12. Schaduwen van mijn geest

ledereen leek ingetogener aan het diner. De stemmen klonken zacht en er werd weinig gelachen. Degenen die niet zelfstandig konden eten zaten bij elkaar en werden geholpen door de begeleiders. De rest liep in een rij langs het buffet. Er was keuze uit twee gerechten: kalkoen en heilbot. Alles rook heerlijk en zag er goed uit. Mevrouw Anderson overzag het eten vol trots. Als ik mijn ogen dichtdeed en luisterde, zou ik niet zeggen dat ik in een kliniek was.
'Doet deze eetzaal je aan je school denken?' fluisterde Lawrence achter me.
'Het komt me bekend voor, maar ik kan me niets specifieks herinneren.'
ik zat op een particuliere school,' zei hij. 'Altijd gezeten. Het eten was daar ook goed en er waren niet veel meer leerlingen dan patiënten hier,' ging hij verder, maar het klonk niet alsof het zo'n gelukkige ervaring was geweest.
'Sommigen achter jullie hebben honger,' zei Megan, om ons aan te sporen ons bord aan te nemen.
Haastig liep ik door. Ik zag dat Mary Beth geen brood of dessert nam en haar eten uiteen schoof alsof alles besmet zou worden als iets elkaar raakte.
Deze keer zaten Megan, Mary Beth, Lulu, Lawrence en ik allemaal aan dezelfde tafel. Niemand anders scheen bij ons te willen zitten.
'Waar wacht je op?' vroeg Megan me. 'Eet voordat het koud wordt.'
Ik had me niet gerealiseerd dat ik was blijven zitten zonder mijn bestek aan te raken terwijl alle anderen, zelfs Mary Beth, al begonnen waren.
'Ik weet het niet,' zei ik. Ik voelde een leegte die opgevuld moest worden. 'Je hebt gelijk, maar ik heb het gevoel dat ik op iets wacht voor we gaan eten, iets wat eerst moet gebeuren...''Mijn papa vertelde ons aan tafel altijd alles over zijn dag op het werk,' zei Lulu. 'En dan vertelde hij ons verhalen uit de tijd dat mijn moeder en hij jong waren.'
'Hij was waarschijnlijk nooit thuis met eten. Zijn je ouders niet gescheiden toen je nog een baby was?' bracht Megan haar in herinnering.
ik herinner het me nog,' zei Lulu met een blik op mij om te zien of ik haar geloofde. Ik lachte naar haar en ze lachte terug.
'Misschien bad je eerst,' opperde Lawrence. 'Op die particuliere school ging de rector ons altijd voor in gebed voordat we gingen eten.'
'Ja.' zei ik. 'Misschien...' Ik knikte, ik denk dat het dat is,' voegde ik er opgewonden aan toe.
'Goed. Dan ik zal bidden. Iedereen moet wachten. Houd je vork stil, Lulu.' Megan keek voor zich uit en hief haar armen langzaam naar het plafond. 'Dank,' zei ze en klapte in haar handen. Toen prikte ze lachend in haar aardappels.
'Ja,' zei ik. 'Ja, dat is het. Je hebt gelijk, Lawrence. Ik geloof dat ik het me kan herinneren... de bijbel. We lazen uit de bijbel.' Lawrence glimlachte, hij was blij voor me.
'Dat gaat goed,' zei hij. 'Als alles zo snel bij je terugkomt, ben je hier weg voor je het weet.'
'Fijn voor haar,' zei Megan. Ze begon weer te eten, maar stopte toen en keek me peinzend aan. 'Herinner je je echt iets?'
'Heel vaag, dat iemand leest... het is of ik me herinner dat ik zelf lees.' Ik schudde mijn hoofd. 'Hel is allemaal zo verward. Ik hoor een andere stem, maar ik zie een gezicht dat zo op dat van mij lijkt, dat het is of ik... of ik naar mezelf kijk.'
'Dat slaat nergens op,' zei Megan na even te hebben nagedacht.
'O, jawel,' zei Lawrence plotseling zelfverzekerd. Megans ogen werden groot en Lawrence keek weer naar mij en zei zacht: 'Je moet wat eten. Je zult verbaasd zijn hoeveel kracht er nodig is voor al dat denkwerk.'
'Ja,' zei ik en begon te eten. Zelfs dat heel kleine beetje geheugen dat terugkwam werkte bemoedigend en stimuleerde mijn eetlust. Ik word echt beter, dacht ik.Halverwege de maaltijd keek ik naar Mary Beth en zag dat ze wel at, maar na elke hap haar mond afveegde en het servet weer op haar schoot legde. Het viel me op nadat ze weer een hap vis had genomen. Toen zag ik dat ze het voedsel in het servet spuugde. In feite at ze nauwelijks iets.
De begeleider, die Billy heette en Clara en mij bij de deur had begroet toen ik aankwam, hield samen met een andere begeleider onze tafel in het oog. Plotseling kwam hij haastig op Mary Beth af.
'Mary Beth, je spuugt je eten uit,' zei hij beschuldigend, zijn handen op zijn heupen. Hij knikte naar haar bord.
'Dat is niet waar.'
'Laatje servet zien.' zei hij. 'Vooruit. We hebben strikte instructries van dokter Thomas voor jou.'
'Ik eet wel!' riep ze, bijna in tranen.
'Laat haar met rust,' zei Megan. Hij keek haar streng aan.
'Bemoei je met je eigen zaken, Megan. Dan heb je meer dan genoeg te doen,' zei hij. Hij richtte zich weer tot Mary Beth.
Mary Beths gezicht en hals zagen rood; ze raakte in paniek. Ze leek te beven op haar stoel. Ik had medelijden met haar. Haar ogen schoten heen en weer, zoekend naar een uitweg.
'Je jaagt haar de stuipen of het lijf!' riep Megan. Billy negeerde haai- en bleef over Mary Beth gebogen staan.
'De dokter heeft gezegd dat we het hem moeten vertellen als we zien dat je je eten uitspuwt, en dan brengen ze je naar boven en dwingen je te eten,' zei Billy.
'De Tower!' verklaarde Megan. 'Waag het niet het zelfs maar te proberen,' zei ze tegen Billy. Ze prikte hem met haar vork in zijn achterste. Hij draaide zich met een ruk naar haar om.
'Hoor eens,' zei hij, 'als je ons in ons werk met de andere patiënten hindert, zul je daar zelf ook eindigen. En prik me nooit meer met iets. Dat is een uiting van geweld,' berispte hij haar met een glimlach die zijn rij blinkend witte tanden liet zien. 'En je weet wat dat betekent,' dreigde hij.
Terwijl hij woedend naar Megan keek, pakte ik onder de tafel Mary Beths volle servet en legde het mijne ervoor in de plaats. Ze keek me dankbaar aan. Billy richtte zich weer tot haar.
'Nou'? Geef op dat servet. Kom,' zei hij, met beide handen gebarend.
Ze liet haar handen op haar schoot zakken en overhandigde het hem langzaam. De teleurstelling stond duidelijk op zijn gezicht te lezen toen hij het openvouwde en er niets uitviel. Megan bulderde van het lachen. 'Billy de Klungel verklungelt het weer!' riep ze, terwijl ze boven haar hoofd in haar handen klapte. De gesprekken in de eetzaal verstomden en iedereen keek naar ons.
'Hou op daarmee,' zei hij.
Megan bleef klappen en een van de jongens die ik eerder had zien schaken begon ook te klappen. Zijn vriend volgde zijn voorbeeld en toen deed de hele tafel mee. Even later klapte iedereen die kon in zijn handen.
Billy's gezicht vertrok van woede en hij smeet het servet terug naar Mary Beth. Toen liep hij terug naar zijn plaats in de eetzaal en schreeuwde tegen de patiënten dat ze rustig moesten zijn. Megan hield eindelijk op met klappen en de anderen volgden. Eén jongen bleef nu en dan tijdens de hele maaltijd zonder enige reden klappen en lachen.
'Dank je,' fluisterde Mary Beth tegen me.
'Dat was heel slim,' zei Megan tegen mij. 'Je hebt haar huid gered door snel te denken.'
Lawrence glimlachte ook naar me. Zijn blik was rustiger nu en vol trots en bewondering.
'Je kunt beter wat eten, Mary Beth, anders voel ik me verantwoordelijk en schuldig als je ziek wordt,' zei ik.
Ze prikte een stukje vis aan haar vork en stopte het in haar mond, demonstratief kauwend terwijl ze zich naar Billy omdraaide. Hij wendde vol afkeer zijn hoofd af.
'Billy is een engerd,' zei Megan. Ze keek hem kwaad aan, tot hij haar zijn rug toekeerde. 'Mij maakt hij niet bang met zijn dreigementen. Hij weet dat als hij me maar met een vinger aanraakt...'
Ze keek weer naar mij en hield op met praten en eten.
'Wat is er met jou?' vroeg ze.
'Dal meisje,' zei ik, met een knikje naar een meisje dat aan de andere kant van de eetzaal zat. 'Wat doet ze?'
Megan keek.
'O, dat is Tamatha Stuart. Ze is stom. Ze wil niet praten, dus communiceert ze met die gebarentaal. Het is zo dom. Ze is niet doof. Ik begrijp niet waarom ze haar zo vertroetelen. Ze hoort een shockbehandeling te krijgen. Ik - wat?' vroeg ze toen ze zag dat de uitdrukking op mijn gezicht veranderde.
ik weet wat ze zegt met haar handen. Ik begrijp het!' zei ik, zelf verbaasd.
'Heus?'
'Dat is fantastisch.' zei Lawrence. 'Je moet iemand kennen die doof is.'
Ik keek hem aan. Het was of een dikke, zware deur een centimeter was geopend; en er stroomde licht doorheen. Ik meende een gezicht te zien dat door de duisternis naar me keek. Maar wie was het?
Ik begon snel en onbeheerst met mijn ogen te knipperen. Ik wilde zien wie er achter die deur stond. Ik had het gevoel dat ik worstelde om die deur een beetje verder open te trekken, ik rukte en trok... ik had de kracht niet.
'Laura?' zei hij. 'Gaat het goed met je?'
'Je maakt haar van streek.' zei Megan.
'Wat doe ik dan? Ik doe helemaal niets,' kermde hij. 'Laura?' zei hij terwijl hij weer naar mij keek.
Plotseling overkwam het me. Ik hoorde een kreet, de kreet die me had achtervolgd sinds ik hier was, iemand riep wanhopig om mijn hulp.
Ik draaide me met een ruk om en keek achter me en opzij.
'Wat is er?' vroeg Lawrence. 'Laura?'
iemand... roept...'
Het geroezemoes in de eetzaal veranderde in het gebulder van de zee. Overal was water. De wind riep mijn naam: Laura! Laura!
Mijn hart begon te bonzen. Ik voelde de zaal om me heen draaien. Het was of ik op een boot zat in plaats van op een stoel, de boot schommelde hevig heen en weer. Ik greep me vast aan de tafel.
'Nee!' riep ik. Ik sloot mijn ogen en voelde dat ik mijn evenwicht verloor.
'Wat scheelt haar?' hoorde ik Lulu vragen.
Lawrence pakte aarzelend mijn hand vast.
'Gaat het wel?' vroeg hij. 'Laura?' Zijn stem vermengde zich met de stem in mijn geest, vooral toen hij herhaalde: 'Laura?'
Ik voelde me misselijk. Mijn hoofd schudde en toen begon mijn hele lichaam te trillen. Ik hield de tafel zo stevig vast dat de borden begonnen te kletteren. Een glas viel om.
Megan schreeuwde naar Lawrence omdat ik achterover viel. Hij pakte mijn stoel vast. maar ik gleed eraf. Het voelde alsof mijn lichaam vloeibaar was geworden, al mijn beenderen smolten. Ik stroomde op de grond. Lawrence hield me vast, maar ik gleed weg uit zijn armen en viel omlaag, omlaag, omlaag, zwaaiend met mijn armen. Billy en een begeleidster kwamen naar me toe gehold.
'Wat mankeert haar? Heelt ze epilepsie of zoiets?' vroeg iemand. Het klonk als Megan.
Mijn tong zwol op en ik kreeg geen lucht. Ik voelde dat ik kwijlde en begon toen te gillen, of tenminste, ik dacht dat ik gilde. Toen werd alles zwart om me heen.
Toen ik deze keer wakker werd, lag ik in mijn kamer. Een man in een witte jas voelde mijn pols en een van de nachtverpleegsters stond naast hem.
'Ze stabiliseert,' zei hij. 'Laura? Hoe gaat het?'
Ik knipperde met mijn ogen.
Zijn stem weergalmde door de kamer.
'Laura, hoe gaat het?'
'Laura... Laura...'
'NEE!' schreeuwde ik, of dacht ik dat ik deed. Mijn hele lichaam begon verschrikkelijk te beven. Het was of het bed onder me wegzonk. 'Ik zink!'
'Houd haar vast!' zei de man. 'Rustig maar...'
Er prikte iets in mijn arm en na een paar ogenblikken spoelde de duisternis over me heen. Mijn lichaam zonk dieper en dieper in het bed. Het was alsof ik onder water zonk. Ik probeerde wanhopig bij bewustzijn te blijven, maar de ene zwarte golf na de andere kwam op me af en duwde me steeds dieper omlaag. Het geluid van mijn naam stierf weg en toen viel ik in slaap.
Toen ik weer wakker werd, stroomde het zonlicht door de gordijnen naar binnen. Ik hoorde water in een wasbak stromen en een verpleegster kwam uit de badkamer met een washandje en een kom. Ze legde het washandje op mijn gezicht toen ik knipperend mijn ogen opende en probeerde op iets te focussen wat me bekend voorkwam.
'Zo, eindelijk ben je wakker. Mooi,' zei ze, terwijl haar mond vertrok. 'Je hebt iedereen een hoop last bezorgd, heb ik gehoord.'
Ze haalde het washandje van mijn gezicht en keek me aan. Ik deed mijn mond open, maar mijn stem werkte niet mee.
'Nou, vertel eens. Hoe voel je je nu? Heb je pijn? Ben je misselijk?
Nou?' vroeg ze toen ik bleef zwijgen. Ik schudde mijn hoofd. 'Heb je honger?'
Ik dacht even na. Ik had een beetje honger, maar toen ik ja wilde zeggen, gebeurde er niets.
'Kun je niet praten vanmorgen?'
Praten? dacht ik. Kon ik ooit praten? Ik probeerde te spreken, maar er kwam slechts een diep keelgeluid uit. De verpleegster keek verbaasd.
'Wat is er?' vroeg ze.
Ik hief mijn handen op en even natuurlijk als mensen spreken, begon ik te gebaren.
'Wat...' Ze deed een stap achteruit en keek toe terwijl ik met mijn handen sprak.
'Ja, ik heb honger,' zei ik. 'Maar waar ben ik?'
Ze schudde haar hoofd.
'Dit is een heel merkwaardige ommekeer.' Ze leek diep onder de indruk. 'De dokter komt over een uur. Als je wilt ontbijten, moetje nu opstaan,' zei ze.
Ik gebaarde oké, en stond op. Ik voelde me duizelig maar het ging.
'Gisterenavond zijn er meer kleren voor je gebracht.' vertelde ze. 'Ze lijken gloednieuw. Aan alle kledingstukken zit nog een kaartje. Ze liggen in de kast en in het dressoir. Beslis watje aan wil, kleedje aan en kom naar het ontbijt,' zei ze. 'Nou?'
Ik gebaarde oké.
'Dus je kunt niet praten? Is dat het? Mooi, ik kan wel wat rust hier gebruiken. Ik zie je wel in de eetzaal. Kleedje aan,' beval ze, en verliet de kamer voor ik haar kon vragen waar de eetzaal was.
Het leek alsof er een grote rookwolk om me heen draaide. Ik bewoog me langzaam, onzeker, en deed ontdekkingen in de kamer en de badkamer of ik er nooit eerder geweest was. Hoe lang was ik hier al? En waar was hier?
Ik bleef in de badkamer staan en bekeek mezelf in de spiegel. het gezicht dat ik zag leek voor mijn ogen te veranderen en even dacht ik dat ik naar een jongen keek. Het duurde maar een of twee seconden, maar het deed mijn hart bonzen en benam me de adem.
Toen ik me had aangekleed, liep ik naar de deur en keek de gang in. De vloer glom in de zon die door de ramen naar binnen scheen. Plotseling ging de deur tegenover me open en een meisje van ongeveer mijn leeftijd kwam naar huilen. Ze zag er griezelig mager uit.
'Hoe gaat het?' vroeg ze zacht. 'We waren allemaal verschrikkelijk ongerust over je gisteravond.'
'Ik weet het niet,' zei ik met mijn handen. Ze begon te glimlachen en stopte toen abrupt.
'Waarom doe je dat?' vroeg ze.
'Doe wat?' gebaarde ik. Ze leek het te begrijpen.
'Wat doe je met je handen? Is dat gebarentaal?' vroeg ze. 'Is er iets met je stem gebeurd? Kun je niet praten?'
Ik schudde mijn hoofd. Ze staarde me aan. Haar gezicht was zo mager dat haar ogen leken in hun kassen te zweven. Ik kon zelfs de beenderen in haar kaak en wangen door haar dunne huid heen zien. Een gedachte bracht een vreemde, zachte glimlach om haar dunne lippen.
'Je kijkt of je je mij niet herinnert,' zei ze en vroeg toen: is dat zo?' Ik schudde weer mijn hoofd, ik ben Mary Beth.'
'Wie ben ik?' vroeg ik haar. Ik wees op mijzelf en stak mijn handen omhoog om mijn vraag duidelijk te maken.
'Weetje niet wie je bent?' Toen ik nadrukkelijk mijn hoofd schudde, zei ze: 'Je bent Laura Logan. Verder weet ik niets over je. Je herinnerde je niets toen je hier kwam,' zei ze. Ze keek de gang in en zocht iemand, alsof ik gewond was en bloedde.
Ik wreef over mijn maag en wees op mijn mond.
'Heb je honger?'
Ik knikte en ze ontspande zich.
'Kom maar mee,' zei ze. 'Toe dan,' drong ze aan en stak me haar hand toe. Ik pakte haar hand vast en samen liepen we naar de eetzaal.
'Hoe gaat het met haar?' vroeg een donkerharig meisje aan de tafel waar Mary Beth me heen had gebracht. De knappe jongen naast haar keek vol belangstelling op, evenals het jonge meisje naast haar.
'Ze kan niet praten. Ze gebruikt gebarentaal en ze is alles vergeten, Megan. Ik bedoel niet alleen alles van haarzelf. Ze weet niet wie wij zijn, waar ze is, ze weet niets meer,' jammerde Mary Beth.
'O nee, hè?' zei Megan. Ze keek naar de begeleiders die met elkaar stonden te praten. 'Ze zullen haar vast naar de Tower brengen, net als Lydia Becker. Luister, Laura, ik ben Megan, Megan Paxton. Dit is Lawrence en dit is Lulu. Je bent in de kliniek. Ga eten halen en kom dan terug. Doe net of je je alles herinnert, oké?'
Ik keek naar Lawrence, wiens bezorgde blik indruk op me maakte. Toen knikte ik.
'Als je ze vertelt datje alles van deze kliniek vergeten bent, zullen ze je een andere behandeling willen geven, een elektrische shock misschien. Dat zou kunnen betekenen datje naar de Tower moet!'
Ik gebaarde vraag na vraag, maar niemand begreep me. Ik wilde weten hoe lang ik hier al was. Waarom was ik hier? Waar kwam ik vandaan? En wat was die Tower?'
'Weet je zeker dat je niet kunt praten?' vroeg Megan met een grimas. Ik schudde mijn hoofd. 'Geweldig. Je zit in de penarie vrees ik,' zei ze. 'Het is al moeilijk genoeg om jezelf hier te beschermen als je kunt praten.'
'Ik ga met haar mee eten halen,' bood Mary Beth aan.
'Dat lijkt op de blinde die de lamme leidt," spotte Megan. 'Als jij haar helpt eten uit te zoeken, verhongert ze.'
'Wees maar niet bang. Ik zal ervoor zorgen dat ze krijgt wat ze wil eten,' hield Mary Beth vol.
'Ik ga wel met haar mee,' zei Lawrence en stond op.
'Ik ook,' zei Lulu.
Waarom was iedereen zo bezorgd voor me?
'Denk eraan, als je de indruk wekt dat ze hulpeloos is, zullen ze het merken en dan is het voorbij,' waarschuwde Megan. 'Ga zitten, Lulu.'
'Volg mij maar,' zei Lawrence zacht, ik praat wel voor ons allebei, jij knikt alleen maar, oké?'
'Plotseling kan hij iemand helpen. Hiervoor kon hij niet eens zijn schoenveters vastmaken als iemand keek.' zei Megan met een scheef lachje.
Lawrence negeerde haar en wenkte me hem te volgen.
'Ik begrijp een beetje gebarentaal,' zei hij. 'En de rest kan ik snel leren. Wees maar niet bang. Ik bescherm je wel,' beloofde hij.
Toen ik mijn eten had en terugkwam aan tafel, voelde ik me iets minder onzeker. Ik luisterde naar hun gesprekken terwijl ik at. Nu en dan wendde Lawrence zich tot mij en vroeg me hoe ik iets zou zeggen of vragen in gebarentaal. Ik deed het hem voor, en hij prentte het snel in zijn geheugen.
Iemand anders, iemand in mijn verleden, leerde de gebarentaal ook zo snel, herinnerde ik me. Ik zag hoe ik mijn handen naar hem uitstrekte. Wie was hij? Alles wat ik deed wierp een nieuwe vraag op over wie ik was en waar ik thuishoorde, en elke vraag voelde als een naald in mijn zij die om aandacht vroeg.
'Je moet haar niet aanmoedigen,' waarschuwde Megan. 'Dan komt ze er minder snel overheen.'
'Ze doet het prima,' zei Lawrence en glimlachte naar me.
'Moetje hem horen, dokter Lawrence Taylor. Hang een bordje op de deur van je kamer.' Ze keek naar de ingang van de cafetaria en boog zich toen naar mij. 'Daar komt mevrouw Kleckner. Gedraag je niet al te dom,' adviseerde ze.
'Hoe gaat het nu?' vroeg mevrouw Kleckner toen ze bij onze tafel stond.
'O, uitstekend, mevrouw Kleckner. We zijn een heel gelukkig stelletje idioten en klungels,' merkte Megan op met een vette glimlach.
'Je bent niet echt grappig, Megan. Ik hoop dat je dat gauw zult beseffen. Ter wille van jezelf en van alle anderen,' voegde ze eraan toe.
'Ik zal mijn best doen, mevrouw Kleckner,' beloofde Megan met een schijnheilig lachje.
Mevrouw Kleckner keek naar mij.
ik heb begrepen dat je je stem kwijt bent.'
Ik keek naar Megan en Lawrence en toen naar haar voor ik knikte.
'Goed,' vervolgde mevrouw Kleckner. 'Je moet nu naar dokter Southerby. Kom mee, Laura.'
Ik keek naar de anderen. Hun ogen stonden bezorgd.
'Veel succes met je dokter,' zei Megan toen ik opstond. 'Ik hoop dat het déze keer beter gaat,' voegde ze eraan toe, me duidelijk makend dat ik hem al eerder had ontmoet. Ik glimlachte, gebaarde mijn dank en vertrok met mevrouw Kleckner.
Dokter Soutberby was niet in zijn spreekkamer toen ik kwam. Mevrouw Kleckner zette me voor het grote bureau en ging toen weg. Ik bleef rustig wachten, keek om me heen en vroeg me af hoe het mogelijk was dat ik hier al eerder was geweest. Niets kwam me zelfs maar enigszins bekend voor. Een zijdeur werd geopend en dokter Southerby kwam binnen. Hij glimlachte vriendelijk en liep naar zijn bureau.
'Zo,' zei hij zodra hij zat, 'ik heb begrepen datje een kleine terugval hebt gehad. Je bent je stem kwijt?'
Ik wist niet wat ik anders moest doen, dus knikte ik.
'Je kunt gebarentaal gebruiken,' zei hij. 'Die ken ik goed.'
Ik had het gevoel of ik in een vreemd land was en eindelijk iemand gevonden had die mijn taal sprak. De vragen kwamen zo snel dat mijn handen ze nauwelijks konden bijhouden. Dokter Southerby's ogen volgden ze en zijn glimlach werd steeds breder.
'Ho,' riep hij uit. 'Een voor een alsjeblieft. Je bent in een kliniek voor mensen die geestelijke en psychische problemen hebben. Het is een kliniek voor hoofdzakelijk jonge mensen. Het is een stichting die is opgericht en wordt gefinancierd door rijke mensen en is een van de meest prestigieuze en succesvolle instituten op dit gebied in het noordoosten, mag ik wel zeggen,' ging hij trots verder, ik ben een van de hoofdtherapeuten, en jij bent aan mijn zorg toevertrouwd.
Zoals we gisteren hebben besproken, heb je een ernstige traumatische ervaring gehad en dat heeft je geheugen beïnvloed. Je hebt een vorm van algemene amnesie, maar het is het soort amnesie dat niet lang zal duren. Daar ben ik van overtuigd.'
'Ja,' zei hij toen ik mijn vraag met gebaren had gesteld, 'toen je hier pas kwam, kon je praten, maar je kon je niets van jezelf herinneren.'
Ik gebaarde: 'Waarom kan ik nu niet praten?'
'Dat weet ik nog niet,' zei hij. Hij keek nadenkend. 'Ik ben nu pas enigszins op de hoogte gebracht van je achtergrond en de informatie die ik nodig heb komt helaas maar mondjesmaat door,' zei hij met een grimas. 'Maar datje de gebarentaal zo goed kent, heeft duidelijk met je achtergrond te maken. Iemand in je omgeving is doof. Frist datje geheugen wat op?'
Ik dacht na.
'Ja,' zei ik, 'maar ik kan me niet veel van haar herinneren.'
'Dat komt wel. Plotseling zul je iemand anders het zien doen en beseffen wie het is,' beloofde hij. 'Tot die tijd wil ik, omdat je niet kunt praten...' - hij zocht in zijn la en haalde er een notitieboekje uit - ' datje alles opschrijft wat je je herinnert; alles watje denkt en wat er over jezelf of over de mensen hier bij je opkomt, alles,' zei hij, en overhandigde me het notitieboekje.
Ik pakte het aarzelend aan.
Ik weet dat je veel angsten hebt. Krijg je wel eens flitsen uit het verleden, hoor je stemmen die je niet herkent?'
Ik knikte.
'Mooi. Ik zal je vertellen wat je van me kunt verwachten... ik ga proberen, heel langzaam natuurlijk, het trauma dat je hebt ervaren weg te nemen. We moeten alle onnodige schaamte en alle schuldbesef wegnemen. Je hebt het recht kwaad te worden en uiteindelijk te treuren, Laura. Als je dat kunt, zul je volledig tot jezelf terugkeren. Misschien zal ik hypnose gebruiken. We zullen wel zien, goed?' Zijn stem klonk zacht en troostend.
Ik knikte.
'Goed, Laura,' zei hij. 'Dan beginnen we nu. We ontspannen allebei en jij vertelt me alles wat bij je opkomt... woorden, beelden, alles. Toe maar, doe je ogen dicht en laatje gedachten dwalen.'
Ik deed het. Beelden flitsten voor mijn ogen, maar slechts een onderdeel van een seconde. Ik zag zand en water, gezichten waaraan ik geen naam kon verbinden, kleine boten en veenbessen in een moeras. Ik beschreef hem alles.
'Prima, Laura. Dat is vooruitgang. Binnen korte tijd zullen al deze schijnbaar niets met elkaar te maken hebbende beelden verband met elkaar gaan vertonen en zinvol worden. Je bent op weg naar huis. Ik beloof het je.
Het beste datje hier kunt doen is ontspannen. Profiteer van de faciliteiten, schrijf in je notitieboek en rust. Je zult jezelf genezen,' zei hij. Hij klonk zo overtuigd en oprecht dat ik me beter voelde.
Hij praatte over andere patiënten met soortgelijke problemen en hoe zij ze overwonnen hadden en waren teruggekeerd tot een actief, gezond leven. Hij verzekerde me dat er een eind zou komen aan alles wat er mis was en dat ik nooit meer in de kliniek terug zou keren als ik eenmaal weg was.
'Probeer iets tegen me te zeggen voor je dadelijk weggaat, Laura,' eindigde hij. Hij stond op en liep naar me toe, pakte mijn hand vast en keek me zo diep in de ogen dat ik mijn blik niet kon afwenden. 'Toe dan, zeg je naam. Probeer het,' drong hij aan.
Ik deed mijn mond open en bewoog mijn lippen.
'Goed zo,' spoorde hij me aan. 'Toe maar.'
Mijn tong ging omhoog en viel weer omlaag. Ik voelde de spieren in mijn hals en keel spannen.
'Lawwww,' begon ik kreunend. De tranen brandden onder mijn oogleden, ik voelde mijn wangen rood en gloeiend worden.
'Oké,' zei hij en gaf een klopje op mijn hand. 'Oké, het komt wel terug.'
Hij klopte weer op mijn hand en ging terug naar zijn stoel.
ik moet wat onderzoek naar je doen, Laura. Ik heb telefonisch om de inlichtingen gevraagd die ik nodig heb. Morgen zien we elkaar weer. En over hooguit een week zul je een paar dramatische veranderingen beleven.'
Ik knikte glimlachend. Ik vond hem een heel aardige, jonge dokter, iemand die ik mogelijk kon vertrouwen, alleen had ik op dit moment niets anders dan mijn gevoelens van het ogenblik om hem toe te vertrouwen. Hij nam me mee naar zijn secretaresse.
'Mevrouw Broadhaven is er gisteren niet toe gekomen je een paar van onze faciliteiten te laten zien, Laura. Dat wil ze nu doen.'
Ik knikte en de aantrekkelijke vrouw stond op en nam me mee.
'We hebben een heel aardig atelier waar geschilderd en aan handenarbeid kan worden gedaan,' legde ze uit, 'iets verderop in de gang.'
Ik keek door een deur en zag een paar patiënten die televisie keken, schaakten en lazen. Achterin speelde een jongeman tafeltennis met een begeleider.
'Hier is het atelier,' zei ze, en bleef bij een andere deur slaan. Ik keek naar binnen en zag Megan in een schilderskiel ruw aan het werk met een zachte kleifiguur. Lulu en Mary Beth zaten in een hoek aan een tafel te schilderen met waterverf. Een lange vrouw met mooi rood haar en een roomwitte teint kwam naar ons toe.
'Dit is Laura,' zei mevrouw Broadhaven. ik leid haar rond, maar misschien komt ze hier weer terug,' ging ze verder, toen ze mijn belangstellende blik zag. 'Laura, dit is juffrouw Dungan, onze kunsttherapeute.'
'Hallo, Laura,' zei ze en gaf me een hand. 'Je kunt kiezen waarmee je wilt werken: klei, olieverf, waterverf, hout. We kunnen ook keramiek maken.'
Ik bespeurde iets bekends. Ik ken een schilder, dacht ik, maar kon me zijn naam niet herinneren. Juffrouw Dungan zag dat ik naar Megans sculptuur staarde.
'Wil je dat straks proberen?' vroeg ze.
'Het kan je helpen je dingen te herinneren,' suggereerde mevrouw Broadhaven.
Ik knikte.
'Ik breng haar zo terug,' zei mevrouw Broadhaven tegen juffrouw Dungan.
Toen bracht ze me naar de bibliotheek, waar ik Lawrence gebogen over een boek aan een tafel zag zitten. Er lag een klein stapeltje andere boeken naast hem. Toen hij ons zag, bloosde hij.
'We zijn erg trots op onze bibliotheek, Laura,' zei mevrouw Broadhaven. 'Hij is net zo goed als de bibliotheek van veel kleine universiteiten. Nietwaar, Lawrence?'
'Wat? O... ja,' zei hij. Hij keek bang, vond ik en vroeg me af waarom. Hij wendde zijn ogen snel af en ik zag dat zijn hand beefde.
'En, Laura? Wat wil je? Terug naar het atelier?' vroeg mevrouw Broadhaven. Of ze zag niet wat ik aan Lawrence opmerkte, of ze verkoos het te negeren.
Ik knikte, keek nog eens naar Lawrence, die nu zijn handen voor zijn ogen had gelegd. We gingen terug naar het atelier. Na me te hebben voorgedaan hoe ik bepaalde dingen moest gebruiken, ging ze weg om voor andere patiënten te zorgen. Megan, die ingespannen aan haar kleifiguur had gewerkt, hield op en kwam naast me zitten. Ze keek naar mijn vormeloze hoop klei en toen naar mij.
'Ze hopen datje iets onthullends zult doen. Je weet wel, iets wat ze kunnen analyseren. Ze willen in je hoofd kruipen, je ontleden als een kikker.' Ze lachte. 'Ik weet wat dokter Thomas verwacht dat ik zal zeggen als ik weer iets gemaakt heb. Hij leunt achterover en knikt en knikt en vraagt me dan wat ik denk dat ik gemaakt heb. Zonder aarzelen zeg ik: "Een fallisch symbool." Je weet wel,' ging ze verder toen ik niet reageerde, 'een penis.' Ze lachte. 'Dal is niet zo. Ik probeer iets anders te maken, maar alleen omdat alles wat ik maak vaaglijk dezelfde vorm heeft...'
Ze zweeg even en schudde toen haar hoofd.
'Hoe lang blijf je nog stom? Ik praat al genoeg tegen mezelf. Kun je niet tegen mij praten en tegen de anderen net doen of je stom bent? Laat maar,' ging ze haastig verder. 'Doe watje wilt. Dat doet iedereen.'
Ze wendde haar blik af, en toen ze me weer aankeek, werd ik verrast door de waanzinnige glans in haar ogen.
'Vandaag is het bezoekdag. Ze komen kijken hoe hun dierbare kinderen werken en spelen in de therapie. Mijn moeder komt waarschijnlijk niet. Je wéét dat mijn vader niet komt. Nee, dat weetje niet, maar ik zeg je dat hij niet komt. Misschien komt mijn moeder.' Ze keek naar mij. ik ben benieuwd of er iemand voor jou komt,' zei ze.
En plotseling werd dat het meest intrigerende van alles.
De rest van de dag bleven er bezoekers komen. Sommigen brachten de tijd met hun kinderen door in de lobby of de recreatiezaal, maar de meesten gingen naar buiten en wandelden in de tuin. Ik zag dat de vader en moeder van Lawrence hem kwamen bezoeken. Ze zagen er elegant uit. Zijn vader was lang, meer dan één meter vijfentachtig, met grijzend haar. Toen hij zich naar mij omdraaide, zag ik dat hij een krachtig, knap gezicht had met dezelfde uitgesproken trekken als Lawrence. Zijn moeder was een aantrekkelijke vrouw met lichtbruin, modern kortgeknipt haar. Ze droeg een leuke gebloemde jurk en glanzend zwarte schoenen met hoge hakken. Vanaf de plaats waar ik stond leek het me of Lawrence's ouders voortdurend aan het woord waren. Nu en dan knikte Lawrence en toen draaide hij zich om en zag dat ik door het raam van het atelier naar hen keek. Hij keek verlegen, maar glimlachte toch en bewoog zijn handen om naar me te zwaaien. Ik zwaaide terug en lachte. Zijn ouders keken mijn richting uit en Lawrence draaide zich snel om en liep door. Zijn moeder liet haar blik nog even op mij rusten voor ze zich weer bij hen voegde.
Daarna ving ik een glimp op van Mary Beth, die met haar moeder wandelde. Mary Beth liep met gebogen hoofd en haar moeder praatte zo snel dat het leek alsof ze haar de les las. Haar moeder was een heel knappe vrouw, lang en slank met halflang, blond krullend haar. Ze zag eruit als een model of een actrice. Ze verdwenen om de hoek. Mary Beth hief haar hoofd niet op en haar moeder stopte geen moment met praten.
Megan, Lulu en ik bleven de hele middag in het atelier. Niemand kwam Lulu opzoeken, en Megan vertelde me dat haar moeder had laten weten dat ze niet kon komen.
'Het is eenvoudig te raden waarom ze het vreselijk vindt me te zien,' mompelde Megan, die weer naast me was komen zitten terwijl ik bezig was met mijn klei. 'Ze geeft mij de schuld van wat mijn vader me heeft aangedaan. Kun je je zoiets voorstellen? Zij gaat scheiden en geeft mij nu de schuld van alles. Ik weet dat het zo is. Je hoeft me niet zo aan te kijken. De dokter is het me me eens. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar hij heeft mijn moeder ontmoet en hij is het met me eens.
Nou, en ? Laat ze mij de schuld maar geven. Wie heeft haar nodig ?' zei ze.
'Wat heeft je vader je gedaan?' gebaarde ik.
'Wat?' zei ze, alsof ze plotseling besefte dat ze tegen mij had zitten praten. 'Wat zeg je? Ik begrijp al die stomme handbewegingen niet. Ik begrijp niet waarom je plotseling niet kunt praten. Ik dacht, eindelijk, eindelijk heb ik eens iemand met hersens om mee te praten en dan moet jij zo nodig je stem kwijtraken en hiermee beginnen. Wat zegje?'
'Ze vraagt naar je vader,' zei juffrouw Dungan, die met een arm vol gekleurd papier langs ons liep.
'Mijn vader?' Ze draaide zich naar me om. "Vanwaar plotseling die belangstelling? Deukje dat ik dingen verzin? Denk je dat?'
Ik schudde heftig mijn hoofd.
'Bemoei je met je eigen zaken,' snauwde ze en liep terug naar haar klei. Plotseling begon ze er hard op te slaan.
Juffrouw Dungan kwam haastig aangelopen.
'Megan, wat doe je! Lieverd, hou daar alsjeblieft mee op,' zei ze kalm. Megan bleef op de klei timmeren tot alle vorm verdwenen was. Toen plofte ze hard op haar stoel neer en begon te lachen.
'Sorry,' zei ze. ik denk dat er deze week niets te analyseren valt.'
Ze lachte weer en begon toen te huilen, maar vreemd genoeg was er geen enkele mimiek, zelfs haar lippen bewogen niet, er stroomden alleen tranen uit haar ogen.
'Ga wat rusten, lieverd,' zei juffrouw Dungan en sloeg haar arm om Megans schouders. 'Kom,' drong ze aan. Megan stond op en liet zich het atelier uit leiden.
Ik keerde terug naar mijn werk en keek toen uit het raam. Ik zag dat Lawrence's ouders weg waren. Hij zat alleen op een bank en keek naar me.
Toen juffrouw Dungan terugkwam, vroeg ik of ik naar buiten kon gaan.
'Ik denk het wel. natuurlijk,' zei ze. 'We laten je werkstuk zo staan, dan kun je er morgen mee verder gaan, goed?'
Ik knikte en verliet het atelier. Lawrence keek met een hartelijke glimlach op toen hij me aan zag komen.
'Hoi.' zei hij. 'Hoe gaat het met je kunstwerk?'
Ik schudde mijn hoofd.
ik zou het niet direct een kunstwerk willen noemen,' gebaarde ik. Hij scheen het te begrijpen en knikte. Ik vond het prettig dat hij nietprobeerde me van het tegendeel te overtuigen en me aanpraatte dat ik talent had.
'Wil je een eindje wandelen'? Als we dat pad daar nemen, kun je de zee zien.'
Ik draaide me om en keek in de richting waarin hij wees.
'Het is nog prettig buiten,' vervolgde hij. 'Mijn ouders moesten vroeg weg. Ze moesten naar een of ander society-gebeuren. dat moeten ze meestal.'
Ik keek hem weer aan, hoorde zijn toon van ongenoegen.
'Ze zijn er toch al niet dol op hier te komen. Ze vinden het pijnlijk. Ik ben het enige lid van de familie dat in een gekkenhuis terecht is gekomen. O, sorry, zo bedoel ik het niet,' zei hij snel. 'Ik bedoel, ik beschouw jou niet als gek. Ik ben gek, Megan is volslagen gek, maar jij niet.'
'Er is iets mis met me.' gebaarde ik. Ik wees naar mijn hoofd.
'Wat er mis is met jou is gemakkelijk te genezen. Jij zult hier lang niet zoveel tijd zijn als ik er al ben. dat weet ik zeker. Zullen we gaan?'
Ik voelde er niet veel voor, maar gaf ten slotte toe; we volgden het pad.
'Mijn vader is effectenmakelaar,' zei hij. 'Een heel succesvolle. Hij heeft een paar belangrijke cliënten, grote portefeuilles. Ik weet niet precies hoe rijk we zijn. maar ik weet dat we rijk zijn. Mijn moeder koopt meestal wat ze wil. Je moet haar klerenkast eens zien. Die is zo groot als de slaapkamer van sommige mensen. Er staal zelfs een toilettafel in.'
Ik glimlachte.
'Ik overdrijf niet.' zei hij. 'Toen ik klein was, verstopte ik me in die kast. Ze schreeuwde altijd legen me als ik dat deed. Er hangen kleren waar de labels nog aan hangen. Ik geloof niet dat ze zich de helft van de dingen die ze koopt herinnert.
'En je moet haar juwelen eens zien. Ze heeft genoeg om een kleine winkel te bevoorraden. En jouw moeder? Heb je geprobeerd je haar te herinneren? Wonen jullie in een groot huis?'
Ik dacht na en schudde mijn hoofd.
'Nee? Dat is vreemd. Ik wed datje moeder waarschijnlijk de eerste is die je je zult herinneren. Daar is hij dan,' zei hij en bleef staan. Ik keek op.
I
Door de hoge esdoorns heen zag ik de zee, het blauw glinsterde in de late middagzon.
Ik deed een stap achteruit.
'Wat is er?' vroeg hij.
Ik schudde mijn hoofd.
'Ben je bang voor de zee?' Hij dacht even na. 'Dat moet iets te maken hebben met wat er met je is gebeurd. Ik heb over je probleem gelezen. Ik heb het opgezocht in onze bibliotheek. Daar was ik mee bezig toen jij binnenkwam met mevrouw Broadhaven. De enige manier om beter te worden is onder ogen zien wat er is gebeurd,' zei hij. 'Het is dokter Southerby's taak daarvoor te zorgen.'
Hij keek naar de zee en toen weer naar mij.
'Wil je proberen dichterbij te gaan? Misschien roept het iets op en
Ik schudde nadrukkelijk mijn hoofd.
'Oké. Zullen we teruggaan?'
Ik knikte, maar waagde nog een tweede blik op het water. Beelden dwarrelden door mijn hoofd: gezichten, kreeftenfuiken, boten, het strand, een veenbessenveld, iemand die zong en toen iemand die mijn naam riep, eerst fluisterend en toen luider, luider. Het leek alsof... ik mezelf riep.
Ik had het gevoel dat mijn keel werd dichtgeknepen door de inspanning om iemands naam uit te spreken.
Lawrence's ogen werden groot toen ik mijn handen aan mijn keel bracht en mijn hoofd schudde.
'Is er iets? Is alles in orde? Laura?'
Impulsief wierp ik me in zijn armen en verborg mijn gezicht tegen zijn schouder. Ik snikte het uit, huilde om dingen die ik niet kon verklaren. Het enige dat ik wilde was huilen en blijven huilen tot mijn tranen waren opgedroogd.
Eerst bleef Lawrence doodstil staan met zijn armen langs zijn lichaam, niet wetend wat te doen. Toen omhelsde hij me langzaam en hield me dicht tegen zich aan, kuste mijn haai", mijn slapen, streelde mijn rug en bleef mijn naam herhalen.
'Laura... Laura...'
Eindelijk was ik uitgehuild en trok me langzaam terug. Hij keek gelukkig, maar heel bezorgd.
'Gaat het weer?'
Ik knikte en hij veegde met zijn zakdoek de tranen van mijn wangen.
'We kunnen maar beter teruggaan voordat ze ons komen zoeken.' zei hij.
Hij draaide me om en pakte mijn hand. We liepen weer over het pad. Deze keer keek ik niet achterom naar de zee, geen seconde. Ik was blij toen hij achter ons verdween, maar wist dat ik gauw, heel gauw, terug zou moeten, misschien alleen, en naar het water kijken tot de waarheid en mijn geheugen de ketenen verbraken die ik eromheen had gewikkeld.
Alleen dan zou ik ze van me af kunnen gooien.