Hoofdstuk 2
Tot grote verontwaardiging van de
dames van Hurlingham trouwden Thomas Letton en Emma Townsend in de
herfst. Rose was dolblij dat de Townsend-familie eindelijk weer het
hoofd hoog kon houden, maar tante Hilda had sterk het idee dat het
meisje zo'n keurige jongeman niet verdiende. Tante Edna noemde haar
een 'ere-Krokodil' en maakte achter haar rug snappende geluiden met
haar tong, die Isla aan het giechelen maakten en die ze na ging
doen. Hoewel Isla minder tactvol was en om haar tante heen gonsde
als een libelle, en met ogen groot van ondeugd 'snap-snap' zong.
'Wat heeft dat kind, Rose? Al dat gesnap - wat heeft het in 's
hemelsnaam te betekenen?' deed tante Hilda haar beklag. Zelfs Rose
had er moeite mee haar geamuseerdheid te verbergen en stelde haar
zuster gerust dat het een spelletje was dat Isla op school had
geleerd.
'Aha,' antwoordde tante Hilda,
'ik dacht al dat het iets met mij te maken had.'
'Natuurlijk niet, Hilda. Let maar
niet op haar, straks heeft ze weer iets anders,' zei ze. Uiteraard
had ze gelijk. Isla had een korte aandachtsspanne en weldra begon
de 'ere-Krokodil' haar te vervelen. De liefdesaffaire van Emma
Townsend had grote indruk op Audrey gemaakt. Ze kon die maar niet
vergeten. Ze sloeg de bruiloft van een afstandje gade en stelde
zich voor hoe de bruid gelaten in haar lot berustte terwijl ze
plichtsgetrouw haar jawoord gaf en een leven zonder liefde tegemoet
ging. In Audreys ogen was zo'n treurig lot iets onuitsprekelijks,
erger dan de dood. Maar toen het paar twee weken later terugkeerde
van hun huwelijksreis, leek de jonge echtgenote heel gelukkig met
haar nieuwe rol. Het schandaal werd uitgewist door de tijd en de
bereidheid van de gemeenschap om te vergeten. Weldra zetten zelfs
de dames van Hurlingham hun afkeuring van zich af, heetten de
kersverse mevrouw Letton met minzame glimlachjes welkom, en lieten
wederom met dezelfde slaapverwekkende regelmaat hun lila envelopjes
bezorgen. Maar Audrey meende in de lichte rimpeling van Emma's lach
onderdrukte kreetjes van pijn te horen. Ze meende in haar ogen een
verdriet te zien dat alleen naar voren kwam op die zeldzame
momenten dat ze er niet helemaal bij was met haar gedachten en in
de ruimte staarde alsof ze terugdacht aan die tedere kussen onder
de sycomore. In Audreys ogen was Emma een tragische figuur, en haar
tragedie schonk haar een plechtige schoonheid die ze tevoren niet
had bezeten.
Toen Audrey in januari 1948
achttien werd, nam haar moeder haar mee uit winkelen naar het
chique Harrods-warenhuis op de Avenida Florida, vergezeld door
tante Edna en Isla, waarna ze thee gingen drinken in het Alvear
Palace Hotel. Tante Edna, die evenals haar zuster Rose nog nooit in
Londen was geweest, schuifelde rond door de winkel terwijl ze
klaagde dat het hier in genen dele leek op het glamoureuze
origineel, een winkel die veel groter was en die evenveel
wonderlijks omvatte als de grot van Aladdin. Maar voor Audrey en
Isla was het een heerlijk uitje waar ze zich altijd op verheugden,
niet alleen vanwege de kleren die hun moeder voor hen kocht, maar
ook omdat het al een heel avontuur was om te kijken naar de
elegante dames die met keurige hoedjes op en handschoenen aan op
vervaarlijk hoge hakken over de met tapijt beklede afdelingen
drentelden, snuffelend tussen de cosmetica en de uit Europa
geïmporteerde mode. Isla keek afgunstig toe terwijl haar oudere zus
damesjurken en zijden blouses paste, en keek sip toen ze te horen
kreeg dat zij niet voor haar achttiende een paar oorbellen zou
krijgen. Om haar te sussen kocht tante Edna een Pringle-twinset
voor haar, dat onmiddellijk de glimlach terugbracht op haar
gezicht, omdat ze wist dat haar moeder het niet prettig vond
wanneer tante Edna haar zwakke pogingen om haar kinderen discipline
bij te brengen, ondermijnde.
De hitte was ondraaglijk terwijl
ze door de stoffige straten liepen, zonder aandacht te schenken aan
de smerige bedelende jongetjes die als aapjes uit de schaduwen te
voorschijn schoten om om geld of snoep te vragen. Ze kwamen langs
een tijdschriftenkiosk waar het oplichtende gezicht van Eva Perron
hen vanaf de voorpagina van alle nationale kanten toe glimlachte,
het geverfde blonde haar naar achteren getrokken in een strenge
knot, de kille bruine ogen en de triomfantelijke glimlach een
weerspiegeling van de meedogenloze ambitie van een vrouw die nooit
tevreden zou zijn.
Tante Edna en Rose liepen stug
door en hielden hun commentaar voor zich, omdat ze bang waren dat
iemand hun woorden zou opvangen. Er deden te veel verhalen de ronde
over mensen die vanwege een terloopse opmerking gelyncht werden
door kwade bendes peronisten. De straten van Buenos Aires waren
geen geschikte plek om kwaad te spreken over de first lady. Binnen
de muren van je eigen huis kon je je al niet eens veilig
voelen.
Audrey hield zielsveel van de
stad. Het schonk haar een gevoel van vrijheid om zich een middag
lang onder te dompelen in de heerlijke anonimiteit van deze
stedelijke doolhof. Ze hield van de drukte van mensen die
doelgericht naar hun werk of naar vergaderingen beenden, of
nonchalant over de avenues slenterden en af en toe stil bleven
staan voor een etalage, of op zonnige straathoeken stonden te
kijken hoe de wereld aan hen voorbijtrok. Ze vond de auto's en de
geluiden opwindend, de frivole pleinen en statige gebouwen met hun
vele versieringen betoverden haar, en ze hunkerde ernaar er deel
van uit te maken, om zich stilletjes een weg te banen door deze
andere wereld als een zijden draad in een heel groot wandkleed. Ze
adoreerde de romantiek van de cafeetjes en restaurantjes die
helemaal doorliepen tot op de straat en dienden als plekken om je
in alle rust te verfrissen, waarna de haastige drukte weer van
voren af aan zou beginnen. De schilderachtige schoenenpoetsers en
bloemenverkopers die gezellig samen pauze hielden in de schaduw,
discussiërend over politiek en handel, terwijl ze mate dronken door
sierlijke zilveren rietjes. De lucht was dik van de dieseldampen
van de bussen en van de karamelgeur van de gebakskraampjes, en werd
doorboord door de geanimeerde stemmen van kinderen die boven het
gegons van alle drukte uitklonken. Geen detail ontsnapte aan haar
aandacht toen ze achter de rappe voeten van haar moeder aan liep
over de trottoirs. Als ze naar de jonge stelletjes keek die hand in
hand onder de palmen op de Plaza San Martin wandelden, dwaalden
haar gedachten weer af naar de liefde. Haar hart sprong op van
verlangen wanneer de rijke geuren van gardenia's en gemaaid gras
haar neusgaten binnendreven en haar meevoerden naar de languissante
wereld van de romans die ze zo graag las. Ze stelde zich voor dat
zij op een dag net als deze geliefden met iemand hand in hand zou
lopen en misschien een kusje zou stelen naast de fontein. Maar toen
waren ze in de tearoom van het Alvear Palace Hotel en vertelde Rose
hun over de twee jongemannen die kortgeleden uit Engeland waren
gearriveerd om in het bedrijf van hun vader te komen
werken.
'Cecil en Louis Forrester,' zei
ze, duidelijk onder de indruk, want haar mond plooide zich tot een
glimlachje.
'Broers?' vroeg tante Edna, die
haar blouse een stukje openknoopte en haar vochtige huid koelte toe
wapperde.
'Ja, broers,' antwoordde Rose.
'Cecil is de oudste, hij is dertig, en Louis is tweeëntwintig.
Louis is een beetje...' Ze zweeg even om naar het juiste woord te
zoeken, want ze wilde niet boosaardig klinken. 'Excentriek,' zei ze
met nadruk, en toen stapte ze snel over op zijn broer. 'Cecil is
heel knap, en erg beschaafd. Een charmante jongeman,' dweepte
ze.
'Mag ik alsjeblieft dulce de
peche-pannenkoekjes?' onderbrak Isla haar met een blik op het
wagentje met gebak dat langs hen heen werd gereden door een ober
met witte handschoenen, die zo te zien wel gecharmeerd was van de
twee meisjes, die aangenaam opvielen in de rokerige
tearoom.
'Natuurlijk mag dat, Isla. Wil
jij die ook, Audrey?' Audrey knikte.
'Zijn ze alleen gekomen?' vroeg
ze haar moeder.
'Ja. Die arme Cecil, hij heeft
gediend in de oorlog. Hij heeft daar geloof ik een belangrijke rol
in gespeeld.' Rose slaakte een diepe zucht. Ze wilde eraan
toevoegen dat Louis kennelijk had geweigerd te strijden en koppig
in Londen gebleven was om melancholieke melodieën te spelen op de
piano, zelfs tijdens de razzia's, maar ze deed het niet. Het was
niet eerlijk om haar dochters tegen hem op te zetten nog voordat ze
met hem hadden kennisgemaakt. 'Ze zijn hiernaartoe gekomen,' ging
ze verder tegen tante Edna, 'om weg te kunnen uit Europa en alle
deprimerende toestanden van na de oorlog. Hun vader, die in het
verleden met Henry zaken heeft gedaan, had het voorgesteld. We zijn
hem wel iets verschuldigd. Hij is erg goed voor Henry geweest. Ik
ben dolblij dat hij hen kan helpen. Ze logeren bij de
club.'
Nou, er is een groot tekort aan
jonge mannen,' zei tante Edna, en ze schonk zichzelf een gezond
kopje Earl Grey-thee in. 'De oorlog heeft ons van de bloem der
jeugd beroofd. Wat is oorlog toch iets tragisch.'
'Ja, hè?' stemde Rose met haar
in, met een stil verwijt aan het adres van de jonge Louis dat hij
niet had gedaan wat hij had moeten doen, terwijl haar man en vele
anderen die gevaarlijke reis over zee hadden gemaakt en hun leven
op het spel hadden gezet om een land te verdedigen waarvan zij
meenden dat het hun toebehoorde, ook al hadden sommigen van hen nog
nooit voet op Britse bodem gezet.
Ze had nota bene zelf haar
bijdrage geleverd door lid te worden van de Hurlinghamse
damesvereniging, die bij elkaar kwam in de ping-pongruimte van de
club om truien, sokken, bivakmutsen, sokken voor in zeelaarzen en
sjaals te breien ter wille van de oorlog. Toen de oorlog eenmaal
voorbij was had Rose bezworen dat ze nooit meer één steek zou
breien, want elke tik van naalden herinnerde haar aan die
verschrikkelijke dagen van wachten en de diepe angst die samenging
met hoop.
'Nodig je ze uit voor Audreys
feestje?' vroeg Isla, die belangstelling kreeg nu haar bord was
gevuld. Rose rechtte haar rug en hield haar hoofd schuin naar één
kant.
'Ik zou niet weten waarom niet,'
antwoordde ze, met een blik op haar zuster om goedkeuring te
vragen.
'Natuurlijk moeten ze komen,'
riep tante Edna enthousiast uit. 'Dat is een uitstekende manier
voor hen om fatsoenlijke Engelse mensen te leren kennen. Trouwens,
de meisjes van Hilda zoeken allemaal een man, net als de tweeling
van Pearson, om nog maar te zwijgen van die arme June Hipps - als
zij niet gauw iemand vindt, blijft ze op de plank liggen te
verstoffen, want volgend voorjaar wordt ze al negenentwintig.' Rose
had er nog niet over nagedacht Cecil Forrester te koppelen aan de
dochter van iemand anders, ook al waren haar eigen dochters nog te
jong om aan een huwelijk te denken. De meisjes van Hilda vormden
geen bedreiging, en June Hipps ook niet, maar de Pearson-tweeling
was slank en leuk om te zien en wilde zich graag settelen. Ze
perste haar lippen op elkaar en slikte de concurrentiedrift die in
haar opkwam weg.
'Dat mag dan zo zijn,' zei ze
strak, 'maar het is Audreys feestje, Edna, en geen
huwelijksmarkt.'
Tante Edna keek beledigd en
bloosde helemaal tot aan haar kwabbige onderkinnen.
'Ach Rose, ik bedoelde niet...
Nou ja,' stamelde ze. 'Jij hebt hen ontmoet, Rose, wat voor jongens
zijn het? Denk je dat onze meisjes hen aardig zullen
vinden?'
Rose glimlachte en zette haar
theekopje neer. 'Dat weet ik wel zeker. Louis heeft meer de
leeftijd van Audrey, maar hij lijkt een beetje... Tja, je zou het
onstuimig kunnen noemen. Hij moet zijn weg nog vinden. Maar Cecil
is heel anders. Hij heeft verantwoordelijkheidsgevoel, is
consciëntieus en knap. Een uiterst charmant jongmens, maar hij is
een stuk ouder dan Audrey. Ik geloof niet dat dat ertoe doet, want
het is prettig om gezelschap te krijgen van een man die iets van de
wereld heeft gezien. Zeg eens, Audrey, zou jij het leuk vinden
als ik hun vraag op je feestje te komen?' Ze wendde zich tot haar
oudste dochter. Audrey probeerde haar opwinding te beheersen door
een scone te beboteren waar ze eigenlijk geen trek in had. Ze gaf
met een knikje haar instemming te kennen en begon nerveus aan een
hoekje te knabbelen.
'Ik wil wedden dat die jongens
van Forrester verliefd worden op Audrey,' zei Isla giechelend. 'O,
dat gebeurt vast en zeker,' hield ze aan toen haar zusje haar in
verlegenheid gebracht aankeek. 'Doe maar niet zo bleu, Audrey. Jij
bent heel wat knapper dan al die andere meisjes, zelfs knapper dan
de Pearson-tweeling. Hoe dan ook,' voegde ze er schalks aan toe,
'ik ga met hen allebei dansen.'
'Je moet wachten tot je daarvoor
gevraagd wordt, Isla,' antwoordde haar moeder. Toen wendde ze zich
met een glimlach tot tante Edna. 'Wat zullen de Krokodillen wel
niet zeggen wanneer Isla alle mannen zomaar ten dans gaat vragen?'
zei ze grinnikend.
'Snap-snap-snap!' antwoordde
tante Edna, en haar kinnen trilden zo dat ze allemaal hartelijk
lachten.
Audrey en Isla hoefden niet lang
te wachten op de kennismaking met de broers Forrester, want een
paar dagen later nodigde hun vader hen allebei uit om bij hen thuis
in Canning Street te komen eten. De tafel was gedekt onder de
druivenranken op het terras, verlicht door grote stormlantaarns en
kleine kaarsen die tegelijkertijd als tafeldecoratie en als
verlichting dienstdeden. Audrey en Isla plukten verse bloemen uit
de tuin en schikten ze mooi tot een tafelstuk, terwijl Rose het
menu besprak met de jonge kokkin Marisol. Ze had uit
vriendelijkheid tante Edna uitgenodigd, maar ook omdat ze de mening
van haar zuster over Cecil Forrester wilde horen, die op een dag
een goede echtgenoot voor Audrey zou kunnen worden. Ze had besloten
haar jonge zoon niet te laten aanzitten; dat zou te veel afleiden,
en als Albert in de buurt was, misdroeg Isla zich altijd.
Audrey en Isla wachtten in de
tuin, allebei in een nieuwe jurk die hun moeder voor hen bij
Harrods had gekocht. Isla merkte op dat haar zus al echt een
jongedame was en voelde zich bij haar vergeleken onhandig. Ze was
maar vijftien maanden jonger dan Audrey, maar vanavond gedroeg
Audrey zich toch heel anders: met meer waardigheid, en ze zag er
een stuk ouder uit. Voor het eerst van haar leven voelde Isla iets
wat in de buurt kwam van weemoedigheid. Hun kinderjaren liepen
duidelijk ten einde.
'Meisjes, jullie zien er allebei
prachtig uit,' riep tante Edna uit toen ze in een ivoorkleurige
zijden blouse en rok het huis uit stapte, spelend met een lang
parelsnoer dat over de welving van haar forse boezem heen tot op
haar middel viel. Ze rook sterk naar Christian Dior en had bij het
poederen van haar gezicht een hele dot poeder op de brug van haar
neus gedaan, als een witte wolk sneeuw. Het zou amusant zijn
geweest om haar zo de hele maaltijd te zien uitzitten, zonder dat
ze er enig idee van had. Maar zo onaardig was Audrey niet. Ze
maakte er meteen een opmerking over tegen haar tante en veegde de
sneeuwwolk toen met zachte vingers weg. 'Je bent een lief meisje,'
zei tante Edna dankbaar met zachte stem, en ze haalde haar
poederdoos uit haar tas om te controleren of ze niets anders over
het hoofd had gezien. Tevreden met het feit dat ze het beste
gemaakt had van wat de natuur haar had toebedeeld, werkte ze haar
lipstick bij, waarna ze haar tas dichtknipte en op haar horloge
keek. 'Ze kunnen hier elk moment zijn,' zei ze. 'Ik moet zeggen dat
ik er erg naar uitkijk met hen kennis te maken. Bij de club gonst
het van de opwinding. Ik hoorde vandaag nog dat Cecil de oude Diana
Lewis gistermiddag in haar auto heeft geholpen en dat hij haar
heeft betoverd met zijn charme. Ik kwam bij de panaderta Charlo
tegen, en die vertelde me dat kolonel Blythe gisteravond met hem
heeft gedineerd en tot in de vroege uurtjes heeft zitten kaarten;
ze zijn dikke vrienden geworden. De oude kolonel vindt het heerlijk
om over de oorlog te praten, waar wij allemaal zo genoeg van
hebben, maar die lieve Cecil heeft uren met hem zitten babbelen
over wat hij allemaal had meegemaakt. Ik geloof dat hij nogal een
held is geweest; de kolonel beweert dat hij in Londen een hele
reputatie heeft - anders dan zijn broer, die maar loopt te
lanterfanten, heb ik vernomen. Ik heb begrepen dat Louis de hele
avond piano heeft zitten spelen, waar de andere gasten niet bijster
van gediend waren. Het zou er nog mee door hebben gekund als hij
iets behoorlijks had gespeeld, maar hij speelde alleen maar uiterst
bizarre stukken. Melodieën die je niet meer loslaten en waar
iedereen nachtmerries van kreeg.' Ze snufte en draaide zich
verwachtingsvol om naar het huis.
Op dat moment verschenen Henry en
Rose op het grasveld, met twee jongemannen vlak achter zich aan.
'Ah, eindelijk,' verzuchtte tante Edna, en ze lachte breeduit zodat
haar forse onderkinnen opbolden als marshmallows. 'Zijn jullie er
klaar voor, meisjes?' En ze liep over het gras naar hen toe. Audrey
en Isla keken elkaar opgewonden aan. Isla was niet in staat de
brede grijns te onderdrukken die zich over haar gezichtje
verbreidde, ook niet toen ze aan hun gasten werd voorgesteld. Maar
Audrey slaagde erin zichzelf tot kalmte te brengen en sloeg
terwijl ze hun handen schudde verlegen haar ogen neer.
Wat haar onmiddellijk opviel was
het verschil tussen de twee broers: Cecil was lang en slank en had
volmaakt symmetrische trekken, helderblauwe ogen en een lange,
aristocratische neus. Zijn wakkere uiterlijk werd nog versterkt
door het contrast met zijn broer, die met zijn ongerichte, dwalende
blik verzonken leek in een eigen wereld. Cecils donkere bruine haar
was keurig in een zijscheiding gekamd en had dezelfde glans als
zijn schoenen. Hij glimlachte zelfverzekerd en knikte terwijl hij
de twee meisjes begroette, waarbij hij meteen al opmerkte hoe knap
en elegant de oudste dochter was. Louis was kleiner dan zijn broer
en had zachtere, minder regelmatige trekken en de onbestendige
welving van zijn lippen onthulde zijn veranderlijke natuur en een
grote sensitiviteit. Hij was niet knap, maar zijn gezicht was
levendig door lachrimpeltjes en lijnen van leed, en toen Audrey
zijn blik ving, merkte ze tot haar schrik dat ze zich helemaal
verloor in zijn ogen, die zo diep en allesverslindend waren als een
draaikolk. Overrompeld verlegde ze snel haar aandacht naar de grond
en merkte toen direct op dat zijn schoenen afgetrapt waren en dat
hij onder zijn broek één blauwe en één zwarte sok droeg. Zijn
vingers waren lang en bleek, en bewogen zo licht alsof hij de
toetsen van een denkbeeldige piano beroerde. Toen ze weer opkeek,
zag ze dat hij haar nog steeds nieuwsgierig met half toegeknepen
ogen aankeek, vanachter een zandkleurige haarlok op zijn voorhoofd
die hij niet de moeite had genomen te borstelen. Tot haar grote
verlegenheid steeg de warmte op naar haar keel en prikte op haar
wangen, zodat de innerlijke beroering die haar hart deed hameren
zichtbaar werd. Ze wendde haar gezicht af en hoopte dat niemand het
had opgemerkt. Louis was niet knap, hij had geen bijzondere
uitstraling, maar zijn blik had iets wat haar van haar stuk bracht.
Hij had iets duisters wat haar naar hem toe trok, hoewel ze
intuïtief aanvoelde dat ze zich daar met hand en tand tegen zou
moeten verzetten.
Met hun champagneglazen in de
hand wandelden ze door de tuin. Cecil liep met Henry, Rose en tante
Edna, terwijl Audrey en Isla een paar passen achter hen bleven aan
weerskanten van Louis. Alleen Rose merkte op dat Cecil snel even
achteromkeek naar zijn broer, zoals een vader ter controle zou
kunnen omkijken naar een onhandig kind. Audrey deed een wankele
poging een gesprek te beginnen en wenste dat ze bij haar ouders
liep. 'Mama heeft ons verteld dat dit de eerste keer is dat jullie
in Argentinië zijn,' zei ze, haar ongemakkelijkheid verbergend
achter een vernisje van beleefdheid.
'Inderdaad,' antwoordde hij met
een diepe zucht, en zijn gezicht kreeg ineens een melancholieke
uitdrukking. 'Het lijkt wel of het in Europa eeuwig winter is. Hier
is het voorjaar, en de lente brengt nieuw leven en nieuwe hoop. Als
de zon schijnt, vergeet je alle narigheid.' Audrey keek hem verward
aan en vroeg zich in stilte af wat hij bedoelde en hoe ze erop
moest reageren. Isla giechelde en grijnsde meesmuilend naar haar
zuster, die deed alsof ze het niet zag voor het geval ze hun gast
ermee zouden beledigen.
'De lente is hier erg mooi,' zei
ze, in de hoop dat ze niet al te dom klonk. Toen voegde ze er in
een opwelling aan toe: 'Na de winter komt altijd de lente, zelfs in
Europa.' Bij die woorden draaide Louis zich naar haar toe, zijn
gezicht opeens blozend roze. Audrey slikte terwijl zijn uitdrukking
met verrassende tederheid verzachtte.
'Je hebt gelijk, dat is waar,'
antwoordde hij, naar haar fronsend, en hij probeerde erachter te
komen of ze hem echt begreep of dat ze had gesproken zonder na te
denken. 'Maar waarom is er eerst de winter?' vervolgde hij. 'Soms
vraag ik me af waarom God ons hier allemaal op aarde heeft gezet
als we toch niets anders doen dan met elkaar vechten.'
'Ik zou het niet weten,' zei ze
hoofdschuddend, 'maar ik weet wel dat als het altijd lente zou
zijn, we dat niet genoeg zouden waarderen, want mensen moeten
lijden om te beseffen wat geluk is. Ik geloof niet dat het de
bedoeling is dat het leven makkelijk is. Oorlog is echt iets
vreselijks, maar zo wordt de menselijke geest tot het uiterste
beproefd, en dat kan het beste in mensen naar voren brengen,'
voegde ze eraan toe, terugdenkend aan de ongelofelijke verhalen
over menselijke goedheid die haar vader haar had verteld.
'En het slechtste,' riposteerde
hij schamper. 'Het zou nooit mogen gebeuren.'
'Hebt u gevochten in de oorlog?'
vroeg Isla opgewekt. Audrey kromp in elkaar omdat je maar naar hem
hoefde te kijken om te zien dat dat niet zo was. Een plotselinge
blos van schaamte kleurde zijn wangen roze en zijn lippen
vertrokken ongemakkelijk. Cecils schouders hingen af, maar hij
bleef beleefd met zijn gastvrouw en gastheer praten.
'Nee, nee, ik heb niet
gevochten,' antwoordde hij snel. Tactvol sneed Audrey een ander
onderwerp aan om verdere verlegenheid te voorkomen.
'U speelt vast prachtig piano,'
zei ze vol vuur. Hij kreeg zichzelf weer in de hand en zijn ogen
glimlachten haar dankbaar toe.
'Tante Edna beweert dat u de hele
club wakker hebt gehouden en dat u hun nachtmerries hebt bezorgd,'
kwam Isla met een lach tussenbeide.
Louis grinnikte. 'Ik speelde maar
wat mijn hart me ingaf, en zelfs ik begrijp mijn eigen hart
niet.'
'U zegt de vreemdste dingen!'
merkte Isla op; ze liet haar lip krullen en keek hem spottend
aan.
'Isla!'
'Maak je maar geen zorgen,
Audrey, ik hou wel van mensen die zeggen wat ze denken. Dat doen er
maar weinig.'
'Nou, ik ben bang dat Isla altijd
zegt wat ze denkt. Of beter gezegd,' voegde Audrey er met een
glimlach aan toe, 'vaak denkt ze helemaal niet.'
'Audrey denkt te véél. Veel te
veel,' giechelde Isla.
Wederom keek Louis naar haar
omlaag en bestudeerde met afwezige blik haar trekken. 'Dat zie ik,'
zei hij peinzend, en Audrey staarde naar de grond voor hun voeten,
in verlegenheid gebracht door de intimiteit van zijn gestaar, dat
ze ongepast en opdringerig vond. Toch merkte ze tot haar afgrijzen
dat het haar opwond. Isla vulde de diepe stilte die hierop
volgde.
'Hebt u een liefje achtergelaten
in Engeland?' vroeg ze, en ze nam nog een flinke slok
champagne.
'Als ik een liefje had gehad, zou
ik hier nooit heen gegaan zijn,' antwoordde hij. 'Dit is tenslotte
een Latijns-Amerikaans land. Het land van de tango en de romantiek,
nietwaar?' Isla giechelde weer. Audrey voelde dat ze bloosde en
nipte van haar glas in een poging dat te camoufleren. Er stond geen
zuchtje wind; er hing alleen maar vocht in de lucht, vocht dat
zwaar was van de vruchtbare geheimen van de natuur en Audreys
tumultueuze gedachten.
'Tante Edna zegt dat we hier te
weinig huwbare mannen hebben omdat er zoveel moesten vechten in de
oorlog en nooit zijn teruggekomen,' vervolgde ze. Audrey wenste dat
haar moeder het niet had goedgevonden dat ze champagne dronk; die
had haar duidelijk overmoedig gemaakt.
'Isla toch!' protesteerde ze.
'Die arme meneer Forrester is nog maar net hier, of je hebt hem al
voor het eten uitgehuwelijkt.' Louis lachte en schudde zijn
hoofd.
'Maak je geen zorgen, Audrey, ik
weet wel hoe ik het moet opvatten wat je zus zegt. Ze zegt wat ze
denkt - een beetje zoals ik.' Toen wendde hij zich naar haar toe en
voegde er zachtjes aan toe: 'Noem me alsjeblieft Louis. Als je
"meneer Forrester" zegt, voel ik me zo oud. "Meneer Forrester"
hoort bij iemand anders - bij Cecil, bijvoorbeeld. Bij hem past
"meneer Forrester" wel, heel goed zelfs.'
'Woont je zuster in Engeland?'
vroeg ze, en ze liep achter haar ouders aan, die nu op weg waren
naar de eettafel onder de druivenranken op het terras.
'Cicely - ja zeker. Ze woont in
een ijskoude oude boerderij,' antwoordde hij.
'Ze zal het wel erg jammer vinden
dat ze jullie allebei aan Argentinië moest verliezen.'
'Dat geloof ik niet,' zei hij met
een grijns. 'Als jullie mijn zuster zouden kennen, zou je dat
begrijpen. Ze is niet zo'n bijster warmhartige vrouw.'
'Mijn zus is erg warmhartig,' zei
Isla, die nu met dubbele tong begon te praten. 'Maar ze leeft in
een eigen wereldje. Ze is een droomster.' Louis keek naar Audrey
omlaag met ogen die de kleur hadden van korenbloemen en glimlachte
haar bedachtzaam toe.
'Ik ben ook een dromer,' zei hij,
en even wist Audrey zeker dat ze een plotselinge somberheid over
zijn gezicht zag glijden, alsof de zon even achter een wolk was
verdwenen.
'Ik zou het besterven van ellende
als Audrey mij achter zou laten in een vreemd land,' kwam Isla op
dramatische toon tussenbeide. 'Je moet me beloven dat je dat niet
zult doen, Audrey.' Audrey ving de blik van haar moeder, die tot
haar afgrijzen opmerkte dat haar jongste dochter al te veel
gedronken had.
'Ik beloof je dat ik dat niet zal
doen,' antwoordde ze toegeeflijk. Toen ze weer naar Louis keek, was
de wolk weggetrokken en stond zijn gezicht weer gewoon.
'Isla-liefje, ga alsjeblieft even
naar de keuken en zeg tegen Marisol dat we kunnen beginnen,' zei
Rose. Toen Isla langs haar heen zwalkte voegde ze er fluisterend
aan toe: 'Drink in de keuken een groot glas water. Je vader wordt
woedend als hij merkt dat je tipsy bent.'
De twee gasten zaten aan
weerskanten van Rose, Isla zat tussen Louis en haar vader, terwijl
Audrey Cecil aan haar linker- en tante Edna aan haar rechterzij
had. Ze keek over de tafel heen naar Louis en wenste dat ze van
plaats kon wisselen met haar zusje. Louis keek op en zag haar met
nauwverholen fascinatie naar hem staren. Onmiddellijk sloeg Audrey
haar ogen neer naar haar soepkom, waarna ze zich tot tante Edna
wendde om een gesprek te beginnen, want haar moeder was al met
Cecil over de oorlog begonnen en was duidelijk erg met hem
ingenomen. Als ze nog wat langer was blijven kijken, zou ze hebben
gezien dat Louis' gezicht zich tot een bekoorlijke glimlach
plooide.
'Is hij niet charmant?' was tante
Edna's binnensmonds gemompelde commentaar. Audrey besefte dat ze
niet op Louis doelde.
'Nou en of,' antwoordde ze
werktuiglijk, om haar tante tevreden te stellen.
'Hij is heel knap. Een knappe
legerofficier - ontzettend romantisch, vind je niet? Ik geloof dat
hij jou wel leuk vindt, lieve kind; ik heb hem naar je zien
kijken.'
'O, dat geloof ik niet,'
protesteerde ze. 'Trouwens, ik ben toch nog te jong voor de
liefde.'
Tante Edna lachte. 'Je bent nu
achttien, lieve Audrey. Toen ik verliefd werd op Harry was ik net
zo oud als jij. Die lieve Harry,' zei ze met nadruk. 'Hij was een
goed mens.'
'Hield u veel van hem?' vroeg
Audrey, overstappend op een ander onderwerp.
'Heel veel,' antwoordde tante
Edna, maar ze was niet van plan de gedachte aan wijlen haar man
haar plezier in een aangename avond als deze te laten bederven. Ze
glimlachte door haar melancholie heen, die ze voor de zoveelste
keer met humor overwon. 'Harry was een groot imitator,' begon ze.
Audrey wierp een blik over tafel naar de piekwaar Louis luidruchtig
zat te lachen met Isla, die behaagziek teruggiechelde. Tot haar
frustratie voelde ze een verontrustende steek van jaloezie bij de
aanblik van hun onderonsje en wendde zich weer tot haar tante; ze
wilde ontzettend graag die gevoelens die zowel onbekend als
primitief waren negeren. 'Hij kon tot in de kleinste details mijn
moeder nadoen - jouw grootmoeder,' vervolgde tante Edna, die niets
vermoedde van de verwarde gevoelens van haar nichtje. 'Toen mijn
vader een keer vanuit de tuin riep: "Elizabeth, wat stel je voor
dat we met deze kersenboom doen?", antwoordde Harry met de stem van
mijn moeder, voordat zijzelf de kans kreeg: "Haal hem er maar uit,
lieverd, haal ze er allemaal maar uit." Mijn vader snapte er niets
van.'
'Hoe wist u dat Harry de ware
voor u was?' vroeg Audrey, vechtend tegen haar impuls om haar blik
nogmaals over tafel te laten gaan. Tante Edna keek haar aan en
fronste haar voorhoofd.
'Wat ben je toch een nieuwsgierig
meisje,' zei ze peinzend. Toen liet ze haar mollige vingers op de
robijnen verlovingsring rusten die ze nog steeds droeg en zuchtte
in gepeins verzonken. 'Omdat hij anders was dan alle anderen die ik
ooit was tegengekomen. Hij maakte me meer dan wie ook aan het
lachen. Ik wist het gewoon, geloof ik. Een instinct, iets heel
dierlijks in feite, iets heel primitiefs. Hij gaf me een heerlijk
gevoel. Als Harry bij me was, scheen altijd de zon. Mijn
zonneschijn-Harry. De zon is na die tijd nooit meer hetzelfde
geweest,' voegde ze eraan toe, waarna ze met haar lippen smakte en
haar gedachten moeizaam terugbracht naar het heden. 'Jij zult het
ook weten, lieve Audrey. Als het zover is, dan weet je het.' Audrey
wist zeker dat ze het al wist. Ze keek steels naar de andere kant
van de tafel naar Louis, zich ervan bewust dat er verontrustende
krachten aan het werk waren die hen naar elkaar toe
trokken.
Toen het hoofdgerecht werd
opgediend, wendde Rose zich tot Louis en liet ze Cecil vrij om met
Audrey te praten. Met Cecil was de conversatie licht en makkelijk.
Zijn gezicht stond vriendelijk en zijn aandacht verslapte geen
moment toen hij met zijn knappe gezicht naar haar omlaagkeek, en
als zijn broer, die als een wilde hond tegenover hen zat en nu eens
luchthartig deed en dan weer in melancholie verzonk, er niet was
geweest, dan zou ze onder de indruk kunnen zijn geweest van de
charmes van deze duizelingwekkende legerofficier. Maar Audrey vond
Louis onweerstaanbaar. Ondanks zichzelf spitste ze haar oren om te
horen wat er aan de overkant van de tafel gebeurde. Ze wist dat ze
dat niet zou moeten doen en deed alle mogelijke moeite om haar
gevoelens onder controle te krijgen. Maar hoe meer ze het gevaar
voelde, hoe dieper ze erin wegzonk.
'Hoelang zijn jullie van plan in
Argentinië te blijven?' vroeg ze.
'Een jaar of wat,' antwoordde
hij. Hij liet zijn blik vast op haar rusten en besefte dat hij wel
bereid was zich tot een langer verblijf te laten overhalen. Er
schoot een stukje brood in zijn keel; hij kuchte en spoelde het
vervolgens weg met een slok water. Ontwapend door de lieflijke
aanblik van deze serene jonge vrouw voelde hij zich verlegen en
onhandig.
'En gaan jullie dan terug naar
Engeland?'
'Dat is wel het plan.'
'Misschien worden jullie wel
verliefd op Argentinië. Dat is meer mensen gebeurd,' merkte ze op,
en ze zag dat zijn lippen zich plooiden tot een glimlachje. Hij was
al verliefd geworden, maar Audrey was zich er niet van bewust dat
die gevoelens haar betroffen.
'Jij kent Engeland niet, hè?'
vroeg hij. Audrey schudde haar hoofd.
'Nee, maar papa praat er wel vaak
over, dus ik heb het idee dat ik het vrij goed ken.'
'Engeland valt nergens mee te
vergelijken. Misschien heb je ooit wel eens tijd om erheen te
gaan.'
'Dat zou ik best willen. Maar ik
kan me niet voorstellen dat ik ergens anders zou wonen dan hier.'
Toen grinnikte ze. 'Kolonel Blythe heeft een merkwaardige
fascinatie voor het weer in Londen. Hij leest de London lllustrated
News en levert er een week na dato commentaar op. Het lijkt wel of
het daar altijd regent.'
'Ah, de onnavolgbare kolonel
Blythe.' Hij grinnikte en ging achteroverzitten in zijn stoel. 'Wat
is hij toch een heerlijk excentrieke rnan. Een echte Engelsman,
want net als wij praat hij over weinig andere onderwerpen dan het
weer en de oorlog.'
'Regent het echt de hele tijd?'
vroeg ze.
'Mijn beste kameraad,' zei Cecil
met de zware, geaffecteerde stem van de kolonel, 'ik zou zeggen dat
het weer een natte zomer wordt, en dat is verdomde pech voor al
diegenen bij de Races.' Cecil lachte en zag tot zijn grote vreugde
dat Audreys schouders schokten toen ook zij in lachen uitbarstte.
'Kolonel Blythe heeft wel gelijk. Een groot deel van de tijd regent
het inderdaad, vrees ik. Je voelt je nat tot op het bot. Door die
vochtige kou is het in de winter heel onaangenaam, maar de lente in
Engeland is lieflijker dan waar ook ter wereld, zelfs dan hier. De
regen maakt alles heel groen. En als de zon schijnt, kun je je wel
voorstellen hoe blij iedereen is. Daarom zeggen ze er ook altijd
iets over: omdat het zoiets zeldzaams is en ze daarom zo blij
zijn.'
Terwijl Cecil met Audrey zat te
praten, was hij zich er niet van bewust dat, in de korte stiltes
die in hun gesprek vielen, haar aandacht afdwaalde naar zijn broer
aan de overkant van de tafel. Door Audreys beleefde lach en
geanimeerde opmerkingen kreeg hij het gevoel dat hij onderhoudend
was, maar hij kon immers altijd goed met mensen overweg. Iedereen
hield van Cecil Forrester; moeders wilden hem voor hun dochters en
sommigen wilden hem heimelijk voor zichzelf. Jonge meisjes wisten
intuïtief dat hij een goede partij was en deden hun best om zijn
aandacht te trekken. Maar Audrey was anders. Ze ondermijnde zijn
zelfvertrouwen. Ze had iets gereserveerds over zich, net als zijn
broer, maar bij Audrey vond Cecil dat ontzettend aantrekkelijk.
Daardoor plaatste ze zich buiten zijn bereik en kreeg ze iets
etherisch dat hij nog nooit bij iemand anders had gezien.
Hij keek naar Louis aan de andere
kant van de tafel en kromp in elkaar van schaamte. Hij had niet
eens de moeite genomen zich voor het diner te kleden. Cecil wist
zeker dat hij zijn manieren met opzet was vergeten om hem te
irriteren. Maar Louis was ontembaar en wild, en was waar hij ook
kwam een blok aan het been. Cecil herinnerde zich hoe opgelucht
zijn ouders waren geweest toen hij had aangeboden hem mee te nemen
naar Zuid-Amerika. Ze deden alsof het hun speet, maar hij wist dat
ze dolblij waren om afscheid van hem te kunnen nemen. Hij had hen
ontzettend in de kou laten staan.
Rose ging haar zuster en dochters
voor naar binnen, terwijl de mannen gingen roken op het terras en
over de voors en tegens van privatisering spraken. Isla greep
Audrey bij haar arm en siste in haar oor: 'Is hij niet de
aantrekkelijkste man die je ooit gezien hebt?'
'Wie, Louis?'
Isla schudde ongeduldig haar
hoofd. 'Doe niet zo mal. Louis is een rare kwibus! Nee, Cecil. Hij
is zo knap dat de tranen me in de ogen springen.'
'Dat is hij zeker,' zei ze
luchtig. 'Hij is een echte heer.'
'Wat had jij een mazzel dat je
onder het eten de hele tijd met hem kon praten, ik kon alleen maar
vol verlangen toekijken. Ik vind het enig dat hij op je feestje
komt, Audrey, ik ben de eerste die met hem gaat dansen.'
'Best hoor.'
'Alleen maar voor de gein. Ik
vind niets zo leuk als alle andere meisjes de ogen uitsteken. Hij
is de meest begeerlijke vrijgezel in Buenos Aires, Audrey, en als
jij wilt kun je hem krijgen.'
'O, Isla, je bent nog steeds
dronken!' Ze lachte.
'Misschien, maar niet zo dronken
dat ik niet heb gezien hoe hij naar je keek.'
'Onzin. Hij was alleen maar
beleefd.'
'Er zijn grenzen aan beleefdheid,
en die heeft hij ver overschreden!' Audrey kon er niets aan doen
dat ze zich gevleid voelde, want ze was tenslotte niet ongevoelig
voor de aandacht van zo'n aantrekkelijke man, en door de
belangstelling die hij had getoond nam haar stemming een hoge
vlucht.
Pas toen ze op het punt stonden
om te vertrekken was Audrey alleen met Louis onder het zachte licht
van de straatlantaarn. Ze keek zorgelijk achterom naar het pad,
waar ze de rest van haar familie bij de deur zag staan dralen met
Cecil, die naar een bijzondere boom in de hoek van de tuin wees
waarvan niemand wist hoe hij heette maar die iedereen altijd
versteld deed staan, zelfs de vele vakkundige botanisten die uit
heel Zuid-Amerika waren toegestroomd om hem aan een onderzoek te
onderwerpen. Louis streek met een onvaste hand zijn
zandkleurige haar van zijn voorhoofd en liet zijn blik rusten op de
nerveuze jonge vrouw die naast hem van de ene voet op de andere
hipte, opeens onzeker van zichzelf nu ze helemaal alleen was. 'Dans
je ook?' vroeg hij. Het kwam Audrey voor dat zijn vraag niet was
ingegeven door beleefdheid maar door oprechte nieuwsgierigheid,
want hij keek haar gespannen aan alsof haar antwoord heel
belangrijk voor hem was.
'Een beetje,' antwoordde ze, in
haar verlegenheid niet in staat een glimlach te onderdrukken. 'Maar
ik geloof niet dat ik erg goed in dansen ben.'
'Volgens mij kun je het heel
goed. Als je loopt, heb je een natuurlijke elegantie. Kijk maar,'
zei hij peinzend terwijl hij toekeek hoe ze haar lichaamsgewicht
van de ene voet op de andere verplaatste, 'je danst nu al, en je
beseft het zelf niet eens.'
Ze keek omlaag naar haar voeten.
'Dat zou ik geen dansen willen noemen,' zei ze. 'Ik doe het niet zo
vaak. Ik krijg er de gelegenheid niet toe.'
'Ik zou je wel willen leren de
tango te dansen,' zei hij, en hij knipte met zijn vingers als in de
maat van een melodie die alleen hij kon horen. 'Ik zou wel over de
keienstraatjes van Buenos Aires willen dansen. Ik zou graag met jou
willen dansen.' Audrey beet op haar lip en bleef vervolgens
verbaasd staan kijken toen hij begon te neuriën, zijn lichaam op de
maat meebewoog, en zijn handen en knieën ophief met de gratie van
een volleerd danser. Audrey lachte, en dit keer zag ze zijn gezicht
opbloeien in de breedste en meest bekoorlijke grijns die ze ooit
had gezien. Niets vond hij zo heerlijk als ingaan op de
niet-aflatende ritmes die hem door het hoofd speelden, en zijn
vreugde deed hem van binnenuit oplichten als een lantaarn. Audrey
dacht aan tante Edna's zonneschijn-echtgenoot en begreep wat ze
bedoeld had.
'Jij weet er wel weg mee,' zei ze
naar waarheid, en ze wenste dat ze het aan zou durven om met hem
mee te dansen.
'Ja, maar niet met de
tango.'
'Dat is een schitterende
dans.'
'Schitterend,' beaamde hij. 'Het
zijn heel strakke passen, maar daaronder zindert het van de
sensualiteit. Het is de meest romantische dans die er bestaat. Zo
dichtbij, maar toch niet dichtbij genoeg. Mijn haren rijzen me te
berge als ik er alleen al naar kijk, maar het zou helemaal
fantastisch zijn als ik hem zelf zou kunnen dansen.' Zijn ogen
werden groot van opwinding.
'De tango wordt gedanst in
Palermo,' zei ze. 'Ben je al in Palermo geweest?' Hij schudde zijn
hoofd. 'Er is een cafeetje waar tangoavonden worden gehouden. Dat
weet ik omdat het meisje van tante Hilda er is geweest. Dat is
trouwens geheim - tante Hilda zou niet weten wat ze hoort. Zij
beschouwt de tango als iets wat net zo intiem is als... als...' Ze
bloosde.
'Als de liefde bedrijven?' merkte
hij op.
'Ja,' antwoordde ze met
dichtgesnoerde keel, en ze slikte moeizaam.
'Ze heeft gelijk, dat is ook zo.
Daarom spreekt hij me ook zo aan. Je tante is zeker oud en
uitgedroogd?' Audrey lachte en raakte haar hete wangen aan met haar
hand in de hoop ze te doen afkoelen. 'Misschien neemt een gelukkig
man je op een goede dag mee om de tango te gaan dansen in Palermo,'
zei hij bedaard.
'Niet als het aan mijn tante zou
liggen - of aan mijn moeder, wat dat aangaat. Ik geloof niet dat
het iets is wat een nette jongedame geacht wordt te
doen.'
'Wat saai om een nette jongedame
te moeten zijn. Nette jongedames zouden tot klokslag twaalf uur
moeten optreden, en na die tijd zouden ze van het podium af moeten
mogen stappen om plezier te maken. Ik zou wel eens willen zien hoe
jij het theater via de achterdeur verlaat en de tango danst tot
zonsondergang.' Toen voegde hij er op vertrouwelijke toon aan toe:
'Je bent een dromer, net als ik. Mensen begrijpen dromers niet. We
maken ze bang. Wees niet bang om te dromen, Audrey.'
Er viel een diepe stilte, terwijl
Audrey moeite deed haar verlegenheid te overwinnen en iets te
zeggen, en Louis haar als betoverd aankeek. Hij wist zeker dat ze
van hetzelfde slag waren, dat zij de eerste was die hem begreep.
Met kinderlijk instinct had Louis opgemerkt dat Audrey een groot
hart had en een enorm vermogen om lief te hebben, en hij werd tot
haar aangetrokken vanuit een verlangen dat zijn hele lichaam deed
trillen.
Net toen Audrey op het punt stond
hakkelend iets uit te brengen, leidden haar ouders het kleine
groepje het pad op naar hen toe. Nog steeds lachten ze en spraken
ze over de bijzondere boom. 'En hoe noemen jullie hem nou?' vroeg
Cecil.
'De vogelboom.,' antwoordde
Henry.
'Omdat hij in de zomer om de een
of andere reden allerlei vogels aantrekt,' zei Rose, en ze stak
haar arm door die van haar man.
'Nou, wat het ook is, hij is erg
mooi,' besloot Cecil. 'Hartelijk bedankt dat je ons hebt
uitgenodigd, Rose, we hebben een heerlijke avond gehad.'
'Graag gedaan," antwoordde ze
enthousiast. 'En welkom in Hurlingham. Jullie kunnen zo vaak
langskomen als jullie willen. Jullie zijn tenslotte vrijwel
familie.' Ze merkte op dat Cecil speciale aandacht aan Audrey
besteedde voordat hij en zijn broer de straat op liepen naar de
club. Het had haar aangenaam verrast te zien hoe goed ze het met
elkaar hadden kunnen vinden, en het was evenmin aan haar aandacht
ontsnapt dat Audrey, toen ze onder de vogelboom hadden staan
praten, niet één maar twee keer door de tuin heen een blik op Cecil
had geworpen. Ze ademde diep de suikerzoete lucht in en had het
gevoel dat er een prille liefde opbloeide.
Die avond lag Audrey in bed te
mijmeren over de plotselinge verliefdheid die geheel zonder
waarschuwing de kleur van alle dingen had veranderd. Ze kon niet
slapen en was te rusteloos om te lezen. Ze kon het spookachtige
gefluit van de politieagenten horen die elkaar terwijl ze op straat
patrouille liepen signalen gaven, en door het open raam dreef nu
een warm briesje naar binnen dat de geur met zich meevoerde van
sinaasappelbomen en jasmijn. Maar evenmin als het geruststellende
gefluit vermocht een zoete geur vanuit de tuin haar gekwelde hart
tot rust brengen. Het was vochtig, te warm om een prettige
lighouding te vinden. Dus sloeg ze het dek van zich af en liep op
haar tenen de trap af, door de blauwe schaduwen in de stille gang.
Toen ze eenmaal in de tuin was, herademde ze. De dauw sijpelde
tussen haar tenen, koel, vochtig en aangenaam. Terwijl ze de weg
nam die ze kort tevoren had gevolgd door de sinaasappelboomgaard,
dacht ze terug aan het korte gesprek met Louis dat haar zo van slag
had gebracht. Ze haalde zich zijn nonchalante glimlach voor de
geest en het verre licht in zijn ogen, en dacht mijmerend aan zijn
angstwekkende onvoorspelbaarheid en zijn verrukkelijke
impulsiviteit. Hij leek verheven boven de regels waarnaar alle
andere mensen leefden, hij deed wat zijn hart hem ingaf zonder zich
veel aan te trekken van protocol en etiquette. Audrey werd
aangetrokken tot deze man wiens vage charme een scherp contrast
vormde met zijn directe manier van praten. Ze kon hem niet goed
plaatsen - ze kende niemand met wie ze hem kon vergelijken. Hoewel
haar instincten haar voor hem waarschuwden, kon ze zich er niets
aan doen dat een stormwind haar emoties opzweepte tot schuim. Hij
had iets angstaanjagend instabiels over zich, maar tegelijkertijd
was haar dat heel bekend. Ze voelde zich op haar gemak bij haar
angst.
Toen ze weer in haar bed kroop,
ontvlood de slaap haar niet langer, maar wikkelde die haar in
dromen die zo aangenaam waren dat ze er niet uit wilde ontwaken. In
het schemerrijk van haar verbeelding danste ze met Louis over de
keienstraatjes van Palermo. Hun lichamen waren één, zo dicht bij
elkaar dat ze de warmte van zijn huid door haar jurk heen kon
voelen, en de warmte van zijn adem in haar hals, en ze kenden
allebei de passen alsof ze die al hun leven lang hadden
gedanst.