18
'Wat heeft dit te betekenen?' vroeg Paul Layton, op zijn afgemeten, bemoeizieke toontje. 'Wie zijn jullie? Jezus huilde, u kunt niet zomaar -'
'Ik ben inspecteur bij de NYPD, ' zei Christopher, terwijl hij zijn penning ophield.
Toch bleef hij hun de weg versperren. 'Al was u de hoofdcommissaris - u hebt hier geen rechterlijke bevoegdheid. '
'Dean Koenig verkeert in levensgevaar. Wij kunnen hem beschermen. '
'Heel aardig van u, maar meneer Koenig heeft zijn eigen bewaking, ' zei Layton. 'Hij wordt regelmatig belaagd door allerlei gekken. We zijn heel goed in staat om -'
'Ja, maar hoe zit het met de Witte Engel?' zei Christopher, terwijl hij Layton opzij duwde. 'Denkt u dat u hem ook aankunt?'
'De Witte Engel?' Layton, die nog maar drie weken als studiochef fungeerde, kreeg een wee gevoel in zijn maag. Toen herstelde hij zich. 'Ho eens even!' Hij riep de bewakingsdienst van de studio op en er kwamen drie gespierde kerels aanrennen. 'Als er een probleem is, bellen we de plaatselijke sheriff wel. '
'Niets ten nadele van de sheriff hier, ' zei Christopher, 'maar ik denk dat dit wat te hoog gegrepen is voor hem. '
De mannen van de beveiliging hadden zich inmiddels voor Christopher opgesteld. Achter hem hield Cassandra Lawrences hand vast. Kenny stond enigszins opzij van de rest, met zijn armen over elkaar geslagen.
'Dat kan allemaal wel, ' zei Layton koppig, 'maar hij zal hier toch over moeten beslissen. Hij is om negen uur op zijn bureau
'Zo lang kunnen we niet wachten. Is meneer Koenig hier '
'Ja, die is er, ' zei Dean Koenig, terwijl hij op hen al schreed. Zijn helderblauwe ogen fonkelden. 'Wat is dit allemaal voor gedoe, Paul?'
'Deze politieman uit New York doet nogal boude uitspraken. Hij beweert dat u gevaar loopt, meneer Koenig. '
'Er zijn altijd wel van die zogenaamd vrijzinnige geesten die proberen mij het zwijgen op te leggen. ' Koenig glimlachte warm. 'Maar zoals u ziet ben ik er nog steeds. ' Hij stak zijn hand uit. 'Mijn hemel, dit is niet zomaar een New Yorkse politieman, Paul. Het is Jonathan Christopher, de snoeverige jager op de Witte Engel. ' Hij keek hem enigszins spottend aan. 'Noemen de media u niet zo, inspecteur?' Hij wachtte het antwoord niet af, maakte zijn hand los uit Christophers greep en liep langs hem heen. 'Dit is echter de persoon die ik al heel lang wil ontmoeten. Paul, zeg dr. Cassandra Austin eens gedag. '
Laytons mond viel open. 'De dr. Austin?'
'In hoogsteigen persoon, ' zei Koenig, hartelijk als de kerstman. Hij pakte Cassandra's hand. 'Dit is wel een heel onverwacht genoegen, mevrouw. Ik probeer u al weken in mijn show te krijgen. ' Voordat de verblufte Cassandra iets kon zeggen, draaide hij zich weer om naar Layton. 'Dit illustere gezelschap is mijn persoonlijke gast, Paul. Willig al hun verlangens in, zelfs al willen ze de studio gebruiken. '
'Meneer Koenig, wilt u alstublieft even luisteren naar wat ik te zeggen heb?' begon Christopher. 'De Witte Engel is op weg hier naartoe. We hebben videobanden van uw show in zijn appartement gevonden. Zijn moeder was tv-evangelist, net als u, en we vermoeden dat hij daarom u als doelwit heeft gekozen. '
'Aangezien u hier bent, inspecteur, mag ik aannemen dat u een plan heeft. '
'Dat heb ik zeker, ' zei Christopher.
'U krijgt van mij de vrije hand om het uit te voeren. '
'Ik zal uw regiekamer nodig hebben. En ik wil de volledige beschikking over uw video-archief. '
Koenig leek wat afwezig. 'U zegt het maar, inspecteur. ' Hij nam Cassandra enigszins apart. 'Op dit moment ben ik echter vooral geïnteresseerd in een gesprek met dr. Austin. ' Hij nam haar mee de gang in, naar zijn kleedkamer.
Christopher begreep dat hier niet tegen op te boksen viel; Koenig was zoiets als een natuurkracht. Hij richtte zich daarom maar tot Layton en vroeg of hij hem de regiekamer kon laten zien. Onderweg daarheen vroeg hij Layton ook om een lijst van alle in- en uitgangen. In de regiekamer vroeg hij een van de technici even te kijken of er een zip-bestand bij de e-mail zat.
De technicus keek vragend naar Layton, die zijn schouders ophaalde. 'Meneer Koenig heeft zijn fiat gegeven. '
Het zip-bestand was er inderdaad. Christopher dankte in stilte D'Alassandro. Toen de technicus het bestand opende, zag Christopher de audiobestanden die D'Alassandro bij het plaatselijke tv-station in Oklahoma City had weten te bemachtigen.
'Oké, Kenny, ' zei hij, 'aan de slag. '
Kenny, die met de hoofdtechnicus had staan praten over hun apparatuur, zette zich achter de computer. Nadat de technicus een band in de enorme, professionele taperecorder had gestopt, kopieerde Kenny de audiobestanden naar de band. Vervolgens liet hij de technicus de band afspelen.
'Ik ken die stem, ' zei Lawrence.
'Wie is dat verdomme?' vroeg Layton. Toen niemand antwoordde, zei hij, min of meer tegen zichzelf: 'Wie het ook is, ze kan hier zo een eigen programma krijgen. '
Halverwege de band draaide Kenny zich om naar Christopher en stak zijn duim op. 'Voldoende materiaal om mee te werken. Wat wil je nu precies dat ze zegt?'
'Wel, wel, ' zei Dean Koenig, 'zo duikt in het holst van de nacht toch plotseling de duivel op. '
'Ik ben de duivel niet, meneer Koenig. Maar hij is onderweg. '
Koenig lachte hartelijk. 'Maar lieve, dat ben je wel. ' Cassandra had nog nooit zulke grote, witte, gelijkmatige tanden gezien. 'Al was het alleen maar omdat ik het zeg. ' Hij haalde zijn schouders op. 'Dat is nu eenmaal de macht van de media. '
'Manipulatie, zul je bedoelen. '
Het vertrek zag er knus uit, met zijn gezellige, grenen meubilair. Op een dressoir stonden een schaal vers fruit en een koffiezetapparaat met daarop een pot koffie. Tegen de versie muur stond een zeer robuuste, leren sofa. Dichterbij stonden een paar gemakkelijke stoelen tegenover elkaar; op een bijzettafeltje stonden een telefoon en een wekker. In de hoek tegenover de bank stond een tv aan, zonder geluid. Het scherm vertoonde beelden van de set van Koenigs show.
'Ga toch zitten, Cassandra. ' Hij gebaarde naar een van de stoelen. 'Je vindt het toch niet erg dat ik je bij je voornaam noem? Het is een prachtige naam. ' Zijn stem was zwaar als twintig jaar oude port.
Cassandra bleef met haar armen over elkaar geslagen staan. 'Wat wilt u van me, meneer Koenig?' Ze legde de nadruk op de formele manier van aanspreken.
'Weet u, mijn werk als presentator van een tv-show, met al de gasten die ik ontvang, heeft me wel enig psychologisch inzicht gegeven. Uw houding komt me als nogal vijandig over. '
'Is dat zo gek? U heeft me verbaal aangevallen, me opgejaagd, me publiekelijk vernederd, me als een duivel afgeschilderd en ervoor gezorgd dat ik mijn baan kwijt ben. Maar ja, dat zal u natuurlijk een zorg zijn. '
'Tja, uw baan. ' Koenig liep naar het grenen dressoir en schonk twee mokken koffie in. 'Melk of suiker?'
Cassandra, bijna sprakeloos door zijn optreden, kon nog net een gemompeld 'Allebei' uitbrengen.
Hij knikte en roerde melk en suiker door beide koppen. 'Ik kan net als u die kunstmatige zoetjes niet uitstaan. ' Hij draaide zich om en gaf haar een kop. 'Ik hoop dat ik er de juiste hoeveelheid van beide in heb gedaan. ' Er lag een verwachtingsvolle uitdrukking op zijn gezicht. 'Vooruit, probeer maar. Ik heb zelf de bonen uitgezocht en ze eigenhandig gemalen. '
Cassandra nam een slokje. Het was heerlijk, maar ze verdomde het om dat tegen hem te zeggen.
Koenig haalde zijn schouders op. 'Geeft niet. Ik weet dat het eersteklas koffie is. ' Hij nam zelf ook een slok. 'Ik hoop echt, Cassandra, dat je mijn acties niet al te persoonlijk hebt opgenomen. '
Cassandra stikte nu bijna van woede. Dit was te veel. Ze zou hem het liefst ter plekke wurgen, zijn vaderlijke glimlach ten spijt. In plaats daarvan gaf ze hem een harde klap in zijn gezicht. 'Schoft. '
Koenig stond doodstil. 'Ik neem aan dat ik dat had kunnen zien aankomen. '
'Daar kun je vergif op innemen. '
'Goed. ' Hij zette zijn kop koffie neer. 'Nu je je woede gelucht hebt, kunnen we misschien gaan zitten en als volwassenen met elkaar praten. '
'Wat denk je eigenlijk dat dit is, een zakelijke bespreking of zo?'
Hij tuitte zijn lippen. 'Nou, goed beschouwd is dat het ook. ' Hij gebaarde opnieuw naar de stoel. 'Mag ik het alsjeblieft uitleggen?'
'Wat je ook zegt, je zult nooit
'Alsjeblieft. '
Met tegenzin liet ze zich in de stoel zakken. Hij nam plaats in de stoel tegenover haar.
'Je weet dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn, Cassandra. ' Hij hief zijn handen op. 'Dat bewijst jouw aanwezigheid hier maar weer eens. Verbazingwekkend eigenlijk, als je er goed over nadenkt, zeker gezien al mijn inspanningen om een manier te vinden om jou in een vrijblijvende situatie te ontmoeten. '
'Gezien jouw monsterachtige acties lijkt me dat een onmogelijkheid. '
'Monsterachtig? Is dat hoe jij me ziet? Mijn hemel, ik -'
'Je hoeft bij mij niet aan te komen met dat zalvende gedoe, meneer Koenig, ' snauwde Cassandra. 'Het is allemaal net zo vals als dat decor waarin jouw shows worden opgenomen. '
'Lieve Cassandra, laten we ons nu niet meesleuren door onze gevoelens, ja? Die Witte Engel waar je vriend Christopher achter aan zit, die is monsterachtig. Ik ben slechts een zakenman die probeert wat geld te verdienen. '
Cassandra sprong op. 'Zakenman, mijn reet. Je bent een religieuze fanaticus. Te veel zendtijd, te veel macht en een opgeblazen ego hebben van jou een bedreiging voor onze maatschappij gemaakt. Je bent een zielige, bekrompen conservatief en gewoon verschrikkelijk rancuneus. Iedereen lijkt doodsbang voor je, maar geloof me, dat geldt niet voor mij. Ik vind het ook behoorlijk ironisch, om niet te zeggen pathetisch, dat Jon nu uitgerekend jouw leven moet redden. '
'In Gods ogen is alle leven het waard om gered te worden. ' Koenig keek haar aan vanuit de stoel waarin hij nog steeds zat. 'Maar ik ben wel degelijk een zakenman. Alleen is mijn handel de religie. ' Hij legde zijn vingertoppen tegen elkaar. 'En of je het nu gelooft of niet, maar ik meende het serieus toen ik zei dat mijn aanvallen op jou niet persoonlijk bedoeld waren. Feit is dat het me wel degelijk wal doet dat je je baan kwijt bent. Ik vind het heel erg. '
Hij pakte de telefoon en draaide een nummer. 'Hallo. Sorry dat ik nog zo laat bel, maar er is iets buitengewoons gebeurd. Cassandra Austin is hier... Ja, echt waar, ze zit hier bij me... Ja, dat dacht ik al. ' Hij gaf haar de hoorn. 'Voor jou. '
Cassandra keek hem even verbaasd aan.
'Toe maar, hij bijt niet. '
Cassandra nam de hoorn aan en zei: 'Hallo?'
'Dr. Austin, bent u het?' dreunde een zware, mannelijke stem.
'Wie is dit?'
'Ken Reinisch. '
'Wie?' Cassandra's hersens waren gewoon niet voorbereid op dit soort informatie.
'Ken Reinisch. De directeur van Helix Technologies. '
Cassandra keek naar Koenig, die grijnsde van oor tot oor.
'Luister, dr. Austin, ik weet wat er bij Vertex gebeurd is, ' ging Reinisch verder. 'Gerry is een uilskuiken dat hij u zomaar laat gaan. '
'Hij had geen keus, daar heeft Dean Koenig wel voor gezorgd. '
'Hij had wel zeker een keus, ' bulderde Reinisch. 'Hij had u kunnen blijven steunen, maar hij koos de weg van de minste weerstand en krabbelde terug. '
'Hij stond onder enorme druk. ' Waarom stond ze nu verdomme Costas te verdedigen, vroeg ze zich af.
'Ja, die druk, ' baste Reinisch. 'Ik bedoel, ja, daar ging het kennelijk allemaal om, hè?'
'Wat?' Cassandra had het gevoel dat ze in een Abbott en Costello-film terecht was gekomen. Iedereen leek grapjes te maken ten koste van haar. 'Ik kan u niet helemaal volgen. '
'Wat niet?' bulkte Reinisch. 'Dat ik Jerry afzeik of dat u voor mij komt werken?'
'Nee, wat de heer Koenig hiermee te maken heeft. '
'O, dat. Dean en ik helpen elkaar zo af en toe. Je zou het kunnen zien als - hoe noem je dat ook weer - een de facto samenwerkingsverband. Luister, dr. Austin, als u nu morgen even langskomt op mijn kantoor, dan regelen we het verder. Ik ben bereid in te gaan op al uw eisen - binnen het redelijke, natuurlijk - dus doet u me een plezier en probeert u me niet een al te grote poot uit te draaien, oké?'
Cassandra staarde Koenig aan. 'Hij heeft opgehangen. '
Koenig nam de hoorn weer van haar over. 'Hij heeft u zeker de maan aangeboden?'
'En de sterren. ' Ze schudde haar hoofd. 'Jij en Reinisch? Hij zit in dezelfde business als ik. Het is ongerijmd. '
'Dat hangt er maar van af van welke kant je het bekijkt. Ik zei toch al dat ik een zakenman was? Ken en ik kennen elkaar al heel lang. We hebben zelfs in dezelfde jaarclub gezeten. We hebben de boel in die tijd aardig op stelten gezet, dat kan ik je wel vertellen. ' Hij grinnikte. 'Maar ook voordien waren onze families al bevriend. We hebben dezelfde achtergrond. '
'Ook geografisch?'
'Ja, dat ook. Maar ik bedoel eigenlijk meer hier. ' Hij tikte tegen zijn slaap. 'Ik kan die mensen met blauw bloed niet uitstaan die nog nooit ook maar een dag in het zweet huns aanschijns hebben hoeven werken. Die hebben zo'n air van hooghartigheid, van op je neerkijken of je een lagere levensvorm bent, vind je ook niet, Cassandra? Ik heb zo het idee dat jij soms datzelfde gevoel hebt gehad, of vergis ik me daarin?' Hij spreidde zijn handen. 'Nu zie je hopelijk dat ik de waarheid heb verteld. Het was niets persoonlijks. Ken belde me en zei dat hij jou wilde hebben, maar dat jij nooit bij Costas weg zou gaan. Tenzij je onder druk werd gezet. Dus heb ik je onder druk gezet. ' Hij stond op. 'Ik weet dat je een goed contract had bij Vertex, maar Vertex is nu passé. En geloof me, ik ken Reinisch. Je nieuwe contract zal nog een heel stuk beter zijn. Ik zal van nu af aan iemand anders aan de schandpaal moeten nagelen. Ik moet tenslotte wel de krantenkoppen blijven halen. Jij bent wat dat betreft al oud nieuws; men is binnen de kortste keren vergeten dat ik ooit iets ten nadele van jou heb gezegd. '
'Mijn God, het is toch niet te geloven!' zei Cassandra. 'Een paar minuten geleden dacht ik dat je een monster was, maar in elk geval nog de moed had om voor je principes uit te komen. Nu begrijp ik dat je helemaal geen principes hebt. Je hebt helemaal niets. ' Ze pakte haar kop en smeet de koffie midden in zijn gezicht. 'De volgende keer dat je je vriendje Reinisch ziet, kun je hem vertellen dat dit mijn antwoord is. '
Op dat moment deed Christopher de deur open. 'Het gaat beginnen. ' Toen keek hij van Cassandra naar Koenig. 'Wel verdomme, Cass. '
'Stomme kerels, ' zei ze, terwijl ze langs hem heen schoof. 'Je mag hem hebben, Jon. Eens kijken hoelang jij het uithoudt voor hij je doet kotsen. '
Er viel een korte, pijnlijke stilte, waarin Koenig gelaten zijn schouders ophaalde, alsof hij wilde zeggen: Vrouwen, het blijven onbegrijpelijke wezens.
'Wat kan ik voor u doen, inspecteur?'
'U en uw mensen moeten het gebouw verlaten. Nu. '
Koenig schudde zijn hoofd. 'Ik ben niet van plan hel schip te verlaten, laat me dat gelijk goed duidelijk maken. Als ik me door elke bedreiging of idioot zou laten intimideren, zou ik geen leven meer hebben, en dat, meneer, weiger ik. '
'Dit is niet zomaar een idioot, ' zei Christopher. 'Het is de Witte Engel. '
'Al was het Lucifer zelf, inspecteur. Ik ben niet van plan om me als de eerste de beste huilerige lafaard te verbergen. ' Hen warme glimlach verspreidde zich over zijn gezicht. 'Ik heb trouwens de beste bescherming die ik me maar kan wensen. '
'Ik heb geen tijd om met u te redetwisten, ' gromde Christopher. 'Blijf in ieder geval weg van de voor de hand liggende plekken. Hier en in de studio. Kan ik erop rekenen dat u me tenminste daarin ter wille zult zijn?'
'Afgesproken. ' Hij gaf Christopher een klap op zijn schouder. 'En ga hem nu maar pakken, inspecteur. '
'Je weet het, jongen, God beschikt, je krijgt in dit leven wat je verdient. '
Maar niet iedereen, en zeker Faith niet. Van het ene op het andere moment wordt de Witte Engel teruggeworpen in het verleden. Hij staart in de koffer die de sheriff heeft geopend. Die dag hoefde hij niet te kijken om te weten wat mama al die jaren in de koffer had bewaard. Het was totaal geen verrassing dat ze daar het lijkje van haar eerste kind had weggestopt, gehuld in het schimmelige satijn en kant van haar doopjurkje. Een zielig hoopje, zozeer gekrompen dat de leerachtige huid als crêpepapier om de dunne botten hing. Dit is Faith, die keer op keer seksueel misbruikt is door pappie, tot het haar dood werd. Faith, die het allerergste had ondergaan en van wie hij de schedel al die tijd bij zich heeft gedragen. De dochter die mama had gebaard voordat hij of de dochter met dezelfde naam geboren werd. Faith, de reden dat mama haar tweede dochter ergens anders had ondergebracht, tot het moment dat pappie haar niet meer kon betasten. Faith, de reden dat mama uiteindelijk pappie vermoordde. Daar lag ze, terwijl ze hem vanuit de diepten van de koffer aankeek met nietsziende, verdroogde ogen.
Het is weer gaan regenen, een harde, zwarte regen, bijna een hagelbui. Diep in het beboste gebied even ten westen van de ENN-studio's drukt hij zijn schouders en heupen steviger in de uitgeholde stam van een rottende eik. Hij deelt deze knusse plek met een familie maden, een kolonie mieren en een eenzame wasbeer die in de stromende regen dit als schuilplaats heeft uitgekozen. Hij voelt het rijzen en dalen van de vacht, het snelle ritme van zijn hartslag. Hij heeft zijn poten voor zijn borst geslagen en zijn heldere zwarte oogjes kijken woedend naar het slechte weer. De maden zijn zoals altijd bezig zich te voeden. De mieren rennen bedrijvig heen en weer; de neerslag betekent niets voor ze, evenmin als het duister.
De Witte Engel voelt zich thuis tussen al deze nietige schepselen.
Slechts één dissonant verstoort het vredige gevoel. Een klein eindje bij hem vandaan jankt Sara in haar ontheemding en doodsangst dwars door haar prop heen.
Twee herten - jonge mannetjes die nog maar pas het fluweel van hun gewei hebben geschuurd - bekijken hem nieuwsgierig. Ze zijn niet bang, zoals ze dat bij ieder ander mens wel zouden zijn. Hij is niet als andere mensen. Hij roept ze zachtjes aan - een laag, weeklagend geluid dat ze doet snuiven en met hun hoeven in de zwarte aarde doet schrapen. Ze komen niet dichterbij, maar lopen ook niet weg. Ze lijken wel wat op wachtposten, geduldig wachtend tot de oorlog ook hen heeft bereikt.
De Witte Engel begint zich voor te bereiden. Een vuur is niet mogelijk; hij zal het zonder moeten doen. Hij kruipt op handen en voeten naar de plek waar hij Sara heeft neergelegd. In het diepste gedeelte van een valleitje heeft hij een oud, verlaten vossenhol uitgegraven Zijn schouder is één pijnlijke, brandende massa; hij weet dat hij antibiotica nodig heeft, maar zijn kruiden zullen hem beschermen; ze zullen hem genezen.
Hij maakt een klein sneetje in Sara's arm. Als het bloed eruit sijpelt, vangt hij zeven druppels op in het flesje waarin hij de laatste twee doses kruidendrank bewaart. Ze rollen langs het glas omlaag en vermengen zich met het brouwsel. Hij zal nu zijn dosis innemen. Als hij terugkeert van zijn laatste missie, zal hij haar dwingen de hare in te nemen. Dan zal het Kanaal zich openen. Haar bloed zal zich in zijn lichaam hebben opgelost. Door zijn toedoen zal Faith' ziel herrijzen uit de plek waar ze zo lang gesluimerd heeft. Ze zal het gastlichaam binnengaan op het moment dat hij Sara's luchtpijp dichtdrukt. In plaats van zuurstof zal Faith' wezen haar vullen. En eindelijk zal Faith dan herboren zijn. Te snel gestorven, zal ze dan weer leven.
Hij gooit zijn hoofd achterover, voelt de stroperige vloeistof op zijn tong naar achteren glijden. Hij slikt krampachtig, doet het flesje weer dicht, pakt twee metalen blikken en verdwijnt in de nacht. Hij loopt zonder aarzelen in noordoostelijke richting, naar waar het betonnen gebouw van twee verdiepingen staat.
Hij arriveert er ongezien. Hij betreedt het gebouw via de ijzeren kelderdeuren waar normaal de tuinman door naar binnen gaat. Als hij de deuren achter zich dichtdoet, staat hij in het pikdonker. Hij strijkt een lucifer aan en vindt de lichtknop. En ook een stapel poetsdoeken. Hij gebruikt er een paar om zich af te vegen. Hij besteedt vooral aandacht aan het droogmaken van zijn schoenzolen, zodat, als hij de trap oploopt, hij geen voetafdrukken achterlaat. Dan doorzoekt hij de kelder. Bij een grote, vierkante, rood geverfde metalen doos knipt hij met behulp van een draadtang het slot open en maakt de brandmelders en het alarm in de kelder onklaar.
Bij het licht van een kale peer opent hij de bouwtekening van het gebouw, die hij heeft gestolen uit het gemeentehuis van Kingston. Hij heeft ze al eerder bestudeerd, in zijn gestolen auto. Hij kent de plattegrond van de studio uit zijn hoofd. Maar hij mag juist nu geen fatale fout begaan; hij wil er zeker van zijn dat hij niets over het hoofd heeft gezien. Zijn wijsvinger volgt de trap naar de begane grond, en vervolgens de dienstgang naar de studio vanwaaruit de show van Dean Koenig de lucht ingaat, om uiteindelijk te blijven rusten op de kleedkamer van Dean Koenig. Hij zal geen steen op de andere laten.
Hij telt zijn stappen vanaf de westelijke muur en loopt naar een bepaald gedeelte van de kelder. Hij sleept er een aantal kartonnen dozen heen en begiet ze met de inhoud van het eerste blik. De penetrante lucht van benzine vult zijn neusgaten en dat doet hem onmiddellijk denken aan die andere nacht, lang geleden, toen de vlammen helder brandden en omhoogschoten naar de sterrenloze nacht boven Oklahoma.
Staande op een kleine ladder trekt hij het hittebestendige materiaal van het plafond direct boven de dozen. Hij klimt weer omlaag en bekijkt zijn werk, terwijl hij de rijke, chemische geur opsnuift. Hij steekt een lucifer aan en gooit die op het doorweekte karton. Met een zoevend geluid schieten blauw-gouden vlammen omhoog, als de tong van een uitgehongerd serpent. De hitte is intens. Hij kent de materialen die bij de bouw van deze studio gebruikt zijn, net zoals hij de snelheid kent waarmee dit alles vernietigende vuur om zich heen zal grijpen. Hij schat dat hij tien minuten de tijd heeft.
Hij vouwt de bouwtekening weer dicht, doet het licht uit en loopt naar de trap. Hij ziet dat er niemand in de dienstgang is, maar dat is maar tijdelijk. Terwijl hij wacht en kijkt, komt een schoonmaker uit een kantoor, een wagentje voor zich uit duwend. Hij sluipt tot vlak achter de man en geeft hem een klap in zijn nek. Als hij in elkaar zakt, vangt de Witte Engel hem onder zijn armen op en trekt hem het verlaten kantoor in dat hij net heeft schoongemaakt. Hij zet hem tegen de muur en bekijkt zijn gezicht.
Terug in de gang duwt hij het schoonmaakwagentje tot voor het herentoilet en gaat naar binnen. Hij doet de deur op slot en begint het tijdelijke pigment af te boenen dat hij in Spanish Harlem op zijn gezicht heeft gedaan. Hij haalt de siliconenpillen uit zijn mond, verandert van contactlenzen, gebruikt poeders, make-uppotloden en kwastjes om het verlangde effect te bereiken. Na nog een laatste blik in de spiegel doet hij de deur open, controleert de gang en duwt vervolgens het wagentje dat hij zich heeft toegeëigend naar Koenigs kleedkamer.
Hij klopt beleefd op de deur. Er komt geen reactie en hij duwt het wagentje naar binnen. Koenig is nergens te zien. Maar hij weet nu waar hij hem kan vinden. Op het televisiescherm in de verste hoek van de kamer ziet hij Koenig op de set van zijn show. Hij zit in zijn stoel op de veranda met de zeven pilaren. Hij lijkt het script te lezen en er aantekeningen in te maken. Misschien de openingsmonoloog voor de uitzending van vannacht.
In gedachten ziet hij mama op de veranda van hun huis even buiten Tangent, Oklahoma. Hoewel het nog pas middag is, is de hemel donker als op een sterrenloze avond. Een gemene wind komt opzetten. Het opwaaiende stof tekent lijnen op haar gezicht als indiaanse oorlogsschilderingen. Ze houdt hem in haar armen, hoewel hij jankt van angst voor de duisternis, die als een klamme hand tegen zijn voorhoofd drukt.
'Daar komt hij, zoon, de wrekende rechterhand van God. 'Ze houdt hem voor zich uit alsof hij een soort offer is.
De wervelwind verschijnt aan de horizon. Hij komt met een angstaanjagende snelheid op hen af.
'"Waarom zoudt Gij ons steeds vergeten? Waarom zoudt Gij ons zo lange tijd verlaten?"' citeert mama uit Klaagliederen. '"Here, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds. Want zoudt Gij ons ganselijk verwerpen? Zoudt Gij zozeer tegen ons verbolgen zijn?"' Aan het einde van deze bezwering is haar stem gerezen tot de strijdkreet die ze in haar televisieshow gebruikt.
De Witte Engel kijkt naar mama, die lezend op de veranda zit. Dan knippert hij met zijn ogen en ziet Dean Koenig. Ze lijken met elkaar te versmelten, één te worden, als twee atomen die samen een molecuul vormen. Met moeite wendt hij zich af van het scherm. Er zijn nog vijf minuten over voor het hongerige vuur zich door het kelderplafond heen heeft gevreten.
Terug in de gang blijft hij even staan om zijn geest helder te maken. De kruidendrank stroomt als raketbrandstof door zijn aderen. Hij voelt zijn Eerste Macht opkomen; het Kanaal zal zich nu snel openen. Concentreer je! Er zijn twee routes naar de hoofdstudio. Hij kiest de route die langs de regiekamer loopt. Het is riskanter, maar daarom ook onverwachter.
Onderweg komt hij drie mensen tegen. Ze zijn allen met hun gedachten elders, gehaast. Geen van hen keurt hem ook maar een blik waardig. Wat hen betreft maakt hij deel uit van de vaste entourage van het gebouw.
Hij gaat de studio binnen. Die is groter dan hij had verwacht, hoewel de set zelf klein is, intiem. Boven de set hangen als een rij duivelse libellen zeven enorme monitors. Ze zijn nu zwart, zwart als de wrekende rechterhand van God. Opnieuw ziet hij voor zijn geestesoog dat donkere, spelonkachtige huis, dat als een giftige pad onder de hoge, door de wind schoongeveegde luchten van de prairie hurkt. Het huis van zijn jeugd. Het huis van het kwaad. Mama's huis. Door hem tot op de grond toe afgebrand vanwege de zonden die er zijn begaan. Drie minuten nog. Zijn neusvleugels trillen; hij vangt een vage rookgeur op.
En daar staat het weer, uit de as herrezen. En in zijn hoofd steekt als de duistere storm van de wervelwind een vers uit Klaagliederen op:
De kroon onzes hoofds is afgevallen; o wee nu onzer, dat wij zo gezondigd hebben! Daarom is ons hart mat, om deze dingen zijn onze ogen duister geworden.
Er zit een gestalte op de veranda die voor hem zulke pijnlijke herinneringen oproept. Hoewel de man er zich niet van bewust is dat er naar hem gekeken wordt - hij zit met zijn gezicht naar het huis toe -herkent de Witte Engel hem toch. De Witte Engel loopt door de studio naar de veranda. Het warme licht dat door de ramen schijnt, wenkt hem. Er is slechts dood in zijn hart.
Op dat moment komt de rij monitors knipperend tot leven. Hij blijft staan, ziet op alle zeven het gezicht van Dean Koenig, dat glimlachend op hem neerkijkt. Koenig opent zijn mond en spreekt.
'Laat ons leren van Jeremia. Laat ons zijn pijn en zijn angsten voelen als hij uitroept: "O Heer, Gij hebt mij misleid. Laat niet de dag op welken mijn moeder mij gebaard heeft, gezegend zijn.
De Witte Engel schrok, huiverde. Dat was mama's stem, versterkt tot een bijna pijnlijk volume, die daar door de holle ruimte dondert.
'"Vervloekt zij de man die mijn vader geboodschapt heeft, zeggende: U is een jonge zoon geboren, verblijdende hem grotelijks!"'
Mama's stem galmt door de plotseling donkere, sterrenloze nacht. Alleen het blauw blijft. Het flikkerende, blauwe beeld van mama, dat zeven keer op de monitors wordt herhaald. Mama die haar preek uitschreeuwt:
' "Ja, dezelve man zij als de steden die de Heere heeft omgekeerd, en het heeft Hem niet berouwd; en hij hore in den morgenstond een geroep, en op den middagtijd een geschrei. Dat hij mij niet gedood heeft van de baarmoeder af! Of mijn moeder mijn graf geweest is. "'
Mama, levend en wel, zoals hij al de hele tijd geweten had. Ze konden haar niet doden, hoewel ze in hun naïviteit beweerden dat ze dat wel gedaan hadden. Ze kenden mama niet, hadden geen idee van haar macht. Mama heeft hen om de tuin geleid, net zoals God Jeremia om de tuin heeft geleid.
'Nu dacht Jeremia dat zijn hand de wil van God vertegenwoordigde, ' schreeuwde mama, met een stem die tot diep in je reikte en iets beroerde waarvan je niet wist dat het er was. 'Maar Gods wil wordt slechts door Zijn hand geopenbaard. De mens kan de wil van God niet weerstaan; en hij kan ook de wil van God niet uitoefenen. De mens kan alleen zijn wat God hem gemaakt heeft: het instrument van Zijn goddelijke wil. De mens is als riet in de wervelwind die Gods wil is, hij moet buigen voor de hogere macht, een macht die hij niet kan bevatten maar toch moet gehoorzamen. Want de mens staat ten dienste van God, en alleen gehoorzaamheid zal hem de vrucht van het begrijpen geven. '
Hij is zich vaag bewust van de almaar toenemende hitte onder zijn voeten. Gedwongen door de gloed van de withete vlammen kringelt rook als blinde, grijze wormen door kleine spleetjes in de vloer omhoog.
Het is te veel om haar stem weer te horen, ondraaglijk om weer onder haar georeer te lijden, om haar in al haar gerechtvaardigde glorie naar hem te zien grijnzen vanuit de blauwe, elektronische vlam van de monitors. Met een schrille kreet rent hij nog één keer de treden naar de veranda op. Hij maakt een klauwende beweging naar haar, draait de stoel om zodat hij haar eraf kan sleuren.
En ziet, in plaats van haar, zijn eigen gezicht, opgelapt, verbonden en toegetakeld, maar toch: zijn gezicht.
Hij krimpt ineen onder de woorden die mama uitspuwt: '"En toen zei de Heer tot mij: 'Wat ziet gij, Jeremia?' En ik zei: 'Vijgen; de goede vijgen, waarlijk goede; en de slechte, waarlijk slechte die niet gegeten kunnen worden, zo slecht zijn ze. '" Wat kunnen wij van deze parabel leren? Alle vijgen zagen er hetzelfde uit. Wat, dan, zag Jeremia wat wij niet kunnen zien?'
De Witte Engel wendt zich af van zijn eigen toegetakelde gezicht, wendt zich af van de prekende mama, en ziet Christopher op hem af komen. Hij heeft een vuurwapen in zijn hand, en het is gericht op de Witte Engel.
'Hij zag niets; maar hij droeg Gods wil in zijn hart. Zijn gehoorzaamheid aan God toonde hem de goede en de slechte vijgen. '
De Witte Engel stort zich op Christopher, en Christopher haalt de trekker over.
Christopher wilde wanhopig graag schieten om te doden. Ondanks wat hij aan Lawrence en commissaris Brockaw had verteld, had hij wel degelijk wraakgevoelens, vanwege Bobby en het meisje en Guy en al die anderen die de Witte Engel vermoord had. Maar het was Bobby's stem die op het laatste moment in zijn oren klonk, die hem zijn doel deed verleggen. Hij richtte op de heup van de Witte Engel.
Even ging de Witte Engel neer en Christopher, die dacht dat hij niet meer kon lopen, maakte de fout om op hem af te komen. De Witte Engel haalde met beide handen uit en sloeg de revolver uit Christophers handen, die tollend over de vloer gleed en onder een van de rijdende camera's verdween.
Op dat moment werd Christopher zich bewust van de intense hitte die uit de studiovloer opsteeg. Waarom ging het alarm niet af?
'Brand in de kelder!' schreeuwde hij, terwijl hij de Witte Engel probeerde te grijpen, maar zijn tegenstander was al op weg naar de deur. Twee leden van de bewakingsdienst renden op hem af. De Witte Engel schoot de andere kant op.
De vlammen waren inmiddels tot in de studio doorgedrongen en eindelijk gingen de brandmelders af en begonnen de sprinklers te werken. Christopher besefte dat het te laat was. En dat zag ook het studio-personeel.
Lawrence had Christophers revolver opgeraapt. Hij gaf hem die nu terug en met z'n tweeën gingen ze achter de Witte Engel aan. Ze zagen mensen naar de studio rennen. Christopher herkende Layton, enkele technici en een paar van Koenigs lijfwachten, allemaal met brandblussers in hun handen.
'Het is levensgevaarlijk daar, ' riep hij hun toe, waarna hij verder rende, met Lawrence in zijn kielzog.
Een eindje voor hen uit stond het bewakingsteam verdwaasd om zich heen te kijken; ze waren de Witte Engel in de doolhof van gangen kwijtgeraakt.
Mama, nog steeds in leven, daagde hem spottend uit om haar te vinden. In een uiterste wilsinspanning had ze geweigerd om dood te gaan. Tienduizend volt aan elektriciteit waren niet genoeg om haar af te slachten; opsluiting haalde niets uit. Ze was hier, nu, en er moest met haar afgerekend worden.
Hij rende voort, met het vuur in zijn neusgaten, het louterende vuur waarmee hij dat duistere, spelonkachtige huis dat als een kwaadaardig gezwel op de uitgestrekte prairie had gestaan met de grond gelijk had gemaakt, het huis dat hier weer was herrezen. Hij kon mama ruiken; hij wist precies waar ze zat. Ze zou zich niet verbergen; zo was mama niet. Ze had moed, dat moest je haar nageven. Ze zou zich niet lafhartig op het toilet verbergen; hij hoefde haar niet van achteren te bespringen terwijl ze in doodsangst voor hem wegrende.
Mama kende geen angst.
Maar hij voelde ook dat Christopher en dat miserabele creatuur hem op de hielen zaten. Zij zouden zich niet zo makkelijk om de tuin laten leiden. Hij begon in tijdnood te raken.
En toen zag hij haar.
Mama!
'Hallo, jongen, ' zei Dean Koenig glimlachend, terwijl hij uit de schaduwen naast de voordeur stapte. Hij had een. 38 op het hoofd van de Witte Engel gericht. 'Ik hoorde dat je mij moest hebben, jongen. Nou ja, wie niet. Nou, hier ben ik dan. '
Hij vuurde terwijl de Witte Engel op hem afdook, maar hij had nog nooit op een bewegend doelwit geschoten en miste jammerlijk.
'Hou je mond, mama!' schreeuwde de Witte Engel. 'Hou je mond!' Met een woeste kreet dreef hij de muis van zijn hand in Koenigs keel. Kraakbeen verbrijzelde en Koenigs ogen sperden zich open in ongeloof en afschuw. Een onmenselijk gerochel ontsnapte uit zijn mond.
'Je zult niet sterven, mama, ' zei de Witte Engel tussen zijn opeengeklemde tanden door. 'Niet voordat je Faith herboren hebt zien worden. '
Hij greep Koenig bij de voorkant van zijn overhemd en sleurde hem mee naar de voordeur. Op dat moment kwamen Christopher en Lawrence de hoek van de gang om. De Witte Engel slaakte een kreet, duwde Koenig in hun richting en verdween naar buiten.
Christopher en Lawrence stoven de gang door, de hal in en de voordeur uit. Hagel, hard als spijkers, striemde op hen neer. Ze renden langs de voorkant van het gebouw en sloegen net op tijd de hoek om om een gestalte over het gazon naar de eerste rij eiken en esdoorns te zien spurten.
Ze gingen achter hem aan, het duistere, druipende woud in.
'Blijf jij hier, ' zei Christopher.
'Maar pap-'
'Nee, luister, Lawrence, Cassandra had gelijk. Je hebt genoeg gedaan. Ik wil niet nog een keer je leven op het spel zetten. '
Hij dook het bos in en volgde een spoor van gebroken takken. Hij zocht naar vers bloed, maar zag het niet. Het spoor liep zo'n honderd meter door en hield toen plotseling op. Christopher bleef hijgend staan. Het had geen zin om door het duister heen proberen te turen. Hij luisterde alleen maar: naar de hagel die op de roodgouden bladeren kletterde, naar het melancholieke lied van de wind die door de takken hoog boven hem floot, naar het klaaglijke geschreeuw van een uil, naar het geritsel van insecten op het tapijt van dode bladeren onder zijn voeten.
Maar misschien kwam dat geritsel wel helemaal niet van de insecten.
Hij liep verder, met trage, weloverwogen pas, en bleef om de paar meter staan om zichzelf te oriënteren op het geritsel. In de ruimte tussen twee eiken door zag hij het hert. Hij zou hem gemist hebben als op de rug ervan niet de gestalte van een mens was te zien.
Onder de ogen van een volkomen onthutste Christopher spoorde de Witte Engel met een zachte druk van zijn knieën het hert aan om verder te lopen. Christopher volgde hen. Hij herinnerde zich nu ook weer hoe hij door Hond, de weimaraner van Sara, was geattendeerd op de aanwezigheid van de Witte Engel in Central Park. Hoe de hond achter hem aan was gegaan en hoe de Witte Engel op een of andere mysterieuze wijze met hem leek te communiceren toen hij door de taxi geraakt werd.
Het bos was hier moeilijk begaanbaar. In de extreme duisternis en het dichte struikgewas verloor Christopher herhaaldelijk het hert uit het oog. Door gewoon in westelijke, iets zuidelijke richting door te lopen, vond hij het dier toch steeds weer terug. Er kwam echter een moment dat hij het hert niet meer zag en het ook niet terug kon vinden. Net toen hij ervan overtuigd was dat hij het dier voorgoed kwijt was geraakt, zag hij het staan in een kleine vallei, vlak achter een gigantische esdoorn. Hij liep erop af tot hij onder de boom stond, in de schaduw, zodat de Witte Engel hem niet kon zien, al zou hij precies in zijn richting kijken.
Het hert schudde zijn kop en de scherpe uitlopers van zijn gewei maakten een fluitend geluid. Het dier begon weer te lopen. Christopher maakte aanstalten het te volgen, maar zag toen dat er niemand meer op zijn rug zat.
Hij gromde zwaar. De smaak van dode bladeren drong in zijn mond toen de Witte Engel zich van een tak boven op hem liet vallen en tegen de grond drukte. Christopher sloeg naar boven, voelde dat het gewicht deels van hem afviel en draaide zich op zijn rug. Hij probeerde te gaan zitten, maar de Witte Engel stond over hem heen gebogen, zijn armen hoog boven zijn hoofd geheven. Snel en zonder aarzelen kwamen ze naar beneden, even onontkomelijk als het blad van een guillotine. Christopher ving een glimp op van een lang, dun voorwerp terwijl hij probeerde weg te kronkelen. De spoorwegnagel doorboorde de huid van zijn zij en ging dwars door het vlees heen. Een verscheurende pijn schoot door zijn lichaam, overweldigde hem. Hij vocht tegen de golf van duisternis, maar toen overweldigde ook die hem.