9
Dokter Arberry had een Landrover gestuurd om Mike, Ram en Lenny op te halen. De chauffeur was Nisar, een oude man met dikke brillenglazen die tijdens het rijden zijn gezicht zo ongeveer tegen de voorruit duwde, alsof hij anders niks zien kon. Nisar reed nogal grillig, maar hij leek zich thuis te voelen op de smalle kronkelweggetjes. Hij stortte zich in blinde bochten alsof hij precies wist wat hem aan de andere kant te wachten stond. 'Terug naar af,' zei Lenny in de voortrollende duisternis, kijkend naar de kegels van de koplampen die zich door de avond boorden. Hij zat ingeklemd tussen Mike en Ram, en hield zich aan de rugleuning van de voorbank vast. 'Zo is mijn carrière ook begonnen.' 'Waar?' vroeg Ram. 'Bij de dea. In het holst van de nacht in jeeps en ouwe rammelkasten door Colombia scheuren, op zoek naar boeven.' 'Alleen had je geen lichten aan,' zei Mike. 'Precies. We hadden helmen met een nachtvizier. En altijd geluiddicht afgesloten motoren. Verrassingselement, hè. We overreden meer boeven dan we oppakten.' 'In deze contreien,' zei Ram, 'zijn de bandieten die de drugskonvooien leiden de mensen met de hightech. De politie heeft vorige maand nog iemand opgepakt die zo'n beetje achter een konvooi aan kwam hobbelen. In zijn zadeltassen vonden ze een nachtkijker, een pistool met laservizier, een hypermoderne radio-ontvanger en een walkman.' Nisar maakte een scherpe bocht en reed een grindweg op die werd omzoomd door hoge oude bomen met mos op schors en takken. Honderd meter verderop stond een ijzeren sierhek, en daarachter lag een goed onderhouden gazon. In de verte zagen ze het huis, een replica van zo'n landhuis zoals ze in de zuidelijke Verenigde Staten op de katoenplantages stonden, een paleis bijna, hagelwit, met hoge pilaren voor de veranda, en vleugels als uitgespreide armen aan weerszijden. 'Zo te zien zit dokter Arberry goed bij kas,' zei Lenny. 'Ken jij hem, Ram?' 'Een beetje. Af en toe leen ik een boek van hem. Hij is direct, evenwichtig, ongelooflijk geconcentreerd op zijn werk. Hij heeft zelfs het bijpassende uiterlijk, hij lijkt een beetje op Gregory Peck dertig jaar geleden.' Ze reden door een groot hek dat elektronisch bediend werd, waarop de chauffeur keihard over de brede, met rode scherven bedekte oprijlaan naar het huis scheurde. De voorgevel baadde in het licht. Nisar trapte op de rem alsof hij bijna ergens bovenop reed, en zijn passagiers vlogen naar voren. Toen ze uit de wagen klauterden, werden ze begroet door een diepe stem met een Bostons accent. 'Heren. U hebt de reis overleefd. Uitstekend.' Simon Arberry liep naar de rand van de veranda. Hij was lang en mager, met kortgeknipt rossig haar dat bijna blond tegen zijn gebruinde huid afstak. De indruk van de blakende vijftiger werd nog eens versterkt door zijn witte linnen pak en bleekblauwe shirt. Ram had de spijker op de kop geslagen, dacht Mike. Het was net alsof hij Gregory Peck ontmoette. Ram stelde hen aan Arberry voor, waarop Arberry hen binnenliet. De hal leek wel de foyer van een goed hotel: kleine zwarte en witte tegeltjes op de vloer, donkergroene zijden en linnen draperieën, deuren met eiken lambriseringen en koperbeslag. Er stond zelfs een reproductie van de Worstelaars van Praxiteles, op een sokkel bij de deur naar de ontvangstkamer. 'Hier houd ik mijn enthousiasme op peil,' zei Arberry, terwijl hij hen voor liet gaan. 'En het fungeert meteen als mijn communicatiecentrum.' De kamer was zo groot dat een bungalow met schoorstenen en al er met gemak in had gepast. Eén wand was van vloer tot plafond met boeken bedekt; aan de andere kant van de kamer, aan weerszijden van een open haard in Adam-stijl, stonden fijne rozenhouten tafels met planken van cederhout erboven, allemaal volgestouwd met een scala aan elektronische apparatuur: radiozenders, ontvangers, DAT-recorders, bandrecorders, geavanceerde computers -alles zo te zien op stand-by. Er stonden ook twee televisies afgestemd op satellieten, aan, met het volume op zacht. Met glaasjes droge sherry in de hand, ingeschonken door een Indiër in een smetteloze butlersoutfit, luisterde het bezoek naar Simon Arberry, die de dood van zijn vriend, de eerwaarde Alex Young, betreurde. 'Hij noemde mij een visionair,' zei Arberry, 'maar ik zal jullie iets vertellen, ik heb nooit ook maar een tiende van zijn inzicht in en zijn toewijding aan de mensen hier gehad. Voor alles wat hij bij elkaar wist te schrapen, elk mager sommetje gelds, alle denkbare middelen, verzon hij een manier om het ten goede te laten komen aan zijn kudde. Hoe vaak heb ik niet gezien dat hij met zijn blote handen van alles en nog wat oplapte of repareerde. En hij was altijd betrokken, hij hield zich nooit op de vlakte.' 'Laten we uw eigen toewijding aan de gezondheid en het welzijn van de gemeenschap nu niet bagatelliseren,' zei Ram. 'De eerwaarde Young had het vaak over uw plannen, de faciliteiten die u hebt opgezet, de projecten die u...' 'Mijn toewijding is gericht op het opnemen van handschoenen die elk weldenkend mens zou laten liggen,' zei Arberry. 'In zekere zin ben ik weliswaar een filantroop. Mijn behoefte om prestaties neer te zetten geldt in het algemeen de minder bevoorrechte of zelfs onderdrukte medemens. Maar in de eerste plaats is het toch vooral de uitdaging van het obstakel waar ik van geniet.' Toen de butler meedeelde dat het eten klaar was, liepen ze door de hal naar de eetkamer. Die was langwerpig, en hoogpolig gestoffeerd, met een Franse kristallen kroonluchter, goudkleurige zijden gordijnen en een tafel waar dertig mensen aan konden zitten. Voor deze gelegenheid was de grote tafel tegen een muur geschoven en een andere tafel, twee meter in het vierkant, onder de kroonluchter neergezet en gedekt. 'Het zal u wel zijn opgevallen,' zei Arberry,'dat mijn huis weinig of niets Indiaas heeft. Dat is, omdat ik het al te pretentieus vind voor iemand uit een totaal andere cultuur om te doen alsof je op de hoogte bent met de stijlen en traditionele ornamenten van een streek waar je voor je dertigste zelfs nog nooit geweest bent. Het land liefhebben is één, maar je de culturele instincten van de autochtonen eigen maken is iets heel anders.' 'Als een Californiër die zich op zijn gemak probeert te voelen in een New Yorks appartement,' zei Lenny. Arberry schoot in de lach. 'Nou u het erover hebt, zoiets is mij ook ooit overkomen. Ik ben opgegroeid in Boston, ik heb aan Harvard gestudeerd, ik heb alles gedaan wat je in Boston zoal in je jeugd doet. Maar toen ik een co-assistentschap kreeg, was dat aan een ziekenhuis in San Francisco. De andere manier van leven daar deed me bijna de das om.' De butler en een Indiase vrouw in een blauw en zilverkleurige sari reden twee serveerwagentjes met eten binnen. 'Wat ik zeggen wilde,' zei Arberry terwijl de schotels op het buffet werden klaargezet, 'is dat dit huis misschien elke plaatselijke culturele of decoratieve toets ontbeert, maar dat de geur van de Indiase keuken wel degelijk in alle gangen hangt. Ik ben er gek op.' Mike was gewaarschuwd dat het eten in Kasjmir meestal teleurstellend was voor mensen die in het Westen weleens Indiaas hadden gegeten. Dat mocht dan gelden voor de restaurants in Srinagar en Pahalgam, maar dat gold niet voor de cuisine in huize Arberry. 'Dit is het beste Indiase eten dat ik ooit gegeten heb,' verklaarde Mike. Lenny knikte, en Ram eveneens, allebei met de mond te vol om iets te zeggen. Ze kregen schotels geserveerd die zelfs Ram nog nooit gezien had of zelfs maar van gehoord had - sada pilau, kutchi biriani, aaloo tariwale - met een voortreffelijke, verbijsterende keur aan sauzen en bijgerechten, en karaffen met rode en witte wijn en rosé. Gedurende de hele maaltijd slaagde Arberry erin net zo snel te eten als zijn gasten, terwijl hij intussen een monoloog afstak over zijn plannen voor de regio. 'Binnen anderhalfjaar open ik in het hartje van de Vallei een behandelkliniek met artsen en verplegend personeel dat gespecialiseerd is in tropische geneeskunde. Ik heb al twee poliklinieken geopend, plus een regionaal chirurgisch centrum hier op de heuvel, en dan komt er nog een nieuwe verpleegstersopleiding waar meisjes uit de omgeving een opleiding zullen krijgen op een niveau dat overal ter wereld acceptabel zou zijn.' 'Ik kan wel zien dat uw motivatie en uw geloof in wat u doet tot verbazingwekkende prestaties leiden,' zei Mike. 'Maar waar komt het geld vandaan?' 'Ik drijf op twee dingen,' zei Arberry. 'Eén is de instemming van de autoriteiten, het andere is geld van grote organisaties over de hele wereld.' 'Hoe krijgt u die zover om daar afstand van te doen?' 'Ik kan heel goed zeuren.' Bij de koffie met cognac probeerde Arberry het monopolie op te heffen dat hij tot dusver op de conversatie had gehad. Hij vroeg Ram hoe zijn onderzoek naar de landbouw in de regio verliep. Ram improviseerde soepeitjes, breidde het onderwerp uit en maakte een overzicht van de Vallei van Kasjmir gezien door de ogen van iemand wiens taak het was het gebied te bestuderen. 'Alles aan dit gebied is romantisch. Wist u, dokter, dat de Vallei in vroeger tijden een waterbekken is geweest?' Arberry schudde zijn hoofd. 'Honderden jaren heeft de hele Vallei vol water gestaan.' 'Hoe lang is de Vallei precies?' wilde Lenny weten. 'Honderdveertig kilometer,' zei Ram. 'En hij is dertig kilometer breed. De bergen rondom zijn zo'n vier- tot vijf-, vijfeneenhalfduizend meter hoog. Ze bieden de Vallei beschutting tegen de zuidwestmoesson. Het is net alsof...' -Ram stak zijn handen uit, de palmen verticaal naar elkaar toe - 'alsof het allemaal zo ontworpen is, alsof iemand het zo gemaakt heeft en toen heeft gezegd, goed, het moet er ook nog vruchtbaar zijn, en omdat het een bevolkingscentrum moet worden moet het ook nog mooi zijn, en het moet beschut liggen tegen de woede van de elementen.' 'En uiteraard zal elke goede Hindoe weten te vertellen dat het ook inderdaad zo ontworpen zei Arberry. 'Door de god Brahma. Maakt niet uit aan wie je het vraagt, ze zullen allemaal hetzelfde antwoord geven.' 'Tenzij ze zeggen dat Vishnu het zo ontworpen heeft,' zei Ram,'of Shiva.' 'Nou volg ik het even niet meer,' zei Mike. 'Je moet de hindoegoden zo zien,' zei Ram. 'Er is maar één alomtegenwoordige god, maar hij heeft drie fysieke verschijningsvormen die bij zijn belangrijkste facetten passen -dat zijn Brahma, de schepper, Vishnu, de handhaver, en Shiva, de vernietiger en herschepper. In zekere zin hebben die drie allerlei kenmerken gemeen, en dat komt doordat ze eigenlijk één en hetzelfde wezen zijn.' 'Dat zal allemaal wel,' zei Lenny, rood aangelopen van de specerijen en de wijn,'maar wat ik weleens zou willen weten is, waarom noemen officiële bronnen het land altijd Kasjmir-en-Jammu?' Hij wist het antwoord wel, maar het kon geen kwaad om af en toe eens nadrukkelijk zijn rol te spelen. 'Dat is de officiële naam,' zei Ram. 'Als je het volledige historische en politieke beeld wilt hebben, kun je een boek van me lenen. Maar voor dit moment is het voldoende om te weten dat de helft van de bevolking van Jammu en Kasjmir hier in de Vallei woont, en dat we twee hoofdsteden hebben - Srinagar in de zomer, en Jammu in de winter.' 'En het lijkt me ook goed om de boodschap van wijlen mijn goede vriend Alex Young in gedachten te houden,' zei Arberry. 'In een staat die door allerlei conflicten wordt geteisterd, komen wij hier in de Vallei nog het beste weg. Wij zijn het stabiele centrum.' 'Maar als de onrust hier toeneemt, zou heel Kasjmir verstrikt kunnen raken in een vreselijke, bloedige oorlog,' zei Ram. 'Ziet u dat als een serieuze dreiging, dokter?' vroeg Mike. 'Dat doe ik zeker. En ik weet ook wat de belangrijkste oorzaak zou zijn. Als onze samenleving hier ooit uit elkaar valt, dan komt dat door de bandieten. Meer dan wie ook zijn de bandieten degenen die er alles voor over lijken te hebben om de stabiliteit te ondermijnen en een eind te maken aan het leven dat wij hier met zijn allen genieten. Als er niet iets gedaan wordt om hen tegen te houden, en ik bedoel op korte termijn, dan zullen ze de eenheid hier versplinteren, dan leggen ze hier de boel braak en verspreiden zoveel angst, zoveel verderf, dat niets hen er nog van zal kunnen weerhouden om van de Vallei één rokende wildernis te maken.' 'En dan zal het landje pikken beginnen,' zei Ram. Lenny knikte. 'En de machtswellust toeslaan.' 'Maar wanneer de juiste hulp geboden wordt, hoeft dat allemaal niet te gebeuren.' Arberry hief zijn glas. 'Een toost. Op de Vallei van Kasjmir, en op zijn voortbestaan als een van de mooiste, een van de betoverendste plaatsen ter wereld.' Later nam Arberry zijn gasten mee de heuvel op naar zijn nieuwe chirurgische centrum, een lang betonnen gebouw dat ruimte bood aan drie operatiekamers en twee verkoeverkamers. Hij leidde hen rond in de narcosekamers, liet hen een draaiende hoofdscanner zien, de meest geavanceerde mobiele röntgenapparaten, en een batterij onderzoeksinstrumenten die in verbinding stonden met een centrale computer, die weer was uitgerust met een diagnostische database. 'Een chirurgische kliniek waar elke gemeenschap trots op zou kunnen zijn,' zei Ram. 'Maar zo klein,' kon Arberry niet nalaten op te merken. 'We hebben een enorme wachtlijst. En als we deze kliniek dubbel zo groot maakten, zou het probleem nog niet gehalveerd zijn. Zo werkt het niet. Maar nog twee van dit soort klinieken, elk met een eigen verzorgingsgebied binnen de vallei, en tegen de zeventig procent van de wachtlijst zou kunnen worden weggewerkt.' Hij glimlachte. 'U begrijpt waarom de kleine medische faciliteit van Alex Young zo waardevol was, en waarom het zo'n verlies zal zijn tot iemand de draad daar weer oppakt. Onze mensen hebben alle hulp nodig die ze krijgen kunnen.' Voor Mike, Ram en Lenny weer bij oude Nisar in de Landrover stapten, nam Arberry hen achter in de tuin mee een steile trap af. Die liep honderd meter diep de grond in. In het pikdonker onder aan de trap zei Arberry dat ze moesten blijven staan, waarop hij een schakelaar omzette. 'Mijn God,' fluisterde Mike. 'Niet te geloven.' Ze bevonden zich in een natuurlijke onderaardse grot die verlicht werd door tientallen verborgen spotjes en schijnwerpers. 'Ik noem het de Gouden Spelonk,' zei Arberry. 'Dat getuigt misschien niet van veel verbeelding, maar u zult het met me eens zijn dat het een passende benaming is.' 'Het lijkt wel of ik droom,' zei Lenny. De rotsige wanden en het hoge plafond waren met goud bedekt. Het licht dat ze weerkaatsten, fonkelde zo fel dat Ram een hand boven zijn ogen moest houden. 'Eigenlijk is het helemaal geen goud,' zei Arberry. 'Het is ijzerpyriet, maar in deze setting doet dat niet onder voor echt goud. En de natuur heeft dat helemaal zelf aangebracht hier.' Voor ze vertrokken, gaf hij elk van zijn gasten een dikke map met papieren. 'Feiten en cijfers,' zei hij. 'Mijn observaties met betrekking tot de criminaliteit in dit gebied. Misschien, als u deze informatie ter harte neemt, dat u collectieve druk kunt uitoefenen op uw mensen om iets voor ons te doen.' 'Hij heeft wel charisma,' zei Lenny op de terugweg. 'Ik had hem nog willen vragen hoe hij hier eigenlijk verzeild is geraakt. Ik zou me kunnen voorstellen dat hij zich veel meer thuis zou voelen tussen zijn soortgenoten in good old Manhattan.' 'Het is een triest verhaal,' zei Ram. 'Hij heeft een privé-kliniek gehad in Massachusetts, en dat liep allemaal lekker, en toen kwam hij hier een keer op vakantie met zijn vrouw.' 'Wanneer?' vroeg Lenny. 'Vijftien jaar geleden. Het was in de tijd dat de Vallei van Kasjmir in advertenties geroemd werd als het Zwitserland van India. Zijn vrouw was er meteen zo weg van, dat ze Arberry overhaalde een stuk grond te kopen, zodat ze daar een tweede huis konden bouwen voor hun vakanties. Maar ze overleed aan borstkanker voor ze ooit de kans kreeg hier terug te komen.' 'Ik vroeg me al af of hij geen vrouw had,' zei Lenny. 'Dat soort mannen woont meestal niet alleen.' 'Hij heeft me verteld dat haar dood een ander mens van hem gemaakt heeft,' zei Ram. 'Hij had het gevoel dat haar ziel hier was, waar ze samen die grond gekocht hadden, dus ging hij terug en kocht er nog meer grond omheen. Hij liet dat enorme landhuis bouwen en sindsdien heeft hij zich gewijd aan de ontwikkeling van het gebied waar zijn vrouw zoveel liefde voor had gekoesterd.' 'De eerwaarde Young was bang dat alle problemen Arberry hier misschien weg zouden jagen,' zei Mike, 'maar als ik hem zo beluister, moet er heel wat gebeuren voor hij hier zijn biezen pakt.' 'Maar ik wil wedden dat hij weet dat het ooit zou kunnen gebeuren,' zei Lenny. 'Hij is beschaafd, vergeet dat niet. Beschaafde mensen hebben geen schijn van kans tegen ongelikte beren. Hij is er wel heel erg op gebrand dat de vneen manier vindt om de boosdoeners hier te verdrijven.' 'Ik heb dit alleen maar even vluchtig doorgekeken,' zei Mike, en hij klopte op de map met papieren op zijn knie, 'maar het lijkt mij zo op het eerste gezicht een beter dossier over de moorden en de sabotage en de drugssmokkel hier dan jullie op Drugwatch International ooit in elkaar hebben gedraaid.' Lenny staarde hem aan in de doffe gele gloed van het lampje boven hun hoofden. 'Jij weet donders goed hoe je iemand moet kwetsen, hè?' 'Het is niet persoonlijk bedoeld, hoor.' 'Het is zijn gedrevenheid die hem zo capabel maakt,' zei Ram. 'Ik ken hem. Met minder dan uitmuntend neemt hij geen genoegen. Alles wat hij doet, is een meesterwerk in zijn soort.' 'Ik zou ook wel wat van die gedrevenheid kunnen gebruiken,' zei Lenny. 'Het geheim zit hem in zijn gevoel voor de tijdelijkheid van alles,' zei Ram. Lenny keek hem aan. 'Gaan we filosofisch doen?' 'Ik heb het over zijn overtuiging dat zelfs het beste, het ogenschijnlijk meest onvergankelijke, ons kan worden afgenomen. Het begon met zijn vrouw. En nu ziet hij iets gevaar lopen waar hij met eenzelfde intensiteit van houdt. Het gevolg is dat hij zich er nog sterker voor maakt. Hij leeft elke dag met de pijn van die bedreiging, en die pijn zorgt ervoor dat hij koste wat het kost wil zegevieren.' 'Hij heeft het bij het afscheid zonet allemaal kernachtig samengevat,' zei Mike,'weet je nog?' De andere twee knikten. Toen dokter Arberry met hen op de trap voor zijn witte zuilengalerij stond, had hij gezegd: 'Wat mij nog het meeste pijn doet, wat mij raakt tot diep in mijn ziel, is de aanblik van stompzinnige gewelddadigheid die zoveel schoonheid en vooruitgang in puin legt.'