56

Agnieszka en Darrel vertrokken van de kust. Ze passeerden een heideveld en een bos, reden door het centrum van de stad en kwamen eindelijk in het glooiende heuvelland terecht waar het kamp lag. En Agnieszka vroeg zich al die tijd af wat ze hoopte.

Toen het tijd werd voor de afslag naar de supermarkt waar ze haar auto had laten staan, sloeg Darrel niet af. Hij keek haar ook niet aan en vroeg niet of ze van mening veranderd was. Hij reed gewoon door in de richting van haar huis.

Luke was stil. Agnieszka zei niets. Ze was inmiddels bang geworden. Wat was ze eigenlijk aan het doen? Hield ze nog van Jamie? Je kon de liefde niet zomaar uitzetten. Als ze aan hem dacht, kreeg ze een vreemd draaierig gevoel, alsof iemand een kurkentrekker in haar borstkas schroefde. Ze hield van hem, maar zijn afwezigheid was overweldigend. Hij werd langzamerhand een spook, een mist, een schaduw, alsof hij op een dag helemaal kon verdwijnen.

Ze wierp een blik op Darrel. Zijn gezicht en zijn lichaam waren meer dan het licht en de schaduw van haar herinnering. Hij was compleet en tastbaar aanwezig. Als hij die avond naar huis ging, zou ook hij niet meer dan een herinnering zijn. Toen ze het kamp in reden, begon haar hart sneller te kloppen en werd ze misselijk. Bij de nadering van haar huis zag ze aan het eind van de straat een vrouw met een donkere huid die door kleine kinderen omringd werd. Adi Kasanita. Ze kwam met haar kinderen thuis van de speelplaats en ging hen straks op deze warme zomeravond in bed stoppen. Adi liep langzaam en ontspannen. Zwaaiend met haar heupen duwde ze met haar ene hand de buggy voort en hield ze met de andere een peuter vast. De oudere kinderen deden naast haar een soort spelletje en deinden als water om haar heen. Adi praatte lachend met hen en was kennelijk tevreden met haar ongecompliceerde bestaan.

Agnieszka sloeg haar gade en wist dat Adi gelijk had. Ja, zo hoorde

het te zijn: op een warme avond hoorde je ontspannen glimlachend met je kinderen te wandelen. Zo’n dag aan het strand, haar auto verstopt bij de supermarkt, hun heimelijke kussen op het strand... Het was eigenlijk helemaal niet heerlijk geweest, maar stiekem en complex.

Ze wierp nog een snelle blik op Darrel. Heel even haatte ze hem. Hij gaf haar zo’n heerlijk gevoel dat ze besloten had om de zware, dreigende storm boven het kalme water niet op te merken. Maar die ging daarmee niet weg. Daarom bonsde haar hart en tolde haar hoofd van misselijkheid.

‘Darrel. Kom niet binnen. Dat mag niet.’

Hij keek haar verrast aan. ‘Wat?’

‘Spijt me heel erg. Rij alsjeblieft weer naar supermarkt voor mijn auto.’

‘Ags, je bent bang. Je hoeft helemaal niet bang te zijn.’

‘Kom niet in huis, Darrel. Is heel gevaarlijk voor mij.’

‘Luister...’

‘Nee, alsjeblieft! Kom nu alsjeblieft niet in huis.’

Zuchtend en zonder gas terug te nemen reed hij langs haar huis. Ze keerden aan het eind van de straat.

‘Waarom ben je van mening veranderd?’

‘Spijt me heel erg, Darrel.’

‘Komt het door die vrouw met haar kinderen naar wie je keek? Is dat een vriendin van je?’

‘Ja.’

‘Maar je zei toch dat je hier geen vrienden hebt?’

Agnieszka sloot haar ogen. Het was waar dat Adi eigenlijk geen vriendin was. Ze hoorde bij een groep vrouwen die haar vaak genoeg in hun kring hadden willen betrekken, maar Agnieszka was er bewust buiten gebleven. Ze had gedacht dat zo’n groepje saai, verstikkend en bekrompen zou zijn. Nu maakte het ineens een warme en aantrekkelijke indruk. Een veilige haven. Maar als Darrel nu bij haar thuiskwam, zou die bescherming ver te zoeken zijn.

Hij zei: ‘Als je bang bent dat je vriendinnen van alles gaan denken, dan kan ik later terugkomen. Als het donker is, bijvoorbeeld.’

‘Nee.’

‘Ik zal zorgen dat niemand me ziet.’

Ze schudde energiek haar hoofd. ‘Nee, Darrel. Alsjeblieft. Is niet goed om te doen.’

Ze wachtte zijn reactie af. Zijn gezicht werd eventjes duister, en hij keek kwaad. Toen wist hij ergens een glimlach op te duikelen. ‘Oké,

Ags. We hebben een leuke dag gehad, en die gaan we niet verpesten. We blijven vrienden,’ zei hij.

‘Ja,’ zei zij. ‘We zijn vrienden. Gewoon vrienden, Darrel.’

Bij het geluid van haar eigen vastberadenheid verdween de misselijkheid en voelde ze in alle zenuwuiteinden van haar lichaam de opluchting van een nipte ontsnapping.