16

Vis op het droge

Buiten de militaire wereld was het alles of niets. Terwijl ik nog bezig was om de marine te verlaten wegens medische dienstongeschiktheid, kreeg ik een aanbod om de beveiligingsteams voor de Zomerspelen in Atlanta in 1996 te trainen. 1500 dollar per week leek me heel veel geld – zeker in verhouding tot een salaris in de krijgsmacht. Ik verliet de marine en nam de baan aan. Ook trainde ik onder andere de Special Operations and Response Teams (SORT’s) van het Federal Bureau of Prisons, de ordetroepen die in noodgevallen worden ingezet tijdens gevangenisopstanden. Ik reisde heel veel. Ik kon 500 dollar per dag vragen. Ik dacht dat ik rijk zou worden.

In de praktijk kwam het er echter op neer dat ik wel voor iedere opdracht werd betaald, maar opdrachten liepen af en het was maar de vraag wanneer de volgende kwam. Tussen de opdrachten door had ik het financieel niet gemakkelijk.

In de hoop op een stabieler inkomen werd ik politieagent in Hallandale Beach, Florida, iets ten noorden van Miami Beach. Het plaatsje staat bekend om zijn renbaan voor windhonden en om Canadese toeristen. Na een opleiding van meer dan een half jaar was ik politieman – net als de mannen die in mijn kindertijd zo aardig voor me waren geweest.

Als ik surveilleerde, droeg ik een Revo-zonnebril, met NASA-technologie gemaakt door Luxottica, hetzelfde Italiaanse bedrijf dat Ray-Ban en Oakley produceert. De Revo had de helderste en best polariserende glazen en bleef goed zitten. Omdat ik een groentje was, reed een begeleider mee in de patrouillewagen. Op een keer zag ik voor ons een gestolen Cadillac rijden. Ik maakte er melding van en een andere surveillancewagen voegde zich bij me. We zetten onze zwaailichten aan en de gestolen Cadillac kwam tot stilstand. Juist toen hij stopte, stapte de passagier, een zwarte jongen van nog geen twintig, uit en rende weg. We stopten achter het gestolen voertuig. Mijn begeleider sprong van de passagiersplaats uit de auto, rende naar de gestolen Cadillac en arresteerde de chauffeur, een dikke jongen. Ik stapte uit van achter het stuur en begon te rennen.

Ik weet niet hoe lang ik de jongen heb achtervolgd. Het leek een eeuwigheid. Over bosjes en hekken en door de struiken. Ergens onderweg verloor ik mijn ASP uitschuifbare wapenstok, en de microfoon aan mijn revers liet los en slingerde achter me aan – maar mijn zonnebril bleef zitten. We renden door tuinen tot we in het volgende plaatsje waren, South Hollywood. Plotseling verloor ik zicht- en hoorcontact met de voortvluchtige. Een man die zijn voortuin stond te sproeien, wees naar achter zijn huis. Ik sloop naar achter, maar de jongen zag me en begon weer te rennen. Uiteindelijk, toen hij de weg over rende, tackelde ik hem en viel hij op het asfalt. Een motoragent stopte en schoot me te hulp. Het voelde goed om die jongen te hebben kunnen grijpen.

‘Dat was de langste achtervolging te voet waar ik ooit van heb gehoord,’ zei de motoragent.

Als de jongen niet de hele tijd zijn broek had moeten ophouden terwijl hij rende, had hij me er vermoedelijk uit gerend. Toen hij handboeien om had en ik hem omhoog hielp, zakte zijn broek af. Ik pakte de plastic handboeien, trok zijn broek omhoog en bond de riemlussen van zijn broek bij elkaar om zijn broek omhoog te houden.

Mijn begeleider arriveerde met de patrouillewagen.

De jongen draaide zich om en keek op mijn naambordje: ‘Gaat u me niet slaan, agent Wasdin?’

‘Natuurlijk niet. Waarom vraag je dat?’

‘Ik dacht dat jullie dat altijd deden. Ons slaan. Daarom rende ik weg.’

‘Man, je hebt maar rare ideeën over agenten.’

Toen ik hem in de wagen wilde laten stappen, gaf een andere agent hem een duw.

‘He, blijf van mijn gevangene af,’ zei ik. ‘Je raakt hem niet meer aan.’

Later kreeg ik commentaar van collega’s die er al wat langer zaten. ‘Je moet wat ruwer zijn met zo’n knul. Zodat hij niet nog eens wegrent. Je kan iemand handboeien omdoen, en je kan hem handboeien omdoen.’

Ik begreep wat ze bedoelden, maar ik deed er niet aan mee. Dat was niet mijn manier van politiewerk.

Het bleek dat de dikke jongen de auto had gestolen. De jongen die wegrende was een drugskoerier. Voor twintig of dertig dollar per dag leverde hij crack af bij klanten en bracht het geld terug naar de dealer. Hij had drie of vier stukjes van het gelig witte spul bij zich. De dealers gebruikten daar jongens voor van onder de achttien, zodat die niet onder het volwassenenstrafrecht konden worden vervolgd.

Ik liet de dikke chauffeur achterin instappen bij de andere en reed weg.

‘Waarom kwam je niet van je dikke reet af. Waarom rende je niet weg?’ vroeg de koerier.

‘Hé, man, jij bent door die witmans gepakt, nigger,’ wierp de dikke tegen. ‘Wat lul je nou?’

‘Dat was niet zomaar een witmans. Als ik me omkeerde, was-ie d’r nog steeds.’

Ik moest erom lachen.

Op het politiebureau van Hallandale Beach maakte ik proces-verbaal op. Vervolgens bracht ik de verdachten naar het kantoor van de sheriff in Broward County om ze bij de gevangenis af te leveren. Ik zag dat de jongen die was weggerend, schaafwonden had aan zijn handen en knieën als gevolg van mijn tackle op straat. Het moest op een paar plaatsen gehecht worden. Het was de taak van de agent die hem had gearresteerd hem naar het ziekenhuis te brengen, dus deed ik dat.

Toen ik hem bij het ziekenhuis had aangemeld, moesten we drie kwartier wachten. Ik had niet geluncht, dus bond ik de jongen vast aan een leuning, liep naar de McDonald’s in het ziekenhuis en haalde een Quarter Pounder-menu. Ik liep terug en begon te eten.

De jongen keek naar mijn maaltijd.

‘Heb je honger?’ vroeg ik.

‘Eh, nee, niet zo erg.’

‘Wanneer heb je voor het laatst wat gegeten?’

‘Wat soep, gisteravond.’

Jezus, dacht ik. Ik ging terug naar de McDonald’s en kocht een Quarter Pounder voor hem. Toen ik terug was, vroeg ik: ‘Ik ben zo aardig een hamburger voor je te halen. Als ik nu je handboeien afdoe om je normaal te kunnen laten eten, moet ik je dan weer achterna?’

‘Nee meneer agent Wasdin, dat beloof ik. Ik ren niet weg. Beloofd.’

‘Goed zo, want ik heb er wel een beetje genoeg van. Dus als je wegrent, schiet ik je misschien wel neer.’

We moesten er allebei om grinniken.

Ik deed hem zijn handboeien af en hij bedankte me. Hij werkte zijn Quarter Pounder naar binnen. Toen liep ik nog een keer terug en kocht nog iets te eten voor hem.

Toen hij klaar was met eten, gingen we naar de Eerste Hulp. ‘U bent niet zoals de meeste agenten, hé?’ zei hij.

‘Er zijn meer agenten zoals ik dan je denkt.’

‘Ik had nooit gedacht dat een agent wat te eten voor me zou kopen.’

‘Weet je? Ik denk als je naar de meeste politieagenten toe zou lopen en ze om eten zou vragen, ze je het waarschijnlijk wel zouden geven. Geld niet, maar op zijn minst een pak crackers of zoiets.’

‘Dank u.’

Hij was heel beleefd. Bleef me maar bedanken. Het leek een goeie jongen met de verkeerde vrienden. Ik vond het prettig hem te kunnen helpen, maar ik vond het sneu dat hij in zo’n rotsituatie zat.

Later, als ik hem wel eens zag op straat, hield hij op met waar hij mee bezig was en zwaaide naar me. Soms liep hij naar me toe. Dan maakten we een praatje.

Nog een paar weken na de lange achtervolging betaalde mijn lichaam daar de rekening voor. Ik had ontzettend veel last van mijn nek en mijn onderrug. Een agente uit North Miami Beach had me al een paar keer aangeraden naar een chiropractor te gaan, maar ik had haar advies genegeerd. Nu was ik wanhopig. Ik herinnerde me de chiropractor van ambassadeur Negroponte.

Uiteindelijk ging ik. De chiropractor onderzocht me. ‘Om je schotwond te compenseren draai je je been naar buiten. Daarmee belast je je rechterheup te veel. Vanaf je bekken is dat naar boven getrokken via je heup naar je nek. Daarom slaap je slecht en heb je altijd pijn.’

Na drie kraaksessies sliep ik voor het eerst in jaren een hele nacht, bijna zonder pijn. En dat alleen door twee keer per maand een chiropractor te bezoeken. Wauw! Na alle neurologen, orthopedisch chirurgen en andere artsen was het een chiropractor die me mijn kwaliteit van leven teruggaf.

Tot dat moment dacht ik dat chiropractors een soort massagetherapeuten waren of zoiets. Ik had geen idee dat ze medicijnen studeerden. Dat chiropraxiegedoe is echt iets heel bijzonders.

In mijn tijd als politieagent ben ik nooit een kind tegengekomen met littekens van slaag zoals ik die vroeger wekelijks kreeg. Als dat wel zo was geweest, had ik er geen moment over nagedacht: het kind zou worden overgedragen aan de autoriteiten en de vader zou meteen achter de tralies verdwijnen.

Ik besefte dat ik het als alleenstaande vader als agent financieel niet kon bolwerken. Met 42.000 dollar per jaar kom je in Jesup, Georgia, een heel eind, maar niet in Hallandale Beach, Florida.

Point Plank Body Armour, de grootste fabrikant van kogelwerende vesten voor leger en politie en deel van Point Blank Body Armor-PACA (Protective Apparel Corporation of America) bood me een baan aan in Tennessee. Met 75.000 dollar per jaar zou ik een heel eind komen, en al helemaal in Tennessee. Ik accepteerde het aanbod en nam ontslag bij de politie. Ik woonde in een klein stadje en ik voelde me rijk. Blake paste goed tussen zijn klasgenootjes op zijn nieuwe school en alles liep op rolletjes.

Als deel van mijn taak om de kogelwerende vesten te promoten kreeg ik opdracht om Kane Kosugi, een Japans-Amerikaanse vechtsportacteur, te trainen in SWAT – Special Weapons and Tactics – voor de populaire Japanse tv-serie Kinniku Banzuke (De grootste spierkracht). Kane droeg een SMART-vest (Special Mission and Response Team) dat ik had ontworpen. Hij was een harde werker en leerde snel.

Voor Point Blank reisde ik continu de wereld rond: naar Abu Dhabi, Dubai, Parijs of waar dan ook sprake was van een groot contract van het bedrijf met defensie of politie. Als ik weg was, logeerde Blake bij vrienden. Toen Point Blank Body Armor-PACA van eigenaar verwisselde, bleek de nieuwe bedrijfsleiding me niet te liggen.

Ik verhuisde terug naar Jesup, Georgia, zodat Blake en ik dichter bij mijn dochter Rachel waren. Ik had een plan om via een Zwitsers contact de SWAT-teams van de Verenigde Arabische Emiraten op te leiden. Mijn vriend Tom McMillan had een faciliteit voor me geregeld in Folkeston, Georgia, waar de training kon plaatsvinden. Het zag er allemaal geweldig uit. Ik verdiende 5000 dollar per week; zoveel had ik nog nooit verdiend. Ik zag ernaar uit dat mijn jaren van militaire training zich eindelijk flink zouden uitbetalen. We waren in de laatste stadia van voorbereiding toen terroristen op II september 2001 een aanslag pleegden op de Twin Towers van het World Trade Center. Dat veranderde alles; de training werd uitgesteld. Als tijdelijke oplossing tot de zaak ten goede zou keren, raadde broeder Ron me aan werk te zoeken als autoverkoper: ‘Volgens mij ben je er goed in. Autoverkoper bij GMC.’

Ik moest wat en er moest brood op de plank, dus nam ik hem aan. Tot mijn verbazing verdiende ik meer geld met het verkopen van auto’s dan ik tot dan toe had verdiend met wat dan ook. De klanten liepen met me weg. Blake ging naar de middelbare school.

Ik had zelfs afspraakjes. Eén date bleek een stalker te zijn. Dat was niet leuk. Ze belde me op en zei: ‘Je doet er meestal twintig minuten over om van je werk naar huis te komen. Vandaag duurde het vijfendertig minuten. Wat was er aan de hand?’

‘Je maakt een geintje!’

Mijn nichtje Sandy maakte er op een avond een grapje over: ‘Ze staat buiten tussen de azalea’s naar binnen te kijken.’

Ik lachte het weg en Sandy moest er ook om lachen. Maar toen ik had opgehangen, dacht ik: Misschien moet ik toch maar eens kijken. Ze stond niet tussen de azalea’s, maar ze zat wel een eindje verderop in een auto waar ze mijn huis in de gaten kon houden. Ik kwam ook nooit eens een goeie tegen. Het was frustrerend.

Eén keer had ik een afspraakje met een aantrekkelijk vrouw. Ik had het idee dat we wel eens tussen de lakens zouden kunnen belanden. Ik had er wel zin in – het was alweer een tijdje geleden. Tijdens het diner in een restaurant vroeg ik haar: ‘Wat doe je zoal? Heb je de laatste tijd nog een goed boek gelezen?’

‘Sinds de middelbare school, waar het moest, heb ik geen letter meer gelezen.’

‘Wat heb je dan voor hobby’s?’

‘Ik luister naar de politiescanner en ik kijk naar worstelen.’

Ik hield mijn gezicht in de plooi. ‘O ja?’

‘Ja. Door de scanner blijf ik verbonden met de gemeenschap. Dan weet ik wie er in de problemen zit en waar wat gebeurt. Als er een grote arrestatie is of brand, dan ga ik kijken.’

Lieve hemel. ‘En wat was ook alweer je ander hobby?’

‘Worstelen. Stone Cold Steve Austin vind ik goed.’

Als ze haar mond had kunnen houden, had het geweldig kunnen zijn. Na het eten bracht ik haar naar huis. Ik kuste haar niet eens goedenacht.

Ze was teleurgesteld.

Ik wil geen afspraakjes meer. In Wayne County zijn gewoon geen meisjes met wie ik wil daten, concludeerde ik.

Op zaterdagmiddag 19 januari 2002 reed ik naar huis. Achterin had ik twee dozen kip van Sybil’s Family Restaurant. Mensen komen van heinde en verre voor Sybils kip. Blake en ik zouden samen eten en de film O Brother, Where Art Thou? bekijken. Ik had hem al gehuurd. Toen belde mijn neef Edward: ‘Deirdre en ik gaan uit vanavond. Er gaat een vriendin mee. We zouden het leuk vinden als jij ook meegaat.’ De klassieke overvaltechniek.

‘Nee.’

Twee minuten later belde Deirdre terug. ‘Howard, alsjeblieft. Ik vraag je nooit wat. Debbie heeft net een rothuwelijk achter de rug. We nemen haar mee uit, maar ze wil niet het derde wiel aan de wagen zijn. Kom gewoon mee om haar gezelschap te houden. Je vindt het vast leuk. Ik zal je daarna nooit meer iets vragen. Dat beloof ik. Doe het voor mij.’

Alle tactiek op het schuldgevoel. Ik was geïrriteerd. Ik leverde de dozen kip thuis af.

‘Blake, ik heb een afspraakje.’

‘O? Ik dacht dat je niet meer datete.’

‘Ja, dat dacht ik ook.’

Edward en Deirdre reden met me naar Debbies appartement. Deirdre zei tegen haar: ‘Dit is die vent over wie ik je vertelde, die eens een date nodig heeft.’

Deirdre had ons allebei in de maling genomen.

We zaten met zijn vieren in één auto. Ik nam een houding aan van: Hé, ik ben Howard Wasdin. Je moet nederigheid tonen. Toon respect.

Ze betaalde me met gelijke munt terug: En wie mag jij dan wel wezen?

Hé, dat is raar. En ze spreekt in volzinnen met woorden met meer dan één lettergreep. Waar hebben ze die vandaan gehaald?

We hadden allebei een ontzettend leuke avond. We hebben ontzettend gelachen en genoten van de conversatie en elkaars gezelschap. We gaven Edward zelfs blijk van onze waardering in woorden die hij begreep.

Ik herinner me nog de eerste keer dat ik haar hand aanraakte. We keken met Deirde en Edward naar een Sports Illustrated-bloopersvideo. We voelden de vonk allebei. We bleven nog een paar minuten zitten en toen bracht ik Debbie naar haar appartement.

Toen we bij haar thuis waren, zetten we ons gesprek voort. Het praten werd lachen en het lachen werd zoenen en het zoenen deed mijn wereld schudden op zijn grondvesten. Er was een chemie die ik nog nooit had gevoeld. Ik verloor mijn besef van tijd, maar ik wist dat als ik een heer wilde zijn, ik maar beter kon weggaan. We werden er allebei door overvallen. Geen van ons beiden was op zoek naar een relatie en geen van beiden wilde een relatie, maar onze beschermengelen hadden ons op het juiste moment op de juiste plaats samengebracht.

We liepen naar de deur om afscheid te nemen. Ik had al mijn zelfcontrole nodig om te vertrekken. ‘Ik vond het ontzettend leuk vanavond,’ zei ik.

‘Ik ook.’

‘Bel je me morgen?’ vroeg ik. Ik was opgevoed in Screven, Georgia, door strenge ouders die van me verwachtten dat ik me gedroeg als een heer. Het was niet dat ik geen heer meer was, maar ik was wel Howard Wasdin. Ik hoefde de telefoon niet te pakken om meisjes te bellen, zij belden mij. Maar dit meisje was grootgebracht als een dame.

‘Ik weet niet hoe jij bent opgevoed, maar mijn moeder heeft me geleerd dat ik geen jongens bel. Als je me wilt spreken, moet jij mij maar bellen.’ Ze deed de deur dicht.

Wauw. Ik was verbijsterd. De meisjes van vandaag de dag, die zelf jongens bellen, snappen het echt niet. Ze missen de lol en spanning van het versieren.

Toen ik naar huis reed, besefte ik het pas echt. Ik mocht 90 km/uur rijden, maar haalde volgens mij de 70 niet eens. Ik was in verlegenheid gebracht en ik was teleurgesteld in mezelf. Hoewel ik als een heer was opgevoed, was ik arrogant geworden. Ze had groot gelijk. Wat was er met mij aan de hand? ‘Ik ben Howard, bel me.’ Ik wist wel beter. Ik had alleen maar meer respect voor haar.

Die zondag wachtte ik de hele dag. Ik stond een paar keer op het punt haar te bellen, maar ik deed het niet. Zij belt wel, dacht ik.

Ze belde niet.

Maandagochtend belde ik haar. We gingen samen lunchen. Het weekend daarop hadden we weer een afspraakje. En ieder weekend daarna, tot we trouwden. Hoewel ik had gezworen nooit meer in het huwelijksbootje te stappen, werden Debbie en ik op 17 januari 2003 door broeder Ron in de echt verbonden. Zelfs nu nog, als we hem weer eens ergens tegenkomen, ziet hij hoe gelukkig we zijn. Dan zegt hij: ‘Toen ik jullie trouwde, heb ik toch maar goeie lijm gebruikt.’

Op den duur schonk het verkopen van auto’s onvoldoende bevrediging, ofschoon de goede mensen van Wayne County ze van me kochten en ze mij hun genegenheid en waardering lieten blijken. Ze kenden me nog van toen ik in hun gemeenschap opgroeide en waren dankbaar voor mijn inspanningen in dienst van het vaderland. Ik had er al eerder over gedacht om chiropractor te worden. Ik probeerde een baan bij een chemische fabriek en Condor, mijn oude vriend bij de CIA, lichtte me in over een baan bij een beveiligingsbedrijf in Brazilië. Dan was ik waarschijnlijk voor altijd in het beveiligingswerk blijven hangen, zoals andere jongens van het Team die de marine verlaten. Beveiligingswerk tot je erbij neervalt.

In oktober 2004 hadden Debbie en ik een gesprek met mijn consulent bij Veteranenzaken. De organisatie zou de kosten voor mijn opleiding tot chiropractor op zich nemen. Debbie en ik brachten een bezoek aan de universiteit, maar op de terugweg kwam ik met allerlei redenen waarom ik er niet aan moest beginnen. ‘Ik kan toch nooit fulltime werken en ook fulltime naar school gaan? Dan hebben we veel minder te besteden. Het gaat heel lang duren. Ik moet eigenlijk veel dichter bij school gaan wonen tot ik afstudeer. Anders wordt het wel heel veel heen en weer rijden…’

Debbie snoerde me de mond. ‘Je kan je de rest van je leven rot blijven voelen – dan blijf je werk doen dat je niet bevredigt en vind je nooit meer een baan die je echt leuk vindt – of je kan dit gaan doen. Hoe sneller je ermee begint, hoe sneller je er ook mee klaar bent. En dan kun je iets gaan doen waar je gelukkig van wordt. Als je het nu niet doet, kijk je hier over vier jaar op terug en denk je: Als ik toen naar school was gegaan, was ik er nu mee klaar.’ Ik was met de juiste vrouw getrouwd.

In januari 2005 begon ik aan mijn opleiding tot chiropractor aan Life University in Marietta, Georgia. Hoewel ik de studie erg leuk vond, bestond een klein deel van mijn klasgenoten uit warhoofdige hippies die niets te maken wilden hebben met artsen, naalden en medicijnen. Zelfs een van de docenten zei: ‘Ik doe geen reanimatie of mond-op-mondbeademing bij een stervende.’ Hij zou proberen de stervende een chiropractische behandeling te geven, en dat was dat. Een man en een vrouw, allebei chiropractors, hadden elkaar op de opleiding ontmoet en trouwden. Drie jaar nadat ze waren afgestudeerd, was de echtgenote overleden aan een oorontsteking omdat ze behandeling had geweigerd; een eenvoudige antibioticakuur had haar leven kunnen redden. Hun idee was dat chiropraxie de enige pure en eerlijke methode is om iemand te genezen. Hun mantra was: Vertrouw op je innerlijke kracht. Ze deden me denken aan de medicijnman in Somalië die had geprobeerd de jongen te genezen die ik later had geholpen – tevergeefs natuurlijk. Het grootste deel van mijn klasgenoten en docenten dachten er niet zo over en de meeste chiropractors doen dat ook niet. Het is een klein percentage warhoofden dat alle chiropractors een slechte naam geeft.

Tijdens mijn laatste jaar kreeg mijn vader een verwijding van de buikslagader. Zijn aorta blies zich op als een ballon.