Religie moet aanvaard worden als een bron van energie. We kunnen hem een richting geven die onze eigen doeleinden dient, maar alleen binnen de grenzen die de ervaring ons leert. Dat is de geheime betekenis van Vrije Wil.

Missionaria Protectiva, Grondbeginsel

De lucht boven het Hoofdkwartier was in de loop van de morgen dichtgetrokken met een dik wolkendek en in Odrades werkkamer kwam een grijze stilte te hangen, waardoor ze zich zelf van binnen ook helemaal stil voelde worden, alsof ze zich niet durfde te bewegen omdat dat gevaarlijke krachten zou losmaken.

Murbella ondergaat vandaag de Marteling, dacht ze. Ik moet ophouden met die onheilsgedachten.

Klimaatbeheer had een duidelijke waarschuwing over het wolkendek doen uitgaan. Het was per ongeluk op de verkeerde plaats terecht gekomen. Er werden maatregelen genomen om de boel te corrigeren, maar die vergden tijd. Ondertussen moest men op harde wind rekenen en er was kans op neerslag.

Sheeana en Tamalane stonden voor het raam naar dit slecht beheerste weer te kijken. Hun schouders raakten elkaar.

Odrade keek naar hen vanuit haar stoel achter de tafel. Die twee leken sinds ze gisteren Gedeeld hadden wel een en dezelfde persoon, een niet echt onverwachte gebeurtenis. Er waren eerdere gevallen bekend, hoewel niet erg veel. Bij uitwisselingen die in de aanwezigheid van giftige specie-essence plaats vonden, of op het moment dat iemand stierf, was verder levend contact tussen de deelnemers vaak onmogelijk. Het was interessant om te zien. De twee ruggen leken in hun onbuigzaamheid eigenaardig gelijk.

De dwingende noodsituatie die Delen mogelijk maakte bracht onherroepelijk krachtige persoonsveranderingen mee en Odrade was daar zo vertrouwd mee dat ze wel verdraagzaam moest zijn. Wat het ook was dat Sheeana verborgen hield, werd ook door Tam verborgen gehouden. Iets dat vastzat aan Sheeana's fundamentele menselijkheid. En Tam was te vertrouwen. Tot een andere Zuster met hen Deelde, moest ze op Tams oordeel afgaan. Niet dat waakhonden zouden ophouden met vissen en op kleinigheden letten, maar ze konden op dit moment geen nieuwe crisis gebruiken.

'Dit is Murbella's grote dag,' zei Odrade.

'De kans is groot dat ze het niet overleeft,' zei Bellonda, die voorover gebogen in haar stoelhond zat. 'Wat gebeurt er dan met ons mooie plan?'

Ons plan!

'Noodtoestand,' zei Odrade.

In die context was dat een woord met meerdere betekenissen. Bellonda vatte het op als een mogelijkheid om Murbella's persoonlijkheid te verwerven op het moment van haar dood. 'Dan moeten we Idaho niet toestaan om erbij te zijn!'

'Die toestemming blijft gehandhaafd,' zei Odrade. 'Murbella wil het zo en ik heb haar mijn woord gegeven.'

'Vergissing... vergissing...' mompelde Bellonda.

Odrade wist uit welke bron Bellonda's twijfels voortsproten. Die was voor hen allemaal duidelijk te zien: ergens in Murbella's binnenste lag iets vreselijk pijnlijks verborgen. Het deed haar voor bepaalde vragen terugdeinzen als een bang diertje dat zich bedreigd weet door een jagend roofdier. Wat het ook was, het zat verschrikkelijk diep. Zelfs met kunstmatige hypnotrance zou het misschien niet duidelijk worden.

'Goed!' Odrade sprak vrij luid om aan te geven dat het voor allen die haar hoorden bestemd was. 'We hebben het nog nooit op deze manier gedaan. Maar we kunnen Duncan niet uit het schip halen en dus moeten we naar hem toegaan. Hij moet erbij zijn.'

Bellonda was nog steeds oprecht en diep geschokt. Geen enkele man, afgezien dan van de vervloekte Kwisatz Haderach in eigen persoon en zijn zoon de Dwingeland, had ooit de bijzonderheden van dit Bene Gesserit geheim leren kennen. Die monsters hadden allebei de Marteling aan den lijve ondervonden. Twee rampen! Het maakte geen verschil dat de Marteling van de Dwingeland zich cel voor cel naar binnen had gewerkt tot hij uiteindelijk in een zandworm-symbiont veranderde (niet meer de oorspronkelijke mens). En Muad'Dib! Hij waagde het de Marteling te ondergaan en moet je zien wat daarvan kwam!

Sheeana keerde het raam haar rug toe en deed een stap in de richting van de tafel, waardoor Odrade het vreemde gevoel kreeg dat de twee vrouwen die daar stonden in een Janusgestalte waren veranderd: twee ruggen tegen elkaar, maar toch een persoonlijkheid.

'Bell is in de war door jouw belofte,' zei Sheeana. Wat klonk haar stem zacht.

'Hij zou de katalysator kunnen zijn die Murbella erdoor sleept,' zei Odrade. 'Jullie onderschatten wat liefde vermag.'

'Nee!' zei Tamalane tegen het raam voor haar neus. 'We zijn er bang voor!'

'Best mogelijk!' Bellonda's toon was nog schamper maar dat was nu eenmaal haar aard. De uitdrukking op haar gezicht maakte duidelijk dat ze zich hardnekkig bleef verzetten.

'Hubris,' mompelde Sheeana.

'Wat?' Bellonda draaide zich zo vlug om in haar stoelhond dat die piepte van verontwaardiging.

'Wij begaan de zelfde fout als Scytale,' zei Sheeana.

'Oh?' Bellonda had haar tanden in Sheeana's geheim gezet.

'We denken dat we geschiedenis maken,' zei Sheeana. Ze keerde terug naar haar plaats naast Tamalane en ze staarden alle twee uit het raam.

Bellonda verplaatste haar aandacht weer naar Odrade. 'Begrijp jij dat?'

Odrade negeerde haar. Laat de mentat dat zelf maar uitpuzzelen. De projector op de werktafel klikte en er verscheen een boodschap. Odrade gaf hem door. 'Nog steeds niet klaar in het schip.' Ze keek naar die twee strakke ruggen voor het raam.

Geschiedenis?

Op de Kapittelplaneet was er voor de Achtenswaarde Matres maar heel weinig gebeurd dat Odrade als geschiedenis makend zou willen beschouwen. Alleen de gestage promotie van Eerwaarde Moeders die de Marteling doormaakten. Als een rivier.

Hij stroomde en hij ging ergens heen. Je kon op de oever staan (zoals Odrade wat ze hier deden soms beschouwde) en naar de stroom kijken. Een kaart kon je vertellen waar de rivier heenliep maar wezenlijker dingen kon een kaart je niet vertellen. Een kaart kon je nooit de intieme koersveranderingen van het verkeer op de rivier laten zien. Waar leidden die heen? Kaarten hadden in dit tijdperk slechts een beperkte waarde. Een printout of een projectie van het Archief; dat was niet de kaart die ze nodig hadden. Er moest ergens een betere bestaan, een die met al die levens verbonden was. Die kaart kon je in je geheugen meedragen en hem af en toe te voorschijn halen om iets nader te bestuderen.

Hoe zou het de Herwaarde Moeder Perinte vergaan die we er vorig jaar op uit gestuurd hebben?

De 'kaart in je hoofd' zou in actie komen en een 'Perinte scenario' samenstellen. Eigenlijk was je het natuurlijk zelf daar op de rivier, maar dat maakte weinig verschil. De kaart bleef nodig.

Het bevalt ons niets dat we meegesleurd worden in de stromingen van iemand anders, dat we niet weten wat er achter de volgende bocht van de rivier zichtbaar kan worden. Wij geven altijd de voorkeur aan een totaaloverzicht vanuit de lucht, ook al moet elke overzichtpositie deel uit blijven maken van andere stromingen. Elke stroom bevat onvoorspelbare dingen.

Odrade keek op en zag dat haar drie metgezellen naar haar keken. Tamalane en Sheeana stonden nu met hun rug naar het raam.

'Achtenswaarde Matres zijn vergeten dat het gevaarlijk kan zijn om je aan enige vorm van behoudzucht vast te klampen,' zei Odrade. 'Zijn wij dat soms ook vergeten?'

Ze bleven haar aanstaren maar ze hadden haar gehoord. Als je te behoudend werd, was je niet voorbereid op verrassingen. Dat was wat Muad'Dib hun had geleerd en zijn zoon de Dwingeland had die les voorgoed onvergetelijk gemaakt.

Bellonda's norse uitdrukking veranderde niet.

In de diepten van Odrades bewustzijn fluisterde Taraza: 'Voorzichtig, Dar. Ik had geluk. Wist een voordeel snel te benutten. Net als jij. Maar je kan je niet verlaten op geluk en dat zit hun dwars. Hoop zelfs niet op geluk. Vertrouw maar liever op je waterbeelden. Laat Bell zeggen wat ze op haar hart heeft.'

'Bell,' zei Odrade, 'ik dacht dat jij Duncan aanvaardde.'

'Binnen zekere grenzen.' Duidelijk beschuldigend.

'Ik vind dat we nu naar het schip moeten gaan,' zei Sheeana met dwingende nadruk. 'Dit is geen goede plaats om te wachten. Zijn we bang voor wat ze kan worden?'

Tam en Sheeana liepen gelijk op naar de deur alsof hun touwtjes bediend werden door de zelfde marionettenspeler.

Odrade was blij met het tussenbeide komen van Sheeana. Haar vraag maakte hen ongerust. Wat kon Murbella worden? Een Katalysator, Zusters. Een katalysator.

De wind deed hen op hun benen wankelen toen ze uit het Hoofdkwartier naar buiten stapten en deze ene keer was Odrade dankbaar dat ze de kokertrein kon nemen. Lopen kon wel wachten tot het warmer was en deze bulderende mini-orkaan niet meer aan hun mantels rukte.

Toen ze goed en wel in een gereserveerde wagon zaten, hervatte Bellonda haar beschuldigende refrein. 'Alles wat hij doet zou camouflage kunnen zijn.'

Weer verwoordde Odrade de vaak herhaalde Bene Gesserit waarschuwing om het vertrouwen in mentats binnen de perken te houden. 'Logica is blind en kent vaak alleen zijn eigen verleden.'

Tamalane liet ineens steun uit een onverwachte hoek horen. 'Je krijgt last van achtervolgingswaan, Bell!'

Sheeana zei wat vriendelijker: 'Ik heb je wel eens horen zeggen, Bell, dat logica prima is voor een partij pyramide schaak, maar vaak veel te traag voor de noden van het bestaan.'

Bellonda zei geen woord, maar bleef kwaad voor zich uit staren en alleen het zachte sissende snorren waarmee hun kokertrein zich verplaatste verstoorde de stilte.

We mogen geen wonden meenemen naar het schip.

Op de zelfde vriendelijke toon als Sheeana zei Odrade: 'Bell, beste Bell. We hebben geen tijd om uitgebreid alle consequenties van onze toestand te overwegen. We kunnen niet langer zeggen: "Als dit gebeurt, dan zal dat er zeker op volgen en in zo'n geval, moeten we dit en dat doen..."'

Bellonda grinnikte warempel. 'O jee! Het gewone verstand is zo'n rommeltje. En ik mag niet verlangen wat we allemaal nodig hebben en niet kunnen krijgen - voldoende tijd voor al onze plannen.'

Hier sprak Bellonda-mentat die hun duidelijk maakte dat ze wist dat haar gewone verstand mank ging aan trots. Wat was dat toch een slecht georganiseerd, rommelig oord. Denk je eens in waarmee de niet-mentat zich moet behelpen, die maar zo weinig orde kan scheppen. Ze strekte haar arm uit en klopte Odrade die aan de andere kant van het gangpad zat op haar schouder.

'Het is in orde hoor, Dar. Ik zal me gedragen.'

Wat zou een buitenstaander die deze woordenwisseling zag hiervan denken? vroeg Odrade zich af. Deze eendrachtige samenwerking tussen hen vieren ten behoeve van een enkele Zuster.

Maar ook ten behoeve van Murbella's Marteling.

De mensen zagen alleen de buitenkant van dit Eerwaarde Moeder masker dat ze droegen.

Als we moeten (en dat is tegenwoordig vrijwel constant), functioneren we op een verbazend niveau van bekwaamheid. En daar is geen greintje trots bij; het is gewoon een feit. Maar als we ook maar even verslappen horen wij net als gewone mensen aan alle kanten onbegrijpelijke wartaal. Die van ons is alleen luider. Net als iedereen delen ook wij ons leven in kleine gebiedjes op. Aangelegenheden van de geest. Aangelegenheden van het lichaam.

Bellonda had zichzelf weer in de hand en zat met haar handen ineengevouwen op haar schoot. Ze wist wat Odrade van plan was en hield het voor zich. Het was een vertrouwen dat verder ging dan mentat conclusie en dat stoelde op een veel fundamenteler menselijk iets. Mentat conclusie was een werktuig met een fantastisch aanpassingsvermogen maar het bleef een werktuig. Uiteindelijk was elk stuk gereedschap toch afhankelijk van degene die het hanteerde. Odrade wist niet hoe ze haar dankbaarheid moest tonen zonder het vertrouwen te schaden.

Ik moet mijn touw in stilte bewandelen.

Ze voelde de kloof onder haar voeten, het beeld uit de nachtmerrie weer opgeroepen door deze overpeinzingen. De onbekende jager met de bijl was weer dichterbij. Odrade wilde zich omdraaien om te zien wie haar besloop, maar ze wist zich te beheersen. Ik zal niet de zelfde vergissing maken als Muad'Dib. De voorzienige waarschuwing die ze voor het eerst had gevoeld op Duin in de ruines van Vest Tabr zou pas uitgedreven worden als zij het leven liet of als de Zusterorde het leven liet. Heb ik deze verschrikkelijke dreiging veroorzaakt door mijn angst? Vast niet! Toch had ze het gevoel dat ze in die oude Vrijmanse vesting naar de Tijd had gestaard, alsof het hele verleden en de hele toekomst bevroren waren in een tafereel dat niet veranderd kon worden.

Ik moet me volledig van )e losmaken, Muad'Dib!

Hun aankomst bij het landingsplatform scheurde haar los uit deze angstaanjagende mijmeringen.

Murbella wachtte in de ruimte die de Proctors hadden voorbereid. In het midden bevond zich een klein amfitheater dat langs de afsluitende achterwand een lengte van zeven meter mat. Gecapitonneerde banken liepen trapsgewijs omhoog in een steile kromming, zitplaatsen voor hoogstens twintig toeschouwers. Proctors hadden haar zonder enige uitleg achtergelaten op de onderste bank, waar ze naar een door suspensie zwevende tafel zat te staren. Banden hingen langs de zijkanten omlaag om de persoon die erop zou komen te liggen vast te houden.

Een verbazende reeks kamers, bedacht ze. Ze had nooit eerder dit deel van het schip mogen betreden. Ze voelde zich hier onbeschut, nog meer dan onder de blote hemel. De kleinere vertrekken waardoor ze haar naar dit amfitheater hadden gebracht, waren duidelijk ingericht voor medische noodingrepen: reanimatie apparatuur, geuren van ontsmettingsmiddelen en antiseptica.

Ze was onder dwang naar dit vertrek gebracht en geen van haar vragen werd beantwoord. Proctors hadden haar zo weggeplukt uit een klas vol gevorderde leerlingen die bezig was met prana-bindu oefeningen. Ze zeiden alleen maar: 'Bevel van Moeder Superior.'

De bekwaamheid van de Proctors die haar onder hun hoede namen maakte haar veel duidelijk. Vriendelijk maar beslist. Ze waren hier om te voorkomen dat ze op de vlucht sloeg en om ervoor te zorgen dat ze op haar bestemming aankwam. Ik zal heus niet proberen te ontsnappen!

Odrade had beloofd dat hij bij haar zou zijn tijdens de Marteling. Betekende zijn afwezigheid dat dit nog niet haar uiterste beproeving zou worden? Of hadden ze hem achter een of andere geheime wand verborgen waardoor je kon kijken zonder zelf gezien te worden?

Ik wil hem hier naast me!

Wisten ze dan nog niet hoe ze haar moesten bedwingen? Reken maar van wel!

Dreigen om me van deze man te beroven. Dat is alles wat nodig is om mij in bedwang te houden en me tevreden te stellen. Tevreden! Wat een onbruikbaar woord. Me aan te vullen. Dat is beter. Ik ben minder als we gescheiden zijn. Hij weet het ook, verdomme.

Murbella lachte. Hoe weet hij dat? Omdat hij op de zelfde manier wordt aangevuld.

Hoe kon dit liefde zijn? Zij voelde zich niet verzwakt door de drang der begeerte. Bene Gesserit en Achtenswaarde Matres beweerden even hard dat liefde verzwakte. Zij voelde zich gesterkt door Duncan. Zelfs zijn kleine hoffelijkheden waren versterkend. Als hij haar 's morgens een dampende kop pepthee bracht, smaakte die beter omdat ze hem uit zijn handen kreeg. Misschien hebben wij iets dat meer is dan liefde.

Odrade en haar metgezellen stapten op de hoogste omloop het amfitheater binnen en bleven even staan neerkijken op de gestalte die daar beneden hen zat. Murbella droeg de lange, met witte randen afgezette mantel van een gevorderde leerling. Ze zat met een elleboog op haar knie en haar vuist onder haar kin gespannen naar de tafel te staren.

Ze weet het.

'Waar is Duncan?' vroeg Odrade.

Op die woorden van haar stond Murbella op en draaide zich om. De vraag bevestigde wat ze al vermoedde.

'Ik ga wel even kijken,' zei Sheeana en ze liep weg.

Murbella wachtte zwijgend af en keek Odrade onverschrokken aan.

We moeten haar hebben, dacht Odrade. De Bene Gesserit had nog nooit iemand zo hard nodig gehad. Wat een onbetekenende gestalte was Murbella daar in de diepte voor iemand die zo'n groot belang vertegenwoordigde. Haar vrijwel ovale gezicht dat bij het voorhoofd wat breder werd, vertoonde een nieuwe Bene Gesserit kalmte. Wijd uiteen staande groene ogen, gekromde wenkbrauwen - geen frons - geen oranje meer. Kleine mond geen gepruil meer.

Ze is klaar.

Sheeana keerde terug met Duncan aan haar zij.

Odrade nam hem op met een snelle onderzoekende blik. Zenuwachtig. Dan had Sheeana hem dus ingelicht. Goed. Dat was een vriendschappelijke daad. Misschien zou hij hier vrienden hard nodig hebben.

'Je gaat hier bovenaan zitten en je blijft hier tenzij ik je roep,' zei Odrade. 'Blijf bij hem, Sheeana.'

Zonder dat het haar was opgedragen stelde Tam zich naast Duncan op, ieder aan een kant. Op een vriendelijk gebaar van Sheeana namen ze alle drie plaats.

Met Bellonda aan haar zij daalde Odrade af naar Murbella's niveau en ze liep naar de tafel. De mondspuiten aan het verste eind van de tafel hingen klaar om in positie gebracht te worden maar waren nog leeg. Odrade wees naar de spuiten en knikte tegen Bellonda die door een zijdeur verdween, op zoek naar de Suk Eerwaarde Moeder die de specie-essence beheerde.

Odrade trok de tafel bij de achterwand vandaan en begon banden en paskussentjes klaar te leggen. Ze ging systematisch te werk en controleerde of alles gereed lag op de smalle richel onder de tafel. Mondstuk om te voorkomen dat de Gemartelde op haar tong beet. Odrade kneep erin om te kijken of het sterk genoeg was. Murbella had gespierde kaken.

Murbella keek naar de bezigheden van Odrade. Ze hield zich zo stil mogelijk en probeerde geen storende geluiden te maken.

Bellonda kwam terug met de specie-essence en begon de spuiten te vullen. De giftige essence had een prikkelende geur - bittere kaneel.

Toen Odrade even in haar richting keek, zei Murbella: 'Ik ben dankbaar dat je hier in eigen persoon op toeziet.'

'Ze is dankbaar!' hoonde Bellonda, zonder van haar werk op te kijken.

'Laat dit aan mij over, Bell.' Odrade bleef Murbella aankijken.

Bellonda staakte haar arbeid geen moment, maar haar bewegingen kregen iets ingetogens. Bellonda die zichzelf wegcijferde? Murbella bleef zich er altijd weer over verbazen hoe leerlingen zich onzichtbaar maakten als ze in de nabijheid van Moeder Superior kwamen. Ze waren er maar ze waren er niet. Het was Murbella nooit echt gelukt, zelfs niet toen ze van kandidaat tot gevorderde leerling werd bevorderd. Bellonda ook?

Terwijl ze Murbella strak bleef aankijken zei Odrade: 'Ik weet wat voor voorbehoud je in je borst koestert, wat voor grenzen je stelt aan je verplichting jegens ons. Goed. Ik zal daar niet aan tornen omdat jouw voorbehoud in grote lijnen niet zo erg veel verschilt van dat van elk van ons.'

Openheid.

'Het verschil, als je dat zou willen weten, zit hem in het verantwoordelijkheidsbesef. Ik ben verantwoordelijk voor mijn Zusterorde... voor zover die nog bestaat. Dat is een grote verantwoordelijkheid die ik soms wel eens met een scheef oog bekijk.'

Bellonda snoof.

Odrade liet uit niets blijken of ze dit gemerkt had toen ze verder ging. 'De Bene Gesserit Orde is een beetje verbitterd geraakt sinds de Dwingeland. En ons contact met Achtenswaarde Matres heeft de zaak geen goed gedaan. Achtenswaarde Matres dragen de stank van dood en verval met zich mee en glijden langzaam af naar de grote vergetelheid.'

'Waarom vertel je me deze dingen op dit moment?' Angst in Murbella's stem.

'Omdat jij op een of andere manier onaangetast bent gebleven door de ergste Achtenswaarde Mater verderfelijkheid. Misschien wel door je spontane aard. Hoewel die spontaniteit sinds Gammu wel wat is getemperd.'

'Jullie werk!'

'We hebben je alleen een beetje minder wild gemaakt, je een beter evenwicht gegeven. Daarmee kan je langer en gezonder leven.'

'Als ik dit overleef tenminste!' Met een ruk van haar hoofd in de richting van de tafel achter haar rug.

'Evenwicht is waaraan je moet blijven denken, Murbella. Homeostase. Elke groep die zelfmoord verkiest terwijl hij andere keuzemogelijkheden heeft doet dat uit waanzin. In de war geraakte homeostase.'

Toen Murbella naar de grond keek, snauwde Bellonda: 'Luister naar haar, idioot. Ze doet haar best om je te helpen.'

'Al goed, Bell. Dit is tussen ons.'

Toen Murbella naar de vloer bleef staren zei Odrade: 'Dit is een bevel van Moeder Superior. Kijk me aan!'

Murbella's hoofd vloog omhoog en ze staarde Odrade recht in haar ogen.

Het was een tactiek die Odrade niet vaak had gebruikt, maar altijd met uitstekend resultaat. Leerlingen konden er totaal hysterisch van worden, waarna je hun kon leren hoe ze met hun overmatige reactie op emoties moesten omgaan. Murbella leek eerder boos dan angstig. Uitstekend! Maar nu was het verder oppassen geblazen.

'Je hebt geklaagd over het trage tempo van je opleiding,' zei Odrade. 'Dat was speciaal gekozen met het oog op jouw welzijn. Je sleutelonderwijzers werden allemaal gekozen om hun gelijkmatige karakter, geen van allen waren ze impulsief. Mijn opdracht was heel duidelijk: jou niet te veel vaardigheden te snel achter elkaar bij te brengen. "Zet de sluisdeur niet zover open dat er een stroom krachten vrijkomt die ze misschien niet aan zou kunnen".'

'Hoe weet jij wat ik aankan?' Nog steeds boos.

Odrade lachte alleen maar.

Toen Odrade bleef zwijgen begon Murbella er een beetje geagiteerd uit te zien. Had ze zich als een idioot aangesteld voor Moeder Superior, voor Duncan en deze anderen. Wat vernederend.

Odrade hield zichzelf voor dat het niet goed was om Murbella al te zeer bewust te maken van haar kwetsbaarheid. Dat was een slechte tactiek voor dit moment. Nergens voor nodig om haar te prikkelen. Ze had een scherp oog voor verbanden en wist zich aan de eisen van het ogenblik aan te passen. Dat was de eigenschap waarvan ze vreesden dat die voortsproot uit een neiging om altijd de weg van de minste weerstand te kiezen. Laat het dat alsjeblieft niet zijn. En nu volstrekte eerlijkheid. Het gereedschap bij uitstek van de Bene Gesserit scholing. De klassieke techniek die leerling aan onderwijzer bond.

'Ik blijf tijdens de Marteling voortdurend bij je. Als je faalt zal me dat verdriet doen.'

'Duncan?' Tranen in haar ogen.

'Alle hulp die hij kan geven, mag hij geven.'

Murbella keek langs de banken omhoog en haar ogen hielden even die van Idaho gevangen. Hij kwam omhoog van zijn bank, maar Tamalanes hand hield hem aan zijn schouder op zijn plaats.

Ze kunnen mijn geliefde wel doodmaken! dacht Idaho. Moet ik dat hier gewoon maar zitten aanzien? Maar Odrade had gezegd dat hij zou mogen helpen. Ik kan het nu niet meer tegenhouden. Ik moet Dar vertrouwen. Maar, grote goden! Ze weet niet hoe diep mijn smart zal zijn, als... als... Hij deed zijn ogen dicht.

'Bell.' Odrades stem, messcherp in zijn broosheid, riep een sfeer op van van wal steken.

Bellonda nam Murbella bij de arm en hielp haar op de tafel. Die paste zich schommelend aan het gewicht aan.

Nu zit ik echt in de glijkoker, dacht Murbella.

Ze merkte maar vaag dat ze werd vastgegespt en dat er naast haar allerlei zakelijke handelingen verricht werden.

'Dit is de gewone gang van zaken,' zei Odrade.

Gewone gang van zaken? Murbella had de gewone gang van zaken van het Bene Gesserit worden gehaat; al dat studeren, dat naar Proctors luisteren en dan reageren. Ze had vooral een hekel gehad aan de noodzaak om reacties die zij toereikend vond nog te verfijnen, maar onder die waakzame ogen was het niet mogelijk om de kantjes eraf te lopen.

Toereikend! Wat een gevaarlijk woord.

Dit inzicht was precies wat zij nastreefden. Precies het extra zetje dat hun leerling nodig had.

Als je er een hekel aan hebt, doe het dan beter. Gebruik je weerzin als richtsnoer; koers regelrecht af op wat je nodig hebt.

Wat een wonderbaarlijk iets, dat haar onderwijzers zo'n direct inzicht in haar gedrag hadden! Zij wilde die vaardigheid ook bezitten. O, wat wilde ze dat graag!

Ik moet hierin uitblinken.

Het was iets waar elke Achtenswaarde Mater jaloers op zou kunnen zijn. Ineens zag ze zichzelf als het ware door een dubbele bril: tegelijk Bene Gesserit en Achtenswaarde Mater. Een onthutsende gewaarwording.

Een hand raakte haar wang aan, draaide haar hoofd en verdween weer.

Verantwoordelijkheid. Ik sta op het punt om te ontdekken wat zij met 'een nieuw historisch besef' bedoelen.

De Bene Gesserit opvatting van geschiedenis fascineerde haar. Hoe keken zij tegen meervoudige verledens aan? Was het iets dat opgenomen was in een grootser patroon? De verleiding om een van hen te worden was overweldigend geweest.

Dit is het moment waarop ik dat allemaal zal ontdekken.

Ze zag een mondspuit met een zwaai zijn plaats boven haar mond innemen. Bellonda's hand stuurde de spuit.

'Wij dragen onze graal in ons hoofd,' had Odrade gezegd. 'Draag die graal voorzichtig verder als hij in je bezit komt.'

De spuit raakte haar lippen. Murbella deed haar ogen dicht maar voelde vingers die haar mond open maakten. Koud metaal raakte haar tanden. De herinnering aan Odrades woorden bleef bij haar.

'Vermijd overdaad. Als je over corrigeert zit je altijd opgescheept met de ellende van de noodzaak om steeds grotere correcties te moeten maken. ]e krijgt een slingerbeweging. Fanaten zijn geweldig goed in het veroorzaken van slingerbewegingen.

Onze graal. Hij blijft recht op koers liggen omdat elke Eerwaarde Moeder de zelfde vastberadenheid in zich draagt. Samen zullen we dit voortzetten.'

Bittere vloeistof golfde haar mond binnen. Murbella slikte krampachtig. Ze voelde een vurige stroom door haar keel naar haar maag vloeien. Het deed geen pijn, het brandde alleen. Ze vroeg zich af of dit soms alles was. Nu voelde haar maag alleen nog maar warm aan.

Langzaam, zo langzaam dat het even een paar tellen duurde voor ze het merkte, verspreidde de warmte zich naar buiten. Toen hij haar vingertoppen bereikte voelde ze haar lichaam verkrampen. Haar rug kromde weg van de zachte bekleding van de tafel. Iets dat zacht was en toch stevig verving de spuit in haar mond.

Stemmen. Ze hoorde ze en wist dat er mensen praatten maar ze kon geen woorden onderscheiden.

Terwijl ze zich op de stemmen concentreerde merkte ze dat ze niet meer met haar lichaam in verbinding stond. Ergens lag er een lijf te kronkelen en was er pijn, maar zij stond erbuiten.

Een hand raakte een hand en greep hem stevig beet. Ze herkende Duncans greep en plotseling was daar haar lijf en een folterende pijn. Haar longen deden zeer als ze uitademde. Niet als ze inademde. Dan voelden ze plat aan en nooit vol genoeg. Haar besef van aanwezigheid in een levend lichaam werd een dunne draad die door vele aanwezigheden kronkelde. Overal om zich heen voelde ze anderen, veel te veel mensen voor het kleine amfitheater.

Een ander menselijk wezen zweefde haar gezichtsveld binnen. Murbella had het gevoel dat ze zich in een fabriekspendel bevond... in de ruimte. De ruimtependel was primitief. Te veel handmatige regelapparatuur. Te veel knipperende lampjes. Een vrouw achter het regelpaneel, klein en bezweet van het werk. Ze had lang bruin haar dat was samengebonden in een knot waaruit een paar lichter gekleurde strengen ontsnapt waren, die langs haar smalle wangen slierden. Ze droeg een enkel kledingstuk, een korte jurk met felle tinten rood, blauw en groen.

Machinerie.

Direct achter deze ruimte voelde ze de aanwezigheid van een monsterlijke machine. De jurk van de vrouw vormde een scherp contrast met de saaie en sleurachtige machinale sfeer. Ze sprak, maar haar lippen bewogen niet. 'Luister jij! Als het moment komt dat jij dit regelpaneel moet overnemen, word dan geen vernietiger. Ik ben hier om je te helpen de vernietigers te ontwijken. Weet je dat?'

Murbella probeerde te spreken maar ze had geen stem. 'Span je niet zo in, kind!' zei de vrouw. 'Ik hoor je wel.' Murbella probeerde haar aandacht van de vrouw af te wenden. Waar is dit oord?

Een persoon die de apparatuur bediende, een reusachtig pakhuis... fabriek... alles gemechaniseerd... netwerken van terugkoppelingskabels die samenkwamen in deze kleine ruimte met zijn ingewikkelde regelapparatuur.

In de veronderstelling dat ze fluisterde vroeg Murbella: 'Wie ben jij?' en hoorde haar eigen stem bulderen. Pijn vlijmde door haar oren.

'Niet zo luid! Ik ben je gids van de mohalata, degene die je bij de vernietigers vandaan loodst.'

Dur bewaar me! dacht Murbella. Dit is geen oord; dit ben ik!

Met die gedachte verdween de regelkamer. Ze was een zwerver in de leegte, gedoemd om nooit rust te vinden, om zich nooit een moment veilig te voelen. Alles behalve haar eigen vluchtige gedachten werd onstoffelijk. Ze had geen massa, alleen een miezerig aanhangsel dat ze als bewustzijn herkende.

Ik heb mezelf uit nevel opgebouwd.

Andere Herinneringen kwamen, flarden en brokstukken van ervaringen waarvan ze wist dat ze niet van haar waren. Gezichten gluurden haar aan en eisten haar aandacht op, maar de vrouw achter het regelpaneel van de pendel trok haar weg. Murbella herkende noden maar kon ze niet in een samenhangende vorm gieten.

'Dit zijn levens in je verleden.' Het was de vrouw achter het regelpaneel, maar haar stem had een onbelichaamd karakter en kwam niet uit een aanwijsbare richting.

'Wij zijn nakomelingen van mensen die gemene dingen deden,' zei de vrouw. 'We geven niet graag toe dat we barbaren onder onze voorouders tellen. Een Eerwaarde Moeder moet het wel toegeven. Wij moeten wel.'

Murbella had nu door dat ze haar vragen alleen maar hoefde te denken. Waarom moet ik...

'De overwinnaars plantten zich voort. Wij zijn hun nakomelingen. De overwinning werd vaak behaald tegen een grote morele prijs. Zelfs barbarij is voor sommige dingen die onze voorouders deden een veel te zwak woord.'

Murbella voelde een vertrouwde hand op haar wang. Duncan! De aanraking bracht de folterende pijn terug. Oh, Duncan! Je doet me pijn!

Door de pijn heen merkte ze gaten op in de levens die haar onthuld werden. Dingen die werden achtergehouden.

'Alleen wat je op dit moment aankunt,' zei de onbelichaamde stem. 'Anderen komen later wel... als je het overleeft.'

Selectief filter. Odrades woorden. Nood opent deuren.

De andere aanwezigheden lieten een hardnekkig gejammer horen. Klaagzangen: 'Zie je nu wat er van komt als )e het gezonde verstand negeert.'

De pijn nam toe. Ze kon er niet aan ontkomen. Elke zenuw stond in brand. Ze wilde schreeuwen, bedreigingen krijsen, om hulp smeken. Een wirwar van emoties begeleidde de pijn maar die negeerde ze. Alles vond plaats op een dunne draad van bestaan. Die draad kon knappen!

Ik ga sterven.

De draad rekte steeds verder uit. Hij zou breken! Verzet was hopeloos. Spieren wilden niet gehoorzamen. Ze had misschien wel geen spier meer over. Ze wilde ze trouwens niet eens hebben. Spieren waren pijn. Het was een hel en het zou nooit meer ophouden... zelfs niet als de draad brak. Vlammen laaiden op langs de draad en lekten aan haar bewustzijn.

Handen schudden aan haar schouders. Duncan... niet doen. Elke beweging veroorzaakte een pijn die alles wat ze ooit voor mogelijk had gehouden overtrof. Die heette met recht de Marteling.

De draad rekte niet verder uit. Hij trok weer terug, veerde in. Hij veranderde in een klein ding, een worstje van zulke buitengewone pijn dat er niets anders meer bestond. Het besef dat ze bestond werd vaag, doorschijnend... doorzichtig.

'Zie je?' klonk de stem van haar mohalata gids van ver weg.

Ik zie dingen.

Het was eigenlijk niet helemaal zien. Een verre gewaarwording van anderen. Andere worstjes. Andere Herinneringen omsloten door de huid van vergane levens. Ze strekten zich achter haar uit in een trein waarvan ze de lengte niet kon bepalen. Doorschijnende mist. Af en toe kwam er een scheur in en ving ze een glimp op van gebeurtenissen. Nee... niet de gebeurtenissen zelf. Herinnering.

'Wees getuige,' zei haar gids. 'Je ziet wat onze voorouders hebben gedaan. Ze verlagen zelfs de ergste vloek die je kunt bedenken. Voer geen verontschuldigingen aan over de eisen van de tijd! Onthou alleen: onschuldige bestaan niet!'

Afschuwelijk! Afschuwelijk!

Ze kon niets vasthouden. Alles veranderde in spiegelbeelden en mistige flarden. Ze wist dat er ergens iets heerlijks was dat ze zou kunnen verwerven.

Afwezigheid van deze Marteling.

Dat was het. Wat zou dat heerlijk zijn!

Waar is die heerlijke toestand?

Lippen raakten haar voorhoofd, haar mond. Duncan! Ze stak haar armen uit. Mijn handen zijn vrij. Haar vingers woelden door haar dat ze zich herinnerde. Dit is echt!

De foltering nam af. Pas toen besefte ze dat ze een pijn beleefd had, zo verschrikkelijk dat hij niet met woorden te beschrijven was. Marteling? Hij verzengde de ziel en goot haar in een nieuwe vorm. De ene persoon ging erin en een andere kwam eruit.

Duncan! Ze deed haar ogen open en daar was zijn gezicht vlak boven haar. Hou ik nog van hem? Hij is hier. Hij is een anker waaraan ik me in de ergste momenten vastklampte. Maar hou ik van hem? Ben ik nog steeds in evenwicht?

Geen antwoord.

Odrade zei van ergens buiten haar gezichtsveld: 'Trek haar die kleren uit. Handdoeken. Ze is drijfnat. En haal een echte mantel voor haar!'

Er klonken schuifelende geluiden en toen zei Odrade weer: 'Murbella, dat heb je op de moeilijke manier gedaan en ik ben blij dat te kunnen zeggen.'

Zo opgetogen haar stem. Waarom was ze zo blij?

Waar is het 'gevoel van verantwoordelijkheid'? Waar is de graal die ik in mijn hoofd zou moeten voelen? Geef antwoord, iemand!

Maar de vrouw achter het regelpaneel van de pendel was verdwenen.

Alleen ik ben er nog. En ik herinner me verschrikkingen die een Achtenswaarde Mater zouden doen sidderen. Op dat moment ving ze een glimp op van de graal en die was geen ding maar een vraag: Hoe moet alles in evenwicht gebracht worden?