•33•
Lee haalde een six-pack Red Dog uit de koelkast en sloeg de zijdeur dicht, op weg naar buiten. Hij bleef staan bij de Honda en overwoog om gewoon op de grote machine te klimmen en door te rijden tot hij geen benzine, geen geld of geen benul meer had. Toen kwam er een andere mogelijkheid bij hem op. Hij zou in zijn eentje naar de fbi kunnen gaan. Om Faith aan te geven en alle medeplichtigheid te ontkennen. En eigenlijk wíst hij ook niets. Hij had niets verkeerds gedaan en hij was die vrouw ook niets verschuldigd. Ze had hem alleen een hoop angst en ellende bezorgd en hem bijna de dood in gejaagd. Het léék niet zo’n moeilijke beslissing om haar erbij te lappen. Waarom was het dat dan wel?
Hij stapte naar buiten door het hek van de achtertuin en liep over het plankier tussen de duinen door. Hij wilde naar het strand, om naar de zee te kijken en bier te drinken totdat hij laveloos was of een briljant plan had bedacht om hen allebei te redden. In elk geval zichzelf. Om de een of andere reden draaide hij zich om en keek nog even naar het huis. Het licht brandde in Faiths slaapkamer. De rolgordijnen waren half gesloten, maar niet helemaal.
Toen hij Faith zag, bleef Lee doodstil staan. Ze deed de gordijnen niet verder dicht, maar verdween even naar de badkamer en kwam toen weer terug. Ze begon zich uit te kleden. Lee keek haastig om zich heen of niemand zag dat hij naar haar stond te kijken. Het zou een prachtig einde van een spectaculaire dag in het wonderbaarlijke leven van Lee Adams zijn als hij nu door de politie als gluurder werd opgepakt. Maar de andere huizen waren donker, dus hij kon veilig blijven loeren. Eerst trok ze haar shirt uit, toen haar broek. Ze kleedde zich uit totdat ze naakt achter het raam stond. En ze trok geen pyjama of zelfs maar een T-shirt aan. Blijkbaar sliep deze goedbetaalde lobbyiste-idealiste gewoon in haar blootje. Lee had een goed uitzicht op alles wat de handdoek al had doen vermoeden. Misschien wist ze dat hij hier buiten stond en voerde ze een striptease voor hem op? Als troost omdat ze zijn leven had verziekt? Toen ging het licht in de slaapkamer uit. Lee trok een blikje bier open, draaide zich om en liep verder naar het strand. De show was voorbij.
Tegen de tijd dat hij het zand bereikte, had hij zijn eerste blikje al leeg. Het begon weer vloed te worden en hij hoefde niet ver te lopen om tot zijn enkels in het water te staan. Hij trok nog een blikje open en liep door tot aan zijn knieën. De branding was ijzig koud, maar hij ging nog verder, tot het water bijna tot aan zijn kruis reikte. Toen bleef hij staan, om een praktische reden. Je hebt niet veel aan een nat pistool.
Langzaam waadde hij terug naar het strand, gooide het blikje weg, trok zijn doorweekte gympen uit en begon te rennen. Hij was moe, maar zijn benen leken vanzelf te bewegen, zijn armen pompten en zijn adem vormde grote wolken witte damp. Hij rende een snelle mijl, een van de snelste die hij ooit gelopen had, naar zijn gevoel. Toen liet hij zich in het zand vallen en hapte naar zuurstof in de vochtige lucht. Hij was heet en koud tegelijk. Hij dacht aan zijn moeder, zijn vader, zijn broers en zusters. In gedachten zag hij zijn dochter Renee toen ze nog jong was en stelde zich voor dat ze van haar grote paard was gevallen en om haar papa riep, tot ze ten slotte de hoop opgaf omdat hij toch niet kwam. Het leek wel of zijn bloed de verkeerde kant op stroomde, vastliep, niet meer wist waar het naartoe moest. De wanden van zijn lichaam begonnen te wijken, niet in staat om de rest nog binnen te houden.
Hij stond op met knikkende knieën en rende op onvaste benen terug naar zijn schoenen en het bier. Daar bleef hij een tijdje in het zand zitten, luisterend naar het gebulder van de zee, en dronk nog twee blikjes Red Dog. Hij tuurde door het duister. Vreemd eigenlijk. Een paar biertjes en hij kon duidelijk het einde van zijn leven zien aan de horizon. Hij had zich altijd afgevraagd wanneer dat moment zou komen. Nu wist hij het. Na eenenveertig jaar, drie maanden en veertien dagen had de Man daarboven zijn kaartje afgestempeld. Hij keek naar de hemel en wuifde. Hartelijk dank, God.
Hij stond op en liep terug naar het huis, maar ging niet naar binnen. In plaats daarvan slenterde hij naar de ommuurde tuin, legde zijn pistool op de tafel, kleedde zich helemaal uit en dook het zwembad in. Het water moest nog tegen de dertig graden zijn. De kou trok snel uit zijn lijf. Hij dook en raakte de bodem aan, deed een moeizame handstand, blies het vers gechloreerde water uit zijn neusgaten en bleef toen drijven, turend naar de avondhemel en de verspreide wolken. Hij zwom nog een tijdje, oefende zijn crawl en zijn schoolslag, peddelde toen naar de rand en dronk nog een biertje.
Ten slotte klom hij uit het water, ging aan de kant zitten en dacht aan zijn verwoeste leven en de vrouw aan wie hij dat te danken had. Hij dook weer in het water, zwom nog een paar rondjes en kwam toen het zwembad uit. Verbaasd keek hij omlaag. Dat was een verrassing! Hij tuurde naar het donkere raam van de slaapkamer. Sliep ze al? Hoe kon dat nou? Hoe kon ze in godsnaam slapen na alles wat er was gebeurd?
Lee besloot het te controleren. Niemand kon zomaar zijn hele leven verpesten en dan rustig in slaap vallen. Hij keek weer omlaag naar zichzelf. Shit! Hij wierp een blik op zijn natte, zanderige kleren en staarde weer omhoog naar het raam. Snel dronk hij nog een blikje leeg. Met elke slok leek zijn polsslag te versnellen. Hij had die kleren niet nodig en hij kon zijn pistool ook wel hier laten. Als de zaak uit de hand liep, konden er beter geen wapens in de buurt zijn. Het laatste blikje Red Dog gooide hij met een boog over het hek, ongeopend. De vogels mochten het open pikken en zich bezatten. Waarom zou hij een ander geen pleziertje gunnen?
Zachtjes opende hij de zijdeur en met twee treden tegelijk klom hij de trap op. Hij overwoog om haar slaapkamerdeur in te trappen, maar de deur was niet op slot. Voorzichtig duwde hij hem open, keek naar binnen en liet zijn ogen aan het donker wennen. Na een tijdje ontwaarde hij haar op het bed, als één lange worst onder het laken. Eén lange worst. Voor zijn benevelde brein was dat heel erg grappig. Hij deed drie snelle stappen tot hij naast haar bed stond.
Faith keek naar hem op. ‘Lee.’ Het was geen vraag, zoals ze het zei. Het was een simpele constatering waarvan hij de strekking niet begreep.
Hij wist dat ze kon zien dat hij naakt was. En zelfs in het donker moest zijn opwinding zichtbaar zijn. Met een abrupte beweging trok hij het laken van haar af.
‘Lee?’ zei ze. Deze keer was het wel een vraag.
Hij keek neer op de mooie rondingen en zachte lijnen van haar naakte lichaam. Zijn bloed klopte nu nog sneller, kolkte door zijn aderen en gaf hem de potentie van een man die groot onrecht was aangedaan. Hij liet zich ruw tussen haar dijen zakken, met zijn borst op de hare. Ze verzette zich niet en hield zich slap. Hij begon haar hals te kussen, maar stopte toen. Dit was het niet. Geen tederheid. Hij klemde haar polsen in zijn vuisten.
Ze bleef roerloos liggen, zonder iets te zeggen, zonder te protesteren. Dat maakte hem kwaad. Hij hijgde zwaar in haar gezicht. Hij wilde haar duidelijk maken dat het door het bier kwam, niet door haar. Hij wilde haar laten voelen dat dit helemaal niet om háár ging, hoe ze eruitzag, of wat hij voor haar voelde of wat dan ook. Hij was een dronken klootzak met bloeddoorlopen ogen en zij was een makkelijke prooi. Dat was alles. Hij maakte zijn greep wat losser. Hij wilde dat ze zou schreeuwen, dat ze hem zou slaan zo hard als ze kon. Dan zou hij stoppen, eerder niet.
Haar stem brak door het geluid van zijn bewegingen heen. ‘Ik zou het prettig vinden als je je ellebogen van mijn borst af haalt.’
Maar hij hield niet op. Hij ging door. Zijn harde ellebogen tegen haar zachte weefsel. Heer en boer. Doe het dan, Faith. Laat me komen.
‘Je hoeft het niet zo te doen.’
‘Wat had je dan in gedachten?’ vroeg hij met dubbele tong. Hij was niet meer zo dronken geweest sinds hij bij de marine een keer de bloemetjes buiten had gezet in New York. Een geweldige pijn bonsde achter zijn slapen. Vijf biertjes, een paar glazen wijn en hij was nu al straalbezopen. God, hij werd oud.
‘Ik boven. Jij bent te dronken om te weten wat je doet.’ Haar toon was bot, verwijtend.
‘Jij boven? Altijd de baas, zelfs in bed? Vergeet het maar.’ Hij klemde zijn vingers zo hard om haar polsen dat zijn duimen en wijsvingers elkaar raakten. Hij moest haar nageven dat ze geen kik gaf, hoewel hij wist dat hij haar pijn deed omdat hij haar lichaam voelde verstrakken. Hij kneedde haar borsten en haar billen, stootte tegen haar benen en haar bovenlijf. Maar hij deed geen poging om bij haar binnen te dringen. Niet omdat hij te dronken was voor die mechanische beweging, maar omdat hij zelfs stomdronken een vrouw nooit zoiets zou aandoen. Hij hield zijn ogen dicht omdat hij haar niet wilde aankijken. Maar hij legde zijn gezicht wel tegen het hare, zodat ze de dampen van gierst en hop kon ruiken, waarin zijn lust nu was gedrenkt.
‘Ik dacht dat je er dan meer plezier aan zou beleven, dat is alles,’ zei ze.
‘Verdomme!’ brulde hij. ‘Laat je me zomaar mijn gang gaan?’
‘Wat moet ik dan? De politie bellen?’
Haar stem was als een tandartsboor in zijn toch al bonzende schedel. Hij hing nog steeds over haar heen, met zijn armen om de hare geklemd, de spieren van zijn triceps gespannen.
Toen druppelde er een traan uit zijn oog, dwarrelde over zijn wang als een eenzame sneeuwvlok, dakloos, net als hij. ‘Waarom schop je me niet verrot, Faith?’
‘Omdat het jouw schuld niet is.’
Lee voelde zich misselijk worden. De kracht vloeide uit zijn armen. Ze bewoog haar arm en hij liet haar los zonder dat ze een woord hoefde te zeggen. Ze raakte zijn gezicht aan, heel zacht, als een veertje dat uit de lucht viel. Met een simpele beweging veegde ze die ene traan weg. Haar stem klonk schor toen ze zei: ‘Omdat ik je leven heb gestolen.’
Hij knikte begrijpend. ‘Dus als ik bij je blijf, op de vlucht, krijg ik dit elke avond? Als mijn hondenkoekje?’
‘Als je dat wilt.’ Opeens haalde ze haar hand weg en liet hem op het bed vallen.
Hij greep haar niet meer vast.
Ten slotte opende hij zijn ogen en staarde naar de verlammende droefheid op haar gezicht, de sluimerende pijn in de strakke lijnen van haar hals en haar hoofd, de pijn die hij haar had toegebracht en die zij zwijgend had verdragen; de omtrekken van haar eigen wanhoopstranen tegen haar bleke wangen. Het was als een geweldige hitte die dwars door zijn huid sneed, in botsing kwam met zijn hart en het deed verdampen.
Hij klom van haar af en wankelde naar de badkamer. Hij haalde nog net op tijd de wc, waar het bier en het eten er sneller uit kwamen dan het naar binnen was gegaan. Toen zakte Lee bewusteloos op de dure Italiaanse tegelvloer.
Hij kwam weer bij door de koelte van een nat washandje tegen zijn voorhoofd. Faith zat achter hem, met haar armen om hem heen. Ze droeg een soort T-shirt met lange mouwen. Hij zag haar lange, gespierde kuiten en haar magere, gebogen tenen. Hij voelde een dikke handdoek om zijn heupen. Hij was nog steeds misselijk en koud, en zat te klappertanden. Faith hielp hem overeind en hees hem omhoog, met een arm om zijn middel. Hij droeg een jockeyshort. Die moest zij hem hebben aangetrokken, want hij was er niet toe in staat geweest. Hij had het gevoel of hij twee dagen in een kermisattractie heen en weer was geslingerd. Maar samen wisten ze het bed te bereiken. Faith hielp hem erin en legde het laken en de sprei over hem heen.
‘Ik ga wel in een andere kamer slapen,’ zei ze zacht.
Hij zei niets en weigerde zijn ogen nog open te doen.
Hij hoorde haar naar de deur lopen. Vlak voordat ze verdween, zei hij: ‘Het spijt me, Faith.’ Hij slikte. Zijn tong voelde zo dik als een ananas, verdomme.
Voordat ze de deur dichtdeed, hoorde hij haar zeggen, heel zacht: ‘Je zal het niet geloven, Lee, maar het spijt mij meer dan jou.’