21
Overmand door een gevoel van matheid, alsof mijn innerlijke kracht me sinds die afranseling in de steek had gelaten, probeerde ik mijn ouders zoveel mogelijk te vermijden. Ik had mijn zaterdagse baan en mijn bezoeken aan mijn grootouders, die hij me niet kon ontzeggen. Maar een verzoek om naar mijn vrienden in Portrush te gaan werd nu regelmatig geweigerd, en de fietstochtjes, die me altijd zo tot rust hadden gebracht, werden nu streng gecontroleerd. Een vreemde sfeer hing er in huis, en het onvoorspelbare humeur van mijn vader, dat vroeger zo vaak tot een woede-uitbarsting had geleid, scheen nu te zijn veranderd in iets dat nog onheilspellender was. Vaak voelde ik zijn blik op me gericht, gedeeltelijk een uitdrukking die ik kende, maar daarachter loerde iets vreemds, iets dat me met angst vervulde.
Op een dag, toen ik een week vakantie had van school, maakte mijn moeder zich gereed om naar haar werk te gaan. Ik wist dat mijn vader al eerder thuis was gekomen en in bed lag. Me schuilhoudend in mijn kamer, die recht tegenover die van mijn ouders lag, had ik hem eerst naar de wc horen gaan, waar hij urineerde zonder de deur dicht te doen, en hoorden hem toen luidruchtig terugkeren naar hun slaapkamer. Zodra ik de klik hoorde van de dichtvallende deur, die het vertrek van mijn moeder aankondigde, sloop ik de trap af. Zo stil mogelijk maakte ik het fornuis aan om water te koken voor de thee en om me te wassen, en stak toen de grill aan voor toast. Toen hoorde ik zijn dreunende stem.
‘Antoinette, maak dat je boven komt.’
Ik voelde paniek in me opkomen terwijl ik naar boven ging en zwijgend bij zijn deur bleef staan.
‘Zet thee voor me en breng die boven.’
Ik draaide me om. ‘Ik ben nog niet klaar met je.’
Ik kreeg een brok in mijn keel, dat dreigde me te verstikken. Het maakte woorden onmogelijk. Ik draaide me om en zag zijn spottende grijns. Hij lachte humorloos naar me.
‘En breng me ook wat toast.’
Als een robot zette ik thee en maakte zijn toast klaar. Ik zette alles op een blad en bracht dat naar boven. Ik duwde de overvolle asbak en het pakje sigaretten opzij, zette het blad op het kleine tafeltje naast het bed en bad in stilte dat dat alles was wat hij wilde, wetend dat het niet zo zou zijn.
Uit mijn ooghoek zag ik met een gevoel van walging zijn bleke, met sproeten bedekte borst, het nu grijzende haar dat boven zijn smoezelige vest uit piepte, en ook zijn zure lichaamsgeur, die zich vermengde met de verschraalde stank van tabak die in de kamer was blijven hangen. Toen voelde ik zijn opwinding.
‘Kleed je uit, Antoinette. Ik heb een cadeautje voor je. Trek alles uit en doe het langzaam.’
Ik draaide me naar hem om. Dat had hij nooit eerder gevraagd. Zijn ogen bespotten en bezoedelden me.
‘Antoinette, ik zég iets tegen je. Kleed je uit,’ herhaalde hij, slurpend van zijn thee.
Plotseling stond hij naast zijn bed, slechts gekleed in zijn smoezelige vest, met zijn erectie onder de plooi van zijn dikke buik. Toen hij zag dat ik met weerzin gehoorzaamde, glimlachte hij, kwam dichter bij me staan, en gaf me een harde klap op mijn billen.
‘Schiet op nu,’ fluisterde hij.
Stokstijf bleef ik staan als een konijn dat plotseling gevangen wordt in een fel licht, mijn kleren in een hoop op de grond, met een overweldigende aandrang om weg te hollen, maar zonder de wilskracht en zonder een plek waar ik heen kon. Hij pakte zijn jasje op, haalde een klein pakje uit zijn zak, net als alle andere die ik daarvoor had gezien. Hij maakte het open, haalde het kleine ballonvormige voorwerp eruit en bracht het naar zijn gezwollen lid. Een paar seconden hield hij mijn hand vast terwijl hij het condoom op zijn plaats bracht, en dwong toen mijn onwillige vingers op en neer tot het goed zat.
Plotseling liet hij me los, pakte mijn schouders stevig beet en gooide me met zoveel geweld op bed dat de matras op en neer veerde en de oude spiralen kraakten. Hij greep mijn benen beet, duwde ze uiteen en omhoog en kwam met zoveel kracht bij me binnen dat het leek of ik inwendig verscheurd werd. Ik voelde een brandende pijn. De spieren aan de binnenkant van mijn dijen rekten uit toen hij telkens weer in me drong. Zijn vereelte handen klauwden in mijn borsten, die de laatste tijd onaangenaam gevoelig waren geworden, en draaide kwaadaardig aan mijn tepels, waardoor zijn opwinding nog werd aangewakkerd; hij kwijlde op mijn gezicht en mijn hals. Ik voelde hoe de stoppels van zijn ongeschoren kin over mijn huid raspten. Ik beet op mijn lip om te beletten dat ik hem de voldoening gaf die hij wenste – mij hardop te horen schreeuwen. Mijn hele lichaam schokte onder de druk van zijn zware lijf, terwijl ik mijn gebalde vuisten stijf naast mijn lichaam hield en mijn ogen stijf dichtkneep om de tranen binnen te houden. Schokkend kwam hij klaar en grommend liet hij zich van me af rollen.
Haastig ging ik rechtop zitten. Toen ik me bukte om mijn kleren te pakken, zag ik zijn verschrompelde penis. Aan het eind ervan hing de kleine grauwe dot rubber. De brok in mijn keel kwam omhoog en terwijl ik naar het toilet holde, proefde ik de bittere gal die in mijn keel brandde toen ik alles in één grote stroom eruit kotste. Toen ik voelde dat er niets meer over was in mijn lichaam, wilde ik niet wachten tot de pan met water zou koken, maar vulde de wasbak met koud water.
Ik keek in de spiegel en zag een bleek gezicht met tranen in de ogen en rode plekken op kin en hals, dat me wanhopig aanstaarde. Steeds opnieuw waste ik me, maar zijn stank bleef aan me hangen tot ik dacht dat die permanent aan me zou blijven kleven.
Het geluid van zijn tevreden gesnurk klonk uit de kamer van mijn ouders toen ik naar beneden ging, denkend dat hij op z’n minst een paar uur zou slapen, zodat ik het huis kon ontvluchten.
Ik deed de voordeur open voor de frisse lucht en liet Judy naar buiten. Ik ging op het gras zitten, sloeg mijn armen om haar hals, legde mijn wang tegen haar kop en liet mijn tranen de vrije loop. Judy, die mijn wanhoop aanvoelde, gaf me een paar warme likken om haar liefde te betuigen. Zo heel anders dan het gekwijl van mijn vader.
‘Wanneer,’ zei ik hopeloos tegen mezelf, ‘zal hier ooit een eind aan komen?’
Ik kon het niet verdragen ook maar enigszins in zijn buurt te zijn, pakte mijn fiets die ik nog maar zo kortgeleden vol trots van mijn eigen geld had gekocht, en peddelde lusteloos weg.
Ik fietste doelloos rond, tot de straten met huizen vervangen werden door weilanden. Twee keer moest ik afstappen, liet mijn fiets aan de kant liggen terwijl de gal weer in mijn keel omhoogkwam en ik stond te kokhalzen terwijl de tranen over mijn gezicht stroomden, zelfs nadat het kleine stroompje gal was opgedroogd.
Een deel van die dag bleef ik in het gras zitten, met een leegte in mijn hoofd waar mijn verstand hoorde te zijn, tot ik eindelijk vermoeid naar huis fietste om mijn karweitjes thuis af te maken voordat mijn moeder thuiskwam.