Antwoorden vormen een hachelijke greep op het heelal. Ze kunnen verstandig lijken en toch niets verklaren.

De Zen-sunni Zweep

Naarmate het wachten op het hun beloofde escorte langer duurde, werd Odrade eerst kwaad maar naderhand begon ze het wel vermakelijk te vinden. Tenslotte begon ze de robots in de hal te volgen en hun bewegingen te storen. De meeste waren maar klein en ze hadden geen van alle een mensachtig uiterlijk.

Functioneel. Kenmerk van Ixiaanse dienstmachines. Nijver zoemende kleine begeleiders van een verblijf op junction of een dergelijk oord elders.

Ze waren zo alledaags dat maar weinig mensen ze opmerkten. Aangezien ze niet in staat waren om hun gedrag aan te passen aan opzettelijk hinderen, stonden ze al gauw hulpeloos zoemend stil.

'Achtenswaarde Matres hebben weinig of geen gevoel voor humor.' Ik weet het Murbella. Ik weet het. Maar komt mijn boodschap over?

Bij Dortujla kennelijk wel. Ze verloor haar angst en sloeg de dolle vertoning met een brede grijns gade. Tam keek afkeurend maar duldzaam toe. Suipol was verrukt. Odrade moest haar hulp bij het ontregelen van de toestelletjes afslaan.

Laat het ergeren aan mij over, kind. Ik weet wat me te wachten staat.

Toen ze er zeker van was dat ze haar doel had bereikt, stelde Odrade zich op onder een van de kronen. 'Luister naar me, Tam,' zei ze.

Tamalane ging gehoorzaam voor Odrade staan met een oplettende uitdrukking op haar gezicht.

'Is het je wel eens opgevallen, Tam, dat moderne wachtkamers meestal vrij klein zijn?'

Tamalane keek even om zich heen.

'Vroeger waren wachtkamers groot,' zei Odrade. 'Om de machthebbers een gewichtig gevoel van ruimte te bezorgen en om anderen onder de indruk te brengen van je belangrijkheid, natuurlijk.'

Tamalane begreep de bedoeling van Odrades kleine toneelstukje en zei: 'Tegenwoordig ben je al belangrijk als je uberhaupt reist.'

Odrade keek naar de stilgevallen robots die her en der over de vloer van de hal verspreid stonden. Sommige zoemden en kwetterden. Andere wachtten stilletjes tot iemand of iets de orde zou komen herstellen.

De receptieautomaat, een fallische pijp van zwart plaz met een enkel glinsterend camera-oog, kwam achter zijn getraliede loket vandaan en zocht zich een weg tussen de gestoorde robots door tot hij voor Odrade stond.

'Veel te vochtig vandaag.' De automaat had een slijmerige vrouwenstem. 'Weet niet waar Klimaatbeheer vandaag met zijn gedachten zit.'

Odrade zei langs de automaat tegen Tamalane: 'Waarom programmeren ze die mechanische dingen toch altijd om ze op vriendelijke mensen te laten lijken?'

'Het is walgelijk,' vond Tamalane. Ze duwde de receptieautomaat met een flinke zet opzij en het ding draaide rond om te bekijken waar deze storing vandaan kwam, maar deed verder niets.

Odrade besefte ineens dat ze de kracht had aangeboord die de Butlerse Jihad in beweging had gezet - de drijfveer van woedend gepeupel.

Mijn eigen vooroordeel!

Ze bekeek het mechaniek dat tegenover hen stond. Wachtte het op instructies of moest ze het ding rechtstreeks aanspreken?

Vier nieuwe robots kwamen de wachtkamer binnen en Odrade herkende de stapel bagage die ze meevoerden als die van haar gezelschap.

Al onze spullen vast en zeker grondig doorzocht. Zoek maar zoveel jullie willen. We hebben niets bij ons dat ook maar een flauwe aanwijzing over onze legioenen bevat.

Het viertal schoof langs de rand van het vertrek en vond zijn pad versperd door de tot stilstand gebrachte exemplaren. De bagagerobots stopten en wachtten tot deze unieke toestand opgelost zou worden. Odrade bekeek ze lachend. 'Daar gaan de tekenen van vergankelijkheid die onze geheime persoonlijkheid verbergen.'

Verbergen en geheim.

Woorden om waarnemers te ergeren.

Kom op, Tam! ]e weet wat je te doen staat. Breng die enorme kluit onderbewustzijn in verwarring, wek schuldgevoelens op die ze niet zullen herkennen. Bezorg ze de zenuwen zoals ik met de robots heb gedaan. Maak ze achterdochtig. Wat voor vermogens bezitten deze Bene Gesserit heksen eigenlijk'?

Tamalane reageerde op haar wachtwoord. Vergankelijk en geheime persoonlijkheden. Op een toon die je tegen kinderen aanslaat legde ze het uit voor de camera-ogen. 'Wat neem je mee als je je nest verlaat? Ben je iemand die alles probeert mee te nemen? Of beperk je je tot noodzakelijke spullen?'

Wat zouden de waarnemers onder noodzakelijke spullen verstaan? Toiletartikelen en wasbare of vervangbare kleding? Wapens? Daar hebben ze onze bagage op doorzocht. Maar Herwaarde Moeders dragen zelden zichtbare wapens.

'Wat een afzichtelijk oord is dit,' zei Dortujla die naast Tam tegenover Odrade kwam staan en het spel meespeelde. 'Je zou bijna denken dat het opzettelijk is.'

Aha, gemene gluurders. Kijk eens goed naar Dortujla. Herkennen jullie haar? Waarom is ze teruggekeerd terwijl ze moet weten wat jullie haar zouden kunnen aandoen? Voedsel voor futars? Zie je wel hoe weinig ze zich daarvan aantrekt?

'Een doorgangsoord, Dortujla,' zei Odrade. 'De meeste mensen zouden dit nooit als bestemming wensen. En ongerief en alle kleine ongemakken laten je dat alleen maar nog sterker voelen.'

'Een halte onderweg, en het zal nooit erg veel meer worden als ze het niet volledig herbouwen,' zei Dortujla.

Zouden ze het horen? Odrade wierp een volslagen beheerste blik op het uitgekozen camera-oog.

Dit is een lelijkheid die opzet verraadt. Hij laat ons weten: 'We verschaffen iets voor de maag, een bed, een plek om blaas en darmen te legen en een plek om het weinige onderhoud dat het lijf vergt uit te voeren, maar jullie zullen snel weer vertrekken want het enige waar wij op uit zijn is de energie die jullie achterlaten.'

De receptieautomaat reed achteruit om Tamalane en Dortujla heen en probeerde opnieuw om met Odrade in contact te komen.

'Jij stuurt ons nu onmiddellijk door naar onze verblijven!' zei Odrade met een boze blik op het cyclopenoog.

'Lieve hemel! We zijn erg onattent geweest.'

Waar hadden ze die stroperige stem gevonden? Weerzinwekkend. Maar binnen een minuut was Odrade op weg uit de wachtkamer, met hun bagage op robots voor hen uit, Suipol dicht op haar hielen en Tamalane en Dortujla een eindje achter haar.

In het voorbijgaan viel het hun op dat een van de vleugels er erg verwaarloosd uitzag. Betekende dat dat het ruimteverkeer naar Junction was afgenomen? Interessant. In een gang waren over de hele lengte de blinden neergelaten. Om iets te verbergen? In het resulterende halfduister zag ze stof op de grond en richels met haar heel weinig sporen van onderhoudsmechanieken. Wilden ze verbergen wat er achter deze ramen lag? Onwaarschijnlijk. Deze vleugel was al enige tijd afgesloten.

Ze bespeurde een patroon in wat er wel werd onderhouden.

Heel weinig ruimteverkeer. Het effect van Achtenswaarde Matres. Wie durfde er nog veel rond te trekken als het veiliger voelde om je in te graven en te bidden dat gevaarlijke rovers je maar over het hoofd mochten zien? Gangen die naar prive-vertrekken voor de eliteklasse leidden werden wel onderhouden. Alleen het beste werd op zijn best gehouden.

Als Gammu's vluchtelingen aankomen, is er plaats genoeg.

In de wachtkamer had een robot Suipol een gidstikker gegeven. 'Om later de weg te kunnen vinden.' Een ronde blauwe bal met een zwevende gele pijl erin die de weg aanwees naar waar je heen wilde. 'Er rinkelt een belletje als je je bestemming bereikt.'

Het belletje van de tikker rinkelde.

'En wat voor bestemming hebben we bereikt?

Weer zo'n plek waar hun gastvrouwen voor 'alle gemakken' hadden gezorgd en het toch weerzinwekkend hadden weten te houden. Kamers met zachtgele vloeren, lichtpaarse wanden en witte plafonds. Geen stoelhonden. Wees daar dankbaar voor ook al ontbraken ze uit zuinigheidsredenen en niet uit zorg om de voorkeuren van de gasten. Stoelhonden vergden voedsel en dure verzorgers. Ze zag meubelen met permavlok bekleding. En achter de stof voelde ze plastische veerkracht. En alles uitgevoerd in de zelfde kleuren als de kamers.

Het bed was een beetje een schok. Iemand had het verzoek om een harde matras wat al te letterlijk opgevat. Een plat vlak van zwart plaz zonder kussen. Geen beddengoed.

Toen Suipol dit zag deed ze haar mond open om te protesteren, maar Odrade legde haar het zwijgen op. Ondanks de Bene Gesserit vindingrijkheid, schoot het gemak er soms bij in. Zorg dat het karwei geklaard wordt! Dat was hun voornaamste opdracht. Als Moeder Superior af en toe zonder beddengoed op een hard oppervlak moest slapen, dan kon dit als bij de taak behorend over het hoofd worden gezien. Bovendien had de Bene Gesserit manieren om zich aan dergelijke onbelangrijke dingetjes aan te passen. Odrade staalde zich voor ongemak, in het besef dat als ze protesteerde ze een nieuwe opzettelijke belediging toegevoegd zou kunnen krijgen.

Laat hen dit maar toevoegen aan die grote kluit onderbewustzijn en erover piekeren.

Haar oproep kwam terwijl ze bezig was de rest van hun verblijven te bekijken, waarbij ze een minimale bezorgdheid aan de dag legde en openlijke schik.

Uit de luchtkanalen in het plafond kwam een stem hen storen toen Odrade en haar metgezellen de gemeenschappelijke zitkamer binnenstapten. 'Keer terug naar de ontvangsthal waar u uw escorte naar Grote Achtenswaarde Mater zult treffen.'

'Ik ga alleen,' zei Odrade, alle tegenwerpingen afkappend.

Waar de gang uitkwam op de hal zat een in het groen geklede Achtenswaarde Mater op een broos stoeltje te wachten. Ze had een gezicht dat was opgebouwd als een kasteelmuur - steen op steen gestapeld. Haar mond was een waterpoort waardoor ze een of andere vloeistof naar binnen zoog door een doorschijnend rietje. Een paarse stroom vloeide door het rietje. De vloeistof rook naar suiker. De ogen waren wapens die boven vestingwallen uitstaken. Neus: een helling waarlangs de ogen hun last lanceerden. Kin: zwak. Niet nodig, die kin. Bij nader inzien toegevoegd. Iets dat nog over was van een vorig bouwkarwei. Het kind erin was duidelijk te herkennen. En het haar: geverfd in een modderig bruine kleur. Onbelangrijk. Ogen, neus en mond, die waren belangrijk.

De vrouw stond onbeschaamd langzaam op, om nog eens goed te benadrukken wat een gunst ze Odrade bewees door haar alleen al op te merken.

'Grote Achtenswaarde Mater zal u nu ontvangen.'

Een zware, bijna mannelijke stem. Een muur van trots, zo hoog dat ze hem bij alles wat ze deed blootgaf. Volgepropt met onwrikbare vooroordelen. Ze wist zo veel dingen dat ze een wandelende tentoonstelling van onnozelheid en angst was. Odrade zag haar als een volmaakt voorbeeld van de kwetsbaarheid van Achtenswaarde Matres.

Aan het eind van vele bochten en gangen, allemaal blinkend schoon, kwamen ze bij een lang vertrek - zonlicht viel naar binnen door een rij ramen en aan het verste eind stond een hypermoderne militaire regelbatterij met projecties van ruimtekaarten en terreinkaarten. Het hart van Spinnekoningins web? Odrade had daar haar twijfels over. De functie van de regelbatterij was te duidelijk. Het was er een uit de Verstrooiing van een afwijkend ontwerp, maar de bedoeling ervan kon niet misbegrepen worden. Velden die door mensen gemanipuleerd moesten worden hadden fysieke grenzen en een koppelkap voor rechtstreekse verbinding met het brein kon niets anders zijn, ook al had hij een torenhoge ovale vorm en een eigenaardige vuilgele kleur.

Ze liet haar blik door het vertrek dwalen. Schaars gemeubileerd. Een paar hangmatstoelen en kleine tafeltjes en een groot open stuk waar (vermoedelijk) mensen konden wachten tot hun iets werd opgedragen. Geen rommel. Dit moest een actiecentrum voorstellen.

Prent dat de heks goed in!

Door de ramen in een van de lange wanden zag ze tegels met tuinen erachter. Dit was een zorgvuldig geensceneerd decor!

Waar is Spinnenkoningin? Waar slaapt ze? Hoe ziet haar hol eruit?

Twee vrouwen stapten door een boogvormige deuropening over de tegels naar binnen. Allebei droegen ze een rode mantel met glinsterende arabesken en draken erop geborduurd. Ter versiering waren hier en daar soostenen toegevoegd.

Odrade hield haar mond en bleef op haar hoede tot haar escorte haar met zo weinig mogelijk woorden had aangekondigd en vervolgens haastig was vertrokken.

Zonder Murbella's aanwijzingen zou Odrade de lange vrouw die naast de Spinnenkoningin stond voor de bevelhebber gehouden hebben. Maar het was de kleinste. Boeiend.

Deze is niet gewoon naar de top geklommen. Zij is tussen de kieren door gekropen. Op een goede dag stonden haar Zusters bij het ontwaken voor een voldongen feit. Daar zat ze, stevig in het zadel geplant. En wie zou er bezwaar maken? Tien minuten nadat je haar had verlaten zou je al moeite hebben om je het voorwerp van je bezwaren te herinneren.

De twee vrouwen namen Odrade met de zelfde scherpe blik op.

Heel goed. Dat is op dit moment nodig.

Het uiterlijk van Spinnenkoningin was een behoorlijke verrassing. Tot op dit moment had de Bene Gesserit geen fysieke beschrijving van haar tot stand weten te brengen. Alleen maar tijdelijke gissingen, reconstructiebeelden op basis van magere stukjes kennis. Hier was ze dan eindelijk. Een kleine vrouw. De verwachte pezige gespierdheid zichtbaar onder het rode tricot onder haar mantel. Gezicht een makkelijk te vergeten ovale vorm met hele gewone bruine ogen, waarin oranje puntjes ronddansten.

Angstig en kwaad daarover, maar ze kan de precieze reden voor haar angst niet plaatsen. Het enige dat ze heeft is een doelwit -mij. Wat denkt ze van mij te winnen?

De assistent was een heel ander geval: van buiten zag ze er veel gevaarlijker uit. O zo zorgvuldig gekapt goudblond haar, een licht gebogen neus, dunne lippen, strak gespannen huid over hoge jukbeenderen. En die venijnige blik.

Odrade liet haar ogen weer over Spinnekoningins gezicht dwalen: een neus die sommigen maar met moeite zouden kunnen beschrijven nog geen minuut nadat ze haar gezelschap verlaten hadden.

Recht? Tja, zo ongeveer.

Wenkbrauwen van de zelfde kleur als haar stroblonde haar. Als de mond openging zag je een roze gat en als hij dicht was verdween hij bijna. Het was een gezicht waarin je moeilijk een centrale blikvanger kon vinden en dus werd het hele ding een vaag waas.

'Jij leidt dus de Bene Gesserit.'

Ook al zo'n lage stem. Galach met een vreemde tongval, maar zonder dialect, hoewel je dat als het ware vlak achter haar tong voelde liggen. Ze kenden taalkundige trucs. Murbella's kennis legde daar extra nadruk op.

'Ze hebben iets dat Stem dicht benadert. Het kan niet evenaren wat jullie mij gegeven hebben, maar zij doen andere dingen, een soort woordfoefjes.'

Woordfoefjes.

'Hoe moet ik u aanspreken?' vroeg Odrade.

'Ik hoor dat je mij Spinnenkoningin noemt.' Oranje vlekjes dansten boosaardig in haar ogen rond.

'Hier in het hart van uw web en uw reusachtige macht in aanmerking nemend, moet ik dat wel bekennen.'

'Dus dat is wat jou opvalt - mijn macht.' IJdel!

In werkelijkheid was het eerste dat Odrade was opgevallen de lucht die de vrouw verspreidde. Ze baadde in een of ander verschrikkelijk parfum.

Om haar feromonen onder te bedekken?

Gewaarschuwd voor het Bene Gesserit vermogen om te oordelen op grond van minuscule zintuiglijke aanwijzingen? Misschien. Maar het was even waarschijnlijk dat ze dit parfum gewoon lekker vond. Het verfoeilijke brouwsel had iets weg van exotische bloemen. Iets van haar thuisplaneet?

De Spinnenkoningin legde een hand tegen haar makkelijk te vergeten kin. 'Je mag me Dama noemen.'

De metgezel maakte bezwaar. 'Dit is de laatste vijand van de Miljoen Planeten!'

Zo noemen ze dus het Oude Rijk.

Dama hief haar hand op om haar metgezel het zwijgen op te leggen. Heel terloops en heel onthullend. Odrade zag een schittering in de ogen van de assistent die haar aan Bellonda deed denken. Daar lag venijn op de loer, op zoek naar zwakke plekken om aan te vallen.

'De meesten moeten me aanspreken met Grote Achtenswaarde Mater,' zei Dama. 'Ik heb je een eer bewezen.' Ze wees naar de boogvormige deuropening achter haar rug. 'We gaan wat buiten wandelen, wij met zijn tweeen, terwijl we praten.'

Geen uitnodiging; het was een bevel.

Odrade bleef even naast de deuropening staan om naar een kaart te kijken die daar was opgehangen. Zwart op wit, met kleine lijntjes voor paden en onregelmatige omtreklijnen met daarin namen in het Galach. Het was een plattegrond van de tuinen achter de tegels, met de namen van de beplanting. Odrade bestudeerde hem van dichtbij en Dama liet haar geamuseerd begaan. Ja, onbekende bomen en struiken en maar heel weinig met eetbare vruchten. Een trots bezit en deze kaart hing hier om dat te benadrukken.

Op het terras zei Odrade: 'Je gebruikt een opmerkelijk parfum.'

Dama werd overweldigd door herinneringen en dat was aan de klank van haar stem te horen toen ze antwoord gaf.

Bloesemgeur als identiteitskenmerk voor haar persoonlijke vuustruik. Stel je voor! Maar ze is tegelijk treurig en boos als ze hieraan denkt. En ze vraagt zich af waarom ik het ter sprake bracht.

'Anders zou de struik me niet geaccepteerd hebben,' zei Dama. Interessante keus van werkwoordtijd.

De Galach tongval was niet moeilijk te verstaan. Kennelijk paste ze zich onbewust aan de luisteraar aan.

Goed oor. Blijft een paar seconden kijken en luisteren en past zich dan zo aan dat ze goed verstaanbaar is. Een heel oude kunst die de meeste mensen heel snel doorhebben.

Odrade stelde zich voor dat het van oorsprong net zoiets was als een schutkleur.

Wil niet voor een vreemdeling doorgaan.

Een aanpasbaar ingebouwd genetisch kenmerk. Achtenswaarde Matres hadden dat behouden, maar het was een zwak punt.

Onbewuste toonaarden werden niet volledig gemaskeerd en ze onthulden veel.

Ondanks haar opvallende ijdelheid was Dama verstandig en beheerst. Het was een genoegen om dat te kunnen constateren. Bepaalde breedvoerige omschrijvingen waren nu niet nodig.

Odrade bleef staan waar Dama stilstond aan de rand van het terras. Ze stonden bijna schouder aan schouder en terwijl Odrade naar de tuin tuurde werd ze getroffen door de bijna Bene Gesserit achtige verschijning.

'Zeg wat je te zeggen hebt,' zei Dama.

'Wat voor waarde heb ik als gijzelaar?' vroeg Odrade.

Oranje gloed!

'Kennelijk heb je je dat afgevraagd,' zei Odrade. 'Ga verder.' Het oranje zakte weer weg.

'De Zusterorde heeft drie vervangers voor mij.' Odrade schakelde haar meest doordringende blik in. 'Wij kunnen elkaar verzwakken op een manier die ons beiden zou vernietigen!'

'Wij zouden jullie kunnen vermorzelen zoals we een insect zouden doodmeppen!'

Hoed )e voor het oranje!

Odrade liet zich door innerlijke waarschuwingen niet weerhouden. 'Maar de hand die ons doodmepte zou gaan zweren en op den duur zou de infectie jullie vernietigen.'

Het kon niet duidelijker gezegd worden zonder in nadere bijzonderheden te treden.

'Onmogelijk!' Een oranje gloed.

'Denk je soms dat wij niet weten hoe jullie hierheen gedreven zijn door jullie vijanden?'

Mijn allergevaarlijkste gambiet.

Odrade zag dat dat zijn uitwerking niet miste. Een donkere frons was niet Dama's enige reactie. De oranje gloed verdween zodat haar ogen een vreemd minzame wanklank werden in het boze gezicht.

Odrade knikte alsof Dama geantwoord had. 'Onze ondergang zou jullie kwetsbaar kunnen maken voor degenen die jullie naar het leven staan, degenen die jullie deze doodlopende steeg ingedreven hebben.'

'Denk je soms dat wij...'

'We weten het.'

Tenminste, nu weet ik het.

Die kennis maakte haar uitgelaten maar ook bang.

Wat is er daarginds dat deze vrouwen aankan?

'Wij verzamelen hier louter onze krachten om vervolgens -'

'Om vervolgens terug te keren naar een strijdperk waarin jullie vast en zeker verpletterd zullen worden... waar jullie niet op overweldigende aantallen kunnen rekenen.'

Dama verviel in een zacht Galach dat Odrade maar moeizaam kon verstaan. 'Ze hebben jullie dus benaderd... en een aanbod gedaan. Wat een stommelingen zijn jullie om te vertrouwen op -'

'Ik heb niet gezegd dat wij vertrouwen hebben.'

'Als Logno daarginds...' Een hoofdknik in de richting van de assistent in het vertrek '...je op deze manier tegen mij hoorde praten zou je in minder tijd dan het mij kost om je daarvoor te waarschuwen, dood zijn.'

'Ik heb geluk dat we hier maar met zijn tweeen zijn.'

'Reken er maar niet op dat dat geluk je veel verder zal brengen.'

Odrade keek over haar schouder naar het gebouw. Er waren veranderingen in het Gilde-ontwerp zichtbaar: een lange raam-wand, veel uitheems hout en edele steensoorten.

Rijkdom.

Ze had te maken met rijkdom van een zo buitengewone omvang dat de meeste mensen zich daar maar moeilijk een voorstelling van zouden kunnen maken. Niets dat Dama wenste, niets dat de aan haar onderworpen gemeenschap zou kunnen opbrengen, zou haar geweigerd worden. Niets, behalve de vrijheid om terug te keren in de Verstrooiing.

Hoe stevig klampte Dama zich vast aan het waanidee dat er een eind zou kunnen komen aan haar ballingschap? En wat was de kracht die dit soort macht naar het Oude Rijk had teruggejaagd? Waarom hierheen? Odrade durfde het niet te vragen.

'We zetten het gesprek voort in mijn woonverblijf,' zei Dama.

Eindelijk in het hol van de Spinnenkoningin!

Dama's woonverblijf stelde haar een beetje voor een raadsel. Dikke tapijten op de vloer. Ze schopte haar sandalen uit voor ze op haar blote voeten naar binnen liep. Odrade volgde haar voorbeeld.

Kijk eens naar dat eelt aan de buitenkant van haar voeten! Gevaarlijke wapens die goed onderhouden worden.

Niet de zachte vloerbedekking, maar de kamer zelf stelde Odrade voor een raadsel. Een klein raam dat uitzicht bood op de zorgvuldig onderhouden botanische tuin. Geen tapijten of schilderijen aan de wanden. Geen versieringen. Het rooster van een luchtkoker tekende schaduwstrepen boven de deur waardoor ze net waren binnengekomen. Rechts daarvan nog een andere deur. Nog een luchtrooster. Twee zachte grijze banken. Twee kleine bijzettafeltjes van een glanzend zwart materiaal. Een grotere tafel in verschillende tinten goudgeel met een groenig waas erboven dat op de aanwezigheid van een regelveld wees. Odrade bespeurde de fijne lijn die de rechthoekige omtrek van een in de goudgele tafel ingebouwde projector aangaf.

Aha, dit is haar werkkamer. Zijn we hier om te werken?

Er hing een verfijnde sfeer van concentratie in het vertrek. Afleidende zaken waren zorgvuldig verwijderd. Welke afleidingen zou Dama aanvaardbaar vinden?

Waar zijn de naar haar eigen smaak ingerichte vertrekken? Xe moet op een bepaalde manier met haar omgeving zien te leven. ]e kunt niet voortdurend geestelijke barrieres blijven opwerpen tegen dingen om )e heen die niet bij je persoonlijkheid passen. Als je je echt op je gemak wilt voelen, kan je huis niet ingericht zijn op een manier die je persoonlijkheid geweld aandoet, vooral niet de onbewuste kant daarvan. Ze is zich bewust van onbewuste Zwakke plekken! Dit is waarlijk een gevaarlijk persoontje, maar ze heeft de macht om 'Ja' te zeggen.

Dat was een oeroud inzicht van de Bene Gesserit., Je zocht naar mensen die 'Ja' konden zeggen. Verspil geen moeite aan ondergeschikten die alleen maar 'Nee' kunnen zeggen. Je zocht de persoon die een overeenkomst kon sluiten, een contract kon tekenen, een belofte kon nakomen. Spinnenkoningin zei niet vaak 'Ja', maar ze had die macht en ze wist het.

Ik had het moeten beseffen toen ze me apart nam. Ze gaf me het eerste seintje toen ze me toestond om haar Dama te noemen, hen ik te overhaast te werk gegaan met Tegs aanval zo te organiseren dat ik hem niet kan stopzetten? Te laat voor bedenkingen. Dat wist ik toen ik hem de vrije hand gaf.

Maar wat voor andere krachten kunnen we aantrekken?

Odrade wist nu precies met welk patroon ze de overhand op Dama kon krijgen. Woorden en gebaren waren heel geschikt om Spinnenkoningin in haar schulp te laten kruipen, terug naar een diepgaande beleving van haar eigen hartslag.

Het drama moet voortgaan.

Dama deed iets met haar handen in het groene veld bovenop de goudgele tafel. Ze concentreerde zich er volledig op en negeerde Odrade op een manier die tegelijk beledigend en complimenteus was.

Je zal je er niet mee bemoeien, heks, omdat dat tegen je eigen belang indruist en dat weet je. Bovendien ben je niet belangrijk genoeg om me af te leiden.

Dama leek opgewonden.

Is de aanval op Gammu geslaagd? Beginnen de eerste vluchtelingen te arriveren?

Een oranje gloed richtte zich op Odrade. 'Jouw piloot heeft zojuist zichzelf met zijn schip opgeblazen, omdat hij niet wilde toestemmen in een inspectie door onze mensen. Wat had je meegenomen?'

'Onszelf.'

'Jij zendt voortdurend een signaal uit!'

'Om mijn Zusters te laten weten of ik levend of dood ben. Dat wist je al. Sommige van onze voorouders staken hun schepen in brand voor een aanval. Geen terug meer mogelijk.'

Odrade sprak met uiterste zorg en paste haar toon en haar timing precies aan bij Dama's reacties. 'Als ik slaag zul jij voor mijn vervoer zorgen. Mijn piloot was een cyborg en scheer kon hem niet tegen jullie sondes beschermen. Hij had opdracht om zichzelf te doden als hij in jullie handen dreigde te vallen.'

'Waarmee hij ons de coordinaten van jullie planeet verschaft zou hebben.' De oranje gloed verdween uit Dama's ogen, maar ze was nog steeds verontrust. 'Ik had niet gedacht dat jouw mensen je in die mate gehoorzaamden.'

Hoe houden jullie greep op hen zonder seksuele knechting, heks? Is het antwoord niet duidelijk? Wij hebben geheime krachten.

Voorzichtig nu, vermaande Odrade zichzelf. Een methodische aanpak, maar op mijn hoede blijven voor nieuwe vereisten. Laat haar maar denken dat wij een manier van reageren kiezen en die dan volhouden. Hoe veel weet ze over ons? Ze weet niet dat zelfs Moeder Superior wel eens alleen maar een sappig stukje aas kan zijn, lokspijs om essentiele inlichtingen mee te verwerven. Maakt dat ons beter? En zo ja, is een betere opleiding dan opgewassen tegen een betere snelheid en grotere aantallen?

Odrade had daar geen antwoord op.

Dama nam plaats achter de goudgele tafel en liet Odrade staan. Haar bewegingen hadden iets weg van een vogel die op zijn nest neerstrijkt. Ze verliet dit vertrek niet vaak. Dit was het ware hart van haar web. Alle dingen die ze meende nodig te hebben had ze hier bij de hand. Ze had Odrade naar deze kamer gebracht omdat ze het vervelend vond om elders te zijn. Ze voelde zich in een andere omgeving niet op haar gemak, misschien zelfs wel bedreigd. Dama zocht het gevaar niet. Vroeger had ze dat wel gedaan maar dat was lang geleden en ergens diep in haar geheugen weggeborgen. Nu wilde ze niets anders dan hier in haar veilige en goed georganiseerde cocon zitten van waaruit ze anderen kon manipuleren.

Odrade vond deze waarnemingen een welkome bevestiging van Bene Gesserit redeneringen. De Zusterorde wist hoe ze dit in hun voordeel konden aanwenden.

'Heb je niets meer te zeggen?' vroeg Dama.

Tijd rekken.

Odrade probeerde het met een vraag. 'Ik ben verschrikkelijk nieuwsgierig naar wat je bewogen heeft om in deze ontmoeting toe te stemmen.'

'Waarom ben je daar nieuwsgierig naar?'

'Het lijkt zo... zo weinig bij je passen.'

'Wij bepalen zelf wel wat bij ons past!' Behoorlijk op haar teentjes getrapt!

'Maar wat vinden jullie aan ons nu precies interessant?'

'Denk je dat wij jullie interessant vinden?'

'Misschien vinden jullie ons zelfs wel opmerkelijk, want dat vinden wij in ieder geval wel van jullie.'

Een tevreden uitdrukking trok even over Dama's gezicht. 'Ik wist wel dat jullie ons boeiend zouden vinden.'

'Het uitheemse stelt belang in het uitheemse,' zei Odrade.

Dit toverde een gewiekste lach om Dama's mond, de lach van iemand wiens huisdier een knap kunstje heeft gedaan. Ze stond op en liep naar het ene raam. Terwijl ze Odrade gebood om naast haar te komen staan, wees Dama naar een groepje bomen achter de voorste bloeiende struiken en zei ze iets in die zachte Galach tongval die zo moeilijk te volgen was.

Iets deed een innerlijke alarmbel rinkelen. Odrade liet zich meedrijven op haar simultaanstroom om de bron daarvan te zoeken. Iets in de kamer of in Spinnenkoningin zelf? De omgeving vertoonde een gebrek aan spontaniteit dat overeenkwam met veel wat Dama deed. Dit alles was dus ontworpen om een speciale uitwerking teweeg te brengen. Zorgvuldig uitgekiend.

Is dit wel echt mijn Spinnenkoningin? Of worden wij gadegeslagen door iemand met meer macht?

Odrade werkte deze gedachte uit door snel haar gegevens te rangschikken. Het was een proces dat meer vragen dan antwoorden produceerde, een soort geestelijk steno, verwant aan dat van mentats. Uitsorteren op toepasselijkheid en de verborgen (maar ordelijke) achtergronden naar voren halen. Orde was gewoonlijk een product van menselijke werkzaamheid. Chaos bestond als ruwe grondstof waaruit orde geschapen kon worden. Dat was de mentat aanpak, die geen onveranderlijke waarheden opleverde, maar wel een opmerkelijk handvat voor het nemen van beslissingen : ordelijke rangschikking van gegevens in een continu systeem.

Ze kwam tot een slotsom.

Ze verlustigen zich in wanorde! Zijn er dol op! Verslaafd aan adrenaline!

Dama was dus wel degelijk Dama, Grote Achtenswaarde Mater. Patrones voor het leven, de eeuwige meerdere.

Er is geen hogere die ons gadeslaat. Maar Dama meent dat dit onderhandelen is. Je zou denken dat ze het nog nooit eerder heeft gedaan. Precies!

Dama raakte een zich in niets onderscheidende plaats onder het raam aan en de hele wand vouwde terug, waardoor duidelijk werd dat het raam slechts een kunstige projectie was. Ze hadden nu toegang tot een hoog balkon, geplaveid met donkergroene tegels. Het keek uit op een begroeid terrein dat erg afweek van het landschap achter het geprojecteerde raam. Dit was zorgvuldig in stand gehouden wanorde, een aan zichzelf overgelaten wildernis, die nog extra opviel door de ordelijke tuinen in de verte. Braamstruiken, omgevallen bomen, dicht struikgewas. En daarachter: op vaste afstanden naast elkaar liggende rijen met, zo te zien, groentes, waar automatische oogstmachines tussen heen en weer reden en kale grond achterlieten.

Een voorliefde voor wanorde, zeg dat wel!

Spinnenkoningin lachte en ging haar voor het balkon op.

Toen ze naar buiten stapte, werd Odrade opnieuw tot staan gebracht door wat ze zag. Een versiering op de borstwering aan haar linkerhand. Een levensgroot beeld gevormd uit een bijna vluchtige materie, een en al vederlichte vlakken en krommingen.

Toen ze met half dichtgeknepen ogen naar het beeld tuurde zag Odrade dat het een mensengestalte moest voorstellen. Man of vrouw? In sommige standen was het een man en in andere een vrouw. Vlakken en krommingen reageerden op dwarrel windjes. Het hing aan dunne, bijna onzichtbare draden (zo te zien shigadraad) aan een fraai gewelfde stang die verankerd was in een doorschijnende heuvel. De onderste ledematen van de gestalte raakten bijna het met kiezels ingelegde oppervlak van de sokkel.

Odrade bleef er als betoverd naar staan staren.

Waarom doet het me aan Sheeana's 'Leegte' denken?

Als de wind erlangs streek leek het hele wezen te dansen, waarbij het soms een bevallige wandelpas maakte, dan weer een trage pirouette of zwierige draaien met gestrekt been.

'Het heet "Balletmeester",' zei Dama. 'Bij bepaalde winden gooit het zijn benen hoog in de lucht. Ik heb het zien rennen zo bevallig als een marathonloper. Soms maakt het alleen lelijke kleine beweginkjes en rukt het met zijn armen of ze wapens vasthouden. Mooi en lelijk - het is allemaal het zelfde. Ik vind dat de kunstenaar het de verkeerde naam heeft gegeven. "Onbekend Wezen" was beter geweest.'

Mooi en lelijk - allemaal het zelfde. Onbekend Wezen.

Dat was een verschrikkelijke gedachte over Sheeana's schepping. Odrade voelde zich verkillen van angst. 'Wie was de kunstenaar?'

'Geen flauw idee van. Een van mijn voorgangers heeft het meegenomen van een planeet die we vernietigden. Vanwaar je belangstelling ervoor?'

Het is het wilde ding dat niemand kan beheersen. Maar ze zei: 'Ik neem aan dat we allebei een basis voor begrip proberen te vinden, door overeenkomsten tussen ons te zoeken.'

Dit bracht de oranje gloed terug. 'Misschien proberen jullie ons te begrijpen, maar wij hebben er helemaal geen behoefte aan om jullie te begrijpen.'

'We komen allebei uit een vrouwengemeenschap.'

'Het is gevaarlijk om ons als een loot van jullie stam te beschouwen.'

Maar Murbella's gegevens bewijzen dat jullie dat wel zijn. Gevormd in de Verstrooiing door Vissprekers en Herwaarde Moeders in uiterste nood.

Volkomen openhartig en zonder iemand voor de gek te houden vroeg Odrade: 'Waarom is dat gevaarlijk?'

In Dama's lach klonk geen schik door. Hij was rancuneus.

Odrade schatte het gevaar ineens heel anders in. Hier was meer nodig dan een Bene Gesserit aftasten-en-oordelen. Deze vrouwen waren gewend om te doden als ze kwaad werden. Een reflex. Dama had dat min of meer woordelijk gezegd toen ze over haar assistent praatte en Dama had net aangegeven dat haar verdraagzaamheid grenzen kende.

Toch probeert ze, op haar manier, te onderhandelen. Xe laat haar mechanische wonderen zien, haar macht, haar rijkdom. Ze biedt geen bondgenootschap aan. Wordt onze dienstwillige dienaren, heksen, onze slaven, dan kunnen we veel vergeven. Om de laatste van de Miljoen Planeten in handen te krijgen? Vast wel meer, maar het was een interessant aantal.

Met nieuwe voorzichtigheid herzag Odrade haar aanpak. Eerwaarde Moeders vervielen te vlug in een aanpassingspatroon. Ik ben natuurlijk heel anders dan jij, maar ik zal terwille van de harmonie een andere pet opzetten. Dat zou bij Achtenswaarde Matres niet opgaan. Zij zouden niets accepteren dat ook maar in de verste verte de indruk zou kunnen wekken dat zij niet de boventoon voerden. Dat Dama Odrade zo veel speelruimte gaf, was om haar macht over haar Zusters te benadrukken.

Opnieuw begon Dama te praten op die gebiedende manier van haar.

Odrade luisterde. Wat eigenaardig dat Spinnenkoningin meende dat een van de meest aantrekkelijke dingen die de Bene Gesserit kon leveren immuniteit voor nieuwe ziekten was.

Had de aanval die hen hierheen had gedreven die vorm gehad?

Haar ernst was naief. Niet meer dat vervelende periodieke onderzoek om te kijken of je lijf soms stiekeme bewoners had gekregen. Soms ook helemaal niet zo stiekem. En soms walgelijk gevaarlijk. Maar de Bene Gesserit kon aan dat alles een eind maken en dat zou een passende beloning opleveren.

Wat prettig.

Nog steeds die rancuneuze toon in elk woord. Halverwege die gedachte merkte Odrade ineens dat er iets niet klopte: rancuneus? Dat gaf niet de juiste nuance weer. Het was iets dat veel dieper stak.

Onbewust jaloers op wat jullie kwijtraakten toen jullie je van ons losmaakten!

Dit was weer een patroon en het was helemaal gestileerd! Achtenswaarde Matres grepen terug op zichzelf herhalende hebbelijkheden.

Hebbelijkheden waar wij al lang geleden vanaf gestapt zijn.

Dit was meer dan een weigering om hun Bene Gesserit oorsprong te erkennen. Dit was het weggooien van vuilnis.

Laat je afgedankte troep maar vallen als het )e niet meer interesseert. Ondergeschikten ruimen de rotzooi wel op. Xe bekommert zich meer om het volgende wat ze wil opslokken dan om het bevuilen van haar eigen nest.

De Achtenswaarde Mater kwaal was erger dan ze vermoed had. Veel gevaarlijker voor henzelf en allen die ze overheersten. En ze konden er niets tegen doen omdat hij voor hen helemaal niet bestond.

Nooit bestaan had.

Dama bleef een niet te evenaren paradox. De gedachte aan een bondgenootschap kwam zelfs niet bij haar op. Af en toe leek ze wel in die richting te dansen, maar dat was alleen om haar vijand op de proef te stellen.

Ik had dus toch gelijk toen ik Teg de vrije hand liet.

Logno kwam uit de werkkamer met een blad waarop twee glazen op dunne steeltjes stonden, bijna tot aan de rand toe gevuld met een goudkleurige vloeistof. Dama pakte er een, rook eraan en nam met een verheugd gezicht een slokje.

Wat is dat voor gemene schittering in Logno's ogen?

'Probeer deze wijn eens,' zei Dama met een uitnodigend gebaar naar Odrade. 'Hij komt van een planeet waar jij vast nog nooit van gehoord hebt, maar waar wij alle benodigde elementen bij elkaar gebracht ,hebben om de volmaakte gouden druif te kweken voor de volmaakte gouden wijn.'

Odrade werd even getroffen door de langdurige band tussen mensen en hun van oudsher geliefde drank. De god Bacchus. Bessen die men liet gisten aan de struik of in gemeenschapsvaten.

'Er zit geen vergif in,' zei Dama toen Odrade aarzelde. 'Dat verzeker ik je. Wij doden zonder aarzelen als ons dat past, maar we zijn niet bot. We bewaren onze meer in het oog lopende dodelijkheid voor het gewone volk. Ik hou jou niet voor iemand uit het gewone volk.'

Dama grinnikte om haar eigen geestigheid. De gemaakte vriendelijkheid was bijna grof.

Odrade pakte het aangeboden glas aan en nam een slok.

'Het is iets dat iemand heeft bedacht om ons een plezier te doen,' zei Dama terwijl ze Odrade strak aankeek.

Die ene slok was genoeg. Odrades zintuigen bespeurden een vreemde stof en het duurde even een paar hartslagen voor ze het doel ervan kon thuisbrengen.

Om de scheer teniet te doen die mi) tegen hun sondes beschermt.

Ze wijzigde haar stofwisseling om het spul onschadelijk te maken, en vertelde vervolgens wat ze had gedaan.

Dama keek Logno woedend aan. 'Daarom werken die dingen dus niet bij de heksen! En jij had daar geen flauw idee van!' De woede die over de ongelukkige assistent werd uitgestort was een bijna fysieke kracht.

'Het is een van de immuniteitsstelsels waarmee we ook ziekte bestrijden,' zei Odrade.

Dama smeet haar glas op de tegels. Het duurde even voor ze haar beheersing terughad. Logno trok zich langzaam terug met het blad bijna als een schild voor haar borst.

Dama heeft dus meer gedaan dan stiekem de macht grijpen. Haar Zusters vinden haar levensgevaarlijk. En als zodanig moet ook ik haar zien.

'Iemand zal boeten voor al die verspilde moeite,' zei Dama. Haar lach was niet aangenaam.

Iemand.

Iemand maakte de wijn. Iemand maakte het dansende beeld. Iemand zal boeten. De identiteit was nooit belangrijk, alleen het plezier of de behoefte aan vergelding. Pure slavernij.

'Stoor me niet, ik wil nadenken,' zei Dama. Ze liep naar de borstwering en staarde naar haar Onbekende Wezen, kennelijk bezig om haar onderhandelingshouding te herzien.

Odrade richtte haar aandacht op Logno.

Vanwaar die voortdurende waakzaamheid, die onafgebroken gespannen aandacht voor Dama? Het was niet langer doodgewone angst. Logno zag er ineens buitengewoon gevaarlijk uit.

Vergif!

Odrade wist het met een zekerheid alsof de assistent het woord hardop had uitgeschreeuwd.

Ik ben niet Logno's doelwit. Nog niet. Ze heeft deze gelegenheid aangegrepen om een gooi naar de macht te doen.

Ze hoefde niet naar Dama te kijken. Het moment van Spinnekoningins sterven was duidelijk op Logno's gezicht te lezen. Odrade draaide zich om en zag haar vermoeden bevestigd. Dama lag in elkaar gezakt onder Onbekend Wezen.

'Mij zul je met Grote Achtenswaarde Mater aanspreken,' zei Logno. 'En je zult me er nog dankbaar voor leren zijn. Zij (ze wees naar de rode bundel in de hoek van het balkon) was van plan om je te verraden en je mensen uit te roeien. Ik heb andere plannen. Ik ben niet iemand die een nuttig wapen vernietigt in tijden van grote nood.'