76
Ik rende terug, haalde de andere deur van het slot en gooide hem open. De meisjes zaten in elkaar gedoken in de hoek en geen enkele wilde door de lichtbundel van de zaklamp uitgekozen worden.
‘Vooruit! Vooruit! Naar buiten, verdomme!’ Ik richtte de Mini-Ero op hen, in een poging ze in beweging te krijgen.
Een paar tilden hun hoofd op keken me starend aan. Ik sleepte ze bij hun haren naar buiten. ‘Schiet op! Naar buiten, verdomme!’
Ik liet de rest achter. Ze leken te bang om in beweging te komen, maar het zou wel tot ze doordringen.
Ik liep terug naar Dom. Hij had geen centimeter bewogen. Deze rotzakken hadden helemaal niet de bedoeling om hem vrij te laten, en hij wist het.
Het hangende meisje slaagde erin te gillen. Ik rende naar haar kamer en greep de stoel. Ze begon te smeken en vroeg zich af welk nieuw soort pijn nu weer haar deel zou zijn. Ik klom op de stoel en zei dat ze verdomme haar bek moest houden.
‘Ja!’ Noah hoorde graag dat zijn maat Joey lol had.
Ik deed moeite om mezelf te beheersen, rukte aan de knoop in het touw waarmee ze aan het plafond hing en probeerde zo goed mogelijk haar val te breken.
Ze kroop over de vloer en ging met haar vingers over het gezicht van het dode meisje. Ze ging ook nergens anders naartoe.
Ik bleef in de gang staan toen de eerste twee meisjes uit de kamer naar me toe strompelden. Ze bleven als versteende konijntjes stokstijf in het lamplicht staan en ik dreef ze haastig naar de trap.
Dom had zich niet bewogen. Ik boog voorover en legde een hand op zijn schouder. ‘Kom op, dikzak, kom op. Dom, opstaan, we gaan weg.’ Ik kon niet uitmaken of hij de stem herkende. Het deed er trouwens niet toe. De omhelzingen en kussen konden wachten tot later, als hij begreep wat er gebeurde. Ik sloeg mijn arm om hem heen en tilde hem op.
Meer naakte lichamen strompelden voorbij toen ik naar de trap wankelde.
Noah was plotseling klaarwakker. ‘De teven gaan ervandoor, man! Krijg de klere, kom op!’
Er was meer beweging onder aan de trap toen de andere rupsen zich roerden. ‘Wel verdomme, Joey!’
Doms lichaam begon zich te strekken toen naakte, bange maar nu in toenemende mate opgewonden meisjes langs ons heen stroomden richting vrijheid.
Noah was buiten, sloeg degenen die hij te pakken kon krijgen en schreeuwde naar de anderen die in de duisternis verdwenen. De beide andere meisjes waren uit hun slaapzakken en begonnen mee te doen. Het zou niet lang duren voordat ze over de echte Joey struikelden. Het ging lawaaierig worden.
Met het wapen in de aanslag liep ik langzaam de trap af.
‘Wel verdomme…!’
Ze hadden hem gevonden.
Ik wachtte halverwege met de zaklamp in mijn linkerhand evenwijdig aan de loop, klaar om de doelen in het licht te zetten.
De eerste gedaante stormde weer naar binnen en schoof de meisjes aan de kant om bij zijn cocon en wapen te komen.
Ik wachtte nog even. Ik wilde het hele stel.
De tweede rende naar binnen. Op het moment dat ze hen zagen, zetten de meisjes die nog onder mij op de trap stonden het op een gillen. Ik dacht dat mijn trommelvliezen het zouden begeven.
Ik wilde de vierde figuur, maar de andere twee hadden hun wapens al en spoedig zouden ze licht hebben.
Ik moest nu aftrappen.
Ik drukte op de knop van de zaklamp en ving ze allebei in een tunnel van licht.
Het enige wat ik kon doen was standhouden en schieten, beide ogen open, zaklamp en wapen gericht op hun grootste massa.
Dubbel schot.
Dubbel schot.
Het was bijna een dag op de schietbaan, en dat moest ook wel. Anders zou ik fouten maken en sterven.
Cordiet vulde mijn neusgaten en de knallen van de Mini-Ero dreunden in mijn oren terwijl ik bleef vuren in het doelgebied onder me.
Een dikke wolk cordiet hing nu in het licht van de zaklamp, en de lichamen bewogen niet meer. De twee baardige schoften lagen aan de voet van de trap. Die met het zwarte haar was gestorven met een grijns op zijn gezicht; die met het bruine haar vertoonde een blik van totale verbazing.
Ik liet het wapen zakken. De overblijvende meisjes hoefden niet aangespoord te worden om als de bliksem naar buiten te rennen.
Ik kwam bij de deur en stapte naar buiten, maar Noah was verdwenen. Hij had het de anderen laten opknappen.
Ik had geen tijd te verliezen. De Turken zouden weldra hier zijn, en ik ging geen tijd verliezen met het zoeken naar autosleuteltjes om dan door hen naar beneden te worden gevolgd.
Ik rende weer naar boven en greep Dom bij zijn armen. ‘Opstaan! Help me, Dom. Ik kan dit niet alleen!’