe we ons moeten verdedigen,
niet alleen in theorie, maar door de spreuken te oefenen -'
'Maar je wilt toch ook slagen voor je SLIJMBAL in Verweer tegen de
Zwarte Kunsten?' zei Michel Kriek.
'Ja, natuurlijk,' zei Hermelien. 'Maar ik vind het nog belangrijker
dat ik mezelf behoorlijk leer verdedigen omdat... omdat...' ze
haalde diep adem en besloot, 'omdat Heer Voldemort is
teruggekeerd.'
De reacties waren voorspelbaar. Cho's vriendin gilde en morste een
plens Boterbier over zich heen; Terry Bootsman trok een gezicht;
Padma Patil huiverde en Marcel stootte een eigenaardig, hoog
kreetje uit waar hij een hoestje van wist te maken. Desondanks keek
iedereen verwachtingsvol naar Harry.
'Nou... dat is in elk geval het plan,' zei Hermelien. 'Als jullie
willen meedoen, moeten we besluiten hoe we -'
'Wat is er voor bewijs dat Jeweetwel terug is?' zei de blonde
Zwerkballer van Huffelpuf nogal agressief.
'Om te beginnen gelooft Perkamentus het -' begon Hermelien.
'Je bedoelt dat Perkamentus hém gelooft,' zei de blonde jongen met
een knikje naar Harry.
'Wie ben jij?' vroeg Ron nogal onbeleefd.
'Zacharias Smid,' zei de jongen, 'en ik vind dat we het recht
hebben om te weten waarom hij beweert dat Jeweetwel terug is.'
'Hoor eens,' kwam Hermelien vlug tussenbeide, 'dat is niet het doel
van deze bijeenkomst -'
'Geeft niet, Hermelien,' zei Harry.
Hij had zich net gerealiseerd waarom er zoveel mensen waren en hij
vond dat Hermelien dat had moeten voorzien. Sommigen - misschien
zelfs de meesten - waren alleen gekomen om Harry's verhaal uit de
eerste hand te horen. 'Waarom ik beweer dat Jeweetwel is
teruggekeerd?' zei hij en hij keek Zacharias Smid aan. 'Omdat ik
hem heb gezien. Maar Perkamentus heeft vorig jaar de hele school
verteld wat er gebeurd is, en als je hem niet gelooft, zul je mij
zeker niet geloven. Ik ben niet van plan een hele middag te
verspillen aan pogingen om jullie te overtuigen.'
De groep scheen zijn adem te hebben ingehouden toen Harry dat zei.
Harry had de indruk dat zelfs de barman luisterde. Hij droogde nog
steeds hetzelfde glas af met dezelfde doek en maakte het alsmaar
vuiler. Zacharias zei nogal laatdunkend: 'Het enige dat Perkamentus
vorig jaar vertelde, was dat Carlo Kannewasser vermoord was door
Jeweetwel en dat jij het lichaam van Kannewasser had teruggebracht
naar Zweinstein. Hij gaf verder geen bijzonderheden en zei niet hoe
Kannewasser precies was vermoord. Ik geloof dat iedereen graag zou
willen weten -'
'Als jullie hier zijn om te horen hoe het is als Voldemort iemand
vermoordt, kan ik jullie niet helpen,' zei Harry. Zijn woede, die
tegenwoordig steeds dichter onder de oppervlakte leek te zitten,
begon weer bij hem op te borrelen. Hij bleef strak naar het
agressieve gezicht van Zacharias Smid staren, maar was vastbesloten
om niet naar Cho te kijken. 'Ik heb geen zin om over Carlo
Kannewasser te praten, oké? Als je alleen daarom bent gekomen, kun
je beter opkrassen.'
Hij keek boos naar Hermelien. Het was haar schuld, dacht hij; zij
had besloten om hem voor gek te zetten, alsof hij een of andere
zonderling was, en natuurlijk wilde iedereen weten wat voor bizar
verhaal hij zou ophangen. Maar niemand stond op, zelfs Zacharias
Smid niet, al bleef hij Harry aankijken.
'Nou,' zei Hermelien met een piepstemmetje. 'Nou... zoals ik al
zei... als jullie willen leren om jezelf te verdedigen, moeten we
bepalen hoe we dat zullen doen, hoe vaak we bij elkaar komen en
waar -'
'Klopt het dat je een Patronus kunt oproepen?' vroeg het meisje met
de lange vlecht onverwachts aan Harry.
De rest van de groep mompelde belangstellend.
‘Ja,' zei Harry enigszins verdedigend.
'Een herkenbare Patronus?'
Die uitdrukking deed Harry ergens aan denken.
'Eh - ken je madame Bonkel toevallig?'
Het meisje glimlachte.
'Dat is mijn tante,' zei ze. ik ben Suzanne Bonkel. Ze heeft me
verteld over je hoorzitting. Dus het klopt? Je kunt een Patronus in
de vorm van een hert oproepen?'
'Ja,' zei Harry.
'Jemig, Harry!' zei Leo diep onder de indruk. 'Dat wist ik
niet!'
'Ma zei dat Ron het niet overal mocht rondbazuinen,' zei Fred
grijnzend tegen Harry. 'Ze zei dat je toch al genoeg aandacht
kreeg.'
'Daar had ze gelijk in,' mompelde Harry en een paar mensen
lachten.
De gesluierde heks die in haar eentje in de hoek zat, ging een
beetje verzitten.
'En heb je echt een Basilisk gedood met dat zwaard in de kamer van
Perkamentus?' vroeg Terry Bootsman. 'Dat zei een van de portretten
toen ik vorig jaar bij Perkamentus moest komen...'
'Eh - ja, klopt, ja,' zei Harry.
Joost Flets-Frimel floot; de broertjes Krauwel keken hem vol ontzag
aan en Belinda Broom zei zacht: 'Wauw!' Harry begon zich een beetje
opgelaten te voelen; hij keek expres niet naar Cho.
'En in ons eerste jaar,' zei Marcel tegen de groep, 'heeft hij die
Steen met Wijzers gered -'
'Steen der Wijzen!' siste Hermelien.
'Ja, die - uit de klauwen van Jeweetwel,' vervolgde Marcel.
De ogen van Hannah Albedil waren zo rond als Galjoenen.
'En dan hebben we het nog niet eens gehad,' zei Cho (Harry keek
even naar haar; ze glimlachte naar hem en zijn maag maakte weer een
salto), 'over de taken die hij vorig jaar moest volbrengen tijdens
het Toverschool Toernooi. Toen heeft hij het opgenomen tegen draken
en meermensen en een Acromantula...'
Er klonk een hoop instemmend gemompel. Harry voelde zich vreselijk
in verlegenheid gebracht, maar probeerde tegelijkertijd niet al te
zelfvoldaan te kijken. Het feit dat Cho hem al die lof had
toegezwaaid maakte het veel, veel moeilijker om te zeggen wat hij
zich had voorgenomen.
'Hoor eens,' zei hij en iedereen zweeg meteen, 'ik... ik wil niet
overdreven bescheiden doen of zo, maar... ik heb een hoop hulp
gehad bij die dingen...'
'Niet met die draak,' zei Michel Kriek meteen. 'Dat was echt een
cool staaltje vliegkunst...'
'Nou ja, oké,' zei Harry. Het leek hem ongepast om dat te
ontkennen.
'En niemand heeft je geholpen om van de zomer die Dementors te
verjagen,' zei Suzanne Bonkel.
'Nee,' zei Harry, 'nee, goed, ik weet wel dat ik ook het een en
ander heb gedaan zonder hulp, maar het punt is -'
'Probeer je goedkoop te scoren zonder ons echt iets te laten zien?'
zei Zacharias Smid.
'Weet je wat?' zei Ron luid voor Harry op kon treden. 'Waarom hou
jij je kop niet?'
Misschien was de uitdrukking 'goedkoop scoren' extra slecht
gevallen bij Ron; hij maakte in elk geval de indruk dat hij
Zacharias het liefst een dreun zou willen geven. Zacharias werd
rood.
'Nou, we zijn hier om iets van hem te leren, en nu zegt hij dat hij
er eigenlijk niets van kan,' zei hij.
'Dat zei hij helemaal niet,' snauwde Fred.
'Moeten we je oren uitspuiten?' vroeg George, die een lang en
sinister metalen instrument uit een van de tassen van Zonko
haalde.
'Of misschien een andere lichaamsopening? Het maakt ons niet uit
waar we het insteken,' gromde Fred.
'Ja, goed,' zei Hermelien haastig, 'maar om verder te gaan... zijn
we het er allemaal over eens dat we les willen hebben van
Harry?'
Er klonk instemmend gemompel. Zacharias sloeg zijn armen over
elkaar en zei niets, maar misschien was dat omdat hij al zijn
waakzaamheid nodig had voor het instrument dat George in zijn hand
hield.
'Prima,' zei Hermelien, opgelucht dat er eindelijk iets besloten
was.
'Nou, dan is de volgende vraag hoe vaak we bij elkaar willen komen.
Als dat niet minstens één keer per week is, heeft het weinig
zin...'
'Wacht eens even,' zei Angelique, 'we moeten wel zeker weten dat
het niet botst met onze Zwerkbaltraining.'
'Dat geldt ook voor ons,' zei Cho.
'En voor ons,' voegde Zacharias Smid eraan toe.
'We kunnen vast wel een avond vinden die iedereen schikt,' zei
Hermelien ongeduldig. 'We hebben het over iets behoorlijk
belangrijks; we moeten ons leren verdedigen tegen V-Voldemorts
Dooddoeners -'
'Goed gezegd!' blafte Ernst Marsman; Harry had eigenlijk verwacht
dat hij al veel eerder iets zou zeggen. 'Persoonlijk vind ik dit
uitermate belangrijk, misschien wel belangrijker dan alle andere
dingen die we dit jaar zullen doen, en dan reken ik onze
SLIJMBALlen mee!'
Hij keek zelfvoldaan om zich heen, alsof hij verwachtte dat mensen
zouden roepen: 'Dat meen je niet!' Toen dat niet gebeurde,
vervolgde hij: 'Ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom het
Ministerie ons in deze cruciale periode met zo'n nutteloze lerares
heeft opgezadeld. Het is duidelijk dat ze in een ontkenningsfase
verkeren wat de terugkeer van Jeweetwel betreft, maar om ons een
lerares in de maag te splitsen die ons actief verhindert om
verdedigingsspreuken te gebruiken -'
'Volgens ons wil Omber ons geen Verweer tegen de Zwarte Kunsten
leren omdat... omdat ze het idiote idee heeft dat Perkamentus de
leerlingen als een soort privéleger zou kunnen gebruiken,' zei
Hermelien.
'Ze denkt dat hij ons zou kunnen inzetten tegen het
Ministerie.'
Vrijwel iedereen leek verbijsterd door dat nieuws, met uitzondering
van Loena Leeflang, die opmerkte: 'Nou, dat is logisch. Per slot
van rekening heeft Droebel ook zijn eigen privéleger.'
'Wat?' zei Harry, totaal verbouwereerd door die onverwachte
informatie.
'Ja, hij heeft een leger van Heliopaten,' zei Loena plechtig.
'Welnee,' snauwde Hermelien.
'Jawel,' zei Loena.
'Wat zijn Heliopaten?' vroeg Marcel, die er duidelijk geen steek
van begreep.
'Vuurgeesten,' zei Loena. Ze sperde haar uitpuilende ogen open,
zodat ze nog krankzinniger leek. 'Enorme, vlammende wezens die
voort galopperen en alles verbranden waarmee ze -'
'Die bestaan niet, Marcel,' zei Hermelien snibbig.
'Ze bestaan wel degelijk!' zei Loena boos.
'Sorry hoor, maar wat heb je daar voor bewijs voor?' zei Hermelien
kortaf.
'Er zijn genoeg ooggetuigenverslagen. Alleen omdat jij zo bekrompen
bent dat je alles zelf moet zien voor je -'
'Hum, hum,' zei Ginny, die professor Omber zo goed nadeed dat
verscheidene mensen geschrokken omkeken en toen lachten.
'Probeerden we niet vast te stellen hoe vaak we bij elkaar zouden
komen?'
'Ja,' zei Hermelien vlug. 'Ja, klopt, Ginny.'
'Nou, eens in de week lijkt me prima,' zei Leo Jordaan.
'Als het maar niet -' begon Angelique.
'Ja, ja, we houden rekening met de Zwerkbaltraining,' zei Hermelien
gespannen. 'Nou, dan moeten we ook nog besluiten waar we bij elkaar
komen...'
Dat was een stuk moeilijker; iedereen dacht na.
'De bieb?' suggereerde Katja Bell na een korte stilte.
'Ik denk niet dat madame Rommella echt blij zal zijn als we
vervloekingen oefenen in de bieb,' zei Harry.
'Een ongebruikt lokaal?' zei Daan.
'Ja,' zei Ron. 'Misschien mogen we het lokaal van Anderling
gebruiken. Dat mocht Harry ook toen hij in training was voor het
Toverschool Toernooi.'
Harry was er echter vrij zeker van dat Anderling deze keer niet zo
meegaand zou zijn. Hermelien had dan misschien uitgebreid
gecontroleerd of studie- en huiswerkgroepen waren toegestaan, maar
hij had de indruk dat deze groep een stuk subversiever zou worden
gevonden.
'Nou, we zullen proberen iets te vinden,' zei Hermelien. 'Zodra we
plaats en tijdstip voor onze eerste bijeenkomst hebben bepaald,
sturen we iedereen bericht.'
Ze rommelde in haar tas, haalde perkament en ganzenveer te
voorschijn en aarzelde toen, alsof ze de moed verzamelde om iets
onaangenaams te gaan zeggen.
'Ik - ik vind dat iedereen zijn naam moet opschrijven, zodat we
weten wie aanwezig was. Maar ik vind ook,' zei ze en ze haalde diep
adem, 'dat we moeten afspreken dat we onze plannen niet aan de
grote klok hangen. Dus als je tekent, betekent dat dat je Omber of
anderen niet laat weten waar we mee bezig zijn.'
Fred pakte het perkament en zette vrolijk zijn handtekening, maar
het viel Harry direct op dat verscheidene mensen niet al te blij
leken met het vooruitzicht te moeten tekenen.
'Eh...' zei Zacharias langzaam. George probeerde het perkament aan
hem door te geven, maar hij pakte het niet aan. 'Eh... nou... Ernst
laat me wel weten wanneer de eerste bijeenkomst is.'
Maar Ernst had blijkbaar ook zijn bedenkingen. Hermelien keek hem
met opgetrokken wenkbrauwen aan.
'Ik - nou ja - we zijn klassenoudsten,' flapte Ernst eruit. 'En als
die lijst ontdekt wordt... ik bedoel... je zei zelf dat als Omber
erachter komt...'
'En jij zei net dat dit het belangrijkste was dat je het hele jaar
zou doen,' herinnerde Harry hem eraan.
'Ik - ja,' zei Ernst, 'ja, dat vind ik ook, alleen -'
'Ernst, denk je echt dat ik deze lijst zomaar rond zou laten
slingeren?' zei Hermelien geërgerd.
'Nee. Nee, natuurlijk niet,' zei Ernst, die enigszins gerustgesteld
leek. 'Ik- ja, natuurlijk teken ik.'
Na Ernst maakte niemand nog bezwaar, al zag Harry dat Cho's
vriendin haar verwijtend aankeek voor ze haar handtekening zette.
Toen Zacharias als laatste had getekend, borg Hermelien het
perkament zorgvuldig op in haar tas. Er heerste een merkwaardige
stemming, alsof iedereen een soort contract had ondertekend.
'Nou, de klok tikt door,' zei Fred kordaat en hij stond op.
'George, Leo en ik moeten nog bepaalde gevoelige zaken aanschaffen.
We zien jullie later wel.'
De anderen namen ook afscheid, in groepjes van twee of drie. Cho
deed erg lang over het dichtmaken van haar tas, met haar lange,
donkere haar als een gordijn voor haar gezicht, maar haar vriendin
stond naast haar met haar armen over elkaar en ongeduldig klakkende
tong, zodat Cho wel gedwongen was samen met haar weg te gaan.
Terwijl haar vriendin haar naar buiten loodste, keek Cho even om en
zwaaide naar Harry.
'Nou, dat ging best goed,' zei Hermelien vrolijk toen zij, Harry en
Ron even later ook de Zwijnskop verlieten en het felle zonlicht
instapten. Harry en Ron hadden hun flesje Boterbier nog in hun
hand.
'Die Zacharias is een kwal,' zei Ron. Hij keek dreigend naar Smid,
die nog net zichtbaar was in de verte.
'Ik mag hem ook niet,' gaf Hermelien toe, 'maar hij hoorde me met
Ernst en Hannah praten aan de tafel van Huffelpuf en hij wilde
graag meekomen, dus ik kon moeilijk nee zeggen. Maar hoe meer
mensen, hoe beter, lijkt me - ik bedoel, Michel Kriek en zijn
kameraden zouden niet zijn gekomen als hij niet het vriendje van
Ginny was geweest -'
Ron, die net zijn fles aan zijn mond had gezet om de laatste slok
te nemen, verslikte zich en morste Boterbier over zijn gewaad.
'WAT is hij?' sputterde hij diep verontwaardigd, met oren die op
lappen rauw vlees leken, is hij - is m'n zusje - hoe bedoel je,
Michel Kriek?'
'Nou, daarom kwamen hij en zijn vrienden, denk ik - ze willen
natuurlijk graag leren hoe ze zich moeten verdedigen, maar als
Ginny niet aan Michel had verteld wat er aan de hand was -'
'Hoe lang is dit - wanneer zijn ze -'
'Ze hebben elkaar vorig jaar tijdens het Kerstbal leren kennen,'
zei Hermelien bedaard. Ze bleef staan bij Pluimplukkers Verenwinkel
in de hoofdstraat, waar een fraaie collectie fazantenveren in de
etalage lag.
'Hmm... ik zou best een nieuwe veer kunnen gebruiken.'
Ze ging naar binnen en Harry en Ron volgden haar.
'Wie was Michel Kriek?' vroeg Ron woedend.
'Die donkere,' zei Hermelien.
'Die mocht ik niet,' zei Ron meteen.
'Wat een verrassing!' zei Hermelien zacht.
'Maar,' zei Ron, die achter Hermelien aanliep terwijl ze een rij
veren in koperen potten bekeek, 'ik dacht dat Ginny op Harry
was?'
Hermelien keek hem nogal meewarig aan en schudde haar hoofd.
'Ginny was op Harry, maar ze heeft maanden geleden de moed
opgegeven. Niet dat ze je niet aardig vindt,' zei ze vriendelijk
tegen Harry terwijl ze een lange, zwart met gouden veer bekeek.
Harry, die nog vol was van het feit dat Cho naar hem gezwaaid had,
vond dit onderwerp niet zo boeiend als Ron, die letterlijk trilde
van verontwaardiging, maar hij snapte nu opeens iets wat hij eerder
nooit begrepen had.
'Dus daarom praat ze nu tegen me?' vroeg hij aan Hermelien. 'Eerst
durfde ze haast niets tegen me te zeggen.'
'Precies,' zei Hermelien. 'Ja, ik denk dat ik deze neem...'
Ze liep naar de toonbank en telde vijftien Sikkels en twee Knoeten
neer, met Ron nog steeds op haar hielen.
'Ron,' zei ze streng, toen ze zich omdraaide en op zijn tenen ging
staan, 'dit is nou precies waarom Ginny je niet verteld heeft dat
ze verkering heeft met Michel. Ze wist dat je het verkeerd zou
opvatten, dus blijf er alsjeblieft niet over doorzeuren.'
'Hoe bedoel je? Ik vat helemaal niks verkeerd op! En je zal mij
nergens over horen doorzeuren...' Ron bleef zacht en nijdig
mopperen toen ze de dorpsstraat uit liepen.
Hermelien keek Harry aan, sloeg haar ogen ten hemel en terwijl Ron
nog steeds verwensingen prevelde aan het adres van Michel Kriek,
fluisterde ze: 'En nu we het toch over Michel en Ginny hebben...
hoe zit het met jou en Cho?'
'Hoe bedoel je?' vroeg Harry.
Het was alsof er kokend water naar zijn hoofd steeg, zodat zijn
gezicht prikte in de koude buitenlucht. Was het echt zo opvallend
geweest?
'Nou,' zei Hermelien met een flauwe glimlach, 'ze kon haar ogen
niet van je afhouden.'
Het was Harry nooit eerder opgevallen hoe prachtig Zweinsveld
eigenlijk wel was.