9
Het ongeluk
Het Cherry Hill was een van de bekendste en meest luxueuze hotels in de vakantieregio van in het noorden van de staat New York. Het was een groot, laag gebouw met een eigen golfbaan, een zwembad met Olympisch afmetingen, nachtclub en indoorschaatsbaan. De leerlingen die er anders om wat voor reden ook naartoe gingen waren al enthousiast, maar vanavond mochten we de golfclub gebruiken als onze privédans- en feestzaal en dat maakte het allemaal nog opwindender.
Het hotel had parkeerservice en er waren spotlights geïnstalleerd, zodat het leek of er beroemdheden zouden komen. Er was zelfs een rode loper voor ons uitgelegd. Toen we voorreden in de oldtimer, kwamen de leerlingen die er al waren naar de deur om te kijken, en degenen die net vóór ons waren gearriveerd, wachtten tot wij gestopt waren. Er werd zelfs geapplaudisseerd. De klas had een fotograaf gehuurd om foto’s van het schoolbal te maken, en hij klikte erop los met felle flitslichten toen Craig en ik uit de auto stapten. De muziek klonk door de buiten opgehangen speakers, zodat ik het gevoel had dat het feest begon zodra ik was uitgestapt. Om nog meer de aandacht te trekken van zijn vrienden, nam Craig me in zijn armen en wervelde met me rond op de rode loper alsof we twee professionele dansers waren. Er volgden gelach en applaus.
Craig leek het heldere licht van de flitslampen in zich op te zuigen. Zijn schouders gingen omhoog en hij zwol van trots. Ik had me afgevraagd of de woede van zijn ouders, hun verzet tegen zijn voornemen met mij naar het schoolbal te gaan, op de een of andere manier zou doordringen in de avond en die voor ons bederven. Ik wist zeker dat hij dat ook had gedacht.
‘Ik wist dat ik het juiste meisje voor het schoolbal had gevraagd. Ik zei je toch dat je “koningin van het bal” zou zijn,’ fluisterde hij toen hij me een arm gaf en me begeleidde over de rode loper.
Craigs vrienden wilden weten hoe het hem gelukt was die auto te bemachtigen. Niemand vroeg waarom hij het had gedaan, ze namen gewoon aan dat hij iets bijzonders wilde. Iedereen gaf hem een hand en klopte hem op de rug alsof hij een homerun had geslagen in de halve finale en niet was uitgegooid.
Ik had het gevoel of ik door een raket van de aarde was geschoten. Nog maar een paar weken geleden, vóór de voorjaarsvakantie, was ik minder dan een schaduw geweest op school – een voorbijvliegende schaduw. Nu was ik het middelpunt van een kring jaloerse meisjes die probeerden mijn aandacht te trekken en met me te praten. Meisjes als Mindy Taylor en Peggy Okun, die vroeger geprobeerd hadden me te vernederen, waren nu teruggedrongen in de verste hoeken van de zaal. Verbijsterd over die ommekeer stonden ze er kleintjes en met zure gezichten bij. Ze waren beslist net zo versuft over dit alles als ik, alleen genoten zij er niet van.
Craig en ik begaven ons onmiddellijk naar de dansvloer, gevolgd door de anderen. Het leek wel of we de meeste feestgangers aan een lijntje hadden en dat ze precies deden wat wij wilden. Als wij naar de punchschaal gingen, gingen zij ook. Als wij een hapje namen van het buffet, deden zij dat ook. Als wij dansten, dansten zij, en als wij bleven staan om te praten, kwamen ze om ons heen staan om geen woord te missen.
Hoe zou het leven van mijn moeder zijn verlopen als ze dit soort dingen had meegemaakt? vroeg ik me af. Zou het haar hebben veranderd, geholpen, haar hebben behoed voor een ramp? Als er zoiets bestond als een injectie van zelfvertrouwen, dan was dit het wel. Ik voelde me door niemand geïntimideerd, niemand danste beter dan ik of zag er beter uit. Plotseling leek het niet zo moeilijk meer om in deze wereld te wedijveren met meisjes van mijn leeftijd. Craig en ik waren het mooiste, meest bewonderde paar op de dansvloer, en niet alleen vanwege die auto en onze kleding.
Craig was al enorm populair op school, hij was klassenvoorzitter en een sportheld. Onze opvallende entree en de energie die we uitstraalden droegen daar alleen nog maar toe bij. Nu ik hier was, had ik werkelijk het gevoel dat ik ontdekt was, en terecht. Ik koesterde me in de aandacht van de andere jongens en meisjes. Ik wist dat ik spraakzamer was dan ooit, meer lachte dan ik ooit gedaan had en dat ik blij was met wie ik was. Ik was nooit echt tevreden geweest over mijzelf, maar deze avond was ik dat wel en ik dacht dat ik dat van nu af aan zou blijven. Het was van ons allebei een goede beslissing geweest om bij elkaar te blijven en samen naar het schoolbal te gaan.
‘Het is gewoon ongelooflijk zo mooi als je eruitziet. Je lijkt wel een actrice of zo,’ zei Marsha Green tegen me. Ik glimlachte slechts naar haar. Ik wist niet wat ik zeggen moest tegen iemand die zo dweperig tegen me deed, vooral tegen haar niet. Ze zat naast me in het wiskundelokaal en had me hiervóór zelfs nog niet geeuwend aangekeken.
Een tijdje later trok Craig me opzij en pakte het glas punch uit mijn handen.
‘Ik heb net ontdekt dat iemand er wodka bij heeft gegooid.’
‘Heus? Ik heb het niet geproefd.’
‘Dat is precies de bedoeling. Het is goed gecamoufleerd, maar ik wil geen herhaling van Mickeys party. Ik heb iets beters voor ons,’ zei hij en tikte op zijn jasje.
Voor ik hem kon vragen wat het was, werd hij meegetrokken door Bobby Robinson die hem een grap wilde laten horen. Hoewel alle jongens aandacht moesten schenken aan hun date, zochten ze toch graag elkaars gezelschap op om hun verhalen kwijt te kunnen. Waarom werden meisjes als kletstantes beschouwd? vroeg ik me af. Ik moest heimelijk lachen. Ik deed zoveel nieuwe en wonderbaarlijke ontdekkingen over de wereld waarin ik verkeerde, over de mensen die ik kende.
Even later stopte de band, die de taak had gekregen om de koning en koningin van het bal te kiezen, om aan te kondigen wie ze hadden uitverkoren. Mijn hart begon te bonzen. Aan de manier waarop de anderen naar Craig en mij keken, kon ik zien dat ze verwachtten dat wij zouden worden gekroond. Maar toch, toen de leider van de band onze namen noemde, begonnen mijn knieën te knikken.
‘Kom,’ drong Craig aan. ‘Laten we die kronen gaan halen voor ze ontdekken dat ze zich vergist hebben.’
Ik verkeerde in zo’n shocktoestand dat ik als een zombie naar het podium liep. Ik de koningin van het bal? Ik? De paria van het dorp?
In een quasi-serieuze plechtigheid, met veel pracht en praal, trompetgeschal en tromgeroffel, werden we gekroond, en iedereen juichte en klapte. De fotograaf maakte van alle kanten foto’s, en sommige leerlingen die een camera hadden meegebracht, deden hetzelfde. Ik zag zelfs een van onze chaperons, meneer Kasofsky, een paar opnamen maken.
Na de kroning moesten we samen dansen, als een bruid en bruidegom op hun huwelijksfeest, terwijl we door een spotlight werden gevolgd. Ik was doodsbang dat ik zou struikelen of op de een of andere manier een dwaze, stuntelige indruk zou maken, maar in Craigs sterke armen voelde ik me veilig. Hij leidde me sierlijk over de dansvloer.
‘Ik was bang dat ze Bobby en Charlene zouden kiezen,’ fluisterde Craig. ‘Zij waren de serieuze concurrenten.’
Ik keek even naar Charlene. Ook al lag er een vriendelijke glimlach op haar gezicht, ik wist zeker dat ze teleurgesteld was. Ik had medelijden met haar. Volgens mij was zij het mooiste meisje op school, en ook Bobby was een knappe, aantrekkelijke jongen.
‘Uiteindelijk moesten ze het toch tegen ons afleggen,’ voegde Craig eraan toe.
Ik keek hem aan. Zelfvertrouwen begon snel over te gaan in arrogantie, dacht ik. Misschien kwam die karaktertrek van zijn moeder nu toch naar boven.
‘Ik voel me er niet helemaal prettig bij,’ zei ik. ‘Charlene danst beter dan ik en ze is mooier.’
‘Dat vond de band niet, en daar gaat het om,’ antwoordde hij. ‘Doe niet zo mal. Geniet ervan.’
Hij koesterde zich in alle aandacht.
‘Mijn ouders zullen met hun mond vol tanden staan als ze het horen,’ mompelde hij. ‘Pa’s klanten zullen hem gelukwensen en hij zal moeten lachen en dankjewel zeggen. Ik weet dat mijn moeder van die roem zal willen profiteren, ook al zal ze nooit toegeven dat ze het mis had. Hun verdiende loon. Ik hoop dat ze er moeite mee zullen hebben om door het stof te gaan.’
Ik wou dat hij niet zo verbitterd was jegens zijn ouders. Het zat me nog steeds dwars dat het gedeeltelijk, zij het niet totaal, mijn schuld was, en het gaf me een raar gevoel dat hij het prettiger vond zijn ouders in een pijnlijke situatie te brengen dan te genieten van onze triomf.
De aandacht die we hadden gekregen bij onze aankomst werd nog verhoogd door de kroning. Iedereen wilde weten wat onze plannen waren na het schoolbal en de volgende dag. Een uitnodiging bij Ruth Gibson thuis werd algauw zo waardevol als een uitnodiging op het Witte Huis. Ik stond verrast over het aantal meisjes dat naar me toekwam met de vraag of ik ervoor kon zorgen dat zij en hun date werden uitgenodigd.
‘Het is niet mijn huis en niet mijn party,’ zei ik, en hun vleiende glimlach verdween als sneeuw voor de zon.
‘Wat kan iemand toch gauw verwaand worden,’ mompelde Jennifer Todd luid genoeg dat de andere meisjes in haar buurt het konden horen. Er werd geknikt en de welkomstmat werd snel onder mijn voeten vandaan getrokken en opgerold.
Afgunst leidt vaak tot rancune, dacht ik. Ik wilde dat we ons minder opvallend hadden gedragen. Ik had een leuke avond willen hebben, een herinnering voor later, een gekoesterd souvenir om in een album te plakken. Ik was er niet op uit om de school te veroveren en Miss Popularity te worden.
Kort daarna besloot de groep die naar Ruths huis ging dat het tijd werd om te vertrekken. Sommigen vroegen het aan Craig, die ja zei. Het schoolbal was over zijn hoogtepunt heen, vooral voor hem. Wat viel er verder nog te doen als je eenmaal tot koning gekroond was?
‘Nu begint het echte feest,’ fluisterde hij in mijn oor toen we weggingen. ‘Nu gaan we echt plezier hebben,’ zei hij op zangerige toon. ‘Het is mijn ouders niet gelukt deze avond voor me te bederven. We hebben ze mooi op hun nummer gezet.’
Zijn woorden hadden weer diezelfde wrange klank. Ik wilde me niet amuseren om iemand te ergeren. Ik wilde gewoon zelf plezier hebben, maar Craig was kwaad en niet meer te stuiten. Het laatste uur op het schoolbal had ik trouwens al gemerkt dat zijn gedrag veranderd was. Hij liet me voortdurend in de steek om met zijn vrienden bij de punchschaal te gaan staan, waarvan ik wist dat er wodka in zat. In de club mocht niet gerookt worden, dus degenen die wilden roken moesten naar buiten. Craig ging met hen mee, ook al rookte hij niet. Hij liet me zeker tien minuten alleen en toen hij terugkwam was hij opgewonden en enthousiast. Kort daarna werd het besluit genomen om weg te gaan.
We stapten snel in de auto en volgden de rij auto’s die naar Ruth Gibsons huis reden. We droegen nog steeds onze kroon. Ik vond het mal om die dingen op te houden, maar Craig stond erop.
‘We moeten die kroon de hele nacht ophouden, zelfs als we gaan slapen,’ grapte hij.
Het was net na middernacht. De groep in Ruths huis bestond uit tien mensen, maar slechts drie ervan bleven slapen. We namen een zijweg die korter was en ons sneller bij ons doel zou brengen. Met slechts onze koplampen en de achterlichten van de auto’s voor ons om ons pad door het beboste terrein te verlichten, had ik plotseling het gevoel dat we ons in een griezelige processie bevonden. Het maakte me nerveus.
‘Hier,’ zei Craig, en haalde zijn hand van het stuur om me een donkere sigaret te overhandigen. ‘Steek een van deze op.’
‘Ik rook niet en ik dacht dat jij dat ook niet deed.’
‘Het is geen sigaret, Alice. Weet je niet wat het is?’
Ik schudde mijn hoofd, maar ik rook het.
‘Is het… hasj?’ vroeg ik.
‘Ja,’ zei hij lachend. ‘Je wordt er niet misselijk van en het ontspant je.’ Hij pakte de aansteker en hield die voor me. Ik aarzelde. ‘Kom, schiet op. Ik wil ook wat. We hebben het recht om iets te vieren. We zijn royalty.’
Nog zenuwachtiger stak ik de joint aan en nam een trekje. Snel blies ik de rook uit en hoestte. Hij lachte me uit.
‘Je moet de rook inhouden,’ zei hij en nam de joint van me over om te laten zien hoe ik moest roken.
‘Hier, probeer het nog eens.’
‘Liever niet.’
‘Kom, Alice. Ontspan je. We hebben een geweldige avond voor de boeg.’
‘Zo wil ik het graag houden,’ zei ik.
‘Wauw.’
Teleurgesteld schudde hij zijn hoofd, maar hij drong niet aan. Ik kon zien dat hij zich aan me ergerde, maar hij maakte geen onaangename opmerking. In plaats daarvan rookte hij sneller en hield de rook langer binnen. ‘Je weet niet wat je mist,’ zei hij en wipte op en neer op zijn stoel, boog zich naar me toe om me te zoenen en bood me steeds opnieuw de joint aan.
Ik probeerde hem te negeren. Ten slotte zette hij de radio harder en lachte weer.
‘Kijk eens hoe hard Jack Montgomery rijdt,’ zei hij met een knikje naar een van de auto’s, een eind voor ons. ‘Ik weet wel wat hij van plan is. Hij wil de beste slaapkamer voor hem en Brenda. De klootzak.
‘Maar wacht even, wij zijn de koning en koningin van de avond. Wij horen hen niet te volgen. Zij horen ons te volgen.’
Met die woorden verliet hij de rij en trapte op het gaspedaal. Hij passeerde de twee auto’s die voor ons reden en toeterde luid. Zij deden hetzelfde. De auto van Jack Montgomery was de laatste vóór ons. Craig toeterde weer, maar Jack weigerde opzij te gaan. Craig reed tot aan zijn bumper, botste bijna tegen hem op en hield zijn vinger op de claxon. Jacks enige reactie was gas te geven.
‘De schoft,’ zei Craig en accelereerde ook.
‘Je rijdt te hard,’ zei ik. ‘Het is niet belangrijk, Craig. Laat hem gaan.’
‘Het is wél belangrijk. Iedereen probeert me in een hoek te dringen. Je zou haast denken dat mijn moeder in die auto zit.’
‘Wat?’
Wat een vreemde opmerking, dacht ik.
Hij gaf geen antwoord en ging nog harder rijden.
De zijwegen waren veel smaller dan de hoofdwegen in onze regio. Sommige waren al jaren niet meer onderhouden en waren hier en daar opgebroken. De berm was zacht en aan beide kanten van de weg waren diepe greppels, maar omdat de greppels al geruime tijd niet meer waren schoongemaakt, waren ze gecamoufleerd met modder, bladeren en dode takken.
Craig zat achter het stuur met de joint hangend in zijn mondhoek, als een gewone sigaret. Toen hij een diepe trek nam, blies hij de rook uit door zijn neusgaten, wat hem op een kwade stier deed lijken.
Geleidelijk haalde hij Jacks auto weer in, maar deze keer probeerde hij hem niet naar rechts te dringen, maar schoot naar links en begon hem te passeren. We reden naast elkaar en toen ik opzij keek, zag ik dat Jack lachte, maar dat zijn vriendin Brenda net zo angstig keek als ik. Ze sloeg hem op zijn schouder om hem langzamer te laten rijden. Ik zag dat hij zich omdraaide om haar weg te duwen, maar door die manoeuvre kwam zijn auto gevaarlijk dicht bij de onze. Craig probeerde dat goed te maken door nog verder naar links uit te wijken, waarop zijn linkervoorwiel in de greppel terechtkwam.
Het was alsof iemand, een of andere grote onzichtbare reus, naar ons reikte, onze auto in zijn reusachtige hand nam en ronddraaide. De wielen verloren hun greep op het asfalt, de auto werd letterlijk van de grond getild en omgegooid, en botste tegen de grote eiken- en notenbomen. Ik gilde. Ik hoorde het geluid van versplinterend glas en scheurend metaal en voelde me omhooggetild en in het rond gesmeten. Mijn ogen waren gesloten. Ik voelde geen pijn toen we tot stilstand kwamen. Ik viel in de duisternis.
Toen ik mijn ogen weer opendeed, keek ik naar een wit plafond en hoorde ik een soort gepiep. Langzaam begon ik te focussen, maar toen voelde ik een scheut van pijn in mijn linkerzij, mijn been en mijn heup. Ik kreunde. Toen ik mijn hoofd omdraaide zag ik dat mijn grootvader naast me zat in wat kennelijk een ziekenhuiskamer was. Hij hield zijn hoofd omlaag; zijn kin rustte bijna op zijn borst. Ik sloot en opende mijn ogen en riep hem. Eerst dacht ik dat ik droomde en riep in mijn slaap, omdat hij niet reageerde. Toen hief hij langzaam zijn hoofd op en keek me aan.
Hij zag er uitgeput uit, als iemand die dagenlang op de been was geweest. Hij was ongeschoren en zijn ogen vielen halfdicht, maar hij wist een glimlach tevoorschijn te toveren en stond langzaam op, liep naar het bed en pakte mijn hand vast.
‘Hallo, prinses, hoe gaat het?’
‘Waar ben ik?’
‘In het provinciale ziekenhuis. Je lag al twee dagen in een coma. Je grootmoeder staat op de gang met een dokter te praten.’
‘Wat is er gebeurd?’
‘Herinner je het je niet meer?’
Ik schudde mijn hoofd. Was dit weer die beroemde selectieve amnesie?
‘Je hebt een ernstig auto-ongeluk gehad, Alice. Heel ernstig. Het is een groot geluk dat je nog bij ons bent. Herinner je je er helemaal niets meer van?’
Ik staarde hem aan. Ik voelde een doffe pijn en zag voor het eerst dat er iets in mijn arm stak. Ik volgde de slang tot aan een zak die aan een standaard hing. Ik wilde ernaar informeren, maar voelde dat mijn oogleden dichtvielen. Ik deed een vergeefse poging ze open te houden. Een ogenblik later viel ik in slaap.
Toen ik weer wakker werd, stond mijn grootmoeder met een dokter naast mijn bed. Mijn grootvader liep de kamer in en kwam naast hen staan.
‘Alice,’ zei mijn grootmoeder. ‘Alice, hoor je me?’ Ze draaide zich om naar de dokter. ‘Ze schijnt me niet te horen of zelfs maar te zien.’
‘Ze is nog steeds in een toestand van verdoving,’ zei hij.
Droomde ik? Ik scheen naar hen te kijken door een dichte mist, die langzaam begon op te trekken.
‘Wat is er met me gebeurd, oma?’
‘Je hebt je heup lelijk bezeerd,’ zei ze. ‘Je moet geopereerd worden om te zien wat eraan te doen is. Je hebt een hersenschudding, maar volgens de dokter is die niet levensgevaarlijk. Je hebt verwondingen over je hele lichaam, Alice. Het is een wonder dat je geen ernstiger letsel hebt opgelopen.’
Terwijl ze sprak keek ik naar mijn grootvader en vervolgens naar de dokter. Ik zag nog iets in hun gezicht, iets dat me angst aanjoeg. Ik sloot mijn ogen en deed mijn best me alles te herinneren. Het leek of ik uit een poel van inkt langzaam opsteeg naar het licht. Deels wilde ik dat beletten. Ik schudde mijn hoofd, smeekte om niet verder te gaan naar het licht, maar ik kon het niet voorkomen. De herinneringen stormden plotseling op me af als woedende kleine dieren, die me wilden bijten. Kreunend bracht ik mijn linkerhand naar mijn gezicht.
‘Rustig,’ zei de dokter.
‘Wat… waar is Craig?’ vroeg ik.
Niemand gaf antwoord. Ze keken me alleen maar aan. Toen keek mijn grootmoeder naar mijn grootvader, en hij kwam naar voren.
‘Craig heeft het niet gehaald, Alice.’
‘Wat niet gehaald?’
‘Zijn verwondingen waren veel ernstiger.’
Ik bleef naar hen staren, wachtte tot hij eraan toe zou voegen: ‘Maar hij zal weer herstellen.’
Hij voegde er niets aan toe. Hij sloeg zijn ogen neer.
‘Bedoel je dat Craig dood is?’
‘O, god,’ zei mijn grootmoeder. Haar lippen trilden. Haar gezicht leek op een aardbeving. De tranen stroomden over haar wangen.
‘Hij is dood?’ vroeg ik weer.
‘Ja, Alice. Hij is overleden,’ zei mijn grootvader.
Ik sloot mijn ogen, viel terug in de poel van inkt en zakte verder omlaag.
Toen ik weer wakker werd, was mijn tante Zipporah er. Ze staarde uit het raam.
‘Tante Zipporah?’
‘O, Alice. Ik ben zo blij dat je wakker bent. Arm kind.’
‘Waar zijn opa en oma?’
‘Ze zijn iets gaan eten in de kantine van het ziekenhuis. Hoe voel je je?’
‘Suf,’ antwoordde ik. Ik dacht even na. Was ik wakker geweest en had ik met mijn grootouders gesproken en hadden ze werkelijk gezegd wat ik dacht dat ze hadden gezegd?
Tante Zipporah schoof een stoel naar het bed en pakte mijn linkerhand in haar beide handen. Ze glimlachte naar me.
‘Het komt goed met je,’ zei ze. ‘Bont en blauw, maar niets ernstigs.’
‘Ik heb een auto-ongeluk gehad.’
‘Een verschrikkelijk ongeluk, ja. Je grootvader zegt dat iemand die dat wrak had gezien, niet zou geloven dat je nog leefde.’
‘Maar Craig…’
‘Ik weet het. Het is heel erg. Kun je je herinneren wat er is gebeurd?’
Ik dacht even na. Woorden en beelden tolden in mijn hoofd door elkaar als stukjes van een legpuzzel. Langzaam begonnen er een paar in elkaar te passen.
‘We gingen naar een feestje bij iemand thuis.’
‘Ja, ik weet het,’ zei ze en knikte om me aan te moedigen. ‘Dat was na het schoolbal.’
‘Craig wilde er als eerste zijn. We werden gekozen tot koning en koningin van het bal.’
‘Ik weet het,’ zei ze weer. Ze wreef glimlachend over mijn hand.
‘Hij reed te snel en toen gebeurde er iets… het leek of de auto wegvloog.’
‘Hij verloor de macht over het stuur,’ zei ze. ‘Alice,’ begon ze. Ze keek naar de deur en toen weer naar mij. ‘Hebben jullie… hebben jullie hasj gerookt?’ Ik staarde haar aan. Dat was de puzzel die ik gezien had. Ook die stukjes vielen snel op hun plaats. Ik knikte.
‘Hij wel. Ik heb maar één trekje genomen en toen nam hij het weer terug.’
‘Ze hebben het gevonden en ik denk dat ze bij de autopsie hebben geconstateerd dat hij gebruikt had.’
‘Weten opa en oma het?’
‘Ja. Maar het is niet jouw schuld,’ zei ze snel. ‘Wat er is gebeurd is niet jouw schuld. Laat niemand je proberen wijs te maken dat het wél zo was.’
Ik nam haar onderzoekend op. ‘Beweert iemand dat?’
Ze gaf geen antwoord.
‘Craigs moeder?’
‘Je kunt het iemand niet kwalijk nemen dat ze het niet kan en wil begrijpen en dat ze kwaad is en probeert iemand of iets anders de schuld te geven en niet haar eigen kind, maar we weten allemaal dat jij op geen enkele manier aan hasj had kunnen komen. Hij moest wel degene zijn die het in zijn bezit had,’ zei ze, maar ze zei het met een klank in haar stem alsof ze het vroeg en niet zei.
‘Ja, hij had het. Ik wist het pas toen we in de auto zaten en op weg waren naar het feest.’
‘Verdomme. Hasj roken terwijl je rijdt. Dat kun je niet maken.’
Mijn grootouders kwamen terug in de kamer. Mijn grootvader glimlachte toen hij zag dat ik wakker was, maar het gezicht van mijn grootmoeder stond erg bezorgd. Ze keek naar tante Zipporah.
‘Het is waar van de hasj,’ zei ze tegen mijn grootmoeder. Hij had het bij zich,’ voegde ze er nadrukkelijk aan toe.
‘O, Alice,’ zei mijn grootmoeder.
‘Wat kon zij eraan doen? Híj had het,’ zei tante Zipporah.
‘Mijn god.’
‘Het heeft geen zin haar nog meer overstuur te maken, Elaine,’ zei mijn grootvader.
‘Ze geeft mij de schuld? Craigs moeder geeft mij de schuld?’ vroeg ik.
‘Ze is niet het soort vrouw dat ooit schuld zou bekennen, zelfs niet als ze op heterdaad betrapt werd,’ zei mijn grootmoeder.
‘Denk daar nu niet aan,’ zei mijn grootvader tegen mij terwijl hij dichter naar het bed toe liep. ‘Ik wil dat je je concentreert op beter worden. Op niets anders.’
‘Zodra je sterk genoeg bent, gaan ze je heup opereren,’ zei tante Zipporah glimlachend. ‘Het komt helemaal in orde. Je ontkomt er niet aan om van de zomer te komen werken, denk daaraan.’
Ik wendde me af.
Ik kon nu alleen nog maar denken aan Craigs stralende lach op het schoolbal en de blijdschap en opwinding die we allebei hadden gevoeld. Hoe snel waren we van de wolk gevallen waarop we zweefden. Het was of het allemaal een droom was geweest, en nu was die droom een nachtmerrie geworden.
Ik hoefde niet naar het gezicht van mijn grootouders te kijken om te weten wat me daarbuiten te wachten zou staan. Ik kon de dreiging en het onheil als een naderend onweer op me af voelen komen. Als Craigs moeder een manier vond om mij de schuld te geven van het ongeluk, zouden alle hoofden instemmend knikken en de mensen in ons dorp zouden zeggen dat ze altijd wel geweten hadden dat er zoiets zou gebeuren. Ze konden net zo goed een spandoek hangen boven Main Street waarop stond DE APPEL VALT NIET VER VAN DE BOOM.
Ik hoopte dat ik zou sterven op de operatietafel en er aan alle ellende een eind zou komen.
‘We moeten haar laten rusten,’ zei mijn grootmoeder.
‘Ik zal tijdschriften voor je meenemen, iets om te doen, Alice,’ beloofde mijn grootvader. ‘Misschien, als je weer op kunt zitten, kan ik je een paar penselen, verf en wat tekenpapier brengen.’
Ik draaide me met een ruk naar hem toe.
‘Ik wil niet meer schilderen,’ zei ik.
‘Wat? Natuurlijk wil je dat wel. Zoiets geef je niet op, Alice.’
‘Het is niet belangrijk.’
‘Natuurlijk is het belangrijk.’
‘Denk daar nu niet meer aan. Je bent nu niet in een conditie om welk besluit dan ook te nemen,’ zei tante Zipporah. ‘Ik weet dat het je kil en wreed in de oren zal klinken, maar mettertijd gaat alles voorbij en ga je door met je leven. Je kunt niet veranderen wat er gebeurd is, maar als je jezelf eraan onderdoor laat gaan, zal al het slechte waarvan ze je betichten waar lijken te zijn.’
Het klonk logisch wat tante Zipporah zei. Ik was nu alleen niet in de stemming om het te accepteren. Ik sloot mijn ogen. Ze kusten me op de wang voor ze weggingen, maar ik opende mijn ogen niet. Ik wilde dat ik ze eeuwig gesloten kon houden.
Even later kwam de verpleegster binnen om me te onderzoeken, en toen kwam de chirurg die me zou opereren met me praten over mijn verwondingen en me vertellen wat er met mijn heup moest gebeuren.
‘Je heupgewricht is op vier plaatsen gebroken, Alice,’ zei hij. ‘Het wordt een lange operatie, maar je zult er niets van merken omdat het onder narcose gebeurt. Het zal jou niet langer dan een paar minuten lijken,’ zei hij glimlachend.
Ik wilde hem vragen of hij me nu niet meteen onder narcose kon brengen. Ik denk dat hij het aan mijn gezicht zag.
‘Hoor eens, Alice, je bent nog erg jong. Je zult herstellen en weer sterk worden.’
‘De jongen die bij me was zal nooit meer herstellen.’
‘Nee. Ik vind het heel erg. Geloof me, ik wilde dat ik de kans had om ook hem te helpen. Ik heb zelf een zoon die niet veel jonger is. Maar op het ogenblik moeten we ons concentreren op jou. Ik wil dat je sterker wordt en een goede instelling hebt ten aanzien van je genezing. Dat helpt.’
‘Oké. Dank u,’ zei ik. Hij gaf een klopje op mijn hand, bekeek mijn patiëntenkaart en ging weg.
Het is gemakkelijker om oké te zeggen dan iets anders, dacht ik. De mensen laten je met rust als je het met ze eens bent.
Mijn operatie was vastgesteld op een latere datum. Tot die tijd moest ik herstellen en aansterken. Tyler stuurde me bloemen en een doos bonbons. Tante Zipporah bezocht me minstens zes keer, en mijn grootmoeder kwam elke dag. Mijn vader belde op, en hij en Rachel stuurden me ook bloemen en bonbons, maar hij zei niet dat hij bij me op bezoek zou komen. Hij wenste me het beste met mijn operatie en beloofde contact te houden met mij en mijn grootouders.
Van school kwam niemand me bezoeken of belde zelfs maar tot twee dagen na mijn operatie.
Ik hoorde dat de operatie bijna tien uur geduurd had – zo verbrijzeld was de heup. Ze vertelden me dat we voorlopig niet zouden weten in hoeverre de operatie succesvol was en dat ik fysiotherapie nodig had.
De dag nadat ik terug was in mijn eigen kamer, kwam Charlene Lewis op bezoek. Mijn grootvader had schoolwerk voor me gevraagd waaraan ik zou kunnen werken zodra ik ertoe in staat was. Ik had heel weinig gedaan. De gedachte school in mijn achterhoofd dat ik misschien, heel misschien, niet meer terug zou gaan naar school. Ik wist niet wat het alternatief zou moeten zijn, maar ik vreesde de dag waarop ik dat gebouw weer binnen zou moeten gaan. Dus toen Charlene op de drempel van mijn ziekenhuiskamer verscheen kwam iets van die angst met haar binnen.
‘Hoe gaat het met je?’ vroeg ze.
Ik haalde mijn schouders op.
‘Dat weet ik nog niet. Ze hebben me geopereerd en we moeten afwachten.’
‘Er is niets over je naar buiten gekomen, maar we hebben wel gehoord dat er iets ernstigs is met je heup,’ zei ze.
‘Als ik weer kan lopen, zal ik waarschijnlijk kreupel zijn. Het dansen is snel afgelopen.’
Ze leek me erg ongelukkig. Zij en Bobby hadden in een van de auto’s achter ons gezeten, dus hadden zij het ongeluk gezien of waren er als eersten bij geweest. Ik had ook gehoord dat zij degenen waren die naar een huis waren gelopen en de politie en de ambulance hadden gewaarschuwd.
‘Bijna de hele senior high school was op Craigs begrafenis,’ zei ze. ‘Het honkbalteam was in uniform. Bobby en Mickey en twee anderen droegen de kist.’
Ik zei niets. Mijn grootouders – of eigenlijk mijn grootvader – hadden besloten de begrafenis niet bij te wonen. Mijn grootvader was bang voor een scène tussen Craigs moeder en mijn grootmoeder. Hij zei het niet ronduit, maar ik wist dat hij dat dacht.
‘Het was vreselijk op school,’ ging Charlene verder. ‘De meisjes zitten voortdurend te huilen. Bobby is erg depressief. Iedereen is depressief.’
Ik perste mijn lippen op elkaar om niet in huilen uit te barsten.
‘Ik denk dat je wel gehoord hebt dat er een politieonderzoek is geweest en dat ze de hasj in de auto hebben gevonden.’
‘Ja, ik heb het gehoord,’ zei ik.
‘De meesten van ons wisten natuurlijk dat Craig die bij zich had. Het was niet de eerste keer, maar zijn moeder…’
‘Ik weet het. Ze vertelt iedereen dat ik het bij me had, hè?’
Charlene knikte.
‘De moeder van Jennifer Todd is een van de beste vriendinnen van Craigs moeder. Ze zei dat Craig een hoop ontdekt had over de moord die je moeder heeft gepleegd. Ze zei dat ze het in het bureau in zijn kamer had gevonden en dat jij het aan Craig hebt gegeven om hem ervan te overtuigen dat je moeder het niet gedaan had, zodat je hem kon overhalen je vriend te worden.’
‘Dat is niet waar! Hij had het allemaal verzameld en liet het mij zien. Ze wist dat hij het had voordat hij zelfs maar met mij gesproken had. Ze wist het!’
‘Ze vertelt haar vriendinnen dat jij hem er gek mee maakte. Ze doet het voorkomen of je hem volledig in je ban had. Sommige meisjes, nou ja, een paar zoals Mindy en Peggy, vertellen rond dat ze hebben gezien dat je aan hekserij deed. Herinner je je nog die dag van de honkbal training toen je daar gekheid over maakte? Ik had het niet moeten doen, maar ik heb het ze verteld. Dat gaf ze weer iets om over te roddelen. Het spijt me,’ ging ze snel verder. ‘Maar het deed er niet echt toe wat ik wel en niet zei. Je weet hoe sommige mensen zijn. Ze vinden het heerlijk om te luisteren en verhalen te verspreiden over andere mensen. Dan hebben ze het gevoel dat ze populair zijn.’
Waarom kom je me dit allemaal vertellen, Charlene?’ Ik kneep achterdochtig mijn ogen samen.
Ze keek naar de grond en toen weer naar mij.
‘Ik had medelijden met je, Alice. Ik weet dat het ongeluk niet jouw schuld was. Bobby zat te schreeuwen dat Craig reed als een idioot, en ik geloof natuurlijk geen bal van dat stomme geklets over hekserij. Ik kom alleen hier om me ervan te overtuigen dat je het wist.’
‘Om me te waarschuwen?’
‘Ja.’
‘Maak je geen zorgen. Zeg maar tegen iedereen dat ik niet terugkom op school. Ze hoeven niet langer over me te roddelen. Ze hebben gewonnen. Ik ben weg.’
Ze keek verbaasd. ‘Hoe bedoel je? Waar ga je naartoe?’
‘Kan me niet schelen. Ergens,’ zei ik, en ik meende het. Toen keek ik weer naar haar. ‘Ik wou’ dat ze jou als koningin van het bal hadden gekozen. Misschien was Craig dan niet zo roekeloos geweest, niet zo overmoedig, zo gezwollen van trots.’
Ze glimlachte. ‘Je kunt het niet allemaal daaraan wijten.’
‘O, nee? Wist iemand, zelfs Bobby, dat Craigs ouders hem hadden verboden met mij naar het schoolbal te gaan, dat ze zijn toelage hadden ingetrokken en zijn auto afgenomen?’
‘Is het heus?’
‘Hij huurde die auto niet om de branie uit te hangen, al voelde hij zich toen wel een hele piet. Hij moest een auto huren of meegaan in de limousine die sommige jongens hadden gehuurd, en dat wilde hij niet.’
‘Dat wist ik niet. Niemand, denk ik.’
‘Ja, nou ja, gooi dat maar in het roddelcircuit en laten ze er iets van maken.’
‘Ik heb met je te doen, Alice. Ik meen het.’
‘O, ja? Vertel eens, Charlene, als ik terugga naar school, wil jij dan mijn beste vriendin zijn?’
‘Wat bedoel je?’
‘Precies wat ik zeg – wil je dat?’
‘Ik dacht dat je zei dat je niet meer terugkomt.’
Ik glimlachte naar haar.
‘Ik kom ook niet terug. Nu kun je het middelpunt van de aandacht zijn en ze vertellen dat je me hebt gesproken en alles uit de eerste hand hebt gehoord. Verzin maar wat je wilt. Zeg maar dat ik kaarsen brandde in mijn kamer en dat ik toverspreuken zong in een vreemde taal.’
‘Dat zal ik heus niet doen.’
‘Wat dan ook. Ik ben moe. Bedankt voor je komst.’
Ze staarde me even aan en knikte toen. ‘Het was niet mijn bedoeling je van streek te brengen. Het spijt me.’
Ik bromde iets en ze draaide zich om en wilde weggaan. Ik schaamde me. Waarom reageerde ik het af op haar, het enige meisje dat genoeg om me gaf om me te komen opzoeken?’
‘Charlene.’
Ze draaide zich weer naar me om.
‘Het spijt míj, Charlene. Ik wilde niet zo onaardig en verbitterd doen. Bedankt voor je komst.’
Ze glimlachte.
‘Eén ding,’ ging ik verder. ‘Wens Bobby geluk met zijn studie en zijn honkbalcarrière. Als Craig hier was, zou hij dat zeggen.’
Haar glimlach werd stralender.
Ze was echt mooi. Ik wou dat alles anders was geweest en ik haar beste vriendin had kunnen worden. We hadden samen een geweldig laatste schooljaar kunnen hebben. Misschien hadden zij en ik net zulke goede vriendinnen kunnen worden als mijn tante en mijn moeder.
‘Ik wens je het beste, Alice,’ zei ze en vertrok.
De muren leken op me af te komen en al het geluid buiten te sluiten, elke piep, zelfs iemands gesnik in de verte.
Het duurde even voor ik besefte dat het mijn eigen gesnik was.