2

'Bloed, ' zei Jonathan Christopher. 'Het hele kozijn zit onder. Denk je dat het alleen van die schoft is of ook van de agenten? Ze hebben allebei heel wat bloed verloren nadat hij ze heeft neergeschoten. ' Hij was een grote man, met de brede schouders en lange, soepele spieren van een zwemmer. Zijn enigszins geloken ogen boven de haviksneus gaven weinig bloot, maar hij glimlachte veel en als hij dat deed, was het net of je hem al je hele leven kende.

'Dat zal bij het onderzoek vanzelf blijken, ' zei Emma D'Alassandro, terwijl ze voorzichtig de bloedige glasscherven uit de sponning haalde en ze met haar gehandschoende handen in een zak stopte. 'Ik zie ook een paar stukjes van wat op het eerste gezicht op epitheel weefsel lijkt. '

'Zijn huid. '

D'Alassandro knikte. 'Dit is heel bijzonder, Jon; dit weefsel, en de vingerafdrukken die we op Austins computer gevonden hebben, betekenen het eerste concrete bewijsmateriaal dat hij na een misdaad heeft achtergelaten. Als we hem vinden, is het een gelopen koers. Dan zit hij al min of meer in de dodencel. ' Ze was de forensisch patholoog die Christopher voor zijn team had uitgekozen. Ze was klein maar fel, had donker haar en een smalle neus boven een puntige kin en ze stortte zich vol overgave op het door haar gekozen beroep. Ze was serieuzer dan eigenlijk goed was voor een patholoog. Ze was een informatiejunkie voor wie slaap en ontspanning niet telden. Ze was netjes, precies - een gezondheidsfreak ook, die vol afschuw de troep bekeek die de rest van het team naar binnen werkte.

'Over die vingerafdrukken gesproken. '

'Esquival heeft ze persoonlijk via het modem opgestuurd. De uitslag kan elk moment binnenkomen. ' Ze grinnikte. 'Ik heb zo'n idee dal die vingerafdrukken in het centrale archief zitten. We hebben toegang tot elke federale, staats- en lokale instantie die je je maar kunt bedenken. ' Haar ogen, glanzend als zwarte olijven, keken hem even bezorgd aan. 'Hé, baas, ben je er nog?'

'Wil je me verdomme niet bemoederen. ' Het vervallen wijkbureau puilde uit van de politiemensen, die met strakke gezichten hun werk deden, gevolg van het feit dat enkele van hun eigen mensen waren vermoord. Dit keer waren het er drie, dus alleen God wist wat er in hun hoofden omging. De crisis op het hoofdbureau was even naar de achtergrond gedrongen, hoewel dat misschien ook kwam omdat hoofdcommissaris Brockaw eindelijk wat extra personeel had vrijgemaakt. Zo ging het nu altijd in een bureaucratie. Christopher liet deze gedachten door zijn hoofd gaan om maar niet te veel aan Bobby te hoeven denken. Hij richtte met opzet al zijn aandacht op dat raamkozijn. 'Ik stond net te denken: zelfs als dit bloed allemaal van hem is, is het toch niet overdreven veel. Hij is volgens mij niet ernstig gewond, een paar sneetjes misschien. '

'Maar de vingerafdrukken, Jon. Kijk niet zo sip. Als hij bij de Special Forces heeft gezeten, of ergens anders in het leger, hebben we hem. '

'Nee, we hadden hem, ' zei Christopher bitter. 'Joost mag weten waar hij nu is. '

'We hebben meer gegevens over hem, baas: zijn vingerafdrukken, zijn foto, zijn bloed -' Emma zweeg toen de assistent-lijkschouwer en de forensisch fotograaf Christopher vroegen om hen naar de verhoorkamer te brengen, waarna ze direct weer verder renden. 'Vroeg of laat krijgen we hem hiermee te pakken. '

'Jon-!'

Christopher draaide zich om en zag Reuven Esquival op hem afkomen rennen, zwaaiend met een stapeltje faxen. Hij was gedragswetenschapper bij de FBI in Arlington en had al eerder op uitleenbasis met Christopher samengewerkt. Hij was lang en slungelachtig en goedmoedig van aard, maar de bittere frustraties van deze zaak deden zijn humeur geen goed. Om niet helemaal gek te worden, maakte hij er tegenwoordig een gewoonte van om met Emma practical jokes uit te halen die Christopher versteld deden staan door hun inventiviteit, ook al werd de patholoog er helemaal gestoord van. Hij was even slordig als zij netjes was. Hij was gek op junk food; vet was zijn god. Christopher keek vaak gefascineerd toe hoe ze elkaar met kleine pesterijtjes kwelden. Christopher was ervan overtuigd dat het hun manier was om duidelijk te maken dat ze om elkaar gaven.

'Wat de vingerafdrukken van die schoft betreft, ' zei Esquival. 'Geen enkele reactie van welke instantie dan ook, zelfs niet van het leger. '

'Laat mij eens zien. ' D'Alassandro griste de faxen uit zijn hand, om vervolgens een gil te slaken toen zijn duim losliet.

'Klootzak!' schreeuwde D'Alassandro tegen hem.

Esquival raapte grinnikend de rubberen duim op, maar hij werd al snel weer ernstig toen hij verderging met het slechte nieuws. 'We kunnen nergens een overeenkomstig stel vingerafdrukken vinden. De computer kwam met helemaal nada. Het lijkt wel of die vent niet bestaat. '

'Onmogelijk. ' Christopher liep met zijn kenmerkende, lange, trage passen door de gang. Hij leek nooit haast te hebben, maar de afstand die hij met één zo'n pas aflegde, maakte dat anderen zich vaak moesten inspannen om hem bij te houden. 'Hij bestaat, zonder meer. Misschien hebben we geluk; misschien dat ze ergens in een gat op het platteland een keer zijn vingerafdrukken hebben afgenomen. We moeten de kring uitbreiden. Emma, begin daarmee zodra je klaar bent met het in zakken stoppen van het bewijsmateriaal. ' Hij was een geboren leider: hij wist wat hij moest delegeren en wanneer. 'Reuven, ga terug naar de verhoorkamer en probeer wat antwoorden te krijgen. Ik wil verdomme weten wat er daarbinnen gebeurd is. '

'Hé, wacht eens even, ik dacht dat Reuven mij zou helpen, ' protesteerde D'Alassandro. 'Ik zit tot mijn ellebogen in het forensisch bewijsmateriaal. Het moet zo snel mogelijk naar het lab en ik kan dat niet allemaal alleen. '

'Ik roep wel een van de agenten die buiten op wacht staan om je te helpen. '

D'Alassandro mompelde iets lelijks, maar Christopher besloot het te negeren. 'Deze kerel kerft symbolen op het voorhoofd van zijn slachtoffers, ' ging hij verder. 'Bij Bobby heeft hij dat niet gedaan; hij heeft in plaats daarvan iets op Bobby's computer getypt. Dat zou een belangrijke aanwijzing kunnen zijn - zorg dat ik een kopie krijg van alles wat er op de harde schijf staat, en snel. Emma, hou me op de hoogte van die vingerafdrukken. '

'Er is nog iets, ' zei Esquival. 'Een of andere dame, een stuk trouwens, loopt buiten heibel te maken. Ze zegt dat ze de vrouw van een van de slachtoffers is. Ze eist dat ze haar echtgenoot moet zien. '

'Kort blond haar, grijze ogen, vloekt als een bouwvakker, ' zei Christopher.

Esquival knikte. 'Dat is ze. '

'Dut lijkt erop alsof Cassandra Austin er is. ' Uit een soort gewoon te dreef Christopher hen voor zich uit naar de ingang van het bureau. 'We hebben de lichamen nog niet eens goed onderzocht. ' zei hij tegen Esquival. 'Ik heb haar gezegd om hier weg te blijven toen ik haar het slechte nieuws vertelde. Ik wil niet dat ze hem ziet, niet zoals hij er nu bij zit. '

'Van wat ik heb gezien, zal het haar worst wezen wat jij vindt, ' zei Esquival, die hijgend probeerde Christopher bij te houden.

'Ik zie jullie zo snel mogelijk weer, ' zei Christopher, terwijl hij de voordeur opendeed. 'We hebben al geüniformeerde agenten om de omgeving uit te pluizen. Het wemelt er van de daklozen. Iemand moet onze man hebben zien ontsnappen. ' Hij liep naar buiten. 'Ondertussen moet ik zien weg te komen met een bulldozer genaamd Cassandra Austin. Als ze er nog steeds is als de media komen opdagen, maken ze haar tot het snoepje van de dag. '

Christopher zag Cassandra onmiddellijk staan tussen de hordes blauwe uniformen op East Broadway en zijn hart bonkte in zijn keel. Ze droeg een enkellange, olijfkleurige overjas met epauletten, zwarte suède laarzen en een zwart-met-gele sjaal. Haar korte, blonde haar accentueerde haar gelaatstrekken en maakte haar nog krachtiger en verleidelijker. Zelfs met de pijn en het verdriet op haar gezicht gegroefd zag ze er nog prachtig uit. Hij herinnerde zich hoe bij weerstand haar toch al formidabele aanwezigheid bijna als een fysieke klap overkwam. Dat was al zo geweest toen ze beiden als tieners de omgeving onveilig maakten, moeilijke kinderen uit moeilijke gezinnen, opgefokt door hun eigen gedurfde heldendaden. Ze waren dertien toen ze elkaar ergens bovenin de staat New York ontmoetten, waar zijn vader en haar moeder vakantie hielden. En ze hadden hun vriendschap elke daaropvolgende zomer uitgebouwd, op elkaar aangewezen en met elkaar verbonden in hun wederzijdse verlangen om te ontsnappen.

Met een hernieuwde steek in zijn hart, die er eigenlijk niet hoorde te zijn, liep Christopher de trap af. Twee agenten waren op haar afgestuurd en dat was bij lange na niet genoeg. Ze was al aardig gevorderd op weg naar de gebarsten stoep van het bureau en toen ze hem zag, perste ze er een extra sprintje uit, langs de onfortuinlijke jonge politie man links van haar. Hij draaide om zijn as toen ze langs hem heen stoof, probeerde nog haar te pakken, maar werd verrast door de klacht waarmee ze hem van zich af gooide.

'Hé, Ito eens even, u kunt niet -!'

'Dat kan ik wel, dat zie je toch, ' zei Cassandra, met een stem zo ijzig dat de agent aarzelde.

'Laat maar, Ramirez. ' Christopher gebaarde naar de agent 'Ik neem haar wel onder mijn hoede. ' Hij draaide zich naar haar om. 'Cass, het spijt me heel erg -'

De zon glinsterde op de diamanten om haar pols toen ze hem met geopende hand een klap in zijn gezicht gaf. 'Verdomme, Jon. Jij hebt Bobby gedood, jij en die o zo belangrijke rotzaken van je. '

Christopher, zijn wang rood en tintelend, wilde nog niet wijken. 'Geloof me, Cass, ik vind het net zo erg als jij dat Bobby dood is. '

'Jij zegt me dat het je spijt, maar wat koop ik daarvoor? Jullie tweeën hebben ontelbare uren met elkaar doorgebracht - dagen, nachten, weekends, weet ik veel, en het kon je niet schelen. Jij belde hem en hij kwam opdraven. ' Ze deed een stap in de richting van het bureau, maar hij blokkeerde haar. 'Ik wil hem zien. Dat is wel het minste dat je voor me kunt doen. '

Christopher begon haar van de ingang weg te loodsen, maar ze spartelde tegen en maakte met een ruk haar elleboog los uit zijn greep. 'Doe dat niet. ' Haar stem klonk bijna als een snik. 'Laat me erlangs. '

'Probeer het alsjeblieft te begrijpen, Cass. ' Christopher deed een stap dichter naar haar toe, zodat hij zijn stem kon dempen in het toenemende tumult. 'Het goede nieuws is dat we de vingerafdrukken van de Witte Engel hebben, en bloedsporen en stukjes huid op het kozijn van het raam waardoor hij ontsnapt is. Maar we zijn nog steeds bezig om het hele gebouw uit te pluizen, op zoek naar meer bewijsmateriaal. '

'Alsjeblieft zeg, ik ben verdomme wetenschapper. Ik weet echt wel hoe ik een plek onberoerd moet laten. '

Even week de pijn uit haar ogen en leek haar blik afwezig. Hij herinnerde zich dat ze zo kon zijn; toen ze jong waren, dacht hij altijd dat ze droomde van een ideale wereld waarin ouders van elkaar hielden en niet van plan waren te scheiden.

'Ik probeer je alleen maar te beschermen. '

'Net als vroeger, zeker. Dat hoefde toen niet, en dat hoeft nu zeker niet. '

Hij knikte. 'Oké, dat weet ik. Je kon altijd prima je eigen boontjes doppen, maar ik kon het nu eenmaal niet laten. Maar dit is anders. Ik heb Bobby gezien. Geloof me, dat zou jij niet willen. Over een uur, misschien, maar niet nu. Verdomme, Chris -'

Zonder enige waarschuwing vloog ze de trappen op en voordat hij haar kon tegenhouden, had ze de deur opengetrokken en was ze naar binnen verdwenen.

Binnensmonds vloekend ging Christopher achter haar aan. Hij kreeg haar aan het begin van de gang naar de verhoorkamer te pakken. Toen hij haar omdraaide, keek ze hem aan en zei: 'Ik smeek het je. ' Haar stem was ademloos, een mengeling van emotie en uitputting. 'Over een uur is het te laat. Hoe kan ik Sara dan nog onder ogen komen? Hoe kan ik haar vertellen dat ik hem niet heb gezien, dat ik geen afscheid kon nemen voor ons allebei?'

Christopher aarzelde, en op dat moment vloog de voordeur open en beende hoofdcommissaris Anthony Brockaw naar binnen.

'Christopher!' Hij wenkte hem op de manier van een Romeinse keizer. 'Kan ik je even spreken, alsjeblieft. '

'Shit, ' zei Christopher. Hij wierp Cassandra een snelle blik toe. 'Dit moet echt even. ' Hij keek naar zijn chef. Brockaw had al een deur opengedaan en toen hij Christophers blik opving, gebaarde hij dat hij hem naar binnen moest volgen. 'Wacht hier op me, ' zei Christopher. 'Ik waarschuw je, Cass, doe niets zonder mij. '

Brockaw deed zodra Christopher binnen was de deur achter hem dicht.

'Dit is een zootje, Jon. '

Christopher keek hem aan, maar zei niets. Ze bevonden zich in de kleedkamer voor de mannen. Het stonk er naar schimmel en oude sokken. Water drupte in een wasbak waarvan het porselein blauwgroene kringen vertoonde. De smalle deuren van de roestige, metalen kleerkasten stonden open, alsof ze de geesten vrijlieten van al die mannen die hier door de straten hadden gepatrouilleerd. Door de gaten die knaagdieren in het rottende pleisterwerk hadden gemaakt, kon je in de kleedkamer voor de vrouwen kijken, of wat daar nog van over was.

Ondanks de sfeer van vergane glorie zinderde het vertrek van de aanwezigheid van de commissaris. Hij was niet groot, maar omvangrijk, hoewel dat geen vet was. Zijn blauwe kaken en zwarte, rupsachtige wenkbrauwen gaven je het idee dat hij voortdurend schamperde. Zijn donkere ogen in het koffiekleurige gezicht schoten alle kanten op terwijl hij sprak, en dat gaf de indruk van ofwel uiterste waakzaamheid ofwel paranoia, dat hing van je standpunt af.

'Dit is echt een verschrikkelijke puinhoop, Jon. '

'Het was een verschrikkelijke puinhoop vanaf het moment dat ik de opdracht kreeg die schoft met onvoldoende personeel in te rekenen. '

'Zie je nou?' Brockaw wees met een stompe vinger naar hem. 'Dat is nou precies het soort commentaar waar ik niet op zit te wachten. Ik kom net van de burgemeester, en we moeten hier op de een of andere manier een positieve draai aan geven, want anders lusten de media me rauw. '

'Er zijn vier van onze mensen vermoord en jij maakt je zorgen om je goede naam. '

'Iemand moet het doen, ' gromde Brockaw. 'Dat is het verschil tussen jou en mij, Jon. Jij houdt je bezig met de schoften, en ik met de media. '

'Stalmeesters van een circus dat alleen maar op sensatie uit is. Die hele media kunnen me gestolen worden. '

'Jezus, alsof ik dat niet weet. Jij loopt maar voor twee dingen warm: je werk en je team. En zo hoort het ook. '

'Ik gaf ook heel veel om mijn zoon. '

'Dat is zo, sorry. ' Brockaw leek even verlegen om woorden.

Stilte, onderbroken door het gestage gedrup van water in de wasbak. 'Luister, ' ging Brockaw gehaast verder, 'deze zaak dreigt zo langzamerhand behoorlijk uit de hand te lopen. Laten we geen valse illusies koesteren - voor dit voorbij is, zal het nog veel groter en zeker smeriger worden. ' De wenkbrauwen van de commissaris trokken samen tot de rupsen boven zijn ogen elkaar leken te raken. 'Neem een goed bedoeld advies van mij aan. Vind die schoft en leid hem voor, zo snel mogelijk. Het is je al een keer gelukt -'

'Daar heb ik niets voor hoeven doen. ' Christopher klonk gekweld. 'Hij heeft zichzelf aangegeven. '

'Wat? Ik dacht dat je een telefonische tip van een van je verklikkers had gekregen. '

'Een telefoontje, ja, maar niet van een verklikker. Ik heb meer dan een uur met die knakker gesproken en heb daarna het bandje van dat gesprek nog eens afgeluisterd. Daar was ik mee bezig toen hij uitbrak. Ik ben ervan overtuigd dat hij de man was die me heeft gebeld. '

'Maar dat is krankzinnig. Waarom zou hij zich met opzet laten pakken als hij vervolgens weer wilde vluchten?'

'Daar heb ik ook over nagedacht, ' zei Christopher. 'Ik denk dat hij wilde laten zien waartoe hij in staat was. Ik ben ervan overtuigd dat dat ook de reden is dat we nooit een moordwapen hebben kunnen vinden. Dat heeft hij voordat hij me opbelde ergens weggegooid. En wat heeft hij gedaan met de ogen die hij uit het slachtoffer sneed?' Christopher schudde zijn hoofd. 'We hebben zijn vingerafdrukken in de computer gestopt, maar dat heeft tot nu toe nog geen moer opgeleverd. Hij kan net zogoed niet bestaan. In de meer dan zes maanden dat ik nu met deze zaak bezig ben, hebben al die uren werk niet meer opgeleverd dan een aantal aanwijzingen die als in een Chinese puzzel nergens en overal heen leiden. Begrijp je het nu? Al die aanwijzingen zijn speciaal voor ons opgezet, als valstrikken in een doolhof. Vanaf de allereerste dag heeft hij ons als een stelletje idioten om de tuin geleid. '

De commissaris maakte een kapgebaar met de zijkant van zijn hand. 'Ik wil daar niets van horen. Deze zaak is door de politiek opgepakt en je weet wat dat betekent. Als we hier klaar zijn, wil ik dat je een verklaring aflegt tegenover mijn voorlichters, zodat ze een uitspraak van jou in hun praatje voor de pers kunnen opnemen. Je bent openbaar bezit, Jon. De burgemeester wil naar buiten toe een verantwoordelijke persoon hebben, en dat ben jij. En reken er maar niet op dat ze je zullen sparen. De handschoenen zijn uit en er moet bloed vloeien. '

'Jezus, chef, die schoft heeft me al een rivier aan bloed opgeleverd. Ik heb het verpest toen ik hem in handen had en -'

'Je hebt gedaan wat jij dacht dat goed was. Jon. Er waren voortdurend twee uniformen en een rechercheur in burger bij hem. Hij zat aan alle kanten in de boeien. Wat had je nog meer kunnen doen?'

'Ik had zelf constant bij die klootzak in de kamer moeten blijven. In plaats daarvan heb ik naar een bandje zitten luisteren. '

'Wat tot interessante informatie leidde. Je hebt het goed gedaan. Jon. Trouwens, hoe weet je of jij meer succes met hem had gehad dan die andere mannen? Ik had vanochtend ook in jouw dode ogen kunnen kijken. '

Brockaw zuchtte. 'Ik ken je te goed om je te zeggen dat je jezelf niet zo moet kwellen, Jon. Je bent een perfectionist. En trouwens, ik weet wat Austin voor jou betekende. ' Hij wreef met een hand over zijn gezicht. 'We hebben in deze zaak allemaal een slechte kaart gekregen, maar hoe hadden we ook kunnen weten waar deze man echt toe in staat is?'

Brockaw reikte naar de deurknop en bleef toen staan. 'Nog een laatste advies. Je zult onder grote druk komen te staan, nu er drie mensen van ons en een assistent-D. A. zijn vermoord. Vrienden en maten van de overledenen zullen ongetwijfeld aan jou komen vragen - nou ja, je weet wat ze je zullen vragen. De mensen nemen wat hier vandaag gebeurd is heel persoonlijk, er wordt zelfs al over bloedwraak gepraat. Maar dat zal ik niet toestaan, niet in mijn korps. We hebben een onberispelijk onderzoek nodig. Geen losse eindjes of technische onvolkomenheden die ons bij de rechtszaak de das om kunnen doen. De D. A. heeft me daar al persoonlijk om verzocht en ik ben het daarmee eens. ' Er was iets in Brockaws blik wat Christopher niet beviel.

'Wil je soms suggereren dat mijn vriendschap met Bobby me ertoe zal brengen de loop van mijn dienstrevolver tegen het hoofd van die schoft te drukken en de trekker over te halen?'

Brockaw keek Christopher lang genoeg aan om hem enigszins te doen kalmeren. 'We moeten allebei spitsroeden lopen, neem dat van mij aan. Ik zie het zo: vanaf het moment dat we die persconferentie geven, zullen de media elke stap die wij doen volgen en analyseren. ' Hij zweeg even, op het punt om de deur te openen en de hectiek van de wereld daarbuiten naar binnen te laten. 'Het komt erop neer wiens bloed als volgende zal vloeien, Jon. Doe me een plezier en zorg er verdomme voor dat het niet het jouwe is. '

'Hij kan net zogoed niet bestaan... Vanaf de allereerste dag heeft hij ons als een stelletje idioten om de tuin geleid. '

Cassandra, haar armen om zich heen geslagen, leunde tegen de smoezelige muur in de gang van het politiebureau en probeerde om nergens aan te denken. Dat lukte van geen kant. Misschien had ze Jon niet echt willen afluisteren; misschien had ze gewoon behoefte gehad om even alleen te zijn. Misschien was dat de enige reden dat ze de kleedkamer voor de vrouwen in was gelopen. Maar ze was niet weggelopen toen ze Jons stem door de krakkemikkige muur heen had horen sijpelen. Integendeel, ze had haar oor te luisteren gelegd in het hol klinkende binnenste van een van de kasten en had de stemmen gehoord die wel uit een ver verleden leken te komen. Maar wie kon haar dat ook kwalijk nemen, met een echtgenoot die zojuist was vermoord en een wanhopig verlangen om te weten wat er aan de hand was. Maar, o Here Jezus, ze had er niet op gerekend dit te horen. Als Jon al het gevoel had dat hij deze duivel nooit te pakken zou krijgen, dan wist ze dat de Witte Engel nooit gepakt zou worden.

Met bonkend hart en een droge keel liep Cassandra terug de gang in en probeerde de opkomende paniek te onderdrukken. Ze had altijd in gerechtigheid geloofd, maar dit leek daar in de verste verte niet op. Een deel van haar kon niet geloven dat Bobby dood was; een deel van haar weigerde het te geloven. Dat was het vreemde aan haar, iets wat ze nooit tegen Bobby had kunnen vertellen, of tegen Christopher had durven zeggen. Cassandra, de gedreven wetenschapper die dagelijks de meest ingewikkelde biologische en wiskundige gegevens analyseerde, was diep in haar hart een mysticus. Net als de zieneres van wie ze de naam droeg, bezat Cassandra een verontrustend geloof in de aard van de dingen die door slechts weinigen gezien of gehoord werden. Misschien was ze daardoor ook wel tot de wetenschap gedreven, in een poging dat te verklaren waarvan ze diep in haar hart wist dat het niet te verklaren was. Dat hield haar echter niet tegen, integendeel, het gaf haar een fanatisme waarvan de mannen in haar leven niets begrepen.

Ze veranderde van houding toen een van de mensen uit het team van de patholoog-anatoom vlak langs haar heen schoof. In zijn kielzog hing een zware geur van aftershave en ze was direct weer terug bij vanochtend vroeg, toen zij en Bobby in de badkamer stonden. Ze rook hem opnieuw, alsof hij naast haar stond, in haar oor fluisterde, en haar hart brak. Ze kreeg geen adem; tranen welden op achter haar ogen en ze draaide haar gezicht naar de muur. Ze telde langzaam tot twintig terwijl ze haar voorhoofd tegen het koele, gebarsten pleisterwerk drukte. Mijn God, dacht ze, hoe kan ik verder, in de wetenschap dat we de laatste keer dat Bobby en ik samen waren, ruzie hadden? Ik kan het niet, dacht ze, ik kan het niet. Ik wil naar huis, ik wil Sara in mijn armen houden, ik wil ons allebei in slaap wiegen en als we dan wakker worden, staat Bobby over ons heen gebogen, gezond en wel.

Maar dat zou niet gebeuren. Nooit meer. Bobby was dood. Ze begon te huilen, stil en teruggetrokken, en terwijl ze dat deed, besefte ze dat ze niet alleen huilde om Bobby, maar om Sara en om haarzelf, want ze wist dat ze Sara nog niet onder ogen kon komen, haar niet kon vertellen wat er met haar vader gebeurd was. Ze zou daar al haar kracht voor nodig hebben, en op dit moment voelde ze zich verre van sterk.

Ze huilde en wilde het liefst eeuwig doorhuilen - en dat was niets voor haar. Ze wilde het opgeven - en dat was zeker niets voor haar. Ze huiverde. Wat was er met haar aan de hand? Ze voelde zich zo verdomde hulpeloos, alsof niets van wat ze zei of deed ook maar enig verschil zou maken. En ze was vervuld van woede jegens het universum dat ze haar hele leven had gekoesterd maar dat zich nu wreed tegen haar gekeerd leek te hebben. Bobby was dood. In een oogwenk, een hartslag, en wat had het nu verder allemaal nog voor zin? Ze had het idee gehad dat zij allemaal - zij, Bobby, Sara - door een toverfee waren beroerd, voorbestemd voor een grootse toekomst. Wat een domme gedachte leek dat nu.

Ze voelde hoe hete tranen langs haar wangen omlaaggleden. Heet als vers vloeiend bloed. Ze herinnerde zich wat Christopher daarnet had gezegd over hoe de Witte Engel zijn bloed op het raamkozijn had achtergelaten.

Er begon zich een idee te vormen. Ergens heel vaag vermoedde ze dat ze nog in shock verkeerde, maar een ander deel van haar, het mystieke deel dat altijd in gerechtigheid had geloofd, liet zich niet wegdrukken. Als ik een bloedmonster kan bemachtigen, dacht ze, kan ik er proeven mee doen, proeven waar het politielab nog nooit van gehoord heeft. Ik kan zijn DNA-keten ontrafelen. En wie weet, misschien heeft hij wel een of andere afwijking of ziekte waarmee Jon hem kan opsporen.

Ze wist dat dit geen ijdele gedachte was. Ze was een wetenschapper die eerder bekendstond als revolutionair dan als evolutionair. Ze durfde het aan om haar bijna griezelige instincten te volgen. En haar vermogen om de geijkte stappen van andere onderzoekers over te slaan, was inmiddels haar grootste verworvenheid. Plus het feit dat ze een roekeloos besluit zelden heroverwoog.

Ze besloot Christophers waarschuwing om te blijven waar ze was in de wind te slaan en liep de smerige gang van het politiebureau in. Niemand hield haar tegen; ze hadden het allemaal veel te druk. Ze zocht naar een bepaald raam, het raam dat de Witte Engel had ingeslagen toen hij ervandoor ging. Ze zag het raam en Emma D'Alassandro terzelfdertijd. D'Alassandro stond ervoor, met een koffer met haar instrumentarium naast zich, terwijl ze ongeduldig een jonge, puisterige agent uitlegde hoe hij haar moest helpen. Cassandra bleef onmiddellijk staan. Ze had D'Alassandro slechts een paar keer ontmoet, maar ze kende haar goed genoeg om te weten dat ze haar nooit in de buurt van dat raam zou laten komen.

Afgaand op de uitdrukking op D'Alassandro's geïrriteerde gezicht viel het niet mee om het groentje tegenover haar duidelijk te maken hoe de forensische procedure in elkaar stak, en Cassandra had met haar te doen. Ze zag hoe D'Alassandro haar hoofd schudde en vervolgens verder de gang inliep.

Met kloppend hart keek ze hoe de puisterige agent naast het forensisch koffertje knielde en de bloedmonsters van het gebroken raam sorteerde die D'Alassandro aan hem had gegeven. Cassandra vermande zich. Ze liep snel en doelbewust op puistenkop af, ondertussen uit haar ooghoeken D'Alassandro in de gaten houdend.

'Hoi, ik werk samen met Emma D'Alassandro. Kan ik je misschien helpen?'

Bobby zei altijd dat haar glimlach Times Square kon verlichten als de stroom zou uitvallen, en toen puistenkop opkeek, wist ze dat hij gelijk had gehad.

'Nou en of, ' zei hij gretig. 'Ik schiet met mijn dienstrevolver zo van twintig meter in de roos, maar hier heb ik totaal geen kaas van gegeten. '

Toen Cassandra naast hem knielde, zag ze het zweet langs zijn hals in zijn al doornatte kraag stromen. Ze nam de monsters van hem aan en stopte ze kordaat in de speciaal daarvoor bestemde vakjes in de koffer. 'Je moet het van recht erboven doen, kijk, zo, " zei ze, 'want als het monster langs de zijkant schraapt, kan het besmet raken. '

Puistenkop knikte haar dankbaar toe. 'Tja, dit is nou niet precies de klus die ik voor ogen had toen ik op de politieacademie ging studeren. '

'Dat begrijp ik best. Geen probleem, ' zei Cassandra, die nog meer monsters in de koffer deed. 'Heb je er nog meer?'

Toen puistenkop zich omdraaide om te kijken, pakte ze een van de monsters die bloed en weefsel bevatte en liet het in de zak van haar overjas glijden.

'Nee. ' Hij slaakte opgelucht een zucht. 'Ik geloof dat dit het voorlopig is. '

'Prima. ' Ze stond op en hij volgde haar voorbeeld. Cassandra keek om zich heen. 'Ik ga op zoek naar D'Alassandro. Blijf jij maar hier. '

'Oké. ' Puistenkop grinnikte toen ze wegliep. 'Hé, en nog bedankt, hè!'

Ze was weer waar ze verondersteld werd te zijn toen Christopher terugkeerde van zijn verontrustende onderonsje met de commissaris.

'Jon -'

'Kom mee. ' Christopher pakte haar bij haar elleboog, leidde haar een hoek om en de gang door naar het vertrek waar Bobby Austin nog steeds zat, met de Bic-pen door zijn linkeroog en zijn hersenen. 'Ik zal je hem laten zien. ' Hij ging met haar mee naar binnen, waar D'Alassandro en Esquival dingen aan het inpakken waren. 'Cassandra Austin, ' kondigde hij zachtjes aan.

Esquival kwam overeind. 'Onze condoleances voor het verlies, mevrouw Austin. '

D'Alassandro knikte in Cassandra's richting, maar was verder zo stijfjes als een op wacht staande soldaat.

'Deze kant op, ' zei Christopher, terwijl hij Cassandra om de stoel heen leidde waarin Bobby Austins lichaam nog steeds zat. 'Voorzich tig. ' De twee leden van zijn team waren zo attent om onder het mompelen van nog wat meelevende woorden het vertrek even te verlaten.

Cassandra hoorde hen niet; haar blik rustte als vastgenageld op het lijk van haar man. Hij zat rechtop in zijn stoel. Zijn goede oog was open, alsof hij nog steeds in het gezicht van zijn moordenaar keek.

'Er is geen bloed. ' Cassandra zei het automatisch; terwijl de rest van haar verlamd leek, nam haar wetenschappelijk getrainde oog alles in zich op.

'Nee. ' Christopher ging nerveus van de ene voet op de andere staan. 'Dat is een van de raadselen die we proberen op te lossen. '

'Hoe heeft hij in vredesnaam Bobby's lippen op elkaar kunnen naaien?'

'Hij heeft de kurkentrekker van Bobby's zakmes gebruikt, en de draad van een van de knopen van zijn overjas. '

Cassandra bleef maar naar het wassen gezicht van haar echtgenoot staren. 'Waarom heeft hij dat gedaan?'

'Ik heb geen idee. Ik wou dat ik het wist. '

'Wat zei de lijkschouwer over het ontbreken van bloed?'

'Cass, ik geloof niet dat dit de juiste tijd en plaats is om -'

'Vertel het me, Jon! Ik wil de professionele mening van een arts hierover horen. '

Ze zei het met grote vastberadenheid, maar de lichte trilling in haar stem verried de intensiteit van de onderliggende spanning. Hij zuchtte. 'Voorlopig heeft hij nog geen uitsluitsel. Maar hij heeft goede hoop dat de autopsie hem meer zal vertellen. '

Cassandra knikte. Toen deed ze iets vreemds: ze boog zich over Austin en rook aan zijn hals. 'Ik kan hem niet ruiken. ' Ze stond nu als verstijfd voor hem. 'Jon, ik kan hem niet meer ruiken. '

Het volgende moment was ze verdwenen en ging ze op in de gejaagde kluwen mensen in de gang.

Christopher, verscheurd tussen zijn plicht om achter haar aan te gaan en het verlangen om bij zijn vriend te blijven tot de mensen van de patholoog-anatoom kwamen om hem naar de morgue te brengen, kon haar slechts met pijn in het hart nakijken en wenste hartgrondig dat deze dag nooit was aangebroken.

De Witte Engel ligt op een matras niet dikker dan zijn onderarm en sluit zijn ogen. Hij weet dat hij dat niet moet doen, maar hij kan het niet helpen. Het geratel van de vuilnisauto buiten doet zijn tanden knarsen en zijn ogen tranen. Zijn hart bonkt. Het is donker achter zijn oogleden, donker als het binnenste van de koffer die aan het voeteneinde van het bed van zijn ouders stond.

Door dit donker beweegt een beeld dat glad als olie in water naar het oppervlak kruipt. Het glanst ook, met een vreemd, fosforiserend licht: een vrouwelijk gezicht, elektriserend blauw en wit, met eromheen een halo in dezelfde kleuren. De gelaatstrekken lopen in elkaar over alsof ze door een driejarig kind met de vinger geverfd zijn. Het beeld fonkelt met een ijsblauw licht zo verblindend dat het hallucinerend werkt.

De mond van mama's beeltenis begint te bewegen: 'Lieve hemel, zoon, je bent een nagel aan mijn doodskist. Je bent zo'n halsstarrige jongen, halsstarrig vanaf het moment dat je hoofd rood en gerimpeld tussen mijn benen verscheen. '

Om zijn mama weg te drukken, roept hij Faith op. Ze is mooi als de zon die door de bomen schijnt, als een plotselinge stortbui na de droogte, als het rijzen van de bleke maan op een koude, heldere nacht. Zo mooi als het perfecte skelet van de prairiehond, geblakerd in de zon, zo mooi als zijn gelooide huid, die zo dun is dat Faith er de door de maan geworpen patronen van licht en donker doorheen kan zien.

Het maanlicht herinnert hem aan de koperkleurige maan laag aan de hemel, die aan en uit flikkert in de dikke zwarte rook die van het helse vuur opstijgt. Er is op de kale prairie nu verder niets meer. Het elektriserende blauwe oog is gedoofd. Alles is dood. Maar niet begraven. Daar is het vuur voor nodig.

Terwijl de door kerosine gevoede vlammen het donkere, spelonkachtige huis van zijn jeugd verteren, kijkt hij ervoorbij naar de duistere prairie, waarop spiralen van stof dansen. Hij is zich bewust van de nachtdieren die zich aan de rand van de vuurgloed ophouden, aangetrokken door de hitte en de heilige energie.

In deze levende duisternis dreunt hij hardop de bijbelteksten op die mama eens als knuppel tegen hem gebruikte: 'En hij keek naar Sodom en Gomorra en naar al het land van de vlakte en zie, de rook van het land steeg op als de rook van een oven. '

De ogen van de Witte Engel schieten open. Hij ligt op zijn kale matras, met zwoegende borst, de lippen teruggetrokken van de op elkaar geklemde kiezen, en hij likt het zweet weg dat langs zijn neusvleugels omlaag loopt. Hij grist een chocoladereep van een stapeltje vlak naast zijn dunne matras en eet hem half op, niet meer, niet minder.

Langzaam, aandachtig proevend van de enigszins kalkachtige chocoladesmaak, keert hij terug naar zijn wereld. Hij kijkt om zich heen in zijn appartement: naar zijn harige bank; zijn houten stoelen, hard als kerkbanken; zijn tot op de draad versleten kleed, een smoezelig afdankertje van iemand anders; zijn matras aan de voet waarvan een zorgvuldig, bijna eerbiedig opgevouwen handgemaakte deken met een Indiaans motief ligt; zijn metalen grijze lamp, die hem doet denken aan een pijlstaartrog. Zijn boekenkast, die hij zelf van witte, vurenhouten planken heeft gemaakt, zorgvuldig in elkaar gezet, met precies in verstek gezaagde hoeken en zware, verstelbare planken, een boekenkast gevuld met teksten over anatomie, neurologie, psychologie, pathologie, vergelijkende godsdienstwetenschappen, acupunctuur, metafysica en onverklaarbare fenomenen. De ruggen van deze boeken stofvrij en perfect op een rij; zijn oude Amerikaanse stereo-installatie, met een draaitafel in plaats van een cd-speler; zijn Bob Dylan-verzameling, de onberispelijke hoezen in chronologische volgorde en al even keurig gerangschikt als zijn boeken. Een oude stenen vijzel met stamper die hij in Mexico heeft gevonden; zijn geliefde foto- en video-apparatuur; een blauw, glazen flesje, oud en ooit in scherven, maar nu weer gelijmd; zijn groezelige, beige werkschoenen met hun splinternieuwe veters; de ogen van zijn laatste offer op een stuk krantenpapier.

De Witte Engel wriemelt met zijn tenen in de ruwe stof van het kale kleed. Dan staat hij op en loopt naar het bureau, en zonder te gaan zitten knipt hij de grijze metalen lamp aan. Blauwig licht valt op de stapels wit papier en verspreidt violetkleurige halo's.

Hij opent met zijn rechterhand een map en zet tegelijkertijd de stereo aan. Bob Dylan begint met zijn neuzelige stem te zingen: 'Most likely you go your way and I' ll go mine', terwijl de Witte Engel naar de foto staart die aan het bovenste vel in de map bevestigd zit.

Het is Jon Christophers foto waar hij naar staart. Korrelig en enigszins onscherp omdat, hoewel hij een heel snelle film gebruikte, hij bewoog, en Christopher ook, toen hij afdrukte. Hij kauwt langzaam, meditatief op zijn chocola, elke hap bewust verwerkend. Als hij de helft van de Hershey-reep op heeft, legt hij zorgvuldig het overgebleven deel naast de andere onopgegeten helften. Sommige zijn zo oud dat onder het bruine wikkel de chocola bleek en kalkachtig is geworden, als de grond van Oklahoma.

Als hij met zijn vingertoppen de foto aanraakt, denkt de Witte Engel aan zijn meest recente offer, William Cotton. Geen enkele moord die hij pleegt, is zonder logica en noodzakelijkheid. Wat dat betreft, begrijpt hij Christopher volkomen, want ook de Witte Engel zou jacht maken op mensen die zonder doel moorden - alleen maar voor de opwinding of de sport. Dat zijn afschuwelijke, verwerpelijke daden die hij iemand nooit zou vergeven. Nee, hij zou een dergelijke oneerbiedige misdadiger tot het einde der aarde achtervolgen en hem doden. Net als Christopher. Of misschien ook niet. Het moet nog maar blijken waar Christopher toe in staat is, hoever hij wil gaan in het najagen van dat ongrijpbare begrip dat hij recht noemt.

Met deze overpeinzingen staat hij voor de opengeslagen krant waarop de oogbollen van zijn offer liggen. Bijna eerbiedig brengt hij ze naar het bureau, waar violet gekleurd licht van hun bolle oppervlak spat. Hij legt ze op de foto van Jon Christopher. 'Nu kan ik je zien. ' Hij staart als gefixeerd naar het korrelige, enigszins vage, tweedimensionale gezicht. 'Ik kan dwars door je heen kijken. '