•35•
Lee werd wakker met een dijk van een kater en besloot te gaan joggen om het beest kwijt te raken. Bij zijn eerste stappen door het zand voelde hij dodelijke pijlen door zijn hersens schieten. Maar na zo’n anderhalve kilometer, toen zijn spieren wat loskwamen, met de frisse lucht in zijn longen en de zilte wind in zijn gezicht, verdween het effect van de wijn en de Red Dog. Toen hij weer terugkwam bij het huis, liep hij naar het zwembad om zijn kleren en zijn pistool op te halen. Hij zat een tijdje op de schommel, genietend van de warme zon, voordat hij naar binnen stapte, waar hij de geur van koffie en eieren opsnoof.
Faith stond in de keuken en schonk een kop koffie in. Ze droeg een spijkerbroek, een shirt met korte mouwen, en ze liep op blote voeten. Toen ze hem zag binnenkomen, pakte ze een beker en schonk koffie voor hem in. Dat simpele, sociale gebaar gaf hem even een warm gevoel. Maar op hetzelfde moment dacht hij terug aan zijn gedrag van die nacht en werd dat tevreden gevoel weggespoeld als een zandkasteel in de branding.
‘Ik dacht dat je de hele dag zou slapen,’ zei ze. Hij vond haar toon overdreven luchtig en ze keek hem ook niet aan.
Dit was waarschijnlijk het moeilijkste moment uit Lee’s hele leven. Wat moest hij zeggen? Hé, sorry dat ik je vannacht heb aangerand.
Hij liep de keuken in, pakte de beker en hoopte half dat hij zou stikken in het brok in zijn keel. ‘Als je iets ongelooflijks stoms en onvergeeflijks hebt gedaan, kun je soms het beste gaan hardlopen tot je erbij neervalt.’ Hij keek naar de eieren. ‘Dat ruikt lekker.’
‘Niet zo lekker als jij gisteravond hebt gekookt. Ik ben nu eenmaal geen keukenprinses. Ik ben meer iemand voor room-service. Maar dat had je al begrepen.’ Toen ze naar het fornuis liep, zag hij dat ze een beetje hinkte. En de blauwe plekken op haar polsen waren hem ook niet ontgaan. Hij legde het pistool op het aanrecht voordat hij zich in een opwelling voor zijn kop zou schieten.
‘Faith?’
Ze draaide zich niet om, maar bleef in de pan met eieren roeren.
‘Als je wilt dat ik wegga, zal ik gaan,’ zei Lee.
Ze scheen erover na te denken. Hij besloot haar te zeggen wat hij onder het lopen had bedacht. ‘Wat er vannacht is gebeurd, wat ik vannacht heb gedaan… daar is geen excuus voor te bedenken. Ik heb me nog nooit van mijn leven zo gedragen, echt niet. Het hoort niet bij mij, maar ik kan het je niet kwalijk nemen als jij daar anders over denkt. Toch is het zo.’
Ze draaide zich abrupt naar hem om, met glinsterende ogen. ‘Hoor eens, ik kan niet zeggen dat ik er geen rekening mee had gehouden dat er iets tussen ons zou gebeuren, zelfs in die nachtmerrie waarin we nu zitten. Ik had alleen niet gedacht dat het zó zou gaan…’ Haar stem brak en ze draaide zich net zo abrupt weer naar de pan toe.
Hij sloeg zijn ogen neer en knikte. Haar woorden waren nog eens zo vernietigend voor hem. ‘Weet je, ik zit met een soort dilemma. Mijn instinct en mijn geweten zeggen me dat ik als de sodemieter uit je leven moet verdwijnen, zodat je niet elke keer dat je me ziet weer wordt herinnerd aan wat er vannacht is gebeurd. Maar ik wil je niet in de steek laten in deze toestand. Met iemand die je wil vermoorden.’
Ze zette het gas uit, pakte twee borden, schoof de eieren erop, smeerde twee geroosterde boterhammen en bracht alles naar de tafel. Lee bewoog zich niet. Hij keek naar haar terwijl ze langzaam heen en weer liep, haar wangen nat van tranen. De blauwe plekken op haar polsen waren als ijzeren boeien om zijn ziel.
Hij ging tegenover haar zitten en prikte wat in zijn eieren.
‘Ik had je vannacht best kunnen tegenhouden,’ zei ze kortaf. Tranen gleden over haar wangen, maar ze deed geen poging om ze weg te vegen.
Lee voelde zijn eigen ogen prikken toen de tranen kwamen. ‘God, ik wilde dat je dat had gedaan.’
‘Je was dronken. Ik zeg niet dat dat een excuus is, maar ik weet ook wel dat je het nooit zou hebben gedaan als je nuchter was geweest. En je ging niet door. Zó diep zou je nooit zinken, daar ga ik vanuit. Als ik dat niet absoluut zeker wist, zou ik je met je eigen pistool hebben doodgeschoten toen je bewusteloos raakte.’ Ze wachtte even en leek naar de juiste woorden te zoeken. ‘Maar misschien is het veel afschuwelijker wat ik jou heb aangedaan dan wat jij vannacht met mij had kunnen doen.’ Ze schoof haar bord weg en keek door het raam naar het begin van een prachtige dag.
Toen ze verderging, klonk haar stem spijtig en ver weg, zowel hoopvol als tragisch: ‘Als klein meisje had ik mijn hele leven keurig uitgestippeld. Ik zou verpleegster worden, en daarna dokter. Ik zou trouwen en tien kinderen krijgen. Dokter Faith Lockhart zou overdag mensenlevens redden en ’s avonds thuiskomen bij een geweldige man die van haar hield en een perfecte moeder zijn voor haar perfecte kinderen. Nadat ik al die jaren had rondgezworven met mijn vader, verlangde ik naar een vaste plek waar ik de rest van mijn leven zou kunnen wonen. Zodat mijn kinderen altijd, altijd zouden weten waar ze me konden vinden. Dat leek zo simpel, zo… bereikbaar toen ik acht jaar was.’ Eindelijk veegde ze met een papieren servet de tranen uit haar ogen en scheen toen pas te voelen dat haar hele gezicht nat was.
Ze keek Lee weer aan. ‘Maar in plaats daarvan heb ik dit leven.’ Haar blik gleed door de mooie keuken. ‘Ik heb het best goed getroffen. Veel geld verdiend. Wat heb ik dan te klagen? Dit is toch de Amerikaanse droom? Geld en macht? Mooie dingen? Verdomme, ik heb zelfs nog wat goed werk gedaan, ook al was het illegaal. Maar toen heb ik alles verpest. Met de beste bedoelingen, maar ik heb het wel verpest. Net als mijn vader. Je hebt gelijk, de appel valt niet ver van de boom.’ Ze zweeg weer even, speelde met haar bestek en legde de vork en het botermesje precies recht naast elkaar.
‘Ik wil niet dat je weggaat.’ Met die woorden stond ze op, liep snel de kamer door en rende de trap op.
Lee hoorde de slaapkamerdeur dichtslaan.
Hij haalde diep adem, stond op en merkte tot zijn verbazing dat zijn knieën knikten. Niet van het hardlopen, wist hij. Hij nam een douche, kleedde zich om en kwam weer beneden. Faiths deur was nog dicht en Lee was niet van plan haar te storen bij wat ze ook deed. Hij voelde zich nerveus en besloot een uurtje te besteden aan het eenvoudige karweitje om zijn pistool schoon te maken. Het nadeel van zout en water was dat ze vuurwapens aantastten en automatische pistolen waren toch al berucht om hun gevoeligheid. Als de munitie niet de goede kwaliteit had, kon je erop rekenen dat het wapen zou weigeren en blokkeren. Wat zand of vuil kon hetzelfde effect hebben. En je kon een pistool niet op dezelfde manier vrijmaken als een revolver, door gewoon de trekker over te halen en een schone cilinder voor te zetten. Tegen de tijd dat je je pistool weer aan de praat had, was je dood. En Lee had de laatste tijd zoveel pech dat zijn pistool ongetwijfeld zou haperen op het moment dat hij het wapen het hardst nodig had. Aan de andere kant waren de 9-mm-Parabellums, afgevuurd uit een compacte Smith & Wesson, wel in staat een paard tegen te houden. Alles wat ze raakten, ging neer. Toch hoopte Lee vurig dat hij het pistool niet nodig zou hebben, want dat kon maar één ding betekenen: dat iemand anders op hém had gevuurd.
Hij herlaadde het vijftienschotsmagazijn, stak het in de greep en bracht een patroon in de kamer. Toen schoof hij de veiligheidspal erop en stak het wapen in de holster. Hij overwoog om met de Honda naar de winkel te rijden voor een krant, maar zelfs voor zo’n eenvoudig ritje ontbrak hem de energie of de motivatie. En hij wilde Faith niet alleen laten. Als ze beneden kwam, moest hij er zijn.
Lee liep naar de keuken om een glas water te drinken toen hij toevallig uit het keukenraam keek. Zijn hart stond bijna stil. Aan de overkant van de weg, boven een hoge heg waaraan geen einde leek te komen, zag hij opeens een klein vliegtuig dalen! Op dat moment herinnerde hij zich het vliegveldje waarover Faith hem had verteld. Het lag aan de andere kant van de weg, achter die hoge heg.
Lee rende naar de voordeur om het toestel te zien landen. Tegen de tijd dat hij buiten stond, was het vliegtuig al uit het gezicht verdwenen. Maar het volgende moment zag hij de staart achter de heg passeren. Het toestel raasde voorbij.
Lee liep de trap op naar de veranda van de eerste verdieping en zag het vliegtuig naar het einde van de landingsbaan taxiën, waar het stopte. De passagiers stapten uit. Een auto stond klaar om hen op te pikken. De bagage werd ingeladen en de passagiers vertrokken. De piloot stapte nu ook uit het tweemotorige propellervliegtuig, deed een paar checks en klom weer aan boord. Een paar minuten later reed het toestel naar de andere kant van de startbaan en keerde daar. De piloot trok het gas open en het vliegtuig vertrok met bulderende motoren in dezelfde richting als het was geland, voordat het zich sierlijk in de lucht verhief. Het zette koers naar zee, beschreef een bocht en verdween snel naar de horizon.
Lee ging weer naar binnen en probeerde wat televisie te kijken terwijl hij tegelijkertijd luisterde of hij Faith al hoorde. Nadat hij langs duizend kanalen had gezapt, concludeerde hij dat er niets te vinden was en deed daarom een spelletje solitaire. Hij vond het zo leuk om te verliezen dat hij tien spelletjes speelde, allemaal met dezelfde uitkomst. Daarna slenterde hij de trap af om te biljarten in de recreatiezaal. Tegen lunchtijd maakte hij een broodje tonijn en een kop groentebouillon en liep ermee naar de veranda, met uitzicht over het zwembad. Om één uur zag hij hetzelfde vliegtuig weer landen. De passagiers stapten uit en het toestel vloog terug. Lee overwoog om op Faiths deur te kloppen om te vragen of ze iets wilde eten, maar deed het toch niet. Hij ging zwemmen, lag een tijdje op het koele beton en ving de hitte van de zon. Elke minuut dat hij ervan genoot voelde hij zich schuldig.
De uren verstreken. Toen het begon te schemeren, dacht hij erover om eten te koken. Nu zou hij Faith toch halen omdat ze iets moest eten. Hij wilde net de trap op lopen toen hij haar deur hoorde opengaan en ze zelf naar beneden kwam.
Het eerste wat hij zag was wat ze droeg: een korte, dunne witkatoenen jurk met een lichtblauwe katoenen sweater er overheen. Ze had blote benen met eenvoudige sandalen die toch heel stijlvol waren. Haar haar zat leuk, ze droeg wat make-up om haar gezicht te accentueren, en bleke rode lippenstift voltooide het geheel. Ze had een kleine tas in haar hand en de sweater bedekte de kneuzingen op haar polsen. Een bewuste keuze, dacht hij. In elk geval was hij blij dat ze niet meer hinkte.
‘Ga je uit?’ vroeg Lee.
‘Eten. Ik bulk van de honger.’
‘Ik wilde zelf koken.’
‘Ik ga liever de deur uit. De muren komen op me af.’
‘Waar wil je dan heen?’
‘Nou, ik dacht dat we sámen ergens naartoe konden.’
Lee keek eens naar zijn verbleekte kakibroek, zijn gympen en zijn poloshirt met korte mouwen. ‘Ik zie er nogal verlopen uit, naast jou.’
‘Dat gaat best.’ Ze wierp een blik op zijn holster. ‘Maar ik zou die six-shooter maar hier laten.’
Hij keek naar haar jurk. ‘Faith, ik weet niet of dat geschikt is voor op de Honda.’
‘De country club is nog geen kilometer verderop. Ze hebben ook een restaurant voor niet-leden. Ik wilde gaan lopen. Het is een mooie avond, zo te zien.’
Ten slotte knikte Lee. Een avondje uit was misschien een goed idee, om meer dan één reden. ‘Klinkt goed. Ik kom er zo aan.’ Hij rende naar boven, deed zijn holster af en borg hem in een la in zijn kamer. Toen plensde hij wat water over zijn gezicht, kamde zijn haar, greep zijn jasje en liep de trap af naar beneden. Faith stond bij de voordeur en schakelde het alarm in. Ze stapten naar buiten en staken de ventweg over naar de stoep, die parallel aan de hoofdweg liep. Rustig gingen ze op weg, onder een hemel die van blauw naar roze was verkleurd toen de zon onderging. Er brandden schijnwerpers in de plantsoenen en de ondergrondse sprinklers waren ingeschakeld. Het ruisen van het water had een rustgevende uitwerking op Lee en de verlichting schiep een prettige sfeer. De hele omgeving leek een bijna etherisch schijnsel te verspreiden, alsof ze over een romantisch verlichte filmset liepen.
Lee keek net op tijd omhoog om hetzelfde tweemotorige vliegtuig weer te zien landen. Hij schudde zijn hoofd.
‘Ik schrok me wild toen ik dat ding vanochtend zag aankomen.’
‘Ik zou ook geschrokken zijn, maar toen ik hier voor het eerst aankwam, zat ik zelf in dat vliegtuig. Dit is de laatste vlucht van vanavond. Straks is het te donker.’
Ze kwamen bij het restaurant, dat in nautische stijl was ingericht: een groot scheepsrad bij de ingang, duikhelmen aan de muren, visnetten aan het plafond, knoestige houten wanden, touwleuningen, handrelingen en een enorm aquarium met kastelen, planten en een bonte verzameling vissen die hier en daar om een hoekje keken. De obers en diensters waren jong, energiek en gekleed als cruisepersoneel. Het meisje dat Faith en Lee bediende borrelde over van enthousiasme toen ze kwam vragen wat ze wilden drinken. Lee bestelde ijsthee, Faith een wijn-spritzer. Daarna zong het meisje de dagschotels, met een welluidende maar enigszins onvaste alt. Toen ze was vertrokken, keken Faith en Lee elkaar even aan en schoten in de lach.
Terwijl ze op hun drankjes wachtten, liet Faith haar blik door de zaal dwalen.
Lee keek haar aan. ‘Zie je bekenden?’
‘Nee. Ik ging eigenlijk nooit uit als ik hier was. Ik had geen zin om mensen tegen te komen die ik kende.’
‘Maak je geen zorgen. Je lijkt totaal niet op Faith Lockhart.’ Hij nam haar nog eens op. ‘Ik had het al eerder moeten zeggen, maar… nou, je ziet er fantastisch uit vanavond. Echt heel mooi.’ Opeens keek hij beschaamd. ‘Niet dat je er anders niet goed uitziet. Ik bedoel alleen…’ Lee wist niet meer wat hij moest zeggen, dus leunde hij maar naar achteren en verdiepte zich in de kaart.
Faith keek hem eens aan. Waarschijnlijk voelde ze zich net zo opgelaten als hij, maar toch kwam er een glimlach om haar lippen. ‘Dank je.’
Ze brachten er twee aangename, gestolen uurtjes door, praatten over onnozele dingen, vertelden verhalen over vroeger en kwamen meer over elkaar te weten. Omdat het buiten het seizoen was en bovendien een doordeweekse dag, waren er niet veel gasten. Toen ze hadden gegeten, namen ze nog koffie en deelden een dikke plak kokosroomtaart. Ze betaalden contant en lieten een flinke fooi achter, waardoor het dienstertje waarschijnlijk de hele weg naar huis zou zingen.
Faith en Lee wandelden langzaam terug, genoten van de frisse avondlucht en een volle maag. In plaats van naar binnen te gaan, nam Faith hem mee naar het strand, nadat ze haar tasje bij de achterdeur had achtergelaten. Ze trok haar sandalen uit en ze liepen verder over het zand. Het was nu helemaal donker, er stond een zachte, verfrissende bries en ze hadden het strand helemaal voor zich alleen.
Lee keek haar aan. ‘Het was een goed idee om uit eten te gaan. Ik had het echt naar mijn zin.’
‘Je kunt heel charmant zijn als je wilt.’
Hij keek even ontstemd, totdat hij besefte dat ze hem plaagde. ‘Samen uitgaan was ook een soort nieuw begin, denk ik.’
‘Dat was ook bij mij opgekomen.’ Ze ging op het strand zitten en groef haar voeten in het zand. Lee bleef staan en tuurde naar de zee.
‘Wat doen we nu, Lee?’
Hij liet zich naast haar vallen, deed zijn schoenen uit en kromde zijn tenen onder het zand. ‘Het zou mooi zijn als we hier konden blijven, maar dat zit er niet in.’
‘Waar moeten we dan naartoe? Ik heb geen andere huizen meer.’
‘Ik heb erover nagedacht. Ik heb nog een paar goede vrienden in San Diego, privé-detectives, net als ik. Ze kennen iedereen. Als ik het hun vraag, zullen ze ons wel helpen om clandestien de grens over te komen naar Mexico.’
Faith leek niet enthousiast. ‘Mexico? En dan?’
Lee haalde zijn schouders op. ‘Ik weet het niet. We kunnen misschien valse papieren krijgen en daarmee naar Zuid-Amerika vluchten.’
‘Zuid-Amerika? Dan kun jij op de cocaïnevelden werken terwijl ik mezelf verkoop in een bordeel?’
‘Hoor eens, ik ben er wel eens geweest. Het is niet alleen drugs en prostitutie. We hebben keus genoeg.’
‘Twee vluchtelingen voor de politie en god-mag-weten wie nog meer?’ Faith staarde naar het zand en schudde ongelovig haar hoofd.
‘Als jij een beter idee hebt, laat dan maar horen,’ zei Lee.
‘Ik heb geld. Veel geld, op een nummerrekening in Zwitserland.’
Hij keek sceptisch. ‘Bestaan die dingen echt?’
‘O ja. En al die internationale samenzweringen waar je van hebt gehoord? Geheime organisaties die de hele wereld regeren? Ook allemaal waar.’ Ze grijnsde en gooide een handje zand naar hem toe.
‘Als de fbi jouw huis of kantoor doorzoekt, vinden ze dan geen gegevens? Als ze de rekeningnummers weten, kunnen ze die in de gaten houden en het geld volgen.’
‘De hele bedoeling van een Zwitserse nummerrekening is dat het absoluut anoniem is. Als Zwitserse banken die informatie zomaar aan iedereen prijsgaven, zou hun hele systeem instorten.’
‘De fbi is niet iedereen.’
‘Maak je geen zorgen. Ze zullen bij mij geen gegevens vinden. Die heb ik bij me.’
Lee leek niet overtuigd. ‘Maar moet je niet naar Zwitserland om het geld op te halen? Want, nou ja, dat is toch een beetje onmogelijk.’
‘Ik ben er wel naartoe gegaan om de rekening te openen. De bank heeft een waarnemer aangewezen, een medewerker van de bank zelf, die de transacties persoonlijk kan afhandelen. Het is nogal omslachtig. Je moet je toegangsnummers tonen, jezelf legitimeren en je handtekening zetten, die ze vergelijken met de handtekening in je dossier.’
‘Dus daarna kun je de waarnemer bellen, die dat allemaal voor je regelt?’
‘Precies. Ik heb al eens een paar kleine transacties gedaan, om te controleren of het werkte. Het is steeds dezelfde man. Hij kent mij en mijn stem. Ik geef hem de nummers en de rekening waar het geld naartoe moet. En dan komt het goed.’
‘Maar je kunt het niet op de rekening van Faith Lockhart laten storten.’
‘Nee, maar ik heb hier een rekening op naam van de slc Corporation.’
‘En jij hebt tekenbevoegdheid?’
‘Ja, als Suzanne Blake.’
‘Het probleem is alleen dat de fbi die naam nu kent. Van het vliegveld, weet je nog?’
‘Heb je enig idee hoeveel Suzanne Blakes er in Amerika wonen?’
Lee haalde zijn schouders op. ‘Dat is ook weer zo.’
‘Dus in elk geval hebben we geld om van te leven. Niet voor eeuwig, maar lang genoeg.’
‘Dat is mooi.’
Ze zwegen een tijdje. Faith keek zo nu en dan zenuwachtig zijn kant op, en dan weer naar de zee.
Hij draaide zich om, zich bewust van haar onderzoekende blikken. ‘Wat is er? Heb ik kokostaart op mijn kin?’
‘Lee, als het geld komt, mag jij de helft nemen en vertrekken. Je hoeft niet met mij mee te gaan.’
‘Faith, dat hebben we al besproken.’
‘Nee, niet waar. Ik heb je zowat bevólen om mee te gaan. Ik weet dat je moeilijk terug kunt zonder mij, maar in elk geval heb je dan geld om ergens anders heen te gaan. Hoor eens, ik zou zelfs de fbi kunnen bellen om ze te zeggen dat jij er niets mee te maken hebt. Dat je me alleen hebt geholpen, zonder te weten wat er aan de hand was. En dat ik je daarna heb geloosd. Dan kun jij weer naar huis.’
‘Dank je, Faith. Maar één stap tegelijk, alsjeblieft. En ik kan niet weg voordat ik weet dat jij veilig bent.’
‘Weet je het zeker?’
‘Ja, heel zeker. Ik ga niet weg als jij me niet wegstuurt. En zelfs dan blijf ik nog in de buurt om ervoor te zorgen dat je niets overkomt.’
Ze stak haar hand uit en pakte zijn arm. ‘Lee, ik kan je nooit genoeg bedanken voor alles wat je voor me hebt gedaan.’
‘Zie me maar als de grote broer die je nooit hebt gehad.’
Maar de blik die ze wisselden betekende heel wat meer dan de affectie tussen broer en zus. Hij keek weer naar het zand en probeerde helder te denken. Faith tuurde naar het water. Toen hij zich even later weer naar haar toe draaide, zag hij dat ze haar hoofd schudde en glimlachte.
‘Waar denk je aan?’ vroeg hij.
Ze stond op en keek op hem neer. ‘Ik denk dat ik graag zou willen dansen.’
Hij staarde haar in stomme verwondering aan. ‘Dansen? Hoeveel heb je eigenlijk gedronken?’
‘Hoeveel avonden hebben we hier nog over? Twee? Drie? En daarna zijn we de rest van ons leven op de vlucht. Toe, Lee, onze laatste kans op een feestje.’ Ze trok haar sweater uit en liet hem in het zand vallen. De witte jurk had smalle schouderbandjes. Ze schoof ze omlaag, gaf hem een knipoog die zijn hart bijna deed stilstaan, en stak hem haar handen toe. ‘Kom, grote jongen.’
‘Je bent niet wijs, echt niet.’ Maar Lee pakte toch haar handen en stond op. ‘Ik moet je wel waarschuwen dat ik al heel lang niet heb gedanst.’
‘Je bent toch een bokser? Je voetenwerk is waarschijnlijk beter dan het mijne. Ik zal eerst wel leiden, dan neem jij het over.’
Lee deed een paar aarzelende passen en liet toen zijn handen zakken. ‘Dit is onzinnig, Faith. Stel dat er iemand kijkt. Dan denken ze dat we gestoord zijn.’
Ze keek hem koppig aan. ‘Ik heb me de afgelopen vijftien jaar van mijn leven constant druk gemaakt over wat iedereen van alles dacht. Het zal me nu een zorg zijn wat ze ervan vinden.’
‘Maar we hebben niet eens muziek.’
‘Neurie maar een wijsje. Luister naar de wind, dan komt het vanzelf.’
En vreemd genoeg was dat ook zo. Ze begonnen eerst langzaam. Lee voelde zich onhandig en Faith had geen ervaring in het leiden. Maar toen ze aan elkaars bewegingen gewend raakten, beschreven ze steeds grotere cirkels in het zand. Na een minuut of tien lag Lee’s hand ontspannen op Faiths heup, haar hand om zíjn middel, met hun beide andere handen verstrengeld op borsthoogte.
Ze kregen steeds meer durf en probeerden spins en twirls en andere patronen uit de Big Band-swing en de Lindy-hop. Het viel niet mee, zelfs op het harde zand, maar ze deden hun best. Een toevallige toeschouwer zou hebben gedacht dat ze dronken waren of hun jeugd nog eens overdeden en met volle teugen genoten. En beide conclusies zouden in zekere zin waar zijn geweest.
‘Ik heb dit sinds mijn schooltijd niet meer gedaan,’ zei Lee met een glimlach. ‘Hoewel we toen naar Three Dog Night luisterden, niet naar Benny Goodman.’
Faith zei niets terwijl ze danste en draaide, steeds gewaagder, steeds verleidelijker, als een flamencodanseres in vuur en vlam.
Ze trok haar jurk op om zich nog vrijer te kunnen bewegen en Lee voelde zijn hart bonzen bij het zien van haar blanke dijen.
Ze waagden zich zelfs in het water en plonsden luid toen ze steeds ingewikkelder passen uitprobeerden. Ze struikelden een paar keer in het zand en zelfs in het koude zilte water, maar ze krabbelden weer overeind en gingen door. Zo nu en dan, na een spectaculaire en perfect uitgevoerde combinatie, stonden ze ademloos te grinniken, als kinderen op het schoolfeest.
Ten slotte bereikten ze het punt waarop ze allebei zwegen, niet langer lachten, maar zich innig in elkaars armen vlijden. Geen gedurfde bewegingen meer, niet langer happend naar adem, maar dicht tegen elkaar aan, in steeds kleinere cirkels. Totdat ze helemaal stilstonden, wiegend in de maat, de laatste dans van de avond, met hun armen om elkaar heen, hun gezichten vlak bij elkaar, turend in elkaars ogen, terwijl de wind om hen heen waaide, de branding tegen het strand sloeg en de maan en de sterren van boven toekeken.
Eindelijk deed Faith een stap terug, met zware oogleden, en voerde een erotische dans uit op een zwijgend lied.
Lee strekte zijn armen naar haar uit om haar terug te nemen. ‘Ik wil niet meer dansen, Faith.’ Zijn bedoeling was helder als glas.
Ze stak hem ook haar handen toe, maar op het laatste moment gaf ze hem een harde duw tegen zijn borst, waardoor hij achterover in het zand viel. Ze draaide zich om en begon te rennen, schaterlachend toen hij haar stomverbaasd nakeek. Maar grijnzend sprong hij overeind, rende haar achterna en kreeg haar te pakken bij de trap naar het strandhuis. Hij legde haar over zijn schouder en droeg haar mee, terwijl ze trappelde met haar benen en zwaaide met haar armen, in een gespeeld protest. Ze waren vergeten dat het alarm was ingeschakeld en stapten door de achterdeur naar binnen. Faith moest rennen om het nog op tijd uit te zetten.
‘God, dat scheelde niet veel. We zitten niet echt op de politie te wachten,’ zei hij.
‘Op niemand.’
Faith pakte hem stevig bij zijn hand en nam hem mee naar haar slaapkamer. Daar zaten ze een paar minuten in het donker op het bed, met hun armen om elkaar heen, zachtjes wiegend, alsof ze hun dans op het strand wilden voortzetten in deze veel intiemere omgeving.
Ten slotte maakte ze zich van hem los en legde haar hand onder zijn kin. ‘Het is lang geleden, Lee. Heel lang, zelfs.’ Ze klonk bijna verlegen bij die bekentenis, en zo voelde ze zich ook. Ze wilde hem niet teleurstellen.
Zachtjes streelde hij haar vingers en keek haar aan bij het geluid van de golven dat door het open raam naar binnen zweefde. Heel geruststellend, dacht ze, het water, de wind, de aanraking van zijn huid. Het zou misschien heel lang duren voordat ze zo’n moment opnieuw zou beleven, misschien wel nooit.
‘Het kan nooit makkelijker voor je worden, Faith.’
Dat verbaasde haar. ‘Waarom zeg je dat?’
Zelfs in het donker voelde ze zich omgeven door de gloed van zijn ogen, alsof hij haar beschermde. De romance uit de vijfde klas, eindelijk werkelijkheid geworden? Maar dit was een man, geen jongen. Een heel unieke man, op zijn eigen manier. Ze nam hem aandachtig op. Nee, duidelijk geen jongen.
‘Omdat ik niet kan geloven dat je ooit met een man bent geweest die voor je voelde wat ik voor je voel.’
‘Makkelijk gezegd,’ mompelde ze, hoewel ze diep geroerd was door zijn woorden.
‘Voor mij niet,’ zei Lee.
Hij zei het zo oprecht, zonder een spoor van de oppervlakkigheid en het egoïsme van de wereld waarin ze zich de afgelopen vijftien jaar zo thuis had gevoeld, dat Faith echt niet wist hoe ze moest reageren. Maar de tijd om te praten was voorbij. Als vanzelf begon ze hem uit te kleden, en hij haar. Hij masseerde haar schouders en haar nek. Zijn grote vingers waren verrassend teder. Faith had verwacht dat ze ruwer zouden zijn.
Hun bewegingen waren ongehaast en natuurlijk, alsof ze dit al duizend keer hadden gedaan in de loop van een lang en gelukkig huwelijk. Zonder moeite vonden ze de goede plekjes om elkaar te behagen.
Ze gleden onder de lakens. Tien minuten later liet Lee zich omlaag zakken, zwaar ademend. Faith lag onder hem, happend naar lucht. Ze kuste zijn gezicht, zijn borst, zijn armen. Hun zweet vermengde zich, hun armen en benen strengelden zich in elkaar. Zo lagen ze daar, pratend en kussend, nog zeker twee uur, terwijl ze soms half in slaap vielen en weer wakker werden. Tegen drie uur in de ochtend begonnen ze weer te vrijen. Totdat ze allebei uitgeput wegzakten in een diepe, diepe slaap.