14

Crazy  

Papa ging weg, niet wij. Mama en hij stonden boven tegen elkaar te schreeuwen, en toen pakte hij zijn koffer en holde het zomerhuis uit op het moment dat een verhuurbedrijf een andere auto afleverde. Ik keek uit het raam van mijn slaapkamer. Hij nam zelfs niet de tijd om afscheid te nemen van Ian of mij. Hij stapte in de auto en reed snel weg.

'Ian, Jordan,' hoorde ik mama roepen toen ze de trap afkwam. 'Kom hier, jullie.'

Ik kwam als eerste, en toen Ian naar buiten kwam en ze hem zag, legde mama haar hand tegen haar wang en kreunde alsof alle pijn uit zijn gezicht in dat van haar was getrokken.

'Wat is er met jou gebeurd, Ian?'

'Het is goed. Alles gaat goed,' zei hij. 'Mijn oog is al veel minder gezwollen.'

'Wat is er gebeurd?'

'Ik kreeg ruzie met een jongen van het campingterrein en dat liep uit op een vechtpartij,' zei hij. 'Het is niet belangrijk. Vergeet het maar. Ik ga daar niet meer naartoe.'

'Heeft je vader het gezien?'

'Ja.'

Ze schudde haar hoofd. 'Hij heeft er niets over gezegd, wat me overigens niet verbaast. Waar ging die ruzie over, Ian?'

'Het was stom, moeder. Ik wil er niet meer over praten.'

Hij staarde naar de grond, wat gewoonlijk zijn manier was om iemand te laten weten dat ze konden praten als Brugman, maar dat hij geen antwoord zou geven of ook maar een woord over het onderwerp zeggen. Als hij dat tegenover papa deed, schudde papa hem zo hard door elkaar dat het leek of hij alles binnen in hem wilde herordenen, maar dat hielp niets en ten slotte gaf papa het op en liep weg.

Mama zuchtte. Ze wist dat het gesprek ten einde was.

'Oké, ga allebei mee naar de zitkamer,' zei ze, nu naar mij kijkend.

Ian keek naar me met ogen die zeiden: Hou je mond, en we volgden haar. Ze stond voor het raam.

'Ga op de bank zitten,' zei ze zonder zich om te draaien. Ze zuchtte zo diep dat ik dacht dat haar hart zou breken. 'Je vader en ik gaan uit elkaar,' ging ze verder. 'Ik vraag echtscheiding aan. Er zijn een hoop redenen voor, maar, zoals ze zeggen, de druppel die de emmer deed overlopen, was mijn ontdekking dat hij heimelijk een ander had, en blijkbaar al enige tijd.'

Ze draaide zich om en keek ons aan. Ze zag bleek, maar de huid rond haar mond was rood, alsof die verbrand was. Haar ogen vlamden in ieder geval van woede.

'Het is niet mijn bedoeling jullie tegen hem op te zetten. Jullie zullen je eigen oordeel over hem kunnen vellen als jullie ouder zijn, al denk ik dat Ian oud genoeg is om dat nu al te doen,' ging ze verder, hem aankijkend.

'Gaan we hier wonen?' vroeg hij.

'Nee. Ik zal een huis voor ons zoeken in Bethlehem. Maar voorlopig is het goed dat we dit zomerhuis hebben. Ik heb al gebeld met een makelaar, die een lijst zal maken van mogelijke huizen. Ik zal beginnen met een huis te huren, en dan zien we wel verder. We gaan terug naar het grote huis om onze spullen op te halen. Ik wil het alleen niet nu meteen doen. Ik ben niet in de stemming voor een confrontatie met je grootmoeder.

'Er is nog nooit een echtscheiding geweest in de familie March en dat zal haar voornaamste zorg en klacht zijn. Ik twijfel er niet aan dat, als ze niet zo in de war was over wat wel en niet belangrijk is, ze van je grootvader gescheiden zou zijn in plaats van de manier te dulden waarop hij haar behandelde. De March-mannen zijn allemaal appels die niet ver van de boom vielen of vallen. Ik ben geen March. Ik ga niet net doen of er niets gebeurd is of gebeurt en me bezighouden met allerlei dingen om afleiding te zoeken, zodat ik er niet aan hoef te denken.

'Maar het spijt me dat jullie dit moet overkomen. Het is niet prettig om deel uit te maken van een gescheiden gezin. Jullie zullen voor meer uitdagingen komen te staan, meer problemen krijgen. Zoek alleen nooit de schuld bij jezelf. Het heeft niets met een van jullie beiden te maken. Het gaat uitsluitend tussen je vader en mij.'

'Papa komt hier niet meer terug?' vroeg ik.

'Niet zolang wij hier zijn, Jordan. Jullie zullen hem over een week of zo terugzien in Bethlehem als ik een paar huizen ga bezichtigen.'

'Heb je al een advocaat gebeld?' vroeg Ian.

Ze glimlachte. 'Ja, Ian. Ik heb vandaag een advocaat gebeld voordat ik terugging naar het zomerhuis, en het is niet een van de advocaten van de familie March. Hij is de zoon van de man die de advocaat van mijn vader was, Peter Morris. Hebben jullie allebei geluncht?'

'Ja,' zei Ian snel. Hij keek weer even naar mij. 'Jordan ging planten zoeken met me en is gestruikeld en in de modder gevallen. Ik heb haar jurk gewassen en in de droger gestopt. Ik heb haar schoenen ook schoongemaakt.'

Ze knikte. 'Ik weet dat je altijd voor je zusje zult zorgen,' zei ze, nam Ian even aandachtig op en ging toen verder. 'Moet je dat toch zien. Waarom heb je gevochten, Ian? Je hebt nooit eerder gevochten, wel?'

'Die jongen was een klootzak. Hij begon. Dat is de enige manier waarop hij een ruzie weet te beslechten. Denk er maar niet meer aan. Het komt best in orde met me.'

'Ik weet het. Het komt met ons allemaal in orde. Dat doet het beslist,' zei ze, maar haar gezicht leek barsten te vertonen als een breekbaar stuk porselein. Haar lippen trilden. Haar ogen kregen een glazige uitdrukking. 'Ik ga nu een tijdje rusten. Ga niet te ver van het zomerhuis vandaan. We gaan buiten de deur eten. Ik heb geen zin om vanavond te koken.'

'Oké, moeder,' zei Ian.

Ze liep naar de deur, bleef staan en kwam terug om ons een knuffel te geven. Toen liep ze haastig de trap op naar haar kamer. Ian keek naar mij omdat ik huilde; de tranen rolden over mijn wangen.

'Als er één ding is waar ze nu geen behoefte aan heeft, Jordan, dan is het dat jij je als een baby gedraagt. We moeten sterk zijn voor haar. Laat haar niet zien dat je huilt,' waarschuwde hij. Hij sloot zijn ogen omdat er een scheut van pijn door zijn lippen ging.

'Wat bedoelde ze dat papa een ander had?'

'Waarschijnlijk die oude vriendin van hem die hij in dienst heeft genomen. Hij heeft haar blijkbaar hier ontmoet. Geen wonder dat hij zo aardig was tegen Pitts. Hij wilde niet dat hij er iets over zou zeggen.'

'Ik begrijp niet wat je bedoelt.'

'Denk er voorlopig maar niet meer aan.' Zijn gezicht vertrok bij een nieuwe scheut van pijn in zijn lip.

'Het spijt me dat je door mijn schuld hebt moeten vechten, Ian.'

'Het spijt mij ook. Het spijt me dat je daarnaartoe bent gegaan. Ik zie nu dat ik nog meer belangstelling en verantwoordelijkheid voor je zal moeten opbrengen, vooral nu. Als je vragen hebt over jezelf, val moeder dan niet lastig en ga vooral niet bij vreemden te rade. Begrijp je, Jordan?'

'Ja.'

'Goed. Ik heb een en ander te doen.' Hij stond op en ging naar zijn kamer.

Ik hield op met huilen en ging naar mijn eigen kamer, waar ik voor het raam naar buiten ging zitten staren. Ik wilde blijven huilen. Ik wist genoeg over echtscheidingen om te weten dat het onze wereld op zijn kop zou zetten. Onze ouders zouden niet langer man en vrouw zijn. Er zaten kinderen in mijn klas wier ouders gescheiden waren. Ze werden door de andere kinderen pingpongballen genoemd, die heen en weer werden gekaatst van het ene huis naar het andere, van de ene kant van de familie naar de andere, en deden net of de kant waar ze op dat moment waren de beste kant was. Sommige pingpongballen profiteerden ervan en vroegen een van de ouders om dingen die de ander niet wilde geven of zich niet kon veroorloven. Ik hoorde hun verhalen. Ze probeerden het te doen klinken alsof zij gelukkiger waren, maar in mijn hart wist ik dat het niet waar was.

Een van de pingpongballen was een meisje, Denise Potter. Ze woonde bij haar vader, omdat haar moeder er met iemand vandoor was gegaan. Dat wist ik niet, maar Ian vertelde het me, omdat hij haar oudere zusje kende, Janet. Hij zei dat Janet gedwongen was snel volwassen te worden zodat ze sommige taken van haar moeder in huis kon overnemen. Ze moest meteen na school naar huis en kon geen lid worden van een team of club of meedoen aan activiteiten. Hij vertelde me dat ze haar moeder nu haatte.

Zouden wij papa haten? Zou dit betekenen dat mama hem nu al haatte? Zou oma Emma ons haten en nooit meer tegen ons willen praten? Als papa niet voortdurend meer bij ons was, zou Ian dan de vader moeten worden zoals Janet Potter de moeder? Ik werd door zo'n vloed van nieuwe vragen overvallen, dat ik dacht dat er een stortbui van vraagtekens op me neer zou dalen.

Ik viel in slaap op het kleed, waarschijnlijk door alle pijn in mijn lichaam en in mijn hart. Toen ik mijn ogen weer opende, kon ik zien dat sommige wolken in elkaar waren geschoven, groter en donkerder waren geworden en een onweersbui aankondigden. Ik ging rechtop zitten. De schram op mijn been veroorzaakte een kloppende pijn. Ik was niet zo goed in het verbinden ervan. Ik realiseerde me dat mama er nog niets van wist. Ze kwam juist mijn kamer binnen toen ik het verband er afhaalde om de wond te bekijken.

'Hoe ben je daaraan gekomen?'

'Toen ik viel,' zei ik snel.

Ze staarde me aan. 'Waarom ben je gevallen, Jordan? Holde je achter Ian aan? Wilde je hem inhalen?'

'Ik keek gewoon niet uit waar ik liep,' antwoordde ik.

Ze knielde naast me en bekeek mijn been. 'Dat ziet er lelijk uit. Heb je er iets op gedaan?'

Ik kikte. 'Ian zei dat ik dat moest doen.'

'Goed. Ik zal er een beter verband om doen,' zei ze, en we gingen naar de badkamer.

Ik bestudeerde haar gezicht terwijl ze bezig was me te verbinden. Haar ogen waren zo verdrietig dat mijn hart weer pijn deed.

'Ga je met iemand anders trouwen?' vroeg ik.

Ze glimlachte. 'Op het moment, Jordan, zou ik niemand een huwelijk aanraden.'

'Zullen we genoeg geld hebben?'

'Natuurlijk. Maak je niet zoveel zorgen.' Ze streek met haar hand door mijn haar. 'Alles gaat goed, lieverd. Heus. Je grootmoeder denkt dat we niet zonder haar kunnen leven, maar ze zal verbaasd opkijken. Laat die zorgen maar aan mij over. Blijf jij maar een klein meisje. Al is dat moeilijk voor je.'

Haar lippen begonnen weer te trillen.

'En juist nu moet hij zich zo egoïstisch gedragen.' Ze hield haar adem in en stond op. 'Kom mee, we gaan gezellig uit eten vanavond. Borstel je haar en kom bij me in de zitkamer. Ian is bijna klaar.'

Ze nam ons mee naar een restaurant, dat Crazy House heette. Het was een restaurant waar de obers en serveersters grappige kleding droegen, hemden en broeken die niet bij elkaar pasten, twee verschillende schoenen en sokken, jurken die te groot of te klein waren. De serveersters hadden de lippenstift te dik opgesmeerd of zelfs naast hun mond. Nu en dan deden ze met opzet dingen verkeerd en er werden maffe liedjes gespeeld. Ook de gerechten waren grappig op de menu's vermeld. Er was een Paranoid's Delight: een gewone hamburger maar met een extra half broodje, Neurotic Shakes en Claustrophobia: gehaktballen en spaghetti op twee borden geserveerd. Ian was dol op dat restaurant. Mama zei dat, gezien wat er allemaal gebeurd was, we daar thuishoorden. Ondanks alles hadden we veel plezier. Ik had Ian nog nooit zo vaak horen lachen. Zijn oog zag er veel beter uit en hij kon eten zonder pijn.

Diep in mijn hart hoopte ik dat papa er zou zijn als we terugkwamen in het zomerhuis. Ik hoopte dat hij spijt had van alle slechte dingen die hij mama had aangedaan en was teruggekomen om haar zijn verontschuldigingen aan te bieden en haar te smeken hem te vergeven, maar hij was er niet. Toen we aankwamen, leek ons gelach in rook op te gaan. We zeiden niet veel. Mama ging naar boven om een paar dingen bij elkaar te zoeken en Ian en ik gingen televisiekijken.

'Ben je kwaad op papa?' vroeg ik hem. Ik wist niet goed wat ik voor hem moest voelen.

'Ja en nee,' zei hij.

'Hoe kan dat nou allebei?'

'Ik ben kwaad op hem om wat hij gedaan heeft, maar het verbaast me niets. Ik geloof ook niet dat dit hem zal veranderen. We moeten één front vormen en elkaar helpen, Jordan, vooral moeder. Jij hebt dubbele pech.'

'Hoe bedoel je?'

'Je moet al sneller volwassen worden door wat er met je lichaam gebeurt, en nu dit weer.'

'Jij moet ook sneller volwassen worden,' zei ik.

Hij keek me aan en trok zijn wenkbrauwen op. 'Ik ben jaren geleden al volwassen geworden,' zei hij, en draaide zich weer om naar de televisie.

Misschien was dat wel zo, dacht ik, maar was hij daardoor gelukkiger? Hij had niet veel vrienden omdat hij zoveel slimmer was dan ieder ander van zijn leeftijd. Toen Flora me vroeg of hij een vriendinnetje had of zelfs maar gehad had, en ik zei nee, vroeg ik me plotseling af waarom niet. Hij was niet lelijk. Er waren meisjes die hem aardig en knap vonden. Zou ik het hem durven vragen? Ik was bang dat hij dan weer kwaad op me zou worden. En mama zou het kunnen horen en zich nog ongeruster maken.

Ian ging eerder naar bed dan ik. Toen ik eindelijk ging, kon ik moeilijk in slaap komen. Misschien had ik overdag te veel geslapen, maar telkens als ik mijn ogen dichtdeed, meende ik het geluid van een auto op de oprit te horen en dan luisterde ik gespannen naar papa's voetstappen op de veranda. Voor ik naar bed ging, had ik lange tijd voor het raam staan wachten op de koplampen van een auto. Maar natuurlijk was de wens de vader van de gedachte. Ten slotte viel ik in slaap, maar het leek of ik pas tegen de ochtend was ingedommeld, want mijn ogen gingen open toen de zon op mijn gezicht scheen. Ik was vergeten de gordijnen dicht te doen.

Mama was al in mijn kamer nog voordat ik overeind zat. 'Vergeet niet elke ochtend je medicijn te gebruiken,' zei ze. 'Dit mag geen enkele nadelige invloed hebben op je medische problemen, Jordan.'

Ik pakte de neusspray en vroeg toen of papa terug was. Misschien was hij gekomen terwijl ik sliep en had ik hem niet gehoord.

'Nee, Jordan,' zei ze. 'Dit is geen kinderverhaaltje. Het heeft geen happy ending, vrees ik. Kom. Sta op en ga je aankleden. Er moet een en ander gedaan worden.'

Ik deed wat ze zei.

Ian zat al in de keuken te ontbijten. 'Gaan we nog paardrijden vandaag?' vroeg hij.

Dat was ik helemaal vergeten. Ik wierp een snelle blik op mama.

'Natuurlijk,' zei ze. 'We hebben gereserveerd. Het vertrek van je vader zal ons niet beletten gezellige dingen met elkaar te doen.'

Ian leek er niet gelukkig of ongelukkig mee. Hij knikte peinzend.

'Weetje, ik heb een programma gelezen voor gehandicapte kinderen waarin paarden worden gebruikt om ze te helpen. Paardrijden lijkt hun op de een of andere manier energie te geven. Sommigen zijn zelfs een tijdje niet gehandicapt meer.'

'Werkelijk?' zei mama. 'Dat is interessant, Ian.'

'Misschien zullen die paarden ons opvrolijken,' zei hij, en ik vroeg me af of hij ons in gedachten nu als gehandicapten beschouwde.

Mama vroeg het zich ook af. Ik kon het aan haar gezicht zien, aan de manier waarop ze haar ogen samenkneep, aan de verdrietige blik erin.

'Jullie mogen jezelf nooit, maar dan ook nooit als minder dan anderen beschouwen door wat er tussen je vader en mij is voorgevallen,' zei ze vastberaden. 'Hoor je me, Ian?'

'Natuurlijk denk ik niet zo,' antwoordde hij. 'Ik ben wat ik van mezelf maak.'

Het klonk alsof hij niemand nodig had, papa niet, oma Emma niet, mij niet en mama niet, maar mama bleef glimlachen.

'Goed,' zei ze. 'Goed. Luister naar je broer, Jordan. Hij is verstandig.'

Ik keek naar Ian. Hij had de gewoonte om, als hij tevreden was, zijn mondhoeken iets in te trekken. Het was zo te zien geen glimlach, maar het vertelde me dat hij inwendig glimlachte. Soms, dacht ik, had mijn broer twee lichamen, een dat je zag, en een dat alleen hij zag en waarvan alleen hij wist dat het bestond.

'Jordan, trek je spijkerbroek aan. In een rok lom je niet paardrijden,' zei mama.

Ik had al een paar keer paardgereden. Ian en ik hadden maar één keer samen gereden en dat was ook hier aan het meer. Toen ik eraan dacht, herinnerde ik me dat papa er toen ook niet bij was geweest. Mama kon uitstekend rijden. Ze had een vriendin van highschool die een ranch en paarden had, en in de weekends gingen ze vaak samen paardrijden voordat ze met papa trouwde. Daar had ze papa leren kennen. Toen ze dat verhaal vertelde, klonk ze heel gelukkig.

'Ik wist natuurlijk wie je vader was. Ik verwachtte dat hij arroganter zou zijn, maar hij was meer een flirt dan een snob. Snobs zijn geen goede minnaars, weet je,' had ze me lachend verteld - niet meer dan een jaar geleden... Wat was onze wereld in die korte tijd veranderd!

Het bezoek aan de paardenranch in de bergen was een goed idee. Het leidde onze gedachten af van de familiecrisis. Het was een mooie dag met een zachte bries, dus niet te warm om te rijden. Mama keek erop toe dat Ian en ik ons allebei insmeerden met zonnebrandcrème. Ian droeg een cowboyhoed die in het zomerhuis was achtergelaten.

Ook al hadden we al eerder paardgereden, toch stond mama erop dat we nog een les zouden krijgen. Ian ergerde zich. Het jonge meisje dat ons les moest geven wist niet waaraan ze begon.

Er waren blokken voor ons waarop we moesten staan als we wilden opstijgen.

'We stijgen altijd op aan de linkerkant,' begon ze.

'Je bedoelt bijdehands,' verbeterde Ian haar.

'Hè?' De andere kinderen en volwassenen in de les keken naar Ian.

'Het wordt bijdehands genoemd. De rechterkant is vandehands,' legde hij uit.

Ze keek hem slechts even aan en keerde toen weer terug naar haar uit het hoofd geleerde instructies.

'Houd de teugels kort, zodat het paard niet afdwaalt terwijl je probeert op te stijgen, maar niet te strak, anders beweegt hij naar achteren. Houd de teugels in de linkerhand en pak met dezelfde hand de zadelknop beet. Draai dan met de rechterhand de stijgbeugel met de klok mee zodat we de voet erin kunnen zetten. Pas op dat het paard geen trap krijgt, anders denkt hij dat hij in beweging moet komen. Leg de rechterhand op de achterkant van het zadel.'

'De achterste zadelboog,' zei Ian. Weer zweeg ze even en keek hem aan.

'Zo wordt de achterkant van het zadel genoemd,' zei hij.

Ze forceerde een glimlach. 'Dank je, maar voorlopig zullen we eerst iedereen laten opstijgen.'

'Het helpt om te weten wat het allemaal is,' zei hij.

Er was haar kennelijk op het hart gedrukt dat ze altijd vriendelijk moest blijven, want ze behield haar gekunstelde glimlach en knikte. 'Strek het rechterbeen bij het opspringen en zwaai het op deze manier over de rug van het paard,' zei ze, en deed het voor. 'Draai dan de rechterstijgbeugel met de klok mee voor de voet en neem de teugels in de rechterhand. Zie je?' zei ze. Ze sprak zo snel dat Ian haar niet in de rede kon vallen om haar te corrigeren.

Iedereen probeerde het. Sommige volwassenen waren heel onhandig en moesten in het zadel getild worden. Ian steeg met het grootste gemak op en zat kaarsrecht.

'Oké, allemaal, zorg ervoor goed in evenwicht te blijven. Ga op het laagste punt van het zadel zitten en zorg ervoor dat de hielen één lijn vormen met de heupen. Houd de bal van de voet stevig in de stijgbeugel. Houd de onderarmen op zo'n manier gebogen dat ze een verlenging van de teugels lijken.'

Ze reed langs ieder van ons om zeker te weten dat we in de correcte houding zaten. Ze reed Ian snel voorbij, terwijl ze de anderen instructies gaf hoe ze de teugels moesten vasthouden. Ze adviseerde ons allemaal zo recht mogelijk te blijven zitten. Veel mensen keken naar Ian, die keurig rechtop zat. Het leek of ze dachten dat ze meer naar hém moesten kijken en luisteren dan naar de instructrice.

'We zullen stapvoets beginnen,' zei ze, voorop rijdend. Ian reed vlak achter mij. 'Beweeg de armen mee met het hoofd van het paard om de teugels stevig in de hand te kunnen houden.'

We reden rond in een kring, en ze gaf iedereen nog een paar instructies. Ian reed perfect, net als mama die achter hem reed.

Daarna gaf ze ons onderricht hoe we ons paard moesten keren en langzamer laten rijden en stilstaan. Voor onze eerste rit wilde ze de draf vermijden, zei ze. Het was per slot een les voor beginnelingen. Ian begon zich onmiddellijk op te winden. 'Als je vindt dat je sneller kunt, doe het dan,' zei ze. Het klonk als een uitdaging.

Mama bleef al die tijd naast me rijden. Ian brak inderdaad uit de rij en was zo goed in het beheersen van zijn paard, dat de instructrice ten slotte naast hem kwam rijden en hem een complimentje maakte. Toen ze hoorde hoe weinig hij feitelijk maar had gereden, was ze nog meer onder de indruk.

Het was een mooie rit door een mooi landschap. Het duurde bijna anderhalf uur en ik had pijnlijke billen toen we eindelijk stilhielden en les kregen in het correct afstijgen. De schram op mijn been deed ook weer pijn, maar ik liet niet één klacht horen, want mama leek al die tijd vrolijk en opgewekt. Wat er gebeurde tussen haar en papa was vergeten.

Ian had gelijk met dat paardrijden, dacht ik. We waren emotioneel gehandicapt en het had voorlopig zowel aan de buiten- als aan de binnenkant de tranen gedroogd.

Maar de realiteit wachtte ons toen we terugkwamen in het zomerhuis.

In de vorm van oma Emma.

Ze was gebracht in een limousine en wachtte in de zitkamer. Haar chauffeur zat in de auto te wachten als een uitgeschakelde robot.

'Ik had dit al half en half verwacht,' mompelde mama. 'Zodra we binnen zijn begroeten jullie haar en verontschuldigen jullie je en gaan naar boven naar jullie kamer, of samen naar lans kamer, Jordan.'

Ik keek naar Ian. Zoals gewoonlijk was het moeilijk te zien wat hij dacht, maar hij zag er beslist niet zo angstig uit als ik me voelde. Mijn hart bonsde.

We volgden mama naar binnen en zagen oma Emma in de zitkamer.

Zelfs de rustieke stoelen leken tronen als mijn grootmoeder in een ervan zat.

'Hallo, grootma,' zei Ian als eerste.

'Hallo, oma,' liet ik erop volgen.

Ze keek naar ons, maar voornamelijk naar Ian, wiens oog nog steeds wat gezwollen was. 'Wat is er met jou gebeurd?'

'Niets,' zei Ian.

'Niets? Wie heeft je geslagen, en vertel me geen fabeltjes.'

'Ik heb gevochten met een andere jongen. Het is niet belangrijk.'

'Dat verbaast me niets,' zei ze, al had Ian op school of waar dan ook nooit dergelijke problemen gehad.

'Je kunt er zeker van zijn dat het niet zijn schuld was,' zei mama op scherpe toon. 'Ian is een goeie jongen.'

'Ja,' zei oma Emma. 'Ik ben hier gekomen om met je moeder te praten, kinderen.'

Ian pakte mijn hand. 'Roep ons als u ook met ons wilt praten,' zei hij en trok me zachtjes mee naar zijn kamer.

Ik voelde me schuldig dat we mama achterlieten. Maar toen ik naar haar keek, glimlachte ze.

Ik bedacht dat ze echt veel van Ian hield en zijn briljante geest heel wat meer waardeerde dan papa deed, of zelfs ik. We boften dat we hem hadden, dacht ik, terwijl ik hem op de hielen volgde.

Toen we in zijn kamer waren, deed hij me verbaasd staan door de deur niet helemaal dicht te doen. Hij liet hem ver genoeg open om naar buiten te kunnen kijken en te luisteren.

'Oma Emma zal kwaad zijn als ze merkt dat we haar afluisteren,' waarschuwde ik.

'Waarom? We zouden net zo zijn als Nancy, haar dienstmeid,' zei hij. Hij legde zijn vinger tegen zijn lippen om te beduiden dat ik stil moest zijn, zodat we konden luisteren en precies te weten komen wat ons lot zou zijn.