22
Mijn arm deed verrekte zeer als hij naar beneden hing, dus moest ik hem tegen mijn borst gedrukt houden.
Ik kneep mijn ogen dicht, sloeg rechtsaf en liep langs het mortuarium de eettent in. Mensen liepen in en uit met bekers thee of koffie. De ingang stond vol lieden met kogelvrij vest en helm die hun handen stonden te wassen met reinigingsvloeistof om geen water te verspillen. Ze keken me aan alsof ik van een andere planeet kwam. ‘Ik weet het, maar ik heb niets. Weet iemand waar Media Ops is?’
Ik werd verwezen naar achter de kooktent. Ik sloeg linksaf en half lopend, half rennend vroeg ik onderweg weer waar ik moest zijn. De meeste mensen kenden hun eigen gebiedje en daar bleef het bij.
Uiteindelijk stond ik voor twee verplaatsbare keten met enorme aircokisten op het dak. Nu wist ik waar ik was. Hier hadden we onze informatie gekregen.
In de tweede keet was beweging te zien. Ik liep naar binnen en het was er bijna even koud als in het mortuarium. De kapitein van de Royal Artillery van de eerste bijeenkomst zat achter een bureau. Ik kon me zijn naam niet meer herinneren – ik had alleen instemmend geknikt toen hij zijn praatje hield, want ik had niet verwacht hem ooit nog te zien. Maar ik herinnerde me wel dat hij bij de Territorial Army zat en vrijwillig hierheen was gekomen. In de echte wereld was hij verantwoordelijk voor de camera’s van het gesloten televisiecircuit van Plymouth.
Hij leek te schrikken toen hij me zag. ‘Nick, hoe gaat het? Ik was van plan om later langs te komen, maar ik wilde je eerst laten rusten.’ Hij maakte een onrustige indruk. Hij stond op en haalde diep adem om me het slechte nieuws te melden.
Ik stak een hand op. ‘Ik weet dat Pete dood is. De sergeant van de verkenningseenheid is al bij me langs geweest.’
Hij ging zitten, opgelucht dat hij niet de brenger van het slechte nieuws hoefde te zijn. Ik was een burger. Misschien had ik wel op zijn schouder willen uithuilen of een knuffel willen hebben.
‘Waarom had hij geen kogelvrij vest aan?’
‘Ik weet het niet. We hebben jullie verteld dat steeds te dragen – net als een helm. Dat maakte deel uit van de informatie. Dom vertelde ons dat ze een paar opnamen gingen maken van laagvliegende Merlins. Ze hadden geen toestemming. Ze hadden niemand verteld wat ze gingen doen. Wij kunnen hiervoor geen verantwoordelijkheid nemen. Ze hadden me ervan op de hoogte moeten stellen dat…’
Dit was belachelijke onzin. ‘Waar is Dom nu?’
‘Hij is vertrokken. Ik weet niet waarheen of hoe. Zijn uitrusting is verdwenen en hij heeft zich niet eens afgemeld.’
‘Afgemeld? Hoe komt hij hier dan verdomme vandaan? Heeft hij een taxi gebeld?’
‘Hij moet van plan zijn de vlucht van twee uur te pakken. Het is erg onverantwoordelijk gedrag, en dat doet de wens van de media om overal meer bij betrokken te worden geen goed.’
‘Hou je kop, verdomme, en geef me een lift naar de terminal.’
Ik volgde hem naar buiten de hitte weer in. De auto van Media Ops was een stoffige Discovery met een airco, maar die deed het niet goed genoeg. Ik beschermde mijn ogen tegen de schittering toen we van het ene kamp het andere in reden. We hotsten over stoffige paden en kwamen ten slotte op de metalen weg die evenwijdig liep met de start- en landingsbaan.
‘Wat gaat er met Pete gebeuren?’
‘Het tv-station heeft zijn vrouw op de hoogte gesteld. Wij zorgen ervoor dat hij op Brize Norton aan haar wordt overgedragen. Daarna? Nou…’
Ik hield de plastic zak omhoog. ‘Ik zal dit voor haar meenemen.’
We kwamen op het platform. De terminal was iets verderop. Die zag eruit als een ander paleis van Saddam. Veel marmer en torens, maar omgeven door prikkeldraad en HESCO’s. Soldaten reden op en neer over de weg in gestripte Land Rovers met achterop een .50-machinegeweer.
De Britten hadden de terminal na de oorlog gebruikt als hun tijdelijke hoofdkwartier tot de NOB gebouwd was. Daarna was hij weer overgedragen aan de burgerautoriteiten en Jordanian verzorgde één vlucht per dag. De Jordaanse luchtvaartmaatschappij was de enige die het risico wilde nemen.
We parkeerden buiten het gebouw. Het kon me niet schelen of de mediakerel bleef of vertrok. Ik stoof gewoon de spelonkachtige, lege terminal in.
Er waren zo’n vier mensen in burgerkleding, maar geen van hen was Dom. Alle anderen, een man of tien, waren MP’s met honden en SA80’s.
Een andere marmergroeve moest helemaal leeg zijn gehaald om dit te bouwen. Het dak moest minstens zeventig meter hoog zijn. Op de muren zaten nog de sporen van isolatietape waar de Britten kabels hadden aangebracht.
De plaats waar je kon inchecken bestond uit een rij van ongeveer veertig balies tegen de verst verwijderde muur. Achter elke balie hing een digitaal scherm. Niet één ervan werkte. Geen van de bagagebanden liep.
Een eenzame kerel zat achter een van de balies. Zijn ogen werden groot toen ik naar hem toe rende. De vlucht zou pas over anderhalf uur vertrekken en het was niet zo dat er hordes mensen hunkerden om aan boord te stappen.
‘Is dit voor de vlucht van Jordanian? De vlucht naar Amman?’
‘Ja, ja.’
‘Heeft Dominik Condratowicz al ingecheckt?’
Hij keek me nietszeggend aan. ‘Meneer Dom-in-ik Con-drat-o-wicz.’
Hij controleerde zijn papieren en ik boog voorover om hem te helpen. Ik zag de naam niet staan.
‘Kun je hier tickets kopen? Deze balie?’
‘Ja, ja.’
‘Heeft hij een ticket gekocht?’
‘Nee.’
Dom had niet ingecheckt, dus had hij zeker geen vliegtuig gepakt, als dat al mogelijk was. Ik wist niet hoe dat werkte op deze plek.
Verdomme, ik zou hier blijven tot de vlucht vertrok en kijken of hij kwam opdagen.
Ik liep weg en ging op een van de miljoenen lege stoelen op hem zitten wachten.
Ik zocht in Pete’s spullen, maar vond niets dat me een aanwijzing gaf over wat er was gebeurd. In zijn portemonnee zaten alleen de normale dingen: twee creditcards van Lloyds, een donorcodicil, meer van dat soort dingen en ongeveer zestig dollar.
Helikopters filmen, vergeet het maar.
Ik pakte mijn mobieltje.
‘Met Nick Stone in Basra. Ik moet met Moira Foley praten. Het is dringend.’
Ik verwachtte dat Kate zou opnemen, die dan Moira moest gaan zoeken, maar de baas kwam meteen zelf aan de telefoon. ‘Hallo, Nick. Met Moira, hoe gaat het met je? Ik heb me zoveel zorgen gemaakt…’
Ik wist dat het niet zo was, dus hoefde ze ook niet zo bezorgd te klinken. ‘Pete… je weet het?’
‘God, het is echt vreselijk. Ze belden me thuis, en…’
‘Waar is Dom? Weet jij waar hij zit?’
‘Bij jou. Hij heeft met Pete de bestanden doorgestuurd en belde me nadat Pete was neergeschoten. Hij zei dat hij jou had verteld wat er was gebeurd.’
Ik haalde het mobieltje bij mijn oor weg om te kijken of er boodschappen waren. Het ding stond altijd op de trilfunctie, omdat een mobieltje in het veld absoluut niet kon gaan bellen.
‘Nick, hallo? Hallo?’
Ik hoefde het niet naar mijn oor te brengen om haar te horen.
‘Hij moet me gauw terugbellen, Nick. Vertel hem dat we een verslag bij de film moeten hebben. Het is geweldig materiaal, en we moeten echt…’
Ik verbrak de verbinding, leunde achterover en wachtte.