Hoofdstuk 10

“Kijk, hier hoorde ik iemand over vertellen.” Ze stonden dubbel geparkeerd op de Ceintuurbaan, en Eddie wees naar een café-restaurant. Er hing een ‘TE KOOP’–affiche achter een vuil geworden raam. Dit was de derde keer dat hij zo’n ritje maakte met Sylvia. Zo zou ze in ieder geval de indruk krijgen dat hij serieus bezig was met hun gezamenlijke plannen.

“Zullen we even gaan kijken?” vroeg Sylvia.

Eddie zuchtte. “Ik moet nog ergens anders naartoe, en ik kan hier trouwens nergens parkeren. Ik zal eerst die makelaar ‘ns bellen. Moet ik je terugbrengen naar huis?”

“Ik ga er hier wel uit. Dan loop ik even ik naar de Cuyp. Vind ik leuk om weer ‘ns overheen te gaan.”

“Heb je geld bij je?” Eddie tastte naar zijn binnenzak en haalde er een pakje in elkaar gevouwen briefjes van vijftig euro uit, en plukte er tien van af. “Hier, als je nog wat wilt kopen.”

“Ik heb genoeg bij me.” Ze gaf hem een zoen.

Anouk was weer helemaal aangekleed, alsof ze zich kuiser wilde voordoen nu ze zwanger was. Toen hij binnenkwam, was haar omhelzing echter hartstochtelijker dan normaal. Hij kreeg de indruk dat ze zich voor eeuwig aan hem wilde vastklinken. Ze zoende hem, streelde zijn haar, drukte haar lichaam hard tegen het zijne.

Eindelijk deed ze een klein stapje naar achteren, en keekhem glimlachend aan. “Ik ben zo blij dat je er weer bent. Ik heb je gemist.” De glimlach veranderde in een wat overdreven pruilgezicht, met een naar beneden getrokken onderlip. “Vier dagen…je bent zomaar vier dagen weggebleven!”

“Sorry, maar ja, veel te doen…druk, je weet wel.”

Toen hij op de bank ging zitten, kroop ze naast hem en legde haar hoofd op zijn schouder.

“We moeten toch nog ‘ns praten,” begon Eddie.

“Natuurlijk, schat.”

“Misschien moeten we…ik denk dat…” Hij viel weer stil. De vorige keer had hij er meteen over moeten beginnen, en het goeie moment was nu gepasseerd. De vier dagen bedenktijd die hij had genomen, was te veel geweest. Het was net als met een deal waarover je eigenlijk meteen moest beslissen: als je dat niet deed, kostte het later verdomd veel moeite om alles toch rond te krijgen.

“Wat denk je?” Ze zoende hem in zijn nek, beet even licht in een oorlelletje. Geen prettig gevoel.

“Dat je zwanger bent, dat is…Dat hadden we toch niet van tevoren bedacht. Ik bedoel, jij regelde dat, die…eh, anticonceptie.”

“Misschien heb ik dat dan niet helemaal goed gedaan.” Het klonk luchthartig, alsof de consequenties eigenlijk niet zoveel voorstelden. Ze ging weer met haar hand door zijn haar.

Eddie deed zijn uiterste best om zijn ergernis te beteugelen. Hij schoof een stukje bij Anouk vandaan, maar ze liet zich opnieuw tegen hem aan vallen. “Wat heb je dan niet goed gedaan?” vroeg hij.

“Dat maakt toch niet meer uit, Eddie.”

“Nou ja…” Hij duwde haar een stukje van zich af, wat ze nauwelijks leek te tolereren, en stak een sigaret op. “Waarom heb je zo lang gewacht om het me te vertellen? Je had het toch direct kunnen zeggen?”

“Ik wou het zeker weten.”

Hij reageerde niet meteen. Ze wou het zeker weten…? Ze wilde het houden, dat was het. Hoe langer de zwangerschap, des te moeilijker werd een abortus waarschijnlijk. “Je kunt het volgens mij nog best weg laten maken.” Het leek hem het beste om het zo direct mogelijk te zeggen.

“Wat?”

“Je kunt het nu nog weg laten maken.”

Ze schudde haar hoofd.

“Schat, ik ben getrouwd. Met Sylvia heb ik al twee kinderen.”

“Ja, dat heb je vaak genoeg verteld als je weer ‘ns niet op kwam dagen of niks wilde afspreken.”

Eddie besloot hier niet op in te gaan. “Wij tweeën kunnen niet samenwonen. Ik zou het wel willen, maar het kan niet. En dan zit je hier alleen met een kind, dat wordt toch niks?”

“Waarom wel met Sylvia twee kinderen en geen kind met mij?” Anouk zat nu rechtop. De bliksem straalde uit haar ogen.

“Ik ben nou eenmaal met haar getrouwd.”

Het was of ze hem niet had gehoord. “Je houdt dus meer van haar dan van mij.”

“Natuurlijk niet. Daar gaat het helemaal niet om, Noekie.”

“Je wilt me niet meer, Eddie. Ik heb een kind van je, hier, in m’n lichaam, in m’n buik. Dat is iets van ons samen, dat hebben wij gemaakt! Dan heb ik eindelijk iets samen met jou, iets voor ons tweeën. Dat laat ik nooit van m’n leven weghalen.”—“Maar zoals ‘t ging, was het toch perfect tussen ons.” Eddie vloekte inwendig, maar hij probeerde rustig en overtuigend te spreken. “Je maakt het nu alleen maar ingewikkeld.”

“Je houdt helemaal niet van me.” Ze zat nu te snikken. Dat verdomde laatste redmiddel van vrouwen. Als ze niet gelijk kregen, begonnen ze te janken. Tranen in plaats van argumenten.

“Ik hou wel van je, Noekie, echt wel.”

“Je hebt me alleen maar om mee naar bed te gaan.” Anouk huilde nu met lange, gierende uithalen. Na een tijdje kon ze weer iets zeggen. “Je hebt me alleen maar om mee te neuken, als het je uitkomt…als je toevallig tijd voor me hebt of zin in me hebt, en verder niks, helemaal niks.” Ze kwam wankelend overeind en verdween met onvaste passen in haar slaapkamer.

Eddie keek de kamer rond. Nu zou hij moeten besluiten of hij haar zou volgen. Of hij haar zou troosten en zich neerleggen bij wat onvermijdelijk leek. Hij kon haar niet dwingen om het weg te laten halen. Nog een kind, en dan bij Anouk…Alles werd hopeloos ingewikkeld.

Anouk had de deur van de slaapkamer open laten staan. Vanaf de bank kon Eddie zien hoe ze zich snikkend voorover op het bed had laten vallen. Toen wist hij het zeker: ze probeerde hem te chanteren met dat kind. Bewust had ze zich zwanger laten maken. Ze was erop uit geweest om hem voor het blok te zetten.

De telefoon ging over.

“Spreek ik met de moeder van Yuri Kranenburg?”

“Is er iets met hem?” Met moeite slaagde ze erin de woorden uit haar luchtpijp te persen.

“Nee, niet ernstig,” klonk het van de andere kant. “U hoeft niet te schrikken. Hij is niet gewond of zo. Maar ik zou graag willen dat u even naar school kwam. Straks misschien. Zou dat kunnen?”

“Met wie spreek ik dan?”

“Met Laurens…Laurens Volmer, sorry dat ik dat niet gezegd heb. Ik ben de directeur.”

Auto-ongelukken, ernstige valpartijen, een brand, gillende ambulances, rennende artsen, infusen, beelden uit ER, een Belgische ziekenhuisserie, alles schoot in een paar seconden door Sylvia’s hoofd, ondanks Volmers geruststellende woorden.

“Kunt u dan straks even op school komen? Ik wil graag iets met u bespreken.”

“Dat is goed. Yuri heeft toch geen ongeluk gehad of zo?”

“Nee, dat zeker niet. Maar ik zie u straks? Zullen we zeggen om twee uur?”

Het was nu kwart over een. Ze liep door het huis, verplaatste een stoel, zette hem weer terug, bladerde even door de krant, maar slaagde er niet in veel te begrijpen van wat er stond. Verkiezingen, hypotheekrenteaftrek, AOW…er drong niets tot haar door. In de slaapkamer bracht ze nieuwe make–up; aan. Nog maar vijf over halftwee. Irina was vanmorgen geweest en alles in huis was brandschoon. Als ze ging lopen, was ze mooi op tijd bij de school.

Nadat ze had aangebeld, kwam de directeur zelf naar de deur. Hij gaf haar een hand.

“Wat is er?” vroeg ze. “Wat is er met Yuri?”

“Komt u even mee?”

Ze liepen door de gang van de school. Sylvia hoorde geroezemoes en daarbovenuit een paar heldere kinderstemmen. Er lag een jas op de grond, die Volmer opraapte en aan een haak hing.

“Zo, komt u binnen, gaat u zitten. Iets drinken?”

Sylvia schudde haar hoofd.

“Tja…het is allemaal niet zo leuk. Hoe moet ik het zeggen?” Volmer keek om zich heen alsof hij hoopte dat er iemand kwam om hem bij te staan. “Nou ja, hij moest met Rogier wat opruimen in de bibliotheek. Toen heeft hij Rogier op de uitkijk gezet, en is hij de jassen in de gang afgegaan. Twee portemonnees en wat los geld heeft-ie eruit gehaald. Een collega, Erna, kwam net haar lokaal uit en die heeft hem betrapt.” Volmer pauzeerde even, terwijl hij Sylvia fronsend aankeek. “Hier zijn we niet echt blij mee, dat begrijpt u wel. Pure diefstal.”

Sylvia verborg haar gezicht in haar handen.

Ze hoorde hoe Volmer naast haar kwam staan. “Een glaasje water?”

“Nee, dank u. Het gaat wel weer.” Ze ademde een paar keer diep in en uit.

Volmer ging achter zijn bureau zitten. “We zullen hier verder geen werk van maken, maar u beseft natuurlijk dat we dit niet kunnen tolereren.”

“Dank u. Ik begrijp het niet…Yuri…”

“Voor ons als school is dit niet prettig. Slecht voor de sfeer…over zoiets wordt gepraat…door de kinderen, door de ouders. Die van Rogier zullen het zeker niet op prijs stellen, dat Yuri hem bij zoiets betrokken heeft. Dief en diefjesmaat, daar komt het toch op neer.”

“Yuri heeft nooit iets gestolen,” zei ze, “thuis ook niet. Het is helemaal niks voor hem. Eigenlijk is het een hele lieve jongen.”

“Maar hij heeft iets gedaan wat absoluut niet door de beugel kan. Laatst al een vechtpartij, nota bene met dezelfde Rogier. Ik weet niet of het door Yuri’s achtergrond komt, maar…”

“Zijn achtergrond?” Sylvia keek Volmer onderzoekend aan.

“Nou ja…eh, wij horen weleens iets.”

“Wat hoort u dan?”

“Laten we zeggen dat er geruchten gaan over Yuri’s vader. Geen positieve geruchten, dat is duidelijk, over de manier waarop hij…eh, waarop hij zijn geld verdient.”

Bijna tegen haar zin voelde ze zich geroepen om Eddie te verdedigen. “Hoe bedoelt u?” vroeg ze scherp.

“Moet ik het werkelijk nog verder uitleggen? Het is toch alleen maar pijnlijk als ik het moet hebben over zogenaamde illegale praktijken. Dat willen we liever…”

“Yuri’s vader is geen directeur bij Philips en hij heeft geen mooie baan op het hoofdkantoor van een bank, maar hij heeft nooit in de gevangenis gezeten, als u dat soms bedoelt,” onderbrak Sylvia. “Hij is nooit veroordeeld, nooit verdachte geweest, dus ik weet niet waar u het over heeft. Dit is niks anders dan roddel…zwartmakerij, dit hoefik niet te accepteren!”

Volmer schraapte zijn keel. “Goed, laten we dit onderwerp afsluiten. Ik wilde alleen zeggen dat ik me zorgen maak om Yuri. Het is mede onze taak om kinderen op het juiste spoor te houden, en dat kan alleen als dat van huis uit ook gebeurt.”

De directeur kwam achter zijn bureau vandaan en liep met Sylvia mee naar de deur.

“Ik kom er wel uit.” Ze negeerde Volmers uitgestoken hand.

Toen Yuri en Daphne naar bed waren, was ze er tegen Eddie over begonnen, maar het was net of hij met zijn gedachten ergens anders was. “Het waait wel over,” had hij gezegd. Alles wat ze zei, leek bij hem over en weg te waaien. Stof in de wind, meer was het niet. Ze had voorgesteld de kinderen op een andere school in te schrijven, en volgens Eddie moest ze dat dan maar doen. “Interesseert het jou niet?”Ja, natuurlijk wel, maar hij had het nu te druk, en zij zou dat best in haar eentje kunnen afhandelen.

Gelukkig had ze die middag Madeleine niet onder ogen hoeven komen, maar rond vier uur had die opgebeld. Zelden had Sylvia zo’n moeizaam telefoongesprek gevoerd. Zelf had ze benadrukt dat het alleen maar twee jongens waren die elkaar een beetje hadden opgejut. “De een wilde niet onderdoen voor de ander.” Maar Madeleine was het daar niet mee eens. Volgens haar had Yuri het initiatief genomen, en was Rogier alleen een meeloper geweest. Yuri had hem eigenlijk gedwongen. “Ik wil niet dat Rogier nog langer omgaat met je zoon. Dat heb ik hem verder verboden.”

Sylvia keek op de televisie naar een programma waarin de woonkamer van mensen een complete make over kreeg in hun afwezigheid. Een interieur met veel frutsels, schilderijen en lampjes was strakgetrokken alsof er een plastisch chirurg aan de gang was geweest. Twee muren waren cyclaamkleurig geschilderd. “Ja, heel apart,” zei de vrouw toen ze voor het eerst weer in haar kamer stond, maar je zag de pure paniek in haar huilerige ogen. Haar man—zo te zien een goeie lobbes—legde een hand op haar schouder. “Als je er eenmaal aan gewend bent, dan zal je zien hoe mooi je het vindt.” Maar Sylvia wist dat sommige dingen nooit wenden. Ze werden alleen maar erger.

Tegen elf uur ging ze naar boven. Eddie bleef beneden omdat hij iets moest uitzoeken. Ze had niet gevraagd wat dat was, omdat hij toch al een gespannen indruk maakte.

Langer dan normaal bleef ze in de badkamer. Ze bekeek haar lichaam van alle kanten, probeerde het verval en de achteruitgang in beeld te krijgen. Je moest eerst weten wat er aan de hand was voor je er iets aan kon doen. Ze ging op de weegschaal staan: 61 kilo. Het lukte maar niet om onder de zestig te komen. De computer was terug en gister had ze weer eens op internet gekeken. Slimming drops, dat leek haar wel wat. Ze had een deel van de tekst uitgeprint, en pakte de papieren uit haar eigen ‘slank-kastje’ zoals ze dat noemde en las de tekst nog eens door. “Slimming drops is dusdanig samengesteld dat uw energieniveau op peil blijft, terwijl uw spijsvertering en calorieverbranding continu worden gestimuleerd, waardoor u ongemerkt afslankt.” Zo’n flesje kostte bijna negentig euro. Maar Julia Roberts was er tien kilo door kwij tgeraakt, en Sean Connery zeventien volgens de informatie op de website.

Sylvia bestudeerde het profiel van haar lichaam opnieuw in de lange spiegel op de deur van de badkamer. Ze probeerde haar buik iets in te trekken terwijl ze haar adem inhield. Toen ze weer uitademde, verscheen er iets over haar eigen beeld heen. De contouren van Yuri kwamen langzaam opzetten, Eddie pakte hem stevig bij een arm en zei hem iets. Yuri knikte. Hij begreep het kennelijk. Auto’s die over straat scheurden. Politie…media. Hart van Nederland. Een fotootje van Yuri, dat onverwachts tot leven kwam.

Sylvia sloot haar ogen en tastte naar haar kamerjas. Toen ze op de gang stond, ging de straatdeur open en dicht. Ze bleef even staan en hoorde daarna de stemmen van Eddie en Charly.

Mensen zoals Charly, daar zou Eddie niet meer mee om moeten gaan. Dit moest eindelijk eens een keer afgelopen zijn.

Even twijfelde ze, maar toen ging ze de trap af naar beneden, haar kamerjas dichttrekkend. Voor de deur van de huiskamer bleef ze staan, omdat ze twijfelde aan het vervolg. Eddie de les lezen, Charly het huis uit werken? Of misschien alleen een scène maken.

Ze kon Eddie horen lachen. “Nee, Frans heeft niks in de gaten. Straks is die container zomaar leeg.”

Het bleef even stil in de kamer. Sylvia wist ongeveer wat de inhoud van die container moest zijn. Frans had er iets mee te maken, haar oude vriend, de cd-koning. Daarom was hij natuurlijk laatst hier geweest. Dat bezoekje was niet zomaar voor de gezelligheid.

“Dat heb je dus in Zeebrugge geritseld?” vroeg Charly.

“Natuurlijk, dat heb ik je toch al verteld. Geen enkel probleem.”

“En het is zijn risico?”

“Ja, dat heb ik met hem afgesproken, want hij weet ‘t: hoe groter zijn risico, des te hoger zijn winst. Maar ja, jammer als zo’n container geript wordt. Kunnen wij ook niks aan doen. Wij staan machteloos!”

Weer gelach, nu van alle twee. Sylvia wilde zich al terugtrekken.

“En waar zijn die spullen nu naartoe?”

“Dat hebben ze in België geregeld, zunne…Doorverkocht naar Frankrijk. Lille, geloof ik. Heeft toch aardig wat opgeleverd. Effe pissen.”

Sylvia vluchtte naar boven voor Eddie de gang op kwam.