70

‘We hebben samen veel meegemaakt, Asma,’ zei Gordon Weeks. Ze zaten alleen in het commandocentrum. De mannen van BZ waren vertrokken, praatten met media, die snakten naar nieuws over de gijzelingszaak, en feliciteerden zichzelf met een succesvolle missie. De kolonel en zijn staf waren weg. Kila en Jean wandelden samen langs de omheining. De commandant en zijn tweede man zaten in de kantine en de luitenant bemande de radio. Hopelijk kwamen er geen oproepen.

‘Ja,’ zei ze instemmend. ‘Ik mocht je in het begin helemaal niet.’

‘O nee? Wie houdt er nou niet van Gordon Weeks?’

‘Omdat je zo’n lul was toen we die twee gevangenen ondervroegen en ik mijn pistool trok. Stond je toen niet over de Internationale Conventie over de Mensenrechten te leuteren of verzin ik dat maar?’

Hij keek haar vernietigend aan. ‘Je verzint het.’

‘Maar je wou het wel, wed ik.’

Hij kon een glimlach niet onderdrukken. ‘Ik keurde het af.’

Ze liet haar ogen rollen. ‘Je moet soms het verkeerde doen om het goede te bereiken. Ongeveer zoals toen jullie een gewonde opstandeling in een greppel doodschoten.’

Hij besloot geen antwoord te geven. Op de printer van de commandant kwam iets binnen, en hij las het haastig. ‘Alweer een knipsel uit Londen, sas schiet gijzelingscrisis aan flarden.’ Hij legde het boven op britse special forces bevrijden gijzelaar in kogelregen. ‘Had ik je al verteld dat Martyn feitelijk gevonden is door iemand uit mijn peloton?’

Ze legde haar hoofd in haar nek en lachte. Hij sloeg haar blij gade. ‘Dat heb je al minstens drie keer verteld, Gordon. Maar heb ik jou verteld dat Martyns verblijfplaats in de Early Rocks dankzij mij ontdekt is?’

‘Jou!? Nee, dat heb je me niet verteld!’

Hij was belachelijk tevreden en trots, alsof hij het zelfbedacht had. ‘Het was heel spannend, maar ik mocht er met niemand over praten.’

‘Zelfs niet met mij?’

‘Zelfs niet met jou. Weet je nog dat ik zei dat er veel over een heilige plaats werd gekletst en dat jullie toen de moskeeën gingen doorzoeken?’

‘En toen bedacht jij dat ze de Early Rocks bedoelden!’

‘Ze zeiden namelijk iets over een zwangere vrouw daar. Daardoor wist ik het. De laatste keer dat we Asad zagen’ - haar stem haperde; ze hadden Asad sinds hun ruzie na zijn dood niet meer ter sprake gebracht - ‘zei hij dat het heiligdom bijzonder is voor vrouwen die een jongetje willen. Voor Asad was dat natuurlijk allemaal een stomme, onislamitische traditie. Hoe dan ook, we hielden de boel vanuit de lucht in het oog...’

De luitenant straalde. ‘Geweldig, Asma! Geweldig!’

‘... en toen bevrijdde de sas de gijzelaar!’

‘Nee, nee, dat deden ze niet.’

Ze glimlachte weer. Hij keek naar haar gezicht, gunde zichzelf een aandachtige blik op haar grimmige schoonheid en had het gevoel dat het moeilijk zou worden om haar niet elke dag te zien.

‘Asma, ik hoop dat we elkaar in Engeland nog eens zullen spreken.’ Ze verroerde zich niet. ‘Als jij dat wilt.’

‘Wil jij het?’

‘Volgens mij verander je van mening als je weer bij je vrienden bent,’ zei ze zacht. ‘Daarvan ben ik overtuigd.’

‘Nee!’ Hij wilde niet van mening veranderen en veranderde liever van vrienden. Het was waar dat Asma niet makkelijk in zijn omgeving paste. Maar hier op de basis was hij voor het eerst in zijn leven uit die omgeving gestapt, en hij zag geen reden om er weer in terug te stappen.

‘Asma, je woont in de buurt van Londen en we zouden dus... eh, bijvoorbeeld naar het theater kunnen gaan of een keer lekker gaan eten...’

‘Lijkt me leuk. Ik ben nog nooit in een theater geweest.’

Ze zag dat hij zijn verrassing niet kon verbergen en ze lachte opnieuw. Zijn hele gezicht lichtte op van genoegen, hoewel hij vermoedde dat hijzelf haar lachlust wekte.

Ze boog zich over het bureau en pakte tot zijn verbazing en verrukking zijn hand. ‘Gordon, in Engeland wordt alles anders. We zijn hier veel samen geweest en zien alles wat we gemeen hebben. Zodra we terug zijn, zien we alleen nog de verschillen.’ ‘Welke verschillen?’

‘Doe niet zo achterlijk, Gordon.’

‘Voordat je besluit om mensen te haten omdat ze in een landhuis wonen, moet je eerst komen kijken.’

Ze snoof. ‘Het zal er wel naar boenwas ruiken.’

Hij glimlachte. ‘Alleen op woensdag, als mevrouw B. uit het dorp is komen schoonmaken.’

‘Is dat een geintje?’

‘Ja. Kom mijn huis maar eens bekijken. Ik denk dat je het mooi vindt. Ik kan je ook leren paardrijden...’

‘Nee, dank je. En ik garandeer je dat jij mijn ouderlijk huis niét mooi vindt. Gelukkig praten mijn ouders al drie jaar niet met me, en er is dus niet veel kans dat je het ooit te zien krijgt.’

Haar aanraking was heel licht en haar hand zo klein dat hij die kon fijnknijpen als hij dat ooit zou willen. Hij hield hem voorzichtig vast. ‘Maar je hebt toch een flat in Luton?’

‘Ja.’

‘Misschien vind ik die wel mooi.’

‘Eh... ja...’

‘En ik woon in de officiersclub, niet bij mijn ouders.’

‘Wat bedoel je daarmee, Gordon?’

‘Kan dat niet ons uitgangspunt worden? Wie we nu zijn?’

‘Ik weet niet goed wie ik ben. Als ik tijdens deze uitzending één ding geleerd heb, dan is het dat ik hier geboren ben. Ik ben en blijf een Pathaanse, ook als ik mijn ouders niet meer zie en mijn achternaam heb afgelegd.’

Weeks zei zacht: ‘Daarom betekende Asad zoveel voor je.’

‘Toen ik Asad en zijn familie ontmoette, besefte ik dat ik hen in zekere zin al kende, hoewel ik hen nog nooit gezien had. Dat was in het begin griezelig. Ik zal ermee moeten leven.’

Ze liet zijn hand los en stond op. Hij had het blijkbaar verpest. Ze liep namelijk weg.

Maar nee, ze liep om het bureau heen naar de plaats waar hij zat. Ze boog zich voorover en kuste hem op zijn lippen. Het was geen erg lange kus, en na afloop wilde hij meer. Zijn lippen snakten naar de hare, maar ze trok zich terug en zwaaide met een vinger naar hem.

‘Je hebt genoeg kansen gehad om het tegen de vijand op te nemen, Gordon.’

‘Maar dat doe ik nu toch ook?’

Ze draaide zich lachend om. ‘Je moet nog heel veel leren, Gordon. Laten we in Engeland maar eens kijken of je goed hebt opgelet.’

Toen de satelliettelefoons na Jamies dood weer in werking werden gesteld, reserveerde Dave meteen. Hij wilde Jenny het nieuws zelf vertellen. Maar toen ze opnam, hoorde hij meteen dat ze het al wist. ‘Van wie weet je het?’

‘Van Adi natuurlijk.’ Ze bedwong sniffend haar tranen. ‘Het was ook op het nieuws toen ze almaar doorgingen over de sas die de gijzelaar bevrijd had.’

‘Wat zeiden ze dan?’

‘Dat een soldaat van het leger tijdens de hinderlaag was omgekomen. Toen belde Adi om het te zeggen. Ik was geschokt, Dave. Maar mijn eerste gedachte was: goddank dat jij het niet bent.’

‘Je mocht Jamie graag,’ zei hij.

‘Ja, heel erg.’

‘Wie is er bij Agnieszka?’

‘Niemand. Ik heb het geprobeerd. Maar ze lijkt wel bevroren. Misschien is ze in shock.’

‘Niemand? Zelfs die vent niet?’

‘Ze zegt dat ze alleen wil zijn. Adi heeft Luke genomen, en ik denk dat de maatschappelijk werker snel terugkomt. Luister, Dave, ik wil ons kind Jamie noemen. Vind je Jamie een goeie naam voor een meisje?’

‘Ik weet het niet. Op dit moment moet ik alleen maar aan hem denken.’

‘Sommige mensen schrijven het bij een meisje als Jaime.’

‘Ik denk erover na.’

‘Dave, gaat het goed met je?’

Hij voelde een stekende pijn in zijn borst. Er viel een lange stilte. Jamies stilte weer.

‘Weet ik niet,’ zei hij uiteindelijk.

‘Ik weet dat je dol op hem was.’

‘We horen geen favoriete soldaat te hebben.’

‘Maar het gebeurt soms toch. En Jamie was de jouwe.’

‘Hij was zwaar gewond maar ging niet meteen dood. Daarom bleef ik een paar minuten hopen, maar ik wist dat hij geen kans maakte.’

‘Je hoopte terecht,’ zei Jenny. ‘Soms gebeurt er een wonder.’

‘Deze keer niet. Hij was zo zwaar verminkt dat hij beter niet kon blijven leven.’

‘Hij wilde blijven leven voor Agnieszka.’

‘Dat is een bitch.’

‘Dave, ze heeft echt veel verdriet, en we weten niet zeker dat ze aan het rommelen was.’

‘Ze had een andere vent. En Jamie wist dat. Omdat ze het hem verteld heeft.’

‘Nee!’

‘Jen, hij had een mobieltje bij zich. Het is ongelooflijk dat Jamie zo’n risico nam. Maar hij deed het. Ik heb het gevonden. En er was een sms van haar, die hij vlak voor zijn dood gekregen moet hebben. Ze schreef dat ze van iemand anders hield.’

Er viel een lange stilte.

‘Jen?’

‘Hij had die telefoon op haar verzoek en omdat hij zo veel van haar hield.’

‘Ja, en zij hield zo veel van hem dat ze hem zo’n sms stuurde.’

‘Nee! Die komt niet van Agnieszka.’

Dave begon ineens iets te vermoeden. ‘Wist je van die telefoon?’

‘De taliban hebben die sms gestuurd. Dat zou Agnieszka nooit gedaan hebben.’

‘Hoe wist je dat verdomme, Jen?’

‘Wees niet boos op me, Dave. Ik had beloofd om niks te zeggen. Maar nu Jamie dood is...’