Je kunt de geschiedenis niet kennen tenzij je weet hoe leiders meebewegen met de stromingen daarvan. Elke leider heeft buitenstaanders nodig om zijn leiderschap te handhaven. Kijk eens naar mijn loopbaan: ik was leider en buitenstaander tegelijk. Ga niet uit van de veronderstelling dat ik slechts een Kerk-Staat schiep. Dat was mijn functie als leider en ik nam historische modellen over. Barbaarse kunstuitingen uit mijn tijd ontmaskeren mij als buitenstaander. Favoriete dichtvorm: heldendichten. Algemeen geliefd toneelideaal: heldendom. Dansen: wild en losbandig. Opwekkende middelen om mensen te laten ervaren wat ik hun afnam. Wat nam ik hun af? Het recht om zelf een rol in de geschiedenis te kiezen.
Leto ii (de Dwingeland)
Vertaling Vether Bebe
Ik ga sterven! dacht Lucilla.
Alsjeblieft, lieve Zusters, laat het niet gebeuren voor ik de kostbare last die ik in mijn hoofd meevoer heb overgedragen!
Zusters!
De familiegedachte werd onder Bene Gesserit zelden geuit, maar hij bestond wel. In genetische zin waren ze inderdaad verwant. En vanwege de Andere Herinneringen wisten ze ook vaak waar. Ze hadden geen behoefte aan bijzondere benamingen als 'achternicht' of 'oudtante'. Ze zagen de verwantschappen zoals een wever zijn lap ziet. Ze wisten hoe schering en inslag het weefsel vormden. Het was het weefsel, een beter woord dan familie, van de Bene Gesserit dat de Zustergemeenschap vormde, maar het oeroude familie-instinct zorgde voor de schering.
Lucilla dacht nu nog slechts aan haar Zusters in termen van familie. De familie had wat zij meedroeg nodig.
Het was stom van me om naar Gammu te vluchten.
Maar haar beschadigde non-schip wilde niet verder strompelen. Wat waren de Achtenswaarde Matres duivels spilziek geweest! De haat die daaruit sprak maakte haar doodsbang.
Bij het uitzetten van valstrikken op de vluchtwegen rond Lampadas waren de Ruimteplooien rondom bezaaid mat kleine non-bollen, die elk een veldprojector bevatten en een las wapen dat automatisch vuurde zodra er contact gemaakt werd. Als de laser de Holzmangenerator in de non-bol trof, maakte een kettingreactie de kernenergie vrij. Zoef zo'n verraderlijk veld binnen en een verwoestende explosie walst geluidloos over je heen. Kostbaar maar doeltreffend! Genoeg van zulke explosies en zelfs een reusachtig Gildeschip zou veranderen in een door de leegte rondzwalkend wrak. Het analytische afweersysteem van haar schip had de aard van de valstrik pas onderkend toen het al te laat was, maar ze had nog geluk gehad, veronderstelde ze.
Ze voelde zich anders helemaal niet gelukkig toen ze op de bovenverdieping van deze eenzame boerderij op Gammu uit het raam keek. Het raam stond open en een middagbriesje voerde de onvermijdelijke stank van olie mee, iets smerigs in de rook van een vuur ergens buiten. De Harkonnens hadden hun olie-stempel zo stevig op deze planeet gedrukt dat het misschien wel nooit meer verdwijnen zou.
Haar contactpersoon hier was een gepensioneerde Sukdokter, maar zij kende hem als veel meer, iets dat zo geheim was dat slechts een beperkt aantal Bene Gesserit leden die kennis deelden. De kennis hoorde thuis in een bijzondere klasse: De geheimen waarover we niet spreken, zelfs niet onder elkaar, want dat zou ons schade berokkenen. De geheimen die we niet van Zuster op Zuster overdragen in het delen van levens, want er is geen open weg. De geheimen die we pas mogen kennen als een noodzaak dat vereist. Lucilla was er toevallig achter gekomen door een bedekte toespeling van Odrade.
'Weet je dat Gammu iets heel interessants heeft? Mmm, er is daar een hele gemeenschap die zich verbonden voelt op grond van het feit dat ze allemaal gewijd voedsel eten. Een gewoonte meegebracht door immigranten die nooit in de bevolking zijn opgenomen. Bemoeien zich niet met anderen, keuren huwelijken buiten de eigen groep af, dat soort gedoe. Ze geven natuurlijk aanleiding tot de gebruikelijke afgezaagde roddel: geruchten, verhalen. Dat maakt hun afzondering alleen maar groter. Precies wat ze willen.'
Lucilla kende een oeroude gemeenschap die precies aan die beschrijving voldeed. Ze was nieuwsgierig. Van de gemeenschap die zij in gedachten had werd aangenomen dat hij kort na de Tweede Ruimteverhuizing was uitgestorven. Verstandig speurwerk in het Archief scherpte haar nieuwsgierigheid nog aan. Levensstijlen, door roddel onduidelijke beschrijvingen van godsdienstige rituelen - in het bijzonder de kandelabers - en het vieren van bijzondere hoogtijdagen met een verbod op alle arbeid op die dagen. En ze zaten niet alleen op Gammu!
Op een ochtend greep Lucilla een ongebruikelijk rustige periode aan om de werkkamer binnen te stappen om de juistheid na te gaan van haar 'beredeneerde gissing', iets dat niet zo betrouwbaar was als het mentat equivalent ervan maar toch meer dan een theorie.
'Ik vermoed dat je een nieuwe opdracht voor me hebt.' 'Ik begrijp dat je een tijdje in het Archief hebt zitten snuffelen.'
'Het leek me op dit moment een nuttige bezigheid.' 'Nog verbanden gelegd?'
'Een gissing gemaakt.' Die geheime gemeenschap op Gammu - dat zijn Joden, nietwaar?
'Je zult mogelijk bijzondere informatie nodig hebben vanwege de plaats waar we je willen stationeren.' Uiterst terloops.
Lucilla liet zich zonder uitnodiging in Bellonda's stoelhond zakken.
Odrade pakte een pen, krabbelde iets op een weggooivel en reikte dat Lucilla op zo'n manier aan dat het voor de cameraogen verborgen bleef.
Lucilla begreep de wenk en boog zich over de boodschap heen terwijl ze hem dicht onder haar afschermende hoofd hield.
'Je gissing is juist. Je moet altijd de dood verkiezen boven het onthullen van dit geheim. Dat is de prijs voor hun samenwerking, een teken van groot vertrouwen.' Lucilla scheurde de boodschap in kleine snippers.
Odrade gebruikte oog- en handpalm identificatie om een deurtje in de wand achter haar rug te openen. Ze haalde er een klein ridulisch kristal uit en gaf het aan Lucilla. Het was warm maar Lucilla voelde zich verkillen. Wat kon er zo geheim zijn? Odrade draaide de veiligheidskap omhoog van onder haar werktafel en zwaaide hem in de juiste stand.
Lucilla liet met een bevende hand het kristal op zijn plaats vallen en trok de kap over haar hoofd. Ogenblikkelijk vormden zich woorden in haar geest, een spraakindruk van uitermate oude tongvallen geknipt voor herkenning: 'De mensen waarop jouw aandacht werd gericht zijn de Joden. Ze hebben eeuwen geleden een defensieve beslissing genomen. De oplossing voor herhaaldelijk terugkerende pogroms was om uit het openbare leven te verdwijnen. Ruimtevaart maakte dit niet alleen mogelijk maar ook aantrekkelijk. Ze verborgen zich op talloze planeten - hun eigen Verstrooiing - en ze hebben mogelijkerwijs planeten waarop alleen hun eigen mensen wonen. Dit betekent niet dat ze eeuwenoude praktijken hebben losgelaten waarin ze uitblonken onder druk van de noodzaak om te overleven. De oude godsdienst zal zich zeker handhaven, hoewel in een iets gewijzigde vorm. Waarschijnlijk zou een rabbi uit vroeger tijden zich niet misplaatst voelen achter de sabbatmenora van een Joods huishouden in jouw tijd. Maar ze bewaren hun geheim zo goed dat je een levenlang met een Jood zou kunnen samenwerken zonder ooit iets te vermoeden. Zij noemen het "Volledige Dekking", hoewel ze de gevaren ervan kennen.'
Lucilla nam dit zonder aarzelen aan. Wat zo geheim was zou als gevaarlijk beschouwd worden door iedereen die zelfs maar een vaag vermoeden had van het bestaan ervan. 'Waarom houden ze het anders geheim, he? Dat moet je mij eens vertellen!'
Het kristal bleef zijn geheimen in haar bewustzijn gieten: 'Als er ontdekking dreigt, hebben ze een standaardreactie klaar: "Wij zoeken de religie van onze wortels. Het is een oplevingsbeweging, gericht op het terugbrengen van de beste dingen uit ons verleden".'
Dat was voor Lucilla een bekend patroon. Er waren altijd 'mallotige reveilbewegingen'. Het zou gegarandeerd de nieuwsgierigheid grotendeels afzwakken. 'Die? O, dat zijn weer zo'n stelletje reveillisten.'
'De camouflagemethode (vervolgde het kristal) werkte niet bij ons. Wij hebben ons eigen zorgvuldig opgetekende Joodse erfgoed en een voorraad Andere Herinneringen die ons redenen te over geven voor de geheimhouding. Wij hebben de zaak ongemoeid gelaten tot ik, Moeder Superior tijdens en na de slag bij Corrin (Dat mocht met recht oud heten!), inzag dat ons genootschap behoefte had aan een geheime gemeenschap, een groep die gehoor zou geven aan onze verzoeken om hulp.'
Lucilla bespeurde een golf gezonde twijfel. Verzoeken?
De Moeder Superior van lang geleden had op die twijfel gerekend. 'Bij gelegenheid stellen wij eisen waar ze niet omheen kunnen. Maar zij stellen op hun beurt ook eisen aan ons.'
Lucilla voelde zich ondergedompeld in de mystiek van deze ondergrondse gemeenschap. Hij was meer dan ultra-geheim. Haar onhandige vragen in het Archief hadden haar voornamelijk afwijzende antwoorden opgeleverd. 'Joden? Wat is dat? O ja - een antieke sekte. Zoek zelf maar op, hoor. Wij hebben geen tijd voor nutteloos godsdienstonderzoek.'
Het kristal had nog meer over te brengen: 'Joden vinden wat zij beschouwen als pogingen van ons om hen na te doen, vermakelijk en soms ontmoedigend. Ons teeltregister, overheerst door de vrouwelijke lijn om het kruispatroon te kunnen bepalen, wordt als Joods beschouwd. Je bent alleen een Jood als je moeder een Jood was.'
Het kristal besloot met: 'De Diaspora zal niet vergeten worden. Het is onze diepste ereplicht om dit geheim te bewaren.' Lucilla duwde de kap van haar hoofd.
'Je bent een uitstekende keus voor een uiterst gevoelige opdracht op Lampadas,' had Odrade gezegd terwijl ze het kristal weer in zijn bergplaats wegsloot.
Dat is het verleden en vermoedelijk allang dood. Moet )e eens zien waar Odrades 'gevoelige opdracht' me gebracht heeft!
Vanaf haar hoge uitkijkpost in het huis op Gammu zag Lucilla dat een grote gewasdrager op het erf was aangekomen. Beneden was men druk in de weer. Van alle kanten kwamen arbeiders aanlopen met trekbakken vol groente. Ze rook de scherpe geur van sap uit versgekapte pompoenstelen.
Lucilla ging niet bij het raam weg. Haar gastheer had haar plaatselijke kleding bezorgd - een lange jurk van vaalbruin nimmerslijt en een helblauwe hoofddoek om haar zandkleurige haar onder te verstoppen. Het was belangrijk om niets te doen dat ongewenste aandacht trok. Ze had andere vrouwen naar het werk op de boerderij zien kijken. Haar aanwezigheid hier kon worden opgevat als gewone nieuwsgierigheid.
Het was een grote drager en zijn suspensiegenerators zwoegden onder de last van de gewassen die al hoog opgestapeld lagen in de gescheiden compartimenten. De bestuurder stond in een doorzichtige cabine aan de voorkant, zijn handen op de stuurknuppel en zijn blik recht vooruit. Hij stond met zijn benen wijd en leunde tegen het netwerk van hellende steunen zodat hij met zijn linkerheup de energietoevoer kon bedienen. Het was een forse kerel met een donker gezicht vol diepe rimpels en grijzend haar. Zijn lijf was een verlengstuk van het mechanisme toen hij het logge gevaarte in beweging zette. In het voorbijgaan keek hij omhoog naar Lucilla en daarna meteen weer omlaag naar het pad, naar het brede laadterrein begrensd door lage gebouwen.
Met zijn machine vergroeid, dacht ze. Dat zei toch wel iets over de manier waarop mensen aangepast raakten aan de dingen die ze deden. Lucilla bespeurde een verzwakkende invloed in deze gedachte. Als je je te veel aan een enkel ding aanpaste, gingen andere vaardigheden verloren. We worden wat we doen.
Ineens zag ze zichzelf ook als een bestuurder van een of andere grote machine, niet verschillend van die man op die drager.
De grote machine draaide onder haar raam het erf af zonder dat de bestuurder haar nog een blik gunde. Hij had haar al gezien. Waarom zou hij nog een keer kijken?
Haar gastheren hadden met deze schuilplaats een wijze keus gedaan, bedacht ze. Een schaars bevolkt gebied met betrouwbare arbeiders in de naaste omgeving en voorbijgangers met weinig nieuwsgierigheid. Hard werk stompte nieuwsgierigheid af. Het karakter van de streek was haar al opgevallen toen ze hierheen werd gebracht. De avond was net gevallen en de mensen sjokten al op huis aan. Je kon de bevolkingsdichtheid van een streek opmaken uit het tijdstip waarop het werk werd stilgelegd. Vroeg naar bed en je bevond je in een dun bevolkt gebied. Nachtelijke activiteit duidde erop dat mensen onrustig bleven, zenuwachtig door een innerlijk besef van te nabije actieve en vibrerende anderen.
Wat heeft me in deze beschouwende stemming gebracht?
Toen de Zusters zich nog maar pas hadden teruggetrokken voor de ergste aanvallen van de Achtenswaarde Matres, had Lucilla aanvankelijk nogal moeite gehad om er echt van overtuigd te raken dat 'er daarbuiten iemand jacht op ons maakt die erop uit is om ons te doden'.
Pogrom! Zo had de Rabbi het genoemd voor hij vanmorgen vertrok. 'Om te zien wat ik voor u kan doen.'
Ze wist dat de Rabbi zijn woord had gekozen uit een lange bittere voorgeschiedenis, maar sinds haar eerste kennismaking met Gammu van voor deze pogrom had Lucilla zich niet meer zo benard gevoeld door omstandigheden die ze niet in de hand had.
Toen was ik ook op de vlucht.
De huidige situatie van de Bene Gesserit vertoonde bepaalde overeenkomsten met wat ze onder de Dwingeland te verduren hadden gehad, behalve dan dat de God-Keizer duidelijk (achteraf beschouwd) nooit van plan was geweest om de Bene Gesserit uit te roeien, maar alleen om haar te overheersen. En geheerst had hij!
Waar blijft die vervloekte Rabbi?
Hij was een grote, gespannen man met een ouderwetse bril. Een breed gezicht, gebruind door veel zon. Weinig (rimpels in weerwil van zijn hoge leeftijd die ze uit zijn stem en uit zijn bewegingen kon afleiden. De bril dwong de blik naar diepliggende bruine ogen die haar met een eigenaardige felheid aankeken.
'Achtenswaarde Matres,' had hij gezegd (hier in deze zelfde kale bovenkamer) toen ze haar positie uiteenzette. 'O jee! Dat is moeilijk.'
Lucilla had dat antwoord verwacht en, wat meer zei, ze zag dat hij dat wist.
'Er is een Gildenavigator op Gammu die helpt om u op te sporen,' zei hij. 'Het is een van de Edrics, zeer machtig, heb ik gehoord.'
'Ik heb Siona-bloed. Hij kan me niet zien.'
'Mij ook niet en geen van mijn mensen, en om dezelfde reden. Wij Joden weten ons aan vele noodzaken aan te passen, weet u.'
'Deze Edric is een loos gebaar,' zei ze. 'Hij kan weinig doen.'
'Maar ze hebben hem hierheen gehaald. Ik ben bang dat we u op geen enkele manier veilig van de planeet kunnen weg krijgen.'
'Wat kunnen we dan doen?'
'We zullen zien. Mijn mensen zijn niet helemaal hulpeloos, begrijpt u?'
Ze herkende oprechte bezorgdheid voor haar veiligheid. Hij sprak kalm over het weerstaan van de seksuele verlokkingen van Achtenswaarde Matres, 'heel onopvallend om hen niet te prikkelen'.
'Ik zal eens wat in een paar oren gaan fluisteren,' zei hij.
Daar voelde ze zich vreemd door gesterkt. In handen vallen van de medische beroepen had vaak iets kil afstandelijks en wreeds. Ze stelde zich gerust met de wetenschap dat Suks geconditioneerd waren om je behoeften in de gaten te houden, met je mee te leven en je te steunen. (Al die dingen die er in noodsituaties bij kunnen inschieten.)
Ze richtte haar inspanningen op het terugkrijgen van haar kalmte en dacht aan de persoonlijke mantra die ze zich had verworven tijdens haar 'eenzame dood opleiding'.
Als ik moet sterven, moet ik een transcendentale les doorgeven. Ik moet met klare rust uit het leven stappen.
Dat hielp, maar ze bleef zich onrustig voelen. De Rabbi was al te lang weg. Er was iets mis.
Was het wel verstandig om hem te vertrouwen?
Ondanks een toenemend gevoel van onheil dwong Lucilla zichzelf om de Bene Gesserit naiviteit aan te nemen terwijl ze haar ontmoeting met de Rabbi nog eens doornam. Haar Proctors hadden dit 'de onschuld die van nature gepaard gaat met onervarenheid, een toestand die vaak wordt verward met onnozelheid' genoemd. In deze toestand van naiviteit was alles in voortdurende beweging. Het had veel weg van het opereren van een mentat. Gegevens invoeren zonder vooroordelen. 'Je bent een spiegel waarin het heelal wordt weerkaatst. Dat spiegelbeeld is alles wat je ervaart. Je zinnen spuien beelden. Gissingen dienen zich aan. Belangrijk zelfs als ze mis zijn. Dit is het ene uitzonderingsgeval waarin meerdere missers betrouwbare beslissingen kunnen opleveren.'
'Wij zijn jullie dienstwillige dienaren,' had de Rabbi gezegd. Dat wekte gegarandeerd de achterdocht van een Eerwaarde Moeder.
De uitleg van Odrades kristal leek plotseling erg ontoereikend. Het is bijna altijd winstbejag. Ze aanvaardde dit als cynisch maar afkomstig uit een reusachtige schat aan ervaring. Pogingen om het uit menselijk gedrag uit te bannen liepen altijd stuk op de klippen van de praktijk. Socialiserende en communistische systemen veranderden alleen de eenheid waarin de winst werd geteld. Enorme bestuursbureaucratieen - de eenheid was macht.
Lucilla hield zichzelf voor dat de verschijningsvormen altijd dezelfde waren. Kijk maar eens naar de uitgestrekte boerderij van deze Rabbi! Een aardige bezigheid voor een Suk in ruste? Ze had een glimp opgevangen van wat er achter het bedrijf schuilging: bedienden, weelderiger vertrekken. Er was vast meer. Wat voor systeem ook, het kwam altijd op hetzelfde neer: het beste voedsel, mooie minnaars, onbeperkt reizen, fantastische vakantieverblijven.
Het wordt erg vermoeiend als je het zo vaak hebt gezien als wij.
Ze wist dat haar gedachten van de hak op de tak sprongen maar ze voelde zich niet bij machte om het te verhinderen. Voortbestaan. De grondslag van het vraagstelsel is altijd voortbestaan. En ik bedreig het voortbestaan van de Rabbi en zijn mensen.
Hij had kruiperig tegen haar gedaan. Wees altijd op je hoede voor mensen die ons vleien, die zich koesteren aan al die macht die wij verondersteld worden te bezitten. Wat vleiend om grote meutes dienaren aan te treffen die branden van verlangen om je wensen te vervullen! Wat ontzettend verzwakkend-
De vergissing van Achtenswaarde Matres.
Waardoor wordt de Rabbi opgehouden?
Was hij aan het kijken hoeveel hij voor Eerwaarde Moeder Lucilla kon krijgen?
Beneden viel een deur met zo'n klap dicht dat de vloer onder haar voeten ervan trilde. Ze hoorde gehaaste voetstappen op een trap. Wat waren deze mensen primitief. Trappen! Lucilla draaide zich om toen de deur openging. De Rabbi stapte naar binnen en bracht een geur van melange mee. Hij bleef bij de deur staan om haar stemming te peilen.
'Vergeef me dat ik zo laat ben, lieve mevrouw. Ik werd voor een verhoor opgeroepen door Edric, de Gildenavigator.'
Dat verklaarde de speciegeur. Navigators baadden continu in het oranje melangegas en hun gelaatstrekken waren vaak maar vaag zichtbaar door de damp. Lucilla zag het V-vormige mondje en de lelijke oliebol van een neus van de Navigator zo voor zich. Mond en neus leken klein op het reusachtige gezicht van een Navigator met zijn pulserende slapen. Ze wist hoe bedreigd de Rabbi zich gevoeld moest hebben onder het gedwongen luisteren naar het zangerige gejammer van de stem van de Navigator met zijn mechanische simultaanvertaling in onpersoonlijk Galach.
'Wat wilde hij?'
'U.'
'Heeft hij...' 46
'Hij heeft geen zekerheid, maar ik ben ervan overtuigd dat hij ons verdenkt. Hoewel, hij verdenkt iedereen.' 'Hebben ze u gevolgd?'
'Niet nodig. Ze kunnen me zo vinden als ze me nodig hebben.' 'Wat zullen we doen?' Ze wist dat ze veel te snel en veel te luid praatte.
'Lieve mevrouw...' Hij kwam drie stappen dichterbij en ze zag de zweetdruppels op zijn voorhoofd en zijn neus. Angst. Ze kon het ruiken.
'Nou, zegt u het eens.'
'Het economische inzicht achter de handelingen van de Achtenswaarde Matres - wij vinden ze heel interessant.'
Zijn woorden deden haar angst uitkristalliseren. Ik wist het! Hij verraadt me!
'Zoals jullie Eerwaarde Moeders heel goed weten zitten er altijd gaten in economische stelsels.'
'Ja?' Uiterst achterdochtig.
'Onvolledige onderdrukking van de handel in een of ander artikel doet altijd de winst van de kooplieden toenemen, vooral de winst van de oudere verkopers.' Zijn stem stokte waarschuwend. 'Dat is ook de fout in de gedachte dat je ongewenste narcotica onder controle kunt houden als je ze aan je grenzen tegenhoudt.'
Wat probeerde hij haar te vertellen? Zijn woorden beschreven elementaire feiten die zelfs leerlingen kenden. Verhoogde winsten werden altijd gebruikt om veilige routes langs de grensbewaking te kopen, vaak door de bewakers zelf om te kopen.
Heeft hij dienaren van de Achtenswaarde Matres omgekocht? Hij denkt toch zeker niet dat hij dat ongestraft kan doen?
Ze wachtte tot hij zijn gedachten had gerangschikt. Hij was kennelijk op zoek naar een formulering die volgens hem de meeste kans liep om voor haar aanvaardbaar te zijn.
Waarom richtte hij haar aandacht op grensbewakers? Want dat had hij toch gedaan. Bewakers hadden natuurlijk altijd onmiddellijk een redelijke verklaring bij de hand voor hun verraad jegens hun meerderen. 'Als ik het niet doe, doet iemand anders het wel.'
Ze durfde een sprankje hoop te voelen.
De Rabbi schraapte zijn keel. Het was duidelijk dat hij de gezochte woorden had gevonden en ze in de juiste volgorde had geplaatst.
'Ik ben van mening dat er geen manier is om u levend van Gammu weg te krijgen.'
Zo'n botte veroordeling had ze niet verwacht. 'Maar de...'
'De informatie die u meedraagt, is echter een heel andere zaak,' zei hij.
Dat stak er dus achter al dat aandacht richten op grenzen en bewakers!
'U begrijpt het niet, Rabbi. Mijn informatie bestaat niet gewoon maar uit een paar woorden en wat waarschuwingen.' Ze tikte met haar vinger tegen haar voorhoofd. 'Hierin zitten een heleboel kostbare levens, stuk voor stuk onvervangbare ervaringen, kennis zo belangrijk dat -'
'Ach, maar dat begrijp ik best, lieve mevrouw. Ons probleem is dat u het niet begrijpt.'
Altijd die verwijzingen naar begrip!
'Het is uw eer waarvan ik op dit moment afhankelijk ben,' zei hij.
Aha, de legendarische eerlijkheid en betrouwbaarheid van de Bene Gesserit als wij ons woord gegeven hebben!
'U weet dat ik liever zal sterven dan u te verraden,' zei ze.
Hij spreidde de vingers van allebei zijn handen in een tamelijk hulpeloos gebaar. 'Daar heb ik het volste vertrouwen in, lieve mevrouw. Het gaat hier niet om verraad, maar om iets dat we uw Zusters nooit eerder verteld hebben.'
'Wat probeert u me te vertellen?' Tamelijk gebiedend, bijna met Stem. (Er was haar trouwens op het hart gedrukt om het niet te wagen die tegen deze Joden te gebruiken.)
'Ik moet een belofte van u krijgen. Ik moet uw woord hebben dat u zich niet tegen ons zult keren om wat ik u zal onthullen. U moet beloven om mijn oplossing voor ons dilemma te aanvaarden.'
'Ongezien?'
'Uitsluitend omdat ik dat van u verlang en u verzeker dat wij onze verplichtingen aan uw Zusters gewetensvol nakomen.'
Ze staarde hem boos aan en probeerde door de barriere heen te kijken die hij tussen hen had opgetrokken. Zijn oppervlakkige reacties waren duidelijk leesbaar, maar niet het geheimzinnige ding achter zijn onverwachte gedrag.
De Rabbi wachtte tot deze geduchte vrouw haar beslissing zou nemen. Eerwaarde Moeders maakten hem altijd een beetje onzeker. Hij wist wat haar beslissing moest zijn en had medelijden met haar. Hij zag dat ze zijn medelijden uit zijn gezicht kon aflezen. Ze wisten zo veel en zo weinig. Hun vermogens waren overduidelijk. En hun kennis van Geheim Israel zo gevaarlijk!
Toch zijn we hun dit verschuldigd. Ze is niet een van de Uitverkorenen, maar een schuld is een schuld. Eer is eer. Waarheid is waarheid.
De Bene Gesserit had Geheim Israel behoed in menig benard moment. En een pogrom was iets dat zijn mensen begrepen zonder wijdlopige uitleg. Het begrip pogrom was verankerd in de ziel van Geheim Israel. En dankzij het Onzegbare, zou het uitverkoren volk het nooit vergeten. Net zo min als ze het konden vergeven.
De herinnering die levend werd gehouden in een dagelijks ritueel (periodiek benadrukt in gemeenschappelijk delen) gaf een heilige gloed aan wat de Rabbi meende te moeten doen. En deze arme vrouw! Zij zat ook in de val van herinneringen en omstandigheden.
De kookpot in! Wij allebei!
'U heeft mijn woord,' zei Lucilla.
De Rabbi liep terug naar de enige deur in het vertrek en opende hem. Daar stond een oudere vrouw in een lange bruine jurk. Op een wenk van de Rabbi stapte ze over de drempel. Haar met de kleur van oud drijfhout keurig achterin haar hals in een knot gedraaid. Ingevallen, gerimpeld gezicht, donker als een gedroogde amandel. Maar de ogen! Volledig blauw! En die stalen hardheid erin...
'Dit is Rebecca, een van onze mensen,' zei de Rabbi. 'Zoals u vast wel kunt zien heeft zij iets heel gevaarlijks gedaan.' 'De Marteling,' fluisterde Lucilla.
'Ze heeft het lang geleden gedaan en ze dient ons goed. Nu zal ze u dienen.'
Lucilla moest zekerheid hebben. 'Kunt u Delen?'
'Ik heb het nooit gedaan mevrouw, maar ik weet ervan.' Onder het praten was Rebecca naar Lucilla toegelopen en ze stond pas stil toen ze elkaar bijna raakten.
Ze bogen zich naar elkaar toe tot hun voorhoofden contact maakten. Hun handen kwamen tastend omhoog en grepen de aangeboden schouders.
Toen hun geesten elkaar ontmoetten, stuurde Lucilla een dwingende gedachte uit: 'Dit moet mijn Zusters bereiken!' 'Dat beloof ik u, lieve mevrouw.'
Bedrog was niet mogelijk in deze volledige menging der geesten, deze uiterste openheid gevoed door de dreiging van een zekere dood of door de giftige melange-essence die de oude Vrijmans zo terecht 'de kleine dood' noemden. Lucilla aanvaardde Rebecca's belofte. Deze wilde Eerwaarde Moeder van de Joden stond borg met haar leven. Nog iets anders! Lucilla hijgde van schrik toen ze het zag. De Rabbi was van plan haar aan de Achtenswaarde Matres te verkopen. De bestuurder van de gewasdrager was een van hun handlangers geweest die kwam natrekken of er inderdaad een vrouw die aan Lucilla's beschrijving voldeed op de boerderij verbleef.
Rebecca's openheid liet Lucilla geen vrijheid: 'Het is de enige manier om onszelf te redden en onze geloofwaardigheid te handhaven.'
Daarom had de Rabbi haar aan bewakers en aan handelaren in macht doen denken! Slim, slim. En ik neem het aan, zoals hij al wist.