Hoofdstuk 9
“Misschien iets in de bewaking,” zei Eddie, “of de beveiliging of zo.”
“Ik zie jou nog niet in zo’n uniform lopen.”
“Nee, natuurlijk niet. Daar heb je je personeel voor. Die moeten een diploma hebben.”
“Denk je dat zoiets lukt? Wie wil je dan beveiligen of bewaken? Er zijn toch al allerlei bedrijven die dat doen.” Sylvia probeerde niet te kritisch te zijn, maar had grote twijfels bij de vage plannen die Eddie naar voren bracht. Hij had geen opleiding gevolgd en vrijwel geen echte, officiële werkervaring. Wat heeft u de afgelopen tijd gedaan, mijnheer Kronenburg? Tja, vooral softdrugs ingevoerd en gedistribueerd, en nog wat andere spullen erbij. En de baas gespeeld van een zogenaamd bedrijfje dat textiel importeerde uit het Verre Oosten. Heeft u ook referenties? Ja, die heb ik wel, maar die mensen willen zich liever niet bekend maken.
Sinds drie dagen woonde ze weer in de Van Eeghenstraat. Op de stoep voor haar moeders huis had ze gezegd dat ze alleen meeging als er iets drastisch zou veranderen. Dat had hij beloofd. “Ik weet het,” had hij gezegd. “Het moet anders. Dat begrijp ik heus wel. Echt, dat ga ik ook doen.” Eddie op z’n liefst. “Maar jullie moeten wel terugkomen.” Er zat volop sentiment in zijn stem, alsof hij haar direct huilend in zijn armen zou willen sluiten. Ze twijfelde of ze hem kon geloven, maar tegelijk was het of ze klem zat, en een forse ruzie op de stoep was het laatste dat ze wilde. De bemoeizuchtige buurvrouw van haar moeder zat al voor het raam. Yuri en Daphne hadden met schuwe, gegeneerde blikken toegekeken. Zonder verder veel woorden was Sylvia in de auto gestapt. De kinderen hadden zwijgend achterin gezeten. De lucht in de auto trilde van de spanning, ondanks de luchtige toon die Eddie probeerde aan te slaan toen hij vroeg hoe het bij oma was geweest. Toen ze eenmaal thuis waren, bleven ze omzichtig om elkaar heen draaien. De volgende dag gingen de kinderen weer naar school. Over Daphnes slaapfeestje hadden ze het niet meer gehad. Voor haar verjaardag was Sylvia met Daphne in de stad wezen shoppen. Ze hadden een broek gekocht en een nieuw mobieltje dat nog meer kon dan het vorige. Thuis had Daphne meteen een serie foto’s gemaakt. Yuri had toch Scarface gekregen.
“Misschien is het lastig om ertussen te komen,” zei Eddie nu, “maar ik heb verschillende relaties, die ik…”
“Maar van die relaties van jou moet je het volgens mij bij dit soort dingen niet hebben,” onderbrak Sylvia.
“Dat kan kloppen,” gaf Eddie met een lachje toe. “Wil je nog koffie?”
“Nee, dank je.”
Eddie ging naar de keuken, waarschijnlijk om voor zichzelf koffie te maken. Een week geleden zou hij haar min of meer hebben gecommandeerd. Als ze nu alleen was, leek het soms of ze helemaal niet weg was geweest. De dagen dat ze bij haar moeder had gebivakkeerd, leken er tussenuit geknipt en de tijd ervoor en erna aan elkaar geplakt. Er ontbraken simpelweg drie dagen. Maar het leek erop dat de drie dagen bij haar moeder een positief effect hadden gehad, alsof Eddie echt was wakker geschud en besefte dat het zo niet langer kon. Aanvankelijk was ze bang geweest dat hij zich aangebrand en agressief zou gedragen, maar het tegendeel was het geval.
Eddie kwam de kamer in met koffie. “Hè, ik heb zin in een sigaret. Nou ja, kan wel efife wachten.” Hij borg zijn pakje Marlboro weg. “Anders misschien iets in de horeca…een café, een restaurant.”
“Zolang het maar geen coffeeshop is.” Ze glimlachte om hem te laten merken dat dit niet serieus was bedoeld.
“Nee, natuurlijk niet. Een coffeeshop, ik moet er niet aan denken. Nee…een leuk, modern café ergens in de stad, dat lijkt me wel wat. Kan ook een eetcafé zijn.”
“En moet jij daar dan altijd…?”
“Ja, en jij moet koken. Nee, geintje…Als ik eenmaal…als we eenmaal zo’n zaak hebben, dan laat ik het iemand pachten of zo.”
“En dat geld daarvoor, hoe kom je daar dan aan?”
Hij keek haar ernstig aan. “Ik heb nog het een en ander te goed. Er moet nog aardig wat binnenkomen.”
Eddie haalde zijn pakje Marlboro weer tevoorschijn, maar bleef het in zijn hand houden. “Probleem is alleen dat het officieel moet met zo’n aankoop. Dat kan natuurlijk wel via een hypotheek op de Bahamas of zo.”
“De Bahamas?”
“Ja, mijn geld…ik bedoel ons geld gaat daarnaartoe, en wij krijgen zogenaamd een hypotheek van die bank, waarover we alleen rente betalen. Met hun geld kopen we dan zo’n horeca-tent. Allemaal legaal. Dat doet iedereen. Wat dacht je hoe iemand als Herman al zijn aankopen regelt?” Eddie stond op. “Ik moet even weg…een paar dingen doen. Is dat oké?”
“Natuurlijk.”
“Ik kan niet alles zomaar uit m’n handen laten vallen zeg maar. Dan ga ik echt problemen krijgen. Met Charly, met Daan…Voor Frans moet ik nog wat doen.”
“Maar is dat…?” begon ze.
“Echt alleen maar wat dingen afhandelen.” Hij gaf haar een zoen. “Tegen een uur of zeven ben ik terug. Misschien kunnen we in de stad gaan eten als je geen zin hebt om te koken.”
Eddie stapte in zijn auto. Voor hij wegreed, stak hij een sigaret op. Diep inhalerend probeerde hij zijn hoofd weer op orde te krijgen. Een café…een restaurant…drankvergunningen…pachters…allemaal ellende. Hij vloekte. Misschien dat ze erin zou trappen, als hij zei dat hij het op alle mogelijke manieren geprobeerd had, maar dat het was mislukt. Geen zaak, geen deal, geen geld. Sylvia kende verdomme iedereen, ze wist veel meer dan ze zich realiseerde. Vroeger was hij veel te open geweest, misschien om een beetje stoer te doen. Zodra, ze bij hem wegging, kon ze van alles aan iedereen vertellen, ook aan zijn concurrenten. Of bij de recherche, als die haar onder druk zou zetten. De rechter kon er niks mee, maar het zou een enorme berg shit betekenen. Pure shit, en hij zat er middenin. Daan, Charly en Oscar zouden het niet op prijs stellen, en Herman al helemaal niet. Als je bij Herman uit de gratie was, kon je het schudden. En dan ging het hard, heel hard.
Eddie reed de Van Eeghenstraat uit, draaide de Cornelis Schuyt op en sloeg rechtsaf de Willemsparkweg in, die overging in de Koninginneweg. Hij stopte voor het rode licht bij het Valeriusplein. Verdomd, die Chrysler Voyager zat al de hele tijd achter hem. Op de Cornelis Schuyt had hij hem al gespot.
Bij het groene licht deed Eddie even of hij rechtdoor ging, maar hij sloeg snel rechtsaf en koos daarna de eerste straat links. De Chrysler reed zo’n twintig meter achter hem, en deed geen enkele moeite om te verbergen dat hij Eddie volgde. Halverwege de Sophialaan schoot Eddie in een lege plek tussen een lange rij geparkeerde auto’s in de hoop dat de Chrysler door zou rijden, maar die kwam naast hem staan. Een man met sluik zwart haar en een zonnebril op zat achter het stuur. Hij keurde Eddie geen blik waardig. Naast hem een donker sportschooltype met een kaalgeschoren hoofd. Ze deden niets, maar hadden de auto van Eddie klem gezet. Stom, dat hij hier was gaan staan.
Eddie stapte uit zijn auto, liep naar de Chrysler en tikte tegen het raampje van de bestuurder. Die draaide het open en keek Eddie vragend aan.
“Waarom rijden jullie achter me aan?”
“O, doen we dat dan?”
De kale donkere man grijnsde even, terwijl hij met een tandenstoker in zijn mond bleef pulken.
“Ja, dat weet je verdomd goed. Waarom staan jullie anders hier?”
“Ja, waarom? Misschien omdat we dit een leuke buurt vinden.”
“Gelul.” Eddie overwoog om verder te gaan lopen. Achter hem kwam een andere auto tot stilstand. Er stapte een kleine, gedrongen man uit, die hij al eens eerder gezien meende te hebben. Voor Eddie kon besluiten wat hij ging doen, had de man hem bij een arm gegrepen, die hij achter op zijn rug draaide, zo ver dat die arm bijna uit de kom schoot en de pijn door zijn lichaam bliksemde. Eddies vloek bleef binnensmonds.
Het slot van het achterportier van de Chrysler klikte open. “Instappen,” zei de man. “We gaan een stukkie rijden.”
“Zullen we de stad nog even ingaan?” vroeg Rosalie.
Sylvia haalde haar schouders op.
“k Weet niet. Ik heb niet zo veel zin. Misschien kunnen we straks ergens lunchen.”
“Laten we een broodje kroket gaan eten. Of mag jij dat niet? Te veel calorieën, te veel vet, te veel koolhydraten, er is altijd wel iets te veel.”
“Dan neem ik een salade.”
“Kan ook,” gaf Rosalie toe. Het bleef even stil. Toen stelde ze de vraag waar Sylvia al een tijdje op wachtte. “Maar…eh, hoe gaat het nu met jullie?”
“Eddie weet dat-ie moet veranderen. Het is toch een beetje een schok…een klap voor hem geweest, maar dat zei ik volgens mij al over de telefoon. Hij dacht altijd dat ik toch wel bleef, wat-ie me ook flikte, maar nou is-ie daar niet meer zo zeker van.”
Rosalie knikte.
“Maar goed,” ging Sylvia door, “veranderen, dat doe je niet van de ene op de andere dag.”
“En Eddie zeker niet.”
Rosalie liep mee naar de keuken. “Dat Eddie wat anders wil gaan doen, is dat serieus?”
“Ja, volgens mij gaat-ie ‘t echt proberen.”
“Is ‘t niet een beetje naïef om dat te denken?” Rosalie keek haar zus aan alsof ze medelijden met haar had.
“Misschien, maar wat moet ik anders?” Sylvia pakte de twee kopjes espresso en liep naar de kamer. “Vertel ‘ns. Laatst met die man, waar je het over had, hoe is dat eigenlijk verder gegaan?”
Rosalie boog even haar hoofd, en keek Sylvia toen aan. Die had de indruk dat de ogen van haar zus enigszins vochtig waren.
“Vertel…wat is er?”
“I ‘Hij was…ik bedoel, hij i’s getrouwd. Daar had-ie niks van gezegd. Hij zei dat-ie gescheiden was, een heel ontroerend verhaal, over een vrouw die hem op een lullige manier had laten zitten. Dat probeerde-ie achter zich te laten…zoiets. Het hele profiel dat-ie op die site had ingevuld, daar klopte niks van. Stom van me. Met open ogen ben ik erin gelopen.”
“Hoe kwam je er dan achter?”
“Hij was weer bij me blijven slapen, en ‘s-ochtends, toen-ie onder de douche stond, toen ging z’n mobiel. Nou ja, ik nam op…had ik misschien niet mogen doen, maar toen kreeg ik z’n vrouw…” Rosalie begon zachtjes te huilen.
Sylvia ging naast Rosalie zitten en sloeg een arm om haar heen. “Wat ontzettend naar voor je.”
Na een paar minuten herstelde Rosalie zich. “Die vrouw belde dus…en wat ik helemaal ontzettend kut vind, die heette Roos…Roos nota bene! Maar die dacht dus dat-ie ergens in een hotel zat voor een conferentie van z’n werk. Er was nog een raar misverstand, want zij…die Roos dus, dacht eerst dat ik zeg maar van de receptie van het hotel was.”
“Hij heeft je dus belazerd…bedrogen.” Sylvia schudde haar hoofd.
“Ja, en weet je wat nog het stomste was? Dat ik zijn mobiel had opgenomen, dat leek-ie erger te vinden dan dat hij me had voorgelogen.”
Terwijl zijn drankje voor Eddie werd neergezet, ging Charly bij hem aan het tafeltje zitten.
“Is er wat?” vroeg Charly.
“Hoezo?”
“Je kijkt zo raar, net of d’r ergens stront aan de knikker is.”
Twee blunders. Eerst de auto op een verkeerde plek ingeparkeerd en daarna niet opgelet of ze misschien met twee auto’s waren. Stom! Alsof-ie een beginneling was. Kon-ie beter niet aan Charly vertellen. “Nee, niks aan de hand. Tenminste…” Hij dronk van zijn whisky. Nam een tweede slok. De weldadige warmte verspreidde zich vanuit zijn slokdarm en zijn maag door de rest van zijn lichaam. “Nou ja, ik heb contact gehad met Marvin…”
“Marvin?” Charly schoof iets naar voren op zijn stoel. “Marvin zelf?”
“Mannetjes van Marvin…we moeten van die pillen afblijven, zeiden ze, dat is hun markt.” Eddie probeerde het relaxed te vertellen, een stuk relaxter dan de hulptroepen van Marvin dat hadden gedaan. Ze waren inderdaad een stukkie gaan rijden, een kort stukkie. Op een parkeerterrein bij Sportpark Ookmeer waren ze gaan praten. Tot nu toe was alles keurig verdeeld.
Import en export, wiet, hasj, coke, wit en bruin, xtc. Maar die xtc, dat was de markt van Marvin, en daar moesten Eddie en consorten met hun poten van afblijven. “Ik zal er ‘ns over denken,” had hij gezegd. De man met het sluike haar en de zonnebril had het woord gedaan. “Dat denken van jou moet dan wel een beetje snel gaan, en Marvin gaat ervan uit dat je een verstandige beslissing neemt.”
“Zoals?”
“Dat hoeven wij toch niet voor je uit te tekenen? Marvin vertrouwt erop, anders moet hij misschien onaangename maatregelen nemen.” Eddie had gevraagd wat hij zich daarbij moest voorstellen. Ze hadden alleen een beetje gelachen, maar een antwoord kwam er niet. Daarna was hij keurig teruggereden naar de Sophialaan, en bij zijn auto afgezet. “Service van de zaak,” had de man met de zonnebril gezegd.
“Zonde om die boten leeg terug te laten varen,” zei Charly.
“Mijn idee.”
“Dus wat doen we?”
Eddie stak een sigaret op, blies de rook uit. “We gaan gewoon door. Marvin heeft een grote bek, en die jongens van hem, die hebben heel veel naar Amerikaanse films gekeken, maar volgens mij doen ze geen fuck.”
“Marvin had effe kunnen bellen. Doe voor mij maar een bacootje,” zei Charly tegen de kelner.
Eddie snoof even. “Hij denkt zeker dat het meer indruk maakt om een paar van die jongens op ons af te sturen. Hij had bijvoorbeeld hier langs kunnen komen. Vorige week heb ik hem nog gezien, maar geen woord. Een smile van hier tot Tokyo op die rare boerenkop van hem, dat was alles.”
Charly knikte begrijpend.
“Oké, ik moet weer ‘ns weg. Andere business. Trouwens die container naar Zeebrugge, dat gaat goed? Alles nog altijd safe?”
Charly nam een slokje van zijn rum-cola. “ No problem.”
Eddie keek op zijn horloge. Kwart over drie. ‘s-Middags vond hij het meestal niet zo prettig om naar Anouk te gaan, maar de avonden probeerde hij zoveel mogelijk thuis door te brengen. Goed voor de sfeer. Samen een beetje tv-kijken. Hij dronk een borrel, rookte buiten een sigaret, Sylvia nam een glas wijn. Ergens tussen elfen twaalf gingen ze naar bed. Gisteren hadden ze wat luie seks gehad. Daarna had ze in zijn armen doorgepraat over een restaurant. Toen had ze het ook nog over een kapsalon gehad. Maar hij zag haar niet werken in zo’n salon, net zoals vroeger. Nee, zo’n kapperszaak gaf een stoot ellende en het leverde veel te weinig op.
Hij parkeerde op de Rooseveltlaan. Voor deze buurt had hij ook een parkeervergunning. Door Charly geregeld. Kostte maar een paar honderd euro. Die mensen van de gemeente hadden zo’n lullig loontje, dat ze alle kansen benutten om wat bij te verdienen.
Een klein uur geleden had Eddie zijn komst aangekondigd. Meestal lag Anouk dan al in bed als hij binnenkwam of ze hing in een dun, niksig dingetje of alleen wat lingerie op de bank, maar nu had ze haar kleren aan.
Eddie omhelsde haar. “Alles goed, schat?”
Ze knikte.
“Wil je soms ergens naartoe, dat je aangekleed bent. Ik heb niet veel tijd, hoor.” Bovendien, hij probeerde zich zo weinig mogelijk met Anouk in openbare ruimtes te vertonen. Je wist nooit wie je tegen het lijf liep, zeker overdag niet.
“Ga zitten,”zei ze.
Het klonk verdomd ernstig. Misschien wilde ze van hem af. Of ze had een ander. Wie? Wie was het? Hij zou hem godverdomme…
“Ga nou zitten. Je staat daar maar.”
Eddie liet zich op een stoel vallen, haalde een sigaret uit zijn pakje en stak hem op.
“Ik moet je wat vertellen. Ik…eh, ik heb…ik bedoel, ik ben…nou ja.” Ze lachte een beetje zenuwachtig en sloeg daarna bijna zedig haar ogen neer.
Het kostte Eddie moeite om niet tegen haar uit te vallen. “Wat is er? Wat heb je?” zei hij afgemeten.
Ze zweeg en keek hem alleen maar aan.
“Een ander?” vroeg hij. “Heb je een ander?”
“Natuurlijk niet. Doe niet zo gek.”
Eddie hield het niet meer. Het liefst had hij haar stevig beet gegrepen en flink door elkaar gerammeld. “Maar wat is er dan?”
“Ik ben zwanger.” Anouk liet Eddie een langzaam doorbrekende, maar stralende glimlach zien. “Al ruim drie maanden.”