94

Bij de markt besteedde het verkeer nog steeds geen aandacht aan de jongens met de dronken-zeemanspetten, en die gingen nog steeds over de rooie.

Naast me probeerde Dom niet in te dutten.

We kwamen langs de houtstapels en we draaiden eensgezind ons hoofd opzij om te kijken naar de kleine loods waar Sundance en Gympen ons te pakken hadden gekregen. Ik wist dat we hetzelfde dachten. Magrebs vrouw had een sombere toekomst voor zich. In Afghanistan zijn weduwen lager dan laag. Die medische carrières zouden lang op zich laten wachten.

Dom zuchtte diep en een traan rolde over zijn wang. ‘Ik ben zo stom geweest… Peter, Magreb, Finbar… God mag weten wie nog meer… En dat allemaal vanwege mijn stompzinnige persoonlijke kruistocht…’

Ik concentreerde me ingespannen op de weg. ‘Hij zou nooit zijn gestopt tot hij de film had. En zodra hij die had vernietigd, zou jij altijd als volgende aan de beurt zijn gekomen.’

Dom staarde ellendig voor zich uit. ‘Ik dacht dat het aan alles een eind zou maken. Toen die Ierse kerels zeiden dat ze hem wilden hebben, blufte ik, en Peter speelde het spel mee. Ik zei dat ik hem niet had – niet bij me, tenminste. Dat was toen ze ons naar buiten sleepten de woestijn in en Peter pal voor mijn ogen doodschoten.’ Hij draaide zich om. ‘En ik dacht nog steeds dat ik ze te slim af kon zijn. Meisjes van Baz hadden geruchten gehoord over een grote drugstransactie tussen de taliban en een paar Britten. Ik wist dat het dezelfde Britten moesten zijn naar wie ik geen onderzoek mocht doen van BZ. Ik dacht dat als ik contact kon leggen, bewijsmateriaal kon vinden, wat dan ook, dat ik dan alles tot een goed einde kon brengen…’

‘En toen kregen Noah en zijn maat jou te pakken en besloten ze een aardige cent bij te verdienen op de onroerendgoedmarkt van Dublin.’ Ik legde een hand op zijn schouder.

Gym Tonic doemde links van ons op. Ik nam nog een paar bochten en zijstraten tot we bij een kruising kwamen. Aan de overkant was een hoge muur met prikkeldraad. Rechts kon ik TV Hill zien liggen.

Ik sloeg op de kruising linksaf. Enkele ogenblikken later kwamen we voorbij de computerwinkel. Ik wachtte tot enkele arbeiders met emmers vol puin niet meer in de weg liepen en stopte toen voor de voetgangersdeur rechts van de poort van de Gandamack.

‘Blijf hier, maat. Ik blijf niet lang weg. Hooguit tien minuten. Als het langer duurt, neem je de auto en ga je terug naar Basma. Als ik morgen nog niet ben opgedoken, stap je op het eerste het beste vliegtuig het land uit. Dat zul je helemaal op je eentje moeten doen.’

Ik stompte een paar keer tegen de poort. De grendel werd weggeschoven en een paar vurige Afghaanse ogen wilden weten wat ik verdomme wilde.