•18•

‘Gedegaust?’ Reynolds staarde de twee technici aan. ‘Mijn band is gedegaust ? Kan iemand me misschien uitleggen wat dat betekent?’ Ze had de tape nu twintig keer bekeken, uit alle mogelijke hoeken, maar ze zag niets anders dan vreemde lijnen en stippen op het scherm, als een luchtgevecht uit de Eerste Wereldoorlog met zware salvo’s van het afweergeschut. Ze zat er al een hele tijd, zonder dat ze iets wijzer was geworden.

‘Ik wil het niet te technisch maken…’ begon een van de mannen.

‘Nee, liever niet,’ viel Reynolds hem in de rede. Ze voelde haar hoofd bonzen. Was de band onbruikbaar? Lieve god, dat kón toch niet?

‘Degaussen is jargon voor het wissen van magnetische dragers. Dat gebeurt om allerlei redenen, vooral om die drager weer voor nieuwe opnamen gereed te maken of om vertrouwelijke informatie te verwijderen. Een videoband is een magnetische drager. De tape die jij ons hebt gegeven is blootgesteld aan ongewenste invloeden die de gegevens hebben vervormd en/of vernietigd, waardoor normaal gebruik niet meer mogelijk is.’

Reynolds staarde de man verbijsterd aan. Wat zou hij hebben gezegd als ze wél om een technische uitleg had gevraagd?

‘Dus je bedoelt dat iemand met opzet die band heeft verpest?’ zei ze.

‘Precies.’

‘Kan het niet aan de band zelf liggen? Hoe weet je zo zeker dat het “ongewenste invloeden” waren?’

‘Dat kunnen we zien aan de mate waarin de beelden zijn vervormd,’ antwoordde de andere technicus. ‘We weten het natuurlijk niet honderd procent zeker, maar waarschijnlijk heeft iemand met die band geknoeid. Ik heb begrepen dat het een heel modern opnamesysteem was, een multiplexer met drie of vier camera’s on line, zodat er geen tijdsintervallen mogelijk waren. Hoe werd het systeem ingeschakeld, met een bewegings- of tripsensor?’

‘Trip.’

‘Een bewegingssensor is beter. De moderne installaties zijn zo gevoelig dat ze al reageren op een hand die iets van een bureau pakt binnen een gebied van een halve vierkante meter. Trips zijn verouderd.’

‘Bedankt, ik zal eraan denken,’ zei ze droog.

‘We hebben met een pixelzoom de details vergroot, maar dat hielp niet. De band is gewist.’

De deur van de kast met de apparatuur had open gestaan, herinnerde Reynolds zich.

‘Goed. Hoe hebben ze dat gedaan?’

‘Daar bestaan allerlei speciale instrumenten voor.’

Reynolds schudde haar hoofd. ‘Ik heb het niet over een laboratorium. Het is ter plaatse gebeurd, op de plek waar de apparatuur stond. En degene die het heeft gedaan wist van tevoren waarschijnlijk niet dat er videocamera’s waren. Ga er dus maar vanuit dat het een geïmproviseerde actie was.’

De technici dachten even na. ‘Nou,’ zei een van hen, ‘als hij een sterke magneet bij zich had en die een paar keer over de recorder heeft gehaald, zou daardoor het patroon van de metaaldeeltjes op de tape zijn verstoord, met als gevolg dat de kostbare beelden verloren gingen.’

Reynolds haalde diep adem en keek zorgelijk. Een eenvoudige magneet kon dus haar enige aanwijzing hebben vernietigd. ‘Is er een mogelijkheid om die beelden te herstellen?’

‘Dat kan, maar dat kost tijd. En we kunnen geen garanties geven voordat we meer weten.’

‘Goed, ga je gang. Maar laat ik één ding duidelijk maken.’ Ze stond op en torende boven de twee mannen uit. ‘Ik móét kunnen zien wat er op die band heeft gestaan. Ik móét kunnen zien wie er in dat huis is geweest. Dat is jullie hoogste prioriteit op dit ogenblik. Ga maar naar de adjunct-directeur als je me niet gelooft, maar hier moet vierentwintig uur per dag aan worden gewerkt. Ik heb die beelden nodig. Is dat goed begrepen?’

De mannen keken elkaar even aan, maar knikten toen.

Toen Reynolds terugkwam op haar kantoor zat er een man te wachten.

‘Paul.’ Ze knikte tegen hem en ging zitten.

Paul Fisher stond op en deed de deur van Reynolds’ kantoor dicht. Hij was haar liaison met het hoofdkwartier. Hij stapte over een stapel dossiers heen en ging weer zitten. ‘Je lijkt me behoorlijk overwerkt, Brooke. Je lijkt altijd overwerkt. Dat vind ik zo leuk aan je.’

Hij grijnsde en Brooke merkte dat ze teruglachte.

Fisher was een van de weinige mensen bij de fbi tegen wie Reynolds opkeek – letterlijk, want hij was zeker een meter vijfennegentig. Ze waren ongeveer van dezelfde leeftijd, hoewel Fisher hoger in rang was dan zij en al twee jaar langer bij de fbi werkte. Hij was zelfverzekerd en goed in zijn vak. Bovendien was hij een knappe vent, nog steeds met het warrige blonde haar en de atletische gestalte van zijn studententijd aan ucla in Californië. Toen het met haar eigen huwelijk langzaam bergafwaarts ging, had Reynolds wel eens gefantaseerd over een affaire met Fisher, die gescheiden was. Zelfs nu was ze blij dat ze vóór zijn onverwachte bezoek de tijd had gehad om naar huis te gaan, te douchen en zich te verkleden.

Fisher had zijn jasje uitgetrokken en zijn shirt viel goed over zijn lange bovenlijf. Zijn dienst was net begonnen, wist ze, hoewel hij bijna al zijn uren op het bureau doorbracht.

‘Ik vind het heel erg van Ken,’ zei hij. ‘Ik was de stad uit, anders zou ik gisteravond ook zijn gekomen.’

Reynolds speelde met een briefopener op haar bureau. ‘Niet zo erg als ik het vind. En zeker niet zo erg als Anne Newman er nu aan toe is.’

‘Ik heb met de sac gesproken,’ zei Fisher, doelend op de special agent in charge , ‘maar ik wil het graag van jou horen.’

Toen ze hem had verteld wat ze wist, wreef hij over zijn kin. ‘De verdachten weten dus dat je achter ze aan zit.’

‘Daar lijkt het wel op.’

‘Je bent toch niet zo lang bezig?’

‘Nee. We hebben nog niet genoeg feitenmateriaal voor justitie, als je dat bedoelt.’

‘Dus Ken is dood en jouw enige getuige wordt vermist. Vertel me eens wat meer over Faith Lockhart.’

Ze keek hem doordringend aan, geschrokken van zijn woordkeus en zijn abrupte toon.

Hij keek net zo ernstig terug en ze zag een onvriendelijke blik in zijn hazelnootbruine ogen. Op dit moment was hij ook niet haar vriend, besefte Reynolds, maar vertegenwoordigde hij de directie.

‘Is er iets wat je míj wilt vertellen, Paul?’

‘Brooke, we zijn altijd eerlijk geweest tegen elkaar.’ Hij wachtte even en trommelde met zijn vingers op de leuning van de stoel alsof hij in morse met haar wilde communiceren. ‘Ik weet dat Massey je gisteravond wat ruimte heeft gegeven, maar iedereen is heel bezorgd over je. Dat wilde ik je zeggen.’

‘Ik weet wel, in het licht van de laatste ontwikkelingen…’

‘Ze waren al eerder bezorgd. De laatste gebeurtenissen hebben die bezorgdheid alleen vergroot.’

‘Moet ik de zaak laten vallen? Jezus, er zijn misschien mensen bij betrokken waarnaar overheidsgebouwen zijn genoemd!’

‘Het is een kwestie van bewijs. Wat heb je nu helemaal, zonder Lockhart?’

‘Ik weet genoeg, Paul.’

‘Maar welke namen heeft ze je gegeven, behalve Buchanan?’

Reynolds was even van de wijs gebracht. Het probleem was dat Lockhart geen namen had genoemd. Nog niet. Daar was ze te slim voor. De namen hield ze achter tot het moment dat er een deal was gesloten.

‘Nog niets specifieks. Maar dat komt wel. Buchanan deed geen zaken met leden van het plaatselijke schoolbestuur. En ze heeft ons het een en ander over zijn methode verteld. Ze werken voor hem zolang ze nog een invloedrijke positie hebben, en als ze uit de politiek stappen heeft hij een baantje voor ze dat niets voorstelt maar waar ze wel een gigantisch salaris mee verdienen, plus andere voordelen. Heel eenvoudig, maar wel briljant. En ze heeft ons zoveel details gegeven dat ze het niet zelf kan hebben verzonnen.’

‘Ik twijfel niet aan haar geloofwaardigheid, maar ik herhaal mijn vraag. Kun je iets bewijzen? Op dit moment?’

‘We doen ons uiterste best om bewijzen te vinden. Voordat het gisteravond fout ging, wilde ik haar juist vragen om een microfoontje onder haar kleren te verbergen. Je kunt die dingen niet overhaasten, dat weet jij ook wel. Als ik haar te veel onder druk zou zetten of haar vertrouwen zou verliezen, blijven we met lege handen achter.’

‘Wil je mijn beredeneerde analyse?’ Fisher vatte haar stilzwijgen als een bevestiging op. ‘Het gaat om een groep onbekende maar invloedrijke mensen, van wie een groot aantal een financiële regeling in het vooruitzicht heeft of op dit moment al goed verdient met een rustig baantje na hun politieke carrière. Wat is daar zo bijzonder aan? Dat gebeurt zo vaak. Ze bellen elkaar, gaan samen lunchen, smoezen wat met elkaar en lossen oude schulden in. Dat is Amerika. Wat wil je nou?’

‘Dit gaat veel verder, Paul. Veel verder.’

‘Bedoel je dat je concrete illegale praktijken kunt aantonen, met voorbeelden hoe wetsvoorstellen zijn gemanipuleerd?’

‘Niet precies.’

‘Niet precies, nee. Eerder het omgekeerde.’

Reynolds moest toegeven dat hij gelijk had op dat punt. Hoe moest je bewijzen dat iemand iets níét had gedaan? Veel middelen die Buchanans mensen gebruikten om hem te helpen waren methoden die alle politici hanteerden, volstrekt legaal. Maar het ging om hun motieven. Waaróm iemand iets had gedaan, niet hóé. Het motief was illegaal, de methode niet. Zoals een sportman die niet zijn best deed in een wedstrijd omdat hij was omgekocht.

‘Is Buchanan directeur van die onbekende bedrijven waar die voormalige, onbekende politici een baantje krijgen? Is hij aandeelhouder? Heeft hij de zaak gefinancierd? Doet hij nu nog zaken met hen?’

‘Je klinkt als een advocaat voor de verdediging,’ zei ze geïrriteerd.

‘Dat is ook de bedoeling. Omdat je op dat soort vragen een antwoord zult moeten hebben.’

‘We hebben nog geen bewijzen gevonden die Buchanan rechtstreeks in verband brengen met deze zaak.’

‘Waarop baseer je je conclusie dan? Wat is je bewijs dat zo’n verband zelfs maar bestáát?’

Reynolds wilde antwoorden maar zweeg toen abrupt. Ze bloosde en in haar irritatie brak ze het potlood tussen haar vingers doormidden.

‘Laat mij het maar zeggen,’ zei Fisher. ‘Faith Lockhart, je verdwenen getuige, is je enige bewijs.’

‘We vinden haar wel, Paul. En dan kunnen we verder.’

‘Maar als je haar niet vindt? Wat dan?’

‘Dan bedenken we een andere manier.’

‘Zou je zonder haar de identiteit van de omgekochte politici kunnen achterhalen?’

Reynolds had graag ja willen zeggen op die vraag, maar dat kon ze niet. Buchanan had tientallen jaren in Washington gewerkt en vermoedelijk contact gehad met alle politici en hoge ambtenaren in de stad. Zonder Lockhart zou het nooit lukken om die lijst in te korten.

‘Alles is mogelijk,’ zei ze lamlendig.

Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee, dat is niet zo, Brooke.’

‘Buchanan en zijn vriendjes hebben de wet overtreden!’ viel Reynolds uit. ‘Telt dat dan niet?’

‘Nee. Dat telt niet in een rechtszaak als je geen bewijzen hebt.’

Ze sloeg met haar vuist op het bureau. ‘Dat weiger ik te geloven, verdomme! Bovendien zijn de bewijzen er wel. We moeten er alleen naar zoeken.’

‘Juist, en dat is het probleem. Misschien had je nog een kans als je het in het diepste geheim kon doen. Maar een onderzoek van deze omvang, naar zulke invloedrijke mensen, kan nooit lang geheim blijven. Bovendien zitten we nu ook met een moordzaak.’

‘En dus komen er lekken, bedoel je.’ Reynolds vroeg zich af of Fisher vermoedde dat die lekken er al waren.

‘Als je achter belangrijke mensen aan gaat, bedoel ik, moet je verdomd zeker zijn van je zaak voordat er iets uitlekt. Je kunt zulke figuren niet op de korrel nemen als je geen zwaar geschut hebt. Op dit moment is je geweer nog niet geladen en ik weet niet waar je je munitie vandaan moet halen. Er staat bijna letterlijk in het handboek van de fbi dat je geen publieke functionarissen mag aanpakken op basis van geruchten en insinuaties.’

Ze keek hem koeltjes aan toen hij dat zei. ‘Oké, Paul, zeg me dan maar wat je precies wil dat ik doe.’

‘Geweldsdelicten zal je op de hoogte houden van het onderzoek. Jij gaat achter Lockhart aan. En omdat die twee zaken onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn, raad ik je aan om samen te werken.’

‘Ik kan hun niets vertellen over ons onderzoek.’

‘Dat vraag ik je ook niet. Als je ze maar helpt bij het onderzoek naar de moord op Newman. En zorgt dat je Lockhart vindt.’

‘En verder? Als we haar niet vinden? Wat gebeurt er dan met mijn onderzoek?’

‘Ik weet het niet, Brooke. De theeblaadjes zijn moeilijk te lezen op dit moment.’

Reynolds stond op en keek uit het raam. Dikke, donkere wolken hadden de dag bijna in een nacht veranderd. Ze zag haar eigen spiegelbeeld en dat van Fisher in het raam. Hij keek strak naar haar, maar ze betwijfelde of hij geïnteresseerd was in haar billen en haar lange benen in de korte zwarte rok en de bijpassende kousen die ze droeg.

Terwijl ze daar stond hoorde ze een geluid dat haar meestal ontging: white noise . De ramen van regeringsgebouwen waar vertrouwelijke gesprekken werden gevoerd konden gevoelig zijn voor afluisterpraktijken. Daarom zaten er tegen de ramen luidsprekers gemonteerd die de menselijke stem filterden, zodat zelfs de beste afluisterapparatuur niet kon opvangen wat er werd gezegd. Daartoe produceerden de speakers een geluid dat leek op het ruisen van een kleine waterval, vandaar de naam white noise . Zoals de meeste mensen die er werkten hoorde Reynolds dat achtergrondgeluid allang niet meer, omdat het een deel van haar dagelijks leven was geworden. Maar nu viel het haar op, heel duidelijk zelfs. Was dat soms een vingerwijzing om ook beter op andere dingen te letten? Dingen of mensen die ze elke dag zag en accepteerde voor wat ze waren, zonder erbij na te denken? Ze draaide zich om naar Fisher.

‘Bedankt voor je steun en vertrouwen, Paul.’

‘Je hebt een spectaculaire carrière achter de rug. Maar bij de overheid is het in één opzicht niet veel anders dan in het bedrijfsleven. De belangrijkste vraag is: “Wat heb je de laatste tijd voor mij gedaan?” Ik wil het niet mooier maken dan het is, Brooke. Ik heb de eerste ontevreden geluiden al gehoord.’

Ze sloeg haar armen over elkaar. ‘Ik stel je nietsontziende eerlijkheid op prijs,’ zei ze kil. ‘Als u me nu wilt excuseren, zal ik zien wat ik de laatste tijd nog voor u kan doen, agent Fisher.’

Toen hij opstond om te vertrekken, bleef hij nog even naast haar staan en legde zijn hand zachtjes op haar schouder. Reynolds deinsde terug, nog niet bekomen van zijn scherpe woorden.

‘Ik heb je altijd gesteund, Brooke, en ik zal je altijd blijven steunen. Je moet niet denken dat ik je voor de leeuwen wil gooien. Zeker niet. Ik heb ontzettend veel respect voor je, ik wil alleen niet dat je hierdoor wordt overvallen. Dat verdien je niet. Deze boodschapper staat aan jouw kant.’

‘Dat is prettig om te weten, Paul,’ zei ze, niet erg enthousiast.

Bij de deur draaide hij zich nog eens om. ‘Wij houden wel contact met de pers vanuit het kantoor in Washington. We hebben al vragen gekregen. Voorlopig laten we het erbij dat er een agent is gedood tijdens een undercoveroperatie. Verder hebben we geen informatie vrijgegeven, ook zijn naam niet. Maar dat kan niet lang zo blijven. En als de dam breekt, weet ik niet wie er natte voeten krijgt.’

Zodra de deur achter hem was dichtgevallen, liep er een rilling over haar rug. Ze had het gevoel alsof ze boven een vat met kokende olie was vastgebonden. Was het haar oude paranoia, of een logische redenering? Ze schopte haar schoenen uit en begon door haar kantoor te ijsberen, zigzaggend tussen de papieren landmijnen door. Ze wipte op en neer op haar voorvoeten, om alle spanning in haar lichaam naar de vloer af te voeren. Het hielp voor geen meter.

Onder druk
titlepage.xhtml
Onder_druk_125x200_split_0.xhtml
Onder_druk_125x200_split_1.xhtml
Onder_druk_125x200_split_2.xhtml
Onder_druk_125x200_split_3.xhtml
Onder_druk_125x200_split_4.xhtml
Onder_druk_125x200_split_5.xhtml
Onder_druk_125x200_split_6.xhtml
Onder_druk_125x200_split_7.xhtml
Onder_druk_125x200_split_8.xhtml
Onder_druk_125x200_split_9.xhtml
Onder_druk_125x200_split_10.xhtml
Onder_druk_125x200_split_11.xhtml
Onder_druk_125x200_split_12.xhtml
Onder_druk_125x200_split_13.xhtml
Onder_druk_125x200_split_14.xhtml
Onder_druk_125x200_split_15.xhtml
Onder_druk_125x200_split_16.xhtml
Onder_druk_125x200_split_17.xhtml
Onder_druk_125x200_split_18.xhtml
Onder_druk_125x200_split_19.xhtml
Onder_druk_125x200_split_20.xhtml
Onder_druk_125x200_split_21.xhtml
Onder_druk_125x200_split_22.xhtml
Onder_druk_125x200_split_23.xhtml
Onder_druk_125x200_split_24.xhtml
Onder_druk_125x200_split_25.xhtml
Onder_druk_125x200_split_26.xhtml
Onder_druk_125x200_split_27.xhtml
Onder_druk_125x200_split_28.xhtml
Onder_druk_125x200_split_29.xhtml
Onder_druk_125x200_split_30.xhtml
Onder_druk_125x200_split_31.xhtml
Onder_druk_125x200_split_32.xhtml
Onder_druk_125x200_split_33.xhtml
Onder_druk_125x200_split_34.xhtml
Onder_druk_125x200_split_35.xhtml
Onder_druk_125x200_split_36.xhtml
Onder_druk_125x200_split_37.xhtml
Onder_druk_125x200_split_38.xhtml
Onder_druk_125x200_split_39.xhtml
Onder_druk_125x200_split_40.xhtml
Onder_druk_125x200_split_41.xhtml
Onder_druk_125x200_split_42.xhtml
Onder_druk_125x200_split_43.xhtml
Onder_druk_125x200_split_44.xhtml
Onder_druk_125x200_split_45.xhtml
Onder_druk_125x200_split_46.xhtml
Onder_druk_125x200_split_47.xhtml
Onder_druk_125x200_split_48.xhtml
Onder_druk_125x200_split_49.xhtml
Onder_druk_125x200_split_50.xhtml
Onder_druk_125x200_split_51.xhtml
Onder_druk_125x200_split_52.xhtml
Onder_druk_125x200_split_53.xhtml
Onder_druk_125x200_split_54.xhtml
Onder_druk_125x200_split_55.xhtml
Onder_druk_125x200_split_56.xhtml
Onder_druk_125x200_split_57.xhtml
Onder_druk_125x200_split_58.xhtml
Onder_druk_125x200_split_59.xhtml
Onder_druk_125x200_split_60.xhtml
Onder_druk_125x200_split_61.xhtml