•9•
Thornhill zat in de kleine studeerkamer van zijn prachtige, met klimop begroeide huis in een gewilde wijk van McLean, Virginia. De familie van zijn vrouw had geld en hij hield van de luxe die hij daarmee kon kopen – en de vrijheid om zijn hele leven ambtenaar te zijn. Maar op dit moment voelde hij zich minder tevreden.
Het was een ongelooflijk bericht dat hij net had gekregen. Maar zelfs de beste plannen konden misgaan. Hij keek naar de man die tegenover hem zat, een veteraan van de cia en een lid van Thornhills geheime groep. Philip Winslow deelde Thornhills zorgen en idealen. Ze hadden heel wat avonden in Thornhills studeerkamer gezeten, herinneringen opgehaald aan successen uit het verleden en plannen beraamd voor net zulke triomfen in de toekomst. Ze hadden allebei gestudeerd aan Yale, twee van de beste studenten van hun jaar. Ze stamden nog uit een tijd waarin het eervol werd gevonden om je land te dienen. Toen waren er nog heel wat Ivy League-studenten naar de cia gegaan. Ze kwamen uit een generatie waarin mannen nog opkwamen voor de belangen van hun land. Een man met visie moest risico’s durven nemen om die visie te verwezenlijken, daar was Thornhill met hart en ziel van overtuigd.
‘De fbi -agent is dood,’ zei Thornhill tegen zijn vriend en collega.
‘En Lockhart?’ vroeg Winslow.
Thornhill schudde kort zijn hoofd. ‘Ze is verdwenen.’
‘Dus wij schieten een agent van de fbi neer en laten het werkelijke doelwit ontsnappen,’ vatte Winslow de situatie samen. Hij liet de ijsblokjes in zijn glas rinkelen. ‘Niet zo best, Bob. Daar zullen de anderen niet blij mee zijn.’
‘Ik heb nog meer goed nieuws voor je. Onze man is ook beschoten.’
‘Door die agent?’
Thornhill schudde zijn hoofd. ‘Nee. Er was nog iemand anders daar, vanavond. We weten nog niet wie. We hebben Serov ondervraagd en hij heeft een signalement gegeven van de man bij het huisje. We stoppen nu alles in de computer, dus het zal niet lang duren voordat we hem hebben gevonden.’
‘Kon hij ons verder nog iets vertellen?’
‘Nog niet. Serov is voorlopig naar een veilige plaats overgebracht.’
‘Je weet dat de fbi hier veel werk van zal maken, Bob.’
‘Vooral,’ zei Thornhill, ‘om Faith Lockhart te vinden.’
‘Wie verdenken ze van de aanslag?’
‘Buchanan, natuurlijk. Dat ligt voor de hand,’ antwoordde Thornhill.
‘Wat doen we nu met Buchanan?’
‘Voorlopig niets. We houden hem op de hoogte. Van onze versie van de waarheid, tenminste. En terwijl we hem bezighouden, zullen we ook de fbi zo goed mogelijk volgen. Buchanan maakt morgen een reisje buiten de stad, dus dat is geen probleem. Maar als de fbi hem te dicht op de hielen zou komen, moeten we Buchanan vroegtijdig om zeep helpen en onze vakbroeders de feiten toespelen over Buchanans smerige plannetje om Lockhart te laten vermoorden.’
‘En Lockhart?’ vroeg Winslow.
‘O, de fbi zal haar wel vinden. Daar zijn ze heel goed in, op hun beperkte manier.’
‘Maar wat hebben wij daaraan? Als ze praat, verraadt ze Buchanan en sleept hij ons mee.’
‘Ik denk het niet,’ zei Thornhill. ‘Als de fbi haar vindt, zijn wij in de buurt – als wij haar niet éérder vinden. En deze keer zullen we niet falen. Als Lockhart dood is, zal Buchanan snel volgen. Daarna kunnen we doorgaan met ons oorspronkelijke plan.’
‘God, het zou mooi zijn als dat lukte.’
‘O, het lukt wel,’ zei Thornhill met zijn gebruikelijke optimisme. Als je het zo lang in dit wereldje had uitgehouden als hij, moest je wel een positieve houding hebben.