12

Het was laat in de middag. Met Minnie ging het steeds beter, en Dillard, somber maar weer terug in het lab, was bezig met de onderhuidse implantaten voor Lawrence toen Cassandra vertrok voor haar gesprek met Gerry Costas. Ze had het tijdstip ervan wat naar achteren verschoven, zodat ze zo lang mogelijk de eicosanoïdedosering van Minnie kon blijven volgen. Toen ze dan eindelijk opdook uit haar high-tech hol, was ze blij dat ze normale lucht kon inademen, het laatste waterige zonlicht zag, zodat ze de gebeurtenissen van de afgelopen dagen enigszins uit haar geest kon bannen. Het leek wel of ze allemaal steeds meer werden meegezogen in Lawrences hyperveroudering, alsof de gebeurtenissen van jaren op wrede wijze werden samengeperst in dagen, uren zelfs.

De schaduwen op straat waren lang, als de baarden van oude soldaten die nog te taai waren om te sterven, toen ze haar jas dichter om zich heen trok. Ze hield een taxi aan en draaide het raampje omlaag terwijl ze met flinke snelheid de stad in reden, tot de Indiase chauffeur zei: 'Hé, mevrouw, als u het niet erg vindt, ik bevries hier. '

'Sorry. ' Cassandra draaide het raampje weer dicht. Maar ze hield haar neus bij de spleet die ze nog openliet.

Gerry Costas stond al op haar te wachten toen ze uitstapte. 'Hallo, Cass. Mijn kantoor is vandaag een gekkenhuis. Laten we een eindje gaan wandelen. '

'Gerry, het spijt me dat ik hier zo laat mee ben. ' Ze gaf hem een map met de kwartaalcijfers.

'Ach, het kan nog net. ' Costas stopte de map onder zijn arm zonder er verder naar te kijken. Hij was een kleine, blonde man met gebogen schouders die een bonhomie uitstraalde die in de bovenlaag van de maatschappij wel bijna een erfelijke eigenschap leek. Hoewel hij een graad had in de farmacologie en de moleculaire biologie, zag hij er niet uit als een wetenschapper. En dat was maar goed ook, gezien het soort mensen met wie hij te maken had. Hij had dankzij zijn familie en studievriendjes al vroeg een beginkapitaal bij elkaar gegaard en nu peuterde hij bij de regering grote contracten los. 'Neem me niet kwalijk dat ik het zeg, Cassandra, maar je ziet eruit als een opgewarmd lijk. '

'Ja, zo zou jij er ook uitzien als je tweeëntwintig uur per dag zou werken. '

'Dat is nu precies waar ik heen wil. Het is nog maar een paar weken geleden dat Bobby is overleden. Ik heb geprobeerd flexibel te zijn door je al zo gauw weer aan het werk te laten, maar ik zie nu dat je er hoognodig even uit moet. Doe het. Blijf zo lang weg als je wilt. '

Cassandra schudde haar hoofd. Ze concentreerde zich voornamelijk op haar strategie om Gerry zover te krijgen dat hij Hutton zou ontslaan. Ze wachtte alleen nog op het juiste moment om erover te beginnen. 'Over een paar maanden wellicht, maar ik zit nu net in een kritische fase -'

'Je begrijpt me geloof ik niet, ' zei Costas. 'Dit is geen verzoek. '

Cassandra was met een klap weer terug in het heden. 'Oké, Gerry, waar wil je heen?'

Costas zuchtte. 'Dat gezellige tv-gesprekje met Dean Koenig dat je gemist hebt blijft ons achtervolgen. '

'Dat weet ik. Die demonstratie -'

'Dat is er maar een klein onderdeel van. Begrijp alsjeblieft goed dat ik jou nergens de schuld van geef. Dat tv-gesprek had net zogoed in een enorme PR-ramp voor ons kunnen eindigen. Koenig is daar berucht om. Het punt is dat hij erop uit is om ons te grazen te nemen, en als we ons niet wat gedeisd houden, zou hij daar misschien nog in slagen ook. '

Cassandra was zo geschokt dat ze bijna geen lucht meer kreeg. 'Jezus, Gerry, ' zei ze ten slotte, 'je maakt een grapje. '

'Nou, nee, niet bepaald. '

Ze raakte in paniek. 'Kom op, Gerry, je kunt toch niet zomaar aan hem toegeven? Die man is gewoon een afperser die zich voordoet als predikant. '

Costas knikte. 'Dat weten jij en ik, maar er zijn miljoenen mensen die hem vertrouwen, in hem geloven, en wat op dit moment voor ons het belangrijkste is, alles doen wat hij zegt. En wat hij hun zegt is dat ze mij met telefoontjes moeten bestoken tot ik jou ontsla. '

Cassandra begon zich enigszins gedesoriënteerd te voelen, alsof ze weer in de draaimolen zat waar Christopher haar een keer 's zomers mee naar toe had genomen. 'Gerry, ik - dit is gewoon te gek voor woorden. '

'Noem het wat je wilt, maar Koenig valt ons - en met name jou - al aan sinds zijn eerste tv-show, en hij toont geen tekenen van verslapping. '

'Gerry, als je nu aan Koenig toegeeft, bega je de grootste vergissing van je leven. Begrijp je dat dan niet? De volgende keer dat ik of een van mijn collega's een doorbraak forceer, krijg je weer opnieuw die discussie, steeds weer, tot blijkt dat er bij Vertex geen wezenlijk onderzoek meer mogelijk is. Zonder onderzoek kan elk biogenetisch bedrijf - niet alleen Vertex - het wel schudden. '

Costas zag er plotseling moe en verslagen uit. 'Het gaat niet alleen om Koenig, alhoewel dat al erg genoeg zou zijn. Zijn show is landelijk nieuws geworden. Alle nieuwsmedia hebben zijn kruistocht breed uitgemeten. Ik krijg nu ook al senatoren over de vloer die moeilijke vragen over jouw werk stellen. Tot nu toe heb ik hen kunnen afwimpelen, maar je weet dat dat een keer ophoudt. Er is zoveel onbestemde achterdocht jegens genenmanipulatie dat we al vanaf het begin een Sisyfusstrijd hebben geleverd. Deze media-hype geeft Ken Reinisch van Helix precies de munitie die hij nodig heeft. Het enige dat hij wil, is mij klein krijgen. Ik zal alle dossiers, alle computergegevens erbij moeten halen om te bewijzen dat jij onze richtlijnen wat betreft genen-replicering niet overschrijdt. Maar als ik dat doe, schiet ik mezelf in mijn voet, want wat jij met Minnie de rat doet, zal een aantal mensen de stuipen op het lijf jagen. Belangrijke mensen. ' Hij duwde haar het laatste nummer van Time in de handen, opengeslagen bij het katern Binnenlands Nieuws. 'Zelfs de vrouw van de vice-president bemoeit zich er nu al mee, en ik kan je wel vertellen dat ze niet bepaald achter ons staat. De media zijn er nu dus bij betrokken, en dat betekent dat alle aasgieren boven mijn hoofd rondcirkelen, wachtend tot ze hun prooi kunnen pakken. '

'Dus... ' Cassandra had het gevoel dat ze het vermogen tot ademhalen was kwijtgeraakt. Alle gedachten aan het ontslaan van Hutton waren verdwenen. 'Wat ga je nu doen?'

'Ik moet praktisch zijn. Deze aanval had op geen slechter tijdstip kunnen komen. Over drie weken moet ik verschijnen voor de senaatscommissie Ouder Worden, die onze subsidie heroverweegt. ' Costas liet zijn blik even zakken, maar keek haar toen weer recht aan. 'Mijn Raad van Bestuur laat me geen andere keus, Cassandra. Het spijt me.

Ik zal eind morgenmiddag aankondigen dat je voor onbepaalde tijd en met onmiddellijke ingang op non-actief bent gesteld. '

'Vlak voor het zes-uurjournaal zeker, hè?'

'Dillard zal al jouw taken overnemen. '

Cassandra probeerde te slikken, maar dat ging niet. Ze drong de opkomende paniek terug. Het idee dat Dillard zeggenschap over Lawrence zou krijgen, was onverdraaglijk. 'Gerry, er moet toch een andere oplossing zijn. '

'Als die er was, zou ik ze grijpen. '

'Geef me dan tenminste een week de tijd om de zaken af te ronden. '

'Nee, nee, ik laat me niet meevoeren in dergelijke onderhandelingen. '

'Een paar dagen dan. Ik zal alleen het geheime lab gebruiken en dat betreden via de ingang die niemand kent. Dan kun jij ondertussen met veel poeha mijn kantoor in het grote lab ontruimen. Goed?' Ze deed een stap naar hem toe. 'Gerry, zeg dat het goed is. Dat ben je me toch wel verschuldigd. '

Costas zei zacht: 'Ik ben je heel veel schuldig, Cassandra. Meer dan ik kan zeggen. '

'Gun me dan dit uitstel. Alsjeblieft. '

Hij zuchtte. 'Vierentwintig uur, en dat is het uiterste. Maar als iemand ernaar vraagt, zal ik het ontkennen. Als je betrapt wordt, zul je jezelf moeten redden. Dan kan ik je alleen maar afvallen, oké?'

'Prima. '

'We komen hier wel doorheen, Cassandra. Jij komt terug. Dat beloof ik je. ' Maar zelfs deze geboren verkoper kon op dat moment niet het vereiste enthousiasme opbrengen.

Terwijl ze zich omdraaide om een taxi aan te houden, zei hij: 'Nog één ding. Ik heb besloten om volgende week een paar hotemetoten rond te leiden door het lab. '

Cassandra zei, geschokt: 'Lijkt je dat wel verstandig, Gerry?'

'Ik ben bang dat ik me op dit moment niet de luxe kan veroorloven om die vraag te stellen. Ik moet Koenigs smerige insinuaties zien te ontkrachten. De beste verdediging is nu om met open vizier ten aanval te trekken. Omtrekkende bewegingen zullen de achterdocht alleen maar doen toenemen. Ik ben inmiddels al bezig zoveel mogelijk leden van de senaatscommissie op te trommelen; met een beetje geluk krijg ik ook de vrouw van meneer de vice-president zover. '

'Ah, nu begin ik het te begrijpen, ' zei Cassandra. 'Dillard is net als

jij: gegoede familie, Harvard, Walter Reed, precies de juiste achtergrond om jouw genodigden naar de mond te praten. '

Costas zuchtte. 'Welkom in de grote-mensenwereld, Cassandra. Als ik het niet op hun manier doe, is Vertex straks verleden tijd. Er zitten me voortdurend tien andere bedrijven op mijn nek die niets liever willen dan de contracten binnenslepen waar ik me nu voor uit de naad werk. '

Cassandra begon zich op te winden. 'Ik ben degene die dadelijk zonder baan zit, en dan moet ik medelijden met jou hebben? Jij bent niet de enige die zich voor Vertex uit de naad werkt. '

'Ik had gehoopt dat je het niet zo persoonlijk zou opnemen. '

'Ik geloof niet dat je me veel keus hebt gelaten. '

'Verdomme, Cassandra, je maakt het me moeilijker dan nodig zou zijn. '

'Echt? Ik geloof niet dat er iets moeilijker is dan afgesneden worden van je levenswerk. '

'Als je het nu maar eens van mijn kant kon bekijken. '

'Je bent een klootzak, weet je dat?' zei Cassandra. Ze draaide zich om en liep weg.

Eén ding was Emma D'Alassandro niet, en dat was paranoïde. Een vriendje uit haar studietijd had haar een pragmatische realist genoemd. Aangezien ze op dat moment aan het vrijen waren, was het niet als compliment bedoeld; het klopte echter wel. Maar wat D'Alassandro tekortkwam aan fantasie maakte ze meer dan goed met haar vastberadenheid. Ze kwam uit een arm arbeidersgezin en had keihard moeten werken voor elke beurs die ze kreeg. En nog had ze een grote studieschuld toen ze afstudeerde aan de universiteit van New York.

Haar fantasieën bleven beperkt tot idylles met John Kennedy Jr. en luitenant Worf van Star Trek. Zelfs als kind leek ze nooit te dagdromen. Nu echter kon ze maar niet het gevoel van zich afschudden dat ze gevolgd werd. Ze was als tiener verhuisd van een groen maar saai Yonkers naar Manhattan, en ze woonde er nu dus lang genoeg om zich staande te houden in het harde leven van de grote stad. Ze had 's avonds bij Baskin-Robbins gewerkt om haar studie te kunnen betalen. En omdat ze in het donker niet graag door bepaalde straten liep, had ze nu vaak een busje pepper-spray bij zich en ze vermeed wijselijk Alphabet City als ze 's ochtends ging joggen.

Maar dit gevoel had ze nog nooit gehad.

Er dreigde iets, daar was ze van overtuigd. Toen ze de trap van het

gebouw van de patholoog-anatoom afdaalde, de herfstige schemering in, voelde ze zich alsof een klamme hand in haar nek werd gedrukt. Dat gevoel werd nog sterker toen ze First Ave. overstak om een bagel met tonijnsalade te kopen. Ze had het uiterst griezelige gevoel dat ze in de gaten gehouden werd. Misschien kwam het omdat ze nu al maanden met deze weerzinwekkende zaak bezig was, of omdat ze de afgelopen zesendertig uur vrijwel aan één stuk door gewerkt had. Maar diep vanbinnen wist ze dat dat niet de reden was.

Enigszins onzeker bleef ze midden op straat staan en keek om zich heen, terwijl ondertussen het voetgangerslicht weer op rood sprong. Ze werd dan ook bijna van de voet gereden door een taxi waarvan de chauffeur haar in een onbegrijpelijke taal uitschold. Ze wist het trottoir te bereiken en dacht erover om Christopher te bellen, maar dacht toen: Zou Reuven ook naar hem toe rennen? Verdomme, doe niet zo truttig. Haar hart bonkte in haar keel en ze had ineens geen honger meer. Ze aarzelde opnieuw, maar haar volgende gedachte was: Krijg allemaal wat, ik kan wel voor mezelf zorgen.

Toen ze thuis was, voelde ze zich gedwongen eerst alle lichten aan te doen voor ze de bagel op een bord legde. Ze keek door het van een traliewerk voorziene raam en langs de brandtrap naar de vrijwel donkere luchtkoker. En toen begon ze, bijna maniakaal, haar studio op de vierde verdieping op te ruimen. Ze had al sinds haar kindertijd, toen ze 's avonds naar haar ruziënde ouders luisterde, niet meer van dergelijke akelige dwanghandelingen gehad. In die tijd rolde ze zich meestal om in haar bed en knipte haar Tovenaar van Oz-lamp aan. Huiverend in het licht drukte ze zichzelf op het hart dat zolang het licht maar op haar scheen, er niets met haar zou gebeuren en haar ouders bij elkaar zouden blijven. Als haar blaas bijna op barsten stond, rende ze zo snel ze kon en met bonkend hart naar de badkamer, tot ze weer in het geruststellende lamplicht was. 'Nu leg ik mij te rusten, ' reciteerde ze dan om zichzelf te kalmeren omdat ze het had aangedurfd om even uit dat licht weg te lopen. 'Ik bid de Heer mijn ziel te nemen... ' Terwijl ze dat fluisterde, echoden de stemmen spookachtig omhoog vanuit de keuken, waar die ruzies onvermijdelijk tot uitbarsting kwamen. Soms lukte het haar zo om te doen alsof het allemaal maar een droom was. Ze benijdde Lisa, haar oudere zus, die altijd gewoon door alles heen sliep.

Uren later, en nog steeds klaarwakker, als de stilte van de nog heel vroege ochtend werd doorbroken door het gezang van een nachtegaal, sloop ze de trap af naar de keuken. Ze trof daar dan stenen mokken met koffiedrab erin en vuile borden met restjes eten erop. En altijd was er wel een aan scherven gevallen bord of schaal, beker of kom die op het hoogtepunt van de ruzie door de een - wie, daar kwam ze nooit achter - naar de ander was gesmeten. Ze ruimde de boel op, waste af, droogde af en borg alles op waar het thuishoorde, al die tijd haar blik krampachtig afgewend van de plek waar het kapotte serviesgoed lag. Nadat ze klaar was, was het enige wat ze nog moest doen de scherven opvegen en in de vuilnisbak gooien. Het verwijderen van alle sporen van de ruzie werd een heel nadrukkelijk ritueel, waarmee ze het aan gruzelementen gevallen leven van haar ouders weer dacht te lijmen. Als zij nu maar perfect was, als ze het huis nu maar perfect op orde kon houden, zo redeneerde ze, dan zouden ze toch zeker niet weggaan.

Haar ouders gingen niet uit elkaar - wat had haar vader zonder haar moeder moeten beginnen; wat had haar moeder in haar eentje gemoeten? - maar hun geruzie had altijd op Emma gedrukt op een manier die Lisa zich niet voor kon stellen.

Ze zette thee, luisterde naar de geluiden die vanaf East 14th Street naar binnen filterden en at toen staande haar bagel op. Misschien was het een lekkere, misschien ook niet; ze zou het niet kunnen zeggen. Ze brandde haar tong aan de thee, die ze vervolgens vol afschuw in de gootsteen gooide. In de keukenkastjes was niets wat haar aantrok, behalve een doosje Mallomars, waar ze op weg naar haar woon-slaapkamer al aan begon.

Haar cyperse kat, Rigatoni, werd wakker toen ze haar computer aanzette. Vreemd. De kat keek een paar keer knipperend naar het scherm voordat hij van de slaapbank sprong waarop hij opgerold als een zwartwit bolletje had gelegen. Na zich op zijn gemak te hebben uitgerekt, kwam hij op haar af.

'Hé, hoe gaat het, maat?'

Hij streek met gekromde rug langs D'Alassandro's kuit en sprong vervolgens bij haar op schoot, waar hij onmiddellijk weer in slaap viel. 'Wat een leven, ' zei D'Alassandro. De kat spinde in zijn slaap toen ze hem in zijn nek krabbelde. 'Ik hoop op een dag iemand te vinden die dat ook bij mij doet. '

Ze logde in op het Internet en ging op zoek naar sites met verzamelaars, en dan vooral verzamelaars van antieke spoorwegnagels. Het was onvoorstelbaar wat voor rotzooi je allemaal tegenkwam op het Web. Het was net of je een steen wegrolde waaronder zich allerlei verschrikkelijke maar toch fascinerende insecten en ongewervelde dieren ophielden.

Onder het surfen bleef ze voortdurend Mallomars naar binnen werken. Ze waren veel te gauw op. Het was al met al een avondmaal van niks, maar daar maakte ze zich nu niet druk om. Wat salade, een hapje pasta met wat van haar eigengemaakte tomatensaus zou beter zijn geweest, maar vanavond was ze te gespannen om iets anders dan Mallomars te proeven.

Ze sprong op toen de telefoon ging en Rigatoni sprong op de grond om te voorkomen dat hij zou vallen. Hij miauwde klaaglijk toen D'Alassandro de hoorn opnam.

'Hallo?'

Stilte.

D'Alassandro kneep in de hoorn en luisterde ingespannen. De lijn was open; er was iemand aan de andere kant. Hoewel ze besefte dat ze beter direct weer kon ophangen, hoorde ze zichzelf zeggen: 'Wie is daar? Ik hoor je heus wel, schoft. '

Niets.

Geschokt gooide ze de hoorn weer op de haak. Ze sloeg haar armen om zich heen en bleef zo midden in de kamer staan, terwijl Rigatoni haar aankeek of ze gek geworden was. Maar dat was ze niet, dat wist ze. Er was iemand aan de andere kant van de lijn geweest, net zo zeker als ze wist dat iemand haar in de gaten had gehouden toen ze uit het kantoor van de patholoog-anatoom kwam. Dezelfde persoon? Ze huiverde, zonder precies te weten waarom.

Ze liet de computer voor wat die was en zette de tv aan. Ze zocht AMC op, waar een oude zwart-witfilm draaide. Fred MacMurray en Ava Gardner in een exotische omgeving in het Verre Oosten. Singapore. Had ze daar maar een vliegticket voor, dacht ze. Ze nestelde zich op de bank, trok een katoenen sprei over haar benen en keek naar de film met zijn prachtige belichting, die alles een enorme diepte gaf. Zo met licht en schaduw omgaan leek een kunst die men tegenwoordig niet meer beheerste.

De telefoon ging weer en haar hart sloeg een slag over. Ze bleef onbeweeglijk naar het eindeloze gerinkel luisteren. Ten slotte boog ze zich toch voorover om op te nemen. Ze luisterde in volle concentratie naar de open lijn en dacht iemand te horen ademen. In gedachten maakte ze een aantekening om direct hierna de telefoondienst te bellen en het nummer te laten natrekken.

'Em?'

Ze schrok toen ze de harde stem van Lisa hoorde.

'Hé, Em, ben je daar of hoe zit dat? Is alles goed met je?'

'Ja hoor. ' D'Alassandro moest eerst haar keel even schrapen. 'Met mij is alles goed. Ik zat net naar Singapore te kijken, op AMC. '

Het was fijn om de schorre lach van haar zus te horen. 'Jij en je oude films ook. Ik dacht dat je wel hard aan het werk zou zijn aan die Witte Engel-toestand. '

D'Alassandro wierp een blik op haar computerscherm en zag dat ze ongelezen e-mail had. Die moest net zijn binnengekomen. 'Ik neem even een welverdiende pauze, Lise. Ik zit de hele week al tot aan mijn ellebogen in de lijken. '

'Waarom denk je dat ik bel? Om met mijn beroemde zusje te praten en te controleren of al die smerige troep die ze in de roddelbladen zetten wel klopt. '

'Kom op, Lisa. Je weet best dat ik niets over deze zaak mag zeggen. '

'Ja, ja, maar ik wil toch graag tegen mijn vrienden kunnen opscheppen dat ik het er met je over gehad heb. En nu hoef ik niet te liegen. '

D'Alassandro stond op van de bank en ging achter haar computer zitten.

'Over lijken gesproken, ' zei Lisa in haar oor, 'zijn er nog gegadigden voor een huwelijk?'

'Mam zegt je gedag. Ze vraagt zich af of je nog eens met de meisjes bij haar langskomt. '

'Touché. Maar je weet zelf ook hoe ver Californië verwijderd is. '

'Een vliegreisje, meer niet, ' zei D'Alassandro.

'Doe niet zo onaardig, zusje. Ik ben nu eenmaal je oudere zuster -gelukkig getrouwd, met twee kinderen. Ik wil voor jou hetzelfde. '

'Maar misschien wil ik dat wel niet. ' D'Alassandro zocht toegang tot haar e-mail. 'Ik ben getrouwd met mijn baan. '

'Ach, kom nou toch. Iedereen heeft behoefte aan een beetje liefde en geborgenheid. Waarom kruip je niet lekker tegen die baas van je aan? Dat is toch een stuk?'

'Christopher? Ja, ik zou niets liever willen, maar helaas is hij al Ze verstijfde.

'Heb geprobeerd met je te praten, ' las ze op het scherm, 'maar de woorden wilden niet komen. Wat had ik ook moeten zeggen? Alleen dit: "Iets van het kwaad uit mijn verhaal kan inherent aan onze omstandigheden zijn geweest. "' Het bericht kende geen afzender, hetgeen betekende dat de e-mail kwam van iemand met een ongeregistreerd internet-adres die het systeem gekraakt had.

'Hij is wat?' vroeg Lisa.

'Bezet. ' D'Alassandro herkende de laatste regel als een citaat uit I. E. Lawrences Seven Pillars of Wisdom, de bijbel van de Witte Engel.

'Em, wat klink je raar!'

'Lisa, ik moet ophangen. '

'Hé, niet zo snel. Is er wat?'

'Nee, maar ik heb het ineens druk. '

'Je zat toch naar Singapore te kijken?'

'Zat, ja. Er is iets tussen gekomen. Ik bel je morgen. '

'Oké, maar -'

D'Alassandro hing op. Ze ging het Web op, op haar eigen ontdekkingstocht. Aangezien het een ongeregistreerd adres was, zou het waarschijnlijk ook nauwelijks op te sporen zijn, maar D'Alassandro kende een paar trucs waar zelfs de hackers niet van op de hoogte waren. Het kostte haar zevenendertig minuten van verbeten speurwerk tot ze erachter was wie haar die dreigende e-mail gestuurd had. Ze moest daarbij diverse firewalls - beveiligingsprogramma's tegen hackers - doorbreken om dat te bereiken. De laatste behoorde aan de NYPD.

'Esquival!' Zijn naam ontsnapte haar in een emotionele uitbarsting. 'Die vuile klootzak. Ik vermoord hem. Nee, ik zal hem door Christopher laten afmaken. ' Rigatoni, kennelijk bezorgd om haar woede, sprong op haar schoot en begon langs haar buik te schurken. D'Alassandro keek omlaag en aaide de kat over zijn rug. Na enkele ogenblikken krulden haar lippen zich tot een flauwe glimlach.

Ze stond op en zei tegen Rigatoni, alsof het dier dat zou begrijpen: 'Nee, ik zal hem niet vermoorden. Ik zal hem een koekje van eigen deeg geven. ' Ze deed een voor een alle lampen uit, tot alleen de metalen staande schemerlamp achter de bank nog aan was. 'Zo, wat zou je ervan zeggen, ' vroeg ze aan de kat, 'als jij met me meeging naar Es-Esquivals appartement en me hielp bij een kleine wraakactie?'

Rigatoni miauwde en opende zijn bek in een enorme geeuw. 'Ach, nee, ik zie het al. ' Ze zette de kat op de bank, waar het dier zich onmiddellijk oprolde en keek hoe Fred wegvluchtte van een gekwelde Ava.

'Maak je maar geen zorgen, maat, ' zei ze tegen Rigatoni, terwijl ze haar jas pakte en naar de deur liep. 'Hij komt elke keer weer bij haar terug. '

Ze deed de voordeur open en stapte de hal in. De eigenaar van het pand was bezig het te laten opknappen. De vloertegels waren allemaal verwijderd en het kale beton zorgde voor een holle, bijna spookachtige echo. Het licht van de plafondlampen weerkaatste tegen de gele aluminium wandbekleding en nu het verder door niets werd geabsorbeerd, leek het een enigszins griezelig eigen leven te leiden.

Net toen ze haar deur dicht wilde doen, ging de lift open. D'Alassandro draaide zich om. De deur was open, maar er kwam niemand uit. Een streep licht viel in de gang en op de tegenoverliggende muur. Ze stond onbeweeglijk, terwijl de adrenaline door haar lichaam raasde. Haar hart ging als een wilde tekeer.

'Hallo?' riep ze, nogal stompzinnig.

Alleen een echo antwoordde haar. Ze schrok. Had ze een geflikker gezien in die ruit van licht, alsof iemand in die lift zich had bewogen?

Snel draaide ze zich weer om en deed de deur op het dubbele slot. Ze deed een stap in de richting van de lift en merkte dat ze in haar tasje graaide naar haar pepperspray. Met een mengeling van angst en onnozelheid trok ze de deur naar de trap open en rende naar de volgende overloop, zich wel bewust van het geklepper van haar zolen op de betonnen treden.

Toen Esquival besloot om een tijdje in Manhattan te gaan wonen, wist hij dat hij iets trendy's wilde, maar niet tussen al die snelle types in SoHo of TriBeCa. Hij wilde ook niet in de Lower East Side wonen of in de wijk waar D'Alassandro haar appartement had, want dat vond hij allebei onacceptabele getto's. Hij had zich ten slotte gevestigd in een gebied zo nieuw dat men het slechts kende als WOC', West of Chelsea. Chelsea lag aan de westkant van Manhattan, zo ongeveer tussen 6th Ave. en 9th. Ave. en bestreek de straten tussen de 20th en 30th St. Hij had een appartement gekocht in een enorm gebouw dat al sinds de bouw, ergens vlak voor de Tweede Wereldoorlog, als pakhuis had dienstgedaan.

Nu werd het pand langzaam verbouwd tot zeer ruime appartementen. Op de begane grond bevonden zich enkele galerieën, de eerste winkels die van de duurdere wijken naar hier waren verhuisd. En inmiddels ging er wekelijks wel weer een nieuw restaurant of nieuwe bioscoop open. Het kon volgens Esquival niet lang meer duren of de eerste Armani, Gap, Barnes & Nobles en andere megawinkels zouden volgen.

Voorlopig echter heerste hier nog een wat hem betrof aangename pioniersgeest. Als je gewend was aan het groen en de brede boulevards van Washington, een stad met een Europese sfeer, konden de bakstenen canyons van Manhattan behoorlijk beklemmend zijn.

Esquival, die D'Alassandro eens flink de stuipen op het lijf wilde jagen, was haar eerder die avond helemaal vanaf het kantoor van de patholoog-anatoom gevolgd. Hij was kwaad en gefrustreerd over de geringe voortgang die ze met de zaak maakten en hij had een uitlaatklep nodig, iemand op wie hij zijn sardonische grapjes kon botvieren. D'Alassandro was het ideale slachtoffer.

En nu hij zag hoe ze zijn eigen flatgebouw naderde, glimlachte hij tevreden. Soms had het zo zijn voordelen om gedragstherapeut te zijn. Door haar haar gebouw in te volgen, had hij precies deze reactie hopen te bewerkstelligen, en het leek erop dat het zou lukken. Fantastisch. Er zou haar een flinke verrassing te wachten staan als ze bij zijn appartement aanklopte.

Esquival begon grinnikend West 25th St. over te steken. Een taxi die het rode licht negeerde, kwam op hem af razen en hij sprong vloekend terug naar de stoep. Had je eens een keertje een agent nodig, was er in geen velden of wegen een te zien.

Hij richtte zijn aandacht weer op D'Alassandro, een blok voor hem uit, en zijn adem stokte in zijn keel. Er was nog iemand anders die haar volgde.

Snel verder lopend, zag Esquival dat het een man met brede schouders en lang, donker haar was. D'Alassandro ging Esquivals gebouw in en de man volgde haar. Toen hij de buitendeur opende, kon Esquival goed zijn grote, vierkante handen zien en hij dacht: Jezus! Alle gedachten aan zijn grap verdwenen als sneeuw voor de zon.

Hij begon te rennen en toetste ondertussen op zijn GSM Christophers nummer in. Tegen de tijd dat Christopher opnam, had hij ook de buitendeur bereikt.

'Ik ben bij mijn appartement, Jon, ' zei hij buiten adem. 'Ik denk dat ik onze man gezien heb. Hij is net naar binnen gegaan. ' Christopher blafte iets in zijn oor. Het was ongetwijfeld een of ander bevel. Hij gooide de deur open en zei: 'Ik ga achter hem aan. ' Hij verbrak de verbinding voor Christopher nog iets kon zeggen wat hij zou moeten negeren.

-----

Hij staat weggedoken in de schaduwen van het duistere, spelonkachtige interieur van het gebouw, losjes, nauwelijks ademend. De koele lucht van het onverwarmde gebouw voelt aan als een lichte druk. Hij ruikt zaagsel en teer, veelvuldig verhit metaal en olie, terpentine en verf, menselijk zweet en de restanten van Big Macs en frieten. Hij hoort het geluid van voetstappen. Twee paar. En hij glimlacht in het donker.

Eén ding wat hij geleerd heeft, het grootste geheim dat hij heeft ontfutseld aan de protesterende grond waarop hij loopt, is hoe hij een ziel op de vlucht moet jagen. De dood van een slachtoffer is zinloos zonder de beloning van het tot je nemen van de ziel. De ziel, zo heeft hij geleerd, moet eerst vrijgemaakt worden van de bewuste geest. Dat is heel simpel te bereiken door in het slachtoffer een grote ommekeer in de emoties teweeg te brengen; met andere woorden, een shock. Ofwel extreme angst ofwel extreme woede kan dat bewerkstelligen, want op die momenten van omgekeerde polariteit wordt de ziel losgescheurd van zijn verankering en kan hij die met een simpele steek van zijn spoorwegnagel in zichzelf opnemen.

Hij luistert waar de voetstappen heen gaan en komt in beweging. De reis naar andermans ziel gaat met omtrekkende bewegingen. Hij moet benaderd worden in een steeds nauwere spiraal, tot de shock als een bliksemflits uit een pikzwarte hemel toeslaat. En dan de snelle, zoete steek naar de kern en de hitte van het leven, die als een explosie door hem heen trekt.

En nu, op deze tijd en op deze plek, zal het offer nog zoeter zijn omdat er een getuige bij zal zijn. Zelfs ik, denkt hij, enigszins naar de woorden van T. E. Lawrence, de vreemdeling, de goddeloze oplichter die een vreemde nationaliteit inspireert, voel een zekere verlossing van de haat en de eeuwige zoektocht naar mijn zelf op hel moment dat de ander ophoudt te bestaan. Maar toch is er, in tegenstelling tot Lawrence, geen echte bevrijding van mijn kwelling. Het licht dat in mij schijnt, is vliedend, binnen enkele hartenkloppen weer verdwenen, om achter te laten wat ik niet kan wegpoetsen: de zinloosheid van de dood.

Hij is in zijn omtrekkende bewegingen de man en de vrouw nu genaderd. Hij kent hen goed uit de dossiers die hij uit de politiearchieven heeft ontvreemd, en toch kent hij hen ook weer niet. Terwijl hij almaar dichter op het vlees en bloed afkomt, begint hij hen op een heel andere manier te kennen, alsof zijn hartslag, zijn ademhaling synchroon gaan lopen met de hunne. Hij is in hun wereld binnengetreden, zoals alleen hij dat kan. Hij ziet hen, hoort hen, ruikt hen. Hij zal nu spoedig zijn slachtoffer kunnen aanraken. En in een oogwenk een heel leven weggraaien, als een god die het in zijn hand houdt.

Esquival voelde zich een enorme oen. Zelfs een groentje van de politieacademie zou zijn doel niet in zijn eigen appartementencomplex uit het oog verliezen. De ellende was dat het hier op de begane grond de afmetingen van een kathedraal had. Of van een amfitheater. Erger nog, het veranderde hier met de dag. Hij zag muren en doorgangen die er gisteren nog niet waren. Ze waren zelfs bezig een lift aan te leggen, zag hij, bedoeld voor een mezzanine waar uiteindelijk een fotogalerie annex boetiek zou komen. Hij zag de posters die de opening aankondigden. De eigenaars hadden een van Ansel Adams messcherpe zwart-witfoto's van een rijzende maan boven de Rockie Mountains gebruikt. Br ging een enorme kracht van uit; de foto deed zowel vertrouwd als buitenaards aan. Zelfs als je nooit in het westen was geweest, wist je dat dit beeld deel uitmaakte van je dromen.

Op dat moment kreeg Esquival D'Alassandro in de gaten. Ze stond naast de vrachtlift, de enige die op dit moment in werking was. Een of andere flapdrol van een cineast had een van de wanden van de passagierslift opgeblazen in een poging zijn oude Harley Davidson in zijn appartement te krijgen. Het praatje ging dat zijn vriendinnetje kickte op chroom.

Esquival bleef besluiteloos staan terwijl zij nerveus om zich heen keek. Hij wist nu dat zijn pogingen om wat stoom af te blazen gigantisch uit de hand waren gelopen.

Aangezien hij zijn mannelijke verdachte, van wie hij zeker wist dat het de Witte Engel was, uit het oog had verloren, was het enige verstandige dat hij kon doen naar D'Alassandro toe te lopen en haar hier als de donder vandaan zien te krijgen. Hij had geen flauw idee waarom de Witte Engel - als hij inderdaad de verdachte was - haar als doelwit had gekozen, maar hij was niet van plan zijn tijd te verdoen met het identificeren van de man. Hij keek op zijn horloge: het was nog maar enkele minuten geleden dat hij Christopher had gebeld. God mocht weten hoe ver Jon hier op dat moment vandaan was. Dat deed er trouwens ook niet toe - D'Alassandro was in gevaar en hij moest haar waarschuwen.

Toen hij uit de schaduwen stapte, echode het geluid van zijn schoenen op het beton door de hal. D'Alassandro's hoofd schoot omhoog en wat ze zag, was een man die met getrokken pistool op haar af rende. Ze schrok en sprong in de lift.

'Emma, wacht!' riep Esquival. 'Ik ben het, Reuven! Je moet-!'

Hij gaf een klap op de gesloten liftdeur. 'Verdomme!'

Op het laatste nippertje hoorde D'Alassandro hem en herkende ze zijn stem. Het ijs in haar ingewanden ontdooide wat en ze boog zich naar voren om de deur open te drukken, maar het was te laat. De lift steeg naar de zevende verdieping - Esquivals verdieping. De deur schoof open in een grijs niets - de lichten in de hal waren nog niet aangesloten. Er ontsnapte haar een zacht, schor geluid terwijl ze herhaaldelijk op de knop voor de hal beneden drukte, waar Esquival op haar stond te wachten.

Ze zou hem een opdonder geven, besloot ze op weg naar beneden. Niet zomaar met geopende hand, maar een onvervalste rechtse directe op zijn kaak. Misschien dat ze hem brak. Ze hoopte het, want hij was deze keer echt te ver gegaan. Misschien wist hij dat zelf inmiddels ook, schoot het door haar heen. De angstige klank die ze in zijn stem had gehoord, was niets voor hem. Maar nee, zelfs al zou hij zich schuldig tonen over het feit dat hij haar de stuipen op het lijf had gejaagd, dan nog zou ze het verdommen hem er zomaar mee weg te laten komen.

Ze balde haar rechterhand tot een vuist toen de deur openging. Ze zag hem vlak voor haar staan, haalde uit vanuit haai bekken en legde haar hele gewicht in de stoot, zoals haar was geleerd bij de lessen geweldstraining. Haar vuist trof doel met een klap die tol in haar hele arm te voelen was.

Zijn hoofd schoot naar achteren op hetzelfde moment dat zij een scherpe pijn in haar knokkels voelde.

'Oké, klootzak. ' Ze schudde haar hand los. 'Misschien dat jij het een wat overdreven reactie vindt, maar je verdiende niet. Haar toespraakje eindigde in een korte, schrille kreet toen ze het gezicht, waarvan zij dacht dat het dat van Esquival was, op zich af zag komen. Ondanks het donkere haar en de volle baard herkende ze die kille ogen, die haviksneus.

'O, mijn God!'

Het was de Witte Engel.

Instinctief gaf ze een trap naar zijn lichaam en haar schoen raakte hem vol tegen zijn borst. Op bijna hetzelfde moment ramde ze met de muis van haar hand op de '7'-knop en begonnen de deuren dicht te glijden.

Met nog maar twintig centimeter ruimte tussen de beide deuren stak hij er een onderarm doorheen en probeerde toen ook de andere naar binnen te werken. Het automatische veiligheidssysteem maakte dat de deuren weer opengingen.

'Nee!' gilde D'Alassandro. Ze hield haar handpalm stijf tegen de knop gedrukt en beet zo hard als ze kon in de hand van de Witte Engel. Een normaal iemand zou zijn arm automatisch hebben teruggetrokken, maar zo niet deze man. Hij blééf maar komen en gooide zijn lichaam tegen de deuren zodra die weer dreigden open te gaan, om onmiddellijk weer dicht te gaan zodra de rubberen stootranden de arm niet meer raakten. De liftkooi trilde en bonkte en er begon een alarm af te gaan.

'O shit, o shit, o shit. ' D'Alassandro herhaalde de woorden als een mantra die moest voorkomen dat de doodsangst die ze voelde haar zou overweldigen. Ze kon zijn ritmische ademstoten horen, de geur van zijn adem, kleine wolkjes chocola en kruidnagel die tot haar kwamen door de spleet die zich als een iris opende en weer sloot.

Op dat moment herinnerde ze zich plotseling de pepperspray. Zichzelf vervloekend om haar domheid graaide ze met beide handen in haar tasje. De deuren gingen open en ze stopte met haar paniekerige gezoek om weer op de sluitknop te drukken.

Dat was het moment dat hij haar bij haar revers pakte en haar met een ruk tegen de binnenkant van de deur trok. Haar adem werd uit haar lichaam geperst en ze voelde hoe zijn bloederige vingers haar steeds harder tegen de deuren trokken. Ze was verdoofd en geschokt en haar druk op de liftknop verslapte. De deuren gingen steeds verder open en ze voelde hoe haar lichaam uit de liftkooi dreigde te worden gesleept.

Het koele metaal van de slanke patroon stootte tegen de palm van haar hand en terwijl ze het geval uit haar tasje haalde, drukte ze op de ontlader. De pepperspray spoot door de steeds groter wordende spleet tussen de deuren. Ze hoorde een diepe grom, de greep op haar verdween en naar adem happend ramde ze op de liftknop.

Dit keer gingen de deuren wel dicht en begon de lift te stijgen.

D'Alassandro leunde hijgend tegen de deur. Haar ledematen trilden en ze was ervan overtuigd dat ze zou vallen zodra ze een stap verzette. Toen de deuren opengingen, stapte ze echter gewoon de zevende verdieping op.

Het kostte haar de grootste moeite om niet te gaan hyperventileren. Met grote ogen en rillend over haar hele lichaam liep ze door het duister naar Esquivals voordeur.

Moeizaam slikkend doorzocht ze haar tasje naar een haarspeld. Ze liet hem twee keer vallen terwijl ze probeerde hem in het slot te krijgen. Verdomme, dacht ze, waar hangt Esquival in jezusnaam uit? Ze wist eindelijk de haarspeld in het sleutelgat te krijgen en stak de ronde kop in de nauwe ruimte tussen de tuimelaars. Ze draaide de haarspeld een kwartslag naar rechts en het slot sprong open. Met een onderdruk-

te snik van verlichting draaide ze de knop om en haastte zich naar binnen, waarna ze de deur onmiddellijk weer op slot deed.

De enorme ruimte van het appartement lag dreigend voor haar. Esquival was erin getrokken en had de hele zaak waterblauw geverfd, maar dat was ook alles. Aan de voet van een laag bed stond een grootbeeld-tv met een videoapparaat. Een belachelijk grote bank van een of ander glanzend materiaal leek de plek in beslag te nemen waar de verhuizers hem per ongeluk hadden neergezet. Er was ook nog een bijpassende stoel, maar die stond een eind verderop, voor de hoge, gebogen ramen die uitkeken op de vrachtwagens die over 12th Ave. voorbijdenderden. Geen tapijten, geen tafels, geen boekenkasten of lampen. Alleen een stapel kartonnen dozen die waren neergezet in de buurt van de keuken. Het rook naar verse verf, beits en ongewassen kleren.

In normale omstandigheden zou D'Alassandro ongetwijfeld een paar vernietigende woorden hebben overgehad voor Esquivals gebrek aan smaak. Maar nu had ze wel wat anders aan haar hoofd. Waar was hier verdomme de telefoon?

Ze zag hem op het bed liggen en rende erop af. Ze probeerde het alarmnummer te bellen, 911, maar ze kreeg geen verbinding. Ze draaide het toestel om en vloekte. De batterijen waren leeg; die idioot had hem te lang naast de oplader laten liggen. Ze ging op zoek naar een andere telefoon.

'Kom op, Esquival, ' zei ze tegen zichzelf, 'je moet ergens nog een normale telefoon hebben. ' Maar die had hij niet, zelfs niet in de badkamer. En waarom zou hij ook, als hij de draadloze telefoon overal mee naar toe kon nemen? Als hij werkte tenminste.

Ze vervloekte zijn domme mannelijke instelling om zich niets aan te trekken van dergelijke dingen, toen iemand op de deurbel drukte. Ze bevroor ter plekke en haar hartslag versnelde. De bel bleef maar gaan, zonder pauze. Ze had nu zoveel adrenaline geproduceerd dat ze tussen de aanvallen van hyperenergie door slaperig begon te worden. Nu hoorde ze boven de bel uit ook een stem. Was dat die van Esquival?

'D'Alassandro, kom op. Doe eens open. '

Ze deed een stap in de richting van de deur, en toen nog een. Het klonk als zijn stem. Maar waarom deed hij niet zelf de deur open? Hij had toch zeker wel een sleutel?

'Esquival?' zei ze.

'Ja, ik ben het. Kom op, Emma, ik kan niet bij mijn sleutels. '

Wat bedoelde hij daar verdomme mee? Ze was nu nog maar een stap van de voordeur verwijderd. Ze stak een hand uit om hem aan te raken. 'Esquival, er was iemand anders in de hal beneden. Volgens mij was het de Witte Engel. Heb je hem niet gezien?'

'Nou, dat is nog zacht uitgedrukt, Emma. Wil je nu verdomme eens opendoen. Ik bloed. '

'Wat?' Ze leunde met haar schouder tegen de deur. Ze was emotioneel op. 'Wat is er gebeurd?'

'Hij heeft me aangevallen met een van die verdomde spoorwegnagels, dat is er gebeurd. Ik zal je zo meteen alles vertellen, maar laat me verdomme eerst naar binnen. '

'Hoe weet ik dat jij het bent?'

Ze kon hem horen zuchten aan de andere kant van de deur. 'Gebruik je hersens nu eens, wil je? Kijk door het kijkgaatje. Ik neem aan dat je nog wel weet hoe ik eruitzie. '

D'Alassandro, die zich zoals gewoonlijk weer gekleineerd voelde door zijn sarcasme, drukte haar oog tegen het kijkgaatje en zag zijn door de groothoeklens vervormde trekken. Ze sloot vol opluchting haar ogen.

'Oké?' hoorde ze hem zeggen.

'Oké. ' Ze deed de deur van het slot. 'O man, wat ben ik blij je te zien. '

Esquival tuimelde naar binnen. Zoals hij al had gezegd, zat hij onder het bloed. D'Alassandro sperde haar ogen open en ze wist nog net een gil te onderdrukken. 'Reuven, wat is jou overkomen?'

'Ik ben hem overkomen. '

Terwijl Esquival in zijn volle lengte in haar armen viel, ving D'Alassandro een blik op van de Witte Engel, die vlak achter hem stond. Toen drukte het dode gewicht van Esquivals lichaam haar omlaag, tegen de grond, en lag ze als vastgenageld onder hem.

Ze keek ademloos toe, haar leven in haar mond, hoe de Witte Engel het appartement binnenkwam. Zijn gezicht was opgezwollen en rood van de pepperspray, maar zijn ogen stonden ongewoon helder. Hij knielde naast haar neer en bewoog zich met een trage elegantie die haar verlamde. Het was vreemd hoe welwillend zijn glimlach was, als een weldoener in een door kaarsen verlichte deur die je wenkte om uit de stormachtige nacht naar binnen te komen.

De Witte Engel boog zich over haar heen. Hij had Esquivals dienstpistool in zijn handen. Ze rilde toen zijn eeltige hand over haar gezicht gleed als een wolk voor de zon. Hij drukte de loop midden tegen haar voorhoofd en zijn vinger spande zich om de trekker.

Nu leg ik mij te rusten, prevelde D'Alassandro in zichzelf. Ik bid de Heer mijn ziel te nemen... Haar oogleden knipperden toen ze hem in zijn gezicht keek.

Abrupt trok hij het pistool weg, stopte de loop in zijn mond en haalde de trekker over. De tik van de haan klonk als een donderslag in haar oren. Hij lachte, misschien om de uitdrukking op haar gezicht, en smeet toen het wapen de kamer in.

Zijn vingers grepen Esquival bij zijn haar en trokken het hoofd weg dat op D'Alassandro's nek lag. Haar adem stokte. Esquival leefde nog. Zijn ogen sperden zich open toen hij naar haar keek.

'Em, ' mompelde hij, 'sorry... voor alles. '

Toen sprak de Witte Engel tegen haar. 'Kijk, ' zei hij. Maar dat was genoeg.

Ze kon haar blik onmogelijk afwenden toen hij de spoorwegnagel te voorschijn haalde en de punt snel en vakkundig als een chirurg in Esquivals linkeroog stak. Geen geluid kwam uit Esquivals mond, maar het verwilderde rollen van zijn rechteroog sprak voor haar duidelijker dan woorden ooit hadden gekund.

Ze voelde gal omhoogkomen in haar keel terwijl ze toekeek hoe de Witte Engel de nagel hanteerde, hem dieper naar binnen duwde en een kwartslag naar rechts draaide, net zoals zij had gedaan toen ze met de haarspeld Esquivals deur opende.

Nu trok hij de nagel terug. Hij glinsterde in het schemerige licht, en D'Alassandro zag tot haar afschuw dat op de punt een klein, eikelvormig orgaan zat.

Esquivals pijnappelklier was uit zijn nog levende lichaam gehaald.

Langzaam, liefdevol, vlak voor haar gekwelde blik, bracht de Witte Engel het nietige orgaan omhoog. Toen boog hij zijn hoofd naar achteren, naar het bleekblauwe plafond, sperde zijn mond open en liet de nagel kantelen. Traag gleed de pijnappelklier naar binnen.

Hij begon te kauwen, langzaam, regelmatig, genietend, en met een onbestemd gekreun verloor D'Alassandro het bewustzijn.

Cassandra keerde in alle staten terug in het lab. Het eerste wat ze deed, was de video-apparatuur ontkoppelen die met de geboortekamer verbonden was. Toen verzamelde ze alle cassettes - alle beelden van hun werk met Lawrence - en verbrandde ze. Ze deed dat met bezwaard gemoed, alsof een deel van haarzelf krullend wegsmolt in de zurige

vlammen, maar alles was beter dan dat de gegevens in verkeerde handen zouden vallen. Ze huiverde bij de gedachte aan hetgeen Costas Lawrence zou kunnen aandoen als hij voortijdig van het experiment op de hoogte zou raken.

Ze wierp een snelle blik door het glas van de geboortekamer, waar ze Lawrence in dekens gewikkeld op bed zag liggen, in diepe slaap zo te zien. Ze keek het lab rond. Het voelde al doods aan, alsof er een ton zand op was gestort. Ze voelde zich verdoofd, alsof ze rondkroop over de bodem van de zee, waar het koud en donker was. Ze liep naar Minnies kooi en haalde ze eruit. De rat rende naar haar schouder en rolde zich daar op, haar staart als een lok langs haar rug. Op dat moment begreep Cassandra pas ten volle dat dit lab haar niet langer toebehoorde.

Ze pakte de half gevulde reageerbuis. Al sinds Minnies op hol geslagen transgen had ze twee keer per dag het bloed van Lawrence gecontroleerd om te kijken of hij niet dezelfde symptomen kreeg. Tot aan vanochtend was alles in orde geweest. Ze zette de reageerbuis terug in het rek. Het zou haar ongeveer tien minuten kosten om het bloed grondig te analyseren, maar daar had ze op dit moment de tijd niet voor.

'Hutton?' riep ze, maar ze kreeg geen antwoord.

Hij is zeker even naar het toilet, dacht ze. Ze ging op zoek naar de onderhuidse eicosanoïde-implantaten die Dillard voor Lawrence had geprepareerd. Ze pakte een plastic tas om ze erin te doen. Maar eerst moest ze hem vullen met pakjes droogijs. Ze liep het lab uit en de gang in naar de kleine keuken waar een ijsmachine stond en een tweede koelkast die ze gebruikten voor de opslag van bloed en DNA-monsters en de doorzichtige plastic ijszakjes. Bij het naar binnen lopen draaide ze het licht aan.

Hij zat op de keukenvloer, met zijn gezicht naar haar toe. Zijn keurig gepoetste schoenen hadden de kleur van ossenbloed. Hij knipperde niet toen ze het grote neonlicht aanknipte. Zijn ogen keken haar nietsziend aan.

Cassandra slaakte een kreet en ze zocht steun bij de muur om maar niet flauw te vallen. Toen draaide ze zich om en rende terug naar het lab.

Christopher kreeg het telefoontje van Cassandra terwijl hij geknield naast het ritueel verminkte lichaam van Reuven Esquival zat. Hij voelde zich doodziek. Hij wist dat hij Reuven in de steek had gelaten, maar hij wist alleen niet hoe. De ziekenbroeders hadden D'Alassandro al meegenomen naar de eerstehulppost van het St. -Vincentzieken huis, waar hij ook heen zou gaan als het team van de lijkschouwer was gearriveerd.

Jerry Lewis had zijn GSM uit de zak van zijn overjas gegrist toen het ding begon te rinkelen. Christopher hoorde hem enige tijd zachtjes in het apparaat spreken. Toen kwam hij op Christopher af en zei zachtjes: 'Chef, ik geloof dat je dit gesprek maar beter even kunt aannemen. Het is mevrouw Austin. '

Zonder op te kijken pakte Christopher de telefoon. Hij wilde zijn blik niet afwenden van Reuvens lichaam, alsof dit een soort straf was voor het feit dat hij hem en D'Alassandro niet had kunnen beschermen tegen het verraderlijke kwaad van de Witte Engel.

'Jon, ' hoorde hij haar zeggen. 'Jon, er is iets verschrikkelijks gebeurd. ' Hier ook, dacht hij.

'Wat is er aan de hand, Cass?' zei hij mat.

Ze was zo over haar toeren dat ze de veranderde klank in zijn stem niet hoorde. 'Hutton is vermoord. Er is geen bloed, maar zijn linkeroog is verwijderd. Naar de rest kun je wel raden. '

'O, Jezus. '

'Het is heel vreemd. Hij heeft twee verse blauwe plekken op zijn gezicht, precies op de plek waar je stoten zou verwachten tijdens een vuistgevecht. '

'Cass, gaat het een beetje?'

'Wacht, ' zei ze, zonder hem te horen. 'Er is nog meer. Lawrence is verdwenen. Hij heeft zijn bed zo opgemaakt dat het leek of hij erin lag te slapen. '

'Ik heb hem een week geleden geleerd hoe dat moest, toen wij beiden het lab uit zijn geslopen. Waren er tekenen van een gevecht in de geboortekamer?'

'Nee, nergens trouwens. Behalve dan die blauwe plekken op Huttons gezicht. '

Hij dacht even na. 'Heb je Sara al gebeld?'

'Ja, die heb ik als eerste gebeld. Ze zweert dat ze hem niet heeft gezien. Ik geloof haar, Jon. Ze klonk doodsbang. '

'Oké. Maak dat je daar weg komt. Nu. Als de politie komt, moet jij daar vooral niet rondhangen. Doe alsjeblieft wat ik zeg. Ik wil dat je bij Sara blijft. Het kan dat Lawrence langskomt om haar mee te nemen. '

'Hij heeft haar nog nooit een haar gekrenkt. '

'Ja, maar je weet nooit wat er nog kan gebeuren. Ik kom zo snel mogelijk ook daarheen. Houd ondertussen een oogje op Sara en laat niemand binnen. '

'Jon -'

'Cass, ik. moet nu ophangen. Ik zit hier met een enorme crisis. '

'Jon, heeft hij het gedaan?' Haar stem trilde. 'Is de band tussen Lawrence en de Witte Engel zo sterk geworden dat hij een moord kan begaan?'

'Dertig seconden geleden zou ik nee hebben gezegd. Maar nu weet ik het niet meer, Cass. Ik wou dat ik het wel wist. ' Hij staarde naar Reuvens lichaam en zijn hart zonk in zijn schoenen. Ik moet van de patholoog-anatoom het precieze tijdstip van overlijden van Dillard hebben, dacht hij. Zelfs de Witte Engel kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn.

'Chef. ' Dat was Jerry Lewis, die hem voorzichtig door elkaar schudde. 'Chef, het forensisch team is gearriveerd. '

Christopher schudde zijn hand af en wilde nog niet van Reuvens lichaam wijken. Wat had Cass op het honkbalveld ook alweer over Lawrence gezegd? Het is te snel. Als hij nu de Witte Engel ontmoet, zal dat beslist zijn dood betekenen. Ze had het evengoed over Reuven kunnen hebben.

Het gat in Reuvens gezicht leek wel een tunnel waardoor Christopher naar binnen werd gezogen in een draaikolk van verdriet en woede. De wereld verkleinde zich tot de meest pure essentie. Goed en kwaad; daartussen lag nu niets meer. Het was de wereld van de Witte Engel, de wereld waarin nu ook Christopher verkeerde - hij en Lawrence en Cassandra. Ze waren allemaal acteurs in het toneelstuk van de Witte Engel, marionetten die dansten op zijn perverse muziek.

Plotseling dook in zijn gedachten het citaat van T. E. Lawrence op dat Sara hem had voorgelezen: Ons doel was om de zwakste materiële schakel van de vijand te vinden en die te bestoken tot de tijd ervoor zorgde dat ze over de gehele linie zouden instorten. Sara had hem verteld dat T. E. Lawrence wist dat de Arabische wil sterker was dan die van de Turken, dat hij wist dat hij die uiteindelijk zou kunnen breken.

Dit was het inzicht waar hij al die tijd naar had gezocht, wat al die tijd voor het grijpen had gelegen.

Terwijl hij nog een keertje de slachting de revue liet passeren die de Witte Engel over hem had uitgestort, zag Christopher het achterliggende plan. Hij was bezig Christophers zwakste schakel te bestoken tot die het begaf. Hij had Bobby vermoord, vervolgens was hij begonnen aan Christophers team. Reuven was dood en D'Alassandro uitgeschakeld. Wie was er nu aan de beurt?

Lawrence.

Lawrence was verdwenen. Of hij had Dillard zelf vermoord of hij wist wie het gedaan had. Maar als hij het niet gedaan had, waarom was hij er dan vandoor gegaan? Christopher, die voor het eerst sinds Andy's dood tegen zijn tranen moest vechten, voelde zich alsof hij inwendig bloedde. Zijn hart werd verscheurd. De kloon had zich nog niet door Christophers pantser heen gewurmd of zijn ware aard was bovengekomen. Het is mijn fout, dacht Christopher verbitterd. Ik heb hem geleerd de zaak te beduvelen en als een meesterleerling heeft hij dat tegen mij gebruikt. Hij heeft mijn vertrouwen gewonnen, precies zoals het moest. En toen deed hij wat zijn genen hem dicteerden.

Het had geen enkele zin het te ontkennen. De kloon had aan zijn ware roeping beantwoord. Moge God ons allemaal bijstaan, dacht Christopher. Lawrence was nu een nieuwe Witte Engel, losgelaten in een stad met tien miljoen inwoners.