Missel

De Nederlandse Spoorwegen zijn sponsor van onze Olympische ploeg en waar ging het mis? Op de wissel! En de viermansbob is niet eens vertrokken. Symbolischer kan het bijna niet. De NS betaalt mee omdat ze aan imagoverbetering willen doen. Lief hè?

Moest na de rit van Sven wel steeds aan Erica denken omdat ze nu weer het woord gediskwalificeerd moest gebruiken. Niet dat haar dat niet zou lukken, maar dat ze steeds herinnerd wordt aan dat desastreuze gesprek met die Evers.

Leuke Spelen tot nu toe. Bij Tuitert leek de Olympische grondgedachte meedoen is belangrijker dan winnen een prachtig alibi om daar in Canada rond te dolen en hij pakte op grootse wijze goud. Op die Ireen Wüst had ook niemand meer gerekend, maar zij sloeg beestachtig toe in haar laatste ronde. Ik begon schaatsen zowaar weer leuk te vinden.

En toen kwam Sven. Topvorm! Gunstige loting! Zelfverzekerder dan ooit! Wat kon er misgaan? Niks toch? Alles dus. Of de coach nou stond te tukken of dat hijzelf beter had moeten opletten interesseert me niet. Feit is dat Sven het verkeerde baantje pakte. En dat mag niet. Wel leuke televisie. Een ziedende Kramer, een onthutste Kemkers, een verbouwereerde Smeets, een boze Veldkamp, een aangeslagen Visser plus die zeven miljoen krijsende kijkers op wie ik op dat moment geen zicht had. Ik had alleen zicht op mezelf en merkte dat ik moest lachen. Niet uit leedvermaak, maar meer uit ervaring. Nooit denken dat je er bent. Pas juichen als je over de streep komt. Nou niet dat Sven dat al dacht, maar die zeven miljoen kijkers wel. En dan gaat het mis. Mooiste beeld was die eenzame Koreaan met dat nationale dweiltje boven zijn hoofd. Helemaal alleen door dat doodstille stadion. Iedereen was totaal uit balans door de missel van Sven en hij vierde helemaal in zijn uppie zijn gouden plak. Vrees dat de Koreaanse televisie er thuis wel wat andere geluiden onder heeft gezet. Die hebben wel wat propagandabandjes liggen.

Wel mooi dat die Sven even goed boos was, maar al gauw heel nuchter constateerde dat dit bij de sport hoort. En sportief hoe die Kemkers de schuld ruiterlijk op zich nam.

En we kregen door het debacle gezellige oude-doosbeelden. Hilbert van der Duim die dacht dat hij klaar was en nog een rondje moest. En Jan Bols natuurlijk met zijn twee wereldberoemde buitenbochten. Troostend materiaal. Mooi om die oude mannen de avond erna terug te zien. Leuke, relativerende gozers met een glimlach. Ze lachen om hun blunders omdat blunders nou eenmaal bij het leven horen.

Over veertig jaar ben ik 96 en ik vrees dat ik het niet meer mee zal maken, maar ik zou dan graag kijken naar de oude Sven Kramer die nog een keer rustig uitlegt wat er mis ging in Vancouver. Deze aardige zestiger vertelt dan aan de kleinzoon van Mart Smeets wat er toen precies gebeurde. Gerard Kemkers kijkt in het bejaardenhuis en heeft gelukkig een gezonde Alzheimer, waardoor hij zich er niks meer van kan herinneren. Kramer vertelt hoe het land een dag lang totaal van slag was, waarop de kleinzoon van Smeets vraagt of de mensen toen niets beters te doen hadden. De verstandige Kramer zal antwoorden dat de mensen nooit iets beters te doen hebben dan brood en spelen. Hij vertelt: „Een maand eerder stierven er meer dan honderdduizend mensen op Haïti, in Kabul werden ze met tientallen tegelijk door zelfmoordterroristen van de straat geblazen en half Afrika krijste al jaren van de honger en de dorst. En de regering was vlak daarvoor ook nog op genante wijze gevallen, maar daar had niemand tijd voor. Het ging om mijn wissel. Twee binnenbochten op de tien kilometer!” Dan vraagt de kleinzoon van Smeets aan Kramer of hij weet hoe dat komt, waarop deze wijzer dan wijs antwoordt dat dat komt omdat ze in Kabul, de Sahel en Haïti niet kunnen schaatsen.

Is het zo simpel? Zo simpel is het.