•39•

Het nummer dat Lee belde was gekoppeld aan een beeper, zodat Buchanan meteen gewaarschuwd werd. Toen de beeper ging, was Buchanan thuis en pakte hij net zijn koffertje voor een bespreking op een advocatenkantoor in de stad dat pro Deo-werk deed voor een van zijn cliënten. Hij had de hoop al opgegeven dat Adams hem ooit nog zou bellen. Toen het toch gebeurde, stond zijn hart bijna stil.

Buchanan had een groot dilemma. Hoe moest hij de boodschap afluisteren en terugbellen zonder dat Thornhill erachter kwam? Maar toen bedacht hij een plan. Hij belde zijn chauffeur – een van Thornhills agenten, zoals gewoonlijk – en liet zich naar het advocatenkantoor rijden.

‘Ik ben wel een paar uur bezig. Ik zal je bellen als ik klaar ben,’ zei hij tegen de chauffeur.

Buchanan stapte het gebouw binnen. Hij was er al eerder geweest en kende de plattegrond. Hij liep niet naar de liften, maar stak de hal over en verdween door een deur achterin, die toegang gaf tot de parkeergarage. Twee verdiepingen lager stapte hij uit de lift en liep de ondergrondse gang door naar de garage. Naast de deur was een telefooncel. Hij deed zijn muntjes in de gleuf en belde het nummer om zijn bericht af te luisteren. Zijn redenering was duidelijk. Als Thornhill een gesprek via een vaste lijn kon afluisteren onder duizend ton cement, was hij een duivelskunstenaar en had Buchanan bij voorbaat al geen kans tegen hem.

Het bericht was kort en Lee’s stem klonk gespannen. Wat hij zei had een verpletterende uitwerking op Buchanan. Lee had een nummer genoemd, dat Buchanan nu belde. Er werd onmiddellijk opgenomen.

‘Meneer Buchanan?’ vroeg Lee.

‘Is alles in orde met Faith?’

Lee slaakte een zucht van verlichting. Hij had gehoopt dat dat Buchanans eerste vraag zou zijn. Dat was al veelzeggend. Maar hij moest voorzichtig blijven. ‘Ik wil zeker weten dat u het bent. U had me een pakket met informatie gestuurd. Hoe had u dat gedaan en wat zat erin? Ik wil meteen antwoord.’

‘Via een persoonlijke koerier van Dash Services. In het pakket zaten een foto van Faith, vijf pagina’s informatie over haar en mijn kantoor, het telefoonnummer waarop u me kon bereiken, een samenvatting van de situatie en de opdracht die ik voor u had. Ik had er vijfduizend dollar bij gedaan, in briefjes van vijftig en twintig. Drie dagen geleden heb ik u op uw kantoor gebeld en een boodschap op uw antwoordapparaat ingesproken. Wilt u me nu zeggen of alles in orde is met Faith?’

‘Het gaat prima met haar, voorlopig. Maar we hebben problemen.’

‘Ja, dat kunt u wel zeggen. Hoe weet ik of u Adams bent?’

Lee dacht snel na. ‘Ik heb een grote advertentie in de Gouden Gids, met een lullig vergrootglas en zo. Ik heb drie broers. De jongste werkt in een motorzaak in het zuiden van Alexandria. Hij heet Scotty, maar op school noemden ze hem Scooter omdat hij aan football deed en zo verdomd hard kon lopen. Als u wilt, kunt u hem bellen om dat te verifiëren.’

‘Dat hoeft niet. Ik ben overtuigd. Wat is er gebeurd? Waarom zijn jullie gevlucht?’

‘Dat zou u ook hebben gedaan als iemand probeerde u te vermoorden.’

‘Vertel me alles, meneer Adams. Zonder iets weg te laten.’

‘Ik weet nu wíé u bent, maar nog niet of ik u wel kan vertrouwen. Wat voor garanties kunt u me geven?’

‘Vertelt u me maar waarom Faith naar de fbi is gegaan. Want dat weet ik. Daarna zal ik u vertellen wie uw werkelijke tegenstander is, want dat ben ik niet. Als u weet wie het wel is, zou u willen dat ik het was.’

Lee dacht daarover na. Hij hoorde dat Faith was opgestaan en naar de badkamer liep. Vooruit, daar gaan we. ‘Ze was bang. Ze zei dat u zich zo vreemd gedroeg. Angstig en nerveus. Ze had geprobeerd met u te praten, maar u werd kwaad en vroeg haar zelfs om ontslag te nemen. Dat maakte haar nog angstiger. Ze was bang dat de politie u op de hielen zat. Daarom ging ze naar de fbi , met de bedoeling om u ook bescherming te bieden als u zou getuigen tegen de mensen die u had omgekocht. Ze wilde een deal sluiten voor u allebei, om zo vrijuit te gaan.’

‘Dat was nooit gelukt.’

‘Achteraf is het makkelijk praten, zoals ze regelmatig tegen me zegt.’

‘Dus ze heeft u alles verteld?’

‘Zo ongeveer. Ze dacht dat u misschien achter die moordaanslag zat. Maar dat heb ik haar uit het hoofd gepraat.’ En ik hoop dat ik gelijk had.

‘Ik had geen idee dat Faith naar de fbi was gegaan tot het moment waarop ze verdween.’

‘Het is niet alleen de fbi die jacht op haar maakt. Er zijn ook nog anderen. Ik zag ze op het vliegveld. En ze hadden iets bij zich dat ik alleen nog maar op een seminar over terreurbestrijding heb gezien.’

‘Wie had dat seminar georganiseerd?’

Die vraag verbaasde Lee. ‘De informatie over terreurbestrijding was afkomstig van de officiële spionnen. De cia , zeg maar.’

‘Nou, in elk geval hebt u de vijand ontmoet en leeft u nog. Dat is heel mooi.’

‘Wat bedoelt…’ Opeens had Lee het gevoel dat zijn bloed bevroor. ‘Wilt u zeggen wat ik dénk dat u wilt zeggen?’

‘Laat ik het zo stellen, meneer Adams: Faith is niet de enige die voor een belangrijke overheidsdienst werkt. En zij heeft dat uit vrije wil gedaan. Ik niet.’

‘O, shit.’

‘Dat kunt u wel zeggen. Waar bent u nu?’

‘Hoezo?’

‘Omdat ik naar u toe wil komen.’

‘En hoe wilt u dat doen zonder ons dat hele doodseskader op ons dak te sturen? Ik neem aan dat u wordt bewaakt.’

‘Ja, en niet zo’n beetje ook.’

‘Dan blijft u maar mooi uit onze buurt.’

‘Meneer Adams, de enige kans die we nog hebben is samen te werken. Dat lukt niet van een afstand. Dus moet ik naar u toe komen, omdat het niet verstandig is als u naar mij toe komt.’

‘Ik ben niet overtuigd.’

‘Ik zal niet komen als ik ze niet kwijt kan raken.’

‘Kwijtraken? Wie denkt u dat u bent, de reïncarnatie van Houdini? En zelfs Houdini had niet aan de fbi én de cia kunnen ontsnappen.’

‘Ik ben geen spion en geen boeienkoning, maar een eenvoudige lobbyist. Maar ik heb één voordeel, ik ken deze stad beter dan wie ook. En ik heb overal vrienden, hoog en laag. Die kunnen nu heel belangrijk voor me zijn. Maakt u zich geen zorgen, ik kom alleen. Misschien hebben we dan een kans om dit te overleven. En nu wil ik met Faith spreken.’

‘Ik weet niet of dat een goed idee is, meneer Buchanan.’

‘Ja, dat is het wel.’

Lee draaide zich op zijn hakken om en zag Faith in een T-shirt op de trap staan. ‘Het wordt hoog tijd, Lee. Het is eigenlijk al veel te laat.’

Hij haalde diep adem en gaf haar de telefoon.

‘Hallo, Danny,’ zei ze in het toestel.

‘God, Faith, het spijt me. Van alles.’ Buchanans stem brak halverwege de zin.

‘Nee, het is allemaal mijn schuld. Ik heb die nachtmerrie opgeroepen door naar de fbi te gaan.’

‘We moeten nu doorzetten. Samen, dat is verstandiger. Hoe is die Adams? Heb je wat aan hem? We zullen hulp nodig hebben.’

Faith keek even naar Lee, die gespannen afwachtte. ‘Volgens mij is dat geen probleem. Sterker nog, het is onze enige troefkaart.’

‘Vertel me maar waar je bent, dan kom ik zo snel mogelijk.’

Ze zei het hem. En ze vertelde hem ook alles wat zij en Lee hadden ontdekt. Toen ze had opgehangen, keek ze Lee aan.

Hij haalde zijn schouders op. ‘Het leek me onze enige kans. Anders zouden we de rest van ons leven op de vlucht moeten blijven.’

Ze kwam op zijn schoot zitten, trok haar benen op en legde haar hoofd tegen zijn borst. ‘Dat was een goed idee van je. Wie onze vijanden ook zijn, Danny zal het hun niet gemakkelijk maken.’

Maar Lee zag het minder optimistisch. De cia ! Huurmoordenaars, experts in computers, satellieten, geheime operaties, luchtdrukpistolen met giftige pijltjes en nog veel meer onaangename zaken. Als hij verstandig was, zette hij Faith nu op de Honda en gingen ze er als de bliksem vandoor.

‘Ik ga douchen,’ zei Faith. ‘Danny zei dat hij zo gauw mogelijk zou komen.’

‘Goed,’ zei Lee met een verre blik in zijn ogen.

Toen Faith de trap opliep, pakte Lee zijn telefoon, wierp er een blik op en verstijfde. Nog nooit in zijn leven was hij zo geschrokken, en dat wilde heel wat zeggen na de gebeurtenissen van de afgelopen paar dagen. Het tekstbericht op het schermpje van de mobiele telefoon was kort en bondig. En het scheelde niet veel of het had Lee’s ijzersterke hart tot stilstand gebracht.

Faith Lockhart voor Renee Adams ,

stond er. Met een telefoonnummer dat hij kon bellen. Ze wilden Faith, in ruil voor zijn dochter.

Onder druk
titlepage.xhtml
Onder_druk_125x200_split_0.xhtml
Onder_druk_125x200_split_1.xhtml
Onder_druk_125x200_split_2.xhtml
Onder_druk_125x200_split_3.xhtml
Onder_druk_125x200_split_4.xhtml
Onder_druk_125x200_split_5.xhtml
Onder_druk_125x200_split_6.xhtml
Onder_druk_125x200_split_7.xhtml
Onder_druk_125x200_split_8.xhtml
Onder_druk_125x200_split_9.xhtml
Onder_druk_125x200_split_10.xhtml
Onder_druk_125x200_split_11.xhtml
Onder_druk_125x200_split_12.xhtml
Onder_druk_125x200_split_13.xhtml
Onder_druk_125x200_split_14.xhtml
Onder_druk_125x200_split_15.xhtml
Onder_druk_125x200_split_16.xhtml
Onder_druk_125x200_split_17.xhtml
Onder_druk_125x200_split_18.xhtml
Onder_druk_125x200_split_19.xhtml
Onder_druk_125x200_split_20.xhtml
Onder_druk_125x200_split_21.xhtml
Onder_druk_125x200_split_22.xhtml
Onder_druk_125x200_split_23.xhtml
Onder_druk_125x200_split_24.xhtml
Onder_druk_125x200_split_25.xhtml
Onder_druk_125x200_split_26.xhtml
Onder_druk_125x200_split_27.xhtml
Onder_druk_125x200_split_28.xhtml
Onder_druk_125x200_split_29.xhtml
Onder_druk_125x200_split_30.xhtml
Onder_druk_125x200_split_31.xhtml
Onder_druk_125x200_split_32.xhtml
Onder_druk_125x200_split_33.xhtml
Onder_druk_125x200_split_34.xhtml
Onder_druk_125x200_split_35.xhtml
Onder_druk_125x200_split_36.xhtml
Onder_druk_125x200_split_37.xhtml
Onder_druk_125x200_split_38.xhtml
Onder_druk_125x200_split_39.xhtml
Onder_druk_125x200_split_40.xhtml
Onder_druk_125x200_split_41.xhtml
Onder_druk_125x200_split_42.xhtml
Onder_druk_125x200_split_43.xhtml
Onder_druk_125x200_split_44.xhtml
Onder_druk_125x200_split_45.xhtml
Onder_druk_125x200_split_46.xhtml
Onder_druk_125x200_split_47.xhtml
Onder_druk_125x200_split_48.xhtml
Onder_druk_125x200_split_49.xhtml
Onder_druk_125x200_split_50.xhtml
Onder_druk_125x200_split_51.xhtml
Onder_druk_125x200_split_52.xhtml
Onder_druk_125x200_split_53.xhtml
Onder_druk_125x200_split_54.xhtml
Onder_druk_125x200_split_55.xhtml
Onder_druk_125x200_split_56.xhtml
Onder_druk_125x200_split_57.xhtml
Onder_druk_125x200_split_58.xhtml
Onder_druk_125x200_split_59.xhtml
Onder_druk_125x200_split_60.xhtml
Onder_druk_125x200_split_61.xhtml