Hoofdstuk 10

Louis' plotselinge verdwijning had alleen maar bevestigd wat iedereen al wist: dat hij en Isla verliefd op elkaar waren geweest. Maar omdat Isla gestorven was en boven kritiek was verheven, werd er niet met afschuw tegen hun clandestiene relatie aangekeken; die werd integendeel beschouwd als een romantische tragedie van Shakespeareaanse proporties, en Louis, de treurende minnaar, werd gerespecteerd op een manier die anders nooit mogelijk zou zijn geweest. Als hij Isla's affectie waardig was geweest, concludeerden ze, moest hij toch wel een heel bijzonder mens zijn. Zonder het te beseffen had zij zijn reputatie gered, maar Louis was zich er niet van bewust en zat ellendig op het druilerige dek van een vrachtschip dat onderweg was naar Mexico.
Rose vergoot rijkelijk tranen toen ze het nieuws hoorde van Cecil, die zich bij het ochtendkrieken naar Canning Street had gehaast. 'Hield hij van mijn Isla?' snufte ze, en ze zakte in haar ochtendjas neer op een armstoel. 'Ik dacht dat ik alles wist van het leven van mijn dochter, maar dat was dus niet zo. Ik ben monsterlijk oneerlijk tegen die lieve Louis geweest. Isla hield van hem, en als die schat van een Isla van hem hield, hou ik ook van hem.'
'Hij heeft een briefje achtergelaten waarin hij uitlegt dat hij er niet tegen kan in hetzelfde land te zijn als hij haar liefde niet kan hebben,' verklaarde Cecil met een ernstig gezicht. 'Louis zit niet zo in elkaar als andere mensen,' vervolgde hij, 'maar hij is een goed mens. Ik denk dat hij er nog wel spijt van krijgt dat hij is vertrokken, en dat hij dan terugkomt. Gisteravond was hij helemaal van slag. Dat zijn we allemaal, en voor niemand geldt dat sterker dan voor jou, Rose, en voor je gezin. Maar zoals ik al zei, zit Louis anders in elkaar. Hij denkt niet over dingen na; hij is een en al emotie en denkt niet. Ik heb hem gezegd dat de tijd zijn wonden zou helen. Hij kan het niet aan wanneer het hem tegenzit. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik geloof niet dat ik hem ooit zo gelukkig en stralend heb meegemaakt als voordat Isla stierf. Hij was een heel andere Louis.' Cecil wendde zijn blik af en veegde zijn voorhoofd af met een zakdoek. Hij voelde zich heel vreemd, alsof hij uit lucht bestond.
'Ik hoop dat hij terugkomt, dat hoop ik echt,' zei Rose. 'Ik zou dolgraag meer horen over de vriendschap die ze hadden. Ik vind het vreselijk om te bedenken dat er een deel van mijn dochters leven was waar ik niets van wist. O, Cecil, denk je echt dat hij misschien terugkomt?'
Op dat moment kwam Audrey binnen. Ook zij was nog in haar ochtendjas en haar lange krullen hingen wanordelijk over haar schouders en tot laag op haar rug. Cecil hield zijn adem in, omdat hij haar nog nooit zo mooi had gevonden. Zijn vastbeslotenheid schonk hem opeens energie. Maar Audrey voelde zich uitgeput en hol, alsof iemand haar helemaal had leeggezogen en een rauwe en pijnlijke wond had achtergelaten. 'Wie is er vertrokken?' vroeg ze onbewogen, en ze sloeg haar armen om zich heen in een onbewuste poging zichzelf te troosten. Cecil aarzelde, ontwapend door haar kwetsbaarheid.
'Wist jij dat Isla verliefd was op Louis?' vroeg Rose ongeduldig.
'Isla verliefd op Louis?' herhaalde Audrey, in verwarring gebracht. 'Nee, dat was ze niet.'
'Jawel, lieverd, dat was ze wel. Cecil heeft een briefje gekregen dat er het bewijs van vormt. Nu heeft hij ons verlaten. Hij heeft Cecil verteld dat hij het niet kan verdragen om in Argentinië te zijn als zij hier niet is. Wat een hartstochtelijke jongeman.'
'Is Louis vertrokken?' hijgde ze ontzet, en ze kon amper adem krijgen. In paniek wendde ze zich tot Cecil.
'Ja, ik vrees dat hij vanochtend vertrokken is,' antwoordde hij. Audrey ging zitten en barstte in tranen uit. Cecil wilde haar tegen zich aan drukken zoals hij na de begrafenis had gedaan, maar hij besefte dat een dergelijk gebaar nu niet welkom zou zijn.
'Lieve kind,' zei haar moeder troostend, en ze stak een hand naar haar uit. 'Het is een grote schok voor ons allemaal. Een deel van Isla dat we geen van allen kenden. Ik moet zeggen dat ik wel had gedacht dat ze jou in vertrouwen zou nemen.' Maar Audrey was niet in staat haar verdriet voor zich te houden.
Waar is hij naartoe?' snikte ze.
'Naar Engeland, denk ik,' antwoordde Cecil. Toen hoorde hij zichzelf zeggen: 'Ik denk dat hij wel terugkomt als hij wat is gekalmeerd. Hij was gisteravond erg over zijn toeren. Bovendien had hij e veel gedronken. Ik heb het idee dat hij wel weer bij zinnen komt is hij nuchter wordt. Wanhoop niet; hij komt wel terug, dat weet ik zeker.' Maar hij wist maar één ding zeker: dat er, wat er nu ook zou gebeuren, geen weg terug meer was.

Audrey rende de trap op en toen ze alleen in de badkamer was gaf ze over. Hoe kon hij er zomaar vandoor gaan, zonder zelfs maar afscheid te nemen, zonder haar ten minste een verklaring te geven? Als hij van haar hield, hoe kon hij haar dan zo met haar lijden alleen laten? Toen herinnerde ze zich wat Cecil had gezegd, en wanhopig klampte ze zich vast aan die kleine strohalm. Misschien zou hij weer bij zinnen komen en terugkeren wanneer hij tot het inzicht kwam lat ze de moeite van het wachten waard was. Vervolgens maakte ze zichzelf verwijten. Hoe kon ze zo ongevoelig zijn geweest voor wat er in hem omging? Hij had haar tenslotte ook nodig. Ze had alleen maar aan zichzelf gedacht.
Zie je wel, ik had al die tijd gelijk,' zei Charlo monter terwijl ze door haar brillenglazen heen haar kaarten bestudeerde. 'Die Isla was een ondeugd.'

'Een heel lieve ondeugd,' voegde Diana eraan toe met een meelevende glimlach.
'Nou, we hadden het allemaal mis wat Louis Forrester betreft,' zei Cynthia. 'Ik kom er rond voor uit wanneer ik me vergis.'
'Ik ook,' kwam Phyllida tussenbeide, nerveus friemelend met haar kaarten. Ze was niet zo goed in bridge en elke keer dat ze een partijtje speelden voelde ze zich net een vlieg die op het punt stond door drie enorme hagedissen te worden verslonden. Ze kromp in elkaar en keek knipperend met haar ogen omlaag naar haar eigen nutteloze stel kaarten.
'O, ik heb me nooit in Louis vergist,' antwoordde Charlo. 'Hij is roekeloos en onverantwoordelijk, en dat zal hij altijd blijven.'
'O, wat ben je toch een draaikont!' bracht Cynthia hiertegen in, en ze legde haar kaarten met de afbeeldingen omlaag op de tafel. 'Je had gezegd dat hij gek was!'
'Nee, lieve Cynthia, jij zei dat hij gek was.'
'Ik ben tenminste zo fatsoenlijk om het toe te geven, Charlo, valserik. Hij is niet gek, en hij is ook niet gevoelloos. Hij is een echt romantisch type, en die vind je tegenwoordig niet veel meer.' Cynthia snoof naar Charlo. Charlo tilde haar kin op en snoof terug.
'Nee, omdat ik er drie heb begraven,' zei ze, en ze lachte om haar eigen smakeloze grapje.
'Ik hoop dat de vierde jóu begraaft!'
'Nou,' onderbak Diana hen met milde stem. 'We hebben ons allemaal ontzettend in Louis vergist, en nu is hij vertrokken. Ik heb met hem te doen, die arme jongen. Niets is pijnlijker dan een gebroken hart.'
'Precies,' zei Phyllida, die blij was dat de discussie het spel vertraagde.
'We zullen Isla allemaal vreselijk missen.'
'Vreselijk,' herhaalde Phyllida.
'Maak je geen zorgen, Audrey zal wel met Cecil trouwen, en dan hebben we allemaal weer een goede reden om te glimlachen,' zei Charlo.
'Of jij trouwt met de kolonel en dat geeft ons allemaal weer een goede reden om te lachen,' voegde Cynthia er met een boosaardige grijns aan toe. Maar Charlo lachte niet. Er trok een frons over haar gepoederde voorhoofd. Er was een verandering over kolonel Blythe gekomen. Een sentimentele blik in zijn ogen, een afwezige uitdrukking op zijn gezicht, een zachtere klank in zijn stem, en hij neuriede steeds maar een verdrietig wijsje voor zich heen. Ze mocht hopen dat de verandering die hij had ondergaan door haar werd geïnspireerd. Maar ze zou haar gedachten niet hardop uitspreken. Ze zouden haar bespotten als ze blijk zou geven van sentimentaliteit, want dat was niets voor haar. 'Je zult nog eerder lachen dan je denkt,' zei ze uitdagend. Cynthia staarde Charlo met open mond aan.
'Ik geloof het niet,' zei ze langzaam. 'Je gaat echt een vierde begraven.'
'Nee, nee, het lijkt mij dat ik meer plezier heb met een levende kolonel dan met een dode,' mijmerde ze, en met onverwachte somberheid voegde ze eraan toe: 'Ik geloof niet dat er nog veel lol aan de doden te beleven valt.'

Maar in de nadagen van Isla's dood was de relatie van Charlotte Osborne met de kolonel wel het laatste waar men aan dacht. Hurlingham werd een voorstad van schimmen toen iedereen maar wat rondschuifelde en niemand wist wat hij met zichzelf aan moest vangen, terwijl men zich ongelovig het zonnige kind herinnerde wier brutale grijns en dansende tred hun wereld had beheerst. Hoe kon iemand die zo levendig was opeens zo dood zijn? Ze dachten allemaal aan hun eigen fragiele leven en voelden zich vergankelijker dan ooit. Hun tijd zou nog komen, en wat dan?
De vermeende liefdesrelatie tussen Louis en Isla werd het onderwerp van een legende - een moderne Romeo en Julia, waarvan de gemeenschap genoot met een nieuwsgierigheid die na zoveel rouw te lang op een droogje had gestaan. De mannen bewonderden Louis om zijn heldhaftigheid en de vrouwen waren jaloers op Isla's onverschrokkenheid. Opeens leek iedereen een heleboel van hun verhouding te weten: hoe die was begonnen, waar ze met elkaar hadden afgesproken, welke toekomstdromen ze hadden gekoesterd en dat ze op de nacht dat Isla ziek was geworden van plan waren geveest er samen vandoor te gaan. Hoe meer verhalen er circuleerden, hoe bizarder ze werden, maar niemand was van plan er een einde aan te maken. In de dood behoorde Isla toe aan iedereen.
'Nelly loopt nu al een maand te huilen,' klaagde Hilda. 'Louis is weg en heeft haar hart met zich meegenomen. Echt, ik heb zelf nog nooit zoveel tranen om een man vergoten.'
Rose zat 's middags meestal bij de haard in haar zitkamer, huiverend van een kilte die door geen enkel vuur te verjagen was, hoe oog de vlammen ook oplaaiden, en putte troost uit de regelmatige bezoekjes van haar zusters, die voorkwamen dat ze wegzonk in een bodemloze put van zelfmedelijden.
'Voor Nelly valt er niets te huilen,' snauwde Edna ongeduldig, want ze was het zat om het geklaag van haar zus over het ingebeelde liefdesverdriet van haar dochter te moeten aanhoren. 'Hoe maakt Audrey het, Rose?' vroeg ze met vriendelijke stem. Ze verzette zich ertegen dat iedereen over Roses dochters sprak met het soort eerbied dat voorbehouden was aan heiligen. Als Isla nog zou ven, zou ze met haar afkeurenswaardige streken hun gemeenschap op zijn grondvesten hebben doen schudden, maar ze was nu wen alle afkeuring verheven en Audrey was met hetzelfde heilige water besprenkeld. Nijdig tuurde ze in haar theekop. 'Ze kan de hele kwestie erg moeilijk verteren,' zei Rose mismoedig. 'Ze zit maar in haar slaapkamer zielig uit het raam te kijken of :ent woedend rond. Ik heb geen idee waarom ze zo kwaad is ook,' voegde ze er vroom aan toe, 'het zal wel gericht zijn tegen God. God is tenslotte degene die het heeft laten gebeuren.' 'En Cecil? Kan hij niet iets doen om haar weer op te peppen?' 'Ze heeft tijd nodig om te rouwen,' antwoordde Rose, en ze sloeg haar ogen neer omdat ze zich geneerde dat alle hoop voor haar toekomstig geluk op hen gevestigd was. 'Hij is een toonbeeld van kracht. Meestal komt hij haar 's avonds opzoeken, maar ze weigert haar kamer uit te komen.'
'O, lieve help, dat voorspelt weinig goeds, nietwaar?' merkte Hilda op op een stekelige toon die haar jaloezie verraadde.
'Dat geloof ik niet, Hilda,' zei Rose. 'Hij is een gevoelige jongeman en begrijpt heus wel dat ze tijd nodig heeft om Isla's dood te verwerken voordat ze ook maar iets van warme gevoelens voor hem zou kunnen ontwikkelen.'
'Maar in een tijd als deze zou Audrey blij moeten zijn met de troost die hij biedt.'
'Iedereen gaat op zijn eigen manier met verdriet om, Hilda,' wierp Edna tegen. 'Audrey is altijd een beetje anders geweest dan andere meisjes. Ze is nogal op zichzelf, introvert. Vergeet niet dat ze niet alleen haar zusje heeft verloren - God zegene haar - maar ook haar beste vriendin.' Vervolgens voegde ze er, terwijl ze zich tot Rose wendde, met een diepe zucht aan toe: 'Kunnen we niet iets doen om haar op te monteren? Treuren is erg slecht voor de gezondheid.'
'Nou,' begon Rose met een klein stemmetje, 'Cecil heeft wel een voorstel gedaan.'
'En dat was?'
'Het klinkt een beetje bizar, maar...'
'Ik zou alles één keer proberen,' zei Edna.
'Hij stelde voor dat we een piano zouden kopen, een kleintje maar, weet je, geen vleugel.'
'Hoezo dat?' vroeg Hilda. 'Ze heeft in geen jaren piano gespeeld.'
'Cecil beweert dat Louis speelde om zijn geest tot rust te brengen. Hij heeft Audrey een keer samen met hem zien spelen en ze leek er veel plezier in te hebben.'
'Wat een geweldig idee, Rose. Wat zegt Henry ervan?' vroeg Edna enthousiast. Wat dit huis nodig heeft, dacht ze, is een beetje vrolijkheid.
'Hij wil er wel werk van maken,' antwoordde ze.
'Nou, zorg dan zo snel mogelijk dat je een piano krijgt, voordat die meid al haar hoop voor de toekomst verliest. Cecil zal niet eeuwig blijven wachten.'

Rose kocht haastig een piano, die de week daarop werd afgeleverd. Audrey weigerde nog steeds haar kamer uit te komen, zo verdrietig was ze. Albert en zijn twee jongere broers amuseerden zich ermee op de toetsen te tingelen, totdat Rose hun streng vertelde dat hij voor Audrey was en dat niemand erop mocht spelen voordat zij eraan toe was. En net op het moment dat ze begon te wanhopen of dat ooit zou gaan gebeuren, werd ze op een avond vroeg in de lente akker van de meeslepende klanken van Audreys getormenteerde ziel. Ze kroop het bed uit, glipte in haar ochtendjas en liep op haar tenen de trap af. Toen ze de werkkamer naderde, klonk de melodie luider, totdat ze om de deur heen tuurde en Audreys rechte rug en schokkende schouders zag terwijl ze huilde op de melodie die Louis speciaal voor haar had gecomponeerd. Haar bleke vingers gleden over de toetsen alsof ze haar leven lang niet anders had gedaan dan pianospelen en haar ogen waren gesloten, zodat de muziek haar mee kon voeren naar alle exotische plaatsen die ze in haar dromen met Louis zou bezoeken. Rose voelde de emotie opkomen in haar ziel en drukte haar vingers tegen haar lippen om geen kreet te slaken. Ze bleef in de schaduw staan kijken en luisteren terwijl haar dochter uitdrukking gaf aan haar verdriet. Daarna liep ze weg, even zachtjes als ze gekomen was. Audrey zou nooit weten dat haar moeder getuige was geweest van dit diepdoorvoelde privé-moment.

Audrey besefte nu dat Louis nooit meer terug zou komen. Ze had haar spijtgevoelens aan haar levensvreugde laten knagen totdat daar maar heel weinig van over was. Ze had om haar zusje gerouwd tot gedachten aan Louis elk moment van het heden waren gaan beheersen, en ze had gewacht en gewacht en gewacht, totdat de op plaats had gemaakt voor wanhoop en uiteindelijk voor berusting. De piano en hun muziek waren het enige wat ze nog van hem bezat, en wanneer ze eenmaal begon te spelen kon ze niet meer ophouden.
Ze reageerde haar razernij af door akkoorden aan te slaan die pijn deden aan haar oren en liet de meubels trillen met de kracht van haar woede. Louis had haar geen moment van rouw toegestaan; had geëist dat ze hun toekomst uitstippelden precies op dat ene moment dat ze dat niet had gekund: op dezelfde dag dat Isla haar was ontnomen. Vervolgens had hij haar in een bui van ongeduld en humeurigheid verlaten. Wat voor soort man kon zich zo irrationeel gedragen? Wat was er in hem gevaren? Dan uitte ze haar verdriet in harmonieuze akkoorden die ze met liefdevolle vingers aansloeg, totdat zelfs tante Hilda tranen in haar versteende ogen kreeg. De enige man van wie ze ooit had gehouden was er niet meer, en de klanken zongen haar pijn en hopeloosheid uit. Wanneer ze alleen was in het donker van de middernachtelijke uren voelde ze hem dicht bij zich, zo dichtbij dat ze hem bijna kon ruiken, en dansten haar vingers over de toetsen alsof ze een eigen leven leidden, en galmde hun sonate door de kamer en door de maanden die volgden. Het was hun melodie, de enige uitdrukking van hun onverbreekbare band, en ze speelde die om hem zich te herinneren zoals ze zich hem het liefst herinnerde: zoals in de tijd vóór die avond in de kerk, toen haar dromen aan stukken waren geslagen. En ze noemde het stuk De Vergeet mij niet-sonate, want zolang ze die speelde vergat ze hem niet.
Maar het meest verrassende was dat ze zich bij elke klank beter ging voelen. Ze werd opgewekter en haar wonden begonnen te helen.
En toen, zonder dat ze het ook maar in de gaten had, won Cecil haar vriendschap en haar vertrouwen, en ten slotte haar genegenheid.

Audrey zat op het zand en staarde uit over de zee die verrassend woelig was voor hartje zomer. De zon stond op het punt smeltend onder te gaan in het water en ze wachtte zoals ze als kind altijd had gedaan tot het zou gaan sissen en stomen. Maar dat gebeurde niet. Er was zoveel veranderd sinds ze volwassen was geworden. De wereld zag er op de een of andere manier anders uit. Met Isla's dood en Louis' verdwijning, nu allebei ruim twee jaar geleden, was er een deel van haar ingeslapen. Een goede manier om de pijn te kunnen hanteren.
'Waar denk je aan?' vroeg Cecil, die haar hand in de zijne nam. Hij vroeg zich vaak af wat er in haar omging, vooral als hij haar piano hoorde spelen. Maar de laatste tijd waren de melodieën minder gekweld en meer harmonieus geworden, en zijzelf ook.
'Isla en ik zaten altijd op dit Uruguayaanse strand naar de zonsondergang te kijken,' antwoordde ze. De laatste tijd vertrok ze geen spier als Cecil haar hand pakte. Sinds hij haar die keer na Isla's begrafenis in de tuin had omhelsd, was ze eraan gewend geraakt dat hij haar aanraakte, en was ze het zelfs prettig gaan vinden. Bij Cecil was er geen druk, er waren geen eisen, alleen maar zijn vriendelijke kameraadschap. Ze hield zijn hand stevig vast en schepte genoegen in de bekende warmte van zijn huid. 'Isla had nooit bijster veel belangstelling voor de natuur, maar ze wachtte wel altijd tot de zon het water raakte en zou gaan sissen en stomen. Ze beweerde altijd dat ze het kon horen. Ik voelde me dan bedrogen dat ik het niet hoorde.'
'Ze was een kleine ondeugd,' grinnikte hij warm.
'Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan haar denk. We deden alles samen, alles. Ik mis haar echt.'
'Natuurlijk mis je haar.'
'Maar ik ben op jou gaan vertrouwen, Cecil,' voegde ze er ernstig aan toe.
Cecil keek uit over de zee, bang om haar aan te kijken voor het geval de vertwijfeling in zijn ogen het verlangen in zijn hart zou prijsgeven. 'Dat is mooi,' mompelde hij.
'Deze hele tragedie heeft één goed iets opgeleverd, en dat ben jij.' Ze glimlachte hem toe, maar de glimlach waarmee hij daarop antwoordde was vluchtig. Hij hield zijn blik op de horizon gericht, naar zijn hand kneep in de hare. 'Ik voelde me verloren zonder Isla, naar stukje bij beetje ben ik me tot jou gaan wenden wanneer ik me anders tot haar zou hebben gewend. Je vriendschap betekent een heleboel voor me.'
'Daar ben ik blij om.'
'Ik kon de gedachte aan een toekomst zonder Isla niet verdragen, ik wilde niet meer leven. Alles was zo naargeestig, maar jij hebt de zon weer laten schijnen. Ik weet dat het nu meer dan twee jaar geleden is dat je me een aanzoek hebt gedaan, en zoals je had beloofd, ben je er sindsdien nooit meer op teruggekomen. Ik hoop dat ik niet te brutaal of aanmatigend ben, maar ik zou graag je vrouw willen worden, als je me nog wilt hebben.'
Cecil kon wel janken van opluchting. Elke dag dat hij op Audrey had gewacht, had het gewicht van de hoop op zijn schouders zo doen toenemen dat hij er bijna onder was bezweken. Hij was zich gaan afvragen of ze ooit wel half zoveel van hem zou kunnen gaan ouden als hij van haar. Zijn gevoelens waren er in de loop der tijd alleen maar intenser op geworden, zodat hij zich nu niet meer kon voorstellen dat hij ooit zonder haar zou moeten leven, en als hij dat toch deed veranderde het bloed in zijn aderen in ijs. Een koude en lege toekomst zou dat zijn. Nu leek er plotseling een einde te zijn gekomen aan al het wachten. Ze had erin toegestemd de zijne te worden en zijn hart voelde aan alsof het vol belletjes zat. Hij wendde zich naar haar toe met ogen die glansden van emotie en glimlachte met zoveel enthousiasme dat het onmogelijk was niet met hem mee te glimlachen. 'Ik had nooit gedacht dat ik ooit zoveel van iemand zou kunnen houden als van jou, Audrey. Je bent een unieke vrouw en ik voel me vereerd dat je ervoor hebt gekozen je leven met mij te delen. Echt waar, vereerd.'
Audrey lachte luchtig. Hij klonk altijd zo formeel. 'Nee, ik ben vereerd dat jij me nog steeds wilt hebben. Ik heb je heel lang laten wachten.'
'Ik zou voor altijd op je hebben gewacht,' zei hij, en hij keek haar met vaste blik aan. Ze sloeg haar ogen neer omdat ze bang was dat hij haar zou gaan kussen, en ze probeerde niet aan Louis te denken. Elke ochtend werd ze wakker met zijn gezicht voor ogen, en elke ochtend duwde ze het weg telkens als het zijn kans dreigde te grijpen om weer voor haar geestesoog op te doemen. Met een afmattende regelmaat had ze pijn in haar buik, zodat ze nu niet wist of dat door Isla of door Louis kwam - wie van beiden het ook was, het diepe gevoel van verlies had haar nooit meer verlaten. Haar enige hoop op respijt lag in een veilige toekomst en in tijd. Cecil kon haar het eerste geven, en geduld zou haar het tweede schenken. Dan zou ze op een dag wakker worden zonder die sensatie in een afgrond te vallen, zonder de bitter dagende realiteit en wat daaraan ontbrak.
Toen Cecil haar kuste, was dat verrassend aangenaam. Het brandde niet zoals Louis' kussen altijd hadden gebrand, maar het was ook niet onplezierig. Het was warm en teder en beschermend. Ze sloeg haar armen om zijn hals en merkte dat een geruststellend gevoel van veiligheid de knopen losmaakte die verdriet en spijt met vastberaden vingers hadden gelegd. Met Cecil had ze een toekomst - misschien niet de toekomst waarvan ze had gedroomd, maar ze had genoeg van dromen.