Hoofdstuk 15

Die ochtend vroeg, toen ze na een onrustige nacht wakker was geworden, had Sylvia onmiddellijk aan Eddie gedacht, alsof hij het haar persoonlijk influisterde: gewond, alleen thuis, met die arm, onhandig, misschien veel pijn, dus heel erg beklagenswaardig. Ze zag hem door het huis lopen, wankelen, zich vastgrijpend aan een stoel of een tafel. Misschien had hij verzorging nodig of moest iemand hem helpen met het aantrekken van zijn kleren. Maar al snel verdreef ze het licht schurende schuldgevoel. De kans was groot dat hij bij die Anouk in bed lag, dat zij hem als een liefdevolle verpleegster vertroetelde.

Aan hun houding te merken waren Daphne en Yuri weer vervuld van het idee dat er een onverwachte, nieuwe vakantieperiode was aangebroken. Ze ontbeten met z’n vieren. Floor ging tegen halfnegen naar haar salon. Het leek Sylvia geweldig om zo’n soort verplichting te hebben. Jarenlang was ze vrij geweest. Eigenlijk had Eddie haar vrij gehouden, onder de voorwaarde dat ze in huis alles regelde en als het nodig was voor Daphne en Yuri zorgde, dat ze altijd voor hem klaarstond, op alle mogelijke manieren.

Een school, een inkomen, huisvesting…Op een gegeven moment zou ze zich hier moeten inschrijven. Ze hoefde er niet eens over na te denken, en wist het in één keer absoluut zeker: nooit meer zou ze teruggaan naar Eddie. Dat hoofdstuk, of eigenlijk die hele reeks hoofdstukken, was voorgoed afgesloten. Hij had het boek met een enorme klap dichtgeslagen. Bij de echtscheiding zouden de kinderen zeker aan haar worden toegewezen. Maar nu leek het haar het beste om uit de buurt van Eddie te blijven. Ze kende zijn onredelijke driftbuien, zijn agressie, en de manieren waarop hij altijd alles in zijn eigen voordeel wist om te buigen.

Daphne en Yuri bleven lezen, naar de mp3-speler luisteren, tv-kijken of met de PlayStation spelen, terwijl Sylvia de deur uit ging. Ze gokte erop dat ze niet naar de Van Eeghenstraat zouden bellen om Eddie te vertellen waar ze waren ondergedoken. Ze hadden toegezegd hun mobieltjes niet op te nemen als ze werden gebeld.

Nog geen vierhonderd meter van het huis van Floor stond een school, een degelijk, kleurig, nieuw gebouw, met afbeeldingen van grote letters en cijfers die in de gevel waren verwerkt. Taal en rekenen zouden gegarandeerd voldoende aandacht krijgen. De lessen waren al begonnen. Achter de ramen waren kinderen in groepjes over schriften en boeken gebogen, een leerkracht liep door de klas, twee leerlingen zaten voor een computerscherm. Alleen maar geruststellende beelden, daar klampte ze zich aan vast.

Hoewel ze het gevoel had daarmee de normale gang van zaken op de school te verstoren, belde Sylvia toch aan. Een vrouw van een jaar of veertig deed de deur open. Ze keek vriendelijk. “Waar komt u voor?”

“Zou ik de directeur van de school kunnen spreken?” De vrouw glimlachte. “Dat ben ik. Waar gaat ‘t over?”

“Zou ik misschien even binnen kunnen komen?”

“Goed, ik heb het afschuwelijk druk, want onze conciërge heeft zich vandaag ziek gemeld en ik verzui…ik verdrink in het papierwerk, maar oké.”

Ze zaten in een kamer met een bureau, een tafel met een computer en drie metalen kasten. Op het bureau lagen enkele enorme stapels papieren, die eruitzagen alsof ze bij het geringste tikje zouden gaan schuiven.

“Wat is het probleem?” vroeg de vrouw.

Sylvia legde uit dat ze gevlucht was uit Amsterdam, en voorlopig met haar twee kinderen hier in de buurt bij een vriendin woonde. “En het zou fantastisch zijn als ze hier naar school konden gaan.”

Het schoolhoofd, dat zich had voorgesteld als Amira Blok, liet Sylvia zonder haar te interrumperen uitpraten en staarde daarna nadenkend voor zich uit. “Gevlucht,” zei ze ten slotte. “Dat klinkt tamelijk heftig. Waarom, als ik vragen mag?”

Sylvia had de vraag verwacht. “Hij kon zijn handen niet thuishouden.”

“Misbruik?” vroeg het schoolhoofd.

“Nee, hij sloeg. Niet de kinderen, maar mij.”

“Marvin dus,” zei Charly, “de schoft, de proleet…die boerenhufter met z’n karnemelksepapharses.”

De superfruitmand stond pontificaal op de tafel, waar Charly hem had neergezet. Hij pakte er een banaan af, pelde hem, nam een hap, maar gooide het restant weer terug boven op het andere fruit.

Eddie stak een sigaret op.

“Wat gaan we nou doen?” vroeg Charly.

“Het lijkt me niet handig om door te gaan met de handel van Marvin. Ik heb geen zin in meer gaten in m’n lijf.”

“Misschien bluft-ie. Misschien durft-ie helemaal niet verder te gaan. Marvin heeft een grote wafrel, maar het is de vraag of-ie waar kan maken wat-ie zegt.”

“Ik heb er geen behoefte aan om daarvoor als proefkonijn te dienen.” Eddie stak zijn ingepakte arm een stukje omhoog. “Dacht je dat ik dit leuk vond? Misschien dat jij je voor de verandering aan kan bieden als schietschijf. Is weer ‘ns wat nieuws.”

Charly maakte een dempend gebaar met zijn hand. “ Easy, easy. Ik zorg ervoor dat Marvin te weten komt dat we die handel skippen. Oké?” Hij wees naar de sigaret in Eddies hand. “Sylvia niet thuis?”

Eddie nam nog een haal van zijn sigaret en drukte hem daarna uit. “Nee, Syl is er niet. Ze is weg, met de kinderen.” Misschien was het beter geweest om het voor zich te houden, maar hij had het idee dat hij het kwijt moest.

“Weg? Wat bedoel je?”

“Verdwenen…vertrokken.”

Charly keek hem aan met een blik van diep ongeloof. “Waarom?”

“Om wat er gebeurd is, natuurlijk. Die huiszoeking…die schietpartij…alles.”

“Ook door Anouk?”

“Ja, ik denk’t.”

“Daar wist Syl dus ook van?”

Eddie vertelde met gezonde tegenzin het verhaal van Anouk, die hier aan de deur was gekomen en Sylvia had ingelicht over haar zwangerschap.

Charly begon te lachen. “Zwanger? Verdomd, heb je d’r met jong geschopt? Dat wist ik niet eens. Hoe heb je dat nou kunnen doen, man?”

Eddie haalde zijn schouders op. Zijn hand tastte even naar de wond. Ja, de pijn was er nog. Op dit moment was dat geruststellend om te voelen, een piekwaar alle pijn zich concentreerde.

“Ik heb ‘t je vaak genoeg gezegd.” Charly stak een waarschuwende wijsvinger omhoog. “Je kan wel buiten de deur neuken, maar nooit te lang met hetzelfde wijf. Die begint zich dan wat in d’r kop te halen, en dan moet jij…”

“Ja, zo is het wel genoeg,” onderbrak Eddie, “en doe die vinger maar weg. Jij hoeft mij niet te vertellen wat ik moet doen of wat ik moet laten. Fuck you, man. Toen jij met die Babette dat geintje had, daar heb ik toen toch ook niks van gezegd?”

“Nee, maar eh…”

“Nou, zeik dan niet. Jij nog koffie?”

“Een biertje graag. Ik sterf van de dorst. Gisteravond te veel gezopen, maar dat zei ik geloof ik al.”

“Pak het zelf maar. Je weet waar het staat.”

Charly stond in de deuropening een blikje bier leeg te klokken. Met de rug van zijn hand veegde hij het schuim van zijn mond, daarna liet hij een zware boer. “Hè, hè…Dat had ik effe nodig. Waar is ze eigenlijk naartoe?”

“Sylvia? Weet ik niet.”

“Hoe lang blijft ze weg?”

“Moet je aan haar vragen.”

“Denk je dat ze terugkomt? Hier, bij jou?”

Eddie haalde zijn schouders op. Hoe kon hij een antwoord geven als hij er geen benul van had? Verdomme, alleen maar vragen. Een teringzooi, dat was het. Een godvergeten teringzooi, waar hij meer dan genoeg van had. Charly had mooi praten. Die was niet getrouwd, die had geen kinderen. Tenminste, niet dat Charly daarvan op de hoogte was.

Charly keek Eddie aan alsof hij een zielig schepsel voor zich had, zo’n beetje vergelijkbaar met een op straat gezette hond die naar het dierenasiel moest, verregend, hongerig en bang. “Jij laat je wijf met je kinderen weglopen, je weet niet waar ze zit, of ze nog terugkomt…Dat is godverdomme ook nog ‘ns een keer hartstikke link, man. Dat besef je toch wel?”

Ja, Eddie wist het, en Charly hoefde hem dat niet driftig en eigenwijs nog een keer in te wrijven. Je stond absoluut voor lul als je vrouw je had laten barsten. En ze had alles bij zich wat belangrijk was: de kinderen, en vooral alle informatie. De vraag was natuurlijk of ze haar mond zou houden. Stel dat Waldhoven en Brandsma haar wisten te vinden en met haar zouden gaan praten. Zolang ze hier woonde, zou ze haar mond houden. Maar als ze eenmaal zogenaamd zelfstandig was, wat gebeurde er dan? De laatste tijd had hij haar zo weinig mogelijk verteld, maar dan nog wist ze van alles. Ze kende iedereen, was op de hoogte van het geld, van de zogenaamde textielimport, zijn contacten met Herman. Het duizelde hem even. Zijn keel voelde droog aan. “Pak ook maar een biertje voor mij.”

Charly kwam met twee blikjes uit de keuken. “Het bier is meteen op. Je zal boodschappen moeten doen. Weet je hoe dat moet?”

Eddie voelde een bijna niet te bedwingen behoefte om de grijns van Charly’s gezicht te vegen.

Nog altijd leek het een beetje op vakantie, en zij waren de enigen die ervan konden profiteren. Ze zaten in de Burger King bij het station. De kinderen, die al een paar keer iets hadden gezegd als ‘hè, lekker niet naar school’ of ‘die anderen zitten nou taal te doen’, aten patat en een hamburger. Ze prikte in een salade zonder dressing. Ze had net verteld dat ze morgen weer naar school zouden gaan. “Vlakbij, hartstikke makkelijk. Jullie kunnen ernaartoe lopen. Ik hoef niet eens mee, Yuri.” Het had niet veel enthousiasme losgemaakt. Sylvia vroeg zich af wanneer ze zou vertellen dat dit geen tijdelijke voorziening was. Een nieuwe stad, een nieuw leven, een nieuwe toekomst, ver weg van alle ellende en al het gevaar in Amsterdam. Vanochtend had Eddie haar al een paar keer geprobeerd te bellen en hij had drie SMS ’jes gestuurd, maar ze had alle berichten weggedrukt. Misschien moest ze een nieuw toestel aanschaffen met een nummer dat hij niet kende.

Yuri wees Daphne op een onwaarschijnlijk dikke man die een grote berg junkfood zat weg te schrokken. Hij stopte een handje frites in zijn mond, nam meteen een reuzenhap van een hamburger, en begon direct daarna uit zijn halve-literbeker cola te drinken.

“Die barst straks nog uit elkaar,” fluisterde Yuri.

Daphne giechelde.

“Helemaal in stukjes,” ging Yuri door. “Die vliegen hier zo door de Burger King heen.”

Daphne kreeg de slappe lach.

Yuri wist dat hij er nog een schepje bovenop moest doen. “Dan zit iedereen hier onder de smurrie.”

Daphne kwam nauwelijks meer bij. Uiteindelijk leek ze zichzelf weer in de hand te hebben, maar dan keek ze naar de nog altijd bunkerende man en begon ze opnieuw te lachen.

Na een paar minuten maakte Sylvia er een eind aan, vooral omdat ze de indruk had dat de man het in de gaten begon te krijgen, toen Yuri bolle wangen opzette en de restanten van Daphnes eten met grote snelheid in zijn mond ging proppen. Haar auto stond op een parkeerterrein, en ze liepen door een winkelstraat naar de salon van Floor, een paar honderd meter verderop. De meeste zaken die ze in Amsterdam zou zoeken, waren hier ook. Misschien ontbraken alleen een paar winkels uit de PC Hooft of de Van Baerle, maar die kon ze uitstekend missen als ze haar luxeverleden echt van zich afwilde schudden. Geen maaltijden meer van de catering, maar op z’n hoogst een pizza van Domino. Kleren van de H&M, schoenen van Manfield. Vanochtend, toen ze met uitzicht op het kleine tuintje van Floor koffie zat te drinken, had ze het allemaal bedacht, had ze alles ingekleurd.

Daphne hield haar staande voor de etalage van Zara. “Kijk, mam, die broek is mooi. En dat hesje!”

“Ja, heel mooi. Over een paar dagen gaan we hier nog wel ‘ns winkelen.”

In een zijstraat, waar verderop een paar cafés waren, stonden ze voor een groot raam: ‘FLOOR’S HAIRSTYLING—VOOR HEM EN HAAR’. Floor praatte tegen een vrouw die in de stoel zat. Sylvia kon haar lippen zien bewegen. Terwijl ze om de vrouw heen danste, was Floor bezig het haar te knippen. Sylvia voelde het in haar eigen vingers. Zij was het zelf die daar stond met kam en schaar. Het ging haar makkelijk af, alsof de routine haar nooit had verlaten. Ach, je praatte wat…over het weer, over iets wat de vorige avond op de televisie was geweest, over de komende of de vorige vakantie—afhankelijk van welke het dichtst bij was. Alles onschadelijk en overzichtelijk, maar wel prettig. Het gesprek dreef verder, en zij liet zich meevoeren. Sommige klanten waren bekend. Die wilden juist door jou worden geholpen. Hoe gaat het er nou mee? En met de kinderen? De tijd vloog om.

“Mam!” Daphne trok aan haar arm. “Wat gaan we nou doen?” Sylvia keek haar dochter aan alsof ze van een andere wereld kwam.

“Of moeten we hier soms de hele tijd blijven staan?”

“Wie is daar?” klonk het door de intercom.

“Ik ben het, Eddie.” Het was zijn bedoeling geweest Charly te vragen om hem te vervoeren, maar hij had even geen zin in meer cynische opmerkingen. De taxi waarmee hij zich had laten brengen, stond nu nog te wachten, omdat hij onaangekondigd naar de Wolkenkrabber was gegaan. Anouk bleek thuis te zijn, dus Eddie gebaarde dat de chauffeur kon vertrekken. De straatdeur sprong open.

Anouk stond hem voor de deur van haar appartement op te wachten. Ze droeg een strakke broek en een diep uitgesneden truitje. Tussen haar borsten bungelde een sieraad, waarvan Eddie de prijs niet vergeten was. Anouks ogen werden groot toen ze de verbonden arm in de mitella zag. “Wat is er gebeurd?”

Eddie zei niets, drukte alleen een zoen op haar mond en stapte naar binnen.

Ze trok aan zijn goede arm. “Eddie! Wat is er met je arm?”

Ineens voelde hij een diepe vermoeidheid, die het bijna onmogelijk maakte om iets te zeggen. Hij strompelde de woonkamer in. Anouk bleef haar vragen herhalen. Op de bank waren verschillende kledingstukken, kranten en tijdschriften verspreid. Eddie keek of hij die ergens anders kon deponeren, maar de twee luie stoelen en de lage tafel lagen ook vol. Met een breed gebaar van zijn rechterarm veegde hij wat spullen van de bank. “Effe zitten.”

Anouk schoof naast hem en sloeg een arm om hem heen.

“Au! Kijk uit!”

“Ben je gevallen of zo? Is-ie gebroken?”

Eddie schudde zijn hoofd. Waarom was hij hier eigenlijk naartoe gegaan? Misschien omdat alleen maar alleen was. “Nee, een ongeluk.”

“Maar wat voor ongeluk dan?”

Eddie vertelde haperend over het schietincident, de rit naar het ziekenhuis en het verhoor door de politie.

“Wat erg voor je, wat verschrikkelijk! Je had dood kunnen zijn, en dan had ik…” Ze begon zachtjes te snikken.

Eenjankendevrouw…Daar had Eddie nu helemaal geen behoefte aan. “Ik ben niet dood,” zei hij. “Ik ben nog lang niet dood.”

De kinderen waren naar bed, en Sylvia zat met Floor op de brede bank in de achterkamer. Ze dronken rode wijn. Zuid–Afrikaanse, kwam bij de VOMAR vandaan, een aanbieding, maar de smaak was redelijk. Sylvia zou morgen kunnen beginnen in de salon. Er was werk genoeg, zeker met de feestdagen voor de deur. Bovendien, laatst was er toch iemand weggegaan, die parttime werkte? Floor had nog geen nieuwe kapster aangenomen, en de leerling kon ze niet alles laten doen. Na december zouden ze het verder bekijken. Als alles tot rust was gekomen, kon Sylvia nieuwe plannen maken.

“Je moet kijken hoe het bevalt,” zei Floor. “Misschien wil je op een gegeven moment terug naar Amsterdam.” Ze leek even te aarzelen. “Misschien wel naar Eddie.”

“Dat is afgelopen…finito, voorgoed.” Sylvia nam een slokje wijn. “Als ik weer denk aan Yuri in die auto, dan…” Ze sloot even haar ogen en schudde met haar hoofd, alsof ze daarmee haar donkerste gedachten kwijt kon raken. “Ik wil niet dat mijn kinderen opgroeien en denken dat het normaal is om zo je geld te verdienen. Alles wat Eddie uitvreet, zoals laatst met Frans, je kent hem nog wel van vroeger, dat wil je gewoon niet weten.”

“Frans? Jouw Frans?”

Ze knikte. Als er iemand wist van Frans, dan was het haar oude vriendin Floor. Sylvia vertelde het verhaal over de manier waarop Eddie Frans geld afhandig had gemaakt.

“Daar zou je mee naar de politie kunnen gaan.”

“Het zou kunnen, ja, maar ik doe het niet. Dat kan ik niet maken. Hij blijft toch de vader van mijn kinderen.”

Eddie belde weer met Rosalie. Nee, ze had geen benul waar Sylvia was. Het klonk oprecht en eerlijk, maar Eddie geloofde haar niet. Sylvia had haar waarschijnlijk in vertrouwen genomen. Rosalie had hem vroeger niet gemogen en ze mocht hem overduidelijk nog altijd niet. Daar had hij zich nooit ene moer van aangetrokken, maar nu kwam het hem slecht uit.

“Is ze dan nog altijd weg?” vroeg Rosalie zoetsappig.

“Ja, als je wat van d’r hoort, bel je me dan even? Kan ik op je rekenen?”

“Sylvia kan op me rekenen,” zei Rosalie.

Eddie zat met een tutende telefoon in zijn hand. “Stom kutwijf.”

Hij probeerde zich andere vriendinnen van Sylvia voor de geest te halen, maar er schoot hem geen naam te binnen. Dan Sylvia nog maar een keer. Shit, weer de voicemail. Hij sprak een bericht in.

Anouk had met hem mee naar de Van Eeghenstraat gewild. “Om je te verzorgen,” had ze gezegd. Daar was hij niet op in gegaan. “Blijf dan hier,” stelde ze voor. Dat aanbod had hij ook afgeslagen. Toen hij de deur uitstapte, had ze hem bijna niet los willen laten. Eddie schonk een dubbele Johnny Walker in en stak een sigaret op. Sylvia…Hij zou haar vinden, als het vandaag niet was dan was het morgen. Hij móést haar vinden, en hij zou haar terugbrengen, terug naar hier, waar ze thuishoorde.