•7•

Nauwelijks twintig minuten later stopte er een sedan op de oprit van het huisje. Een man en een vrouw stapten uit. Het metaal van hun wapens weerspiegelde het licht van de koplampen van de auto. Ze liepen naar de dode man toe en de vrouw knielde neer om het lichaam te inspecteren. Als ze Ken Newman niet zo goed zou hebben gekend, zou ze misschien niet hebben geweten wie het was. Ze had al vaker een lijk gezien, maar toch voelde ze haar maag in opstand komen. Snel stond ze op en wendde zich af. Met hun tweeën doorzochten ze het huis uitvoerig en inspecteerden toen de bosrand voordat ze terugliepen naar het lichaam.

De grote man met de brede borst keek op Newman neer en slaakte een verwensing. Howard Constantinople, ‘Connie’ voor zijn vrienden, was een ervaren fbi -agent die in zijn carrière al bijna alles had meegemaakt. Maar dit was nieuw, zelfs voor hem. Ken Newman was een goede vriend geweest. Connie had moeite zijn tranen te bedwingen.

De vrouw kwam naast hem staan. Ze was net zo lang als hij, ruim een meter tweeëntachtig. Haar bruine haar was kortgeknipt en krulde naar binnen over haar oren. Ze had een lang gezicht, smal en intelligent, en ze droeg een stijlvol, goed zittend broekpak. De jaren en de ervaringen van haar beroep hadden dunne lijnen geëtst rond haar mond en haar donkere, droevige ogen. Ze liet haar blik door de omgeving dwalen met het gemak van iemand die niet alleen gewend was te observeren maar ook om de juiste conclusies te trekken op grond van wat ze zag. Er lag een scherpe trek om haar mond waaruit een geweldige woede sprak.

Brooke Reynolds was negenendertig jaar, en met haar knappe gezicht en haar lange, slanke figuur zou ze heel aantrekkelijk zijn geweest voor mannen als ze die aandacht had gezocht. Maar ze zat midden in een bittere scheiding die een ramp was voor haar twee jonge kinderen, en ze wist niet of ze ooit nog een man in haar leven zou toelaten.

Ondanks de protesten van haar moeder was Reynolds door haar vader, een fanatieke honkbalfan, Brooklyn Dodgers Reynolds gedoopt. Haar vader was nooit meer de oude geworden toen zijn geliefde club naar Californië was verhuisd. Bijna vanaf het eerste moment had haar moeder erop gestaan dat ze Brooke werd genoemd.

‘Mijn god,’ zei Reynolds ten slotte, starend naar haar dode collega.

Connie keek haar aan. ‘Wat doen we nu?’

Ze schudde de wanhoop van zich af. Er moest gehandeld worden, snel maar systematisch. ‘Hier is een misdrijf gepleegd, Connie. We hebben niet veel keus.’

‘De plaatselijke politie?’

‘Dit is een aanslag op een federale agent,’ zei ze, ‘dus moet de fbi de leiding nemen.’ Ze merkte dat ze haar blik niet van het lichaam kon losmaken. ‘Maar we moeten natuurlijk samenwerken met de politie hier. Ik heb goede contacten met ze, dus ik weet vrij zeker dat we de publiciteit wel kunnen indammen.’

‘Bij een moord op een federale agent moet Geweldsdelicten worden ingeschakeld. Dat betekent een breuk in onze Chinese muur.’

Reynolds haalde diep adem en slikte haar opkomende tranen weg. ‘We zullen ons best doen. Eerst moeten we de plaats van het misdrijf afgrendelen. Dat zal niet zo moeilijk zijn, hier. Daarna zal ik Paul Fisher op het hoofdkwartier bellen om hem in te lichten.’ In gedachten volgde Reynolds de hele hiërarchie van het wfo , het Washington Field Office. Ze zou de verschillende sectiehoofden – de asac en de sac – moeten waarschuwen, en daarna de adic of adjunct-directeur, die de leiding had van het bureau in Washington en direct onder de fbi -directeur stond. Al die afkortingen, dacht ze: genoeg om een slagschip tot zinken te brengen.

‘Ik durf er wat onder te verwedden dat de directeur zelf ook komt kijken,’ vervolgde Connie.

Reynolds kreeg kramp in haar maag. Een vermoorde agent was altijd een schok. Een agent die was doodgeschoten terwijl hij onder háár verantwoordelijkheid viel, was een nachtmerrie die ze nooit te boven zou komen.

Een uur later was het al veel drukker, maar de pers liet zich gelukkig nog niet zien. De lijkschouwer bevestigde wat iedereen die de gapende wond had gezien allang wist: dat speciaal agent Kenneth Newman was gedood door een van grote afstand afgevuurde kogel in de nek, die door het gezicht was uitgetreden. Terwijl de plaatselijke politie de wacht hield, waren agenten van Geweldsdelicten al systematisch bezig om naar sporen te zoeken.

Reynolds, Connie en hun superieuren verzamelden zich bij haar auto. De adjunct-directeur was Fred Massey, de hoogste agent ter plaatse. Hij was een kleine, humorloze man die voortdurend op een overdreven manier zijn hoofd schudde. Het boordje van zijn witte overhemd hing los om zijn nek en zijn kale hoofd leek bijna lichtgevend in het schijnsel van de maan.

Een agent van Geweldsdelicten kwam uit het huis naar buiten met een videoband en twee bemodderde schoenen. Reynolds en Connie hadden de schoenen wel gezien toen ze het huis doorzochten, maar waren zo verstandig geweest om het bewijsmateriaal niet te verstoren.

‘Er is iemand binnen geweest,’ meldde de man. ‘Deze schoenen stonden op de stoep bij de achterdeur. De deur is niet geforceerd, maar het alarm is wel ingeschakeld en de kast met de apparatuur stond open. Misschien hebben we de indringer op de band. De video stond aan.’

Hij overhandigde de band aan Massey, die hem meteen aan Reynolds gaf. De boodschap was niet bepaald subtiel. Dit alles was háár verantwoordelijkheid. Zij mocht de eer voor zich opeisen of de schuld op zich nemen. De agent van Geweldsdelicten borg de schoenen in een bewijszak op en ging weer naar binnen om verder te zoeken.

‘Ik wil graag uw mening horen, agent Reynolds,’ zei Massey. Zijn toon was kortaf en iedereen begreep waarom.

Sommige andere agenten hadden openlijk staan huilen en vloeken toen ze het lichaam van hun collega zagen. Als de enige vrouw hier, en bovendien de leider van Newmans team, kon Reynolds zich niet de luxe veroorloven haar eigen tranen de vrije loop te laten. Verreweg de meeste fbi -agenten hoefden in hun hele carrière nooit hun wapen te trekken, behalve op de schietbaan. Reynolds had zich wel eens afgevraagd hoe ze zou reageren als ze zoiets meemaakte. Nu wist ze het: niet erg goed.

Dit was waarschijnlijk de belangrijkste zaak waar Reynolds ooit aan had gewerkt of nog zou werken. Een tijdje geleden was ze toegevoegd aan de afdeling Corruptiebestrijding van de fbi , een onderdeel van de illustere Onderzoeksdivisie Criminaliteit. Nadat ze op een avond een telefoontje van Faith Lockhart had gekregen en haar een paar keer in het geheim had gesproken, was Reynolds aangewezen als leider van een speciaal team dat – als Lockhart de waarheid sprak – enkelen van de hoogste mensen uit de Amerikaanse regering ten val zou kunnen brengen. De meeste agenten zouden hun leven willen geven voor de kans op zo’n zaak in hun carrière. Eén agent had dat vanavond daadwerkelijk gedaan.

Reynolds hield de videoband omhoog. ‘Ik hoop dat we op deze tape iets kunnen zien van wat zich vanavond heeft afgespeeld. En wat er met Faith Lockhart is gebeurd.’

‘Denk je dat zij Ken heeft neergeschoten? Als dat zo is, gaat er binnen twee seconden een opsporingsbericht uit, naar alle hoeken van het land,’ zei Massey.

Reynolds schudde haar hoofd. ‘Ik denk dat ze er niets mee te maken had. Maar voorlopig weten we nog te weinig. We zullen de bloedgroep en andere sporen onderzoeken. Als die alleen kloppen met die van Ken, weten we in elk geval dat Faith niet is geraakt. Ken heeft zelf niet geschoten, en hij droeg zijn kogelvrije vest. Er is een stuk uit zijn Glock weggeslagen.’

Connie knikte. ‘Dat was de kogel die hem heeft gedood. Een schot in zijn nek, uitgetreden via het gezicht. Hij had zijn pistool wel in de hand, waarschijnlijk op ooghoogte. De kogel heeft het wapen geraakt en is afgebogen.’ Connie slikte moeizaam. ‘De sporen op Kens pistool ondersteunen die conclusie.’

Reynolds keek de man verdrietig aan en ging door met haar analyse. ‘Dus Ken stond misschien tussen Lockhart en de schutter in.’

Connie schudde langzaam zijn hoofd. ‘Een menselijk schild. Ik dacht dat alleen de Geheime Dienst zo heldhaftig was.’

‘Ik heb met de lijkschouwer gesproken,’ vervolgde Reynolds. ‘We moeten wachten op de sectie en de analyse van de wond, maar ik vermoed dat het een geweer is geweest. Niet het soort wapen dat een vrouw normaal in haar tasje heeft.’

‘Dus zijn ze opgewacht door iemand anders?’ opperde Massey.

‘Maar waarom zou die hen hebben gedood en daarna pas naar binnen zijn gegaan?’ vroeg Connie.

‘Misschien zijn Newman en Lockhart zelf binnen geweest,’ veronderstelde Massey.

Reynolds wist dat het al jaren geleden was dat Massey zelf als agent actief was geweest, maar hij was wel haar adic en ze kon hem niet openlijk negeren. Aan de andere kant hoefde ze het ook niet met hem eens te zijn.

Ze schudde beslist haar hoofd. ‘Als ze naar binnen waren gegaan, zou Ken niet op de oprit zijn doodgeschoten. Dan zouden ze nog binnen zijn. We ondervragen Lockhart elke keer minstens twee uur achtereen. Wij waren hier een halfuur later dan zij, niet langer. En dat zijn niet Kens schoenen. Maar wel mannenschoenen, maatje vierenveertig. Een grote vent, neem ik aan.

‘Als Newman en Lockhart niet naar binnen zijn gegaan en er geen sporen van braak zijn gevonden, dan kende de moordenaar de code van het alarm.’ Masseys toon was duidelijk beschuldigend.

Reynolds keek zuur, maar ze had geen andere keus dan door te gaan. ‘Aan de positie van Kens lichaam te zien, zou ik zeggen dat hij net uit de auto was gestapt. Toen schrok hij blijkbaar ergens van, trok zijn Glock en werd neergeschoten.’

Reynolds nam hen mee naar de oprit. ‘Kijk eens naar de bandensporen hier. De grond is vrij droog, maar de banden hebben zich diep in de aarde gegraven. Ik denk dat iemand hier bliksemsnel vandaan is gereden. Zo snel dat hij zijn schoenen heeft laten staan.’

‘En Lockhart?’

‘Misschien heeft de schutter haar meegenomen,’ zei Connie.

Reynolds dacht even na. ‘Dat zou kunnen, maar ik begrijp niet waarom. Het lijkt logisch dat ze haar ook hebben vermoord.’

‘Hoe wist die moordenaar trouwens dat hij hier moest zijn?’ vroeg Massey, en hij gaf meteen antwoord op zijn eigen vraag. ‘Een lek.’

Reynolds had al aan die mogelijkheid gedacht sinds ze Newmans lichaam had gevonden. ‘Met alle respect, meneer, maar ik zie niet hoe.’

Massey telde koeltjes de argumenten op zijn vingers af. ‘We hebben nu één dode man, een vermiste vrouw en een paar schoenen. Dat alles bij elkaar betekent dat er een derde persoon moet zijn geweest. Vertel me nou eens hoe die derde persoon hier is gekomen zonder geheime informatie.’

‘Het zou toeval kunnen zijn,’ zei Reynolds heel zacht. ‘Een afgelegen plek, een gewapende overval. Dat komt vaker voor.’ Ze haalde snel adem. ‘Maar als u gelijk hebt en er inderdaad een lek is, dan is het een gedeeltelijk lek.’ Ze keken haar allemaal vragend aan. ‘De moordenaar was niet op de hoogte van de laatste verandering in onze plannen: dat Connie en ik vanavond hier toch naartoe zouden komen,’ legde Reynolds uit. ‘Normaal zou ik met Faith zijn meegegaan, maar ik was bezig met een andere zaak. Dat werd niets, en op het laatste moment besloot ik om Connie te waarschuwen en toch hierheen te gaan.’

Connie keek naar het busje. ‘Je hebt gelijk. Niemand had dat kunnen weten. Zelfs Ken niet.’

‘Twintig minuten voordat we hier kwamen heb ik nog geprobeerd om Ken te bellen. Ik wilde niet onverwachts opduiken. Als hij een auto zou horen die bij het huisje stopte, zou hij misschien achterdochtig zijn geworden en meteen hebben geschoten, zonder vragen te stellen. Maar blijkbaar was hij al dood toen ik hem probeerde te bereiken.’

Massey deed een stap naar haar toe. ‘Agent Reynolds, ik weet dat u vanaf het eerste begin dit onderzoek hebt geleid. Ik weet ook dat het gebruik van dit geheime adres en de tv-opnamen van mevrouw Lockhart door de bevoegde instanties zijn goedgekeurd. Ik begrijp dat het een lastige zaak was en dat u het vertrouwen van de getuige moest winnen.’ Massey wachtte even en scheen zijn woorden met zorg te kiezen. Newmans dood was een schok geweest voor hen allemaal, hoewel fbi -agenten wel vaker gevaar liepen. Maar er moest een schuldige worden aangewezen en dat wist iedereen.

‘Uw aanpak was bepaald niet orthodox,’ vervolgde Massey. ‘En nu is er een agent gedood.’

Reynolds ging er meteen tegenin. ‘We moesten dit heel voorzichtig aanpakken. We konden Lockhart niet omringen met agenten, want dan zou Buchanan al zijn verdwenen voordat we genoeg bewijzen tegen hem hadden.’ Ze haalde diep adem. ‘U vroeg naar mijn mening. Die zal ik u geven. Ik denk niet dat Lockhart op Ken heeft geschoten. Ik denk dat Buchanan erachter zit. We moeten Lockhart proberen te vinden, maar wel voorzichtig. Als we een opsporingsbevel laten uitgaan, is Ken Newman waarschijnlijk voor niets gestorven. En als Lockhart nog leeft, zullen ze haar ook vermoorden als wij de publiciteit zoeken.’

Reynolds keek even naar het busje toen de deuren zich sloten achter Newmans lichaam. Als zij met Faith Lockhart was meegegaan in plaats van Ken, was de kans groot geweest dat zij daar nu zou liggen. Iedere fbi -agent hield rekening met de dood, al was het maar een verre mogelijkheid. Als zij stierf, zou Brooklyn Dodgers Reynolds dan langzaam vervagen in de herinnering van haar kinderen? Ze wist zeker dat haar dochtertje van zes mama nooit zou vergeten, maar gold dat ook voor David van drie? Als zij werd doodgeschoten, zou David dan heel veel jaren later alleen nog over haar spreken als zijn ‘biologische’ moeder? Die gedachte verlamde haar bijna.

Ooit had ze de belachelijke stap gezet om haar hand te laten lezen. De handlezeres had haar warm verwelkomd, haar een kop kruidenthee gegeven en wat met haar gepraat. Haar vragen leken oppervlakkig, maar Reynolds besefte dat ze bedoeld waren om achtergrondinformatie te verzamelen waaraan de vrouw haar eigen hokuspokus kon toevoegen om in Reynolds verleden en toekomst te kunnen ‘zien’.

Nadat ze Reynolds’ hand had bekeken, vertelde de vrouw haar dat ze een korte levenslijn had. Opvallend kort. Zoiets had ze nog nooit gezien. Maar Reynolds zag dat ze naar een litteken op haar hand staarde, dat ze had opgelopen toen ze als meisje van acht in de achtertuin op een gebroken colafles was gevallen.

De handlezeres had haar kopje thee gepakt en afgewacht tot Reynolds meer informatie zou vragen, vermoedelijk tegen extra betaling. Maar Reynolds had haar gezegd dat ze zo sterk was als een os en zelfs al jaren geen griep meer had gehad.

Het hoefde geen natuurlijke dood te zijn, ging de handlezeres verder, en ze trok haar geschilderde wenkbrauwen op om die overbodige constatering te benadrukken.

Reynolds was opgestaan, had haar vijf dollar betaald en was vertrokken.

Nu twijfelde ze toch.

Connie schraapte met zijn schoen over het zand. ‘Als Buchanan erachter zit, ís hij allang verdwenen, neem ik aan.’

‘Dat denk ik niet,’ antwoordde Reynolds. ‘Als hij nu zou vluchten, bekent hij schuld. Nee, hij blijft zitten waar hij zit.’

‘Het bevalt me niets,’ zei Massey. ‘Ik vind dat we een opsporingsbevel voor Lockhart moeten verspreiden om haar te pakken te krijgen, als ze nog leeft.’

‘Meneer,’ zei Reynolds scherp, maar beheerst, ‘we kunnen haar niet als verdachte in een moordzaak laten opsporen als we alle reden hebben om aan te nemen dat zij niet de dader maar misschien zelf het slachtoffer is. Anders kan de fbi achteraf een vervelend proces tegemoet zien, dat weet u ook wel.’

‘Als belangrijke getuige dan. Want dat is ze wel degelijk,’ zei Massey.

Reynolds keek hem strak aan. ‘Een opsporingsbevel is niet de oplossing. Dat doet meer kwaad dan goed. Voor iedereen die ermee te maken heeft.’

‘Buchanan heeft geen enkele reden om haar in leven te houden.’

‘Lockhart is slim genoeg,’ zei Reynolds. ‘Ik heb lang met haar gepraat en haar goed leren kennen. Ze redt zich wel. En als ze het nog een paar dagen volhoudt, hebben wij een goede kans. Buchanan kan onmogelijk weten wat ze ons allemaal heeft verteld. Maar zodra we haar officieel laten opsporen als belangrijke getuige, tekenen we haar doodvonnis.’

Daarop bleef het een tijdje stil. ‘Goed, ik zie wat je bedoelt,’ zei Massey ten slotte. ‘Denk je echt dat je haar in stilte zult kunnen opsporen?’

‘Ja.’ Wat moest ze anders zeggen?

‘Is dat een gevoel of een redelijke overweging?’

‘Allebei.’

Massey keek haar een hele tijd aan. ‘Voorlopig, agent Reynolds, geef ik u opdracht om Lockhart te vinden. De agenten van Geweldsdelicten zullen de moord op Newman onderzoeken.’

‘Als ik hen was zou ik de hele tuin uitkammen op zoek naar de kogel die Ken heeft gedood. En daarna het bos,’ zei Reynolds.

‘Waarom het bos? Die schoenen stonden nog bij de deur.’

Ze keek naar de bosrand. ‘Als ik hier een hinderlaag zou leggen,’ zei ze, wijzend naar de bomen, ‘lijkt dat me de meest geschikte plaats. Voldoende dekking, een vrij schootsveld en een beschutte aftocht. Terug naar een wachtende auto, het geweer lozen, en een snelle rit naar Dulles Airport. Binnen een uurtje zit je in een andere tijdzone. De dodelijke kogel heeft Ken in zijn nek getroffen. Hij lag met zijn gezicht bij het bos vandaan. Hij kan zijn aanvaller niet hebben gezien, anders zou hij hem nooit zijn rug hebben toegekeerd.’ Ze keek nog eens naar het dichte bos. ‘Alles wijst erop dat de schutter zich daar heeft verborgen.’

Er stopte nog een auto en de directeur van de fbi stapte uit. Massey en zijn assistenten liepen haastig naar hem toe. Connie en Reynolds bleven achter.

‘Wat is ons plan?’ vroeg Connie.

‘Ik kan proberen om mijn Cinderella die schoenen te laten passen,’ zei Reynolds, met een blik naar Massey en de directeur, die stonden te praten. De directeur was een voormalige agent die dit drama heel persoonlijk zou opvatten, wist Reynolds. Alles en iedereen die erbij betrokken was zou aan een grondig onderzoek worden onderworpen.

‘We werken de vaste procedure af.’ Ze tikte met haar vinger tegen de videoband. ‘Maar eigenlijk is dit alles wat we hebben. Wie er ook op die tape staat, we zullen hem te grazen nemen. Hoeveel tijd het ook kost.’

‘Ik weet niet hoe dit afloopt, Brooke,’ zei Connie, ‘maar veel tijd hebben we misschien niet meer.’

Onder druk
titlepage.xhtml
Onder_druk_125x200_split_0.xhtml
Onder_druk_125x200_split_1.xhtml
Onder_druk_125x200_split_2.xhtml
Onder_druk_125x200_split_3.xhtml
Onder_druk_125x200_split_4.xhtml
Onder_druk_125x200_split_5.xhtml
Onder_druk_125x200_split_6.xhtml
Onder_druk_125x200_split_7.xhtml
Onder_druk_125x200_split_8.xhtml
Onder_druk_125x200_split_9.xhtml
Onder_druk_125x200_split_10.xhtml
Onder_druk_125x200_split_11.xhtml
Onder_druk_125x200_split_12.xhtml
Onder_druk_125x200_split_13.xhtml
Onder_druk_125x200_split_14.xhtml
Onder_druk_125x200_split_15.xhtml
Onder_druk_125x200_split_16.xhtml
Onder_druk_125x200_split_17.xhtml
Onder_druk_125x200_split_18.xhtml
Onder_druk_125x200_split_19.xhtml
Onder_druk_125x200_split_20.xhtml
Onder_druk_125x200_split_21.xhtml
Onder_druk_125x200_split_22.xhtml
Onder_druk_125x200_split_23.xhtml
Onder_druk_125x200_split_24.xhtml
Onder_druk_125x200_split_25.xhtml
Onder_druk_125x200_split_26.xhtml
Onder_druk_125x200_split_27.xhtml
Onder_druk_125x200_split_28.xhtml
Onder_druk_125x200_split_29.xhtml
Onder_druk_125x200_split_30.xhtml
Onder_druk_125x200_split_31.xhtml
Onder_druk_125x200_split_32.xhtml
Onder_druk_125x200_split_33.xhtml
Onder_druk_125x200_split_34.xhtml
Onder_druk_125x200_split_35.xhtml
Onder_druk_125x200_split_36.xhtml
Onder_druk_125x200_split_37.xhtml
Onder_druk_125x200_split_38.xhtml
Onder_druk_125x200_split_39.xhtml
Onder_druk_125x200_split_40.xhtml
Onder_druk_125x200_split_41.xhtml
Onder_druk_125x200_split_42.xhtml
Onder_druk_125x200_split_43.xhtml
Onder_druk_125x200_split_44.xhtml
Onder_druk_125x200_split_45.xhtml
Onder_druk_125x200_split_46.xhtml
Onder_druk_125x200_split_47.xhtml
Onder_druk_125x200_split_48.xhtml
Onder_druk_125x200_split_49.xhtml
Onder_druk_125x200_split_50.xhtml
Onder_druk_125x200_split_51.xhtml
Onder_druk_125x200_split_52.xhtml
Onder_druk_125x200_split_53.xhtml
Onder_druk_125x200_split_54.xhtml
Onder_druk_125x200_split_55.xhtml
Onder_druk_125x200_split_56.xhtml
Onder_druk_125x200_split_57.xhtml
Onder_druk_125x200_split_58.xhtml
Onder_druk_125x200_split_59.xhtml
Onder_druk_125x200_split_60.xhtml
Onder_druk_125x200_split_61.xhtml