57

‘Godverju!’ zei Dave.

Hij en Jamie staarden even zwijgend naar Martyn Robertson, die in zijn eentje, ongewapend en onbewaakt door de woestijn liep. Hij slofte door de hitte en hing iets naar links alsof hij in de loop van de tijd zo gegroeid was. Hij stak het vlakke terrein rond het kamp over en bereikte het begin van de heuvels. Die plaats lag rechts onder de drie rotsblokken.

Dave maakte zich breed en zijn gezicht leek groter te worden terwijl hij zich volzoog met lucht om te schreeuwen. ‘Alaaarm!’

Voordat zijn roep tegen de heuvel kon terugkaatsen, sprong hij al van de sangar.

‘Blijf schreeuwen!’ riep hij tegen Jamie.

Alarm, alarm, alarm, fluisterde de woestijn naar het kamp en mompelden de heuvels naar de woestijn. Van onder de ponchotenten kwamen hoofden tevoorschijn. Jamie zag Dave naar de wachtposten bij de hoofdingang rennen. Hij keek naar de heuvels. Martyn was nog steeds te zien. De man klauterde over lagen roze gesteente naar de verdachte schaduwen, hoorde de schreeuw, keek achterom en besloot kennelijk om die te negeren. Hij klom door. Jamie wachtte tot hij naar hem kon zwaaien, maar Martyn keek niet meer om.

‘Alaaaarm! Alaaaarm!’ brulde Jamie.

Steeds meer soldaten kwamen hun tentjes uit. Ze wankelden op losgeknoopte kistjes, zetten hun helm op hun hoofd en keken verbijsterd rond.

‘Aaaalaaaarm!’ schreeuwde Jamie naar de echo van zijn laatste roep.

Dave had de wachtposten bereikt. ‘Wat doet die idioot daar?’

De jongen keek bang. ‘Alles was rustig, en hij zei dat hij moest schijten. Wou een beetje privacy.’

‘Stomme idioot!’ Dave greep de radio van de soldaat.

‘Alles was rustig,’ herhaalde de andere wachtpost verdedigend.

‘Wat is er?’ vroeg majoor Willingham over de radio.

‘Topaz Zero loopt buiten het kamp, en de taliban ook,’ vertelde Dave.

‘Buiten het kamp? Buiten het kamp?’ brulde de officier. ‘Wat doet Martyn daar?’

‘Hij zei dat hij in alle rust wilde schijten, maar hij loopt recht naar die druiloren toe. Kijk maar naar die drie rotsblokken, rechts daarvan en eventjes naar onderen...’

De majoor had zijn verrekijker al voor zijn ogen gezet maar Martyn was inmiddels verdwenen. Hij was volledig in rook opgegaan. Dave had graag willen geloven dat de man in alle rust op zijn hurken zat, maar hij wist dat het te laat was. Het was al vijf minuten te laat. Ze waren Martyn Robertson kwijt. Hun hoofddoel hier, het brandpunt van al hun inspanningen, was de bescherming van de olieboeren. En nu waren ze de hoofdpersoon kwijt. Hij was rechtstreeks in de armen van de taliban gelopen.

‘Maak nü twee trucks klaar en ga hem verdomme halen!’ bulderde de majoor. Een paar tellen later zat Dave in een Vector met de chauffeur, acht manschappen en een andere truck achter zich aan, maar het misselijke gevoel in zijn maag vertelde hem dat ze hun tijd verspilden.

Ze waren nog maar nauwelijks buiten de poort of het schieten begon. De Vectors reden er recht op af. Binnen het prikkeldraad achter hen lag het schuttersteam al in de loopgraven. De rij helmen en geweren lag er vreemd netjes bij in de stofwolken. Recht voor hen uit, ergens tussen de paarsroze rotsblokken op de helling, lag de vijand. Met Martyn. Dave dacht zijn voetstappen in het zand te kunnen zien.

Soldaten sprongen de wagens uit en kwamen in het stof, het geratel van mitrailleurs en AK47S terecht. Dave zag een rpg elegant naar Emily’s laboratorium zeilen.

Hij had geen tijd om te kijken waar het ding ontplofte en of het überhaupt ontplofte, want de commandant, die de vuurkracht van de vijand en de kwetsbaarheid van de wagens inschatte, gaf bevel om naar het kamp terug te gaan. De chauffeurs denderden weer rechtstreeks op de ingang af.

‘Dat is zo ongeveer de snelste rit die ik ooit gereden heb,’ zei Daves chauffeur.

Dave wierp een blik op Emily’s Vector. Ze stond met gekruiste armen bij het portier. Haar technici lagen op hun buik in het woestijnzand, met hun lichaam half onder de truck, zoals ze in het geval van een aanval moesten doen. Een van hen protesteerde en probeerde

haar over te halen om te gaan liggen, maar ze bleef koppig staan en keek woedend naar de taliban.

‘Op de grond!’ schreeuwde Dave tegen haar. ‘We zijn al één burger kwijt. Dat is wel genoeg!’

Ze draaide zich nu om, en zelfs op die afstand zag Dave geen woede in haar blik maar geschokte verbijstering.

‘Op de grond!’ herhaalde hij. Ze liet zich langzaam zakken maar bleef aan de zijkant van de Vector.

Hij wist echter dat de beschieting niet lang zou duren. De taliban hadden hun gijzelaar. De meesten schoten nog even door, maar anderen brachten Martyn pijlsnel weg. Als hij al niet gedood was.

Het vuren nam inderdaad snel af en hield toen op.

Dave luisterde naar de commandant, die met een hand op zijn heup in de radio praatte. ‘Vuurgevecht begonnen toen Topaz Zero buiten het kamp ging schijten. Trucks uitgestuurd om hem te redden. Vijand beschoot ons met rpg’s. Toen de reddingsoperatie op gang kwam, waren we Topaz Zero al kwijt. Ik herhaal: zijn Topaz Zero kwijt. Onbekend of hij nog leeft. Nemen aan dat hij gegijzeld is. Over.’

De stem uit het hoofdkwartier klonk afgemeten en formeel. ‘Roger. Topaz Zero in gijzeling. Wacht. Uit.’

De majoor hield een paar soldaten achter om het kamp en de burgers te bewaken en liet de rest de heuvels uitkammen. Terwijl hij om de hulp van Apaches verzocht, staarde hij machteloos naar de plek waar Martyn verdwenen was, alsof de man daarmee op geheimzinnige wijze weer zou opduiken. Het1epeloton stoof door de woestijn naar de heuvels. Buiten het prikkeldraad leek het landschap groter en de hitte feller. En de heuvel zelf werd anders als je de helling beklom. De rotsblokken waren dan geen grote, ronde vormen meer maar zware, duistere obstakels. Vijandige struiken wilden je de doorgang beletten en scherpe steentjes gleden verraderlijk onder je voeten weg.

‘Jezus christus, sergeant, het is hier steiler dan het lijkt,’ zei Bacon.

‘Als we onze Bergens bij ons hadden, kwamen we geen stap vooruit,’ zei Binns. Zijn pezige lichaam was zonder bepakking op zijn rug goed tegen de klim opgewassen.

‘Trap verdomme geen stenen omlaag!’ brulde Angus met een rood gezicht. Hij liep lager op de helling en droeg munitie.

‘Kan ik niks aan doen!’ riep Finn. ‘Ze glijden gewoon onder je voeten vandaan.’

Dave bleef staan en draaide zich om naar de plek waar hij de schaduwen gezien dacht te hebben. Ademloos zocht hij via zijn prr contact. ‘Kun je me horen, Jamie?’

De sangar leek ver weg. Jamie stak een hand op.

‘Zijn we in de buurt van de plaats waar we ze gezien hebben?’

‘Nee, nog lang niet.’

Angus kwam aanlopen en liet zich naast Dave op een rotsblok zakken. Hij snakte luidruchtig naar adem.

‘Dat kan niet!’ zei Dave. ‘We zijn rechts onder de drie rotsblokken!’ ‘Jullie zitten te laag en nauwelijks rechts ervan.’

‘Kolere.’

Zuchtend, zwetend en zwijgend liepen ze, te geschokt om te kreunen, door over de gloeiend hete helling.

Ineens riep de luitenant: ‘Ze zijn hier geweest! Er ligt hier munitie!’ Hij hield een paar lege hulzen omhoog.

‘Ja, jullie zijn nu ongeveer in de goeie zone,’ liet Jamie weten.

‘Ze hebben hier een heel nest ingericht,’ rapporteerde de luitenant. ‘Het hele terrein is vlak gemaakt. Er liggen nog een paar lappen en wat eten... ze zijn hier een hele tijd geweest.’

‘Ik wist het,’ zei Angus. ‘Ik wist het, verdomme. Ze zaten hier al dagen. Ik heb ze gezien.’

Niemand keek hem aan.

‘Je had gelijk, Angry,’ zei Jamie over de prr.

‘Shit, McCall, ik wou dat we naar je geluisterd hadden,’ zei Dave. ‘Verdomme.’

‘Jammer dat Martyn je niet geloofde,’ zei Finn zachtjes.

Angus en Finn keken elkaar een hele tijd aan.

‘Nee,’ zei Angus. ‘Nee, die arme klootzak dacht dat hij deed wat hij moest doen.’

‘Eh... sergeant...’

Dave keek Binns aan.

Wat gaan ze met Topaz Zero doen?’

Voordat Dave kon antwoorden, liep sergeant-majoor Kila wankelend naar hen toe. ‘Ik zal je vertellen wat ze met hem gaan doen.’ Iedereen wachtte tot hij wat op adem was gekomen ‘Ze zullen hem wel vermoorden,’ zei Spekkie.

‘Daar kun je op rekenen,’ beaamde Kila. ‘En daar zullen ze ook zeker geen geheim van maken. Ze gaan hem dus onthoofden of levend villen of leeghalen of iets anders leuks doen.’

Er viel een stilte, die door het verre gebrom van helikopters verbroken werd.

Luitenant Weeks, die even verderop op de helling stond, bukte bij een struik. ‘Hier ook! Alweer een nest!’ Hij hield een sandaal omhoog. De zool was tot de draad versleten. ‘Ze hebben zelfs een pad gemaakt...’

Hij beval de 2e sectie om met hem mee te gaan, en wankelend, over losse stenen klauterend, zich aan rotsblokken vastklampend en vloekend tegen de struiken volgden ze het pad dat de opstandelingen hadden gemaakt. Dave bedacht hoe snel en heimelijk de hier verborgen taliban zich over deze paden bewogen moesten hebben. Het was makkelijk om hen af te doen als primitief. Hun magere, bruine lichamen waren licht gekleed en bewapend en daarmee waren ze op dit terrein als strijdmacht in het voordeel.

De stemmen van de 2e sectie stierven weg. De luitenant zei over de radio: ‘Er zijn hier een heleboel paden. Het lijkt wel één groot wespennest! Ze moeten hier met hele zwermen gezeten hebben.’

De Apaches waren nu dichtbij. Ze vlogen laag boven de helling en begonnen aan hun jacht. Dave keek machteloos toe. ‘Waar wachten die theedoeken op? Op het beste moment voor een aanval?’ vroeg hij zich hardop af. ‘Zijn ze een grote hinderlaag van plan?’

Iain Kila haalde zijn schouders op.

‘Dan hebben ze hun plannen snel gewijzigd, want ze kunnen nooit verwacht hebben dat zo’n verdomde burger gewoon naar hen toe zou komen om zich als gijzelaar aan te bieden. Ze moeten gedacht hebben dat Allah ze voor hun goede gedrag beloont.’

‘Verdomme,’ zei Dave, zich voorstellend dat Martyn zich in handen van stamleden bevond. Hij voelde een onverwachte opwelling van genegenheid.

‘Ik heb geen medelijden met hem,’ zei Kila. ‘Hij wist dat hij het kamp niet uit mocht. Al sinds onze aankomst in Sin City gedragen die verdomde burgers zich alsof ze niks met de oorlog te maken hebben. Ze zeggen: “Ik ben een burger en ik heb er niets mee te maken.’” Hij imiteerde hen met een hoog, onnozel stemmetje. ‘Maar goed, de taliban denken daar anders over. Voor hen zijn we allemaal vijanden, en dat weet Topaz Zero inmiddels ook.’