Hoofdstuk 10
Louis' plotselinge verdwijning
had alleen maar bevestigd wat iedereen al wist: dat hij en Isla
verliefd op elkaar waren geweest. Maar omdat Isla gestorven was en
boven kritiek was verheven, werd er niet met afschuw tegen hun
clandestiene relatie aangekeken; die werd integendeel beschouwd als
een romantische tragedie van Shakespeareaanse proporties, en Louis,
de treurende minnaar, werd gerespecteerd op een manier die anders
nooit mogelijk zou zijn geweest. Als hij Isla's affectie waardig
was geweest, concludeerden ze, moest hij toch wel een heel
bijzonder mens zijn. Zonder het te beseffen had zij zijn reputatie
gered, maar Louis was zich er niet van bewust en zat ellendig op
het druilerige dek van een vrachtschip dat onderweg was naar
Mexico.
Rose vergoot rijkelijk tranen
toen ze het nieuws hoorde van Cecil, die zich bij het
ochtendkrieken naar Canning Street had gehaast. 'Hield hij van mijn
Isla?' snufte ze, en ze zakte in haar ochtendjas neer op een
armstoel. 'Ik dacht dat ik alles wist van het leven van mijn
dochter, maar dat was dus niet zo. Ik ben monsterlijk oneerlijk
tegen die lieve Louis geweest. Isla hield van hem, en als die schat
van een Isla van hem hield, hou ik ook van hem.'
'Hij heeft een briefje
achtergelaten waarin hij uitlegt dat hij er niet tegen kan in
hetzelfde land te zijn als hij haar liefde niet kan hebben,'
verklaarde Cecil met een ernstig gezicht. 'Louis zit niet zo in
elkaar als andere mensen,' vervolgde hij, 'maar hij is een goed
mens. Ik denk dat hij er nog wel spijt van krijgt dat hij is
vertrokken, en dat hij dan terugkomt. Gisteravond was hij helemaal
van slag. Dat zijn we allemaal, en voor niemand geldt dat sterker
dan voor jou, Rose, en voor je gezin. Maar zoals ik al zei, zit
Louis anders in elkaar. Hij denkt niet over dingen na; hij is een
en al emotie en denkt niet. Ik heb hem gezegd dat de tijd zijn
wonden zou helen. Hij kan het niet aan wanneer het hem tegenzit. Ik
weet niet wat ik moet doen. Ik geloof niet dat ik hem ooit zo
gelukkig en stralend heb meegemaakt als voordat Isla stierf. Hij
was een heel andere Louis.' Cecil wendde zijn blik af en veegde
zijn voorhoofd af met een zakdoek. Hij voelde zich heel vreemd,
alsof hij uit lucht bestond.
'Ik hoop dat hij terugkomt, dat
hoop ik echt,' zei Rose. 'Ik zou dolgraag meer horen over de
vriendschap die ze hadden. Ik vind het vreselijk om te bedenken dat
er een deel van mijn dochters leven was waar ik niets van wist. O,
Cecil, denk je echt dat hij misschien terugkomt?'
Op dat moment kwam Audrey binnen.
Ook zij was nog in haar ochtendjas en haar lange krullen hingen
wanordelijk over haar schouders en tot laag op haar rug. Cecil
hield zijn adem in, omdat hij haar nog nooit zo mooi had gevonden.
Zijn vastbeslotenheid schonk hem opeens energie. Maar Audrey voelde
zich uitgeput en hol, alsof iemand haar helemaal had leeggezogen en
een rauwe en pijnlijke wond had achtergelaten. 'Wie is er
vertrokken?' vroeg ze onbewogen, en ze sloeg haar armen om zich
heen in een onbewuste poging zichzelf te troosten. Cecil aarzelde,
ontwapend door haar kwetsbaarheid.
'Wist jij dat Isla verliefd was
op Louis?' vroeg Rose ongeduldig.
'Isla verliefd op Louis?'
herhaalde Audrey, in verwarring gebracht. 'Nee, dat was ze
niet.'
'Jawel, lieverd, dat was ze wel.
Cecil heeft een briefje gekregen dat er het bewijs van vormt. Nu
heeft hij ons verlaten. Hij heeft Cecil verteld dat hij het niet
kan verdragen om in Argentinië te zijn als zij hier niet is. Wat
een hartstochtelijke jongeman.'
'Is Louis vertrokken?' hijgde ze
ontzet, en ze kon amper adem krijgen. In paniek wendde ze zich tot
Cecil.
'Ja, ik vrees dat hij vanochtend
vertrokken is,' antwoordde hij. Audrey ging zitten en barstte in
tranen uit. Cecil wilde haar tegen zich aan drukken zoals hij na de
begrafenis had gedaan, maar hij besefte dat een dergelijk gebaar nu
niet welkom zou zijn.
'Lieve kind,' zei haar moeder
troostend, en ze stak een hand naar haar uit. 'Het is een grote
schok voor ons allemaal. Een deel van Isla dat we geen van allen
kenden. Ik moet zeggen dat ik wel had gedacht dat ze jou in
vertrouwen zou nemen.' Maar Audrey was niet in staat haar verdriet
voor zich te houden.
Waar is hij naartoe?' snikte
ze.
'Naar Engeland, denk ik,'
antwoordde Cecil. Toen hoorde hij zichzelf zeggen: 'Ik denk dat hij
wel terugkomt als hij wat is gekalmeerd. Hij was gisteravond erg
over zijn toeren. Bovendien had hij e veel gedronken. Ik heb het
idee dat hij wel weer bij zinnen komt is hij nuchter wordt. Wanhoop
niet; hij komt wel terug, dat weet ik zeker.' Maar hij wist maar
één ding zeker: dat er, wat er nu ook zou gebeuren, geen weg terug
meer was.
Audrey rende de trap op en toen
ze alleen in de badkamer was gaf ze over. Hoe kon hij er zomaar
vandoor gaan, zonder zelfs maar afscheid te nemen, zonder haar ten
minste een verklaring te geven? Als hij van haar hield, hoe kon hij
haar dan zo met haar lijden alleen laten? Toen herinnerde ze zich
wat Cecil had gezegd, en wanhopig klampte ze zich vast aan die
kleine strohalm. Misschien zou hij weer bij zinnen komen en
terugkeren wanneer hij tot het inzicht kwam lat ze de moeite van
het wachten waard was. Vervolgens maakte ze zichzelf verwijten. Hoe
kon ze zo ongevoelig zijn geweest voor wat er in hem omging? Hij
had haar tenslotte ook nodig. Ze had alleen maar aan zichzelf
gedacht.
Zie je wel, ik had al die tijd
gelijk,' zei Charlo monter terwijl ze door haar brillenglazen heen
haar kaarten bestudeerde. 'Die Isla was een ondeugd.'
'Een heel lieve ondeugd,' voegde
Diana eraan toe met een meelevende glimlach.
'Nou, we hadden het allemaal mis
wat Louis Forrester betreft,' zei Cynthia. 'Ik kom er rond voor uit
wanneer ik me vergis.'
'Ik ook,' kwam Phyllida
tussenbeide, nerveus friemelend met haar kaarten. Ze was niet zo
goed in bridge en elke keer dat ze een partijtje speelden voelde ze
zich net een vlieg die op het punt stond door drie enorme
hagedissen te worden verslonden. Ze kromp in elkaar en keek
knipperend met haar ogen omlaag naar haar eigen nutteloze stel
kaarten.
'O, ik heb me nooit in Louis
vergist,' antwoordde Charlo. 'Hij is roekeloos en
onverantwoordelijk, en dat zal hij altijd blijven.'
'O, wat ben je toch een
draaikont!' bracht Cynthia hiertegen in, en ze legde haar kaarten
met de afbeeldingen omlaag op de tafel. 'Je had gezegd dat hij gek
was!'
'Nee, lieve Cynthia, jij zei dat
hij gek was.'
'Ik ben tenminste zo fatsoenlijk
om het toe te geven, Charlo, valserik. Hij is niet gek, en hij is
ook niet gevoelloos. Hij is een echt romantisch type, en die vind
je tegenwoordig niet veel meer.' Cynthia snoof naar Charlo. Charlo
tilde haar kin op en snoof terug.
'Nee, omdat ik er drie heb
begraven,' zei ze, en ze lachte om haar eigen smakeloze
grapje.
'Ik hoop dat de vierde jóu
begraaft!'
'Nou,' onderbak Diana hen met
milde stem. 'We hebben ons allemaal ontzettend in Louis vergist, en
nu is hij vertrokken. Ik heb met hem te doen, die arme jongen.
Niets is pijnlijker dan een gebroken hart.'
'Precies,' zei Phyllida, die blij
was dat de discussie het spel vertraagde.
'We zullen Isla allemaal
vreselijk missen.'
'Vreselijk,' herhaalde
Phyllida.
'Maak je geen zorgen, Audrey zal
wel met Cecil trouwen, en dan hebben we allemaal weer een goede
reden om te glimlachen,' zei Charlo.
'Of jij trouwt met de kolonel en
dat geeft ons allemaal weer een goede reden om te lachen,' voegde
Cynthia er met een boosaardige grijns aan toe. Maar Charlo lachte
niet. Er trok een frons over haar gepoederde voorhoofd. Er was een
verandering over kolonel Blythe gekomen. Een sentimentele blik in
zijn ogen, een afwezige uitdrukking op zijn gezicht, een zachtere
klank in zijn stem, en hij neuriede steeds maar een verdrietig
wijsje voor zich heen. Ze mocht hopen dat de verandering die hij
had ondergaan door haar werd geïnspireerd. Maar ze zou haar
gedachten niet hardop uitspreken. Ze zouden haar bespotten als ze
blijk zou geven van sentimentaliteit, want dat was niets voor haar.
'Je zult nog eerder lachen dan je denkt,' zei ze uitdagend. Cynthia
staarde Charlo met open mond aan.
'Ik geloof het niet,' zei ze
langzaam. 'Je gaat echt een vierde begraven.'
'Nee, nee, het lijkt mij dat ik
meer plezier heb met een levende kolonel dan met een dode,'
mijmerde ze, en met onverwachte somberheid voegde ze eraan toe: 'Ik
geloof niet dat er nog veel lol aan de doden te beleven
valt.'
Maar in de nadagen van Isla's
dood was de relatie van Charlotte Osborne met de kolonel wel het
laatste waar men aan dacht. Hurlingham werd een voorstad van
schimmen toen iedereen maar wat rondschuifelde en niemand wist wat
hij met zichzelf aan moest vangen, terwijl men zich ongelovig het
zonnige kind herinnerde wier brutale grijns en dansende tred hun
wereld had beheerst. Hoe kon iemand die zo levendig was opeens zo
dood zijn? Ze dachten allemaal aan hun eigen fragiele leven en
voelden zich vergankelijker dan ooit. Hun tijd zou nog komen, en
wat dan?
De vermeende liefdesrelatie
tussen Louis en Isla werd het onderwerp van een legende - een
moderne Romeo en Julia, waarvan de gemeenschap genoot met een
nieuwsgierigheid die na zoveel rouw te lang op een droogje had
gestaan. De mannen bewonderden Louis om zijn heldhaftigheid en de
vrouwen waren jaloers op Isla's onverschrokkenheid. Opeens leek
iedereen een heleboel van hun verhouding te weten: hoe die was
begonnen, waar ze met elkaar hadden afgesproken, welke
toekomstdromen ze hadden gekoesterd en dat ze op de nacht dat Isla
ziek was geworden van plan waren geveest er samen vandoor te gaan.
Hoe meer verhalen er circuleerden, hoe bizarder ze werden, maar
niemand was van plan er een einde aan te maken. In de dood behoorde
Isla toe aan iedereen.
'Nelly loopt nu al een maand te
huilen,' klaagde Hilda. 'Louis is weg en heeft haar hart met zich
meegenomen. Echt, ik heb zelf nog nooit zoveel tranen om een man
vergoten.'
Rose zat 's middags meestal bij
de haard in haar zitkamer, huiverend van een kilte die door geen
enkel vuur te verjagen was, hoe oog de vlammen ook oplaaiden, en
putte troost uit de regelmatige bezoekjes van haar zusters, die
voorkwamen dat ze wegzonk in een bodemloze put van
zelfmedelijden.
'Voor Nelly valt er niets te
huilen,' snauwde Edna ongeduldig, want ze was het zat om het
geklaag van haar zus over het ingebeelde liefdesverdriet van haar
dochter te moeten aanhoren. 'Hoe maakt Audrey het, Rose?' vroeg ze
met vriendelijke stem. Ze verzette zich ertegen dat iedereen over
Roses dochters sprak met het soort eerbied dat voorbehouden was aan
heiligen. Als Isla nog zou ven, zou ze met haar afkeurenswaardige
streken hun gemeenschap op zijn grondvesten hebben doen schudden,
maar ze was nu wen alle afkeuring verheven en Audrey was met
hetzelfde heilige water besprenkeld. Nijdig tuurde ze in haar
theekop. 'Ze kan de hele kwestie erg moeilijk verteren,' zei Rose
mismoedig. 'Ze zit maar in haar slaapkamer zielig uit het raam te
kijken of :ent woedend rond. Ik heb geen idee waarom ze zo kwaad is
ook,' voegde ze er vroom aan toe, 'het zal wel gericht zijn tegen
God. God is tenslotte degene die het heeft laten gebeuren.' 'En
Cecil? Kan hij niet iets doen om haar weer op te peppen?' 'Ze heeft
tijd nodig om te rouwen,' antwoordde Rose, en ze sloeg haar ogen
neer omdat ze zich geneerde dat alle hoop voor haar toekomstig
geluk op hen gevestigd was. 'Hij is een toonbeeld van kracht.
Meestal komt hij haar 's avonds opzoeken, maar ze weigert haar
kamer uit te komen.'
'O, lieve help, dat voorspelt
weinig goeds, nietwaar?' merkte Hilda op op een stekelige toon die
haar jaloezie verraadde.
'Dat geloof ik niet, Hilda,' zei
Rose. 'Hij is een gevoelige jongeman en begrijpt heus wel dat ze
tijd nodig heeft om Isla's dood te verwerken voordat ze ook maar
iets van warme gevoelens voor hem zou kunnen ontwikkelen.'
'Maar in een tijd als deze zou
Audrey blij moeten zijn met de troost die hij biedt.'
'Iedereen gaat op zijn eigen
manier met verdriet om, Hilda,' wierp Edna tegen. 'Audrey is altijd
een beetje anders geweest dan andere meisjes. Ze is nogal op
zichzelf, introvert. Vergeet niet dat ze niet alleen haar zusje
heeft verloren - God zegene haar - maar ook haar beste vriendin.'
Vervolgens voegde ze er, terwijl ze zich tot Rose wendde, met een
diepe zucht aan toe: 'Kunnen we niet iets doen om haar op te
monteren? Treuren is erg slecht voor de gezondheid.'
'Nou,' begon Rose met een klein
stemmetje, 'Cecil heeft wel een voorstel gedaan.'
'En dat was?'
'Het klinkt een beetje bizar,
maar...'
'Ik zou alles één keer proberen,'
zei Edna.
'Hij stelde voor dat we een piano
zouden kopen, een kleintje maar, weet je, geen vleugel.'
'Hoezo dat?' vroeg Hilda. 'Ze
heeft in geen jaren piano gespeeld.'
'Cecil beweert dat Louis speelde
om zijn geest tot rust te brengen. Hij heeft Audrey een keer samen
met hem zien spelen en ze leek er veel plezier in te hebben.'
'Wat een geweldig idee, Rose. Wat
zegt Henry ervan?' vroeg Edna enthousiast. Wat dit huis nodig
heeft, dacht ze, is een beetje vrolijkheid.
'Hij wil er wel werk van maken,'
antwoordde ze.
'Nou, zorg dan zo snel mogelijk
dat je een piano krijgt, voordat die meid al haar hoop voor de
toekomst verliest. Cecil zal niet eeuwig blijven wachten.'
Rose kocht haastig een piano, die
de week daarop werd afgeleverd. Audrey weigerde nog steeds haar
kamer uit te komen, zo verdrietig was ze. Albert en zijn twee
jongere broers amuseerden zich ermee op de toetsen te
tingelen, totdat Rose hun streng vertelde dat hij voor Audrey was
en dat niemand erop mocht spelen voordat zij eraan toe was. En net
op het moment dat ze begon te wanhopen of dat ooit zou gaan
gebeuren, werd ze op een avond vroeg in de lente akker van de
meeslepende klanken van Audreys getormenteerde ziel. Ze kroop het
bed uit, glipte in haar ochtendjas en liep op haar tenen de trap
af. Toen ze de werkkamer naderde, klonk de melodie luider, totdat
ze om de deur heen tuurde en Audreys rechte rug en schokkende
schouders zag terwijl ze huilde op de melodie die Louis speciaal
voor haar had gecomponeerd. Haar bleke vingers gleden over de
toetsen alsof ze haar leven lang niet anders had gedaan dan
pianospelen en haar ogen waren gesloten, zodat de muziek haar mee
kon voeren naar alle exotische plaatsen die ze in haar dromen met
Louis zou bezoeken. Rose voelde de emotie opkomen in haar ziel en
drukte haar vingers tegen haar lippen om geen kreet te slaken. Ze
bleef in de schaduw staan kijken en luisteren terwijl haar dochter
uitdrukking gaf aan haar verdriet. Daarna liep ze weg, even
zachtjes als ze gekomen was. Audrey zou nooit weten dat haar moeder
getuige was geweest van dit diepdoorvoelde privé-moment.
Audrey besefte nu dat Louis nooit
meer terug zou komen. Ze had haar spijtgevoelens aan haar
levensvreugde laten knagen totdat daar maar heel weinig van over
was. Ze had om haar zusje gerouwd tot gedachten aan Louis elk
moment van het heden waren gaan beheersen, en ze had gewacht en
gewacht en gewacht, totdat de op plaats had gemaakt voor wanhoop en
uiteindelijk voor berusting. De piano en hun muziek waren het enige
wat ze nog van hem bezat, en wanneer ze eenmaal begon te spelen kon
ze niet meer ophouden.
Ze reageerde haar razernij af
door akkoorden aan te slaan die pijn deden aan haar oren en liet de
meubels trillen met de kracht van haar woede. Louis had haar geen
moment van rouw toegestaan; had geëist dat ze hun toekomst
uitstippelden precies op dat ene moment dat ze dat niet had gekund:
op dezelfde dag dat Isla haar was ontnomen. Vervolgens had hij haar
in een bui van ongeduld en humeurigheid verlaten. Wat voor soort
man kon zich zo irrationeel gedragen? Wat was er in hem gevaren?
Dan uitte ze haar verdriet in harmonieuze akkoorden die ze met
liefdevolle vingers aansloeg, totdat zelfs tante Hilda tranen in
haar versteende ogen kreeg. De enige man van wie ze ooit had
gehouden was er niet meer, en de klanken zongen haar pijn en
hopeloosheid uit. Wanneer ze alleen was in het donker van de
middernachtelijke uren voelde ze hem dicht bij zich, zo dichtbij
dat ze hem bijna kon ruiken, en dansten haar vingers over de
toetsen alsof ze een eigen leven leidden, en galmde hun sonate door
de kamer en door de maanden die volgden. Het was hun melodie, de
enige uitdrukking van hun onverbreekbare band, en ze speelde die om
hem zich te herinneren zoals ze zich hem het liefst herinnerde:
zoals in de tijd vóór die avond in de kerk, toen haar dromen aan
stukken waren geslagen. En ze noemde het stuk De Vergeet mij
niet-sonate, want zolang ze die speelde vergat ze hem niet.
Maar het meest verrassende was
dat ze zich bij elke klank beter ging voelen. Ze werd opgewekter en
haar wonden begonnen te helen.
En toen, zonder dat ze het ook
maar in de gaten had, won Cecil haar vriendschap en haar
vertrouwen, en ten slotte haar genegenheid.
Audrey zat op het zand en staarde
uit over de zee die verrassend woelig was voor hartje zomer. De zon
stond op het punt smeltend onder te gaan in het water en ze wachtte
zoals ze als kind altijd had gedaan tot het zou gaan sissen en
stomen. Maar dat gebeurde niet. Er was zoveel veranderd sinds ze
volwassen was geworden. De wereld zag er op de een of andere manier
anders uit. Met Isla's dood en Louis' verdwijning, nu allebei ruim
twee jaar geleden, was er een deel van haar ingeslapen. Een goede
manier om de pijn te kunnen hanteren.
'Waar denk je aan?' vroeg Cecil,
die haar hand in de zijne nam. Hij vroeg zich vaak af wat er in
haar omging, vooral als hij haar piano hoorde spelen. Maar de
laatste tijd waren de melodieën minder gekweld en meer harmonieus
geworden, en zijzelf ook.
'Isla en ik zaten altijd op dit
Uruguayaanse strand naar de zonsondergang te kijken,' antwoordde
ze. De laatste tijd vertrok ze geen spier als Cecil haar hand
pakte. Sinds hij haar die keer na Isla's begrafenis in de tuin had
omhelsd, was ze eraan gewend geraakt dat hij haar aanraakte, en was
ze het zelfs prettig gaan vinden. Bij Cecil was er geen druk, er
waren geen eisen, alleen maar zijn vriendelijke kameraadschap. Ze
hield zijn hand stevig vast en schepte genoegen in de bekende
warmte van zijn huid. 'Isla had nooit bijster veel belangstelling
voor de natuur, maar ze wachtte wel altijd tot de zon het water
raakte en zou gaan sissen en stomen. Ze beweerde altijd dat ze het
kon horen. Ik voelde me dan bedrogen dat ik het niet hoorde.'
'Ze was een kleine ondeugd,'
grinnikte hij warm.
'Er gaat geen dag voorbij dat ik
niet aan haar denk. We deden alles samen, alles. Ik mis haar
echt.'
'Natuurlijk mis je haar.'
'Maar ik ben op jou gaan
vertrouwen, Cecil,' voegde ze er ernstig aan toe.
Cecil keek uit over de zee, bang
om haar aan te kijken voor het geval de vertwijfeling in zijn ogen
het verlangen in zijn hart zou prijsgeven. 'Dat is mooi,' mompelde
hij.
'Deze hele tragedie heeft één
goed iets opgeleverd, en dat ben jij.' Ze glimlachte hem toe, maar
de glimlach waarmee hij daarop antwoordde was vluchtig. Hij hield
zijn blik op de horizon gericht, naar zijn hand kneep in de hare.
'Ik voelde me verloren zonder Isla, naar stukje bij beetje ben ik
me tot jou gaan wenden wanneer ik me anders tot haar zou hebben
gewend. Je vriendschap betekent een heleboel voor me.'
'Daar ben ik blij om.'
'Ik kon de gedachte aan een
toekomst zonder Isla niet verdragen, ik wilde niet meer leven.
Alles was zo naargeestig, maar jij hebt de zon weer laten schijnen.
Ik weet dat het nu meer dan twee jaar geleden is dat je me een
aanzoek hebt gedaan, en zoals je had beloofd, ben je er sindsdien
nooit meer op teruggekomen. Ik hoop dat ik niet te brutaal of
aanmatigend ben, maar ik zou graag je vrouw willen worden, als je
me nog wilt hebben.'
Cecil kon wel janken van
opluchting. Elke dag dat hij op Audrey had gewacht, had het gewicht
van de hoop op zijn schouders zo doen toenemen dat hij er bijna
onder was bezweken. Hij was zich gaan afvragen of ze ooit wel half
zoveel van hem zou kunnen gaan ouden als hij van haar. Zijn
gevoelens waren er in de loop der tijd alleen maar intenser op
geworden, zodat hij zich nu niet meer kon voorstellen dat hij ooit
zonder haar zou moeten leven, en als hij dat toch deed veranderde
het bloed in zijn aderen in ijs. Een koude en lege toekomst zou dat
zijn. Nu leek er plotseling een einde te zijn gekomen aan al het
wachten. Ze had erin toegestemd de zijne te worden en zijn hart
voelde aan alsof het vol belletjes zat. Hij wendde zich naar haar
toe met ogen die glansden van emotie en glimlachte met zoveel
enthousiasme dat het onmogelijk was niet met hem mee te glimlachen.
'Ik had nooit gedacht dat ik ooit zoveel van iemand zou kunnen
houden als van jou, Audrey. Je bent een unieke vrouw en ik voel me
vereerd dat je ervoor hebt gekozen je leven met mij te delen. Echt
waar, vereerd.'
Audrey lachte luchtig. Hij klonk
altijd zo formeel. 'Nee, ik ben vereerd dat jij me nog steeds wilt
hebben. Ik heb je heel lang laten wachten.'
'Ik zou voor altijd op je hebben
gewacht,' zei hij, en hij keek haar met vaste blik aan. Ze sloeg
haar ogen neer omdat ze bang was dat hij haar zou gaan kussen, en
ze probeerde niet aan Louis te denken. Elke ochtend werd ze wakker
met zijn gezicht voor ogen, en elke ochtend duwde ze het weg
telkens als het zijn kans dreigde te grijpen om weer voor haar
geestesoog op te doemen. Met een afmattende regelmaat had ze pijn
in haar buik, zodat ze nu niet wist of dat door Isla of door Louis
kwam - wie van beiden het ook was, het diepe gevoel van verlies had
haar nooit meer verlaten. Haar enige hoop op respijt lag in een
veilige toekomst en in tijd. Cecil kon haar het eerste geven, en
geduld zou haar het tweede schenken. Dan zou ze op een dag wakker
worden zonder die sensatie in een afgrond te vallen, zonder de
bitter dagende realiteit en wat daaraan ontbrak.
Toen Cecil haar kuste, was dat
verrassend aangenaam. Het brandde niet zoals Louis' kussen altijd
hadden gebrand, maar het was ook niet onplezierig. Het was warm en
teder en beschermend. Ze sloeg haar armen om zijn hals en merkte
dat een geruststellend gevoel van veiligheid de knopen losmaakte
die verdriet en spijt met vastberaden vingers hadden gelegd. Met
Cecil had ze een toekomst - misschien niet de toekomst waarvan ze
had gedroomd, maar ze had genoeg van dromen.