9
Een diepe stilte begroette Christopher in het souterrain. Hij had de route gevolgd die de Witte Engel volgens de oude vrouw had genomen. Hij bevond zich in de laatste rij flats van het enorme sociale-woningbouwproject dat de gemeente hier in de jaren vijftig langs de East River Drive had uitgevoerd. Hij zette zijn GSM uit en haalde met zijn duim de veiligheidspal van zijn wapen over.
In de kelder hing een scherpe, dierlijke lucht die ratten zo groot als katten aantrok. Hij bewoog zich met een minimum aan geluid en zette zijn voeten zo neer dat de steentjes op de vloer zijn aanwezigheid niet zouden verraden.
In de vettige, stinkende duisternis van het souterrain voelde hij zich als een slaapwandelaar in het rijk der doden. Hij was niet van plan nodeloos risico te lopen, maar hij wilde ook niet werkeloos toezien. Er was te veel gebeurd, te veel bloed gevloeid. Hij kon het niet ontkennen, hij had al op deze confrontatie geaasd sinds hij Bobby dood in het politiebureau had zien liggen.
De kelder was een doolhof van kleine, volgepakte hokken waarin de huurders hun overbodige troep hadden opgeslagen. Met de neus van zijn schoen controleerde hij donkere hoekjes en de onderkant van stapels plastic zakken tot barstens toe gevuld met God mocht weten wat voor rotzooi. De kale peren die in ouderwetse porseleinen fittingen waren gedraaid, verspreidden een onrustig licht dat meer vervormde dan het onthulde. Hij had het liefst zijn zaklamp gebruikt, maar de bewegende lichtstraal zou zijn aanwezigheid verraden.
Hij snoof de geur op van gebakken banaan en volgde dat reukspoor als een bloedhond. Een eindje voor hem uit, aan het eind van het souterrain, zag hij licht schijnen uit een open deur naar weer een ander hok. Uiterst behoedzaam sloop hij erop af en gluurde naar binnen. Het hok was ingericht als een eenkamerappartement. Langs de rechter muur stond een smal veldbed met daarop een legergroene deken en een van die kleine kussentjes die je in een vliegtuig kreeg. Tegen de achtermuur stond een vele malen gerepareerde tafel met daarop een kookplaat, enkele kartonnen bekertjes, plastic eetgerei en een paar stopflessen met een heldere vloeistof erin. Aan een paar in de betonnen muur geslagen spijkers hingen wat kleren - inclusief een spijkerjack.
De linkerkant van het hok was vanuit Christophers positie niet goed te zien, maar hij zag wel de uit tijdschriften gescheurde foto's die aan de muur waren geplakt. Zijn adem leek te bevriezen in zijn longen. Tussen de reclamefoto's hing ook een polaroidfoto van een jong meisje - Christophers portiekkind - dat hem met haar levenloze ogen aankeek alsof ze hem verweet dat hij deze dodelijke aanslag had laten gebeuren.
Zijn aandacht werd afgeleid door een plotselinge beweging in het geïmproviseerde appartement. Iemand dook op vanuit de linkerkant en stond nu met zijn rug naar Christopher toe over de kookplaat gebogen om in een beroete koekenpan te roeren. Bakbananen spetterden. De gestalte droeg een spijkerbroek, een gebleekt flanellen overhemd, een honkbalpet met de klep naar achteren en modderige werkmansschoenen. Echt zo'n Marlboro-type, had Kenny gezegd.
Daar gaat-ie dan, dacht Christopher, en hij hief zijn pistool en stoof de kamer in. Met zijn linkerhand trok hij de honkbalpet van het hoofd, zodat haar zo wit als melk vrijkwam. Hij draaide de man met een ruk aan zijn schouder om en haalde uit met de kolf van zijn pistool. Één klap en het zou voorbij zijn, dan waren de neus en het jukbeen van de Witte Engel verbrijzeld en liep zijn bloed over het ruwe beton. De beelden van Bobby Austin en het zwerfmeisje gleden aan zijn geestesoog voorbij als de schimmen van passie en wraak in een moraliteitsspel.
Op het moment dat hij het gezicht zag, had Christopher nog net genoeg tijd om het opzij te duwen, zodat de kolf erlangs schampte en tegen de betonnen muur sloeg. De man draaide om zijn as, doodsbang, en zakte toen op de vloer.
Over de zwerver heen gebogen, deze vreemdeling van wie het gezicht in niets op dat van de Witte Engel leek, met bonkend hart en oren die suisden van een teveel aan adrenaline, dacht Christopher: Hij heeft me belazerd. Hij liep naar de muur en scheurde er de polaroid van af. Hij hurkte naast de nog steeds doodsbange man en duwde de foto zo ongeveer in zijn gezicht.
De man schudde zijn hoofd en er rolden tranen langs zijn wangen. Christopher nam even de tijd om hem naar zijn bed te slepen en de zijkant van zijn hoofd te bekijken. Er was wat huid verdwenen, maar erger was de diepe snee waaromheen de huid al begon op te zwellen. Binnen een uur zou die alle kleuren van de regenboog vertonen.
Christopher liep naar de stopflessen en deed ze open. In eentje zat goedkope gin waarvan de tranen hem in de ogen sprongen. Hij nam de fles mee en gooide een flinke straal over de wond van de man, die ineenkromp en luid kreunde.
De zwerver, die zei dat hij Guy heette, 'gewoon, Guy', had geen idee hoe die foto op de muur terecht was gekomen. Hij had het meisje ook nog nooit gezien. Hij beweerde dat hij de kleren gekregen had van dezelfde man die zijn haar geverfd had - zijn schedel prikte nog steeds van de peroxide - een man die diep gebruind was en hetzelfde witte haar had als hij nu. Het was bedoeld als een grap, had de man gezegd, en Guy had hem geloofd. Waarom ook niet? Bovendien kon hij de kleren goed gebruiken, net als het biljet van twintig dollar dat de man in zijn zak had gestopt. Toen Christopher hem de politiefoto van de Witte Engel liet zien, zei Guy: 'Hij had een grote snor, zo dik als een touw, en een puntbaardje, maar hij is het wel. ' Christopher vertelde hem wie die man was, en Guy begon van ontsteltenis weer te huilen. Hij hield zijn hoofd in zijn handen en wiegde jammerend heen en weer, tot Christopher hem vroeg wat er aan de hand was.
'Mijn hoofd, ' kreunde hij, 'het tolt en ik kan niet goed denken, de pijn is te erg, wat heb je met me gedaan?'
De manier waarop hij slinks omhoogkeek naar Christopher, om vervolgens weer snel zijn blik af te wenden, deed Christopher vermoeden dat hij een slaatje uit de situatie wilde slaan. Maar Christopher wilde toch ook niet het gevaar lopen dat Guy een hersenschudding had, dus pakte hij hem voorzichtig bij zijn elleboog. 'We laten wel een röntgenfoto maken en geven je iets om de pijn te verzachten. '
Gedwee pakte Guy het spijkerjack van de haak en Christopher deed de kookplaat en de lichten uit. De kelder zoemde van het elektrische leven: boilers die hitte leverden, pompen die water leverden en verwarmingsbuizen die heet water leverden. Ergens voor hen, in een hoek, doemde het vuilverbrandingsapparaat op, al niet meer in gebruik sinds de stad jaren geleden maatregelen tegen de luchtvervuiling had genomen. Toch werd de atmosfeer hier beneden nog verpest door stof en cement en langzaam verpulverend isolatiemateriaal.
'Ik heb niets verkeerds gedaan, ' sputterde Guy. ik heb alleen die knakker een plezier gedaan, zodat ik weer een dag kon leven. '
'Niemand beweert ook dat je iets verkeerds hebt gedaan. '
'Nou, dat optreden van jou gaf me anders wel die indruk. ' Guy hield nog steeds zijn hoofd vast.
'Is de pijn al wat minder?' vroeg Christopher.
'Nee. ' Guy begon te lachen, om even abrupt weer op te houden omdat, zoals hij zei, dat lachen de pijn alleen maar erger maakte. 'Mijn pa was boer in de buurt van Rhinebeck. Maar ja, een stadsjongen als jij heeft natuurlijk nog nooit van Rhinebeck gehoord. '
'Zeker wel, ' zei Christopher. 'Ik bracht daar in mijn jeugd de zomers door. '
'Echt?' Guy bewoog zich langzaam en omzichtig door de slecht verlichte kelder, alsof ook zijn benen niet goed meer functioneerden. 'Nou, mijn pa wist als boer wel een en ander van pijn. Ik red me wel. '
'Dat geloof ik graag, ' zei Christopher.
Ze waren bijna bij de trap omhoog naar de straat toen Guy zei: 'O, verdomme, ik heb mijn medicijnen in mijn hok laten liggen. Ik krijg astma van die rotstad. Ik heb mijn respirator nodig. '
ik zal hem wel halen, ' zei Christopher. 'Blijf jij waar je bent en rust een beetje uit. '
De metalen respirator lag waar Guy had gezegd dat hij zou liggen, in een kartonnen beker op de oude tafel. Christopher wierp nog een laatste blik in het vaag verlichte vertrek en op de met halfnaakte modellen uit Calvin Klein-advertenties behangen muren. Bij de meeste kon je niet eens zeggen waar de advertentie over ging; het enige wat je zag was het model en wat ze vertegenwoordigde. Christopher verbaasde zich over een cultuur waarin fabrikanten kinderen moesten erotiseren om hun merknaam aan de man te brengen.
Hij pakte de respirator en liep terug naar waar hij Guy had achtergelaten. Een onnatuurlijk grote rat zat ineengedoken naast de vuilverbrander en poetste zijn snorharen. De rode oogjes volgden hem behoedzaam. De rat had de bezitterige houding van een forens die op zijn zitplaats in de ochtendtrein wachtte.
Guy was niet waar Christopher hem had achtergelaten. Christopher knipte zijn kleine zaklamp aan en draaide langzaam om zijn as. Hij riep Guy's naam. Er kwam geen antwoord.
Hij begon zich zorgen te maken dat Guy toch ernstiger gewond was dan hij had gedacht. Hij was waarschijnlijk ongemerkt afgedwaald. Misschien was hij wel bewusteloos, had hij een interne bloeding. Christopher liep naar de onderkant van de trap, maar ook daar geen enkel teken van de zwerver. Hij keerde terug op zijn schreden.
Bij het enorme gevaarte van de vuilverbrander bleef hij staan. Toen de lichtbundel over het oppervlak gleed, zag hij dat de voordeur op een kier stond. Hij wist zeker dat die dicht was geweest toen Guy en hij er daarnet langsgelopen waren. Hij trok de deur open en liet de lichtbundel van zijn lantaarn door het verroeste interieur dansen. Dat was niet leeg.
Guy lag op het bed van oude as, zijn huid en kleren besmeurd met het oergrijs van een krokodil. Zijn hoofd lag het dichtst bij de deur en Christopher kon zien dat een of ander scherp instrument of wapen zijn linkeroog had doorboord. Er was geen bloed, maar Guy was beslist dood. Zijn andere oog, omhooggerold in een laatste stuiptrekking, leek Christopher in een stil verwijt aan te staren.
Met een holle dreun gooide hij de voordeur helemaal open en trok Guy tegen alle voorschriften in uit de vuilverbrander. Hij vond het op de een of andere manier ongepast dat een man als Guy, een boerenzoon die was geboren en getogen onder een weidse hemel, met de hete adem van de zon en de koele kus van de regen op zijn huid, zou eindigen in een smerige, benauwde crypte in een vervallen kelder in de grote stad.
Hij zat gehurkt naast Guy toen hij het zachte geschraap hoorde, als van een schoen die over de ruwe, cementen vloer streek. Zonder te bewegen schatte Christopher in waar het geluid vandaan kwam. Achter en voor hem hingen schaduwen die leken te wachten op een windvlaag die nooit zou komen.
Langzaam, heel voorzichtig, liep Christopher gehurkt naar achteren, tot hij volkomen was opgeslokt door de duisternis. Vervolgens kwam hij overeind, zijn revolver koel en geruststellend in zijn hand. Met drie snelle, geruisloze stappen liep hij achter om de vuilverbrander heen. Hij zag nog net de gestalte die in het duister van de kelder verdween.
Hij liep verder, tot hij weer aan de voorkant was, en kwam van achteren op de donkere hoek af die de gestalte gebruikte om zich te verstoppen. Hij hoorde heel zacht ademhalen, kon de lichaamswarmte van de ander al voelen. Hij stak de loop van zijn revolver in vlees en sloeg zijn linkerarm om de keel van de persoon voor hem.
Hij voelde een elleboog in zijn ribben, een hiel tegen zijn scheenbeen, en hij verstevigde zijn greep.
'Shit!'zei hij zacht.
'Chef?' zei Lewis. 'Ben jij het?'
'Godverdomme, man, ik brak bijna je nek. ' Hij liet los en de twee agenten keken elkaar aan.
'Hij was hier, ' zei Christopher. 'Hij heeft een zwerver vermoord die dit souterrain als onderdak gebruikte. '
'Nou, hij is niet naar buiten gekomen, ' zei Lewis. 'Dat weet ik wel. '
'Je vergist je. ' Christopher schudde zijn hoofd. 'Hij is verdwenen. '
'Maar hoe dan?'
Nu voegde ook de rest van Lewis' team zich bij hen. Binnen enkele minuten hadden ze de oude, roestige kolenval ontdekt. Die kwam uit op een steeg en was aan het oog onttrokken door een groen metalen vuilnisbak die voor de roestige deuren was geschoven.
'Zo is hij dus verdwenen, ' zei Christopher.
Lewis, die het vuilnisvat opzij schopte, met als enig resultaat dat er een snerpende pijn door zijn been schoot, zei: 'Shit! Ik heb het verpest, chef. '
'Die klootzak is ons vandaag te slim afgeweest, " zei Christopher, die met moeite zijn teleurstelling kon wegslikken. 'Laten we ervoor zorgen dat ons dat niet nog eens gebeurt. '
In Seven Pillars of Wisdom schrijft Lawrence hoe hij de vijand wist te overwinnen: 'Als we geduldig waren en bovenmenselijk bedreven, zouden we... de overwinning kunnen behalen zonder strijd, door onze voordelen mathematisch en psychologisch uit te builen'. Natuurlijk gebruikte hij alle vaardigheden van de in de woestijn opgegroeide bedoeïnen die hij onder zijn bevel had: hun 'mobiliteit, hardheid, zelfverzekerdheid, kennis van het land, en intelligente moed' om de vijand psychisch uit te putten, zijn wil te breken en hem, figuurlijk gesproken, tot op de huid uit te kleden alvorens de laatste, beslissende klap uit te delen.
Na zijn uitstapje naar het souterrain heeft de Witte Engel een reden in dezelfde termen over de overwinning te denken als T.E. Lawrence vroeger deed. Hij staat in het midden van zijn eenkamerappartement en bereidt zich voor op de inname van de pijnappelklier die hij nog maar zo kort geleden van de zwerver had weggenomen.
Hij is altijd alleen. Altijd en voor eeuwig. Zelfs al is Faith met hem, zelfs al is mama met hem, zelfs al zijn de God van de wraak en het bloed met hem, hij is toch helemaal alleen in de grote, dodelijke woestijn. Zal er dan nooit een eind aan komen, vraagt hij zich af', aan dit afschuwelijke alleen zijn?
Na zijn poeders met vijzel en stamper te hebben vermalen en ze te hebben vermengd met de juiste vloeistoffen, houdt hij het gemene brouwsel in zijn keel terwijl hij de pijnappelklier tussen zijn lippen stopt. Hij kauwt, langzaam en meditatief. Zijn ogen zijn gesloten en een ader op zijn slaap gaat steeds sneller kloppen. Dan slikt hij en zijn bewustzijn vloeit weg als een rivier die tegen de berg op naar zijn bron stroomt.
De winters zijn uitzonderlijk hard voor Faith; de vorst kleurt de toppen van haar lange vingers en tenen blauw. Handschoenen bieden onvoldoende bescherming; en dat geldt ook voor de hoge laarzen die mama voor haar koopt. Ze heeft een broze gezondheid, nog verergerd door haar lange verblijf in de hete moerassen van Louisiana waar mama haar heen stuurde toen ze twee was.
Ze komt direct na papa's dood terug, in een winterse storm, en drie jaar later, in zo'n zelfde storm, sterft ze bijna.
De kraai, een spotziek, onbetrouwbaar sujet, wijst de Witte Engel waar ze ligt, nauwelijks meer dan een kilometer van het huis, maar verdwaald, verblind door de sneeuw, uitgeput door de onbarmhartige kou. Na in een kringetje te zijn rondgelopen, is ze tegen een sneeuwwal in elkaar gezakt, gelukkig voor haar in de luwte ervan, en hij, ongerust over haar wegblijven, zadelde de ruin en ging achter haar aan met over de knop van zijn zadel de handgeweven Shawnee-deken die mama haar had gegeven. Het is tegen Kerstmis en mama is natuurlijk afwezig, behalve dan het blauwe licht dat ze uitstraalt, als een satelliet die de zon reflecteert, en dat is hem wel zo lief. Was ze er wel geweest, dan zou ze hem met de zweep hebben gegeven omdat hij Faith uit het oog had verloren. Dat vooruitzicht zou hem geen angst hebben ingeboezemd; hij herinnert zich nog goed de koperachtige smaak van bloed in zijn mond. Hij zou nog liever bewusteloos raken dan een kik te geven, zoals mama het liefst zou zien.
Hij knielt naast Faith en draait haar om. Haar lippen zijn blauw en op haar gezicht ligt een ijzige laag, maar hij kan toch nog vaag haar geur ruiken, een mengsel van glycerinezeep en rozen. Hij wikkelt haar in de Shawnee-deken, tilt haar in het zadel, pakt de teugels en rijdt stapvoets terug, door de sneeuw en de wind naar het donkere, spelonkachtige huis waaruit hij alleen maar wil ontsnappen.
Later, uitgestrekt bij het vuur, roept ze zijn naam. Het effect op hem is ingrijpend. Het geeft hem het gevoel alsof hij zijn hand door een glazen ruit steekt, alsof een ader openspringt en de pijn eindelijk als bloed uit hem vloeit.
Samen, verbonden door de stilte en een intimiteit die hij niet kan begrijpen, delen ze hun gebruikelijke Hershey-reep, allebei een helft, en even is er geen pappie, geen mama, geen wrekende God van hel en verdoemenis, geen wereld buiten deze nietige oase in de uitgestrektheid van een meedogenloze woestijn.
Het duurde niet lang tot D'Alassandro en haar forensische team kwamen opdraven. De mensen van de patholoog-anatoom arriveerden vlak daarna en de kelder kreeg iets van een slagveld vlak na de strijd. Na D'Alassandro's regen van vragen te hebben beantwoord, reactiveerde Christopher zijn GSM weer en belde Esquival.
'Reuven, heeft dat vingerafdrukkenonderzoek al iels opgeleverd?' vroeg Christopher vermoeid.
'Nada, niente, niets. '
'Shit, we hebben er weer twee lijken bij. '
'Wat fijn; de pers is al door het dolle heen, maar nu zullen ze ons helemaal uitpersen. Er zijn al drie dagelijkse tv-programma's die zich alleen nog maar met deze zaak bezighouden. En D'Alassandro kan je wel vertellen hoeveel websites er inmiddels aan de Witte Engel gewijd zijn. Het moeten er meer dan honderd zijn. Het lijkt wel of elke randdebiel er een theorie over heeft. '
'Fantastisch. Gisteren kreeg ik een telefoontje van Vanity Fair. Dominick Dunne gaat elke week over de zaak schrijven. En het hoofdbureau heeft al voor mij bedoelde telefoontjes van de grote studio's in Hollywood onderschept. '
'Volgens mij moet je eens aan een agent gaan denken, ' zei Esquival.
'Ja, precies. ' Christopher zag de grijns op Reuvens gezicht al voor zich. 'Om nog maar niet te praten van de komende persconferentie van Brockaw. Hoe moeten we in vredesnaam voorkomen dat het grote publiek in paniek raakt?'
'O ja, voor ik het vergeet, ik heb een vreemd telefoontje van dr. Austin gekregen. '
'Hoezo vreemd?'
'Nou ja - wacht even, dan kijk ik hoe laat ze precies gebeld heeft. Ja, hier heb ik het. Het telefoontje kwam binnen toen jij in die kelder rondspookte. Waar het om gaat, chef, is dat ze nogal overstuur was, bijna alsof ze wist dat er problemen waren. '
'En jij hebt haar niets verteld?'
'Ben je gek? Nee hoor. Maar toch... ik kreeg het gevoel dat ze me niet geloofde. '
Christopher vroeg zich af wat er aan de hand was. 'Oké, ik handel dit verder wel af, ' zei hij.
Hij bracht Esquival snel op de hoogte van de ontmoeting in het souterrain. 'De Witte Engel heeft zijn uiterlijk veranderd; hij draagt nu een snor en een sikje. En gezien de tijd die verlopen is sinds we hem in hechtenis hadden, zullen die allebei wel vals zijn. Verander de foto's die we van hem verspreiden, maar niet alleen wat die haargroei betreft, want hij zal ongetwijfeld nog wel vaker van uiterlijk veranderen. Hij zal ook zijn witte haar wel hebben geverfd; dat zou ik in zijn plaats zeker doen. Laat onze tekenaar portretten maken met een volle baard, lang haar, donker haar, een bril, nou ja, je weet wel. '
Hij verbrak de verbinding. 'Als je me nodig hebt, ben ik in het lab, ' zei hij tegen D'Alassandro, terwijl hij zijn telefoon weer in zijn zak stopte.
'Heb je nog even?' Ze gaf de net binnengekomen politiefotograaf aanwijzingen over het soort foto's dat ze wilde en nam toen Christopher apart. 'Luister eens, chef, gaat het een beetje? Van wat ik tot nu toe heb gezien, was het hier beneden niet bepaald een picknick. Waarom neem je niet even een uurtje rust, lekker in het zonnetje of zo. '
'Met mij is niets aan de hand, ' zei Christopher, bijna automatisch. 'Bovendien ga ik alleen Cassandra maar ophalen. Sara moet vandaag werpen in het stadskampioenschap. '
'Tja, en dan gaan onvermijdelijk je gedachten naar Bobby uit. '
'Hij zou een arm hebben gegeven om haar vandaag te kunnen zien. '
'Ja, ik weet het. ' D'Alassandro verplaatste zich, zodat ze tussen hem en het forensische team bij Guy's lijk in stond. 'Luister, chef, weet je wat ik denk?'
'Het maakt niet uit wat ik zeg. Je gaat het me toch wel vertellen. '
'Precies. Ik denk dat die schoft een spelletje met ons speelt. Hij heeft dit allemaal van tevoren bekokstoofd. Hij lokte je hierheen en vermoordde iemand zo ongeveer achter je rug. Wat heeft die man voor perverse geest?'
'Het is geen spelletje, ' zei Christopher. 'Niet voor hem. Ik heb het je al eerder gezegd: het is oorlog. '
'Ja, ik zie nu dat je gelijk hebt, ' zei ze, terwijl ze een blik over haar schouder wierp. 'Het enige probleem voor ons is dat het een oorlog zonder regels, zonder grenzen, ja zelfs zonder een vastomlijnd strijdperk is. '
'Denk je?' Christopher streek met een hand over zijn ogen. 'Ik heb maar steeds het idee dat het antwoord voor het oprapen ligt. Als ik het maar zag. '
D'Alassandro legde even kort een hand op zijn arm. 'Ga er nu maar even tussenuit, chef. Zo'n honkbalwedstrijd zal je goed doen. Je ziet eruit als een -'
'Als je het zegt, ' waarschuwde Christopher, 'vlieg je eruit. '
De hele weg naar het Vertex-lab dacht Christopher na over wat D'Alassandro had gezegd. Hij wist dat hij nog voornamelijk op nerveuze energie dreef, wist ook uit ervaring hoe verraderlijk dat kon zijn, maar hij wist tevens dat hij nu niet kon ophouden, dat hij zich geen rust kon permitteren. Hij zat de Witte Engel steeds dichter op de hielen; hij voelde het elke keer als hij in de wereld van de kloon binnentrad. Hun psychische band werd sterker. Het was gewoon een kwestie van tijd - en hoe weinig tijd hadden ze nog maar! - en de kloon zou een kristalheldere gedachte uit het hoofd van de Witte Engel opvangen en dat zou hen vervolgens naar de moordenaar leiden.
Dwars door deze gedachten heen doken beelden op van het meisje en van Guy. Ondanks al zijn training voelde hij zich door die beelden verzwakt, alsof zijn eigen vlees door aasgieren van zijn lichaam werd getrokken, en dat verbaasde en schokte hem. Hij had zich sinds zijn eerste jaren bij de politie niet meer zo kwetsbaar gevoeld. Maar toen hij bij het lab arriveerde, waren er andere dingen die hem in beslag namen. Cassandra keek hem met grote schrikogen aan.
'Jon, God zij dank is er niets met je aan de hand. ' Ze sloeg haar armen om hem heen en haar woorden kwamen er in sneltreinvaart uit. 'Lawrence heeft weer een visioen gehad. Hij zei dat je op die donkere, gevaarlijke plek was die hij al eerder heeft gezien. Hij beschilderde zijn gezicht en wierp zich tegen de deur van de geboortekamer om maar naar jou toe te kunnen, maar Dillard had de kamer op slot gedaan, dus dat lukte niet. Ik probeerde je te bellen, maar kreeg geen gehoor. '
Christopher duwde haar iets van zich af, zodat hij haar aan kon kijken. 'De kloon wist waar ik was?'
'Hij zei dat hij je zag -'
Christopher kreeg een heel vreemde gewaarwording. 'Cass, ik was in een souterrain. '
'Hij zei dat je daar niet alleen was en hij had gelijk, hè?'
Christopher knikte zwijgend.
'Wat is er precies gebeurd?' Ze keek hem doordringend aan en was bang om hetgeen ze in zijn ogen zag. 'Jon, vertel het me, alsjeblieft. Ik ken je te goed. Het is verkeerd om het voor je te houden. '
Dus vertelde hij haar hoe de Witte Engel hem er in geluisd had, hoe hij opzettelijk dat meisje te pakken had genomen, omdat hij wist dat Christopher haar probeerde te helpen. Hij had haar vermoord, zijn weerzinwekkende rituelen uitgevoerd en haar toen naar het dierenkerkhof gesleept, in het volle zicht van de alcoholistische bemoeial en in de zekerheid dat Christopher hem uiteindelijk zou ondervragen en het souterrain zou ontdekken waar hij wachtte op het juiste moment om Guy te vermoorden.
'Mijn God, nee, weer twee mensen dood. ' Cassandra ging met haar hand door het haar. 'Maar waarom zou hij dat doen? Waarom zou hij het risico lopen dat jij hem zou pakken?'
'Goeie vraag, ' zei Christopher. 'De Witte Engel veranderde zijn aanpak enigszins toen hij William Cotton vermoordde, de man in het Tompkins Square Park. Wij dachten dat de "x"-factor - dat wat hem van methode deed veranderen - Cotton was; maar elk spoor in die richting liep dood. Ik begin nu te geloven dat alles naar mij leidt. '
Cassandra keek hem stomverbaasd aan. 'Naar jou?'
Christopher knikte. 'Het is een of ander buitenissig krijgsplan dat volgens mij als volgt werkt: hij doodt Cotton en wordt gepakt. Wij denken dat we geluk hebben, maar nee - het blijkt dat hij gepakt wilde worden. Waarom? Zodat hij er onder onze neuzen weer vandoor kan gaan. En hij komt ook van aangezicht tot aangezicht met mij. Hij ontsnapt en vermoordt daarbij drie van mijn mensen plus Bobby, omdat ik Bobby er altijd bij haal als er een belangrijke zaak is.
Maar dat is voor hem allemaal nog niet genoeg, o nee. Hij houdt me in de gaten, ziet me naar binnen gaan bij No-Name, ziet me praten met het meisje. Vervolgens gaat hij achter haar aan, alleen omdat ze iets met mij te maken heeft en hij weet dat ik achter haar aan zal gaan als ze verdwijnt. Dus zorgt hij ervoor dat hij met haar gezien wordt, zorgt hij ervoor dat die tante bij het souterrain hem ziet, zorgt hij ervoor dat ik linea recta naar die kelder ga, waar hij zich verstopt. Hij heeft nu de volledige controle over me: hij is aan me ontsnapt en heeft in mijn aanwezigheid iemand vermoord. '
'Maar wat voor strijdplan is dat?' vroeg Cassandra.
Christopher draaide zich om en maaide met een wild armgebaar een aantal reageerbuisjes en pipetten tegen de grond. 'Als ik dat verdomme eens wist. '
'Jon. ' Cassandra raakte hem aan, voelde hoe koud hij was en wilde hem verwarmen, wilde de pijn bij hem wegnemen, zoals hij dat eerder bij haar had gedaan. 'Alsjeblieft, kwel jezelf niet zo. '
Christophers gezicht was een en al emotie. 'Jezus Christus, Cass, die moord op Bobby was al erg genoeg, maar te weten dat de Witte Engel mij achtervolgt en met opzet een arme zwerfster uitkiest, alleen omdat ze met mij gepraat heeft, is moeilijk te verwerken. ' Hij sloeg met zijn vuist op de met zink beklede werktafel. 'God, ik moet hem vinden voor hij weer moordt! De kloon is mijn enige kans, Cass. ' Christopher keek om zich heen. 'Ik moet met hem praten. Nu. '
'Dat is nu juist het verschrikkelijke, Jon, ' zei ze, terwijl ze hem meetroonde naar de geboortekamer. 'Ik ben er even uit geweest - niet meer dan tien minuten, ik zweer het je - om nog wat chocoladerepen voor hem te halen, en toen ik terugkwam -' Haar arm beschreef een boog die de hele geboortekamer bestreek. 'Lawrence is weg. In rook opgegaan. '
'W-wat is dit?'