•14•
Buchanan keek om zich heen op het drukke vliegveld. Hij had een risico genomen door Adams rechtstreeks te bellen, maar veel keus had hij niet. Terwijl zijn blik door de hal gleed, vroeg hij zich af wie het kon zijn. Die oude dame in de hoek met haar grote tas en haar haar in een knotje? Ze had in hetzelfde vliegtuig gezeten als hij. Een lange man van middelbare leeftijd ijsbeerde heen en weer terwijl Buchanan belde. Hij was ook met Buchanan meegereisd vanaf National.
Thornhills mensen konden natuurlijk overál zijn. Ze waren niet te herkennen. Het was als een aanval met zenuwgas: je kreeg de vijand nooit te zien. Opeens was Buchanan de wanhoop nabij.
Zijn grootste angst was geweest dat Thornhill zou proberen om Faith bij dit complot te betrekken of zich van haar zou willen ontdoen. Buchanan had wel afstand genomen van Faith, maar hij zou haar nooit in de steek laten. Daarom had hij Adams ingehuurd om haar te schaduwen. Nu het einde naderde, wilde hij zeker weten dat haar niets overkwam.
Buchanan had gewoon de simpelste oplossing gekozen en in het telefoonboek gekeken. Lee Adams was de eerste privé-detective die hij tegenkwam. Buchanan moest nu bijna hardop lachen om wat hij had gedaan. In tegenstelling tot Thornhill kon hij niet over een heel leger beschikken. Voor zover hij wist, had Adams zich misschien niet meer gemeld omdat hij vermoord was.
Hij dacht even na. Moest hij naar de ticketbalie vluchten, op het eerste vliegtuig naar een ver land stappen en daar in het niets verdwijnen? Dat was wel een aardige fantasie, maar in de praktijk niet zo gemakkelijk uitvoerbaar. Als hij probeerde te ontsnappen, zou Thornhills onzichtbare leger opeens uit alle hoeken en gaten op hem af duiken, zwaaiend met officiële legitimaties naar iedereen die het lef had om tussenbeide te komen. Daarna zou hij naar een stille kamer in de ingewanden van de luchthaven van Philadelphia worden gebracht, waar Robert Thornhill al rustig zat te wachten met zijn pijp, zijn driedelige pak en zijn nonchalante arrogantie. Heel kalm zou hij Buchanan vragen of hij ter plekke wilde sterven. Want dat kon geregeld worden. En Buchanan zou geen antwoord weten.
Ten slotte deed hij het enige wat hij kón doen. Hij verliet het vliegveld, stapte in zijn gereedstaande auto en reed naar zijn vriend de senator, om de man nog een paar nagels in zijn doodskist te slaan – met een ontwapenende glimlach en een verborgen microfoontje dat niet van huid en haarzakjes te onderscheiden was en zelfs niet door de modernste metaaldetectoren kon worden opgespoord. Een onopvallend busje zou hem volgen om alles te registreren dat door Buchanan en de senator werd gezegd.
Mocht het microfoontje op de een of andere manier worden gestoord, had Buchanan voor alle zekerheid nog een ingebouwde taperecorder in het frame van zijn koffertje die kon worden ingeschakeld door even aan het handvat te draaien. Ook dit apparaat was niet te traceren door de geavanceerde veiligheidsapparatuur van de luchthaven. Thornhill had werkelijk overal aan gedacht. De klootzak.
Onderweg troostte Buchanan zich met een heerlijk inspirerende fantasie over een smekende, gebroken Thornhill, bedreigd door een nest gifslangen, een pot kokende olie en een roestige machete.
Kwamen dromen maar uit…
De man in de hal van het vliegveld was halverwege de dertig, zag er keurig uit in zijn donkere, conservatieve pak en zat te werken op een laptop. Hij verschilde in niets van die duizend andere zakenreizigers om hem heen. Hij leek zich te concentreren op zijn werk en praatte soms even in zichzelf. Op voorbijgangers maakte hij de indruk van iemand die zich voorbereidde op een verkooppraatje, of bezig was met een marketingrapport. In werkelijkheid sprak hij zachtjes in de kleine microfoon die in zijn stropdas zat verborgen. De infrarood-dataports aan de achterkant van zijn computer waren in feite sensors. De één ving elektronische signalen op, de andere was een stemrecorder, die de woorden omzette in geschreven tekst op het computerscherm. De eerste sensor registreerde zonder moeite het telefoonnummer dat Buchanan zonet had gebeld. De stemrecorder had wat meer problemen, vanwege de invloed van al die andere gesprekken, maar het resultaat was toch goed leesbaar. De woorden ‘Waar is Faith Lockhart?’ staarden hem aan vanaf het scherm.
De man gaf het telefoonnummer en de andere informatie aan zijn collega’s in Washington door. Binnen een paar seconden vond een computer in Langley de abonnee en zijn adres. Een ervaren team van professionals, allemaal in dienst van Robert Thornhill, stond al gereed. Enkele minuten later waren ze onderweg naar het appartement van Lee Adams.
Thornhills instructies waren eenvoudig genoeg. Als Faith Lockhart daar was, moest ze worden ‘afgevoerd’, zoals dat in het jargon van de inlichtingendiensten zo vriendelijk heette. Alsof ze ontslag kreeg, haar spullen moest pakken en het gebouw kon verlaten – in plaats van een kogel door haar hoofd te krijgen. En iedereen in haar gezelschap zou hetzelfde lot ondergaan.
In het landsbelang.