45
Jamie nam het volgende deel van zijn Kikkerverhaal voor Luke op. Bijna iedereen van de1esectie leverde inmiddels geluidseffecten of achtergrondmuziek.
‘En zo begon de kleine Kikker aan zijn reis naar een diepe, diepe rivier. Eerst moest hij de Groene Zone oversteken...’
‘Ribbit, ribbit,’ zei Binns.
‘Die streek was vol greppels en bomen en op de velden stonden fruitbomen en bloemen. De kleine Kikker wilde stoppen om naar de bloemen te kijken en misschien iets te eten, maar hij wist dat hij almaar door moest huppen...’
‘Kwaak, kwaak.’
Spekkie en Finn verzorgden de muzikale begeleiding.
‘En zo hupte de kleine Kikker naar de plaats waarvan hij wist dat zijn mama en papa er op hem wachtten en desnoods eeuwig op de uitkijk zouden staan. Nog maar één berg, en dan was hij er.’
‘Splaaat! Dat is het geluid van een vijfhonderdponder die uit een AIO boven op die verrekte kikker pleurt! Ik moet ervan kotsen!’ brulde Angus vanaf zijn bed.
Ach, hou op, Angry,’ zei Spekkie. ‘Zijn lieve moedertje moet dit elke avond voor het joch afdraaien.’
‘Ik ga naar de kantine want ik hou het niet meer,’ zei Angus.
‘Ik moet sowieso ophouden want ik heb gereserveerd om Niez te bellen,’ zei Jamie.
‘Is het nou klaar?’ vroeg Binns.
‘Er komt nog een klein stukje, en ik wil het af hebben voordat we naar Jackpot gaan, voor het geval ik daar sneuvel.’
‘Als dat gebeurt, zullen wij het voor je afmaken,’ zei Spekkie.
‘Ja,’ zei Binns. ‘Laat de microfoon en de rest van het verhaal maar gewoon bij je bed liggen.’
‘Dat zou niet hetzelfde zijn, maar evengoed bedankt,’ zei Jamie.
Hij ging naar buiten en wachtte bij de telefoons. Hij kon Agnieszka niet meer sms’en: ze had hem laten beloven om dat niet meer te doen, maar zonder precies uit te leggen waarom niet.
Hij toetste het nummer in en liet de telefoon een hele tijd rinkelen. Niemand nam op. En voor zijn vertrek kreeg hij misschien geen nieuwe kans meer. Neem op. Neem op! Waarom hij haar ineens nodig had, kon hij niet uitleggen, niet eens aan zichzelf. Hij wist alleen dat als zij er niet was, er niets meer was.
Net toen hij het al had opgegeven, nam ze op.
‘Niez, waar zat je? Ik heb hem wel honderd keer laten rinkelen!’
Ze klonk ver weg. ‘Slapen.’
‘Waarom, Niez?’
‘Nou, gewoon moe. Ik weet niet waarom. Buiten regen. Luke had vanochtend twee aanvallen. Hij nu slaapt en ik slaap.’
‘Wat heb je gedaan?’
‘Niks.’
Jamie werd er wanhopig van. ‘Praat met me, schat.’
‘Waarover moet ik praten?’
Sommige soldaten merkten dat ze na een paar maanden in Afghanistan geen woorden meer vonden als het moment van hun wekelijkse telefoontje met hun dierbaren aanbrak. Ze maakten zich van hun familie los en communiceerden steeds minder naarmate ze dieper in deze andere wereld ondergedompeld raakten. Maar dat gold niet voor Jamie. Naarmate alles erger werd, groeide zijn behoefte aan Agnieszka. Hij had haar sinds het mijnenveld van een week eerder tweemaal gebeld. Hij had haar nodig en zij wist dat en leverde hem lieve woordjes, kleine verhaaltjes, leuk gebabbel. Maar die dag kon ze dat kennelijk niet.
‘Vertel wat je gisteravond gedaan hebt. Of vandaag...’
‘Tv kijken.’
‘Ben je nog buiten geweest?’
‘Ja, wandelen. Ik wandel als weer ’s avonds lekker is. Ze maaien gras en ruikt lekker. Of luister naar vogels. Maar vandaag regen. Dus ik was gevangen.’
‘Niez, ik vraag mijn moeder om je te bellen en uit te nodigen...’
‘Als ze niet zelf uitnodigt, ga ik niet.’ In haar stem klonk een mengsel van gekwetstheid, verveling en woede door. ‘Zij belt niet mij.’
Ze wisten allebei dat Jamies moeder zo overliep van afkeer - afkeer van Agnieszka, afkeer van Lukes niet-gediagnosticeerde aandoening, afkeer van Jamies militaire rang - dat ze de telefoon liever niet opnam. ‘Waar ga je wandelen?’ vroeg hij.
‘In hele buurt. Overal. Ik word heel fit, dat is doel bij zomerweer, beetje fit worden.’
‘Je bent al heel fit, schat. Ik mis je vreselijk. En ik kan misschien wel bijna een week lang niet bellen.’
‘Waarom?’
‘Dat kan ik je niet vertellen. Hoe gaat het met Luke?’
‘Vandaag weer aanval. Maar soms denk ik hij ontspant een beetje, huilt een beetje minder. Hij vindt ook prettiger dat ik hem optil.’ Jamie was stiekem ongerust geweest over het feit dat Agnieszka heel goed voor Lukes lichamelijke behoeften zorgde maar er geen echt plezier uit leek te putten. Dat kwam waarschijnlijk doordat hij zo veel huilde. Jamie vond het heerlijk om Lukes slaperige hoofdje tegen zijn schouder te voelen, maar Agnieszka deelde zijn plezier in de liefde en hulpeloosheid van het kind kennelijk niet.
‘Dat is goed,’ zei hij. ‘Dat is heel goed.’
‘Ja. Hij glimlacht soms beetje naar me.’
‘O, Niez, wat fantastisch.’ Hij voelde zich opgelucht maar tegelijkertijd ook van iets beroofd. Luke ging ophouden met huilen en begon met glimlachen zonder dat hij er was om die glimlach in ontvangst te nemen.
‘Ik neem een verhaal voor hem op. Over een kikker. De jongens maken de achtergrondgeluiden, en ik denk dat hij het leuk zal vinden.’
‘Jamie, ik denk niet Luke oud genoeg is om verhalen te begrijpen.’ ‘Hij hoeft het ook niet te begrijpen. Nog niet. Hij moet gewoon mijn stem horen en weten dat ik zijn vader ben.’
‘Nou ja, goed, we kunnen proberen.’ Ze klonk niet erg onder de indruk, maar ze had het verhaal dan ook nog niet gehoord.
Hij voelde dat ze weg wilde, een eind aan het gesprek wilde maken. Ze had waarschijnlijk niets meer te zeggen en er was niets wat hij haar nog mocht vertellen.
‘Ik mis je en ik hou van je,’ zei hij.
‘Ja, Jamie, ik ook. Luke ook. We denken aan je, oké?’
Klonk ze een tikkeltje afstandelijker dan anders? Haar toon ging omhoog om aan te duiden dat het gesprek ten einde was. Ze had misschien weer een afspraak bij de kapper. Hij herhaalde dat hij van haar hield en hing op.
Hij bleef met een leeg gevoel staan. Hij voelde zich altijd leeg als zij er niet was. Maar dit was sterker. Het was intuïtie. Zijn intuïtie zei dat zijn telefoontjes naar haar niet meer zo belangrijk voor haar waren als eerst. Ze deden er minder toe, want hij was nu al zo lang weg dat haar omgeving zonder hem veranderde. Die gedachte was onverdraaglijk. Hij deed er steeds minder toe. De contouren verschoven.
Dave was als volgende aan de beurt. Jamie gaf hem met een sombere blik de telefoon. Hij keek altijd somber als hij met zijn vrouw had gepraat, maar ditmaal was het erger.
‘Is er iets?’
‘Nee, niks.’
Dave keek hem aandachtig aan. ‘Thuis alles goed?’ Hopelijk had Agnieszka hem niet verteld dat er een andere man in haar leven was. Als dat inderdaad zo was, hoefde Jamie het niet te weten zolang hij hier was, ver weg, want hier kon hij er toch niets aan doen.
‘Ja, prima. Luke begint te glimlachen.’
‘Dat is dus goed nieuws.’
‘Ja, ja, natuurlijk. Ik wou alleen dat ik het kon zien.’
‘Het duurt niet lang meer,’ zei Dave. ‘Over een paar maanden zijn we weer thuis.’
‘Hoe gaat het met Jenny? Bloeddruk weer oké?’
‘Dat hoor ik straks. Maar ik weet zeker dat ze het in de hand heeft.’ Trish nam op. ‘Goddank dat je eindelijk belt,’ zei ze. ‘Jennifer is net naar het ziekenhuis gegaan.’
‘Nee!’
‘Ze houden haar daar ter observatie.’
‘O, jezus.’
‘Het is goed zo, Dave. Dat is voor haar de beste plek. Ik zag gewoon dat ze niet in orde was, en ik was ongerust over wat er hier thuis allemaal kan gebeuren.’
‘Wat gaan ze in het ziekenhuis met haar doen?’
‘Ze heeft zwangerschapsvergiftiging. Dat is heel ernstig, voor haar maar ook voor het kind. Als haar bloeddruk nog verder stijgt, moeten ze de weeën opwekken.’
De stilte duurde zo lang dat Dave het niet gehoord leek te hebben. Trish herhaalde het nieuws langzaam en duidelijk alsof ze met iemand praatte die weinig Engels verstond.
Dave werd nijdig. ‘Ik hoor je heus wel. Maar als ze de weeën opwekken, blijf jij dan bij haar? Tijdens de bevalling? Want Adi Kasanita zei dat...’
‘Ik blijf bij haar. Hoewel je natuurlijk heel goed weet dat jij bij haar zou moeten zijn en niet ik.’
‘Begin nou niet weer, Trish. Alsjeblieft.’
‘Je wilt het natuurlijk niet horen en het is er nooit het goede moment voor, dus daarom lucht ik nu maar even mijn hart, Dave.’
Ze haalde diep adem. De satelliettelefoon kreeg met een klikje het kristalheldere geluid dat maar heel soms te horen was en nooit goed uitkwam. Dave zette zich schrap.
‘In ieders leven komt het moment waarop je gezin eerst komt. Je hebt nu een dochter en straks krijg je er een kind bij en je moet gewoon goed voor ze zorgen. Dat is echt belangrijker dan het Britse leger. Jij bent daar een stompzinnige oorlog aan het uitvechten voor mensen die niets met ons te maken hebben en om een reden die niemand begrijpt. Terwijl je thuis bij Jennifer hoort te zijn. Zij heeft je nodig, en je bent er niet.’
Ze haalde opnieuw adem, en hij bereidde zich voor op haar volgende schokgolf. Het was alsof hij een bom zag vallen en wachtte tot hij ontplofte. ‘Ze is de loyaalste vrouw die er te vinden is, Dave, maar het zit haar tot hier. Alleen zal ze wel te aardig zijn geweest om dat tegen je te zeggen.’
Dave dacht: nee, ze heeft het me wel verteld. Ze heeft het zelfs geschreven.
‘Ik weet dat hier vrouwen zijn die het niet aankunnen. Ze zien het nieuws en horen over de zoveelste gesneuvelde soldaat. Ze vragen zich af of het hun man is. Die jongen van de overkant is zijn been kwijt, weet je. En een ander heeft net zijn arm verloren. Daar hebben de mensen het over.’
‘Dat weet ik.’
‘Voor sommige meisjes is het te zwaar om op dat soort nieuws te moeten wachten. Ze kijken om zich heen en zien andere jongens, die wel weten hoe ze hen moeten behandelen. En Jennifer is een knap meisje, Dave.’ Haar stem klonk akelig dreigend.
‘Dat zou Jen echt nooit doen,’ zei Dave zelfverzekerd. ‘Ze is heel loyaal, zoals je al zei.’
‘Ik heb niet gezegd dat ze het wil. Ik beweer ook niet dat ze niet van je houdt. Ik zeg alleen dat jij haar ertoe drijft. Denk daar maar eens over na, Dave. Denk daar maar eens over na.’
‘Oké, Trish, ik zal erover nadenken. Het punt is alleen dat wat ik in het leger geleerd heb, niet makkelijk te vertalen is naar de buitenwereld. Ik bedoel: dat staat niet hoog in aanzien. Ik zou niet weten wat ik in het burgerleven moest doen.’
‘Laat ik nou gedacht hebben dat je beveiligingswerk kon doen! Er is zoveel criminaliteit dat beveiligers steeds belangrijker worden.’
Dave probeerde zich voor te stellen hoe het was om nachtdienst te hebben op een bouwterrein, zittend in een houten doos met een elektrisch kacheltje en een tv, op gezette tijden over het terrein slenterend.
Hij probeerde zich zichzelf voor te stellen in de nieuwe beroepen van kameraden die ontslag hadden genomen. De een was schoorsteenveger, de ander had jarenlang werk gezocht en deed nu jeugdwerk, de derde was buschauffeur geworden. Hij schudde onwillekeurig zijn hoofd.
‘Kan ik Jenny in het ziekenhuis bellen?’
‘Je kunt het proberen. Ze mag geen mobieltje hebben maar je kunt haar afdeling bellen. Ik betwijfel overigens of het je lukt.’
Trish gaf hem het nummer, en hij praatte nog even een paar minuten met Vicky. Toen probeerde hij het ziekenhuis. Maar de verbinding werd afgebroken toen het gesprek werd doorgeschakeld naar de afdeling. Hij probeerde het opnieuw en werd nu wél doorverbonden, maar niemand nam op. Hij probeerde het voor de derde maal en de telefoon ging over op de afdeling, maar toen werd de verbinding verbroken. De vroedvrouwen waren vermoedelijk allemaal met spoedgevallen bezig, dacht hij, vurig hopend dat Jenny daar niet bij hoorde.