Hoofdstuk 2

Tot grote verontwaardiging van de dames van Hurlingham trouwden Thomas Letton en Emma Townsend in de herfst. Rose was dolblij dat de Townsend-familie eindelijk weer het hoofd hoog kon houden, maar tante Hilda had sterk het idee dat het meisje zo'n keurige jongeman niet verdiende. Tante Edna noemde haar een 'ere-Krokodil' en maakte achter haar rug snappende geluiden met haar tong, die Isla aan het giechelen maakten en die ze na ging doen. Hoewel Isla minder tactvol was en om haar tante heen gonsde als een libelle, en met ogen groot van ondeugd 'snap-snap' zong. 'Wat heeft dat kind, Rose? Al dat gesnap - wat heeft het in 's hemelsnaam te betekenen?' deed tante Hilda haar beklag. Zelfs Rose had er moeite mee haar geamuseerdheid te verbergen en stelde haar zuster gerust dat het een spelletje was dat Isla op school had geleerd.
'Aha,' antwoordde tante Hilda, 'ik dacht al dat het iets met mij te maken had.'
'Natuurlijk niet, Hilda. Let maar niet op haar, straks heeft ze weer iets anders,' zei ze. Uiteraard had ze gelijk. Isla had een korte aandachtsspanne en weldra begon de 'ere-Krokodil' haar te vervelen. De liefdesaffaire van Emma Townsend had grote indruk op Audrey gemaakt. Ze kon die maar niet vergeten. Ze sloeg de bruiloft van een afstandje gade en stelde zich voor hoe de bruid gelaten in haar lot berustte terwijl ze plichtsgetrouw haar jawoord gaf en een leven zonder liefde tegemoet ging. In Audreys ogen was zo'n treurig lot iets onuitsprekelijks, erger dan de dood. Maar toen het paar twee weken later terugkeerde van hun huwelijksreis, leek de jonge echtgenote heel gelukkig met haar nieuwe rol. Het schandaal werd uitgewist door de tijd en de bereidheid van de gemeenschap om te vergeten. Weldra zetten zelfs de dames van Hurlingham hun afkeuring van zich af, heetten de kersverse mevrouw Letton met minzame glimlachjes welkom, en lieten wederom met dezelfde slaapverwekkende regelmaat hun lila envelopjes bezorgen. Maar Audrey meende in de lichte rimpeling van Emma's lach onderdrukte kreetjes van pijn te horen. Ze meende in haar ogen een verdriet te zien dat alleen naar voren kwam op die zeldzame momenten dat ze er niet helemaal bij was met haar gedachten en in de ruimte staarde alsof ze terugdacht aan die tedere kussen onder de sycomore. In Audreys ogen was Emma een tragische figuur, en haar tragedie schonk haar een plechtige schoonheid die ze tevoren niet had bezeten.
Toen Audrey in januari 1948 achttien werd, nam haar moeder haar mee uit winkelen naar het chique Harrods-warenhuis op de Avenida Florida, vergezeld door tante Edna en Isla, waarna ze thee gingen drinken in het Alvear Palace Hotel. Tante Edna, die evenals haar zuster Rose nog nooit in Londen was geweest, schuifelde rond door de winkel terwijl ze klaagde dat het hier in genen dele leek op het glamoureuze origineel, een winkel die veel groter was en die evenveel wonderlijks omvatte als de grot van Aladdin. Maar voor Audrey en Isla was het een heerlijk uitje waar ze zich altijd op verheugden, niet alleen vanwege de kleren die hun moeder voor hen kocht, maar ook omdat het al een heel avontuur was om te kijken naar de elegante dames die met keurige hoedjes op en handschoenen aan op vervaarlijk hoge hakken over de met tapijt beklede afdelingen drentelden, snuffelend tussen de cosmetica en de uit Europa geïmporteerde mode. Isla keek afgunstig toe terwijl haar oudere zus damesjurken en zijden blouses paste, en keek sip toen ze te horen kreeg dat zij niet voor haar achttiende een paar oorbellen zou krijgen. Om haar te sussen kocht tante Edna een Pringle-twinset voor haar, dat onmiddellijk de glimlach terugbracht op haar gezicht, omdat ze wist dat haar moeder het niet prettig vond wanneer tante Edna haar zwakke pogingen om haar kinderen discipline bij te brengen, ondermijnde.
De hitte was ondraaglijk terwijl ze door de stoffige straten liepen, zonder aandacht te schenken aan de smerige bedelende jongetjes die als aapjes uit de schaduwen te voorschijn schoten om om geld of snoep te vragen. Ze kwamen langs een tijdschriftenkiosk waar het oplichtende gezicht van Eva Perron hen vanaf de voorpagina van alle nationale kanten toe glimlachte, het geverfde blonde haar naar achteren getrokken in een strenge knot, de kille bruine ogen en de triomfantelijke glimlach een weerspiegeling van de meedogenloze ambitie van een vrouw die nooit tevreden zou zijn.
Tante Edna en Rose liepen stug door en hielden hun commentaar voor zich, omdat ze bang waren dat iemand hun woorden zou opvangen. Er deden te veel verhalen de ronde over mensen die vanwege een terloopse opmerking gelyncht werden door kwade bendes peronisten. De straten van Buenos Aires waren geen geschikte plek om kwaad te spreken over de first lady. Binnen de muren van je eigen huis kon je je al niet eens veilig voelen.
Audrey hield zielsveel van de stad. Het schonk haar een gevoel van vrijheid om zich een middag lang onder te dompelen in de heerlijke anonimiteit van deze stedelijke doolhof. Ze hield van de drukte van mensen die doelgericht naar hun werk of naar vergaderingen beenden, of nonchalant over de avenues slenterden en af en toe stil bleven staan voor een etalage, of op zonnige straathoeken stonden te kijken hoe de wereld aan hen voorbijtrok. Ze vond de auto's en de geluiden opwindend, de frivole pleinen en statige gebouwen met hun vele versieringen betoverden haar, en ze hunkerde ernaar er deel van uit te maken, om zich stilletjes een weg te banen door deze andere wereld als een zijden draad in een heel groot wandkleed. Ze adoreerde de romantiek van de cafeetjes en restaurantjes die helemaal doorliepen tot op de straat en dienden als plekken om je in alle rust te verfrissen, waarna de haastige drukte weer van voren af aan zou beginnen. De schilderachtige schoenenpoetsers en bloemenverkopers die gezellig samen pauze hielden in de schaduw, discussiërend over politiek en handel, terwijl ze mate dronken door sierlijke zilveren rietjes. De lucht was dik van de dieseldampen van de bussen en van de karamelgeur van de gebakskraampjes, en werd doorboord door de geanimeerde stemmen van kinderen die boven het gegons van alle drukte uitklonken. Geen detail ontsnapte aan haar aandacht toen ze achter de rappe voeten van haar moeder aan liep over de trottoirs. Als ze naar de jonge stelletjes keek die hand in hand onder de palmen op de Plaza San Martin wandelden, dwaalden haar gedachten weer af naar de liefde. Haar hart sprong op van verlangen wanneer de rijke geuren van gardenia's en gemaaid gras haar neusgaten binnendreven en haar meevoerden naar de languissante wereld van de romans die ze zo graag las. Ze stelde zich voor dat zij op een dag net als deze geliefden met iemand hand in hand zou lopen en misschien een kusje zou stelen naast de fontein. Maar toen waren ze in de tearoom van het Alvear Palace Hotel en vertelde Rose hun over de twee jongemannen die kortgeleden uit Engeland waren gearriveerd om in het bedrijf van hun vader te komen werken.
'Cecil en Louis Forrester,' zei ze, duidelijk onder de indruk, want haar mond plooide zich tot een glimlachje.
'Broers?' vroeg tante Edna, die haar blouse een stukje openknoopte en haar vochtige huid koelte toe wapperde.
'Ja, broers,' antwoordde Rose. 'Cecil is de oudste, hij is dertig, en Louis is tweeëntwintig. Louis is een beetje...' Ze zweeg even om naar het juiste woord te zoeken, want ze wilde niet boosaardig klinken. 'Excentriek,' zei ze met nadruk, en toen stapte ze snel over op zijn broer. 'Cecil is heel knap, en erg beschaafd. Een charmante jongeman,' dweepte ze.
'Mag ik alsjeblieft dulce de peche-pannenkoekjes?' onderbrak Isla haar met een blik op het wagentje met gebak dat langs hen heen werd gereden door een ober met witte handschoenen, die zo te zien wel gecharmeerd was van de twee meisjes, die aangenaam opvielen in de rokerige tearoom.
'Natuurlijk mag dat, Isla. Wil jij die ook, Audrey?' Audrey knikte.
'Zijn ze alleen gekomen?' vroeg ze haar moeder.
'Ja. Die arme Cecil, hij heeft gediend in de oorlog. Hij heeft daar geloof ik een belangrijke rol in gespeeld.' Rose slaakte een diepe zucht. Ze wilde eraan toevoegen dat Louis kennelijk had geweigerd te strijden en koppig in Londen gebleven was om melancholieke melodieën te spelen op de piano, zelfs tijdens de razzia's, maar ze deed het niet. Het was niet eerlijk om haar dochters tegen hem op te zetten nog voordat ze met hem hadden kennisgemaakt. 'Ze zijn hiernaartoe gekomen,' ging ze verder tegen tante Edna, 'om weg te kunnen uit Europa en alle deprimerende toestanden van na de oorlog. Hun vader, die in het verleden met Henry zaken heeft gedaan, had het voorgesteld. We zijn hem wel iets verschuldigd. Hij is erg goed voor Henry geweest. Ik ben dolblij dat hij hen kan helpen. Ze logeren bij de club.'
Nou, er is een groot tekort aan jonge mannen,' zei tante Edna, en ze schonk zichzelf een gezond kopje Earl Grey-thee in. 'De oorlog heeft ons van de bloem der jeugd beroofd. Wat is oorlog toch iets tragisch.'
'Ja, hè?' stemde Rose met haar in, met een stil verwijt aan het adres van de jonge Louis dat hij niet had gedaan wat hij had moeten doen, terwijl haar man en vele anderen die gevaarlijke reis over zee hadden gemaakt en hun leven op het spel hadden gezet om een land te verdedigen waarvan zij meenden dat het hun toebehoorde, ook al hadden sommigen van hen nog nooit voet op Britse bodem gezet.
Ze had nota bene zelf haar bijdrage geleverd door lid te worden van de Hurlinghamse damesvereniging, die bij elkaar kwam in de ping-pongruimte van de club om truien, sokken, bivakmutsen, sokken voor in zeelaarzen en sjaals te breien ter wille van de oorlog. Toen de oorlog eenmaal voorbij was had Rose bezworen dat ze nooit meer één steek zou breien, want elke tik van naalden herinnerde haar aan die verschrikkelijke dagen van wachten en de diepe angst die samenging met hoop.
'Nodig je ze uit voor Audreys feestje?' vroeg Isla, die belangstelling kreeg nu haar bord was gevuld. Rose rechtte haar rug en hield haar hoofd schuin naar één kant.
'Ik zou niet weten waarom niet,' antwoordde ze, met een blik op haar zuster om goedkeuring te vragen.
'Natuurlijk moeten ze komen,' riep tante Edna enthousiast uit. 'Dat is een uitstekende manier voor hen om fatsoenlijke Engelse mensen te leren kennen. Trouwens, de meisjes van Hilda zoeken allemaal een man, net als de tweeling van Pearson, om nog maar te zwijgen van die arme June Hipps - als zij niet gauw iemand vindt, blijft ze op de plank liggen te verstoffen, want volgend voorjaar wordt ze al negenentwintig.' Rose had er nog niet over nagedacht Cecil Forrester te koppelen aan de dochter van iemand anders, ook al waren haar eigen dochters nog te jong om aan een huwelijk te denken. De meisjes van Hilda vormden geen bedreiging, en June Hipps ook niet, maar de Pearson-tweeling was slank en leuk om te zien en wilde zich graag settelen. Ze perste haar lippen op elkaar en slikte de concurrentiedrift die in haar opkwam weg.
'Dat mag dan zo zijn,' zei ze strak, 'maar het is Audreys feestje, Edna, en geen huwelijksmarkt.'
Tante Edna keek beledigd en bloosde helemaal tot aan haar kwabbige onderkinnen.
'Ach Rose, ik bedoelde niet... Nou ja,' stamelde ze. 'Jij hebt hen ontmoet, Rose, wat voor jongens zijn het? Denk je dat onze meisjes hen aardig zullen vinden?'
Rose glimlachte en zette haar theekopje neer. 'Dat weet ik wel zeker. Louis heeft meer de leeftijd van Audrey, maar hij lijkt een beetje... Tja, je zou het onstuimig kunnen noemen. Hij moet zijn weg nog vinden. Maar Cecil is heel anders. Hij heeft verantwoordelijkheidsgevoel, is consciëntieus en knap. Een uiterst charmant jongmens, maar hij is een stuk ouder dan Audrey. Ik geloof niet dat dat ertoe doet, want het is prettig om gezelschap te krijgen van een man die iets van de wereld heeft gezien. Zeg eens, Audrey, zou jij het leuk vinden als ik hun vraag op je feestje te komen?' Ze wendde zich tot haar oudste dochter. Audrey probeerde haar opwinding te beheersen door een scone te beboteren waar ze eigenlijk geen trek in had. Ze gaf met een knikje haar instemming te kennen en begon nerveus aan een hoekje te knabbelen.
'Ik wil wedden dat die jongens van Forrester verliefd worden op Audrey,' zei Isla giechelend. 'O, dat gebeurt vast en zeker,' hield ze aan toen haar zusje haar in verlegenheid gebracht aankeek. 'Doe maar niet zo bleu, Audrey. Jij bent heel wat knapper dan al die andere meisjes, zelfs knapper dan de Pearson-tweeling. Hoe dan ook,' voegde ze er schalks aan toe, 'ik ga met hen allebei dansen.'
'Je moet wachten tot je daarvoor gevraagd wordt, Isla,' antwoordde haar moeder. Toen wendde ze zich met een glimlach tot tante Edna. 'Wat zullen de Krokodillen wel niet zeggen wanneer Isla alle mannen zomaar ten dans gaat vragen?' zei ze grinnikend.
'Snap-snap-snap!' antwoordde tante Edna, en haar kinnen trilden zo dat ze allemaal hartelijk lachten.
Audrey en Isla hoefden niet lang te wachten op de kennismaking met de broers Forrester, want een paar dagen later nodigde hun vader hen allebei uit om bij hen thuis in Canning Street te komen eten. De tafel was gedekt onder de druivenranken op het terras, verlicht door grote stormlantaarns en kleine kaarsen die tegelijkertijd als tafeldecoratie en als verlichting dienstdeden. Audrey en Isla plukten verse bloemen uit de tuin en schikten ze mooi tot een tafelstuk, terwijl Rose het menu besprak met de jonge kokkin Marisol. Ze had uit vriendelijkheid tante Edna uitgenodigd, maar ook omdat ze de mening van haar zuster over Cecil Forrester wilde horen, die op een dag een goede echtgenoot voor Audrey zou kunnen worden. Ze had besloten haar jonge zoon niet te laten aanzitten; dat zou te veel afleiden, en als Albert in de buurt was, misdroeg Isla zich altijd.
Audrey en Isla wachtten in de tuin, allebei in een nieuwe jurk die hun moeder voor hen bij Harrods had gekocht. Isla merkte op dat haar zus al echt een jongedame was en voelde zich bij haar vergeleken onhandig. Ze was maar vijftien maanden jonger dan Audrey, maar vanavond gedroeg Audrey zich toch heel anders: met meer waardigheid, en ze zag er een stuk ouder uit. Voor het eerst van haar leven voelde Isla iets wat in de buurt kwam van weemoedigheid. Hun kinderjaren liepen duidelijk ten einde.
'Meisjes, jullie zien er allebei prachtig uit,' riep tante Edna uit toen ze in een ivoorkleurige zijden blouse en rok het huis uit stapte, spelend met een lang parelsnoer dat over de welving van haar forse boezem heen tot op haar middel viel. Ze rook sterk naar Christian Dior en had bij het poederen van haar gezicht een hele dot poeder op de brug van haar neus gedaan, als een witte wolk sneeuw. Het zou amusant zijn geweest om haar zo de hele maaltijd te zien uitzitten, zonder dat ze er enig idee van had. Maar zo onaardig was Audrey niet. Ze maakte er meteen een opmerking over tegen haar tante en veegde de sneeuwwolk toen met zachte vingers weg. 'Je bent een lief meisje,' zei tante Edna dankbaar met zachte stem, en ze haalde haar poederdoos uit haar tas om te controleren of ze niets anders over het hoofd had gezien. Tevreden met het feit dat ze het beste gemaakt had van wat de natuur haar had toebedeeld, werkte ze haar lipstick bij, waarna ze haar tas dichtknipte en op haar horloge keek. 'Ze kunnen hier elk moment zijn,' zei ze. 'Ik moet zeggen dat ik er erg naar uitkijk met hen kennis te maken. Bij de club gonst het van de opwinding. Ik hoorde vandaag nog dat Cecil de oude Diana Lewis gistermiddag in haar auto heeft geholpen en dat hij haar heeft betoverd met zijn charme. Ik kwam bij de panaderta Charlo tegen, en die vertelde me dat kolonel Blythe gisteravond met hem heeft gedineerd en tot in de vroege uurtjes heeft zitten kaarten; ze zijn dikke vrienden geworden. De oude kolonel vindt het heerlijk om over de oorlog te praten, waar wij allemaal zo genoeg van hebben, maar die lieve Cecil heeft uren met hem zitten babbelen over wat hij allemaal had meegemaakt. Ik geloof dat hij nogal een held is geweest; de kolonel beweert dat hij in Londen een hele reputatie heeft - anders dan zijn broer, die maar loopt te lanterfanten, heb ik vernomen. Ik heb begrepen dat Louis de hele avond piano heeft zitten spelen, waar de andere gasten niet bijster van gediend waren. Het zou er nog mee door hebben gekund als hij iets behoorlijks had gespeeld, maar hij speelde alleen maar uiterst bizarre stukken. Melodieën die je niet meer loslaten en waar iedereen nachtmerries van kreeg.' Ze snufte en draaide zich verwachtingsvol om naar het huis.
Op dat moment verschenen Henry en Rose op het grasveld, met twee jongemannen vlak achter zich aan. 'Ah, eindelijk,' verzuchtte tante Edna, en ze lachte breeduit zodat haar forse onderkinnen opbolden als marshmallows. 'Zijn jullie er klaar voor, meisjes?' En ze liep over het gras naar hen toe. Audrey en Isla keken elkaar opgewonden aan. Isla was niet in staat de brede grijns te onderdrukken die zich over haar gezichtje verbreidde, ook niet toen ze aan hun gasten werd voorgesteld. Maar Audrey slaagde erin zichzelf tot kalmte te brengen en sloeg terwijl ze hun handen schudde verlegen haar ogen neer.
Wat haar onmiddellijk opviel was het verschil tussen de twee broers: Cecil was lang en slank en had volmaakt symmetrische trekken, helderblauwe ogen en een lange, aristocratische neus. Zijn wakkere uiterlijk werd nog versterkt door het contrast met zijn broer, die met zijn ongerichte, dwalende blik verzonken leek in een eigen wereld. Cecils donkere bruine haar was keurig in een zijscheiding gekamd en had dezelfde glans als zijn schoenen. Hij glimlachte zelfverzekerd en knikte terwijl hij de twee meisjes begroette, waarbij hij meteen al opmerkte hoe knap en elegant de oudste dochter was. Louis was kleiner dan zijn broer en had zachtere, minder regelmatige trekken en de onbestendige welving van zijn lippen onthulde zijn veranderlijke natuur en een grote sensitiviteit. Hij was niet knap, maar zijn gezicht was levendig door lachrimpeltjes en lijnen van leed, en toen Audrey zijn blik ving, merkte ze tot haar schrik dat ze zich helemaal verloor in zijn ogen, die zo diep en allesverslindend waren als een draaikolk. Overrompeld verlegde ze snel haar aandacht naar de grond en merkte toen direct op dat zijn schoenen afgetrapt waren en dat hij onder zijn broek één blauwe en één zwarte sok droeg. Zijn vingers waren lang en bleek, en bewogen zo licht alsof hij de toetsen van een denkbeeldige piano beroerde. Toen ze weer opkeek, zag ze dat hij haar nog steeds nieuwsgierig met half toegeknepen ogen aankeek, vanachter een zandkleurige haarlok op zijn voorhoofd die hij niet de moeite had genomen te borstelen. Tot haar grote verlegenheid steeg de warmte op naar haar keel en prikte op haar wangen, zodat de innerlijke beroering die haar hart deed hameren zichtbaar werd. Ze wendde haar gezicht af en hoopte dat niemand het had opgemerkt. Louis was niet knap, hij had geen bijzondere uitstraling, maar zijn blik had iets wat haar van haar stuk bracht. Hij had iets duisters wat haar naar hem toe trok, hoewel ze intuïtief aanvoelde dat ze zich daar met hand en tand tegen zou moeten verzetten.
Met hun champagneglazen in de hand wandelden ze door de tuin. Cecil liep met Henry, Rose en tante Edna, terwijl Audrey en Isla een paar passen achter hen bleven aan weerskanten van Louis. Alleen Rose merkte op dat Cecil snel even achteromkeek naar zijn broer, zoals een vader ter controle zou kunnen omkijken naar een onhandig kind. Audrey deed een wankele poging een gesprek te beginnen en wenste dat ze bij haar ouders liep. 'Mama heeft ons verteld dat dit de eerste keer is dat jullie in Argentinië zijn,' zei ze, haar ongemakkelijkheid verbergend achter een vernisje van beleefdheid.
'Inderdaad,' antwoordde hij met een diepe zucht, en zijn gezicht kreeg ineens een melancholieke uitdrukking. 'Het lijkt wel of het in Europa eeuwig winter is. Hier is het voorjaar, en de lente brengt nieuw leven en nieuwe hoop. Als de zon schijnt, vergeet je alle narigheid.' Audrey keek hem verward aan en vroeg zich in stilte af wat hij bedoelde en hoe ze erop moest reageren. Isla giechelde en grijnsde meesmuilend naar haar zuster, die deed alsof ze het niet zag voor het geval ze hun gast ermee zouden beledigen.
'De lente is hier erg mooi,' zei ze, in de hoop dat ze niet al te dom klonk. Toen voegde ze er in een opwelling aan toe: 'Na de winter komt altijd de lente, zelfs in Europa.' Bij die woorden draaide Louis zich naar haar toe, zijn gezicht opeens blozend roze. Audrey slikte terwijl zijn uitdrukking met verrassende tederheid verzachtte.
'Je hebt gelijk, dat is waar,' antwoordde hij, naar haar fronsend, en hij probeerde erachter te komen of ze hem echt begreep of dat ze had gesproken zonder na te denken. 'Maar waarom is er eerst de winter?' vervolgde hij. 'Soms vraag ik me af waarom God ons hier allemaal op aarde heeft gezet als we toch niets anders doen dan met elkaar vechten.'
'Ik zou het niet weten,' zei ze hoofdschuddend, 'maar ik weet wel dat als het altijd lente zou zijn, we dat niet genoeg zouden waarderen, want mensen moeten lijden om te beseffen wat geluk is. Ik geloof niet dat het de bedoeling is dat het leven makkelijk is. Oorlog is echt iets vreselijks, maar zo wordt de menselijke geest tot het uiterste beproefd, en dat kan het beste in mensen naar voren brengen,' voegde ze eraan toe, terugdenkend aan de ongelofelijke verhalen over menselijke goedheid die haar vader haar had verteld.
'En het slechtste,' riposteerde hij schamper. 'Het zou nooit mogen gebeuren.'
'Hebt u gevochten in de oorlog?' vroeg Isla opgewekt. Audrey kromp in elkaar omdat je maar naar hem hoefde te kijken om te zien dat dat niet zo was. Een plotselinge blos van schaamte kleurde zijn wangen roze en zijn lippen vertrokken ongemakkelijk. Cecils schouders hingen af, maar hij bleef beleefd met zijn gastvrouw en gastheer praten.
'Nee, nee, ik heb niet gevochten,' antwoordde hij snel. Tactvol sneed Audrey een ander onderwerp aan om verdere verlegenheid te voorkomen.
'U speelt vast prachtig piano,' zei ze vol vuur. Hij kreeg zichzelf weer in de hand en zijn ogen glimlachten haar dankbaar toe.
'Tante Edna beweert dat u de hele club wakker hebt gehouden en dat u hun nachtmerries hebt bezorgd,' kwam Isla met een lach tussenbeide.
Louis grinnikte. 'Ik speelde maar wat mijn hart me ingaf, en zelfs ik begrijp mijn eigen hart niet.'
'U zegt de vreemdste dingen!' merkte Isla op; ze liet haar lip krullen en keek hem spottend aan.
'Isla!'
'Maak je maar geen zorgen, Audrey, ik hou wel van mensen die zeggen wat ze denken. Dat doen er maar weinig.'
'Nou, ik ben bang dat Isla altijd zegt wat ze denkt. Of beter gezegd,' voegde Audrey er met een glimlach aan toe, 'vaak denkt ze helemaal niet.'
'Audrey denkt te véél. Veel te veel,' giechelde Isla.
Wederom keek Louis naar haar omlaag en bestudeerde met afwezige blik haar trekken. 'Dat zie ik,' zei hij peinzend, en Audrey staarde naar de grond voor hun voeten, in verlegenheid gebracht door de intimiteit van zijn gestaar, dat ze ongepast en opdringerig vond. Toch merkte ze tot haar afgrijzen dat het haar opwond. Isla vulde de diepe stilte die hierop volgde.
'Hebt u een liefje achtergelaten in Engeland?' vroeg ze, en ze nam nog een flinke slok champagne.
'Als ik een liefje had gehad, zou ik hier nooit heen gegaan zijn,' antwoordde hij. 'Dit is tenslotte een Latijns-Amerikaans land. Het land van de tango en de romantiek, nietwaar?' Isla giechelde weer. Audrey voelde dat ze bloosde en nipte van haar glas in een poging dat te camoufleren. Er stond geen zuchtje wind; er hing alleen maar vocht in de lucht, vocht dat zwaar was van de vruchtbare geheimen van de natuur en Audreys tumultueuze gedachten.
'Tante Edna zegt dat we hier te weinig huwbare mannen hebben omdat er zoveel moesten vechten in de oorlog en nooit zijn teruggekomen,' vervolgde ze. Audrey wenste dat haar moeder het niet had goedgevonden dat ze champagne dronk; die had haar duidelijk overmoedig gemaakt.
'Isla toch!' protesteerde ze. 'Die arme meneer Forrester is nog maar net hier, of je hebt hem al voor het eten uitgehuwelijkt.' Louis lachte en schudde zijn hoofd.
'Maak je geen zorgen, Audrey, ik weet wel hoe ik het moet opvatten wat je zus zegt. Ze zegt wat ze denkt - een beetje zoals ik.' Toen wendde hij zich naar haar toe en voegde er zachtjes aan toe: 'Noem me alsjeblieft Louis. Als je "meneer Forrester" zegt, voel ik me zo oud. "Meneer Forrester" hoort bij iemand anders - bij Cecil, bijvoorbeeld. Bij hem past "meneer Forrester" wel, heel goed zelfs.'
'Woont je zuster in Engeland?' vroeg ze, en ze liep achter haar ouders aan, die nu op weg waren naar de eettafel onder de druivenranken op het terras.
'Cicely - ja zeker. Ze woont in een ijskoude oude boerderij,' antwoordde hij.
'Ze zal het wel erg jammer vinden dat ze jullie allebei aan Argentinië moest verliezen.'
'Dat geloof ik niet,' zei hij met een grijns. 'Als jullie mijn zuster zouden kennen, zou je dat begrijpen. Ze is niet zo'n bijster warmhartige vrouw.'
'Mijn zus is erg warmhartig,' zei Isla, die nu met dubbele tong begon te praten. 'Maar ze leeft in een eigen wereldje. Ze is een droomster.' Louis keek naar Audrey omlaag met ogen die de kleur hadden van korenbloemen en glimlachte haar bedachtzaam toe.
'Ik ben ook een dromer,' zei hij, en even wist Audrey zeker dat ze een plotselinge somberheid over zijn gezicht zag glijden, alsof de zon even achter een wolk was verdwenen.
'Ik zou het besterven van ellende als Audrey mij achter zou laten in een vreemd land,' kwam Isla op dramatische toon tussenbeide. 'Je moet me beloven dat je dat niet zult doen, Audrey.' Audrey ving de blik van haar moeder, die tot haar afgrijzen opmerkte dat haar jongste dochter al te veel gedronken had.
'Ik beloof je dat ik dat niet zal doen,' antwoordde ze toegeeflijk. Toen ze weer naar Louis keek, was de wolk weggetrokken en stond zijn gezicht weer gewoon.
'Isla-liefje, ga alsjeblieft even naar de keuken en zeg tegen Marisol dat we kunnen beginnen,' zei Rose. Toen Isla langs haar heen zwalkte voegde ze er fluisterend aan toe: 'Drink in de keuken een groot glas water. Je vader wordt woedend als hij merkt dat je tipsy bent.'
De twee gasten zaten aan weerskanten van Rose, Isla zat tussen Louis en haar vader, terwijl Audrey Cecil aan haar linker- en tante Edna aan haar rechterzij had. Ze keek over de tafel heen naar Louis en wenste dat ze van plaats kon wisselen met haar zusje. Louis keek op en zag haar met nauwverholen fascinatie naar hem staren. Onmiddellijk sloeg Audrey haar ogen neer naar haar soepkom, waarna ze zich tot tante Edna wendde om een gesprek te beginnen, want haar moeder was al met Cecil over de oorlog begonnen en was duidelijk erg met hem ingenomen. Als ze nog wat langer was blijven kijken, zou ze hebben gezien dat Louis' gezicht zich tot een bekoorlijke glimlach plooide.
'Is hij niet charmant?' was tante Edna's binnensmonds gemompelde commentaar. Audrey besefte dat ze niet op Louis doelde.
'Nou en of,' antwoordde ze werktuiglijk, om haar tante tevreden te stellen.
'Hij is heel knap. Een knappe legerofficier - ontzettend romantisch, vind je niet? Ik geloof dat hij jou wel leuk vindt, lieve kind; ik heb hem naar je zien kijken.'
'O, dat geloof ik niet,' protesteerde ze. 'Trouwens, ik ben toch nog te jong voor de liefde.'
Tante Edna lachte. 'Je bent nu achttien, lieve Audrey. Toen ik verliefd werd op Harry was ik net zo oud als jij. Die lieve Harry,' zei ze met nadruk. 'Hij was een goed mens.'
'Hield u veel van hem?' vroeg Audrey, overstappend op een ander onderwerp.
'Heel veel,' antwoordde tante Edna, maar ze was niet van plan de gedachte aan wijlen haar man haar plezier in een aangename avond als deze te laten bederven. Ze glimlachte door haar melancholie heen, die ze voor de zoveelste keer met humor overwon. 'Harry was een groot imitator,' begon ze. Audrey wierp een blik over tafel naar de piekwaar Louis luidruchtig zat te lachen met Isla, die behaagziek teruggiechelde. Tot haar frustratie voelde ze een verontrustende steek van jaloezie bij de aanblik van hun onderonsje en wendde zich weer tot haar tante; ze wilde ontzettend graag die gevoelens die zowel onbekend als primitief waren negeren. 'Hij kon tot in de kleinste details mijn moeder nadoen - jouw grootmoeder,' vervolgde tante Edna, die niets vermoedde van de verwarde gevoelens van haar nichtje. 'Toen mijn vader een keer vanuit de tuin riep: "Elizabeth, wat stel je voor dat we met deze kersenboom doen?", antwoordde Harry met de stem van mijn moeder, voordat zijzelf de kans kreeg: "Haal hem er maar uit, lieverd, haal ze er allemaal maar uit." Mijn vader snapte er niets van.'
'Hoe wist u dat Harry de ware voor u was?' vroeg Audrey, vechtend tegen haar impuls om haar blik nogmaals over tafel te laten gaan. Tante Edna keek haar aan en fronste haar voorhoofd.
'Wat ben je toch een nieuwsgierig meisje,' zei ze peinzend. Toen liet ze haar mollige vingers op de robijnen verlovingsring rusten die ze nog steeds droeg en zuchtte in gepeins verzonken. 'Omdat hij anders was dan alle anderen die ik ooit was tegengekomen. Hij maakte me meer dan wie ook aan het lachen. Ik wist het gewoon, geloof ik. Een instinct, iets heel dierlijks in feite, iets heel primitiefs. Hij gaf me een heerlijk gevoel. Als Harry bij me was, scheen altijd de zon. Mijn zonneschijn-Harry. De zon is na die tijd nooit meer hetzelfde geweest,' voegde ze eraan toe, waarna ze met haar lippen smakte en haar gedachten moeizaam terugbracht naar het heden. 'Jij zult het ook weten, lieve Audrey. Als het zover is, dan weet je het.' Audrey wist zeker dat ze het al wist. Ze keek steels naar de andere kant van de tafel naar Louis, zich ervan bewust dat er verontrustende krachten aan het werk waren die hen naar elkaar toe trokken.
Toen het hoofdgerecht werd opgediend, wendde Rose zich tot Louis en liet ze Cecil vrij om met Audrey te praten. Met Cecil was de conversatie licht en makkelijk. Zijn gezicht stond vriendelijk en zijn aandacht verslapte geen moment toen hij met zijn knappe gezicht naar haar omlaagkeek, en als zijn broer, die als een wilde hond tegenover hen zat en nu eens luchthartig deed en dan weer in melancholie verzonk, er niet was geweest, dan zou ze onder de indruk kunnen zijn geweest van de charmes van deze duizelingwekkende legerofficier. Maar Audrey vond Louis onweerstaanbaar. Ondanks zichzelf spitste ze haar oren om te horen wat er aan de overkant van de tafel gebeurde. Ze wist dat ze dat niet zou moeten doen en deed alle mogelijke moeite om haar gevoelens onder controle te krijgen. Maar hoe meer ze het gevaar voelde, hoe dieper ze erin wegzonk.
'Hoelang zijn jullie van plan in Argentinië te blijven?' vroeg ze.
'Een jaar of wat,' antwoordde hij. Hij liet zijn blik vast op haar rusten en besefte dat hij wel bereid was zich tot een langer verblijf te laten overhalen. Er schoot een stukje brood in zijn keel; hij kuchte en spoelde het vervolgens weg met een slok water. Ontwapend door de lieflijke aanblik van deze serene jonge vrouw voelde hij zich verlegen en onhandig.
'En gaan jullie dan terug naar Engeland?'
'Dat is wel het plan.'
'Misschien worden jullie wel verliefd op Argentinië. Dat is meer mensen gebeurd,' merkte ze op, en ze zag dat zijn lippen zich plooiden tot een glimlachje. Hij was al verliefd geworden, maar Audrey was zich er niet van bewust dat die gevoelens haar betroffen.
'Jij kent Engeland niet, hè?' vroeg hij. Audrey schudde haar hoofd.
'Nee, maar papa praat er wel vaak over, dus ik heb het idee dat ik het vrij goed ken.'
'Engeland valt nergens mee te vergelijken. Misschien heb je ooit wel eens tijd om erheen te gaan.'
'Dat zou ik best willen. Maar ik kan me niet voorstellen dat ik ergens anders zou wonen dan hier.' Toen grinnikte ze. 'Kolonel Blythe heeft een merkwaardige fascinatie voor het weer in Londen. Hij leest de London lllustrated News en levert er een week na dato commentaar op. Het lijkt wel of het daar altijd regent.'
'Ah, de onnavolgbare kolonel Blythe.' Hij grinnikte en ging achteroverzitten in zijn stoel. 'Wat is hij toch een heerlijk excentrieke rnan. Een echte Engelsman, want net als wij praat hij over weinig andere onderwerpen dan het weer en de oorlog.'
'Regent het echt de hele tijd?' vroeg ze.
'Mijn beste kameraad,' zei Cecil met de zware, geaffecteerde stem van de kolonel, 'ik zou zeggen dat het weer een natte zomer wordt, en dat is verdomde pech voor al diegenen bij de Races.' Cecil lachte en zag tot zijn grote vreugde dat Audreys schouders schokten toen ook zij in lachen uitbarstte. 'Kolonel Blythe heeft wel gelijk. Een groot deel van de tijd regent het inderdaad, vrees ik. Je voelt je nat tot op het bot. Door die vochtige kou is het in de winter heel onaangenaam, maar de lente in Engeland is lieflijker dan waar ook ter wereld, zelfs dan hier. De regen maakt alles heel groen. En als de zon schijnt, kun je je wel voorstellen hoe blij iedereen is. Daarom zeggen ze er ook altijd iets over: omdat het zoiets zeldzaams is en ze daarom zo blij zijn.'
Terwijl Cecil met Audrey zat te praten, was hij zich er niet van bewust dat, in de korte stiltes die in hun gesprek vielen, haar aandacht afdwaalde naar zijn broer aan de overkant van de tafel. Door Audreys beleefde lach en geanimeerde opmerkingen kreeg hij het gevoel dat hij onderhoudend was, maar hij kon immers altijd goed met mensen overweg. Iedereen hield van Cecil Forrester; moeders wilden hem voor hun dochters en sommigen wilden hem heimelijk voor zichzelf. Jonge meisjes wisten intuïtief dat hij een goede partij was en deden hun best om zijn aandacht te trekken. Maar Audrey was anders. Ze ondermijnde zijn zelfvertrouwen. Ze had iets gereserveerds over zich, net als zijn broer, maar bij Audrey vond Cecil dat ontzettend aantrekkelijk. Daardoor plaatste ze zich buiten zijn bereik en kreeg ze iets etherisch dat hij nog nooit bij iemand anders had gezien.
Hij keek naar Louis aan de andere kant van de tafel en kromp in elkaar van schaamte. Hij had niet eens de moeite genomen zich voor het diner te kleden. Cecil wist zeker dat hij zijn manieren met opzet was vergeten om hem te irriteren. Maar Louis was ontembaar en wild, en was waar hij ook kwam een blok aan het been. Cecil herinnerde zich hoe opgelucht zijn ouders waren geweest toen hij had aangeboden hem mee te nemen naar Zuid-Amerika. Ze deden alsof het hun speet, maar hij wist dat ze dolblij waren om afscheid van hem te kunnen nemen. Hij had hen ontzettend in de kou laten staan. 
Rose ging haar zuster en dochters voor naar binnen, terwijl de mannen gingen roken op het terras en over de voors en tegens van privatisering spraken. Isla greep Audrey bij haar arm en siste in haar oor: 'Is hij niet de aantrekkelijkste man die je ooit gezien hebt?'
'Wie, Louis?'
Isla schudde ongeduldig haar hoofd. 'Doe niet zo mal. Louis is een rare kwibus! Nee, Cecil. Hij is zo knap dat de tranen me in de ogen springen.'
'Dat is hij zeker,' zei ze luchtig. 'Hij is een echte heer.'
'Wat had jij een mazzel dat je onder het eten de hele tijd met hem kon praten, ik kon alleen maar vol verlangen toekijken. Ik vind het enig dat hij op je feestje komt, Audrey, ik ben de eerste die met hem gaat dansen.'
'Best hoor.'
'Alleen maar voor de gein. Ik vind niets zo leuk als alle andere meisjes de ogen uitsteken. Hij is de meest begeerlijke vrijgezel in Buenos Aires, Audrey, en als jij wilt kun je hem krijgen.'
'O, Isla, je bent nog steeds dronken!' Ze lachte.
'Misschien, maar niet zo dronken dat ik niet heb gezien hoe hij naar je keek.'
'Onzin. Hij was alleen maar beleefd.'
'Er zijn grenzen aan beleefdheid, en die heeft hij ver overschreden!' Audrey kon er niets aan doen dat ze zich gevleid voelde, want ze was tenslotte niet ongevoelig voor de aandacht van zo'n aantrekkelijke man, en door de belangstelling die hij had getoond nam haar stemming een hoge vlucht.
Pas toen ze op het punt stonden om te vertrekken was Audrey alleen met Louis onder het zachte licht van de straatlantaarn. Ze keek zorgelijk achterom naar het pad, waar ze de rest van haar familie bij de deur zag staan dralen met Cecil, die naar een bijzondere boom in de hoek van de tuin wees waarvan niemand wist hoe hij heette maar die iedereen altijd versteld deed staan, zelfs de vele vakkundige botanisten die uit heel Zuid-Amerika waren toegestroomd om hem aan een onderzoek te onderwerpen. Louis streek met een onvaste hand zijn zandkleurige haar van zijn voorhoofd en liet zijn blik rusten op de nerveuze jonge vrouw die naast hem van de ene voet op de andere hipte, opeens onzeker van zichzelf nu ze helemaal alleen was. 'Dans je ook?' vroeg hij. Het kwam Audrey voor dat zijn vraag niet was ingegeven door beleefdheid maar door oprechte nieuwsgierigheid, want hij keek haar gespannen aan alsof haar antwoord heel belangrijk voor hem was.
'Een beetje,' antwoordde ze, in haar verlegenheid niet in staat een glimlach te onderdrukken. 'Maar ik geloof niet dat ik erg goed in dansen ben.'
'Volgens mij kun je het heel goed. Als je loopt, heb je een natuurlijke elegantie. Kijk maar,' zei hij peinzend terwijl hij toekeek hoe ze haar lichaamsgewicht van de ene voet op de andere verplaatste, 'je danst nu al, en je beseft het zelf niet eens.'
Ze keek omlaag naar haar voeten. 'Dat zou ik geen dansen willen noemen,' zei ze. 'Ik doe het niet zo vaak. Ik krijg er de gelegenheid niet toe.'
'Ik zou je wel willen leren de tango te dansen,' zei hij, en hij knipte met zijn vingers als in de maat van een melodie die alleen hij kon horen. 'Ik zou wel over de keienstraatjes van Buenos Aires willen dansen. Ik zou graag met jou willen dansen.' Audrey beet op haar lip en bleef vervolgens verbaasd staan kijken toen hij begon te neuriën, zijn lichaam op de maat meebewoog, en zijn handen en knieën ophief met de gratie van een volleerd danser. Audrey lachte, en dit keer zag ze zijn gezicht opbloeien in de breedste en meest bekoorlijke grijns die ze ooit had gezien. Niets vond hij zo heerlijk als ingaan op de niet-aflatende ritmes die hem door het hoofd speelden, en zijn vreugde deed hem van binnenuit oplichten als een lantaarn. Audrey dacht aan tante Edna's zonneschijn-echtgenoot en begreep wat ze bedoeld had.
'Jij weet er wel weg mee,' zei ze naar waarheid, en ze wenste dat ze het aan zou durven om met hem mee te dansen.
'Ja, maar niet met de tango.'
'Dat is een schitterende dans.'
'Schitterend,' beaamde hij. 'Het zijn heel strakke passen, maar daaronder zindert het van de sensualiteit. Het is de meest romantische dans die er bestaat. Zo dichtbij, maar toch niet dichtbij genoeg. Mijn haren rijzen me te berge als ik er alleen al naar kijk, maar het zou helemaal fantastisch zijn als ik hem zelf zou kunnen dansen.' Zijn ogen werden groot van opwinding.
'De tango wordt gedanst in Palermo,' zei ze. 'Ben je al in Palermo geweest?' Hij schudde zijn hoofd. 'Er is een cafeetje waar tangoavonden worden gehouden. Dat weet ik omdat het meisje van tante Hilda er is geweest. Dat is trouwens geheim - tante Hilda zou niet weten wat ze hoort. Zij beschouwt de tango als iets wat net zo intiem is als... als...' Ze bloosde.
'Als de liefde bedrijven?' merkte hij op.
'Ja,' antwoordde ze met dichtgesnoerde keel, en ze slikte moeizaam.
'Ze heeft gelijk, dat is ook zo. Daarom spreekt hij me ook zo aan. Je tante is zeker oud en uitgedroogd?' Audrey lachte en raakte haar hete wangen aan met haar hand in de hoop ze te doen afkoelen. 'Misschien neemt een gelukkig man je op een goede dag mee om de tango te gaan dansen in Palermo,' zei hij bedaard.
'Niet als het aan mijn tante zou liggen - of aan mijn moeder, wat dat aangaat. Ik geloof niet dat het iets is wat een nette jongedame geacht wordt te doen.'
'Wat saai om een nette jongedame te moeten zijn. Nette jongedames zouden tot klokslag twaalf uur moeten optreden, en na die tijd zouden ze van het podium af moeten mogen stappen om plezier te maken. Ik zou wel eens willen zien hoe jij het theater via de achterdeur verlaat en de tango danst tot zonsondergang.' Toen voegde hij er op vertrouwelijke toon aan toe: 'Je bent een dromer, net als ik. Mensen begrijpen dromers niet. We maken ze bang. Wees niet bang om te dromen, Audrey.'
Er viel een diepe stilte, terwijl Audrey moeite deed haar verlegenheid te overwinnen en iets te zeggen, en Louis haar als betoverd aankeek. Hij wist zeker dat ze van hetzelfde slag waren, dat zij de eerste was die hem begreep. Met kinderlijk instinct had Louis opgemerkt dat Audrey een groot hart had en een enorm vermogen om lief te hebben, en hij werd tot haar aangetrokken vanuit een verlangen dat zijn hele lichaam deed trillen.
Net toen Audrey op het punt stond hakkelend iets uit te brengen, leidden haar ouders het kleine groepje het pad op naar hen toe. Nog steeds lachten ze en spraken ze over de bijzondere boom. 'En hoe noemen jullie hem nou?' vroeg Cecil.
'De vogelboom.,' antwoordde Henry.
'Omdat hij in de zomer om de een of andere reden allerlei vogels aantrekt,' zei Rose, en ze stak haar arm door die van haar man.
'Nou, wat het ook is, hij is erg mooi,' besloot Cecil. 'Hartelijk bedankt dat je ons hebt uitgenodigd, Rose, we hebben een heerlijke avond gehad.'
'Graag gedaan," antwoordde ze enthousiast. 'En welkom in Hurlingham. Jullie kunnen zo vaak langskomen als jullie willen. Jullie zijn tenslotte vrijwel familie.' Ze merkte op dat Cecil speciale aandacht aan Audrey besteedde voordat hij en zijn broer de straat op liepen naar de club. Het had haar aangenaam verrast te zien hoe goed ze het met elkaar hadden kunnen vinden, en het was evenmin aan haar aandacht ontsnapt dat Audrey, toen ze onder de vogelboom hadden staan praten, niet één maar twee keer door de tuin heen een blik op Cecil had geworpen. Ze ademde diep de suikerzoete lucht in en had het gevoel dat er een prille liefde opbloeide.
Die avond lag Audrey in bed te mijmeren over de plotselinge verliefdheid die geheel zonder waarschuwing de kleur van alle dingen had veranderd. Ze kon niet slapen en was te rusteloos om te lezen. Ze kon het spookachtige gefluit van de politieagenten horen die elkaar terwijl ze op straat patrouille liepen signalen gaven, en door het open raam dreef nu een warm briesje naar binnen dat de geur met zich meevoerde van sinaasappelbomen en jasmijn. Maar evenmin als het geruststellende gefluit vermocht een zoete geur vanuit de tuin haar gekwelde hart tot rust brengen. Het was vochtig, te warm om een prettige lighouding te vinden. Dus sloeg ze het dek van zich af en liep op haar tenen de trap af, door de blauwe schaduwen in de stille gang. Toen ze eenmaal in de tuin was, herademde ze. De dauw sijpelde tussen haar tenen, koel, vochtig en aangenaam. Terwijl ze de weg nam die ze kort tevoren had gevolgd door de sinaasappelboomgaard, dacht ze terug aan het korte gesprek met Louis dat haar zo van slag had gebracht. Ze haalde zich zijn nonchalante glimlach voor de geest en het verre licht in zijn ogen, en dacht mijmerend aan zijn angstwekkende onvoorspelbaarheid en zijn verrukkelijke impulsiviteit. Hij leek verheven boven de regels waarnaar alle andere mensen leefden, hij deed wat zijn hart hem ingaf zonder zich veel aan te trekken van protocol en etiquette. Audrey werd aangetrokken tot deze man wiens vage charme een scherp contrast vormde met zijn directe manier van praten. Ze kon hem niet goed plaatsen - ze kende niemand met wie ze hem kon vergelijken. Hoewel haar instincten haar voor hem waarschuwden, kon ze zich er niets aan doen dat een stormwind haar emoties opzweepte tot schuim. Hij had iets angstaanjagend instabiels over zich, maar tegelijkertijd was haar dat heel bekend. Ze voelde zich op haar gemak bij haar angst.
Toen ze weer in haar bed kroop, ontvlood de slaap haar niet langer, maar wikkelde die haar in dromen die zo aangenaam waren dat ze er niet uit wilde ontwaken. In het schemerrijk van haar verbeelding danste ze met Louis over de keienstraatjes van Palermo. Hun lichamen waren één, zo dicht bij elkaar dat ze de warmte van zijn huid door haar jurk heen kon voelen, en de warmte van zijn adem in haar hals, en ze kenden allebei de passen alsof ze die al hun leven lang hadden gedanst.