20
Zijn eerste gedachte toen hij bijkwam, was dat Lenny dood was. Door zijn pijn en machteloosheid heen voelde hij een verschrikkelijk verdriet. Hij zag een caleidoscoop van tuimelende beelden, allemaal van Lenny, alle beelden even helder, vol lachen en levenslust. De beelden waren een bevestiging: Hij is niet dood! Zijn hartstocht kreeg een stem in zijn binnenste, zijn eigen stem, die keer op keer meedreunde met een bonzende vuist, en zijn weigering om te geloven wat er gebeurd was met elke dreun versterkte. De pijn in zijn hoofd drong zich op maar hij klampte zich vast aan de beelden, in de wetenschap dat ze zouden vervagen, maar in de hoop dat ze zouden blijven en de werkelijkheid op afstand zouden houden. 'Blijf bij me, maatje, blijf bij me...' Hoe was het mogelijk dat Lenny niet meer bestond? In een zoemend, ziekmakend waas, dat snel tot zijn bewustzijn doordrong, zag Mike Lenny's beweeglijke gezicht weer, die ogen zo levendig achter hun brillenglazen. En toen vervaagde hij, en aanvaardde Mike de holle zekerheid. Dood en voorgoed uit zijn leven verdwenen. Hij sloeg zijn ogen op en een nieuwe pijnscheut maaide als een zeis door zijn schedel. Het drong tot hem door dat hij op de grond zat, en dat zijn armen waren vastgebonden. Een ander gezicht kwam dicht naar hem toe, harig en uitdagend. Het kwam hem bekend voor. 'Paul Seaton,' zei Mike. 'Tegenwoordig heet ik Memet-Muhammad.' 'Maakt niet uit,je blijft een schoft...' Seaton verstijfde. Geen tegenspraak gewend, dacht Mike. 'Ik heb wel wat ideetjes voor die verderfelijke tong van jou,' zei Seaton, 'als je me eenmaal verteld heb wat ik weten wil.' Zijn Amerikaanse accent was doortrokken van die afgebeten spreektrant die bij de Indische talen hoorde. Seaton had vermoedelijk in geen jaren Engels gesproken. 'Ik vertel jou niets.' Mike keek om zich heen. Er liepen misschien vijftig mensen op de open plek rond, waarvan een stuk of vijftien vrouwen. 'Dus hier woon je nou.' 'Dat heb je slim bedacht.' Seaton grijnsde. Hij had nog steeds dat harde, dat dreigende, maar daar was nu iets roekeloos bijgekomen - de bravoure van een man die elk gevecht won. 'Het was kostelijk om te zien hoe jullie allemaal stug dekking bleven zoeken in dit bos, en je pal onder mijn ogen voor mij verborgen probeerde te houden.' Een vrouw bracht een schaal met voedsel. Seaton nam hem aan en begon met zijn handen te eten. 'Vertel me eerst eens wie je bent.' 'Nee.' 'Of moet ik het aan haar vragen?' Sabrina! Opeens schoot het Mike weer te binnen. Hij keek bezorgd om zich heen en kreeg haar eindelijk in het oog. Ze stond nog waar hij haar eerder gezien had, onderuithangend aan een paal midden op de open plek. 'Als ik mijn handen vrij had,' zei Mike, 'zou ik je ermee vermoorden.' 'Ach, wat spijt me dat - die kans zal ik je helaas moeten onthouden.' Seaton stak zijn vette vingers uit, pakte Mike bij de neus en draaide er net zo lang aan tot Mike het uitschreeuwde van de pijn. 'Ik heb zo mijn vermoedens over jou en je vrienden, voornamelijk gebaseerd op de uitrusting van die vrouw. Maar ik moet nog wel de leemtes invullen.' 'Heeft ze je niks verteld, dan?' Seaton schudde zijn hoofd en stak meer eten in zijn mond. 'Ze is uitstekend getraind. Geen woord, ondanks alles.' 'En hoe voelde dat, om met je smerige poten aan een beschaafd iemand te zitten?' 'Beschaafd! Ha!' De stukjes eten vlogen Seaton van de lippen. 'Jij hebt er geen flauw benul van wat beschaving is. Jij denkt dat je verfijnd bent, verlicht, een ingezetene van een geavanceerde maatschappij. Wat jij bent, meneer Onderkruiper, wat jij jammerlijk bent, is het willoze instrument van een corrupte westerse gefixeerdheid op territorium en materiële welvaart.' 'Zou je denken?' 'Jij en jouw soort zullen worden opgeslokt door de wildernis die jullie met je eigen hebzucht creëren.' 'Mooie ideologische woorden,' zei Mike. 'Jammer dat ze uit de mond komen van een smerige bandiet die zijn carrière begonnen is als huurgorilla voor alles wat louche was.' 'Die tong van jou,' zei Seaton, zwaaiend met een vinger. 'Ik herinner me nog hoe je ooit een goed mens kapot hebt gemaakt, Seaton. Een man die je niet eens kende. Je deed het zonder scrupules. Je deed je kwaad zoals een insect dat doen zou. En vandaag heb je op even wrede wijze, met even weinig gevoel, mijn vriend vermoord. Jij hebt geen recht op een mening of op gerechtigheid. Jij bent een barbaar.' Dat leek Seaton te steken. Hij knipperde een paar keer met zijn ogen en zei: 'Mensen kunnen verkeerd begrepen worden.' 'Mensen zoals jij niet.' 'Wel. Mensen veranderen, vergeet dat niet.' 'O ja hoor. De tijd en de omstandigheden, de grote veranderaars. Nou ben je een islamitische separatistische partijbons. Nou streef je lofwaardige doelen na zoals het bang maken van zielige drugskoeriers, zo bang dat ze zichzelf nog liever van kant maken dan te maken te krijgen met wat jij onder straf verstaat...' 'Ho even!' riep Seaton. 'Dat wil ik niet horen!' 'Jammer dan. Ik heb het al gezegd.' 'Nee! Nee! Dat kun je mij niet in de schoenen schuiven!' Seaton sprong overeind. Hij liep schreeuwend en gebarend naar het midden van de open plek. Mike voelde dat de touwen om zijn polsen werden doorgesneden. Hij liet zijn handen in zijn schoot vallen en boog en strekte zijn vingers. Het bloed kwam tintelend terug. Hij keek toe terwijl de touwen van Sabrina werden losgesneden en drie vrouwen haar op een veldbed legden en naar een tent droegen. Seaton kwam weer terug, nog steeds opgewonden, en bleef staan terwijl twee vrouwen eten en water voor Mike neerzetten. Mike proefde het vlees en ontdekte dat het sappige kip was. Hij nam een slok water en staarde Seaton aan. 'Wat is er allemaal aan de hand?' Seaton ging op zijn hurken zitten. Hij wees naar het bord. 'Eten.' Mike stak een stuk kippenborst in zijn mond en kauwde. Het smaakte verrukkelijk. 'Wat jij zei over die drugskoeriers, die gedwongen worden zichzelf van kant te maken, dat overkomt de mensen in de nieuwe handel.' 'Nieuwe handel? Je bedoelt de handel in zeer hoogwaardige drugs?' Seaton knikte. 'Superzuivere heroïne, mda, zuivere coke, geconcentreerde hasjolie, crack - dat is allemaal het werk van een ander. Ik heb niks met die hele handel te maken en ik heb niks met hun praktijken te maken. Begrijp je dat? Daar staan wij helemaal buiten.' Mike wees naar het bord. 'Vanwaar die plotselinge generositeit?' 'Wij staan kennelijk niet zo lijnrecht tegenover elkaar als ik gedacht had. Of als jij gedacht had. Ik wist niet beter of jullie waren een uitzaaiing van de dea.' 'Dat had best gekund. Mijn vriend die door dat geboefte van jou voor de sport is doodgeschoten - die heeft ooit voor de dea gewerkt.' 'Luister, wat die vriend van jou betreft - die was gewapend, hij had mij of de mijnen ook doodgeschoten als hij de kans had gekregen, dus laten we elkaar nou niet met modder gaan bekogelen. Vertel me één ding. Behoort de strijd tegen die nieuwe handel tot jullie takenpakket hier?' 'Dat zou ik wel denken.' 'Nou, laat me dan iets over mijn activiteiten hier vertellen. Wij zijn niet heilig, maar er is een groot verschil tussen ons en die anderen, neem dat van mij aan. Om te beginnen doen wij niet mee aan het terroriseren van de plaatselijke bevolking.' 'Wat doen jullie dan?' 'Wat wij in wezen doen is voor onszelf zorgen.' Seaton glimlachte vluchtig, waarbij hij een verrassend wit gebit liet zien. 'Daar komt het op neer. Overleven. En toegegeven, om te overleven moeten we onpopulaire dingen doen, zeker, harde en schadelijke dingen, alleen om onze status op te houden. Want als we ooit verslappen, lopen ze over ons heen.' 'Je hebt me nog niet verteld wat je doet.' 'Ik regel en leid drugskonvooien. Daar komen de inkomsten vandaan. Dat is onze levensader. Maar bij ons is geen sprake van onfortuinlijke koeriers, wij maken geen slachtoffers. Ik doe het alleen met mijn eigen mannen, en hun vrouwen en kinderen. Wat wij transporteren is traditionele magere kwaliteit hasj en heroïne, bestemd voor de gebruikelijke afzetgebieden in het Westen. Alle rotzooi is daar welkom.' 'En hoe sta je tegenover die nieuwe handel?' 'Ik heb maandenlang een oogje in het zeil gehouden. Uiteindelijk heb ik een van hun koeriers te pakken gekregen, maar die had zich al van kant gemaakt voor hij ondervraagd kon worden. Maar ik blijf op de loer liggen.' 'En als je een keer beet hebt?' vroeg Mike. 'Wat ga je dan doen?' 'Als ik die gasten te pakken krijg, vermoord ik ze. Maakt me niet uit hoeveel het er zijn. Ze gaan er allemaal aan.' 'Ook een manier om met de concurrentie om te gaan.' 'Ze worden niet uitgeroeid omdat het concurrenten zijn,' wierp Seaton tegen. 'Het zijn de gevaarlijkste parasieten die je je kunt voorstellen. Ze zuigen onze samenleving uit. Dat is de reden dat ze eraan gaan.' 'Alsof jij zo'n sieraad voor de samenleving bent.' 'Wij maken problemen en wij trappen herrie, maar wij tornen niet aan de structuur van de gemeenschap,' hield Seaton vol. 'Noem me zoals je wilt, maar niemand kan zeggen dat ik ooit arme of kwetsbare mensen heb uitgebuit of kwaad gedaan.' Ze staarden elkaar één gespannen moment aan. 'Ik heb me in jou vergist,' zei Mike. 'Ik heb te snel de conclusie getrokken die bij mijn vooroordeel paste. Ik zat ernaast.' Hij slikte het laatste stuk kip door en nam nog wat water. 'Maar je blijft een ellendeling,' voegde hij eraan toe. 'Daar doe je met al je principes niets aan af.' Seaton haalde zijn schouders op. Hij ging staan en liep weg. Even later kwamen twee vrouwen met Sabrina de tent uit waar ze mee naartoe was genomen. Ze was gewassen en haar haar was geborsteld. En ze zag bleek, maar ze was zo te zien ongedeerd. De twee vrouwen hielpen haar op een paard. Mike kreeg een por en toen hij zich omdraaide, wees een man naar twee paarden die gezadeld en wel klaarstonden aan de rand van de open plek. Mike klom wat stijfjes in het zadel en geleidde het paard met zachte hand naar waar Sabrina stond. 'Alles goed?' 'Beter dan ik verwacht had,' zei Sabrina. Seaton kwam aanlopen en wees naar drie van zijn mannen die ook te paard zaten. 'Zij brengen jullie naar een weg. Vandaar kunnen jullie zelf verder terugreizen.' 'En de Range Rover dan?' vroeg Sabrina. 'Een extraatje dat we goed kunnen gebruiken,' zei Seaton, 'en waar we dankbaar voor zijn.' Hij keek Mike aan. 'Het lichaam van je vriend is naar het station in Jerrida gebracht. Omdat jullie kennelijk over de nodige middelen kunnen beschikken, ga ik ervan uit dat jullie ook in staat zijn dat lichaam verder te transporteren naar waar jullie het hebben willen.' Zonder nog een woord te zeggen draaide Seaton zich om en verdween in een van de tenten. De drie ruiters vertrokken. Mike en Sabrina volgden hen. Tegen de tijd dat ze bij de weg aankwamen, was het al helemaal licht. In het zadel gezeten keken Mike en Sabrina de bandieten na, die tussen de rotsen op de berghelling verdwenen. 'Nou, daar staan we dan,' zei Mike, 'waar het ook zijn mag.' Een fris ochtendbriesje deed de haren van Sabrina over haar schouders wapperen. Mike zei dat ze wel een shampooreclame leek. 'Ik voel me anders meer een opgewarmd lijk.' 'Hebben ze je slecht behandeld?' 'Nou, nee...' Sabrina haalde haar schouders op. 'Niet dat ik gemarteld ben of zoiets. Dat bloed dat op me zat, dat was nog van voordat ik gepakt werd. Ik was gevallen. Zij hebben zich voornamelijk tot dreigen beperkt.' 'Wat is er dan met je aan de hand?' 'Ik heb een paar dagen geleden bloedvergiftiging opgelopen...' 'Bloedvergiftiging? Hoe -' 'Van een steekwond in mijn been, het is een lang verhaal. Maar de crisis kwam toen ik daar tussen die rotsen op de loer lag. Ik kan maar niet onder het gevoel uit dat het mijn schuld is dat het allemaal zo gelopen is.' 'Jij had nooit kunnen voorkomen wat er gebeurd is.' 'Ik had alerter kunnen zijn, als ik alerter was geweest had ik misschien iets gezien in dat bos.' 'Vergeet het maar,' zei Mike. 'We zaten midden in het domein van Seaton. We hadden geen schijn van kans.' 'Het spijt me van Lenny,' zei Sabrina, terwijl ze de nek van haar paard aaide. 'Lenny was een goede, dierbare vriend,' zei Mike. 'Als ik over hem begin, ga ik janken. Maar daar is later nog wel tijd voor. We hebben eerst iets anders aan ons hoofd. Hoe is het met je been? Moeten we een dokter zien te vinden?' 'Niet nodig,' zei Sabrina. 'In die tent hebben die dames mij de struikroverversie gegeven van een warm bad, en toen ze het verband zagen, wilden ze kijken. Nou weet ik niet wat ze gedaan hebben, maar ze deden het met geplette blaadjes en poeder uit een leren tas. Het gaf misschien een minuut of drie een hels brandend gevoel, en toen hebben ze de wond gewassen en opnieuw verbonden, en nou voelt het waarachtig alsof het geneest. Dat ik me nog zo rot voel, is alleen de nasleep. Ik ben er zo weer bovenop.' Mike keek naar de zon en wees langs de lange stoffige weg. 'Daar is het noorden. Meer hoeven we op dit moment niet te weten.' Sabrina kwam met haar paard naast Mike staan. 'Dit was wel een verschrikkelijke tegenslag, hè?' zei ze. 'Zo zou je het kunnen zeggen. We zijn God mag weten hoeveel kilometer van waar we moeten zijn, we hebben veel tijd en enorme bedragen verspild aan het achternazitten van de verkeerde mensen, en een voortreffelijke agent en dierbare vriend is vermoord. Allemaal verliezen, en geen enkel winstpuntje.' 'Hoog tijd dus om een van de axioma's van Philpott ter harte te nemen.' 'En welke mag dat wel zijn?' Sabrina citeerde uit het blote hoofd. '"Een mislukking dient gezien te worden als een uitdaging, net zo goed als een obstakel beschouwd moet worden als een verhulde kans. Elke tegenslag hoort onze vastbeslotenheid om uiteindelijk toch te zegevieren groter te maken.'" 'Bravo, bravo.' Mike glimlachte vermoeid. 'Die goeie ouwe Uncle Malcolm. Die borduur ik in kruissteek zodra ik een verloren minuutje heb.' Ze begonnen naar het noorden te rijden. De paarden hielden gelijke tred, en liepen over de weg alsof ze deze reis vaker gemaakt hadden. 'Het is gek,' zei Mike na een poosje, 'maar we hebben nog geen ruzie.' 'Dat was mij ook al opgevallen.' 'We zouden elkaar allang de zwartepiet moeten toespelen en elkaar de schuld van deze catastrofe in de schoenen schuiven.' 'Zou het kunnen dat we volwassen worden?' vroeg Sabrina. 'Nééééh.' 'Wat is het dan?' 'Ik denk dat we gewoon te moe zijn om te bekvechten. Geduld. We worden heus wel weer de oude.' Sabrina schermde haar ogen af voor de zon, en tuurde de kronkelende weg af die voor hen lag. 'Ik heb geen idee waar we zijn,' zei ze,'maar het zou geweldig zijn als we bij het dorp kwamen waar Aziz woont - weet je wel, die man die mij die route voor de drugskonvooien gewezen heeft.' 'Die zou ons nu wel kunnen helpen?' 'Dat denk ik niet,' zei Sabrina. 'Maar hij zet wel een ontzettend lekkere kop thee.'