Het verhaal van een clown
Joe besloot dat dit nieuws de moeite waard was onmiddellijk zijn broer te vertellen en hij haastte zich naar de olifantentent. Mike was er niet zodat de jongens vrijuit met elkaar konden praten.
’Tjé, da’s een belangrijke aanwijzing,’ gaf Frank toe, toen hij Joe’s verhaal gehoord had. ’Dat moeten we vader vertellen.’
’Ik ben bang dat dat niet voor vanavond zal kunnen,’ zei Joe. ’Laten we ondertussen eens proberen uit te vinden waar die opslagplaats is.’
’Dat zal zo moeilijk niet zijn,’ was Frank’s commentaar, ’Iedereen kan ons dat hier vertellen. We moeten alleen oppassen niet al te nieuwsgierig te lijken, dat zou achterdocht kunnen wekken. Ik zal het wel aan Mike vragen als hij terugkomt.’
De jongens namen afscheid van elkaar en Joe ging naar de slangentent. De olifantenbewaker keerde al spoedig terug. Hij grijnsde breed tegen Frank.
’Ben je daar, m’n jongen! Heb-ie genoeg te doen?’
’Ja! Wat eten die olifanten veel, hè!’ merkte de jongen op. ’Waar haalt u hun voer vandaan? ’t Moet een hoop geld kosten.’
’Hinchman van de Grote Tent heb een voorraadruimte in Willowside. Niet gek hè. Koopt-ie grote voorraden goedkoop in en slaat ze daar op.’
Mike liep weg naar een paar andere knechten, die maar wat rondlummelden. Frank grinnikte in zichzelf en hervatte zijn werk. Hij vergat niet onder de menigte naar verdachte gezichten uit te kijken. Tegen de avond kwam de hoofdopzichter van het kermisterrein op zijn ronde langs.
’Hallo,’ zei hij vriendelijk. ’Hoe gaat ’t?’
’Prima. Dank u, meneer Smith,’ antwoordde Frank.
’Wat zou jij ervan denken als jij en je broer het werk eens lieten rusten en met mij naar de voorstelling gingen kijken?’ vroeg de man. ’Ik wil een gedeelte van de show vanavond zien en zoek wat gezelschap.’
Dat hoefde Frank geen twee keer gezegd te worden. Haastig zocht hij Joe op en vertelde van het uitje dat hun in ’t vooruitzicht was gesteld. Gezamenlijk gingen ze op weg en sloten zich even later bij de opzichter aan. Met z’n drieën sloegen ze de adembenemende en gevaarlijke toeren van de trapezewerkers gade.
’Is dat daar niet Señor Castillo?’ vroeg Frank. ’Die man in dat wit satijnen pak?’
’Ja, inderdaad,’ antwoordde meneer Smith. ’Een uitstekende acrobaat.’ Met open mond genoten de jongens van de behendigheid en de gratie van Castillo en zijn medewerkers. De ene stunt was nog bewonderenswaardiger dan de andere.
’Zou jij ook zo drie salto’s in de lucht kunnen maken, Frank,’ lachte Joe.
’Eentje misschien wel,’ antwoordde Frank, ’Ik heb er wel eens twee gemaakt van de duikplank in het zwembad,’ voegde hij er lachend aan toe.
’Doen jullie veel aan atletiek, jongens?’ vroeg meneer Smith.
’Zoveel als we kunnen,’ antwoordde Frank. ’Op school zitten we op een atletiekvereniging, die al een paar keer een uitvoering heeft gegeven.’
Toen de voorstelling tenslotte afgelopen was, zuchtten de jongens teleurgesteld.
’Daar zou ik nou wel de hele nacht naar kunnen kijken, meneer Smith,’ zei Joe tot de opzichter. ’Hartelijk bedankt dat u ons vrij hebt gegeven en voor deze uitnodiging.’
Kort na middernacht, nadat de lichten op het kermisterrein gedoofd waren, ontmoetten de jongens hun vader die bij de ingang op hen wachtte.
’Hebt u plannen?’ vroeg Joe.
’Geen bijzondere. Hebben jullie nog iets bijzonders te vertellen?’
’Genoeg vader,’ fluisterde Joe en vertelde hem het verhaal van de ontdekking van de gestolen estoque.
’Goed werk,’ prees de detective zijn zoons.
’Jullie moeten meneer Barker direct op de hoogte stellen.’
’Denkt u niet dat Castillo zich van het zwaard zal ontdoen?’ vroeg Joe.
’Als hij een goed geweten heeft, zal hij dat niet doen en ik geloof wel dat hij dat heeft,’ antwoordde de vader van de jongens.
’We hebben nog meer nieuws voor u. Nog veel belangrijker zelfs,’ zei Frank. 'Hinchman is van plan zijn gestolen goed op te slaan in de voorraadruimte van het circus in Willowside.’ Bij deze mededeling smoorde meneer Hardy zijn zoons haast in zijn omhelzing.
’Prachtig,’ riep hij uit. ’Morgen ga ik er naartoe om de zaak te onderzoeken.’
’Wanneer?’ vroeg Frank.
’Morgenochtend. Ik weet niet wanneer ik terugkom, maar ik zal contact met jullie houden.’
Toen de jongens de volgende morgen opstonden om weer aan de slag te gaan, was hun vader reeds vertrokken.
Toen ze op het circusterrein aankwamen, kregen ze te horen dat de opzichter hen wilde spreken.
’Wat zou er aan de hand zijn?’ vroeg Frank, ’Ik hoop niet dat hij erachter gekomen is waarom we eigenlijk hier zijn.’
Wat de man hun te zeggen had, kwam echter als een volkomen verrassing. ’Morgen, jongens,’ begroette meneer Smith hen joviaal en trok hen mee naar zijn kantoortje, ’Ik wil jullie een voorstel doen.’ De jongens spitsten hun oren en wachtten vol spanning op zijn volgende woorden.
”t Ziet ernaar uit dat drie van mijn acrobaten ziek zijn. Voedselvergiftiging. Jullie vertelden me gisteravond toch dat jullie nogal wat aan gymnastiek deden? Voelen jullie er wat voor om in te springen? Ik heb hier nog iemand die de derde man kan vervangen.’
’Wilt u dat wij de plaats van die andere twee innemen?’ vroeg Joe ongelovig.
’Ja, precies. In deze tijd van het seizoen kan ik geen invallers krijgen. Of ik gelast de hele voorstelling af, óf ik neem jullie.’
Frank’s ogen glinsterden. ’We zullen u graag helpen’, zei hij gretig. Vanuit zijn ooghoeken zag hij dat Joe’s mond open zakte van verbazing. Maar de jongste broer was al net zo enthousiast als de ander.
’Goed. Vanmiddag om twee uur begint de eerste voorstelling pas. Ga maar naar de tent, dan kun je nog twee uur repeteren.’
Opgewonden haastten de jongens zich weg. Toen ze de grote tent binnenkwamen, ging er plotseling een schok door Frank heen.
’Daar is Castillo, Joe. Ik denk dat hij de andere plaatsvervanger is. Denk je dat hij ons al vergeven heeft?’ fluisterde hij.
Al spoedig bleek dat de vroegere stierenvechter zijn grieven nog niet vergeten was. Toen hij hoorde dat de jongens aan de voorstelling zouden deelnemen, barstte hij los in een stortvloed van woorden, waarvan de jongens niets verstonden. Het kostte de andere medewerkers heel wat overredingskracht hem te kalmeren.
’Nou, goed, goed,’ bromde hij nors, ’maar een weekloon - naar een dief! Vooruit jongens, oefenen! Ik jullie van de trapeze willen zien vallen,’ lachte hij.
Weldra sloeg men in alle ernst aan ’t repeteren. Tot ieders verrukking waren de jongens geweldig. De andere acrobaten veranderden hun programma een beetje om het de Hardy’s wat makkelijker te maken, maar tot hun verbazing bleken de jongens een enorme behendigheid te bezitten.
’Genoeg, genoeg voor nu,’ riep Castillo tenslotte. ’Ga nu wat rusten en zorg dat je hier om twee uur voor de eerste voorstelling bent.’
Tintelend van opwinding liepen de jongens het kermisterrein op en neer totdat het tijd was. Toen ze de grote tent weer binnenkwamen was deze letterlijk volgepakt met toeschouwers.
’Zenuwachtig, Joe?’
’Een beetje. Ik wou dat we maar niet met die Castillo hoefden samen te werken. Hij is nog steeds een beetje van streek - en woedend. Ik moet er niet aan denken wat hij zou kunnen doen.’
Luid schetterend kondigde de muziek hun voorstelling aan. De Hardy’s klommen in de trapeze. De eerste toeren verliepen goed. Toen was het ogenblik voor de moeilijkste stunt aangebroken. Señor Castillo, die boven de anderen aan zijn enkels zweefde, wachtte op de aankondiging. ’Dames en heren,’ riep de ringmaster met stentorstem. ’Wij introduceren een nieuwe zeer gevaarlijke stunt! U zult nu de ene salto na de andere zien, die elkaar in razendsnel tempo opvolgen.’
Onder luid tromgeroffel doken de eerste drie achter elkaar van de trapeze, grepen Castillo’s handen en zwaaiden weer terug naar hun plaats.
’Klaar?’ beet Castillo Frank toe.
’Klaar!’ riep de jongen moedvattend.
Hij dook, miste de señor en tuimelde languit in het net.
De menigte joelde en de jongen bloosde van woede.
Angstig sloeg hij zijn broer gade, die hetzelfde lot onderging. Weer klonken er afkeurende uitroepen vanuit de enorme mensenmassa. Joe klom uit het net en voegde zich bij zijn broer.
”t Was Castillo’s schuld, niet de onze, Frank,’ zei de jongste Hardy verontwaardigt. ’Hij miste ons opzettelijk.’
’Zeg, Joe, laten we die stunt eens doen die we voor de laatste schooluitvoering gedaan hebben.’
’Als we de kans krijgen,’ stemde zijn broer in. ’Kom op, we zullen die señor Castillo en de hele rest weleens laten zien wat we kunnen.’
Een van de clowns die de opmerking gehoord had, staakte zijn voorbereidingen voor de volgende akte en toen Frank en Joe hun toer uitvoerden, deed het grappige mannetje de jongens precies eender na.
Wat anders alleen maar een knap staaltje van acrobatiek van de Hardy’s was geweest, werd nu een origineel en verbijsterend topnummer. De toeschouwers applaudisseerden in laaiend enthousiasme en riepen om herhaling.
’Jullie moeten voorgoed bij ons komen,’ zei de clown. ’Kom even mee naar mijn kleedkamer, dan kunnen we nader kennismaken.’
De jongens bedankten de man voor zijn hulpvaardigheid en volgden hem naar een van de kleedkamers achter de tent. Toen de clown zich van zijn vermomming ontdeed, bleek hij een aardige jongeman te zijn met een vriendelijk gelaat.
’Je wilt me toch niet vertellen dat jullie amateurs zijn?’ vroeg de clown ongelovig. "Ik heb mijn hele leven op de kermis doorgebracht, maar ik dacht toch werkelijk dat jullie oude rotten waren.’
Joe gnuifelde. ’Dat zal ik m’n gymnastiekleraar eens vertellen. Zeg, houden jullie nog even een gezellig praatje, dan loop ik ondertussen even naar de slangentent. Ik heb de bewaker beloofd om tussen de voorstellingen op te passen.’
Frank nam de jonge clown eens op. Misschien zou deze vriendelijke man hun wel wat bruikbare inlichtingen kunnen verstrekken over de Grote Hinchman’s broer en zijn vriendjes.
’Werkt er hier nog familie van de circuseigenaar?’ leidde de jongen de conversatie in.
’Niet meer,’ antwoordde de clown. ’Er heeft er hier een gewerkt, maar die heeft-ie weggestuurd. Hinchman betrapte hem bij een diefstal en daar was een hoop herrie over. De zaak werd echter gesust, omdat hij een neef was, daarom weet hier bijna niemand er iets van.’
’Hoe heette hij?’
’Moe Gordon,’ klonk het verbijsterende antwoord, ’Ik mocht hem nooit erg graag. Hij stond mij te gauw met zijn mes klaar. Scheen daar trouwens een heleboel over te weten - en over degens ook.’
Het kostte Frank moeite zich te beheersen. Hij stond net op ’t punt nog een belangrijke vraag te stellen, toen de clown een andere verbazingwekkende opmerking maakte.
’Alleen één ding speet me,’ zei hij. ’We hadden hier een jonge trapezewerker die Marko heette. Dat was niet zijn echte naam, hij heeft nooit verteld hoe hij echt heette. Ik heb zo het idee dat het een rijkeluis zoon was, die van huis was weggelopen.’
Frank’s gedachten volgden naar Narvey.
’Arme Marko viel en raakte verlamd,’ ging de jongeman door. 'Daarna viel hij in Gordons handen en werd ook weggestuurd. Ik ben bang dat de arme kerel de dief had verteld dat hij een rijke vader had en dat deze hem gechanteerd heeft.'
'Leed die Marko aan geheugenverlies na zijn val?’ vroeg Frank.
’Dat weet ik niet,’ antwoordde de man. ’Maar hij was wel erg veranderd.’
Voordat hij vertrok om Joe van zijn bevindingen te vertellen, stelde Frank nog één vraag. ’Kende Castillo Gordon?’
De clown keek verrast maar antwoordde: ’Castillo kwam hier vlak voordat Gordon wegging; ik geloof dat hij hem kende.’
De Hardy bedankte de vriendelijke jongeman nog eens hartelijk voor zijn hulp bij het acrobatennummer en verliet de tent. Hij botste daar bijna tegen zijn broer op, die met een verwilderde blik in zijn ogen kwam aanrennen.
’D’r is iets vreselijks gebeurd,’ schreeuwde Joe. ’Een van de gifslangen is verdwenen!’
Frank keek bezorgd. ’Niet zo best, Joe. Laten we het meteen aan de hoofdopzichter vertellen. Stel je voor dat er iemand gebeten wordt.’
De jongens zochten meneer Smith op die met hen naar de slangentent snelde.
’Waar is de waker?’ schreeuwde de man. ’Hoe durft-ie z’n post te verlaten.’
’Hoe kwam je erachter dat er een verdwenen was,’ vroeg Frank zijn broer.
’Ik tel ze als ik ze voeder,’ antwoordde Joe. ’Eén was er weg.’