Hoofdstuk 18
Een opluchting, om zelf weer te kunnen rijden en niet meer afhankelijk te zijn van taxi’s of andere chauffeurs. De Lexus had hem gemist, dat wist Eddie zeker. Bijna drie weken had hij bij de garage gestaan, waar alle sporen van het zogenaamde schietincident vakkundig waren uitgewist. Niets meer van te zien, dus eigenlijk was er niets gebeurd. Had meer dan duizend euro gekost, zelfs zwart. Toen hij voor het eerst weer achter het stuur kon zitten, had hij een paar keer op het dashboard geklopt. “Zo, Lexie, daar zijn we weer.” Aan de andere kant van de weg stonden de auto’s in een file. Iedereen wilde kennelijk Amsterdam in, elke dag weer. Pas toen hij boven de honderdvijftig zat, en een stom Volvo-kereltje op zijn voorhoofd tikte nadat Eddie hem rechts was gepasseerd, begon hij vaart te minderen. Die lul in zijn Zweedse rotbak zou hij graag de berm in rijden, maar hij hield zich in. Beheersing, daar ging het om. Straks vooral. Hij moest zich niet laten opnaaien.
Twee minuten later reed een Porsche van de politie hem voorbij. Zijn intuïtie had hij dus op tijd terug. De juiste beslissing op het juiste moment. Vanaf nu zou het allemaal beter gaan. Afslag naar Almere…Hoe kreeg Sylvia het in haar hoofd? Daar wou je toch zelfs morsdood nog niet naartoe, en zeker niet als je een riant huis in de Van Eeghenstraat had. Andere mensen zouden bij wijze van spreken een moord doen voor zo’n woning. Hij glimlachte.
Het had hem beter geleken om niet van tevoren te bellen. Als hij onverwachts voor haar neus stond, kon ze zich niet voorbereiden. Het was zijn aanval en dat bleef de beste verdediging. Dat had hij ooit in praktijk gebracht bij de enkele cafégevechten waarin hij verzeild was geraakt: de eerste klap moest van jou zijn, en het liefst zo hard mogelijk. Zijn TomTom leidde hem moeiteloos naar het juiste adres. Hij was gesteld geraakt op de enigszins lage, licht hese stem van de vrouw die hem de weg wees. “Na tweehonderd meter naar links…op de rotonde rechtdoor.”
Een voordeel van Almere, dat moest hij toegeven: bij een woning zoals deze kon je moeiteloos parkeren. De rode Peugeot 206 van Sylvia stond zo’n tien meter van het huis. Die auto had hij dus ook betaald, zonder er een probleem van te maken. Vanaf de straat was niet te zien of er iemand thuis was.
Kwart voor drie. Sylvia fietste naar huis. Zo was ze ‘s middags altijd ruim op tijd voor Yuri en Daphne. Ze deed haar uiterste best om niet aan de judoleraar te denken, maar door dat zo heftig te proberen bleef hij juist in haar hoofd ronddwalen. Misschien had ze zichzelf in de weg gezeten door hem af te wijzen. Hij wist dat ze alleen was. Ook dat bleek uit het inschrijfformulier voor de judolessen.
Ze voelde zich bezweet en knoopte haar jas open. Het was waanzinnig warm voor de tijd van het jaar. Volgende week zou Yuri zijn eerste les gaan volgen, dat kon mooi voor de kerstvakantie. Misschien moest ze met hem meegaan, en dan zou ze de judoleraar weer zien. Dat wilde ze en tegelijk was ze er bang voor.
Het begon net een beetje druilerig te regenen toen ze haar straat inreed. Tussen twee blokken door liep ze naar de achterkant om haar fiets in het schuurtje te zetten. Ze deed haar jas uit en liet alvast water voor thee in de fluitketel lopen.
In de krant van gisteren, die Floor altijd aan het eind van de dag meenam uit de salon, las ze een artikel over alcoholmisbruik door jongeren. Een foto erbij van een stel jongens met een batterij volle bierglazen voor zich. Ouders hadden er vaak geen benul van hoeveel hun kinderen dronken. “De tolerante houding van ouders speelt een cruciale rol. Uit onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat jongeren hun eerste drankje vaak van de ouders zelf krijgen.” Ze legde de krant weg en staarde in de verte. Floor had haar al voorgesteld om langer te komen werken, ook op zaterdag. Dat zou ze misschien gaan doen als Yuri en Daphne eraan toe waren. Eerst moest alles stabieler en vertrouwder worden, maar ze bleef aangenaam verbaasd over hun aanpassingsvermogen. Over Amsterdam hadden ze het nauwelijks meer. Alleen Yuri had een paar keer gezegd dat hij binnenkort weer een keer naar Amsterdam wilde, naar Eddie. “Kijken hoe het met papa gaat.” Sylvia voelde zich schuldig over de vage toezegging die ze had gedaan. “Gaan jullie scheiden?” had Yuri gevraagd. “Ja, waarschijnlijk wel.” Yuri had gezegd dat hij dat niet leuk vond. Ze had hem tegen zich aan getrokken en geknuffeld, waaraan hij zich gelukkig zonder reserve overgaf. “Ik vind het ook niet leuk,” had ze gezegd, “maar het moet nou eenmaal.”
“Waarom?”
“Dat leg ik je later nog wel ‘ns uit.”
De bel ging.
Toen ze de deur opende en zag wie er op de stoep stond, deed ze een stap terug. Ze wist dat Eddie niet voor eeuwig was te ontlopen. Ooit moest hij weer eens op haar pad verschijnen, maar nu was ze absoluut nog niet toe aan een confrontatie.
Eddie lachte zijn open, ontwapenende lach. “Zou ik even binnen mogen komen?”
Ze schudde haar hoofd.
“Kom op, Syl. We moeten het een en ander afspreken.”
“Later…nu niet.”
“Doe nou niet zo moeilijk.” Hij keek even om zich heen. “Jij loopt zomaar de deur uit, neemt de kinderen mee, laat mij alleen achter. Dan kan je toch op z’n minst even met me overleggen. Dan kunnen we kijken wat voor afspraken we kunnen maken. Het gaat trouwens weer goed met m’n arm.” Hij bewoog de linkerarm een paar keer heen en weer.
“Later.” Ze deed een poging om de deur te sluiten, maar hij had zijn voet al tussen de deur en de drempel gezet.
“Je wilt toch geen problemen?” Eddies toon bleef vriendelijk.
“Nee, natuurlijk niet.”
“Nou dan.” Hij kwam iets meer naar voren. “Misschien kunnen we wat afspreken over de kinderen. Dat ze af en toe bij mij komen. Ik wil ze ophalen en weer terugbrengen. Over andere dingen hebben we het dan later wel.”
Ze wist dat ze hier niet op in moest gaan. Eddie zou razendsnel gebruik maken van elke opening die ze bood, en dat kwam bij hem meteen neer op misbruik maken. “Je kunt me schrijven overwat je wilt met de kinderen,” zeize. “Je hebt nu het adres.”
“Schrijven?” vroeg Eddie. “We kunnen toch hier praten. Hier…nu. Dan hoeven we toch niet te schrijven!” Hij keek alsof ze hem een oneerbaar voorstel had gedaan.
“Ik wil je niet in huis hebben,” zei Sylvia. “Floor zou het trouwens ook niet willen.”
“Jezus, Syl. Doe niet zo ingewikkeld.”
Eddie leek het op te geven, hij trok zijn voet terug, maar plotseling zette hij zijn gewicht tegen de deur. Die schoot verder open, zodat hij meteen binnen kon dringen en met zijn gestalte het gangetje leek te vullen. “Zie je wel?” zei hij triomfantelijk. “Zo makkelijk gaat het.”
Sylvia liep het gangetje uit, de keuken in. Ze wilde het huis aan de achterkant weer verlaten, maar bedacht zich bijtijds. Over ruim een kwartier zouden Daphne en Yuri er zijn. Ze keerde zich om. “Goed, vijf minuten dan, maar geen seconde langer.”
Eddie stond al meer dan een uur te wachten. Dat was verdomme tegenwoordig zijn leven: wachten in de auto. Hij had de Smart van Anouk geleend. Makkelijk, je kon hem overal parkeren, maar je kreeg het stervensbenauwd in zo’n rottig klein autootje. Maaswinkel woonde hier niet verkeerd; keurige buurt, grote huizen, vlak bij de ringweg. Daar had hij dus wel geld voor. Eddie stak een sigaret op. Daan en Oscar waren zogenaamd verhinderd en Charly was incommunicado. Vanochtend had hij een kerstboom geregeld voor Anouk, want dat vond ze zo gezellig, had ze gezegd. Voor eerste kerstdag had hij bij Famous Food een tafel voor hen tweeën gereserveerd (waar die uitzuigers bijna tweehonderd euro zonder drank voor vroegen!) en op tweede kerstdag kreeg ze familie over de vloer. Ze leek hem te geloven toen hij zei op die dag al afspraken te hebben. Natuurlijk had ze wel een forse financiële bijdrage nodig gehad.
Geld…Tegenover Sylvia was hij maar niet begonnen over het geld uit de bergplaats, dat kwam later wel. Eerst moest hij de kinderen terug zien te winnen. “Ik mis ze verschrikkelijk,” had hij gezegd. “Jij kunt misschien weglopen, maar je kan de kinderen toch niet zomaar van me afpakken.”
“En als ze bij jou zijn, dan wordt er misschien weer op ze geschoten. Ze zijn gewoon niet veilig bij jou.” Hij had benadrukt dat het een incident was geweest. Het zou niet meer gebeuren, daarvoor kon hij zijn hand in het vuur steken. Ze had beloofd hem te bellen, voor kerst nog, zodat ze iets konden afspreken voor de kerstvakantie. Daphne en Yuri zouden een paar dagen naar Amsterdam kunnen komen.
Hij gooide de rest van zijn sigaret uit het raam en keek op zijn horloge. Maaswinkel had geen enkele keer de telefoon opgenomen, maar Eddie vermoedde dat hij thuis was. Zijn auto stond iets verderop in de straat. Net toen hij aanstalten maakte om aan te bellen, kwam Maaswinkel naar buiten. Aanvankelijk was Eddie van plan geweest om hem te volgen. Daarom had hij de Smart geleend, maar nu leek het hem handiger om zijn woning te vereren met een bezoek. Toen de BMW om de hoek verdwenen was, wachtte hij een kwartiertje.
Daarna belde hij aan.
Door de intercom kwam een metalen stem. “Wie is daar?”
“NUON,” zei Eddie, “Tom Hansen.”
“Wie?”
“Tom Hansen van NUON, uw energieleverancier.” Dat laatste had hij van tevoren gerepeteerd.
“Wat komt u doen?”
Eddie hoorde een wantrouwende bijklank in de stem, zelfs door deze intercom. “Er zijn hier in de buurt enkele problemen geweest met de gasleiding, en nu moeten we die overal even checken.”
“Kunt u niet terugkomen als mijn man thuis is? Die heeft meer verstand van dit soort dingen.”
“U hoeft er geen verstand van te hebben,” stelde Eddie gerust. “Ik weet er zelf alles van.”
“Maar ik kan niet zomaar mensen binnenlaten.”
“Als u even opendoet, zal ik u mijn identificatie laten zien. Dan weet u dat alles oké is. En u moet goed bedenken dat we deze controle uitvoeren voor uw eigen veiligheid. U weet wat er kan gebeuren bij een gaslek.” Boem, zei hij in gedachten. Iets opblazen, dat zou een fantastische kick geven. Vele malen mooier dan een duizendklapper bij Nieuwjaar.
Eddie hoorde wat onverstaanbaar gemompel, waarna de deur openklikte. Hij liep een trap op naar de tweede verdieping en klopte op de deur van de woning. Die deur werd een klein stukje opengedaan en er verscheen een bangig gezicht. Eddie flitste zijn identiteitskaart heen en weer, en duwde de deur verder open.
De vrouw droeg een ochtendjas van donkerrode badstof. Ze was dik en had een wat opgeblazen, papperig bleek gezicht, en de kapper had ze zo te zien al een paar maanden niet bezocht. Echt een mooi stel, die magere Maaswinkel en deze vrouw met al haar kilo’s. “Maar…” begon ze.
“Waar is de meter?” vroeg Eddie.
“Hier.” Ze pantoffelde naar een deur. “Hier in de gangkast.”
“Ik zal het even rustig bekijken, mevrouw, zodat u zich geen zorgen meer hoeft te maken.”
Ze trok zich terug in de woonkamer. Eddie bleef een paar minuten wachten op de gang, en liep haar toen achterna. Hij had geen idee wat hij verder zou gaan doen. Het leek of bij de inrichting van de woonkamer nergens op was bespaard. Leuk gedaan van die Maaswinkel, allemaal van het geld van een ander.
De vrouw zat naar een dierenprogramma op de televisie te kijken. “U bent klaar?”
“Bijna.”
Jonge tijgertjes waren op het grote led-scherm aan het ravotten, terwijl hun moeder toekeek. Eddie liep naar het tv-toestel en trok de stekker uit het stopcontact.
“Maar wat doet u nou?” Mevrouw Maaswinkel kwam zuchtend en steunend overeind. “U kan toch niet zomaar…”
“Dat kan zomaar wel,” zei Eddie. “Deze moet ik helaas meenemen.” Hij maakte de kabelaansluiting los en tilde het toestel op.
“Het ging toch om het gas, en niet om de elektriciteit of de televisie!” De vrouw praatte alsof het huilen haar nader stond dan het lachen. Ze wist niet dat het veel erger kon worden. Ach, eigenlijk wist ze helemaal niks, zelfs niet hoe haar man het huishoudgeld verdiende.
“Het gaat overal om.”
“Maar wat moet ik nou doen om de tv terug te krijgen?” De tranen stonden haar in de ogen. “Wat zal Pieter zeggen? Wat is uw naam, waar kunnen we u bereiken?”
“Vertel Pieter maar dat Eddie het toestel heeft meegenomen vanwege de openstaande rekening.” Hij ging naar de deur.
“Maar het toestel is betaald, dat weet ik zeker.” Verrassend snel kwam ze omhoog uit haar stoel, liep op hem af en trok hem aan zijn nog steeds pijnlijke arm.
“Hou, daarmee op, stomme trut.”
Ze ging bijna helemaal aan hem hangen, en hij liet het scherm uit zijn handen glijden. Op het glanzende parket sloeg het aan gruzelementen.
“Zie je nou wat je hebt gedaan!” Hij gaf haar een machteloze stoot tegen haar schouder, die zo hard aankwam dat ze viel.
“Gemene rotzak!” De wegglijdende ochtendjas onthulde ijzig wit vel met onsmakelijke bobbeltjes en putjes.
Eddie schopte haar tegen haar onderrug. “We gaan niet schelden, hè?”
“Au! Dit mag u helemaal niet doen,” huilde ze.
“O nee, mag ik dit niet doen? Vraag dat maar aan die man van je.” Hij trapte en hij trapte, zo hard mogelijk. Ze kermde, krijste en schreeuwde, als een varken dat werd geslacht. Uit alle macht probeerde ze zijn voet te pakken, maar hij rukte zich los en schopte opnieuw.
“Nee, nee!”
Hij wilde haar helemaal verrot trappen. Dood moest ze…weg, kapot, finaal kapot, dat achterlijke, dikke wijf. Op haar handen en benen verschenen bloedvlekken van de lcd-scherfjes waar ze in terechtgekomen was. Voor Eddie werd ze een grote, plompe zak met bloederige vodden. Opnieuw haalde hij uit, en nog een keer. Ze was nu stil. Hij keek op haar neer en wist dat hij nu echt moest ophouden.
“Ik begrijp waarom je vertrokken bent,” zei Brandsma. “Je had er genoeg van, zo is het toch?”
Sylvia knikte. Brandsma was aardig, vriendelijk, meelevend, maar ze zou hem niet méér vertellen dan absoluut nodig was. Het was niet duidelijk hoe hij haar gevonden had. Met veel omhaal van woorden had hij iets gezegd over inschrijfgegevens van scholen en gemeentelijke onderwijsadministraties.
Hij haalde een foto tevoorschijn. “Kent u deze man?”
“Ja.”
“Hoe heet-ie?”
“Charly…een achternaam weet ik niet,” mompelde Sylvia.
“Werkte Charly samen met uw man?”
“Dat weet ik niet.”
Brandsma leek een zucht uit zijn tenen te halen. “Kom, mevrouw Kranenburg, u bent intelligent genoeg om…”
“Mevrouw Houweling,” verbeterde Sylvia. Nu ze bij Eddie vandaan was, vond ze het prettig om haar meisjesnaam te gebruiken.
“Goed, mevrouw Houweling, Charly kwam bij u over de vloer, hij deed klusjes voor die zogenaamde textielimport, en u bent…even kijken…” Brandsma haalde een notitieboekje tevoorschijn, bladerde er in tot hij kennelijkgevondenhadwathij zocht. “Ja, hier heb ik het. In 2001 hebben u, uw man, Charly van der Berg en ene Daisy, maar misschien kende u haar onder een andere naam…Met z’n vieren hebben jullie toen een paar dagen doorgebracht in hotel Miramare in San Remo. Was dat alleen maar vakantie?” Brandsma liet zelfs een typisch vakantiekiekje zien waar ze met zijn vieren op stonden, lachend, vrolijk, alsof het leven één groot feest was. Het was een raadsel hoe hij dat fotootje in handen had gekregen.
Haarscherp, gestimuleerd door de foto, kwamen de herinneringen naar boven. Eddie en Charly zouden een Italiaanse lijn op gaan zetten. Een paar keer hadden ze overleg gehad met een Italiaan, ene Adriano; een knappe, charmante engerd, die overduidelijke pogingen deed om Daisy te versieren, zelfs terwijl Charly in de buurt was. Ze had iets opgevangen over plezier-jachten die zelden werden gecontroleerd en Italiaanse douaniers die makkelijk om te kopen waren. Zelf had ze voornamelijk aan het strand gelegen. Daisy bleef liever topless en met een minuscuul stringetje aan de rand van het zwembad. Ze leek doodsbang voor het minste zandkorreltje.
“Ja, alleen vakantie.”
“Zomaar, met z’n vieren?”
“Ja, we wilden er een paar dagen tussenuit.”
“Kende u die Daisy goed?”
Sylvia schudde haar hoofd.
“U was er dus niet van op de hoogte dat ze bij Yab Yum had gewerkt, en daarna een eigen escortbedrijf was begonnen?”
“Nee, dat wist ik niet.”
Brandsma leunde achterover. “Is dit tijdelijk?” vroeg hij.
“Waarschijnlijk wel.”
“O, u gaat dus terug naar Amsterdam, terug naar Eddie.”
“Nee, dat niet. Maar ik zoek een ander huis in Almere. Dit is het huis van een vriendin.”
“Weet ik, Floor van Gansewinkel, eigenares van…” Hij bladerde weer. “Van Floor’s Hairstyling. En daar werkt u nu ook, heb ik begrepen.”
Die Brandsma wist alles. Haar hele leven was in kaart gebracht. Ze zat in een of ander dossier als vrouw van…
“Maar u bent dus op zoek naar een ander huis in Almere? Daar zouden wij misschien bij kunnen helpen. We hebben zo hier en daar wat connecties. Veel ex-Amsterdammers in Almere. Maar we willen ons natuurlijk alleen voor u inspannen als u zelf een beetje met óns meewerkt.”
Sylvia zweeg.
Brandsma haalde opnieuw een foto uit zijn tas. “Deze man, herkent u die?”
Ze zag het onmiddellijk. Het was dat boertje. “Marvin,” zei ze, “dat is Marvin.”
Eddie lag op de bank en werd wakker van de ringtone van zijn mobiel.
“Wat je met m’n vrouw hebt gedaan, dat neem ik niet.”
“Met wie spreek ik?” vroeg Eddie.
“Dat weet je verdomd goed. Mijn vrouw is in het ziekenhuis opgenomen.”
Eddie herkende nu zijn stem: Maaswinkel. “En, ligt ze daar goed?”
“Een zware hersenschudding, drie ribben gebroken en interne bloedingen.”
“Tja,” zei Eddie. “Heel vervelend natuurlijk, maar zolang jij niet betaalt, kan er van alles gebeuren. Dat heb je toch wel begrepen? Als het moet, maak ik het karwei af.” Eddie wist dat Maaswinkel niet naar de politie durfde te gaan. In het ziekenhuis had hij waarschijnlijk verteld dat zijn vrouw van de trap was gevallen, misschien wel met dat led-scherm in haar handen. Of zouden ze denken dat het een geval was van huiselijk geweld?
“Schoft,” zei Maaswinkel, “vuile schoft. Ikkrijg je nog wel.”
“Wie wou je daarvoor meebrengen?”
Maaswinkel verbrak de verbinding.
Het licht was gedempt. Er werd muziek uit haar jeugd gespeeld, niet te hard, zodat je nog een gesprek kon voeren zonder te moeten schreeuwen. Net ‘All Night Long’ van Lionel Ritchie, en nu ‘Don’t Leave me This Way’. Wie dat zongen, wist ze niet meer, wel dat ze het ooit samen met Floor had meegebruld, toen ze het singeltje grijs draaiden op haar gammele pick–upje in haar eigen meisjeskamer. Er was toen niemand die hen kon verlaten, maar ze zongen het alvast op voorhand. Haar moeder vroeg of het niet wat zachter kon. Het kon, maar ze deden het niet.
Voor de eerste keer in weken was ze in een café. Zaterdagavond, de perfecte avond om uit te gaan. Ze was doodmoe, vanwege al het werk in de salon voor de feestdagen. Iedereen wilde er zo mooi mogelijk uitzien: nieuwe kleren, een nieuw kapsel. Maar ze voelde de vermoeidheid nauwelijks, en nieuwe kleren of een nieuw kapsel had ze zelf niet nodig. Er was al veel te veel nieuw, misschien meer dan ze kon verwerken.
Er waren hier tamelijk veel vrouwen van haar leeftijd, sommigen iets ouder. Verschillenden van hen waren duidelijk alleen. Single. Je kon het aan ze zien, aan hun gedrag, de manier waarop ze om zich heen keken.
“Dus ik blijf voorlopig maar in Amersfoort wonen,” zei Nick. “Almere kan altijd nog. Eigenlijk zoek ik een school in Amersfoort, maar voor gymleraren is de spoeling nogal dun.”
“Een mooi huis?” vroeg Sylvia. Als ze eerlijk was, moest ze toegeven dat ze zijn haar niet helemaal volgens het boekje had geknipt. Dat was haar woensdag al opgevallen toen ze Yuri naar judoles bracht. Hij was druk aan het lesgeven, maar had haar diezelfde avond gebeld op haar mobiel om een afspraak te maken; het nummer had hij van Yuri’s inschrijfformulier. En deze keer was ze er wel op ingegaan.
“Ach…niet gek,” zei Nick, “een bovenetage in een oud pand in de binnenstad.”
“En…eh, je woont alleen?” Tot nu toe hadden ze het over van alles gehad, over Sara en Ammar bijvoorbeeld, de twee kinderen die bijna een halfjaar op de Nederlandse ambassade in Syrië hadden gezeten, en vlak voor kerst terug waren gekomen naar Nederland, naar hun moeder.
“Waarom vraagje dat?” Hij dronk van zijn bier.
Sylvia voelde dat er een blos naar haar wangen steeg. “Je zou toch een vriendin kunnen hebben? Misschien ben je getrouwd.” Ze keek naar zijn ringloze vingers.
“Zou dat erg zijn?”
“Misschien niet erg, maar dan weet ik tenminste waar ik aan toe ben.”
Hij glimlachte. “Ik woon alleen, nu alweer bijna twee jaar. Eerder heb ik wel met iemand samengewoond, een jaar of vijf, maar het was…eh, nou ja, een mission impossible.”
“Waarom?”
“We pasten niet echt bij elkaar. In het begin gaat het dan nog wel goed…verliefd en zo, maar op den duur is dat niet genoeg, dan is er meer nodig. We waren geen maatjes, weet je, dat was het, geen maatjes, geen vrienden.”
Sylvia schoofde voet van haar wijnglas heen en weer over de met drankvlekken bedekte tafel.
“En jij?” ging Nick door. “Ik weet dat jij bent weggegaan uit Amsterdam…met je kinderen. Behoorlijk heftig. Waarom eigenlijk, wat is er gebeurd?”
“Daar praat ik liever niet over.” Als hij nu doorvroeg, zou ze opstaan en zonder om te kijken weglopen. Ze spande de spieren in haar benen al.
Hij legde een hand op haar hand. “Jij nog iets drinken?”
Ze liet haar hand liggen, voelde de zachte, warme druk van die van hem, maar zei niets en knikte alleen.