39

De vrouwen, het thuisfront, de staf... iedereen had het over de gewonden van het1epeloton. Er was iets in Afghanistan gebeurd terwijl Engeland sliep, en de geruchten deden de ronde in de kazernes en in de huizen, via de telefoonlijnen en over het internet.

Jenny wist wat er gebeurd was omdat Adi haar ’s morgens vroeg had gebeld om het te vertellen. ‘Er is gisteren iets voorgevallen. Daar had Agnieszka gelijk in. Maar er is niks aan de hand met Jamie.’

‘Met wie dan wel?’

‘Met twee anderen. Ben Broom en Ryan Connor. In ons peloton maar niet in Sols sectie.’

‘Die ken ik niet.’

‘Broom heeft een vriendin die op de crèche werkt.’

‘Kylie! Haar vriendje zit in Daves peloton en heet Ben!’

‘Hij schijnt het te zullen overleven. Maar bij die ander is het kantje boord. Die heeft meer verwondingen maar ze lappen hem op in Camp Bastion.’

Het was voor Jenny een verrassing dat Kylie bleek te werken toen ze Vicky die dag naar de crèche bracht. Ze was een knap en luidruchtig meisje dat meestal felgekleurde kleding en opvallende lippenstift droeg.

‘Ze staken een mijnenveld over,’ zei ze. ‘Ben redt het wel, maar hij is zijn onderbeen kwijt.’

Vicky kronkelde in Jenny’s armen, de baby schopte en Jenny had zin om te huilen.

‘O Kylie, wat vreselijk.’

‘Voor mij is het niet zo’n serieuze relatie, hoor,’ zei Kylie. ‘Maar nu hij gewond is, denkt iedereen dat ik bij hem zal blijven. Dat zal ik wel een tijdje moeten. Zijn ouders snotteren tegen me aan alsof ik hun schoondochter ben, maar het zou waarschijnlijk sowieso niet lang geduurd hebben.’ ‘Iedereen moet zijn eigen leven leiden,’ hoorde Jenny zichzelf zeggen terwijl ze Vicky op de grond zette.

Kylie boog zich naar haar toe. ‘En ik zal je nog iets anders zeggen. Ik kan er misschien helemaal niet naar kijken. Ik bedoel: naar de plek waar zijn been heeft gezeten.’ Ze trok een afkerig gezicht. ‘Van zoiets ga ik over mijn nek.’

‘Je moet misschien eens met Leanne Buckle praten,’ zei Jenny.

‘Maar die is met Steve getrouwd. Ik woon niet eens samen met Ben en we gaan nog helemaal niet lang met elkaar om.’

Toen Jenny van de crèche thuiskwam, zette Trish haar met een kop thee voor de tv.

‘Maar mama, ik kijk overdag nooit tv. Daar heb ik geen tijd voor.’ ‘Voeten omhoog!’ zei Trish. ‘Zo te zien heb je in geen twee dagen een oog dichtgedaan.’

Dat was bijna waar. Het praatprogramma werkte ontspannend, en ze begon zich slaperig te voelen. Maar de herinneringen aan de vorige nacht kwamen terug. Wie had dat bericht aan Agnieszka gestuurd? Ze had Agnieszka die ochtend gebeld, maar Adi was haar voor geweest, en Agnieszka had haast gehad. Ze had beslist niet over de sms willen praten.

Jenny wist zeker dat de taliban erachter zaten. Dave had voor zijn vertrek uitgelegd dat de vijand gesprekken onderschepte en dan hun eigen berichten stuurde. Die betekenden verder niets, maar Jenny begreep nu wat er was gebeurd. De taliban hadden Jamies liefdevolle sms’jes aan Agnieszka opgepikt en bedacht hoe ze haar konden treffen. Toevallig hadden ze hun bericht gestuurd terwijl Jamie echt in gevaar was. Maar dat wist de afzender niet. Hij was een man die ver weg was en Agnieszka nooit ontmoet had maar één ding zeker wist: hij haatte haar omdat een Britse soldaat van haar hield. Hij haatte haar genoeg om een bericht te sturen dat haar aan het schrikken maakte en verdriet bezorgde. En die man zonder gezicht had zijn doel bereikt. De taliban waren op een nieuwe, angstaanjagend persoonlijke manier eerst in Agnieszka’s, toen in Jenny’s, toen in Adi’s huis doorgedrongen.

‘Ik moet even de deur uit.’

‘Waarom?’

‘Om de hoek woont iemand met wie ik moet praten.’

‘Ontspan je in s hemelsnaam.’

‘Ik kan me pas ontspannen als ik met haar gepraat heb.’

‘Totdat je met je voeten omhoog hebt gezeten, ga je helemaal nergens naartoe, lieve meid’ zei Trish streng. Jenny voelde zich weer

dertien. Ze giechelde. ‘Ik ga niet meer naar clubs om verliefd naar Leroy Tanner te kijken,’ zei ze.

Trish keek veelbetekenend. ‘Ik heb altijd gezegd dat die jongen nog eens achter de tralies zou belanden, en ik heb gelijk gehad, hè? Ik snap echt niet wat je in hem zag.’

Jenny wist precies wat ze in Leroy Tanner gezien had, maar nu ze acht maanden zwanger was van haar tweede kind, had ze geen zin om daarover na te denken. Ze stond langzaam op. ‘Ik loop alleen even de hoek om, mam. Het duurt maar vijf minuten.’

Voordat Trish er iets tegenin kon brengen, ging de telefoon, en Jenny, die er net langs liep, nam op.

‘Hallo,’ zei een verre, vermoeide stem. ‘Dag schat.’

‘Dave!’

‘Ik kon eindelijk weer een keer bij de telefoon.’

‘En je hebt gisteravond ook al gebeld!’

‘Voor mij was dat vanochtend, en toen had ik haast. Ik heb toen niet gezegd dat ik van je hou.’

Ze hoorde de vermoeidheid en de pijn in zijn stem. ‘Ik hou ook van jou. En ik heb van dat mijnenveld gehoord. Iedereen hier trouwens. Ben Broom en Ryan Connor, hè?’

‘Daar kan ik niet over praten.’ Hij klonk kwetsbaarder dan ze hem ooit gehoord had. ‘Ik mis je, Jen.’

Ze besefte dat ze niet het flauwste vermoeden had wat het oversteken van een mijnenveld inhield. De kloof tussen hen tweeën had niets met kilometers te maken maar met begrip. En ook Dave wist dat. ‘Lieverd...’

‘Ik kan er niet over praten, Jen.’

‘Dat weet ik. Alles goed met Jamie?’

‘Ja, maar hij heeft beslist een van zijn negen levens opgebruikt. Waarom?’

‘Agnieszka was bezorgd.’

‘Waarom?’

‘Nou, ze hoorde niks van hem toen hij had moeten bellen. Meer niet.’

Alweer een leugen. En ditmaal tegen Dave.

‘Hij heeft een paar kneuzingen opgelopen en een paar anderen zijn met schrootwonden naar Camp Bastion afgevoerd, maar het gaat goed met ze. Over een paar dagen komen ze terug.’

Jenny vertelde wat Ben Brooms vriendin had gezegd. Dave dacht grimmig aan de keer toen Broom de satelliettelefoon had vastgehouden: ‘Ik hou mijn kuikentje graag in de gaten, sergeant. Als ik haar niet vaak bel, vliegt ze misschien weg.’ Niets verjoeg haar sneller dan een ontbrekend been.

‘Wat vindt Leanne van Steves been?’ vroeg hij. ‘Vindt zij het ook afzichtelijk?’

‘Ze raakt eraan gewend. Ze was bang dat ze nooit meer seks zouden hebben.’

‘Maar hebben ze dat wel?’

‘Ik betwijfel het. Hij is alleen dat ene weekend thuis geweest. Hij sliep toen beneden en heeft haar afschuwelijk behandeld. Ze was er zo ellendig aan toe dat een BLESMA-officier met haar is komen praten.’ ‘Steve wilde zeker niet het slachtoffer uithangen en zich laten bemoederen? Ik zal haar bellen.’

‘Van jouw minuten?’ vroeg Jenny snel.

‘Wat bedoel je?’

‘Hoeveel telefoonminuten heb je al gebruikt om Leanne te bellen?’ ‘Wil je niet dat ik Leanne bel? Als dat zo is, dan doe ik het niet. Ik dacht alleen...’

‘Natuurlijk wil ik dat je haar belt, schat. Ik ben verdomd blij dat mijn man iemand is die dat doet. Ik heb alleen het gevoel dat het je niet kan schelen hoeveel minuten je aan andere mensen geeft. Ze zijn heel belangrijk voor mij. En je doet net of ze voor jou niks betekenen.’ ‘Het zijn niet alleen onze minuten. Ik bel mijn moeder ook.’ Niet al te vaak overigens.

‘Oké, prima, het zijn jouw minuten en je kunt ermee doen wat je wilt,’ snauwde ze.

Daar gaan we weer. Ze kon zich niet beheersen. Ze wou dat hij vaker belde, en wat kreeg hij als hij belde? De wind van voren.

‘Ach, Jenny...’ zei hij zacht.

‘Ik mis je zo vreselijk.’ Haar boosheid begon op te lossen. ‘En ik meende alles wat ik zei over je ontslag uit het leger. Ik hoop dat je daar serieus over nadenkt.’

‘Dat doe ik ook, en ik heb besloten te wachten tot ik mijn bul heb. Dan heb ik op de arbeidsmarkt veel meer kansen.’

‘Hoe lang duurt dat nog?’

‘Hmmm... zodra ik terug ben, kan ik meer uren draaien.’

‘En wanneer kun je dan op zijn snelst zijn afgestudeerd?’

‘In een paar jaar, vermoedelijk...’

‘Dave, zo lang kan ik niet wachten.’

‘Die jaren zijn zo voorbij. Met twee jonge kinderen heb je het zo druk dat...’

‘Die zijn zo voorbij zonder jou! Daar gaat het om! Ik wil samen met jou twee jonge kinderen grootbrengen, niet samen met een stem over de telefoon die altijd op oefening is of aan het vechten is of mijnenvelden oversteekt!’

‘Als ik van deze uitzending terugkom, ben ik twee hele jaren thuis.’ ‘Dat verhaal heb ik eerder gehoord.’

‘Jenny. Lieverd. Zet me niet zo onder druk. Niet nu. Ik heb je niet gebeld om nog een robbertje te vechten.’

De klank van zijn stem impliceerde dat hij elke dag, continu, sterk moest zijn. Hij moest zijn soldaten in de gaten houden, corrigeren, leiden en beschermen. Zijn beslissingen moesten hard maar eerlijk zijn, en hoe heviger het vuurgevecht en hoe zwaarder de druk, des te sterker hij moest zijn. Hij kon zich geen zwakte veroorloven. Nooit. Ook niet als hij acht van zijn manschappen op een mijnenveld zag staan.

Jenny hoorde die klank, en haar woede vervloog. ‘O schat, het spijt me zo. Ik wil zo graag dat je eruit gaat. Ik wil je niet nog meer onder druk zetten.’

‘Ik heb het al zwaar te verduren, Jen.’

Er ontging haar niet veel. ‘Zit je soms in de problemen?’ ‘Misschien.’

‘Omdat je je manschappen een mijnenveld hebt laten oversteken?’ Hij stoof op. ‘Jezus, natuurlijk niet!’

‘Waarom dan?’

‘Om iets wat al een tijd geleden gebeurd is. Meteen na onze aankomst hier.’

‘Is er iemand omgekomen?’

‘Niemand van ons.’

Wel een... talib?’

‘Ja.’

‘En daarom zit je in de problemen?’

‘Vanavond word ik erover verhoord. Ik dacht dat ze me nog even met rust zouden laten omdat sommigen van ons een zware dag hebben gehad. Maar helaas.’

‘O Dave! Omdat je een vijand hebt gedood?’

‘Ja.’

‘Dat is belachelijk.’

‘Dat vind ik ook.’

‘Ik weet niet wat je gedaan hebt maar wel dat je het juiste hebt gedaan.’ Haar woede zocht nu een ander doelwit; niet hem maar het leger.

‘Dank je, schat.’ ‘De taliban nemen het elkaar vast niet kwalijk dat ze de vijand doden. Ik wed dat ze niet zouden aarzelen om jou in elke omstandigheid dood te schieten.’

‘Daarom is het ook zo idioot.’

‘Maar...’ Ze dacht even na. ‘Misschien gooien ze je wel uit het leger. Dan nemen zij de beslissing voor je!’

‘Dat moet je niet zeggen, Jen. Je wilt toch niet dat ik voor de krijgsraad kom?’

Het was ondraaglijk om hem zo gekwetst te horen. ‘Jezus, nee,’ zei ze naar waarheid. ‘Maar dat doen ze toch niet?’

‘Het zou kunnen.’

Na afloop van het gesprek voelde ze zich verlaten. Ze hield van hem. Maar hij had zo veel op zijn schouders dat ze hem niet kon vragen om ook haar last te dragen. Hij hield van haar. En zij stond er alleen voor.