28

Ze zal je nooit haten

Ik denk dat er zoveel redenen zijn, zelfs nadat ik naar Ian had geluisterd en mijn verhaal had geschreven, dat ik mijn leven nog steeds zie als een droom. Glimlachjes en gelach, grimassen en tranen dwarrelen rond in mijn geheugen als ingrediënten in een blender. Het is soms moeilijk de gelukkige tijden te scheiden van de verdrietige. Vaak, na mijn vertrek uit March Mansion, begon ik te lachen over iets dat Ian en ik deden of mama en ik, of papa en ik en mama en Ian samen, en dan stopte ik plotseling en begon te snikken om redenen waar ik geen verklaring voor had.

Ik huilde goed uit en dan hield ik op, haalde diep adem en ging verder met datgene waarmee ik bezig was, alsof ik een fotoalbum had dichtgeslagen, had gehuild om een verloren liefde en de foto's weer in een bureaula had geborgen. Dat album is dichtgebonden met vier linten, die elk een ander afscheid voorstellen.

Eigenlijk herinner ik me dat nog het duidelijkst, al dat afscheid nemen. Dat is wat me nu achtervolgt en eeuwig zal blijven achtervolgen, want wat ik had geleerd, wat ik Ian kan vertellen met diezelfde zekerheid die alles karakteriseert wat hij mij heeft verteld en nog vertelt, is dat ik in die tijd van afscheid nemen het meest op oma Emma leek - toen ik zag wat werkelijkheid was en de waarheid, en wist dat ik niet langer een kind kon zijn, omdat ik niet kon doen alsof, niets ervan kon ontkennen of negeren.

'Niets,' had oma Emma eens gezegd, 'zal je sneller doen opgroeien dan het onder ogen zien van de werkelijkheid, er recht op afgaan en je neus er tegenaan duwen. Het is alsof je een heuvel beklimt en het houvast verliest van de hand van je moeder en van je vader. Je raakt achterop, merkt dat je helemaal alleen bent. Je hebt geen andere keus dan een vrouw te worden en de rest van de helling eenzaam af te leggen. Er zullen geen medicijnen meer zijn om het te vertragen, geen sprookjes meer om je te helpen alles wat hard of lelijk of pijnlijk is te vermijden.

'Maar je hoeft er niet bang voor te zijn,' zei ze. 'Druk het aan je hart en geef jezelf een naam. Als kind had je één naam. Nu heb je een andere.'

Ik was nog te jong om het te begrijpen, maar na al die keren afscheid nemen ving ik de reis aan naar dat begrip, de reis die me hier heeft gebracht.

Mijn eerste afscheid was van papa.

Toen ik oma Emma en mr. Ganz achterliet in het ziekenhuis, voelde ik me verdoofd. Ian zou zeggen dat ik was vastgelopen als een overbelaste computer. Iets of iemand zou de stekker eruit moeten trekken en dan weer erin steken om me opnieuw te starten.

Ik verheugde me er niet bepaald op papa en Kimberly onder ogen te komen, dus was ik blij toen ik hoorde dat papa op het kantoor van mr. Ganz was ontboden. Nancy vertelde me dat papa zelf om die ontmoeting gevraagd had, bijna op hetzelfde moment dat oma Emma was afgevoerd in de ambulance. Hij had mr. Ganz die dag vanuit het ziekenhuis gebeld en alles in beweging gezet, alleen ging alles een richting uit die zelfs hem verraste, misschien hem in het bijzonder.

Ik zat boven in mijn kamer weer een brief te schrijven aan Ian toen papa en Kimberly terugkwamen. Ik hoorde ze niet binnenkomen, maar kort daarna kwam Kimberly naar mijn kamer om te zeggen dat mijn vader me wilde spreken in het kantoor van mijn grootmoeder. Ik volgde haar naar beneden.

Papa zag er een beetje ongemakkelijk uit en helemaal niet op zijn plaats in zijn rolstoel achter oma Emma's bureau, dat ik bijna moest glimlachen. Door de manier waarop het grote bureau hein omvatte, leek hij op een kind dat wilde doorgaan voor een volwassene. Hij rommelde met papieren en documenten alsof hij geen idee had waar alles hoorde en wat alles betekende. Het was ook de eerste keer dat ik hem zo nerveus had meegemaakt. Hij schuifelde heen en weer op zijn stoel terwijl hij wachtte tot ik zou binnenkomen en gaan zitten. Kimberly stond er ook onhandig bij, onzeker of ze op de divan moest gaan zitten, naast hem blijven staan of vertrekken.

'Tja, Jordan,' begon papa. Hij leunde achterover en probeerde een ontspannen indruk te maken. 'Het schijnt datje je grootmoeder al bezocht hebt in het ziekenhuis en met mr. Ganz hebt gesproken.'

Ik knikte en antwoordde bijna fluisterend: 'Ja.'

Papa keek naar Kimberly en leunde toen naar voren met zijn armen op het bureau. 'Opnieuw, zelfs in haar verzwakte toestand, heeft je grootmoeder de leiding hier weer op zich genomen. Ik moet bekennen dat ze heel wat voorbereidingen heeft moeten treffen, in afwachting van de dag waarop er iets ernstigs met haar zou gebeuren. Ik veronderstel dat ik... dat we daar respect voor moeten hebben.

'Mijn moeder,' zei hij meer tegen Kimberly dan tegen mij, 'laat zich zelden of nooit verrassen, zelfs niet door haar eigen lichaam.'

'Weinig opwinding en pret,' zei Kimberly.

Papa bromde iets en staarde naar het bureaublad. 'Je weet,' ging hij verder, 'dat je grootmoeder graag wil dat je bij je oudtante Fran-cis gaat wonen. Ze heeft gelijk in haar opvatting dat er zich op het ogenblik te veel dingen voordoen om een goede vader te kunnen zijn. Met mijn therapie en al die apparatuur om me heen,' ging hij verder, zwaaiend met zijn armen alsof zich overal hijskranen en kabels bevonden, 'zal ik het erg druk hebben en niet zoveel tijd voor je hebben als zou moeten.'

Wanneer had hij die ooit gehad? vroeg ik me af, maar ik durfde het niet te vragen.

'De manier waarop je grootmoeder de financiën heeft geconstrueerd, zet me ook min of meer klem, Jordan. Ze is heel erg bezig geweest, heeft allerlei soorten trusts gevormd en plannen beraamd om de middelen die we allemaal nodig hebben in banen te leiden, en voor bijna alles bestaan voorwaarden. Het duizelt me nog na die bespreking met haar advocaat, en ik ben niet helemaal een onbekende op zakelijk gebied. Ik kan me niet voorstellen wat iemand anders zou doen,' ging hij verder, weer met een blik op Kimberly.

Het enige wat papa wist over zakendoen was hoe je daarin moest mislukken, dacht ik, maar weer slikte ik die woorden in.

'Ik heb lang over haar plan nagedacht en ik moet althans voorlopig toegeven dat het zinnig is. Je gaat naar een goede school, je hebt een hoop ruimte op de boerderij, je zult je oudtante wat kunnen helpen, die niemand anders heeft, en je zult financieel alle steun krijgen die je nodig hebt. Al je medische behoeften zijn ook geregeld en je oudtante is van alles op de hoogte.'

'Heeft mr. Ganz iets gezegd over Ian?' vroeg ik.

Papa staarde me even aan en schudde toen zijn hoofd. 'Ian zit voor lange tijd vast. Hij heeft iets heel slechts gedaan en ze moeten zeker weten dat hij nooit meer zoiets zal doen. Ik weet dat je je broer erg bewondert, maar wat hij met jou deed en wat hij met miss Harper deed, maakt hem tot iets tussen dr. Jekyll en mr. Hyde.'

'Wie zijn dat?'

'Daar zul je zelf wel achterkomen. Misschien,' zei hij. 'Kimberly en ik hebben dit alles al besproken en we hebben besloten dat we je regelmatig komen opzoeken. Je weet waar je oudtante Francis woont, hè?'

'Niet echt.'

'Nou, ze woont op de boerderij die mijn vader jaren geleden voor haar heeft gevonden. Ze heeft iemand die alles voor haar onderhoudt, een zwarte man die iets jonger is dan zij. Hij woont met zijn eigen gezin op het erf: zijn dochter en zijn kleindochter, een meisje dat, denk ik, een jaar of vijf ouder is dan jij. Kortom, je zult daar goed verzorgd zijn en veel gezelschap hebben.

'Geloof me,' zei papa, plotseling kwaad en verdrietig, 'als ik niet hier in die rolstoel zat, zou dit allemaal niet gebeuren. Ik zou alles wat je grootmoeder geregeld heeft aanvechten en de leiding nemen over deze familie, zoals ik jaren geleden had moeten doen,' verklaarde hij, en sloeg met zijn hand op het bureau. Er lag een gefrustreerde blik in zijn ogen en zelfs, heel even, zag ik tranen.

'Rustig aan, Chris,' zei Kimberly kalmerend.

Hij schraapte zijn keel. 'Als je wilt, zal Kimberly je helpen je spullen bij elkaar te zoeken voor je verhuizing.'

'Ga ik nu al?'

'Binnenkort. Oma Emma heeft geregeld dat je morgen op bezoek gaat bij je moeder. Felix zal je brengen. De dag daarna rijdt hij je naar je oudtante Francis. Er is niet veel tijd meer voordat een nieuw schooljaar begint, en je moet gesetteld zijn, aangepast en je op je gemak voelen. Dat zijn de exacte woorden van je grootmoeder,' besloot hij.

Hij boog even zijn hoofd. Toen zuchtte hij diep en richtte zich weer op. 'Het zal je goed gaan,' ging hij glimlachend verder. 'We zullen je ook van tijd tot tijd hierheen brengen voor een bezoek, en volgende zomer gaan we misschien met z'n allen naar het zomerhuis aan het meer. Je zult het er goed hebben, zeker weten.'

'Dat zul je zeker,' viel Kimberly hem bij.

De gretigheid waarmee ze me kwijt wilde ontging me niet. Ik keek haar strak aan, trok mijn Ian-gezicht en veranderde mijn ogen in Ian-ogen. Het werkte. Ze wendde snel haar blik af.

'En als mama beter wordt?' vroeg ik.

'Dat zien we wel als en wanneer dat gebeurt,' antwoordde hij. 'Maar voorlopig moet je je concentreren op jezelf. Je kunt je niet aan je moeder en je broer of aan mij blijven vastklampen.'

'Je vader heeft gelijk, Jordan,' zei Kimberly.

'Je weet niet of hij wel of niet gelijk heeft,' zei ik. 'Als mijn moeder beter wordt, kun je maar beter weggaan.'

'Jordan!'

'Het is goed, Christopher.'

'Gebrek aan respect is nooit goed. Kimberly heeft alleen maar geprobeerd de dingen gemakkelijker te maken voor je. Eerlijk gezegd zou zij beter gezelschap voor je zijn geweest dan je oudtante Francis, maar ik kan er niets tegen beginnen en daarmee uit,' zei papa, die zich begon te ergeren.

'Je wordt moe, Christopher,' zei Kimberly. 'Je moet rusten.'

'Ja, je hebt gelijk,' zei papa, naar mij kijkend. 'In ieder geval, zo staan de zaken en zo blijven ze. Als van nu af aan iets je overstuur of ongelukkig maakt, moet je dat je grootmoeder maar verwijten,' zei hij, en begon zijn stoel weg te rijden van oma Emma's bureau.

Kimberly kwam haastig naderbij om hem te helpen. 'Hij moet zijn middagslaapje doen,' zei ze, terwijl ze hem de kamer uit duwde.

Hij staarde naar de vloer, met opgetrokken schouders en gebogen hoofd.

Bij de deur keek ze achterom. 'Daarom is het beter voor je om te doen wat je grootmoeder wil,' zei ze en reed papa het kantoor uit.

Ik staarde naar oma Emma's bureau en dacht dat ze misschien gelijk had.

Die avond begon ik mijn spulletjes te pakken, de dingen die ik mee wilde nemen. Na het eten kwam Nancy boven om me te helpen. Ik wilde niet dat Kimberly het deed. Nancy wist inmiddels alles en terwijl we aan het werk waren, vertelde ze me dat ze zelf waarschijnlijk ook gauw uit March Mansion zou vertrekken.

De volgende dag bracht Felix me, zoals oma Emma vanaf haar ziekenhuisbed had geregeld, naar Philadelphia om mijn moeder te bezoeken. Hij vertelde me dat oma Emma met hem had afgesproken dat hij me daar van tijd tot tijd naartoe kon brengen, ook als ik bij oudtante Francis woonde.

Ik vroeg me hardop af of Ian mama ooit nog zou bezoeken. Felix kon er niets over zeggen.

Hoewel mama's verpleegster, mevrouw Feinberg, blij was me te zien, merkte ik aan de manier waarop ze me begroette en naar Felix keek, dat ze het al wist van oma Emma. Na al het slechte nieuws dat over me heen was gekomen, wilde ze me graag ook wat goed nieuws vertellen.

'Er is vooruitgang in de reacties van je moeder,' zei ze. 'Het is nog te vroeg om te kunnen beoordelen wat het betekent, maar haar dokter is er erg blij mee. Elke kleine verandering lijkt ons nu iets enorms. Maar hoop niet te veel, te gauw, Jordan. Het duurt vaak jaren voordat mensen merkbare vorderingen maken.'

Mama leek me niets veranderd toen ik haar kamer binnenkwam, maar ik zag onmiddellijk dat haar hand niet meer open- en dichtging zoals eerst. Hij lag stil.

'Toe dan,' drong mevrouw Feinberg aan. 'Praat tegen haar.'

Ik ging naast het bed zitten. Mevrouw Feinberg en Felix stonden in de deuropening toe te kijken. Ik besloot dat mama alles moest weten omdat het haar kwaad genoeg zou maken om zich te dwingen bij te komen.

'Hoi, mama,' zei ik. 'Ik ben teruggekomen om je te zien en ik hoop dat je vooruitgaat en dat je gauw beter wordt, want tot je dat bent, moet ik bij oudtante Francis gaan wonen. Oma Emma heeft een beroerte gehad en ligt in het ziekenhuis en papa, die in een rolstoel zit, kan niet goed voor me zorgen.'

Ik aarzelde, keek even naar mevrouw Feinberg en Felix, die allebei naar me glimlachten en toen weggingen. Ik draaide me weer om naar mama en nam haar hand in de mijne.

'Die oude vriendin van papa, Kimberly, is nu bij hem in huis. Ze hebben tegen mevrouw Clancy, de verpleegster, gezegd dat ze moest vertrekken, en Nancy gaat binnenkort ook weg. Ik vind het niet prettig dat Kimberly daar is. Je moet beter worden, mama. Je moet. Je moet naar huis komen. Alsjeblieft, mama. Alsjeblieft, word beter.'

Ik kon niet beletten dat de tranen nu over mijn wangen stroomden. Ze rolden van mijn kin en sommige drupten op mijn hand en die van haar. Ik legde mijn hoofd tegen haar arm en snikte even.

Plotseling voelde ik mama's hand licht verstrakken rond de mijne. Ik wist het zeker. Snel hief ik mijn hoofd op en keek haar aan. Ze draaide haar hoofd niet naar me toe en haar ogen waren nog steeds op niets gericht, leken nog steeds de ogen van een blinde, maar ik wist zeker dat ze mijn hand even gedrukt had. Ze deed het nu niet, maar ze had het gedaan. Het was zo.

'Mama? Mama, kun je me horen? Zul je beter worden? Mama?'

Ik kneep zachtjes in haar hand en stond toen op, gaf haar een zoen op haar wang.

'Mama, zeg iets. Mama!'

'Kalm, kindlief,' hoorde ik. Mevrouw Feinberg kwam terug in de kamer en legde haar hand op mijn schouders.

'Ze heeft mijn hand gedrukt,' zei ik. 'Mama heeft mijn hand gedrukt.'

'Is het heus?'

Ze glimlachte en we keken naar mama's hand in de mijne. Ze kneep nu niet meer, maar ik wist dat ze het had gedaan. Ik wist het zo zeker. 'Ja.'

Ik kon zien dat mevrouw Feinberg niet overtuigd was.

'Waarom gelooft u me niet? U zei dat ze vooruitging.'

'Er waren een paar kleine reacties op prikkelingen in haar benen, lieverd. Het zal nog een tijdje duren voor we er iets over kunnen zeggen. Wees lief en doe wat je moet doen.'

'Haar hand bewoog. Het is echt waar,' zei ik vastberaden.

'Oké. Niet huilen.' Ze veegde mijn wangen af met een papieren zakdoekje. 'Ga zitten en praat. Toe dan,' drong ze aan.

Ik ging weer zitten en staarde naar mama, hield mijn adem in, en toen begon ik te praten. Ik vertelde haar alles wat er gebeurd was, zo uitvoerig mogelijk. Ik vertelde haar dat ik was gaan zwemmen. Ik vertelde haar over mijn schoolwerk en toen liet ik me het slechte nieuws over Ian ontvallen. Ik vergat het gewoon.

'Het was niet zijn bedoeling,' zei ik. 'Hij was alleen zo kwaad en het beviel hem niet wat ze mij had aangedaan. Dus je ziet,' vervolgde ik, 'je moet beter worden en nu thuiskomen zodat Ian ook thuis kan komen. Naar jou zullen ze luisteren en weten dat Ian nooit meer iemand kwaad zal doen.'

Ik bleef zitten en staarde haar aan.

Felix kwam naar de deur. 'We moeten terug, Jordan,' zei hij.

Ik knikte en stond op. Ik hield nog steeds haar hand vast. 'Mama, ik moet weg. Morgen ga ik naar oudtante Francis, maar ik kom

terug om jou te bezoeken. Oma Emma heeft het beloofd. Maak je geen zorgen over mij. Ik gebruik elke dag mijn medicijn en het gaat goed met me, maar ik weet dat Ian beslist erg ongelukkig is. We hebben je nodig, mama.'

Ik boog me over haar heen en zoende haar wang en toen voelde ik het weer.

Ik voelde haar hand verstrakken om de mijne.

En ik wist dat ze op een dag thuis zou komen.

Op een dag zouden we weer bijelkaar zijn, in ieder geval zij, Ian en ik.

Ik moet het oma Emma vertellen, dacht ik toen we het ziekenhuis verlieten. Als ze dit had geweten, zou ze me niet naar oudtante Francis hebben gestuurd. Dan zou ze weten dat binnenkort alles in orde zou zijn.

'Ik wil naar mijn grootmoeder, Felix,' zei ik toen we in de auto stapten. 'Breng me alsjeblieft naar dat ziekenhuis. Alsjeblieft, Felix.'

'Ik hoor je rechtstreeks naar huis te brengen,' zei hij.

'We kunnen daar onderweg toch stoppen? Alsjeblieft, Felix,' smeekte ik. 'Ik wil haar nog één keer zien. Ik heb haar iets heel belangrijks te vertellen. Alsjeblieft.'

'Oké, oké. Een paar minuten dan. Je hebt gelijk, het is op weg naar huis.'

Ik leunde hoopvol achterover.

Uren later reed Felix het parkeerterrein van het ziekenhuis op en deed het portier voor me open. Ik zag dat mensen die in- en uitstapten naar ons keken en zich waarschijnlijk afvroegen: Wie is dat kleine meisje dat in een limousine wordt rondgereden door een ge-uniformeerde chauffeur? Is ze een prinses?

Niet bepaald, dacht ik. Ik ben net zo min een prinses als wie dan ook. Zelfs als een knappe prins verliefd op me zou worden, zou hij het te weten komen van mijn familie en haastig weglopen. En wie zou het hem kwalijk nemen?

Felix pakte mijn hand en we gingen naar binnen, regelrecht naar oma Emma's kamer. Haar privéverpleegster stond voor haar deur te praten met een andere verpleegster.

'O,' zei ze toen ze mij zag. 'Ik wist niet dat je vanavond op bezoek zou komen bij je grootmoeder. Dan zou ik haar haar hebben geborsteld en haar een van haar mooie nachthemden hebben aangetrokken.'

'Dat is niet belangrijk,' zei ik. Zelfs ik vond dat ik klonk als oma Emma. 'Ik kom hier niet op een feest.'

Ze deinsde achteruit alsof ik haar een klap in haar gezicht had gegeven en toen maakte ze een grimas naar Felix die zijn schouders ophaalde.

'Nou, neem me niet kwalijk. Je hebt gelijk. Dit is geen feest. Voor niemand,' voegde ze eraan toe.

Langzaam liep ik oma Emma's kamer in. Er brandde slechts een kleine lamp naast haar bed en haar ogen waren gesloten. Snel liep ik naar haar toe en raakte haar linkerhand aan. Haar ogen gingen open en ze keek me aan. Ik dacht dat ze glimlachte, al was het moeilijk te zeggen omdat haar mond nog een beetje scheef stond.

'Oma Emma, ik kom net van mijn bezoek aan mama. Er is iets geweldigs gebeurd terwijl ik met haar praatte. Ze heeft mijn hand gedrukt. Echt waar. Ze wordt beter en gauwer dan iemand denkt. Ik weet het zeker. Als ze dat doet, zal ze erg overstuur raken als ik niet thuis ben. Ze zal niet willen dat ik bij oudtante Francis woon. U moet alles veranderen en papa nu voor me laten zorgen. Hij kan het. Ik zal Kimberly verdragen tot mama thuiskomt en dan komt u ook gauw thuis en zal alles weer worden zoals vroeger. Alsjeblieft,' zei ik, en wachtte af wat ze zou doen.

Ze schudde haar hoofd.

'Maar waarom, oma? Waarom wilt u dat ik bij uw zuster woon? U ziet haar nooit, of bijna nooit, en ze heeft ons nog nooit bezocht, niet één keer. Misschien wil ze helemaal niet dat ik bij haar kom wonen. Het is niet goed om haar te dwingen, nee toch? Ze zal een hekel aan me hebben. Ze zal me haten. Het zal afschuwelijk zijn. Alstublieft, oma.'

Weer schudde ze haar hoofd.

Ik kon het niet helpen, maar ik begon te huilen. Waarom was ze zo koppig en onvriendelijk?

'U heeft mijn brief niet aan Ian gestuurd,' zei ik op scherpe toon. 'Ik heb hem in uw bureau gevonden. U hebt tegen me gelogen. U hebt altijd gezegd dat ik niet mocht liegen. U hebt altijd gezegd dat het belangrijk was om te doen en te zeggen wat waar was, hoe dan ook.

'Ik wil niet naar oudtante Francis. Ik wil er niet nóg iemand bij hebben die me haat,' zei ik vastberaden.

Ze hield op met haar hoofd te schudden en keek me slechts aan. Toen hief ze haar hand op en maakte een gebaar dat ik niet begreep. Ik schudde mijn hoofd en ze deed het weer en plotseling drong het tot me door.

Ze wilde iets opschrijven.

Ik sprong op en holde de kamer uit naar de verpleegster. 'Mijn grootmoeder wil pen en papier. Ze wil iets opschrijven voor me.'

Tets opschrijven?' Haar gezicht vertrok even en ze keek naar Felix, die zijn hoofd schudde. Toen haalde ze haar schouders op en liep naar de balie om pen en papier voor me te pakken.

Zodra ze het me had gegeven, haastte ik me terug naar oma Emma. Ze wees naar het bed, zodat ik de blocnote daar neer kon leggen, en ik duwde de pen in haar hand. Het kostte haar de grootste moeite iets te schrijven. Ik was nu zo nieuwsgierig dat ik me niet kon verroeren en geen woord kon uitbrengen terwijl ze worstelde om een paar hanenpoten op papier te zetten waar ik wijs uit zou kunnen worden.

Ik wachtte, tot ze uitgeput leek, stopte en haar ogen dichtdeed.

Langzaam draaide ik de blocnote om en las. Het duurde even voor ik de letters kon ontcijferen, omdat ze in elkaar overliepen.

Maar eindelijk lukte het me.

Ze had geschreven: 'Zorg voor Francis. Ze heeft je harder nodig dan ik, meer dan ik ooit zal doen. Ze zal je nooit haten.'

Ik las het en herlas het om zeker te weten dat ik begreep wat ze me vertelde.

Hoe kon de oudtante die ik niet kende en die mij niet kende, me harder nodig hebben? Zou het niet net andersom zijn? Oma Emma was natuurlijk in de war door haar ziekte, dacht ik.

Ze deed haar ogen open en wenkte weer om pen en papier. Opnieuw wachtte ik terwijl ze moeizaam schreef, bijna onleesbaar. Ik draaide het papier om.

Ze had eraan toegevoegd: 'Op een dag zul je meer weten over deze familie dan je vader en zul je alles begrijpen, zelfs mij.'

Weer was ik in de war. Hoe zou ik ooit meer kunnen weten dan mijn vader over zijn eigen familie? Ik wilde het haar vragen, maar ik zag dat ze uitgeput was, misschien omdat het haar zoveel inspanning had gekost.

Ik vouwde het papier keurig op en stak het in mijn zak. Op de een of andere manier wist ik dat dit het belangrijkste was dat ze me ooit verteld had en misschien ooit zou vertellen.

Ze glimlachte.

Toen sloot ze haar ogen.

Ik aarzelde even, maar na een ogenblik bukte ik me om haar wang te kussen.

Haar lippen ontspanden zich in een bredere glimlach.

En zo liet ik haar achter.