5 DE INTIMI

‘Waag het niet om me ooit nog zo de stuipen op het lijf te jagen!’ ging Callie woensdagavond tegen Luce tekeer.

Het was vlak voor zonsondergang en Luce had zich in de telefooncel van Zwaard & Kruis opgevouwen – een minuscuul beige hokje pal voor de administratie. Het bood bepaald geen privacy, maar er hing in elk geval verder niemand rond. Haar armen deden nog pijn van het werk op de begraafplaats van de straf van de dag ervoor, en haar trots was nog steeds gekrenkt door het feit dat Daniël ogenblikkelijk de benen had genomen zodra ze onder het beeld uit getrokken waren. Maar Luce probeerde nu een kwartier lang om dat allemaal uit haar hoofd te zetten en om elk verrukkelijk hysterisch woord op te zuigen dat haar beste vriendin er in de hun toegemeten tijd wist uit te spugen. Het was zo heerlijk om Callies snerpende stem te horen dat Luce het bijna niet erg vond dat er tegen haar werd geschreeuwd.

‘We hadden afgesproken dat er geen uur voorbij zou gaan zonder dat we elkaar spraken,’ ging Callie op beschuldigende toon verder. ‘Ik dacht dat iemand je met huid en haar opgegeten had! Of misschien dat ze je in de isoleer hadden gestopt, in zo’n dwangbuis, waarin je door je mouw heen moet knagen om je aan je gezicht te kunnen krabben. Je had wel afgedaald kunnen zijn in de negende kring van…’

‘Oké, máma,’ zei Luce lachend, en ze voegde zich in haar rol als Callies meditatiedocent. ‘Ontspan je.’ Ze voelde zich heel even schuldig dat ze haar ene telefoongesprek niet gebruikt had om haar echte moeder te bellen. Maar ze wist dat Callie helemaal over de rooie zou gaan als ze er ooit achter kwam dat Luce niet de eerste de beste gelegenheid te baat zou hebben genomen om haar te bellen. En op een bepaalde vreemde manier werkte het altijd geruststellend om Callies hysterische stem te horen. Dat was een van de vele redenen waarom zij twee zo goed bij elkaar pasten: de overdreven paranoia van haar beste vriendin had zowaar een kalmerende uitwerking op Luce. Ze zag al helemaal voor zich hoe Callie in haar kamer op Dover over het feloranje kleed heen en weer beende, met crème op het vette huidgedeelte tussen en boven haar wenkbrauwen en met van die pedicurekussentjes tussen haar nog natte fuchsiaroze teennagels.

‘En geen “mama” tegen me zeggen!’ zei Callie verontwaardigd. ‘Vertel. Hoe waren de andere leerlingen? Zijn ze allemaal eng en slikken ze plaspillen, net als in de film? En hoe zijn je lessen? Hoe is het eten?’

Luce kon door de telefoon op de achtergrond Roman Holiday op het piepkleine tv’tje van Callie horen spelen. Luce’ favoriete gedeelte was altijd die scène geweest waarin Audrey Hepburn in de kamer van Gregory Peck wakker werd, er nog steeds van overtuigd dat wat de avond ervoor was gebeurd allemaal een droom was geweest. Luce deed haar ogen dicht en probeerde zich de beelden voor de geest te halen. Ze deed de slaperige fluisterstem van Audrey na en citeerde de zin die Callie vast en zeker zou herkennen: ‘Er was een man, en die deed heel gemeen tegen me. Het was fantastisch.’

‘Oké, prinses, maar nu wil ik over jóúw leven horen,’ zei Callie plagerig.

Jammer genoeg had Zwaard & Kruis helemaal niets wat Luce in de verste verte ‘fantastisch’ zou willen noemen. Toen ze die dag zo ongeveer voor de tachtigste keer aan Daniël dacht, realiseerde ze zich dat er maar één parallel tussen haar leven en Roman Holiday bestond, en dat was dat zij en Audrey allebei een vent hadden die agressief en onbeschoft was en totaal geen belangstelling voor hen had. Luce liet haar hoofd tegen het beige linoleum van de wanden van het hokje rusten. Iemand had er de woorden ik zit mijn tijd uit in gekerfd. Onder normale omstandigheden zou dit het moment zijn waarop Luce alles over Daniël aan Callie vertelde.

Maar om de een of andere reden deed ze dat niet.

Wat ze eventueel over Daniël zou willen zeggen, zou niet gebaseerd zijn op dingen die echt tussen hen waren voorgevallen. En Callie was echt zo iemand die vond dat een jongen enorm zijn best moest doen om te bewijzen dat hij je waard was. Ze zou bijvoorbeeld willen horen hoe vaak hij een deur voor Luce had opengehouden, en of hij wel gehoord had dat ze zo’n mooi Frans accent had. Callie vond dat er niks mis was met jongens die van die sentimentele liefdesgedichten schreven die Luce echt nooit serieus zou nemen. Luce zou ernstig in gebreke blijven als ze dingen over Daniël moest vertellen. Callie was vast meer geïnteresseerd om iets over iemand als Cam te horen.

‘Nou, er is hier wel een jongen,’ fluisterde Luce in de telefoon.

‘Ik wíst het!’ gilde Callie. ‘Naam.’

Daniël. Daniël. Luce schraapte haar keel. ‘Cam.’

‘Direct, ongecompliceerd. Ik snap ’m. Begin bij het begin.’

‘Nou, er is nog niet echt iets gebeurd.’

‘Hij vindt je een lekker ding, blablabla. Ik zei toch al dat je er met dat korte haar uitziet als Audrey. Vertel maar meteen het leukste.’

‘Nou…’ Luce zweeg, want ze hoorde voetstappen in de hal. Ze boog zich uit het hokje en keek reikhalzend wie het beste kwartier in drie dagen tijd kwam verstoren.

Cam kwam naar haar toe gelopen.

Als je het over de duivel had. Ze slikte de gruwelijk tamme woorden in die op het puntje van haar tong lagen: ik heb zijn plectrum gekregen. Het zat nog steeds in haar zak.

Cam gedroeg zich nonchalant, alsof hij door een of ander gelukkig toeval niet verstaan had wat zij net had gezegd. Zo te zien was hij de enige op Zwaard & Kruis die niet meteen nadat de lessen waren afgelopen zijn schooluniform uittrok. Maar dat zwart-op-zwart stond hem goed, terwijl Luce er alleen maar in uitzag alsof ze bij de buurtsuper achter de kassa zat.

Cam liet een gouden zakhorloge ronddraaien dat aan een lange ketting rond zijn wijsvinger hing. Luce volgde even de flitsende boog die het beschreef, bijna gebiologeerd, tot Cam het horloge met een klap in zijn vuist tot stilstand bracht. Hij keek ernaar, en keek toen naar haar op.

‘Sorry.’ Hij tuitte verward zijn lippen. ‘Ik dacht dat ik me had ingeschreven voor het telefoongesprek van zeven uur.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik zal het wel verkeerd opgeschreven hebben.’

Luce keek op haar eigen horloge en de moed zonk haar in de schoenen. Callie en zij hadden nauwelijks vijftien woorden tegen elkaar gesproken; hoe kon haar kwartier dan al voorbij zijn?

‘Luce? Hallo?’ Callie klonk ongeduldig aan de andere kant van de lijn. ‘Wat doe je vreemd. Hou je iets voor me verborgen? Heb je me al vervangen door een of ander kind dat zichzelf snijdt? Hoe zit het met die jongen?’

‘Sst,’ siste Luce in de hoorn. ‘Cam, wacht even,’ riep ze, en ze hield de telefoon weg bij haar mond. Hij was al bijna de deur uit. ‘Wacht even, ik wilde net’ – ze slikte – ‘ophangen.’

Cam liet het horloge in de zak van zijn zwarte colbertje glijden en liep terug naar Luce. Hij trok zijn wenkbrauwen op en moest lachen toen hij Callies stem door de hoorn hoorde brullen. ‘Waag het niet om op te hangen,’ protesteerde ze. ‘Je hebt me nog niks verteld. Niks!’

‘Ik wil met niemand ruzie krijgen,’ grapte Cam, en hij gebaarde naar de blaffende telefoon. ‘Neem mijn kwartier er maar bij; dat krijg ik wel een keer van je terug.’

‘Nee,’ zei Luce snel. Ze wilde heel graag met Callie praten, maar Cam wilde waarschijnlijk net zo graag praten met degene die hij zou gaan bellen. En in tegenstelling tot veel mensen op deze school was Cam alleen nog maar aardig voor haar geweest. Ze wilde niet dat hij zijn telefoonbeurt opgaf, en al helemaal niet op dit moment, nu zij toch veel te zenuwachtig was om met Callie over hem te roddelen.

‘Callie,’ zei ze met een zucht in de telefoon. ‘Ik moet je hangen. Ik bel je zodra ik…’ Maar inmiddels klonk er alleen nog een vage kiestoon in haar oor. De telefoon was zo ingesteld dat hij elk gesprek na een kwartier afkapte. Nu zag ze onder aan het toestel het minuscule klokje knipperen: 0:00. Ze hadden niet eens gedag kunnen zeggen en nu moest ze een hele week wachten voor ze weer kon bellen. De tijd strekte zich in Luce’ gedachten uit als een golf waar geen einde aan kwam.

‘Beste vriendin?’ vroeg Cam, en hij ging tegen het hokje naast dat van Luce geleund staan. Hij had zijn donkere wenkbrauwen nog steeds opgetrokken. ‘Ik heb drie jongere zusjes, dus ik kan de bestevriendinnenvibe zo’n beetje door de telefoon heen ruiken.’ Hij boog zich naar voren alsof hij aan Luce wilde snuffelen, en daar moest ze om grinniken… maar toen verstijfde ze helemaal. Hij was onverwacht zo dicht bij haar gekomen dat haar hart op hol sloeg.

‘Laat me raden.’ Cam ging weer rechtop staan en bracht zijn kin omhoog. ‘Ze wilde alles weten over de slechte jongens op deze tuchtschool?’

‘Helemaal niet!’ Luce schudde haar hoofd om hevig te ontkennen dat ze überhaupt aan jongens dácht… tot het tot haar doordrong dat Cam maar een geintje maakte. Ze bloosde en deed een poging om zelf ook een grapje te maken. ‘Nou ja, ik heb haar wel verteld dat er hier niet één leuke jongen te bekennen valt.’

Cam knipperde met zijn ogen. ‘Dat is precies wat het zo opwindend maakt, vind je ook niet?’ Cam nam soms een houding aan waarbij hij doodstil bleef staan, waardoor Luce ook heel stil bleef staan, en daardoor klonk het tikken van het horloge in de zak van zijn colbertje veel luider dan ze voor mogelijk had gehouden.

Terwijl Luce daar zo doodstil naast Cam stond, dook er plotseling iets zwarts de hal binnen en liepen haar de rillingen over de rug. De schaduw leek op een heel weloverwogen manier over de panelen van het plafond te hinkelen, waarbij hij eerst het ene en dan het volgende en dan weer het volgende zwart maakte. Godver. Het was nooit prettig om met iemand alleen te zijn als de schaduwen ten tonele verschenen – en zeker niet met iemand die zo op haar geconcentreerd was als Cam nu. Ze voelde dat ze verstrakte, maar probeerde wel kalm te blijven overkomen terwijl de duisternis dansend rond de ventilator aan het plafond tolde. Dat had ze nog wel kunnen verdragen. Misschien. Maar de schaduw maakte ook de verschrikkelijkste geluiden – een geluid zoals Luce een keer had gehoord toen ze een babyuiltje uit een palmboom had zien vallen en had zien stikken. Ze wilde dat Cam niet meer naar haar keek. Ze wilde dat er iets zou gebeuren waardoor zijn aandacht werd afgeleid. Ze wilde…

Dat Daniël Grigori kwam binnenwandelen.

En dat deed hij toen ook. Gered door de adembenemend knappe jongen met de spijkerbroek vol gaten en het witte T-shirt met nog meer gaten. Hij zag er niet bepaald uit als haar redding – over zijn zware stapel bibliotheekboeken gebogen, met grijze kringen onder zijn grijze ogen. Daniël zag er eerlijk gezegd nogal belabberd uit. Zijn blonde haar hing in zijn ogen en toen die ogen op Luce en Cam bleven rusten, zag Luce dat hij ze tot spleetjes kneep. Ze maakte zich zo druk over wat ze nu weer had gedaan om Daniël kwaad te maken dat het bijna niet tot haar doordrong dat er iets cruciaals was gebeurd: vlak voordat de deur van de hal achter hem dichtviel, was de schaduw erdoor naar buiten geglipt, de avond in. Het was net alsof iemand een stofzuiger had gepakt en al het gruis uit de hal had opgezogen.

Daniël gaf alleen een knikje in hun richting en passeerde hen zonder zijn pas in te houden.

Toen Luce naar Cam keek, zag ze dat hij naar Daniël keek. Hij draaide zich om naar Luce en zei, luider dan nodig was: ‘Dat vergeet ik je bijna te vertellen. Na de loungeavond geef ik een feestje in mijn kamer. Ik zou het leuk vinden als je komt.’

Daniël bevond zich nog binnen gehoorsafstand. Luce had geen idee wat dat was, zo’n loungeavond, maar ze had afgesproken om er met Penn heen te gaan. Ze zouden er samen naartoe lopen.

Ze hield haar ogen op Daniëls achterhoofd gericht en wist dat ze Cam antwoord moest geven over zijn feestje – dat moest toch niet zo moeilijk zijn –, maar toen Daniël zich omdraaide en haar aankeek met een blik waarvan ze zou zweren dat er verdriet in te lezen stond, begon achter haar de telefoon te rinkelen. Cam stak zijn hand ernaar uit en zei: ‘Die moet ik even nemen, Luce. Zie ik je vanavond?’

Daniël knikte nauwelijks waarneembaar.

‘Ja,’ zei Luce tegen Cam. ‘Ja.’

‘Ik begrijp nog steeds niet waarom we moeten rennen,’ hijgde Luce twintig minuten later. Ze probeerde Penn bij te houden, het grasveld over, op weg naar de aula voor de mysterieuze loungeavond waarvan Penn nog steeds niet had uitgelegd wat die inhield. Luce had nauwelijks tijd gehad om naar haar kamer te gaan, wat lipgloss op te doen en haar mooiere spijkerbroek aan te trekken, voor het geval het zo’n soort bijeenkomst zou worden waarvoor iedereen zich had opgedoft. Ze was nog buiten adem van het feit dat ze Cam én Daniël tegen het lijf was gelopen toen Penn haar kamer binnen stormde en haar weer mee naar buiten sleepte.

‘Mensen die chronisch te laat komen begrijpen nooit dat ze daarmee in allerlei opzichten het schema in de war schoppen van mensen die punctueel en normaal zijn,’ zei Penn tegen Luce terwijl ze over een wel erg zompig deel van het gazon liepen.

‘Ha!’ Achter hen barstte iemand in lachen uit.

Luce keek om en toen ze Arrianes bleke, magere gestalte zag hollen om hen in te halen, voelde ze dat haar gezicht opklaarde. ‘Welke idioot heeft gezegd dat jij normaal bent, Penn?’ Arriane stootte Luce aan en wees omlaag. ‘Pas op voor het drijfzand!’

Luce bleef klotsend staan, vlak voordat ze op een griezelig modderig stuk van het grasveld was beland. ‘Wil iemand me in hemelsnaam vertellen waar we naartoe gaan?’

‘Woensdagavond,’ zei Penn toonloos. ‘Loungeavond.’

‘Wat wordt daar gedaan? Gedanst of zo?’ vroeg Luce, en in gedachten zag ze Daniël en Cam al over de dansvloer gaan.

Arriane brulde het uit. ‘Ja, dansen, met de dood van verveling. De term “loungen” is hier op Zwaard & Kruis, zoals zo veel, dubbelzinnig bedoeld. Kijk, ze moeten een beetje leuke evenementen voor ons inroosteren, maar ze zijn ook doodsbang om leuke evenementen voor ons in te roosteren. Want: riskant!’

‘Dus,’ vulde Penn haar aan, ‘hebben ze allerlei verschrikkelijke evenementen voor ons georganiseerd, zoals een filmavond, gevolgd door een lezing over de film, of – jezus, weet je nog, vorig semester?’

‘Dat hele symposium over taxidermie?’

‘Dat was echt doodeng.’ Penn schudde haar hoofd.

‘Vanavond, lieve schat,’ zei Arriane zangerig, ‘komen we er nog goed van af. We hoeven alleen maar een van de drie films uit te zitten die in de videotheek van Zwaard & Kruis rouleren. Welke denk je dat we vanavond te zien krijgen, Pennyloafer? Starman? Joe Versus the Volcano? Of Weekend at Bernie’s?’

‘Het wordt Starman.’ Penn kreunde.

Arriane keek Luce verbaasd aan. ‘Zij weet echt alles.’

‘Wacht even,’ zei Luce, terwijl ze op haar tenen om het drijfzand heen liep en haar stem tot een fluistertoon liet dalen, aangezien ze bij de administratie van de school aangekomen waren. ‘Als jullie die films al zo vaak gezien hebben, vanwaar dan die haast?’

Penn trok de zware metalen deuren naar de ‘aula’ open, en Luce realiseerde zich dat dat een eufemisme was voor een gewoon oud lokaal met een laag systeemplafond en stoelen die tegenover een lege witte muur stonden opgesteld.

‘Omdat we natuurlijk niet naast meneer Cole willen komen te zitten,’ legde Arriane uit, en ze wees op de leraar. Hij zat met zijn neus diep in een dik boek, en was omgeven door de paar lege stoelen die nog in het lokaal over waren.

Toen de drie meisjes door de metaaldetector bij de deur gingen, zei Penn: ‘Degene die naast hem zit moet hem helpen zijn wekelijkse vragenlijst over “geestelijke gezondheid” uit te delen.’

‘Wat op zich nog niet zo erg zou zijn…’ viel Arriane haar bij.

‘…als je tenminste niet ook moest nablijven om de resultaten te analyseren,’ maakte Penn haar zin af.

Arriane loodste Luce met een grijns naar de tweede rij en fluisterde: ‘En daardoor loop je de afterparty mis.’

Eindelijk waren ze bij de kern van de zaak aanbeland. Luce grinnikte.

‘Daar heb ik al over gehoord,’ zei ze, en voor de verandering had ze even het gevoel dat ze erbij hoorde. ‘Die is in Cams kamer, toch?’

Arriane keek Luce even aan en ging toen met haar tong langs haar tanden. Toen keek ze langs Luce, bijna door haar heen. ‘Hé, Todd,’ riep ze, en ze zwaaide even, alleen met haar vingertoppen. Ze drukte Luce op een stoel neer, nam de veilige plek naast haar in beslag (nog steeds twee stoelen van meneer Cole verwijderd) en gaf een klopje op de kritieke stoel. ‘Kom gezellig bij ons zitten, man!’

Todd, die in de deuropening van zijn ene been op het andere had staan wiegen, keek enorm opgelucht dat hij een instructie kreeg – wat voor instructie ook. Hij slikte eens en liep naar hen toe. Hij had zich nog niet op de stoel gewurmd of meneer Cole keek op van zijn boek, maakte met zijn zakdoek zijn bril schoon en zei: ‘Todd, fijn dat je er bent. Ik vroeg me af of jij me na de film even met iets wilt helpen. Het Venn-diagram is namelijk een heel handig hulpmiddel om…’

‘Gemeen!’ Penn stak haar hoofd tussen Arriane en Luce.

Arriane haalde haar schouders op en toverde een reusachtige zak popcorn uit haar weekendtas tevoorschijn. ‘Ik kan echt niet alle nieuwe leerlingen onder mijn hoede nemen,’ zei ze, terwijl ze Luce een boterig korreltje toe gooide. ‘Heb jij effe mazzel.’

Toen de lichten in het lokaal werden gedimd, keek Luce om zich heen, totdat haar blik op Cam bleef rusten. Ze dacht aan haar verkorte roddelsessie aan de telefoon met Callie, en dat haar vriendin altijd zei dat er geen betere manier was om dingen over een jongen te weten te komen, dingen die in een gesprek misschien niet naar boven kwamen, dan samen met hem naar een film te kijken. Luce keek naar Cam en dacht te begrijpen wat Callie bedoelde: het had wel iets opwindends om vanuit haar ooghoek te kijken wat voor grappen Cam leuk vond en om ook te lachen als hij dat deed.

Toen hij ook naar haar keek, schaamde Luce zich en wilde ze wegkijken. Maar voor ze dat kon doen, glimlachte Cam van oor tot oor. Ze voelde zich er opeens helemaal niet meer verlegen over dat hij haar betrapt had terwijl ze naar hem zat te kijken. Toen hij zijn hand opstak om te zwaaien, moest Luce er onwillekeurig aan denken dat de paar keer dat Daniël haar had betrapt terwijl ze naar hem keek, precies het tegenovergestelde was gebeurd.

Daniël kwam met Roland binnenzetten, zo laat dat Randy de presentielijst al had doorgenomen, zo laat dat je alleen nog vooraan in het lokaal op de grond kon zitten. Hij liep door de lichtstraal van de projector, en Luce zag nu voor het eerst dat hij een zilveren ketting om zijn nek had, met een soort medaillon eraan, dat hij onder zijn T-shirt droeg. Toen dook hij omlaag en verdween hij helemaal uit beeld. Ze kon zelfs zijn profiel niet zien.

Starman bleek niet erg grappig, maar de imitaties van Jeff Bridges die de andere leerlingen voortdurend ten beste gaven waren dat wel. Luce had er moeite mee om zich op de plot te blijven concentreren. Bovendien kreeg ze weer dat vervelende ijskoude gevoel in haar nek. Er stond iets te gebeuren.

Toen de schaduwen dan ook kwamen, was Luce erop voorbereid. Ze begon er eens over na te denken en telde ze op haar vingers af. De schaduwen waren in een schrikbarend tempo steeds vaker aan haar verschenen en Luce begreep niet of ze nu gewoon zenuwachtig was, hier op Zwaard & Kruis… of dat het iets anders te betekenen had. Het was nog nooit eerder zo erg geweest…

Ze hingen in de aula boven haar hoofd, gleden toen langs de zijkanten van het filmdoek en volgden tot slot de lijnen van de plankenvloer, als gemorste inkt. Luce greep de onderkant van haar stoel beet en voelde de angst pijnlijk aanzwellen in haar benen en armen. Ze spande alle spieren in haar lichaam, maar kon toch niet voorkomen dat ze begon te beven. Toen ze iemand in haar linkerknie voelde knijpen, keek ze opzij naar Arriane.

‘Gaat-ie?’ mimede Arriane.

Luce knikte en trok haar schouders omhoog alsof ze wilde zeggen dat ze het alleen maar koud had. Ze wilde dat dat echt zo was, maar deze kou had niets met de overijverige airconditioning van Zwaard & Kruis te maken.

Ze voelde dat de schaduwen onder haar stoel aan haar voeten trokken. En daar bleven ze zitten, loodzwaar, de hele film lang, en elke minuut leek wel een eeuwigheid te duren.

Een uur later drukte Arriane haar oog tegen het kijkgaatje van de bronskleurig geschilderde deur van Cams kamer. ‘Joehoe!’ zong ze giechelend. ‘De festiviteiten zijn hier!’

Ze haalde uit diezelfde magische weekendtas waar eerder de zak popcorn uit tevoorschijn was gekomen, nu een knalroze boa. ‘Geef me eens een zetje,’ zei ze tegen Luce, en ze liet haar voet in de lucht bungelen.

Luce haakte haar vingers in elkaar en zette haar handen onder Arrianes zwarte laars. Ze keek hoe Arriane zich afduwde en de boa gebruikte om de lens van de bewakingscamera in de gang af te schermen terwijl ze naar de achterkant van het apparaat reikte en het uitzette.

‘Nee hoor, dat wekt helemaal geen argwaan,’ zei Penn.

‘Liggen jouw belangen bij de afterparty?’ beet Arriane haar toe. ‘Of bij de bewakingsparty?’

‘Ik wil alleen maar zeggen dat daar wel slimmere manieren voor zijn.’ Arriane sprong op de grond en Penn maakte een snuivend geluid. Arriane hing de boa bij Luce om de schouders, en Luce lachte en begon te swingen op het nummer van Motown dat ze door de deur heen konden horen. Maar toen Luce Penn de boa aanbood, zag ze tot haar verbazing dat ze erg zenuwachtig was. Penn beet op haar nagels en het zweet parelde op haar voorhoofd. Penn had in het benauwd warme, zuidelijke septemberweer zes truien aan, maar ze had het nooit warm.

‘Wat is er?’ fluisterde Luce, en ze boog zich naar haar toe.

Penn plukte aan de boord van haar mouw en haalde haar schouders op. Net toen het ernaar uitzag dat ze antwoord wilde geven, ging de deur achter hen open. Ze werden begroet door een walm sigarettenrook, keiharde muziek, en plotseling de open armen van Cam.

‘Je bent gekomen,’ zei hij, en hij glimlachte naar Luce. Zelfs in het schemerlicht hadden zijn lippen een gloed als van rood fruit. Toen hij haar in een stevige omhelzing nam, voelde ze zich piepklein en veilig. Het duurde maar een tel; toen draaide hij zich om om de andere twee meisjes met een knikje te begroeten, en Luce was best een beetje trots dat zij de enige was die een omhelzing kreeg.

Achter Cam zat de kleine donkere kamer helemaal vol mensen. Roland zat in een hoek, bij de draaitafel, en hield platen omhoog in het schijnsel van een blacklight. Het stel dat Luce een paar dagen geleden op de binnenplaats had gezien, stond nu tegen het raam. De deftige jongens met de witte overhemden stonden allemaal op een kluitje en keken alleen zo nu en dan even naar de meisjes. Arriane liep meteen de kamer door, naar het bureau van Cam, dat zo te zien ook als bar dienstdeed. Een tel later hield ze al een champagnefles tussen haar benen en probeerde ze lachend de kurk eruit te krijgen.

Luce was met stomheid geslagen. Op Dover had ze niets eens geweten hoe je aan drank moest komen, en daar was de buitenwereld een stuk toegankelijker geweest dan hier. Cam was pas sinds een paar dagen terug op Zwaard & Kruis, maar nu bleek hij al te weten hoe je alles moest binnensmokkelen wat je nodig had voor een dionysische soiree waar de hele school naartoe kwam. En op de een of andere manier vond verder iedereen dit de normaalste zaak van de wereld.

Terwijl ze nog op de drempel stond hoorde ze de ‘plop’, toen het gejuich van de overige aanwezigen, en toen de stem van Arriane, die riep: ‘Lucindááá, binnenkomen! Ik ga een toost uitbrengen.’

Luce voelde de magnetische aantrekkingskracht van het feest, maar Penn was zo te zien veel minder bereid om van haar plaats te komen.

‘Ga jij maar alvast,’ zei ze, en ze zwaaide naar Luce.

‘Wat is er? Kom je niet mee naar binnen?’ Het geval wilde dat Luce zelf ook een beetje zenuwachtig was. Ze had geen idee wat er op zo’n bijeenkomst allemaal gebruikt werd, en aangezien ze nog niet helemaal zeker wist hoe betrouwbaar Arriane was, zou ze zich met Penn erbij beslist een stuk prettiger voelen.

Maar Penn fronste haar wenkbrauwen. ‘Ik eh… dit is niet helemaal mijn ding. Ik werk in de bibliotheek… ik geef workshops over hoe je PowerPoint moet gebruiken. Als je in een bestand wilt inbreken, moet je bij mij zijn. Maar dit…’ Ze ging op haar tenen staan en tuurde de kamer in. ‘Ik weet het niet, hoor. Die mensen daar vinden mij toch een soort nerd.’

Luce probeerde een zo goed mogelijke ‘hou nou toch op’-frons te maken. ‘Ja, en mij vinden ze een plak gehaktbrood, en wij vinden hen weer volkomen gaga.’ Ze lachte. ‘Kunnen we niet gewoon allemaal gezellig doen?’

Penn krulde langzaam haar lip, pakte toen de boa en legde die om haar schouders. ‘Nou, goed dan,’ zei ze, en ze kloste voor Luce naar binnen.

Luce moest even aan het licht wennen en knipperde met haar ogen. Het was één groot kabaal in de kamer, maar ze hoorde Arriane overal bovenuit lachen. Cam deed de deur achter haar dicht en trok Luce aan zijn hand mee, zodat ze een beetje achteraf konden gaan staan, uit de buurt van de ergste drukte.

‘Ik ben heel blij dat je gekomen bent,’ zei hij, en hij legde zijn hand tegen haar onderrug en boog zijn hoofd, zodat ze hem in het lawaaierige vertrek kon verstaan. Die lippen zagen er wel erg smakelijk uit, vooral als ze dingen zeiden als ‘elke keer dat er werd aangeklopt sprong ik op in de hoop dat jij het was’.

Luce wist niet hoe het kwam dat Cam zich zo snel tot haar aangetrokken voelde, maar ze wilde vooral niets doen om dat in de war te sturen. Hij was populair en onverwacht attent, en door zijn aandacht voelde ze zich meer dan alleen maar gevleid. Ze voelde zich daardoor veel meer op haar gemak in deze vreemde nieuwe omgeving. Ze wist dat ze, als ze op zijn compliment zou proberen te reageren, over haar woorden zou struikelen. Dus lachte ze alleen maar, en daar moest hij weer om lachen, waarna hij haar naar zich toe trok om haar nog een keer te omhelzen.

Plotseling kon ze haar eigen handen alleen maar om zijn nek kwijt. Cam pakte haar stevig beet en tilde haar een stukje van de grond, waardoor ze een beetje licht in haar hoofd werd.

Toen hij haar weer neerzette, draaide Luce zich naar de rest van het gezelschap om, en de eerste die ze zag was Daniël. Ze had niet de indruk dat hij Cam graag mocht. Maar goed, hij zat wel in kleermakerszit op het bed, en zijn witte T-shirt gloeide paars op in het blacklight. Zodra haar ogen hem hadden gevonden, was het moeilijk om nog ergens anders naar te kijken. En dat sloeg nergens op, want vlak achter haar stond een ontzettend lekkere, aardige jongen, die vroeg wat ze wilde drinken. De andere ontzettend lekkere, oneindig minder aardige jongen die aan de andere kant van de kamer zat, hoorde niet degene te zijn van wie ze haar ogen niet kon afhouden. En hij keek ook naar haar. Heel doordringend, met een cryptische blik in zijn half dichtgeknepen ogen, die Luce vast nooit kon doorgronden, dacht ze, ook al zag ze die duizend keer.

Ze wist alleen wel wat voor effect die blik op haar had. Alle andere aanwezigen werden onscherp, en ze smolt weg. Ze had hem de hele avond wel kunnen aanstaren, ware het niet dat Arriane, die op het bureau was geklommen, Luce riep en haar glas omhooghield.

‘Op Luce,’ proostte ze, en ze schonk Luce een hemels glimlachje. ‘Die er duidelijk even niet bij was en mijn hele welkomstspeech heeft gemist, en die dus nooit zal weten hoe waanzinnig goed die was – was-ie goed of niet, Ro?’ vroeg ze aan Roland, terwijl ze zich naar hem omlaag boog, en hij gaf haar een bevestigend klopje op haar enkel.

Cam drukte Luce een plastic bekertje met champagne in de hand. Ze bloosde en probeerde het weg te lachen, maar toen echode het hele gezelschap: ‘Op Luce! Op Gehaktbrood!’

Molly liet zich naast haar glijden en fluisterde haar een verkorte versie in het oor: ‘Op Luce, die het nóóit zal leren.’

Een paar dagen daarvoor zou Luce nog ineengekrompen zijn. Maar vanavond rolde ze alleen met haar ogen en draaide Molly toen haar rug toe. Het kind had nog nooit iets tegen haar gezegd waardoor Luce zich niet beledigd had gevoeld, maar als ze dat zou laten merken, moedigde ze haar lompe gedrag alleen maar aan. Dus liet Luce zich zakken om samen met Penn een bureaustoel te delen. Penn gaf haar een dropsliert.

‘Niet te geloven, zeg. Volgens mij heb ik het nog naar mijn zin ook,’ zei Penn, terwijl ze vrolijk zat te kauwen.

Luce beet een stukje drop af en nam een heel klein slokje van de bruisende champagne. Geen goede combinatie. Zoiets als Molly en zij. ‘Zeg, is Molly tegen iedereen zo vals, of ben ik een speciaal geval?’

Het leek er heel even op of Penn met een heel ander antwoord zou komen, maar toen gaf ze Luce een klopje op haar rug. ‘Nee, ze is altijd zo charmant.’

Luce keek de kamer rond, naar de vrijelijk stromende champagne, naar de mooie vintage pick-up van Cam, naar de discobal die boven hun hoofden rondtolde en op alle gezichten sterretjes wierp.

‘Hoe komen ze aan al die spullen?’ vroeg ze zich hardop af.

‘Er wordt beweerd dat Roland alles Zwaard & Kruis binnen weet te smokkelen,’ zei Penn op zakelijke toon. ‘Niet dat ik hem er ooit naar heb gevraagd.’

Misschien bedoelde Arriane dat toen ze zei dat Roland wist hoe je aan dingen moest komen. Het enige verboden artikel waar Luce zo’n behoefte aan had dat ze zich kon voorstellen dat ze erom vroeg, was een mobiele telefoon. Maar ja… Cam had gezegd dat ze niet naar Arriane moest luisteren wat betreft de precieze gang van zaken hier op school. En dat was prima, behalve dan dat een groot deel van dit feest aan Roland te danken leek. Hoe meer ze haar vragen probeerde te ontwarren, hoe minder logisch alles leek. Ze moest er waarschijnlijk maar genoegen mee nemen om net genoeg ‘in’ te zijn dat ze voor feestjes werd uitgenodigd.

‘Oké, al het uitschot even luisteren,’ zei Roland heel hard om ieders aandacht te trekken. De platenspeler was tot zwijgen gebracht, op de ruis tussen twee nummers na. ‘We gaan aan het openmicrofoongedeelte van de avond beginnen, en er kunnen verzoeken voor karaoke worden gedaan.’

‘Daniël Grigori!’ joelde Arriane tussen haar handen.

‘Nee!’ joelde Daniël ogenblikkelijk terug.

‘Ai, de zwijgzame Daniël doet nog even niet mee,’ zei Roland in de microfoon. ‘Weet je zeker dat je jouw versie van “Hellhound on My Trail” niet wil doen?’

‘Volgens mij is dat jóúw nummer, Roland,’ zei Daniël. Er speelde een vaag glimlachje rond zijn lippen, maar Luce kreeg de indruk dat het een gegeneerd glimlachje was, een glimlachje van ‘laat iemand anders maar in de schijnwerpers gaan staan’.

‘Daar zit wat in, jongens.’ Roland moest lachen. ‘Al staat de karaokeversie van Robert Johnson er wel om bekend dat je daar een kamer mee leeg krijgt.’ Hij trok een plaat van R.L. Burnside uit de stapel en legde die op de platenspeler in de hoek. ‘Dan dalen we maar af naar het zuiden.’

De basklanken van een elektrische gitaar klonken en Roland betrad het podium, dat uit één vierkante meter lege, door maanlicht beschenen vloer midden in de kamer bestond. Iedereen klapte op het ritme in zijn handen of stampte met zijn voeten, maar Daniël keek omlaag op zijn horloge. Ze kreeg steeds weer het beeld voor ogen van hoe hij eerder die avond in de hal naar haar had geknikt, toen Cam haar voor het feest had uitgenodigd. Net alsof Daniël om de een of andere reden wilde dat ze erbij was. Nu ze was gekomen, was hij natuurlijk niet van plan om te laten merken dat hij zich van haar bestaan bewust was.

Kon ze maar even alleen met hem zijn…

Roland wist de aandacht van de gasten zodanig te vangen dat alleen Luce merkte dat Daniël halverwege het nummer opstond, zich langs Molly en Cam heen wurmde en stilletjes de deur uit glipte.

Dit was haar kans. Terwijl iedereen om haar heen applaudisseerde, stond Luce langzaam op.

‘Toegift!’ riep Arriane. Toen zag ze dat Luce van haar stoel opstond en zei: ‘O, nee maar, komt mijn pupil naar voren om te zingen?’

‘Nee!’ Luce wilde net zomin voor deze kamer vol mensen zingen als ze wilde toegeven wat de ware reden was waarom ze was opgestaan. Maar daar stond ze dan toch, op haar eerste feestje op Zwaard & Kruis, en Roland hield de microfoon voor haar neus. O hemel, wat nu?

‘Ik… ik vind het alleen erg voor, eh… Todd. Dat hij er niet bij is.’ Luce’ stem galmde door de speaker naar haar terug. Ze had nu al spijt van haar slechte leugentje om bestwil, en van het feit dat er geen weg terug meer was. ‘Ik wilde even gaan kijken of hij al klaar is bij meneer Cole.’

Niemand van de andere leerlingen leek te weten wat hij hiermee aan moest. Alleen Penn riep verlegen: ‘Snel terugkomen!’

Molly gniffelde neerbuigend om Luce. ‘Verliefd op een nerd,’ zei ze, terwijl ze deed alsof ze in katzwijm viel. ‘Heel romantisch.’

Ho eens even, dachten ze dat zij Todd leuk vond? Ach, wat maakte het ook uit – de enige van wie Luce echt niet wilde dat hij dat dacht, was degene die ze nu net naar buiten probeerde te volgen.

Luce sloeg verder geen acht op Molly, maar schoot naar de deur, waar Cam haar met over elkaar geslagen armen opwachtte. ‘Zal ik met je meegaan?’ vroeg hij hoopvol.

Ze schudde haar hoofd. Op elk andere moment had ze het waarschijnlijk prettig gevonden als Cam meeging. Maar nu even niet.

‘Ik ben zo terug,’ zei ze opgewekt. Voor ze kon zien hoe teleurgesteld hij keek, glipte ze de gang op. Na het kabaal van het feest galmde de stilte in haar oren. Het duurde even voor ze hoorde dat er vlak om de hoek mensen gedempt met elkaar stonden te praten.

Daniël. Zijn stem zou ze overal herkennen. Maar ze wist niet met wie hij stond te praten. Een meisje.

‘Het spijt me,’ zei ze – wie ze ook mocht zijn – met een duidelijk zuidelijk accent.

Gabbe? Was Daniël naar buiten geglipt om de blonde en ge-airbrushte Gabbe te zien?

‘Het zal niet nog een keer gebeuren,’ ging Gabbe verder. ‘Ik zweer dat…’

‘Het kán niet nog een keer gebeuren,’ fluisterde Daniël, maar aan zijn toon was echt overduidelijk te horen dat het hier om een ruzie tussen geliefden ging. ‘Je hebt beloofd dat je er zou zijn, en je was er niet.’

Waar? Wanneer? Luce hád het niet meer. Ze sloop de gang door en probeerde geen geluid te maken.

Maar het tweetal zweeg nu. Luce zag al helemaal voor zich hoe Daniël Gabbe’s handen vastpakte. Ze zag voor zich hoe hij zich voor een lange, heftige kus naar haar toe boog. Er trok een vlaag van allesverterende jaloezie door Luce’ borst. Om de hoek zuchtte een van hen.

‘Je zult me moeten vertrouwen, schatje,’ hoorde ze Gabbe zeggen met een suikerzoete stem die Luce voor eens en voor altijd deed besluiten dat ze die griet niet moest. ‘Je hebt niemand anders dan mij.’