·62·

Ze besloten de rivier af te zakken en de spullen op te halen die Sean had besteld voor hun poging om Camp Peary binnen te dringen. Die had hij een tijdje geleden laten overbrengen naar een opslagruimte niet ver van de rivier, waar je 24 uur per etmaal terechtkon. Nadat ze de boot vol hadden geladen, maakten ze een omweggetje om South Freeman op te zoeken. Het dorpje Arch lag niet aan de rivier, zodat ze aan moesten leggen bij een oude steiger en ongeveer een kilometer landinwaarts lopen. Sean had Freeman gebeld en hoewel het al laat was, troffen ze de man aan achter zijn bureau terwijl hij druk typend aan zijn computer zat en zoals gewoonlijk een sigaret rookte.

‘Weet u niet dat roken funest is voor computers?’ zei Michelle terwijl ze met haar handen een grote wolk rook probeerde te verdrijven.

‘Ja, en voor mij is het nog veel slechter, maar toch rook ik nog steeds.’ Zijn handen schoten vliegensvlug over het toetsenbord. ‘Er is een meisje verdwenen in Babbage Town. Het heeft alle kranten gehaald. Het is echt groot nieuws. En wat het nog beter maakt: het is het dochtertje van Monk Turing. Ik breng een speciale editie uit. Nou mensen, maak mijn dag eens helemaal goed en vertel me dat dit iets te maken heeft met dat stelletje spionnen aan de overkant van de rivier.’

‘Het heeft iets te maken met een klein meisje dat misschien wel dood is,’ zei Michelle streng. ‘Dringt dat ooit weleens tot journalisten door?’

Hij hield op met typen, liet zijn stoel een halve slag draaien en keek haar boos aan.

‘Hé, ik heb niets tegen dat kind. Ik hoop en bid dat ze haar gezond en wel terugvinden en dat degene die haar heeft ontvoerd, wordt opgepakt. Maar nieuws is nieuws.’

Michelle wendde vol weerzin haar ogen af.

‘Meneer Freeman,’ zei Sean, ‘hebt u ooit weleens gehoord dat er iets waardevols opgeslagen lag in Camp Peary? Tijdens de Tweede Wereldoorlog, bedoel ik, toen de marine het terrein in gebruik had.’

‘Iets waardevols? Voor zover ik me kan herinneren niet. Op die paar dorpjes en cia- gebouwen na is het bijna alleen maar bos en vennetjes. Hoezo?’

Sean keek teleurgesteld. ‘Ik had gehoopt dat u zou zeggen dat er ergens een schat begraven lag. U weet wel, iets wat van een zinkend schip is gehaald of zo.’

Freemans verweerde gezicht plooide zich in een glimlach. ‘Nou je het zegt, daar gaat een legende over, maar neem maar van mij aan dat dat allemaal flauwekul is.’

‘Vertelt u daar eens wat meer over,’ zei Horatio.

‘Waarom? Als het in Camp Peary ligt, kom je er toch niet bij. Nooit van zijn leven.’

‘Doet u nou maar of we gek zijn,’ zei Sean.

Freeman leunde achterover in zijn stoel en nam rustig de tijd om in alle rust zijn verhaal te vertellen. ‘Nou het is heel, heel lang geleden, nog in de tijd dat Engeland hier de dienst uitmaakte zelfs.’

‘Kunt u nou niet gewoon vertellen waar het om gaat?’ snauwde Michelle ongeduldig.

Hij ging met een ruk rechtop zitten. ‘Hé dame, ik hoef jou helemaal niks te vertellen!’ Sean hield zijn hand op om iedereen tot rust te manen. ‘Vertelt u het nou maar rustig in uw eigen tempo, meneer Freeman.’ Hij ging in een stoel tegenover de oude man zitten en wierp Michelle een woedende blik toe, zodat die met duidelijke tegenzin op de rand van het bureau ging zitten en de journalist met een strak gezicht aankeek.

Freeman leek daar genoegen mee te nemen, leunde achterover en stak van wal. ‘Weten jullie nog dat ik verteld heb over die lord Dunmore?’

‘Ja, dat was de laatste gouverneur des konings van Virginia,’ zei Sean.

‘Nou, volgens de plaatselijke legenden hebben de Britten tonnen goud hiernaartoe gestuurd om de oorlog mee te financieren. Dat wilden ze gebruiken om spionnen te betalen, en de Duitse huurlingen die aan Britse zijde vochten, en ook om de bevolking gunstig te stemmen. En Dunmore werd verondersteld de indianen op te stoken tegen de Amerikanen, zodat die het tegen de inheemse bevolking zouden moeten opnemen terwijl ze hun handen al vol hadden aan de Britten. Een heleboel mensen beseften het niet, maar in die tijd wisselden de meeste burgers regelmatig van partij. Over het algemeen werd dat bepaald door wie er het laatst een grote slag had gewonnen en welk leger zich het dichtst in de buurt van hun achtertuintje bevond. Dus Dunmore schijnt een hoop goud gehad te hebben en daar had hij een hoop kwaad mee kunnen doen.’

‘Maar Dunmore zat in Williamsburg,’ merkte Sean op.

‘Maar daar is hij verdreven door de kolonialen,’ zei Freeman. ‘En toen is hij naar zijn jachthuis gevlucht, Porto Bello. Dat staat midden op het terrein van Camp Peary. Hier ongeveer. Het staat op de nationale monumentenlijst.’ Hij stond op en wees op de kaart en ging weer zitten.

‘En volgens de legende heeft hij al dat goud met zich meegenomen?’ vroeg Horatio terwijl Sean opstond en begon te ijsberen.

‘Als George Washington een fortuin aan goud in Williamsburg had aangetroffen, had dat misschien toch wel in de geschiedenisboekjes gestaan,’ zei Freeman sarcastisch.

‘Als het in Porto Bello is terechtgekomen wat zou er dan mee gebeurd zijn?’

‘Wie weet? Maar daar is het niet terechtgekomen want het heeft nooit bestaan.’

‘Weet u dat wel zeker?’ zei Sean vanaf de andere kant van de kamer.

‘Laten we nou wel even reëel blijven. Als die goudschat al meer dan, hoe lang is het, 250 jaar in Camp Peary heeft gelegen, had iemand die inmiddels heus wel gevonden, en daar zouden andere mensen ongetwijfeld weer van gehoord hebben. Ik bedoel: er is geen enkele reden om het geheim te houden. De Britten kunnen het na al die tijd heus niet meer opeisen. Als de marine of de cia dat goud gevonden had, zou dat echt wel bekend zijn geworden. Zoiets kun je niet stilhouden. Dat gaat gewoon niet.’

‘Wat als het nog niet gevonden is?’ zei Sean.

‘Ik wil niet zeggen dat Dunmore een idioot was, maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat die vent slim genoeg was om een berg goud zo goed te verstoppen dat niemand die meer kon vinden.’

‘Camp Peary is honderden hectares groot,’ zei Michelle. ‘Waarschijnlijk heeft noch de marine noch de cia het terrein ooit helemaal verkend.’

Te oordelen naar de blik in Freemans ogen geloofde hij daar helemaal niets van. ‘Nou, zelfs als het daar ligt, zal toch niemand erin slagen om erbij te komen. Dus als die spionnen het niet vinden, wordt het niet gevonden. Zo is het toch?’ Hij keek naar Sean, die naar iets aan de muur stond te staren. ‘Zo is het toch?’ zei Freeman weer, maar deze keer luider.

Sean stond met een heel strak gezicht naar een velletje papier aan de muur te turen.

Michelle keek hem bezorgd aan. ‘Sean, wat is er?’

Sean draaide zich snel om. ‘Meneer Freeman, dat lijstje met niet meer bestaande county’s, steden en dorpen in Virginia dat u ons eerder hebt laten zien, klopt dat? Bent u daar echt zeker van?’

Freeman stond op en liep naar hem toe. ‘Reken maar van yes. Die lijst komt rechtstreeks uit Richmond, de hoofdstad van Virginia. Het is de officiële lijst.’

‘Verdomme, dat is het!’ riep Sean uit.

‘Wat is het?’ zei Horatio.

In antwoord daarop wees Sean met zijn vinger naar een naam op de lijst. ‘Er was een county in Virginia dat Dunmore heette.’

‘Ja,’ zei Freeman vergenoegd. ‘Maar nadat die boef het land uit was gejaagd, is daar snel een einde aan gemaakt. Tegenwoordig heet het Shenandoah County. Echt een heel mooi gebied.’

Sean rende naar buiten, en de andere twee holden hem achterna. Het ging niet om die verdomde muzieknoten, en al evenmin om de teksten, maar om de naam van het stuk. Dat was de code.

Freeman rende naar de deur: ‘Wat is er zo belangrijk aan Shenandoah County?’ riep hij hen na. Hij keek even zwijgend voor zich uit en brulde toen: ‘En vergeet onze afspraak niet. Ik wil een Pulitzerprijs! Hebben jullie dat gehoord?’

Geniaal geheim
titlepage.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_0.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_1.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_2.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_3.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_4.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_5.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_6.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_7.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_8.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_9.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_10.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_11.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_12.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_13.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_14.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_15.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_16.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_17.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_18.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_19.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_20.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_21.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_22.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_23.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_24.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_25.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_26.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_27.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_28.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_29.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_30.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_31.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_32.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_33.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_34.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_35.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_36.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_37.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_38.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_39.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_40.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_41.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_42.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_43.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_44.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_45.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_46.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_47.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_48.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_49.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_50.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_51.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_52.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_53.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_54.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_55.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_56.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_57.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_58.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_59.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_60.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_61.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_62.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_63.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_64.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_65.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_66.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_67.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_68.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_69.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_70.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_71.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_72.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_73.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_74.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_75.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_76.xhtml
awb_-_Geniaal_geheim_split_77.xhtml