Kom!

Laat het op de oude wijze verteld worden

De dansers komen bijeen

Betreed met hen de winterse duisternis

Betreed de tijd voor het begin

Betreed de door vuur verlichte grot die de schoot der verbeelding is

Hier leeft mijn verhaal

Kom!

Betreed dit onderkomen van woorden in de wildernis

Mijn verhaal bevindt zich daarbinnen

Zijn vuur brandt gestaag en heet

De vonken zijn geslagen met goed vuursteen

Het vuur is aangemaakt met de versplinterde beenderen van

mens en beer en wolf

Van splinters narwalhoorn en mammoetslagtand

Van veren geplukt uit de vleugels van de laatste alk

En van de verwaaide haren van de wilde vrouw

Die hand in hand durfde lopen met Windigo, Grote Geest

Kannibaal van het Noorden

Kom!

Mijn verhaal wacht

Tussen sluiers van winternevel en rendiermos

Het is even oud als de beenderen die het verbrandt

Maar nog immer bevat het bloed en vet en merg

Geniet van de komende wonderen

Mijn verhaal spreekt

De winterdans begint

Betreed de tijd voor het begin

Kom!