18 THANKSGIVING

 

 

 

Toen Luce door de voordeur liep van het huis van haar ouders in Thunderbolt, was alles nog precies bij het oude: de kapstok in de hal zag er nog steeds uit alsof hij onder het gewicht van te veel jassen zou omvallen. De geur van wasmiddel en meubelspray gaven je het gevoel dat het huis schoner was dan daadwerkelijk het geval was. De gebloemde bank in de woonkamer was verschoten van de ochtendzon die door de gordijnen viel. Op de salontafel lag een stapel woonbladen met theevlekken erop, met kassabonnetjes tussen de favoriete pagina’s, voor de verre toekomst waarin de droom van haar ouders uitkwam, de hypotheek was afbetaald en ze eindelijk wat geld overhielden voor een nieuwe inrichting. Andrew, de hysterische dwergpoedel van haar moeder, dribbelde naar hen toe om de gasten te besnuffelen en Luce’ enkel een vertrouwde knauw te geven.

Luce’ vader zette haar weekendtas in de hal en legde zijn arm ontspannen om haar schouder. Luce keek naar hen tweeën in de smalle spiegel: vader en dochter.

Toen hij haar een kus op de kruin van haar weer zwarte haar gaf, gleed zijn montuurloze bril over zijn neus omlaag. ‘Welkom thuis, Lucie,’ zei hij. ‘We hebben je gemist.’

Luce deed haar ogen dicht. ‘Ik jullie ook.’ Het was voor het eerst in weken dat ze niet tegen haar ouders hoefde te liegen.

Het was warm in huis en er hingen allerlei bedwelmende Thanksgiving-geuren. Ze snoof ze diep op en zag meteen elk in folie gewikkeld gerecht voor zich dat in de oven op temperatuur werd gehouden. Gebraden kalkoen met champignonvulling – specialiteit van haar vader. Appel-cranberrysaus, brosse broodjes en genoeg pompoen-pecannotentaart – van haar moeder – om heel Georgia te eten te geven. Ze was vermoedelijk de hele week al aan het koken.

Luce’ moeder pakte haar polsen vast. Haar lichtbruine ogen waren aan de randen wat vochtig. ‘Hoe gaat het met je, Luce?’ vroeg ze. ‘Is alles goed met je?’

Het was zo’n opluchting om thuis te zijn dat Luce zelf ook haar ogen vochtig voelde worden. Ze knikte en nestelde zich in de armen van haar moeder.

Het donkere haar van haar moeder, dat tot op kaakhoogte hing, was geföhnd en met haarlak bespoten, alsof ze de dag ervoor naar de kapper was geweest. En, haar kennende, was dat waarschijnlijk ook zo. Ze zag er jonger en knapper uit dan Luce zich herinnerde. Vergeleken met de bejaarde ouders die ze in Mount Shasta geprobeerd had te bezoeken – en zelfs vergeleken met Vera – maakte de moeder van Luce een blije en levendige indruk, niet aangetast door verdriet.

Dat kwam omdat ze nooit had hoeven meemaken wat de anderen hadden meegemaakt – die waren namelijk een dochter kwijtgeraakt. Die waren Luce kwijtgeraakt. Haar ouders hadden hun hele leven om haar laten draaien. Ze zouden er kapot aan gaan als zij doodging.

Ze mocht niet sterven zoals ze in het verleden had gedaan. Ze mocht het leven van haar ouders dit keer niet verwoesten, niet nu ze veel meer over haar verleden wist. Ze zou alles doen wat nodig was om te zorgen dat zij gelukkig bleven.

Haar moeder pakte de jassen en mutsen van de andere vier jongelui aan die in haar hal stonden. ‘Ik hoop dat je vrienden lekkere trek hebben meegebracht.’

Shelby wees met haar duim naar Miles. ‘Weet wat u doet als u die wens uitspreekt.’

Het was typisch iets voor Luce’ ouders om het helemaal niet erg te vinden als er op het laatste moment nog een auto vol gasten voor hun Thanksgiving-diner arriveerde.

Toen de Chrysler New Yorker van haar vader vlak voor twaalf uur die middag de hoge smeedijzeren hekken van Zwaard & Kruis door was gereden, had Luce al op hem staan wachten. Ze had de hele nacht geen oog dichtgedaan. Het was heel vreemd geweest om weer terug te zijn op Zwaard & Kruis en ze was zenuwachtig over het bonte gezelschap voor Thanksgiving de dag erna, en daardoor had ze niet tot rust kunnen komen.

Gelukkig was de ochtend zonder incidenten verlopen. Nadat ze haar vader de langste, stevigste knuffel van haar leven had gegeven, had ze gezegd dat een paar van haar vrienden op deze feestdag nergens naartoe konden.

Vijf minuten later zat iedereen in de auto.

Nu liepen ze door het huis waar Luce was opgegroeid, pakten ze ingelijste foto’s op van haar in allerlei verschillende ongemakkelijke leeftijden, keken ze door dezelfde tuindeuren naar buiten waardoor zij al meer dan tien jaar boven haar kom ontbijtgranen naar buiten had gestaard. Het was een beetje onwerkelijk. Arriane stormde de keuken in om haar moeder te helpen slagroom te kloppen en Miles vuurde allerlei vragen op haar vader af over de reusachtige telescoop in zijn werkkamer. Luce voelde zich gloeien van trots omdat iedereen zich bij haar ouders zo thuis kon voelen.

Toen ze een auto buiten hoorde toeteren, schrok ze op.

Ze ging op de doorgezakte bank zitten en tilde een lamel van de luxaflex omhoog. Voor de deur stond een rood-met-witte taxi stationair te draaien, waarbij hij zijn uitlaatdampen de koude najaarslucht in hoestte. De ramen waren getint, maar er kon maar één iemand in zitten.

Callie.

Door het achterportier kwam een van Callies roodleren knielaarzen naar buiten en die plantte zich op het trottoir. Een tel later verscheen het hartvormige gezicht van Luce’ beste vriendin in beeld. Callies porseleinen huid zag rood, haar kastanjebruine haar was korter en in een mooie schuine lijn tot vlak op haar kaaklijn geknipt. Haar lichtblauwe ogen glinsterden. Om de een of andere reden keek ze telkens weer de taxi in.

‘Waar kijk je naar?’ vroeg Shelby, en ze trok nog een lamel omhoog om ook te kijken. Roland kwam aan de andere kant van Luce zitten en keek ook naar buiten.

Net op tijd om Daniël uit de taxi te zien glijden.

Gevolgd door Cam, die voorin had gezeten.

Luce hield haar adem in toen ze hen zag.

De jongens droegen allebei een lange donkere jas, net zoals de jassen die ze aan het water hadden gedragen in het tafereel dat ze in de Verkondiger had gezien. Hun haar glansde in de zon. En even, heel even, wist Luce weer waarom ze zich op Zwaard & Kruis aanvankelijk tot hen allebei aangetrokken had gevoeld. Omdat ze mooi waren. Dat viel niet te ontkennen. Onwerkelijk, onnatuurlijk prachtig.

Maar wat deden ze hier in vredesnaam?

‘Precies op tijd,’ mompelde Roland.

Aan haar andere kant vroeg Shelby: ‘Wie heeft hen uitgenodigd?’

‘Dat vraag ik me ook af,’ zei Luce, maar ze zwijmelde onwillekeurig toch een beetje toen ze Daniël zag. Ook al liep het helemaal niet tussen hen.

‘Luce.’ Roland grinnikte toen hij zag hoe ze naar Daniël zat te staren. ‘Moet je niet gaan opendoen?’

Er werd aangebeld.

‘Is dat Callie?’ riep Luce’ moeder uit de keuken boven het gesnor van de elektrische mixer uit.

‘Ik ga al!’ riep Luce terug, en ze voelde hoe een koude pijn zich door haar borst verspreidde. Natuurlijk wilde ze Callie graag zien. Maar ze realiseerde zich dat haar honger naar Daniël het won van haar blijdschap over het weerzien met haar beste vriendin. Haar honger om hem aan te raken, hem vast te houden en zijn geur in te ademen. Om hem aan haar ouders voor te stellen.

Zij zouden het toch wel kunnen zien? Zij zouden toch wel zien dat Luce degene had gevonden die haar leven voor altijd veranderd had?

Ze deed de deur open.

‘Fijne Thanksgiving!’ zei een hoge stem met trekkerig zuidelijk accent. Luce moest een paar keer met haar ogen knipperen voor haar brein de link legde met datgene wat ze zag.

Voor de deur stond Gaby, de mooiste en best gemanierde engel op Zwaard & Kruis, in een roze mohairjurkje. Haar blonde haar zat in een prachtige wirwar van vlechtjes, die in kleine toefjes boven op haar hoofd waren vastgespeld. Haar huid had een mooie zachte gloed – een beetje zoals Francesca. In haar ene hand had ze een bos witte gladiolen en in haar andere een beslagen beker ijs.

Naast haar stond de demon Molly Zane, wier geblondeerde haar nu een bruine uitgroei vertoonde. Haar gescheurde zwarte spijkerbroek paste goed bij haar gerafelde zwarte trui, alsof ze nog steeds de kledingvoorschriften van Zwaard & Kruis volgde. Haar gezichtspiercings waren sinds de vorige keer dat Luce haar had gezien verveelvoudigd. Ze hield een kleine zwarte smeedijzeren ketel in de holte van haar arm. Ze keek Luce fronsend aan.

Luce zag de anderen het lange bochtige pad op lopen. Daniël had Callies koffer op zijn schouder gehesen, maar Cam was degene die zich glimlachend naar haar toe boog en met zijn hand op Callies rechteronderarm tegen haar liep te kletsen. Ze leek niet te weten of ze nu een beetje zenuwachtig of echt helemaal in haar nopjes moest zijn.

‘We waren in de buurt,’ zei Gaby stralend, en ze stak Luce de bloemen toe. ‘Ik heb zelf vanilleijs gemaakt en Molly heeft een voorgerecht meegebracht.’

‘Duivelse garnalen.’ Molly haalde het deksel van de pan en Luce rook een kruidige knoflookbouillon. ‘Familierecept.’ Molly deed het deksel er weer met een klap op en liep toen langs Luce de hal in. Daarbij struikelde ze over Shelby.

‘Na u,’ zeiden ze allebei op hetzelfde moment heel knorrig, terwijl ze elkaar argwanend opnamen.

‘O, mooi zo.’ Gaby boog zich naar Luce toe om haar te omhelzen. ‘Molly heeft al een vriendin gemaakt.’

Roland nam Gaby mee naar de keuken en Luce kreeg eindelijk Callie te zien. Toen ze elkaar in de ogen keken, kregen ze allebei onwillekeurig een grijns op hun gezicht en renden ze naar elkaar toe.

Callie kwam zo hard tegen haar aan dat het Luce de adem benam, maar dat was niet erg. Ze sloegen hun armen om elkaar heen en begroeven hun gezicht in elkaars haar. Ze lachten zoals je alleen lacht als je een heel goede vriendin na veel te lange tijd weer ziet.

Luce maakte zich met tegenzin los en draaide zich om naar de twee jongens die een paar meter verderop stonden. Cam zag eruit zoals altijd: beheerst en op zijn gemak, gladjes en knap.

Maar Daniël zag er ongemakkelijk uit, en daar had hij alle reden voor. Ze hadden elkaar niet gesproken sinds hij gezien had dat zij met Miles zoende, en nu stonden ze daar samen met Luce’ beste vriendin en Daniëls voormalige vijand annex… nou ja, wat Cam nu ook voor Daniël mocht zijn.

Maar…

Daniël was bij haar thuis. Binnen gehoorafstand van haar ouders. Zouden zij kwaad worden als ze wisten wie hij in werkelijkheid was? Hoe moest ze de jongen voorstellen die er verantwoordelijk voor was dat zij al duizend keer was doodgegaan, tot wie ze zich bijna altijd als een magneet aangetrokken voelde, die onmogelijk, ontwijkend, gesloten en soms zelfs gemeen was, wiens liefde ze niet begreep, die met de duivel samenwerkte, godbetert, en die haar – als hij dacht dat het een goed idee was om hier onuitgenodigd met die demon te verschijnen – misschien wel helemaal niet zo goed kende?

‘Wat doen jullie hier?’ Haar stem klonk gortdroog, want ze kon niet met Daniël praten zonder zich ook tot Cam te richten, en ze kon niet met Cam praten zonder hem iets zwaars naar zijn hoofd te willen smijten.

Cam nam als eerste het woord. ‘Jij ook een fijne Thanksgiving. We hoorden dat we vandaag echt hier moesten zijn.’

‘We kwamen je vriendin hier op het vliegveld tegen,’ zei Daniël erachteraan. Hij sprak op de vlakke toon die hij altijd bezigde als hij met Luce in het openbaar was. Die was formeler, en daardoor verlangde ze er hevig naar om met hem alleen te zijn, zodat ze gewoon zichzelf konden zijn. En zodat ze hem bij de revers van zijn stomme jas kon vastpakken en door elkaar kon schudden tot hij alles uitlegde. Dit had nu wel lang genoeg geduurd.

‘We raakten aan de praat en hebben een taxi gedeeld,’ vertelde Cam verder met een knipoog naar Callie.

Callie glimlachte naar Luce. ‘En ik maar denken dat het een intiem gezelschap in huize Price zou zijn. Dit is veel leuker. Nu krijg ik alle ins en outs te horen.’

Luce voelde dat haar vriendin haar onderzoekend aankeek in de hoop erachter te komen wat er met deze twee jongens speelde. Thanksgiving zou echt binnen een mum van tijd heel ongemakkelijk worden. Zo hoorde het helemaal niet te gaan.

‘De kalkoen is klaar!’ riep haar moeder vanuit de deuropening. Toen ze zag hoeveel mensen er buiten stonden, ging haar glimlach over in een niet-begrijpende grijns. ‘Luce? Wat is er aan de hand?’ Haar oude groen-met-wit gestreepte schort zat om haar middel geknoopt.

‘Mam,’ zei Luce gebarend, ‘dit zijn Callie, Cam en…’ Ze wilde Daniël aanraken, het maakte niet uit waar, gewoon om haar moeder te laten weten dat hij bijzonder was, dat hij het voor haar was. Ook om hem te laten weten dat ze nog van hem hield, dat tussen hen alles goedkwam. Maar ze kon het niet. Ze stond daar maar. ‘… Daniël.’

‘Oké.’ Haar moeder keek de nieuwkomers om de beurt met half toegeknepen ogen aan. ‘Nou, eh… welkom. Luce, schat, kan ik even met je praten?’

Luce liep naar haar moeder, bij de voordeur, en stak een vinger naar Callie op om haar te laten weten dat ze zo terug was. Ze liep achter haar moeder aan de hal in, de schemerige gang in waar foto’s uit Luce’ jeugd hingen, en de knusse slaapkamer van haar ouders in, waar een schemerlamp brandde. Haar moeder ging op de witte sprei zitten en sloeg haar armen over elkaar. ‘Moet je me soms iets vertellen?’

‘Mam, het spijt me ontzettend,’ zei Luce, en ze zeeg neer op het bed.

‘Ik wil niemand voor een Thanksgiving-maaltijd buitensluiten, maar vind je niet dat we ergens een grens moeten trekken? Was één auto vol onverwachte gasten niet genoeg?’

‘Ja, natuurlijk, je hebt gelijk,’ zei Luce. ‘Ik heb die mensen allemaal niet uitgenodigd. Ik ben net zo verbaasd als jij dat ze hier plotseling op de stoep staan.’

‘Ik heb al zo weinig tijd met je. We vinden het heel leuk om je vrienden te ontmoeten, Luce,’ zei haar moeder, terwijl ze haar over haar haar aaide, ‘maar we vinden het nog belangrijker om samen met jou te zijn.’

‘Ik weet dat dit een enorme belasting is, maar, mam’ – Luce draaide haar wang tegen de handpalm van haar moeder – ‘hij is niet zomaar iemand. Daniël. Ik wist niet dat hij zou komen, maar nu hij er is heb ik deze tijd met hem net zo hard nodig als die met papa en jou. Begrijp je dat?’

‘Daniël?’ herhaalde haar moeder. ‘Die knappe blonde jongen? Zijn jullie…’

‘We houden van elkaar.’ Om de een of andere reden beefde Luce. Ze had zo haar twijfels over hun relatie gehad, maar nu ze hardop tegen haar moeder zei dat ze van Daniël hield, leek het pas echt waar. Ze besefte dat ze ondanks alles zielsveel van hem hield.

‘Aha.’ Toen haar moeder knikte, bleven haar met haarlak bespoten bruine krullen precies op hun plaats. Ze glimlachte. ‘Nou, we kunnen moeilijk iedereen de deur uitzetten behalve hem, hè?’

‘Dank je wel, mam.’

‘Bedank je vader ook maar. En, liefje? De volgende keer wil ik het graag iets langer van tevoren weten. Als ik geweten had dat je “hem” mee naar huis nam, zou ik je babyalbum van zolder hebben gehaald.’ Ze knipoogde en gaf Luce een kus op haar wang.

 

Toen Luce weer in de woonkamer was, liep ze als eerste Daniël tegen het lijf.

‘Fijn dat je uiteindelijk toch naar je ouders kon,’ zei hij.

‘Ik hoop dat je niet boos op Daniël bent omdat hij mij heeft meegenomen,’ kwam Cam tussenbeide, en Luce speurde naar hooghartigheid in zijn stem, maar hoorde die niet. ‘Jullie hadden ongetwijfeld liever gehad dat ik er niet bij was, maar’ – hij keek naar Daniël – ‘afspraak is afspraak.’

‘Dat zal best,’ zei Luce koeltjes.

Daniëls gezicht verried niets. Totdat het betrok. Miles was vanuit de eetkamer binnengekomen.

‘Eh… je vader gaat zo een toost uitbrengen.’ Miles hield zijn ogen zodanig op Luce gericht dat ze de indruk had dat hij vooral Daniëls doordringende blik probeerde te ontwijken. ‘Ik moet van je moeder vragen waar je wilt zitten.’

‘O, dat maakt niet uit. Naast Callie misschien?’ Luce voelde een lichte paniek opkomen toen ze aan alle andere gasten dacht en aan de noodzaak om die zo ver mogelijk bij elkaar uit de buurt te houden. En aan Molly, die bij zo ongeveer iedereen uit de buurt moest blijven. ‘Ik had een tafelschikking moeten bedenken.’

Roland en Arriane hadden de handen uit de mouwen gestoken en de kaarttafel aan het eind van de eettafel aangeschoven, zodat het banket zich nu tot in de woonkamer uitstrekte. Iemand had een goud-met-wit tafelkleed neergelegd, en haar ouders hadden zelfs hun huwelijksservies uit de kast gehaald. Er werden kaarsen aangestoken en waterglazen gevuld. Even later kwamen Shelby en Miles met dampende schalen sperziebonen en aardappelpuree binnen. Luce nam plaats tussen Callie en Arriane.

Aan hun intieme Thanksgiving-etentje zaten nu twaalf personen: vier mensen, twee Nephilijnen, zes gevallen engelen (aan beide kanten van Goed en Kwaad drie) en één als kalkoen verklede hond, met zijn bak kliekjes onder de tafel.

Miles wilde de stoel recht tegenover Luce nemen – tot Daniël hem een dreigende blik toewierp. Miles droop af en Daniël wilde net gaan zitten, maar toen was Shelby hem te vlug af. Met het glimlachje van de overwinnaar ging Miles links van Shelby zitten, tegenover Callie, terwijl Daniël, die enigszins geïrriteerd keek, rechts van haar plaatsnam, tegenover Arriane.

Iemand gaf Luce onder tafel een schop om haar aandacht te vragen, maar ze hield haar blik op haar bord gericht.

Zodra iedereen zat, stond Luce’ vader aan het hoofd van de tafel op. Haar moeder zat aan de andere kant. Hij tikte met zijn vork tegen zijn glas rode wijn. ‘Ik heb in het verleden rond deze tijd van het jaar wel eens een langdradige speech gehouden.’ Hij grinnikte. ‘Maar we hebben nog nooit zo veel hongerig uitziende jongelui te eten gehad, dus ik zal het kort houden. Ik ben dankbaar voor mijn lieve vrouw Doreen en mijn fantastische dochter, Lucie, en ik ben dankbaar dat jullie allemaal bij ons zijn.’ Hij keek naar Luce en zoog zijn wangen in, zoals hij altijd deed als hij uitzonderlijk trots was. ‘Het is fantastisch om te zien dat het zo goed met je gaat, dat je een mooie jonge vrouw wordt en dat je al deze geweldige vrienden hebt. We hopen dat jullie allemaal nog eens zullen komen. Gezondheid, iedereen. Op de vriendschap.’

Luce wist er een glimlach uit te persen en ontweek de zenuwachtige blikken die al haar ‘vrienden’ elkaar toewierpen.

‘Bravo!’ Daniël verbrak subtiel de ongemakkelijke stilte en hief zijn glas. ‘Wat heeft het leven voor zin zonder vrienden die betrouwbaar zijn en van wie je op aan kunt?’

Miles keek nauwelijks naar hem en stak de opscheplepel diep in de aardappelpuree. ‘En dat uit de mond van de betrouwbaarheid in eigen persoon.’

Meneer en mevrouw Price waren aan weerskanten van de tafel te druk bezig met schalen doorgeven om de vuile blik op te merken die Daniël naar Miles wierp.

Molly schepte een steeds groter wordende berg van het voorgerecht duivelse garnalen, waar nog niemand van had genomen, op Miles’ bord. ‘Zeg maar wanneer het genoeg is.’

‘Wauw, Mo. Bewaar wat vuur en vlam voor mij.’ Cam stak zijn hand uit om de schaal met garnalen aan te pakken. ‘Trouwens, Miles. Roland vertelde dat je laatst een paar waanzinnige schermtechnieken hebt laten zien. Ik wil wedden dat de meisjes helemaal uit hun dak gingen.’ Hij boog zich naar voren. ‘Daar was jij toch ook bij, Luce?’

Miles liet zijn vork in de lucht hangen. Zijn grote blauwe ogen stonden niet-begrijpend – waar was Cam op uit? – en het was net alsof hij hoopte dat Luce zou zeggen dat de meisjes – zijzelf inclusief – inderdaad helemaal uit hun dak waren gegaan.

‘Roland zei ook dat Miles verloren had,’ zei Daniël onbewogen, en hij prikte een stuk kalkoenvulling aan zijn vork.

Aan de andere kant van de tafel doorbrak Gaby de spanning met een luidkeels en tevreden geknor. ‘Hemeltjelief, mevrouw Price. Die spruitjes zijn zalig. Waar of niet, Roland?’

‘Mm-mm,’ beaamde Roland. ‘Ze doen me echt aan eenvoudiger tijden denken.’

Luce’ moeder begon het recept te vertellen, terwijl Luce’ vader nader inging op lokale producten. Luce probeerde te genieten van dit zeldzame samenzijn met haar familie, en Callie boog zich naar haar toe om haar in het oor te fluisteren dat iedereen haar hartstikke cool leek, vooral Arriane en Miles, maar ze moest veel te veel andere situaties in de gaten houden. Luce had het gevoel dat ze elk moment een bom onschadelijk zou moeten maken.

Een paar minuten later zei de moeder van Luce, terwijl ze de vulling voor een tweede keer de tafel liet rondgaan: ‘Weet je dat je vader en ik elkaar hebben leren kennen toen we ongeveer net zo oud waren als jij nu?’

Luce had het verhaal al 3500 keer gehoord.

‘Hij was de quarterback van Athens High.’ Haar moeder knipoogde naar Miles. ‘In die tijd gingen de meisjes ook al helemaal uit hun dak van sportieve jongens.’

‘Ja, de Trojans hebben in mijn jaar twaalf wedstrijden gewonnen en maar twee verloren.’ Luce’ vader lachte, en ze wachtte op zijn vaste grap. ‘Ik moest Doreen alleen wel laten zien dat ik buiten het sportveld niet zo’n rauwdouwer was.’

‘Geweldig dat jullie zo’n goed huwelijk hebben,’ zei Miles, en hij nam nog zo’n befaamd luchtig broodje van Luce’ moeder. ‘Luce mag zich gelukkig prijzen met ouders die zo eerlijk en open tegen haar en elkaar zijn.’

Luce’ moeder straalde.

Maar voor ze antwoord kon geven, mengde Daniël zich erin. ‘Liefde heeft wel meer om het lijf dan dat alleen, Miles. Vindt u ook niet, meneer Price, dat een echte relatie uit veel meer bestaat dan alleen maar lol maken? Dat je er echt in moet investeren?’

‘Natuurlijk, natuurlijk.’ Luce’ vader depte zijn lippen met zijn servet. ‘Waarom zouden ze het huwelijk anders een “verbintenis” noemen? Liefde kent zijn ups en downs. Zo is het leven nu eenmaal.’

‘Goed gesproken, meneer P.,’ zei Roland met een bezieling die niet paste bij zijn gladde gezicht van een zeventienjarige. ‘En reken maar dat ik mijn ups en downs heb gehad.’

‘Ach, kom op zeg,’ zei Callie, die zich er tot Luce’ verbazing ook mee ging bemoeien. De arme Callie, die op haar eerste indruk van de aanwezigen moest afgaan. ‘Het klinkt wel erg zwaar, zoals jullie het zeggen.’

‘Callie heeft gelijk,’ zei de moeder van Luce. ‘Jullie zijn allemaal jong en hoopvol, en jullie horen gewoon plezier te maken.’

Plezier. Dus dat was nu het doel? Was dat eigenlijk wel mogelijk voor Luce, plezier maken? Ze keek even naar Miles. Hij glimlachte. ‘Ik heb plezier,’ mimede hij.

Dat veranderde de zaak voor Luce, want ze keek de tafel weer rond en besefte dat ze het ondanks alles zelf ook naar haar zin had. Roland likte met veel vertoon aan een garnaal, waardoor Molly moest lachen – misschien wel voor het eerst sinds eeuwen. Cam probeerde met Callie aan te pappen en bood zelfs aan boter op haar broodje te smeren, hetgeen ze afwees met opgetrokken wenkbrauwen en verlegen hoofdschudden. Shelby at alsof ze voor een wedstrijd trainde. En er zat nog steeds iemand onder tafel met Luce voetje te vrijen. Ze keek in Daniëls paarsblauwe ogen. Hij knipoogde, waardoor ze vlinders in haar buik kreeg.

Dit samenzijn had iets bijzonders. Het was de gezelligste Thanksgiving die ze sinds het overlijden van Luce’ oma gehad hadden, want daarna vierde de familie Price dit feest niet meer in Louisiana. Dus dit was nu haar familie: al deze mensen, engelen, demonen en wat het verder ook mochten zijn. In voor- en tegenspoed, ingewikkeld, verraderlijk, vol ups en downs, en soms zelfs met plezier. Precies zoals haar vader had gezegd: zo was het leven nu eenmaal.

En voor een meisje dat al heel vaak had meegemaakt wat doodgaan was, voelde Luce zich plotseling overspoeld worden door dankbaarheid voor het leven – punt uit.

‘Nou, ik geloof dat ik wel genoeg heb gehad,’ kondigde Shelby na nog een paar minuten aan. ‘Je weet wel. Eten. Is verder iedereen uitgegeten? Laten we er dan een eind aan maken.’ Ze floot en maakte een lassogebaar met haar vinger. ‘Ik wil graag terug naar die tuchtschool waar we allemaal… eh…’

‘Ik help wel met afruimen.’ Gaby sprong op en begon borden op te stapelen. Ze trok Molly, die eigenlijk niet wilde, met zich mee de keuken in.

Luce’ moeder keek nog steeds schielijk rond in een poging het gezelschap door de ogen van haar dochter te zien. Dat was natuurlijk onmogelijk. Ze had dat van Daniël snel doorgehad en keek de hele tijd van de een naar de ander. Luce wilde dat ze de kans kreeg om haar moeder te laten zien dat wat er tussen Daniël en haar speelde stabiel en geweldig was, dat het totaal anders was dan met alle andere vriendjes, maar er waren te veel mensen bij. Alles wat gemakkelijk had moeten voelen, voelde moeilijk.

Toen stopte Andrew met kauwen op de vilten veren om zijn nek en begon in de richting van de deur te janken. Luce’ vader stond op en pakte de riem van de hond. Een hele opluchting. ‘Er moet nodig iemand naar buiten,’ zei hij.

Haar moeder stond ook op en Luce liep achter haar aan naar de deur en hielp haar in haar duffel. Luce gaf haar vader zijn sjaal. ‘Ontzettend bedankt dat jullie zo lief waren vanavond. Gaan jullie maar een rondje lopen, dan wassen wij ondertussen af.’

Haar moeder glimlachte. ‘We zijn heel trots op je, Luce. Wat er ook gebeurt. Als je dat maar nooit vergeet.’

‘Ik mag die Miles wel,’ zei haar vader, en hij maakte de riem aan Andrews halsband vast.

‘En Daniël is… heel bijzonder,’ zei haar moeder op sturende toon tegen haar vader.

Luce bloosde ervan en ze keek even achterom naar de tafel. Ze keek haar ouders aan met zo’n blik van ‘zet me alsjeblieft niet voor paal’. ‘Oké! Fijne wandeling!’

Luce hield de deur open en zag hoe ze met de gretige hond, die zich bijna verhing aan zijn riem, de avond in liepen. De koude lucht die door de open deur binnenkwam, werkte verfrissend. Het was warm in huis met al die mensen. Vlak voor haar ouders aan het eind van de straat uit zicht verdwenen, meende Luce een flits buiten te zien.

Van iets wat op een vleugel leek.

‘Zag je dat?’ vroeg ze, al wist ze niet goed aan wie.

‘Wat?’ riep haar vader, en hij draaide zich om. Hij zag er zo vervuld en gelukkig uit dat Luce’ hart er bijna van brak.

‘Niets.’ Luce wist een glimlach te produceren en deed de deur dicht. Ze voelde dat er iemand vlak achter haar stond.

Daniël. De warmte die haar ter plekke op haar benen heen en weer deed zwaaien.

‘Wat zag je dan?’

Zijn stem was ijskoud, niet van woede, maar van angst. Ze keek naar hem op en wilde zijn handen pakken, maar hij draaide zich de andere kant op.

‘Cam,’ riep hij. ‘Pak je boog.’

Aan de andere kant van de kamer vloog Cams hoofd als gestoken omhoog. ‘Nu al?’

Een zoevend geluid buiten legde hem het zwijgen op. Hij liep weg bij het raam en stak zijn hand in de binnenzak van zijn jasje. Luce zag een flits zilver, en toen herinnerde ze het zich weer: de pijlen die hij het Verschoppeling-meisje had afgenomen.

‘Vertel het aan de anderen,’ zei Daniël, en toen draaide hij zich om naar Luce. Zijn lippen, iets van elkaar, en de radeloze uitdrukking op zijn gezicht deden Luce denken dat hij haar misschien zou kussen, maar het enige wat hij zei was: ‘Hebben jullie een schuilkelder?’

‘Vertel me alsjeblieft wat er aan de hand is,’ zei Luce. Ze hoorde in de keuken de kraan lopen en Arriane en Gaby met Callie onder de afwas in canon zingen op ‘Heart and Soul’. Ze zag de schichtige blikken van Molly en Roland, terwijl ze de tafel afruimden. En plotseling wist Luce dat dit Thanksgiving-etentje één grote act was. Een alibi. Ze wist alleen niet waarvoor.

Miles kwam naast Luce staan. ‘Wat is er aan de hand?’

‘Niets waar jij je mee hoeft te bemoeien,’ zei Cam. Hij zei het niet onbeleefd, alleen zakelijk. ‘Molly. Roland.’

Molly zette haar stapel borden neer. ‘Wat moeten we doen?’

Daniël gaf antwoord; hij sprak tegen Molly op een toon alsof ze plotseling allebei aan dezelfde kant stonden. ‘Vertel het aan de anderen. En zoek iets om je mee te beschermen. Ze zullen gewapend zijn.’

‘Wie?’ vroeg Luce. ‘De Verschoppelingen?’

Daniëls liet zijn ogen op haar rusten, en zijn gezicht betrok. ‘Ze hadden ons vanavond niet mogen vinden. We wisten dat er een kans was dat dat wel gebeurde, maar het was echt niet mijn bedoeling om dit hier te laten plaatsvinden. Het spijt me…’

‘Daniël.’ Cam onderbrak hem. ‘Het enige wat er nu nog toe doet, is dat we terugvechten.’

Er werd hard op een deur geklopt. Het galmde door het hele huis. Cam en Daniël liepen intuïtief naar de voordeur, maar Luce schudde haar hoofd. ‘Achterdeur,’ fluisterde ze. ‘Via de keuken.’

Ze bleven allemaal even staan en luisterden naar de achterdeur die piepend openging. Toen klonk een lange doordringende gil.

‘Callie!’ Luce stormde de woonkamer door, rillend bij de gedachte met wat voor tafereel haar beste vriendin zich geconfronteerd zag. Als Luce had geweten dat de Verschoppelingen ten tonele zouden verschijnen, zou ze Callie nooit hebben laten komen. Dan was ze zelf ook niet naar huis gegaan. Als er iets ergs gebeurde, zou Luce het zichzelf nooit vergeven.

Luce rende de keukendeur door en zag Callie, die zich achter de ranke gestalte van Gaby verstopte. Gelukkig, ze was in elk geval veilig – voorlopig althans. Luce haalde opgelucht adem en viel bijna achteruit tegen de muur van spieren die Daniël, Cam, Miles en Roland achter haar hadden gevormd.

Arriane stond in de witgeschilderde deuropening, terwijl ze een reusachtig hakblok in haar handen omhoog hield. Het zag eruit alsof ze elk moment iemand die Luce nog niet echt kon zien de hersens kon inslaan.

‘Goedenavond.’ De stem van een jongen, stijf van formaliteit.

Toen Arriane het hakblok liet zakken, stond er een lange, slanke jongen in de deuropening, met een bruine trenchcoat aan. Hij zag heel bleek, had een smal gezicht en een krachtige neus. Hij zag er bekend uit. Kort geblondeerd haar. Uitdrukkingsloze witte ogen.

Een Verschoppeling.

Maar Luce had hem al eens eerder gezien.

‘Phil?’ riep Shelby. ‘Wat doe jij hier in godsnaam? En wat is er met je ogen gebeurd? Ze zijn helemaal…’

‘Ken jij deze Verschoppeling?’ vroeg Daniël meteen aan Shelby.

‘Verschoppeling?’ Shelby’s stem beefde. ‘Hij is geen… Hij is mijn waardeloze ex… Hij is…’

‘Hij heeft je gebruikt,’ zei Roland, alsof hij iets wist wat de rest niet wist. ‘Ik had het moeten weten. Ik had hem meteen moeten herkennen.’

‘Maar dat deed je niet,’ zei de Verschoppeling. Zijn stem klonk griezelig kalm. Hij stak zijn hand in zijn trenchcoat en haalde een zilveren boog uit een binnenzak. Uit zijn andere zak kwam een zilveren pijl. Snel zette hij de pijl in de boog. Hij richtte hem op Roland, en ging toen het gezelschap langs, waarbij hij de pijl om de beurt op ieder van hen richtte. ‘Vergeef me dat ik zomaar kom binnenvallen. Maar ik kom Lucinda halen.’

Daniël deed een stap naar de Verschoppeling toe. ‘Jij komt helemaal niets of niemand halen,’ zei hij, ‘behalve een wisse dood, tenzij je nu onmiddellijk vertrekt.’

‘Sorry, nee, dat zal niet gaan,’ antwoordde de jongen, terwijl hij met zijn gespierde armen nog steeds de zilveren pijl gericht hield. ‘We hebben ons uitgebreid op deze avond van gezegende teruggave voorbereid. We gaan niet met lege handen weg.’

‘Hoe kún je, Phil?’ jammerde Shelby, en ze draaide zich om naar Luce. ‘Ik wist niet… Echt niet, Luce, ik wist het niet. Ik dacht gewoon dat het een engerd was.’

De jongen krulde zijn lippen in een glimlach. Zijn gruwelijke, diepteloze witte ogen kwamen regelrecht uit een nachtmerrie. ‘Draag haar zonder slag of stoot aan mij over, anders zal niemand van jullie worden gespaard.’

Op dat moment barstte Cam in een lange lach diep vanuit zijn buik uit. De keuken schudde ervan en de jongen in de deuropening begon ongemakkelijk te draaien.

‘Met welk leger wou je dat doen?’ vroeg Cam. ‘Volgens mij ben jij de eerste Verschoppeling die ik ooit ontmoet heb die gevoel voor humor heeft.’ Hij keek even de kleine keuken rond. ‘Waarom handelen jij en ik dit verder niet buiten af? Dan hebben we het maar gehad.’

‘Met alle plezier,’ antwoordde de jongen met een flauwe glimlach om zijn bleke lippen.

Cam rolde zijn schouders naar achteren alsof hij er een spierknoop uit probeerde te krijgen – en toen kwamen er precies op het punt waar zijn schouderbladen elkaar raakten twee reusachtige goudkleurige vleugels door zijn grijze kasjmier trui heen. Ze vouwden zich achter hem open en namen daarmee het grootste deel van de keuken in beslag. Cams vleugels waren zo hel dat ze je bijna verblindden als hij ze liet wieken.

‘Allemachtig,’ fluisterde Callie, en ze knipperde met haar ogen.

‘Zeg dat wel,’ zei Arriane, terwijl Cam zijn vleugels welfend naar achteren boog en zich langs de Verschoppeling heen door de deur naar buiten, de tuin in, werkte. ‘Luce legt het wel uit, neem ik aan!’

Rolands vleugels ontvouwden zich en maakten daarbij een geluid alsof een enorme zwerm vogels de lucht in vloog. Het licht in de keuken accentueerde de donker goudkleurige en zwarte dooradering. Ook hij wurmde zich de deur door en ging achter Cam aan. Molly en Arriane liepen vlak achter hem en stootten daarbij tegen elkaar aan. Arriane duwde haar gloeiende iriserende vleugels voor de gewolkte bronzen van Molly, en toen ze naar buiten drongen, leek het wel of de elektrische vonkjes ervan afsloegen. Vervolgens was Gaby aan de beurt, wier donzige witte vleugels zich net zo sierlijk spreidden als die van een vlinder, maar dan wel met zo’n grote snelheid dat ze een naar bloemen geurende windvlaag door de keuken deden gaan.

Daniël nam Luce’ handen in de zijne. Hij deed zijn ogen dicht, haalde diep adem en liet toen zijn reusachtige witte vleugels opengaan. Helemaal opengevouwen zouden die de hele keuken hebben gevuld, maar Daniël hield ze in toom, dicht tegen zijn lichaam. Ze glinsterden, gloeiden en zagen er werkelijk te mooi voor woorden uit. Luce stak allebei haar handen ernaar uit en raakte ze aan. Ze voelden warm en satijnzacht van buiten, maar aan de binnenkant een en al kracht. Die kon ze door Daniël heen in zich voelen stromen. Ze voelde zich heel dicht bij hem, begreep hem volledig. Alsof ze één waren geworden.

Wees maar niet bang. Alles komt goed. Ik zal altijd voor je zorgen.

Maar hardop zei hij: ‘Zorg dat je niets overkomt. Blijf hier.’

‘Nee,’ smeekte ze. ‘Daniël.’

‘Ik ben zo terug.’ Toen kromde hij zijn vleugels naar achteren en vloog de deur uit.

Alleen de niet-engelen waren nu nog binnen, en ze gingen bij elkaar staan. Miles stond tegen de achterdeur gedrukt en staarde naar buiten. Shelby hield haar hoofd in haar handen. Callies gezicht zag er net zo wit uit als de koelkast.

Luce liet haar hand in die van Callie glijden. ‘Ik geloof dat ik een paar dingen moet uitleggen.’

‘Wie is die jongen met de pijl en boog?’ fluisterde Callie, terwijl ze ineenkromp, maar Luce’ hand nog stevig bleef vasthouden. ‘Wie ben jij?’

‘Ik? Ik ben gewoon… ik.’ Luce haalde haar schouders op en voelde een kilte door zich heen trekken. ‘Ik weet het niet.’

‘Luce,’ zei Shelby, en ze deed duidelijk haar best om niet te gaan huilen. ‘Ik voel me een ontzettend uilskuiken, maar ik had echt geen idee. Dat ik van alles over hem heb verteld was gewoon om stoom af te blazen. Hij vroeg voortdurend naar jou, en hij kon goed luisteren, dus ik… Ik bedoel, ik had echt geen idee wat hij in werkelijkheid was… anders had ik nooit, echt nooit…’

‘Stil maar, ik geloof je,’ zei Luce. Ze liep naar het raam, ging naast Miles staan en keek uit op de kleine houten veranda die haar vader een paar jaar geleden had aangebouwd. ‘Wat wil hij volgens jou?’

In de tuin waren de gevallen eikenbladeren in keurige hoopjes geharkt. Het rook naar er naar een houtvuur. Ergens in de verte ging een sirene. Onder aan de drie treden van de veranda stonden Daniël, Cam, Arriane, Roland en Gaby naast elkaar, met hun gezicht naar het hek.

Nee, niet naar het hek, besefte Luce. Ze keken naar een donkere menigte Verschoppelingen, die met hun zilveren pijlen in de aanslag stonden, gericht op de rij engelen. De Verschoppeling was niet alleen. Hij had een heel leger op de been gebracht.

Luce moest zich tegen het aanrecht overeind houden. Afgezien van Cam waren de engelen niet gewapend. En zij had al een keer gezien wat die pijlen konden aanrichten.

‘Luce, niet doen!’ riep Miles haar na, maar ze stormde de deur al uit.

Zelfs in het donker kon Luce zien dat alle Verschoppelingen hetzelfde uitdrukkingsloze knappe voorkomen hadden. Er waren net zo veel meisjes als jongens, allemaal bleek en met dezelfde bruine trenchcoat aan, de jongens met kortgeknipt geblondeerd haar en de meisjes met een strakke, bijna witte paardenstaart. De vleugels van de Verschoppelingen staken gekromd uit hun rug. Die verkeerden in heel, heel slechte toestand: gehavend, gerafeld en weerzinwekkend smerig, met aangekoekt vuil. Ze leken in niets op de oogverblindende vleugels van Daniël en Cam, of van wie van de engelen en demonen die Luce kende ook. Ze stonden er als een solidaire groep bij, met hun vreemde lege, starende ogen en hun hoofd allemaal in een andere stand. Zo vormden de Verschoppelingen een griezelig, nachtmerrieachtig leger. Alleen kon Luce niet wakker worden.

Toen Daniël haar bij de anderen op de veranda zag staan, kwam hij naar haar terug en pakte haar handen. Op zijn volmaakte gezicht stond woeste angst te lezen. ‘Ik heb gezegd dat je binnen moest blijven.’

‘Nee,’ fluisterde ze. ‘Ik blijf niet binnen terwijl jullie allemaal vechten. Ik kan niet toekijken hoe mensen om me heen zonder wat voor reden ook sterven.’

‘Zonder wat voor reden ook? Laten we hier een andere keer ruzie over maken, Luce.’ Zijn ogen schoten de hele tijd terug naar de donkere rij Verschoppelingen bij het hek.

Ze balde haar vuisten langs haar lichaam. ‘Daniël…’

‘Je leven is te kostbaar om zomaar in een woedeaanval in de waagschaal te stellen. Ga naar binnen. Nu meteen.’

Uit het midden van de tuin klonk een luide gil. De voorste linie van tien Verschoppelingen brachten hun wapens omhoog naar de engelen en schoten hun pijlen af. Luce deed net op tijd haar hoofd omhoog om iets – iemand – van het dak te zien katapulteren

Molly.

Ze vloog eraf, als een donkere kluit die twee tuinharken als tambour-majoorstokjes in haar handen liet ronddraaien.

De Verschoppelingen hoorden haar wel aankomen, maar zagen haar niet. Maar Molly’s harken tolden rond en haalden de pijlen uit de lucht alsof het gewassen in een akker waren. Ze kwam op haar zwarte kistjes neer, waarbij de stompe zilveren pijlen bonkend over de grond rolden. Ze zagen er net zo onschuldig uit als twijgjes, maar Luce wist wel beter.

‘Nu kennen we geen genade meer!’ brulde een Verschoppeling – Phil – vanaf de andere kant van de tuin.

‘Breng haar naar binnen en haal de sterrenschoten!’ schreeuwde Cam tegen Daniël, en hij klom over de balustrade van het balkon en haalde zelf ook zijn zilveren boog tevoorschijn. Hij spande snel achter elkaar drie bliksemschichten in en vuurde die af. Drie van de Verschoppelingen gingen in stofwolken op. De rest keek huiverend toe.

Arriane en Roland schoten bliksemsnel de tuin door en veegden met hun vleugels pijlen op.

Er rukte nu een tweede rij Verschoppelingen op, die een nieuwe pijlenregen gereedmaakte. Toen ze op het punt stonden te gaan schieten, sprong Gaby op de balustrade.

‘Hmm, eens kijken.’ Met een felle blik in haar ogen richtte ze de punt van haar rechtervleugel op de grond onder de Verschoppelingen.

Het gazon trilde en toen scheurde er over de hele lengte van de achtertuin een strook aarde open van wel een meter breed.

Minstens twintig Verschoppelingen verdwenen in de zwarte kloof.

Onderweg naar beneden slaakten ze holle, eenzame kreten. Omlaag naar God mocht weten waar. De Verschoppelingen achter hen kwamen slippend tot stilstand, vlak voor de akelige kloof die Gaby uit het niets tevoorschijn had getoverd. Hun hoofden bewogen van links naar rechts alsof ze hun blinde ogen moesten helpen begrijpen wat er zojuist was gebeurd. Een paar Verschoppelingen wankelden op de rand en vielen er alsnog in. Hun gejammer vervaagde, tot er helemaal niets meer te horen was. Een tel later piepte de aarde als een roestige scharnier en sloot zich weer.

Gaby trok haar donzige vleugel met een uitermate sierlijk gebaar weer langs haar lichaam. Ze veegde haar voorhoofd af. ‘Nou, dat zou moeten helpen.’

Maar op dat moment daalde er opnieuw een helle regen van zilverkleurige splinters uit de hemel neer. Eén daarvan bleef voor Luce’ voeten in de bovenste tree steken. Daniël trok de pijl uit de houten tree, haalde zijn arm naar achteren en gooide hem als een dodelijk wapen zo in het voorhoofd van een Verschoppeling die op hem af stormde.

Er volgde een lichtflits, als van een camera, en toen: de jongen met de witte ogen had niet eens tijd om het uit te schreeuwen toen de pijl hem raakte – nee, hij ging op slag in rook op.

Daniël liet zijn ogen snel over Luce’ lichaam gaan en hij beklopte haar helemaal alsof hij gewoonweg niet kon geloven dat ze nog leefde.

Callie, die naast haar stond, hapte naar adem. ‘Heeft hij net… Heeft die jongen nou echt…’

‘Ja,’ zei Luce.

‘Doe dit niet, Luce,’ zei Daniël. ‘Anders moet ik je mee naar binnen sleuren. Ik moet vechten. Je moet hier weg. Nu meteen.’

Luce had genoeg gezien en was het met hem eens. Ze draaide zich om naar het huis en wilde Callies hand pakken, maar op dat moment ving ze door de open keukendeur een wrede glimp van Verschoppelingen op.

Het waren er drie. Ze stonden bij haar binnen. Met hun zilveren bogen gespannen.

‘Nee!’ brulde Daniël, en hij stormde toe om Luce af te schermen.

Shelby stormde de keuken uit en de veranda op, waarbij ze de deur hard achter zich dichtsloeg.

Tegen de andere kant van de deur kwamen duidelijk hoorbaar drie pijlen terecht.

‘Hé, zij doet niet mee, hoor!’ riep Cam vanaf het gazon, met een knikje naar Shelby, alvorens een pijl in de schedel van een Verschoppeling-meisje af te vuren.

‘Oké, nieuw plan,’ mompelde Daniël. ‘Dekking zoeken hier ergens in de buurt. Iedereen.’ Hij richtte zich tot Callie en Shelby, en voor het eerst deze avond ook tot Miles. Hij pakte Luce bij haar armen beet. ‘Blijf uit de buurt van de sterrenschoten,’ smeekte hij. ‘Dat moet je me beloven.’ Hij gaf haar snel een kus en joeg toen iedereen naar de achtermuur van de veranda.

Al die engelenvleugels bij elkaar gaven een gloed af die zo hel was dat Luce, Callie, Shelby en Miles hun ogen moesten afschermen. Ze gingen op hun hurken zitten en kropen de veranda over, terwijl de schaduw van de balustrade voor hen uit danste. Luce dirigeerde iedereen naar de tuin opzij van het huis. Om te schuilen. Dat moest toch érgens kunnen?

Er traden nog meer Verschoppelingen uit de schaduwen naar voren. Ze doken op in de hoge takken van bomen in de verte, kwamen op hun gemak om de verhoogde bloembedden gelopen en vanachter de door termieten aangevreten oude schommel waar Luce als kind mee had gespeeld. Hun zilveren bogen glommen in de maneschijn.

Cam was de enige aan hun kant met een boog. Hij nam geen moment de tijd om te tellen hoeveel Verschoppelingen hij neerschoot. Hij vuurde gewoon met dodelijke precisie de ene pijl na de andere op hun hart af. Maar voor elke Verschoppeling die sneuvelde, leek er weer een nieuwe op te duiken.

Toen hij geen pijlen meer had, trok hij de houten picknicktafel uit de stokoude fundering in de grond en hield die met één arm bij wijze van schild voor zich. De ene pijlenregen na de andere ketste van het tafelblad af en viel voor zijn voeten neer. Hij bukte zich gewoon, pakte er een op en schoot; bukte, pakte er een op en schoot.

De anderen moesten creatiever te werk gaan.

Roland wiekte zo krachtig met zijn goudkleurige vleugels dat de lucht om hem heen de pijlen terugstuurde naar waar ze vandaan gekomen waren, en op die manier velde hij telkens een paar nietsziende Verschoppelingen in één keer. Molly viel de linie onophoudelijk aan en liet haar tuinharken als samoeraizwaarden rondtollen.

Arriane trok Luce’ oude schommel in de vorm van een autoband uit de boom en liet die als een lasso ronddraaien, waardoor de pijlen van richting veranderden en tegen het hek kwamen. Gaby rende rond om ze op te rapen. Dan draaide ze zich om, hakte als een derwisj in op de Verschoppeling die het waagde te dichtbij te komen en glimlachte liefjes als de pijl diens huid doorboorde.

Daniël had de verroeste ijzeren hoefijzers van de familie Price gepakt die op de veranda hingen. Hij gooide ze naar de Verschoppelingen toe en sloeg er soms wel drie tegelijk buiten westen met één hoefijzer dat van hun schedel ketste. Vervolgens stortte hij zich op zo iemand, trok het sterrenschot uit diens boog en stak de pijl zo met zijn blote handen in zijn hart.

Luce blik viel op het schuurtje van haar vader, aan de rand van de veranda, en ze gebaarde de anderen dat ze mee moesten komen. Ze lieten zich over de balustrade zo op het gras eronder rollen en holden ineengedoken naar de schuur.

Toen ze bijna bij de ingang waren, hoorde Luce een snel zoevend geluid. Callie gilde het uit van de pijn.

‘Callie!’ Luce draaide zich als gestoken om.

Maar haar vriendin was er nog. Ze wreef over haar schouder, daar waar de pijl haar had geschampt, maar verder was ze ongedeerd. ‘Jezus, wat steekt dat!’

Luce stak haar hand naar haar uit. ‘Ben je niet…?’

Callie schudde haar hoofd.

‘Bukken!’ riep Shelby.

Luce liet zich op haar knieën vallen en trok de anderen mee naar de grond en toen de schuur in. Tussen de vieze schaduwen van het gereedschap van Luce’ vader, de grasmaaier en oude sportbenodigdheden, kroop Shelby naar Luce toe. Haar ogen glinsterden en haar lip trilde.

‘Ik kan dit allemaal gewoonweg niet geloven,’ fluisterde ze, en ze pakte Luce’ arm vast. ‘Je hebt geen idee hoe erg het me spijt. Het is allemaal mijn schuld.’

‘Jij kunt er niets aan doen,’ zei Luce snel. Natuurlijk had Shelby geen idee gehad wie Phil in werkelijkheid was. Wat hij echt van haar wilde. Wat er deze avond zou gebeuren. Luce wist hoe het was om met een schuldgevoel rond te lopen over iets waar je niets van begreep. Dat wenste ze niemand toe. En Shelby al helemaal niet.

‘Waar is hij?’ vroeg Shelby. ‘Ik kan die engerd wel vermoorden.’

‘Nee.’ Luce hield Shelby tegen. ‘Jij gaat niet naar buiten. Dat wordt je dood.’

‘Ik snap het niet,’ zei Callie. ‘Waarom zou iemand jou iets aan willen doen?’

Op dat moment liep Miles naar de deuropening van de schuur toe en ging in een straal maanlicht staan. Hij hield een van de kayaks van Luce’ vader boven zijn hoofd.

‘Niemand gaat Luce iets aandoen,’ zei hij terwijl hij ermee naar buiten liep.

Zo het slagveld op.

‘Miles!’ schreeuwde Luce. ‘Kom terug…’

Ze kwam overeind om achter hem aan te gaan… maar bleef stokstijf staan toen ze zag hoe hij de kayak zo tegen een van de Verschoppelingen aan smeet.

Tegen Phil aan.

Zijn uitdrukkingsloze ogen sperden zich open en toen de kayak hem had geraakt, zeeg hij met een kreet neer op het gras. Zijn smerige vleugels konden geen kant op en kronkelden hulpeloos over de grond.

Miles keek even alsof hij heel trots op zichzelf was, en Luce was ook best een beetje trots. Maar toen kwam een klein Verschoppeling-meisje naar voren, dat haar hoofd scheef hield als een hond die naar een zacht fluitje luistert, bracht haar zilveren boog omhoog en richtte van heel dichtbij op Miles’ borst.

‘Geen genade,’ zei ze toonloos.

Miles was weerloos tegen dit vreemde meisje, dat eruitzag alsof ze helemaal niet wist wat genade was, zelfs niet voor de aardigste, meest onschuldige jongen ter wereld.

‘Stop!’ schreeuwde Luce, en terwijl haar hart in haar oren bonkte rende ze de schuur uit. Ze voelde wel dat er om haar heen gevochten werd, maar het enige wat ze zag was die pijl, klaar om Miles’ borst binnen te dringen. Klaar om weer een van haar vrienden te doden.

Het hoofd van het Verschoppeling-meisje stond schuin op haar nek. Ze richtte haar lege blik op Luce en sperde toen haar ogen iets verder open alsof ze, precies zoals Arriane had gezegd, het vuur in Luce’ ziel kon zien branden.

‘Niet schieten.’ Luce stak in overgave haar handen omhoog. ‘Je moet niet hém hebben, maar mij.’