3

Onderweg naar het appartement van de Austins zag Christopher Sara. Ze liet haar zilverkleurige weimaraner. Hond genaamd, uit. Hij drukte op de claxon, parkeerde op een plek met Verboden te parkeren en draaide het politieschildje in zijn auto voor de voorruit. Sara had haar Walkman op, dus drukte hij nog eens langdurig op de claxon.

Ze draaide zich om op het moment dat hij uit de auto stapte en zette direct haar koptelefoon af. 'Oom Jon!'

Hond blafte en drukte kwispelstaartend zijn kop in Christophers handen.

'Hoe gaat het ermee, jongen?' zei Christopher, voor hij Sara optilde en haar rondzwierde. Terwijl hij dat deed, verbaasde het hem opnieuw hoe onstuimig het leven in haar klopte. Het was grappig, dacht hij, hoe lang vergeten herinneringen in een oogwenk weer konden opvlammen, zodat het leek alsof het gisteren gebeurd was. Hij herinnerde zich het moment dat hij Bobby aan Cassandra had voorgesteld. Het was alsof hij de echo van een geweerschot langs een bergkam hoorde, of een deur die werd dichtgeslagen in een zelf gecreëerde gevangenis. Op dat moment was zijn leven op een ander spoor terechtgekomen, een spoor waarvan hij tot dan toe het bestaan niet had vermoed. Hij had moeten toezien hoe Cassandra bij hem vandaan liep, en hij wist toen in zijn diepste binnenste dat ze nooit meer terug zou komen.

'Hoi, schatje, ' zei hij, terwijl hij haar weer neerzette. 'Heb je mama ook gezien, vandaag? Ik ben naar haar op zoek. '

Ze schudde haar hoofd. 'Toen ik thuiskwam van school, heeft ze me vanuit het lab gebeld. Ze zei dat ze over niet meer dan een uur thuis zou zijn. ' Ze grinnikte. 'God, het lijkt wel of ik je al in geen eeuwen meer gezien heb. '

Terwijl ze naar het tot appartement verbouwde pakhuis van de Austins liepen, stak ze lachend haar handen omhoog en zette hem de koptelefoon op. Rock'n'roll vulde zijn hoofd met een oorverdovend gebulder.

'Alice in Chains?'

Sara knikte. 'Je raadt het altijd goed. Mijn vader is gewoon onmogelijk. Hij kan Alice in Chains en de Smashing Pumpkins nog niet eens uit elkaar houden. ' Ze pakte de koptelefoon terug terwijl Christopher, die ineens weer helemaal aan Bobby herinnerd werd, de adem in zijn keel voelde stokken.

Toen ze het gebouw inliepen, vroeg hij zich af waar Cassandra in godsnaam mee bezig was. Het was duidelijk dat ze Sara nog niets over haar vader verteld had. De persconferentie kon elk moment beginnen en dan zou de hele wereld weten dat Bobby Austin dood was. Wat bezielde Cass om op een moment als dit naar haar lab te vluchten? Hij begreep er niets van.

Christopher dwaalde door het verbouwde pakhuis terwijl Sara controleerde of er nog boodschappen op het antwoordapparaat stonden. In Sara's slaapkamer stond op haar nachtkastje een groepje foto's. Hij pakte er eentje op en er ging een schok door hem heen. De foto was vijftien jaar oud: Christopher en Mercedes, die zo te zien hun bruiloftsreceptie verlieten. Zij had een rood mantelpak aan dat ze ook op hun huwelijksreis naar de Bahama's had gedragen, maar ze droeg ook nog haar bruidshoed en sluier, waar ze kennelijk maar moeilijk afstond van kon doen. Ze keek recht in de camera, en haar prachtige gezicht straalde van puur genot. Christophers haar was in die tijd langer. Hij had zijn trouwpak uitgetrokken en droeg een jack en een sportieve broek. Zijn hoofd was enigszins gedraaid en het was duidelijk dat hij naar iets of iemand net buiten beeld keek - misschien wel, wie zal het zeggen, de schaduw van Mercedes' te vroege overlijden?

Christopher bekeek de foto eens wat beter. Onder het jack droeg hij, zag hij met een schok, een poloshirt dat hij van Cassandra had gekregen.

Hij zette de foto weer neer en pakte die waar Andy op stond. Christophers zoon was gefotografeerd zonder dat hij er erg in had. Hij was samen met Sara, zij in haar honkbaltenue, hij met een pet van haar team die ze hem had gegeven. Was deze foto pas twee jaar geleden genomen?

'In mijn klas zit een jongen, Ben, ' zei Sara, die zo genadig was om zijn gedachtenstroom te onderbreken. Ze stond in de deuropening en keek naar hem terwijl hij Andy's foto weer neerzette. 'Hij zit in een rolstoel, maar dat is beter dan hoe hij vroeger was, toen hij in kritieke toestand in het St. Vincent lag. Een of ander stom jong, half blind van de whisky, reed met de Buick van zijn vader recht op hem in. Ben stond op de stoep, weet je, zomaar. Hij wilde net de straat oversteken. ' Christopher, die haar vanaf de andere kant van de kamer aankeek, zag met een schok de donkere, intelligente ogen van Bobby naar hem kijken. 'Ik bedoel, het was anders dan met Andy, dat weet ik. Hij is niet zomaar gevallen. '

Nee, dacht Christopher, hij niet.

'Maar toch lijkt dat met Ben ergens heel veel op Andy. Er is diezelfde enorme droefenis, alsof zijn hele leven op zijn schouders drukt. Als ik bij hem ben, zou ik het liefst huilen. Ik vraag me wel eens af of hij misschien gewoon voor die auto wilde lopen, net zoals Andy wilde springen. '

'Ik weet het niet, schatje. ' De pijn over de dodelijke val van zijn zoon zeurde nog steeds met een dof gevoel achter Christophers ogen. Hij kon ernaar klauwen, maar hij zou hem nooit kwijtraken.

'Soms willen mensen dat, denk ik. '

'Hoe bedoel je?' Christopher had het gevoel dat de foto hem beschuldigend aankeek. Je hebt te weinig gedaan, leek Andy te zeggen. Waarom heb je me in dat lege zwembad laten springen?

Sara kwam op hem af en pakte hem bij de hand. Ze trok hem mee terug naar de woonkamer. 'Ik denk dat Andy wilde wat Ben ook wil, ' zei ze, 'wat iedereen wil, eigenlijk, gewoon gelukkig zijn. ' Ze hield haar hoofd schuin. 'Maar weet je, sommige mensen weten gewoon niet hoe dat moet. '

Christopher kneep in haar hand. 'Als ik maar geweten had hoe ik hem had kunnen bereiken. '

'Ik weet dat je je best hebt gedaan, oom Jon. '

Christopher werd verteerd door schuld. Maar het was niet alleen de schuld over Andy's dood. Want Bobby's dood had op de een of andere manier het zegel van Christophers ziel verbroken, de plek waar hij de waarheid had weggestopt: dat hij nooit meer een ander zo diep lief zou hebben, zo compleet, als Cassandra.

Hond begon te blaffen en Sara nam hem mee naar de keuken om hem eten te geven. Christopher pakte een boek op waarvan het omslag vol stond met Sara's kriebelige handschrift. Het heette Seven Pillars of Wisdom, van T. E. Lawrence. Zware kost voor een vijftienjarige, maar Sara was altijd al voorlijk geweest. Hij begon het eerste hoofdstuk te lezen. Lawrences stijl was dichterlijk, persoonlijk, maar toch ook heel vertrouwd. Hij las verder, als gedreven door een mysterieuze kracht. Toen kwam hij bij een passage die hem kippenvel bezorgde. Een mens verwerd heel makkelijk tot een heiden, maar bekering tot een ander geloof was veel moeilijker, las Christopher. Ik had de ene verschijningsvorm laten vallen, maar geen andere aangenomen en was nu als Mohammeds doodskist uit onze legende, met een daaruit voortvloeiend gevoel van intense eenzaamheid en een walging, niet voor andere mensen, maar voor alles wat zij doen.

Met bonkend hart bladerde hij in zijn notitieboekje en herlas wat de Witte Engel op Bobby's computer had getypt vlak nadat hij hem vermoord had: 'Ik word heel makkelijk een ongelovige, maar zal nauwelijks tot een ander geloof bekeerd kunnen worden. Als een doodskist die op zijn last wacht, heb ik de ene verschijningsvorm van me afgegooid en nog geen andere aangenomen... ' Was dit citeren van Lawrence door de Witte Engel opzettelijk of onbewust?

Sara kwam de kamer weer in. Ze keek hem strak aan en hij voelde zich onrustig onder haar blik. 'Oom Jon, nu je toch hier bent... ik bedoel, kan ik even met je praten?'

Christopher liep naar haar toe. 'Je weet dat je dat altijd kunt. ' Hij pakte haar beet en trok haar tegen zich aan, waarbij hij min of meer citeerde wat ze altijd aan het eind van 'Hawaii 5-0' zeiden: 'Oké, Danno. Reken haar maar in. Moord in de eerste graad. Aloha. '

Zijn Steve McGarrett-accent was zo overdreven en zo slecht dat Sara onmiddellijk begon te giechelen. Christopher wiegde haar zachtjes heen en weer en zei toen heel zacht: 'Wat is er, schatje?'

Ze legde haar hoofd tegen zijn borst en sloot haar ogen. Na een heel lange tijd zei ze: 'Er is diep binnen in mij iets heel angstigs. Soms wordt het zo groot dat ik bang ben dat er geen ruimte is voor iets anders. '

'Waar denkt je dat die angst vandaan komt?'

Sara haalde haar schouders op.

'Maar je weet het wel, hè?'

'Mijn ouders gaan zo op in hun werk... Als ze ruzie hebben, lijkt er voor iets anders geen plaats meer - een woede die blijft kolken, maar die hen ook bij elkaar lijkt te houden. Waarom zijn ze zo kwaad, oom Jon?'

'Waarschijnlijk omdat ze zo in hun werk opgaan. Het moet voor henzelf ook beangstigend zijn. '

Sara wurmde zich uit zijn armen en keek hem aan. 'Denk je dat echt?'

Hij knikte. 'Dat gold in ieder geval voor mij toen Andy nog leefde. Ik denk daar tegenwoordig veel over na. De tijd die ik niet met hem doorbracht. ' Zijn hart brak; de wetenschap dat Bobby dood was, zat als een brok in zijn keel, als een vishaak die op het punt stond ook Sara te spietsen, als hij niet heel voorzichtig was, en haar onder water te trekken. Hij wist dat hij tegen haar moest praten alsof Bobby nog leefde. 'Maar je kunt niet met die angst blijven zitten, Sara. Je moeder zou zich rotschrikken als ze wist -'

'Je vertelt het haar toch niet, hè?' zei Sara, enigszins angstig.

'Natuurlijk niet, ' verzekerde hij haar. 'Ik ben net een priester die de biecht afneemt. ' Hij draaide haar om, zodat hij in haar ogen kon kijken. 'Trouwens, dat hoef ik ook niet, toch? Want dat zul jij zelf wel doen. '

'O nee, dat kan ik niet. Ze zijn niet zoals jij, oom Jon. Mam weet van voren niet dat ze van achteren leeft en papa verwacht alleen maar dat ik sterk ben. Dat is de enige manier, zegt hij, om een winnende werper te worden. '

Christophers GSM ging. Hij stak zijn wijsvinger op terwijl hij het ding openklapte.

D'Alassandro's stem klonk in zijn oor. 'We hebben een probleem. '

Christopher liep bij Sara vandaan. 'Zeg het maar. '

Hij hoorde de aarzeling in D'Alassandro's stem. 'Ben je op dit moment bij mevrouw Austin?'

'Nee. ' Christopher zag dat Sara in haar boek begon te lezen. 'Wat is er aan de hand?'

Hij hoorde D'Alassandro een diepe zucht slaken. 'Oké, er ontbreekt een bloedmonster in mijn koffertje. Van het gebroken raam waar die schoft door naar buiten is gevlucht. Ik heb het drie keer gecontroleerd en weet het zeker. Eerst dacht ik dat Esquival weer met een van zijn akelige grapjes bezig was, maar toen sprak ik met Lang, de agent die me hielp met het verzamelen van de monsters. Hij zegt dat toen ik in de verhoorkamer was, een vrouw op hem afkwam die zei dat ze met mij samenwerkte. Ze noemde me bij mijn voornaam. '

'Droeg ze een identiteitsplaatje?'

'Dat herinnert hij zich niet meer. ' Ze schraapte haar keel. 'Maar voor de rest herinnerde hij zich haar nog heel goed - omdat ze er zo fantastisch uitzag, zei hij, en zo behulpzaam was. Lang, kort blond haar, grijze ogen, gekleed in een olijfgroene overjas met epauletten, een diamanten armband om haar rechterpols, en ik zal maar niet herhalen wat hij over haar figuur zei. '

'O, Jezus. ' Christopher zag Sara naar hem kijken en schonk haar een geruststellende glimlach.

'Waarom zou Cassandra Austin zoiets doen, een bloedmonster stelen?' vroeg D'Alassandro. 'Ik bedoel, wat moet zij daar nou mee?'

'Geen idee, ' zei Christopher. Nu begon hij pas echt nieuwsgierig te worden naar wat Cassandra in haar lab uitspookte en dat belangrijk genoeg was om in een toestand als deze Sara alleen te laten. 'Maar ik zal er verdomme gauw genoeg achterkomen. Hoe gaat het verder?'

'Er is één positief punt. Ik durf te wedden dat al het bloed op dat raam van die schoft afkomstig is, ' zei D'Alassandro. 'Tot nu toe hebben we het nog aan niemand anders kunnen koppelen die op dat moment in het bureau was. Minpunt is dat de computer klaar is met zoeken. Deze knaap bestaat niet, in ieder geval niet officieel. '

'Terug naar af, verdomme. ' Christopher dacht even na. 'Ik wil dat je een exemplaar van Seven Pillars of Wisdom van T. E. Lawrence voor me regelt. '

'Wow. Zware kost voor een eenvoudige rechercheur. '

'Het heeft met deze zaak te maken. '

D'Alassandro's ademhaling ging sneller. 'Hé, betekent dat dat je een aanknopingspunt hebt?'

'Misschien, ' zei Christopher bedachtzaam, waarna hij de GSM weer in zijn zak stopte en terugliep naar Sara.

'Alles goed?'

'Zeker wel, ' loog hij, en hij keerde snel terug naar hun vorige onderwerp. 'Ik wil dat je met je moeder praat. '

'O, oom Jon -'

'Probeer het gewoon, oké?' Hij ging met zijn vingers door haar haar en lachte. 'Dat zal je mentale weerbaarheid goed doen. '

Ze lachte nu ook. 'Oké, maar ik kan je nu al vertellen dat het op een knallende ruzie zal uitdraaien. '

'Misschien verrast ze je wel, ' zei hij, en gebaarde naar het boek. 'Hoe komt het dat je daar zo in geïnteresseerd bent?'

'Ik heb Lawrence of Arabia gezien en werd verliefd op Peter O'Toole. ' Ze keek naar hem op. 'Nou ja, niet echt, hoewel hij er wel lekker uitzag in die film. Daarna vond ik dat ik maar eens moest uitzoeken wat de echte T. E. Lawrence zoal bezighield. '

'En, wat vind je ervan?'

'Ik denk dat die woestijnoorlog, die onafhankelijkheidsoorlog, hem veranderd heeft. ' Ze keek Christopher aan met de onwrikbare blik van haar vader alvorens zich weer op de tekst te richten. '"Ons doel was om de zwakste materiële schakel van de vijand te vinden en die te bestoken tot de tijd ervoor zorgde dat hij over de gehele linie zou instorten. '" Ze keek op. 'Kijk, dat wist hij van de Arabieren, dat hun wil sterker was dan die van de Turken, dat hij hen uiteindelijk zou kunnen breken. Maar ergens onderweg gebeurde er iets, iets onverwachts en verschrikkelijks. De oorlog maakte dat hij... ' Ze zweeg even, zoekend naar het juiste woord, en ging toen met haar vinger over de bladzij. '"Door ons eigen toedoen, '" las ze, '"werden we beroofd van onze moraal, onze wilskracht, onze verantwoordelijkheid, als dode bladeren in de wind. '" Ze keek weer op. 'Dat is er met hem gebeurd: hij werd een dood blad in de wind van de oorlog die hij streed. '

Ergens binnenin Christopher roerde zich iets toen ze dat zei, een mysterieuze gewaarwording, een schim van herkenning, alsof hij die woorden eerder had gehoord, of ze zou horen op een moment dat nog moest komen.

Hij schudde de angstaanjagende gewaarwording van zich af, boog zich naar haar toe en kuste haar op haar voorhoofd. 'Beloof me dat je me op de hoogte zult houden van jouw opinie over meneer Lawrence. Maar nu moet ik echt gaan. '

Ze keek hem aan. 'Ik denk dat Andy net zo gek zou zijn geweest op Lawrence als ik. '

Christopher bleef even staan. 'Ja, daar ben ik ook van overtuigd, schatje. '

'Als mama thuiskomt, zal ik zeggen dat je haar wilt spreken. '

Hij schonk haar een flauwe glimlach. 'Goed, en niet te snel volwassen worden, hè?'

Ze knikte. 'Oom Jon, ' zei ze plotseling, 'er is toch niets aan de hand?'

Sara keek hem heel lang aan en sloeg toen plotseling haar armen zo stevig om hem heen dat hij wist dat ze hem bij zich wilde houden. 'Kom alsjeblieft zo snel mogelijk weer langs. '

'Daar kun je van op aan, ' zei hij. Hij kuste haar zachtjes op haar wang en probeerde krampachtig het beeld van Bobby met de Bic-pen door zijn oog uit zijn gedachten te bannen.

Het Vertex Instituut had voor Cassandra een herenhuis van vier verdiepingen gekocht aan Grove St., ten westen van Seventh Ave. De directeuren van het instituut verkozen een herenhuis boven een qua oppervlakte groter pakhuis in Soho vanwege de privacy, zeiden ze. Lees voor privacy veiligheid. Vertex was een vooraanstaand bedrijf op het gebied van de biowetenschappen, en een van de twee belangrijkste particuliere deelnemers in HARP, het onderzoeksprogramma van de overheid naar het proces van het ouder worden. Het andere bedrijf was Helix Technologies. De twee ondernemingen waren concurrenten, bittere vijanden die elkaar voortdurend de loef probeerden af te steken. Omdat zowel Vertex als Helix kwetsbaar was voor kritische vragen vanuit het Congres en het publiek, was er heel wat ellebogenwerk nodig, waar Cassandra gelukkig niets mee te maken had. Gerry Costas hield haar goed afgeschermd van de politieke kant van zijn bedrijf.

Een vorige eigenaar van het pand moest iets van bomen hebben geweten, want in de kleine, vierkante achtertuin van het huis stonden een gewelfde paardenkastanje die in het voorjaar roze bloeide en een Japanse dwergahorn waarvan de bladeren in het najaar de prachtigste herfstkleuren kregen. Aan het eind van de tuin liep een kort, stenen pad naar een kleiner achterhuis.

Vertex had beide gebouwen volledig gestript en ze opnieuw en geheel naar Cassandra's wensen ingericht. Het resultaat was een reeks geheel op zichzelf staande labs waar al het werk in absolute afzondering kon worden gedaan.

Christopher was één keer bij Cassandra op haar werk langs geweest, en toen was hij samen met Bobby, die haar had willen verrassen. Het was drie dagen voor Thanksgiving; haar verjaardag. Ze werkte toen in het Medisch Centrum van de stad, aan First Ave. Christopher had de aardbeientaart gedragen die hij speciaal voor de gelegenheid gemaakt had, terwijl Bobby in zijn handen het verlovingscadeau koesterde dat hij voor haar had uitgezocht, een diamanten armband, die hij zich niet kon veroorloven maar die ze, voorzover Christopher wist, sinds die avond nooit meer had afgedaan.

Nog vele jaren daarna had hij zichzelf voor de gek gehouden met de gedachte dat ze die avond allemaal zo gelukkig waren geweest.

Nu was Christopher, die inmiddels tegenover het kwartet gewapende bewakers stond dat alle bezoekers aan het Vertex-lab controleerde, in een heel andere stemming. Hij werd bestookt door emoties die het hem moeilijk maakten zijn werk met de juiste professionele houding te benaderen. Ze waren goed, deze bewakers. Ze vergeleken zijn papieren met een computeruitdraai en lieten hem niet passeren voor ze het nummer van zijn ID-plaatje hadden gecontroleerd. Het leek absurd, bijna komisch, vier gewapende mannen die een wetenschappelijk laboratorium bewaakten, tot Christopher zich de dreigementen herinnerde die Dean Koenig jegens het lab had geuit. Een van de bewakers gaf hem een plastic pasje met zijn door de computer gescande foto erop. Hij kreeg aanwijzingen hoe hij bij Cassandra's lab kon komen, waar hij haar over haar aantekeningen gebogen aantrof. Maar voor hij op haar af kon lopen, kwam een knappe man met gekleurde contactlenzen tussenbeide.

'Kan ik u ergens mee van dienst zijn?' Hij had het enigszins overdreven Boston-accent waarvan Christopher altijd een beetje kriegelig werd, omdat het bijna altijd aanstellerij was.

Hij klapte zijn ID-kaart open en bestudeerde het gezicht van de knappe man. 'Kent u me nog, Doc?

Dit was dr. Hutton Dillard, Cass' compagnon en zelf benoemde waakhond. Hoewel hij uit een verschrikkelijk bekakte familie in Philadelphia kwam, was hij jegens haar zo beschermend alsof hij haar Latino-echtgenoot was. Hij was het soort kerel dat meneer of je titel voor je naam plakte; als hij je heel goed kende, liet hij de titel vallen. Hij was afgestudeerd aan Harvard en deed onderzoek in het Walter Reed voordat Cass hem inhuurde. Christopher had hem ontmoet tijdens een dineetje waar Cass en Bobby hem mee naartoe hadden getroond, en hij had een en ander van Bobby gehoord. Hij mocht de man niet, maar ja, dat gold voor iedereen, misschien zelfs voor Cass. Maar volgens haar was hij een fantastische onderzoeker.

'Bent u hier uit hoofde van uw politiewerk, inspecteur Christopher?' Met zijn afgemeten en bedachtzame manier van praten klonk hij als een orthodoxe rabbi die het woord traife in zijn mond nam.

'Gewoon even een praatje met je baas. '

'Ze is mijn baas niet, ' zei dr. Dillard, terwijl Christopher langs hem heen liep. 'Dr. Austin is mijn compagnon. '

Rechts van Dillard zette een assistent een kleine keramische oven aan. Het geluid leek gedempt, alsof het werd opgeslorpt door de enorme hoeveelheid aan complexe apparatuur die het lab vulde. In de verste hoek van het vertrek, achter een falanx van roestvrijstalen buizen, pijpen die aan compressors en ventilators verbonden waren, was een raam waardoor hij een glimp opving van koperkleurige bladeren die door de stevige oktoberbries van hun takken werden gerukt. Cassandra keek op toen hij naderbij kwam. Uit haar blik kon hij opmaken dat ze hem al verwacht had.

'Sorry dat ik er zo plotseling vandoor ging, maar... '

'Is het goed met je?'

'Mijn ijzige omhulsel is nog steeds intact, als je dat bedoelt. Sheridan heeft gebeld. ' Dan Sheridan was de D. A., Bobby's baas. 'Hij was heel aardig. Hij stond erop om de kosten van de begrafenis op zich te nemen. Ik wist niet wat ik moest zeggen. '

'Ik denk gewoon ja. '

'Het lijkt allemaal nog zo onwerkelijk, Bobby die onder de grond ligt. ' Ze zweeg even en keek met nietsziende ogen voor zich uit, hoewel haar geest waarschijnlijk van alles zag. Toen richtte ze, op die verwarrende manier van haar, haar blik plotseling weer op hem. 'Ik zie dat je kwaad bent, Jon. '

'Misschien is verward een beter woord, ' zei hij. 'Ik weet dat je in een shock verkeert. Waarom zou je anders opzettelijk mijn bevel negeren, je voordoen als rechercheur en een officieel bewijsstuk van de plaats van de misdaad ontvreemden?'

'Je zei me dat ik moest blijven waar ik was, ' antwoordde ze. 'Ik zag dat niet als een bevel. '

'Nou, dat was het wel. '

'Ik neem geen bevelen aan, ' zei ze. 'Van niemand. '

Ze leek onnatuurlijk kalm. Verkeerde ze inderdaad in een shock of was ze gewoon koppig? Vroeger, realiseerde Christopher zich, zou hij dat hebben geweten. Nu wist hij het niet. Hij voelde het gesprek al uit zijn handen glippen. Dat was voor hem een ongewone ervaring. Het merendeel van de criminelen die de straten van de stad onveilig maakten, kon hij wel intimideren, maar Cassandra was een ander geval. Met enige moeite wist hij zichzelf tot de orde te roepen. 'Ik heb Sara gesproken. '

'Dat weet ik. Ze belde zodra jij was vertrokken. Je hebt haar bang gemaakt, door zo ineens te komen opdagen. '

'Ja, nou, ik was op zoek naar jou. Jij had daar moeten zijn, Cass. Je moet haar vertellen -'

'Jon, houd daarmee op. Ze is mijn dochter; dit is mijn gezin, niet het jouwe. Raar eigenlijk, maar dat heb je nooit willen begrijpen. '

Helemaal niet raar, dacht Christopher. Hij zag dat Dillard hen vanuit de ooghoeken van zijn onnatuurlijk blauwe ogen in de gaten hield. 'Verdomme, denk toch aan Sara. Wil je soms dat ze op het nieuws van vijf uur over haar vader hoort?'

Cassandra's ogen spoten vuur, maar ze verhief haar stem niet. 'Hou alsjeblieft op met dingen te veronderstellen, oké? Ik waardeer dat je het me zelf hebt verteld, maar vanaf het moment dat jij me het nieuws meedeelde, voelde ik me ongelooflijk verloren. Ik zat vol kille woede, maar in plaats van in te storten besloot ik nu iets te doen, zodat ik niet zo ben als ik het Sara vertel. ' Er welden tranen op in haar ogen, maar haar gezicht straalde slechts onverzettelijkheid uit. 'Ik vertel het wanneer het mij schikt, en op de manier die ik wil. '

Ze is als een generaal voor zijn manschappen, dacht hij: hard, bezitterig, vastberaden, Hij besloot een andere tactiek te proberen. 'Cass, je kunt me maar beter vertellen wat hier verdomme aan de hand is. Waarom heb je dat bloedmonster gestolen?'

'Dat oude politiebureau... ik hoorde toevallig wat jij tegen Brockaw zei, Jon, over het niet kunnen pakken van die... moordenaar. '

'O, Jezus. '

'Toen kreeg ik dat idee. Ik kan je helpen. Dit laboratorium is de ideale plek om -'

'Godverdomme, Cass, jouw ideeën kunnen me gestolen worden!'

'Maar Jon-!'

Zijn vlakke hand leek dwars door haar woorden heen te snijden. 'Geen gemaar!' schreeuwde hij.

Het werd even doodstil in het lab, dat daarvoor nog zoemde van beheerste bedrijvigheid. De assistenten keken verschrikt op en dr. Dillard deed een paar boze stappen in hun richting.

'Inspecteur Christopher, ik moet u er met klem -'

'Blijf waar je bent, doc, ' waarschuwde Christopher.

Dillard keek naar Cassandra, die even kort haar hoofd schudde. De ijzeren discipline die ze haar medewerkers had opgelegd, betaalde zich nu uit en iedereen pakte langzaam zijn werk weer op. Dillard stond echter nog inwendig te koken, op de uiterst beschaafde manier die ze hem op Harvard geleerd moesten hebben.

'Cass, neem het nou maar aan van iemand die het al vele malen gezien heeft, je verkeert in een shock. Je kunt niet helder meer denken. Wat je ook van plan was, ik wil dat je het uit je hoofd zet. Laat dit onderzoek over aan de beroeps. '

'Je bent zo verschrikkelijk eigenwijs. Laat me nu eens uitpraten en -'

'Geef me je woord dat je dat gestolen bloedmonster niet zult gebruiken, Cass. Nu. Anders zal ik je moeten arresteren. '

'Dat doe je niet. '

'Daag me niet uit. Je zit zo al genoeg in de problemen. Ontvreemding van politie-eigendom en je voordoen als agent zijn serieuze overtredingen. '

Ze droeg net zo'n laboratoriumjas als toen hij en Bobby met de taart en de diamanten armband waren langsgekomen om haar verjaardag te vieren. Ze had toen lang haar, bijeengebonden in een dikke paardenstaart. Christopher herinnerde zich weer hoe het als een bleek vuur had gegloeid. Hij had daarvoor nooit gedacht dat laboratoriumlampen ook nog romantisch konden zijn.

'Verdomme, ' fluisterde ze.

Je hoefde geen rechercheur te zijn om te zien dat hun huidige botsing minder te maken had met het heden dan met het verleden. Bobby's dood had een wond opengereten die nooit echt genezen was. Al sinds de huwelijksvoltrekking, toen hij naast zijn beste vriend stond en toekeek hoe Cass door het middenpad op hen af kwam lopen, voorgoed bij hem vandaan, had die wond gezeurd. Hij zag de pijn weer over haar gezicht trekken en voelde zich beroerd. Hij haatte zichzelf, maar juist dat gevoel maakte dat hij verder ging.

Cassandra bekeek hem enige tijd vanuit haar ooghoeken. 'Als ik zo dicht bij je sta, zoals nu, voel ik een verkilling tot op mijn botten, weet je dat?'

Christopher stierf een klein beetje, maar misschien was dat wel goed, misschien was dat wel wat hij al die tijd al had gewild, om te worden gestraft voor zijn zonde tegen haar en Bobby. Cassandra mocht dan politie-eigendom hebben gestolen en zich hebben voorgedaan als agent, hij had een veel ernstiger misdaad gepleegd.

'Waarom zeg je niets? Ik ben kwaad op je en weet dat jij kwaad op mij bent - hoe kwaad? Zeg het, Jon. '

Christopher wilde dit allemaal niet, niet nu - misschien wilde hij het wel nooit. Het raakte hem te diep. Het was al erg genoeg dat hij in haar buurt altijd op een emotioneel koord leek te dansen.

'Houd je ermee op? Ik wil een antwoord. '

'Oké, ' zei ze, 'maar in ruil daarvoor wil ik van jou horen of D'Alassandro per se dat ene monster nodig heeft dat ik heb meegenomen. '

'Wat D'Alassandro nodig heeft, doet er niet toe. '

'Voor mij wel. Ik zou nooit iets meenemen wat van vitaal belang kan zijn voor een onderzoek. Begrijp je dat, Jon?'

Christopher begreep dat als ze deze confrontatie zou verliezen, ze toch op z'n minst iets van haar trots terug wilde.

'Hoe kun jij nu weten -'

'Het is mijn werk om dat te weten. ' Ze had haar antwoord klaar. 'D'Alassandro weet het, en jij ook. Al die bloedmonsters zijn van één man - de man die Bobby vermoordde. ' Ze staarde hem aan met haar prachtige grijze ogen. 'Je weet dat ik gelijk heb, Jon. '

'Maar toch -'

'Het feit dat ik een van die bloedmonsters heb meegenomen, zal het onderzoek heus niet in gevaar brengen. Het maakt zelfs geen enkel verschil. ' Haar grijze ogen trokken hem aan als een mot die geen weerstand kon bieden aan het licht. 'Maar voor mij betekent het alles. ' Ze bestudeerde zijn gezicht, alsof ze zich elk moment van hun vriendschap herinnerde. 'Ik weet dat als je een minuutje zou willen luisteren, je het zou begrijpen, Jon. Dat weet ik gewoon. '

Hij keek het lab rond: naar de miniatuurstad aan uitrusting, naar de zacht zoemende apparaten, naar Dillard, die nadrukkelijk aan het werk was maar hen stiekem in de gaten hield, naar de assistenten achter hun werktafels, druk bezig met hun geheimzinnige werkzaamheden, naar het raam en de kleine stukjes herfst.

'Verdomme, Cass, waarom moet je altijd zo zijn? Niemand kan altijd maar spijkerhard zijn. '

'We kunnen het niet helpen. Wat dat betreft, zijn we allebei hetzelfde, ' zei ze, zonder enig spoortje van ironie in haar stem.

'Ja, dat zal wel, ' zei hij, na enige tijd. 'Maar wat is nu je antwoord?'

'Jezus, Jon, wat is er toch verdomme misgegaan tussen ons?'

'Alles. '

Ze slaakte een lange, opgekropte zucht. 'Dat meen je echt, is het niet?' Toen hij daar niet op reageerde, zei ze: 'Je moet me iets vertellen, Jon. Heel eerlijk. '

'Als ik dat kan. '

'Typisch jij. ' Een ader klopte op haar slaap. Ten slotte zei ze: 'Heb je al enige aanwijzing - wat dan ook - over deze man, de Witte Engel?'

Christopher besloot dat liegen niet hielp, zelfs niet de waarheid enigszins verdraaien. 'Het is nog te vroeg om daar iets over te zeggen. '

'Wanneer houd je op met tegen mij te liegen? Ik weet dat het heel moeilijk zal zijn om hem te vinden - als je hem al vindt. Ik heb gehoord wat je tegen Brockaw zei, weet je nog wel?' Ze wees naar een reageerbuisje dat rondwervelde in een centrifuge. 'Hij zit daarin - hoe noemen jullie hem, onze man? Oké. Ik heb het DNA van onze man, zijn essentie, in handen. Want weet je, Jon, ik heb hier echt over nagedacht. Ik kan proeven doen waar jouw laboranten nog niet van durven dromen. Ik kan jullie helpen, begrijp je. Ik kan misschien iets in zijn DNA-structuur vinden dat -'

Waarom voelde hij plotseling een kil voorgevoel langs zijn ruggengraat kruipen? 'Jezus, Cass, het laatste wat ik nu kan gebruiken, is dat jij hier ook bij betrokken raakt. Jij bent getrouwd met zijn meest recente slachtoffer, verdomme. Behalve dat het tegen ik weet niet hoeveel reguleringen indruist, is het gewoon hartstikke verkeerd. '

'Vind je?' zei ze. 'Zou je, nu je hebt gehoord waarom ik dat bloedmonster wilde, niet van gedachten veranderen en mij mijn onderzoek laten voortzetten?'

'Geen sprake van. Het is afgelopen, nu, is dat duidelijk?'

'Wat ben jij eigenlijk voor een rechercheur?' Toen ze zijn reactie zag, daagde ze hem nog verder uit. 'Ga waar de zaak je heen leidt. Wat is er gebeurd met de eerste wet van de grote Christopher?'

'Op elke regel bestaan uitzonderingen. Je hebt beloofd dat je hiermee op zou houden, met dit experiment of hoe je het ook noemen wilt, en dat zal nu gebeuren. Is dat duidelijk?'

Ze keek hem met ijskoude blik aan.

Hij maakte een paar roestvrijstalen handboeien los van zijn riem en liet die voor haar neus bungelen. 'Of wil je soms dat ik je meeneem naar het bureau?'

Ze draaide zich abrupt om. 'Ik maak dat ik hier weg kom, ' zei ze tegen Dillard, terwijl ze haar jas en tas pakte. 'Er is nu toch geen enkele dringende reden meer om hier te blijven. '

Dillard wierp Christopher een venijnige blik toe terwijl Christopher de deur voor haar openhield.

Christopher reed Cassandra naar huis. Er werd geen woord gewisseld. Hij nam haar gelijk ook even mee naar het bureau van de lijkschouwer en stond naast haar toen ze Bobby officieel identificeerde. Hij hield haar nauwlettend in de gaten - klinisch bijna - om te zien of ze niet zou instorten, maar haar ijzige kalmte verliet haar geen moment. Ze tekende wat papieren en dat was dat. Ook op het bureau van de lijkschouwer duurde hun stilte voort; ze hadden net zogoed in twee verschillende universums kunnen verkeren. Voor haar deur liet hij haar beloven dat ze zo snel mogelijk met Sara zou praten. Ze nodigde hem niet binnen, maar onbewust stelde hij zich voor hoe dat zou zijn. Niet goed. Hij moest trouwens opdraven voor de persconferentie van de hoofdcommissaris. Het was de eerste openbare vertoning van de leidinggevende man in de zaak van de Witte Engel. Voor leidinggevende man kon je ook zondenbok lezen. Als hij er niet in slaagde de Witte Engel te pakken, zou de burgemeester hem beslist niet dekken. Christopher zou van de zaak gehaald worden en vervangen worden door een andere rechercheur. Dat zou ook min of meer het einde zijn van Christophers loopbaan bij Moordzaken. Het zat er dik in dat hij daarna tot aan zijn pensioen, of tot aan zijn dood, wat er maar als eerste kwam, papieren zou ordenen op een afgelegen bureau, ver weg van de schijnwerpers.

Cassandra draaide zich niet om toen Christopher snel de straat uit reed, maar ze voelde een verontrustende leegte nu hij eenmaal vertrokken was. Schuld en een soort machteloze woede laaiden in haar op, vooral over het feit dat hij dit bij haar teweegbracht - dat hij ook maar iets bij haar teweegbracht - zo vlak na Bobby's dood.

'Sara?' Ze deed de sleutel in het slot en duwde de deur open. 'Schatje, ik ben thuis. '

Sara kwam te voorschijn met haar gezicht onder de make-up, en dat maakte haar plotseling heel volwassen maar ook heel kwetsbaar, als een model in een advertentie van Calvin Klein. Cassandra's adem stokte in haar keel.

'Ik ben alleen maar een beetje aan het oefenen, ' zei Sara, die de uitdrukking op haar moeders gezicht verkeerd begreep. 'Ik zal het er direct weer afvegen. '

'Nee. ' Cassandra stak haar hand uit en hield haar tegen. 'Dat hoeft niet. ' Het leek onnatuurlijk warm in het appartement, of misschien alleen maar benauwd, terwijl ze met haar dochter naar de woonkamer liep. Buiten op straat vielen blauwe schaduwen en de toppen van de inmiddels kale platanen dansten in de herfstwind. 'Ik moet je iets vertellen. ' Ze werd plotseling overvallen door de irrationele angst dat als ze Sara losliet, haar dochter zou verdwijnen. 'Er is iets verschrikkelijks gebeurd. Je vader is vermoord. ' Ze huilde toen ze het zei, hoewel ze zichzelf had voorgehouden om dat niet te doen. Sommige beloften hadden echter geen enkel gewicht, zeker niet bij een tragedie van deze omvang.

Sara zakte in Cassandra's armen alsof ze was getroffen door een kruisboog. 'Papa, ' zei ze, op dezelfde manier als toen ze nog heel klein was en doodziek van de koorts die met haar oorinfectie gepaard ging. Abrupt maakte ze zich los van Cassandra. 'Nee!' gilde ze. 'Papa neemt me morgen mee naar het honkbal. Hij heeft twee prachtige plaatsen, vlakbij de dugout van de Yankee's, zodat ik Andy Pettitte kan zien werpen. '

Cassandra's hart liep over, zowel van het ongeloof van haar dochter als van haar eigen verdriet. 'Schatje -'

'Het kan niet waar zijn. Hij zou eerder van zijn werk komen; hij zou me laten zien hoe Pettitte zijn curvebal gooide. '

'Sara, Sara... '

'Papa, papa, papa. ' Het werd een harde, bijna rituele jammerklacht. Ze duwde haar gezicht tegen haar moeders boezem en was weer kind terwijl Cassandra haar in haar armen wiegde, haar zachtjes streelde terwijl ze allebei op de hardhouten vloer zakten.

Die kleine poel van rust was van korte duur. Sara duwde algauw Cassandra van zich af en stond op, waarna ze half rennend naar de badkamer liep. Cassandra volgde haar. Ze stond in de deuropening en zag hoe haar dochter zichzelf in de spiegel aanstaarde. Haar met tranen besmeurde gezicht doemde op boven de skyline aan potjes en flesjes die op de toilettafel stonden. Met een wild gebaar van haar onderarm veegde Sara al die glinsterende spulletjes van tafel. Het geluid waarmee ze versplinterden, was als de reeks donderslagen van een storm die op zijn hoogtepunt was.

Cassandra, hardop huilend, nam Sara in haar armen, maar ze was ontroostbaar.

'Er was geen tijd!' riep ze. 'Het is niet eerlijk! Er was geen tijd!'

'Dat weet ik, dat weet ik, liefje '

Haar eigen verdriet, samen met Sara's verschrikkelijke ellende, maakten Cassandra sprakeloos. Ze wilde met alle geweld haar dochter troosten, de woorden zeggen die alles weer goed zouden maken, maar ze kon ze niet vinden. Door Bobby's schokkende dood leken alle zinnen ergens in het duister en luchtledige van haar keel te blijven steken. Het zou makkelijk zijn om zich aan de wanhoop over te geven, besefte Cassandra. Ze had gezien hoe Christopher er bij de dood van zijn vrouw door overweldigd was, en opnieuw toen Andy twee jaar geleden zelfmoord had gepleegd. Ze moest omwille van Sara, en van zichzelf, deze verschrikkelijke, verlammende stilte doorbreken.

'Sara, ' zei ze zacht, door haar tranen heen, 'niets kan hem terugbrengen, maar herinnering is een sterk iets, weet je. Sterker zelfs dan de dood. ' Ze veegde slierten vlasblond haar van Sara's vochtige, koortsige voorhoofd. 'Als we over Bobby praten, als we hem ons blijven herinneren, zal hij dicht bij ons blijven. En daar gaat het nu om, is het niet? Om hem bij ons te houden, zodat hij niet uit ons leven verdwijnt. '

Sara, opgerold als een bal en lichtjes huiverend, knikte. 'Ik zal hem nooit vergeten, ' fluisterde ze. 'Nooit. '

Later, in het halfduister van de stad, tuurde Cassandra uit het raam, omlaag door de takken van de perelaar. Toen ze een eind verderop in de straat de tv-wagens zag, was ze dankbaar voor het politiekordon dat rond hun pand was gelegd.

Cassandra bestelde eten bij een restaurant in de buurt, maar besefte toen dat ze geen honger had. Sara kwam ook niet uit haar kamer, zelfs niet toen Cassandra haar smeekte om naar buiten te komen. Ze liep terug naar het raam. Aan de overkant van de straat stonden tafeltjes voor het restaurant waar ze haar niet-genuttigde maaltijd had besteld. Aangezien dit New York was, zaten er een paar volhouders in leren jacks buiten te eten. Aan een van de tafeltjes zat een knappe jongeman die de ene sigaret na de andere opstak en kennelijk wachtte op iemand die nooit kwam opdagen. Stelletjes liepen langs. Het zachte gemurmel van leven omhulde hen terwijl Cassandra, achter haar onzichtbare muur van verdriet, hen eenzaam en verlaten nakeek. Ze dwong herinneringen aan Bobby naar boven: hoe ze bij hun eerste afspraakje haar vingers verbrand had toen ze hem een gloeiendhete fonduevork wilde aangeven; dat hij te laat was geweest voor hun trouwerij omdat hij vastzat in het verkeer en het hele stuk naar de kerk hollend had afgelegd, zodat hij zwetend in zijn trouwpak binnenkwam; hoe Christopher de ring vond, die hij in de verkeerde zak had gestoken; hoe hij haar uit het hoofd had gepraat om Sara Jordan te noemen, omdat hij zijn dochter een zachte naam wilde geven; hoe hij haar op haar verjaardag altijd twee dozijn witte rozen stuurde, hoewel hij zich altijd in de datum vergiste. Is dat alles, vroeg ze zich af, alles wat er van die jaren samen is overgebleven?

Plotseling kon ze er niet langer tegen om alleen met haar gedachten te zijn. In een impuls schoof ze haar maaltijd in een plastic zak en verliet het huis. Verderop in de straat, op de hoek van Houston St., had een dakloze een soort postmodern afdakje gemaakt van multiplex en karton. Tijdens de warme maanden zat hij altijd op een bankje in een park in de buurt, maar als het wat kouder werd, bouwde hij zijn afdak boven een rooster van de ondergrondse.

Bobby had er een gewoonte van gemaakt hem af en toe eten of kleren te geven, of even een praatje te maken als hij van zijn werk kwam. Af en toe betrapte ze hem terwijl hij uit het raam hing om te kijken of het wel goed ging met de zwerver.

Het hutje verspreidde een stank als van een knekelhuis en dat had Cassandra altijd tegengehouden. Bovendien deed het kleine hoofd van de man haar altijd denken aan iemand op de kermis: Het verbazingwekkende spijkerhoofd! Maar nu werd ze er op de een of andere manier naartoe getrokken. Ze besefte dat ze iets fysieks moest doen, iets wat symbolisch met Bobby verbonden was, wilde ze het verdriet kunnen loslaten dat dreigde haar te laten imploderen.

De dakloze, die kennelijk zijn naam samen met al zijn andere wereldlijke bezittingen achter zich had gelaten, aanvaardde haar gift met een laconiek knikje. Toen keek hij vanuit zijn kleermakerszit naar haar op en zag ze de honger in zijn zwarte kraaloogjes. 'U bent de vrouw van Bobby, is het niet?' Zijn adem stonk naar de alcohol, die hij op de een of andere manier naar binnen wist te gieten zonder zichzelf te doden.

Ze knikte, met een brok in haar keel.

De zwerver haalde zijn neus op. 'Ik heb hem al een tijdje niet gezien. '

'Hij is dood. ' De afschuwelijke woorden gleden als vettige olie uit haar mond. Ze begon te kokhalzen.

'Dood. ' De zwerver deed de plastic tas open om het eten te bekijken. Toen hij weer opkeek, leken zijn ogen haar te doorboren. 'Je kunt niet eten, je kunt niet slapen, is dat het?'

Ze keek hem hulpeloos aan.

'Ga naar huis, ' zei hij. 'Wees dankbaar dat je dat nog hebt. '

Cassandra draaide zich om en liep langzaam terug naar haar appartement. Rond de straatlantaarns hingen halo's, en de hakken van voorbijgangers klikten ritmisch op het beton. Folk music dreef als de rook van een houtvuur uit het restaurant aan de overkant van de straat. De knappe jongeman was vertrokken, waarschijnlijk alleen. Cassandra zag een jong stelletje haar richting uit komen drentelen. Hun slanke lichamen straalden een hunkering uit die zelfs op afstand voelbaar was. Terwijl ze naar hun vurige kus keek, voelde ze een enorme aandrang om Christopher te bellen.

Ze schoot midden in de nacht wakker, met het gevoel of ze nog helemaal niet geslapen had. Haar haar zat tegen haar bezwete voorhoofd en in haar hals geplakt. Automatisch en nog steeds op het randje van een nare droom strekte ze haar hand uit naar Bobby, en toen ze in plaats van hem het koele laken voelde, rende ze kokhalzend naar de badkamer. Ze trok een aantal keren het toilet door, ook al was dat niet nodig. De pepermuntachtige smaak van haar mondwater spoelde de zurige smaak weg van haar eigen kots. Ze spuugde in de wasbak en keek hoe de blauwgroene vloeistof in de afvoer verdween.

Ze kon niet meer terug naar bed, kon zich trouwens niet voorstellen dat ze daarin ooit nog zou slapen. Ze beende door het appartement, gehuld in een duisternis die uiterst toepasselijk leek.

Ze luisterde gelaten naar Gerry Costas' boodschap op het antwoordapparaat, waarin hij zijn medeleven uitsprak en haar op het hart drukte zich geen zorgen te maken over het optreden in Dean Koenigs programma; dat zou hij wel afhandelen. Hij bood haar zelfs een vakantie aan op kosten van het bedrijf; het enige wat ze hoefde doen, was de reisafdeling van Vertex bellen en dan zouden zij verder alles regelen. Het was al de derde boodschap van dien aard die hij had ingesproken, en dat maakte haar op de een of andere manier nog extra depressief.

Ten slotte zette ze de tv maar aan, alsof het een lamp was, en keek met de bijna maniakale afwezigheid van een autistisch kind naar de geluidloze muziekclips. Ze wilde terug naar haar lab, maar dat kon niet; ze mocht Sara niet overleveren aan de duisternis die volgde op zo'n verschrikkelijke, intieme dood.

Verzonken in het donker en haar eigen eenzaamheid staarde Cassandra met nietsziende ogen naar het flikkerende tv-scherm. Wat ze zag, was het schilfertje huid van de Witte Engel dat ze uit het bloedmonster had geïsoleerd. Ze zag voor haar geestesoog de keten van zijn DNA, alsof het een vlag was die zich boven het knekelveld van een oorlog ontvouwde. En op dat moment kwam het idee in haar op. Ze was er later van overtuigd dat het er al was geweest vanaf het moment dat Christopher haar over het bloed van de Witte Engel had verteld, want ze had zich op dit moment voorbereid sinds Vertex haar lab voor haar had uitgerust. Het verbaasde haar dat ze er totaal geen moeite mee had gehad om Christopher voor te liegen. Natuurlijk had ze er geen moment over gedacht om met haar experiment op te houden. Integendeel, ze zou het naar een niveau tillen dat zijn gelijke niet kende.

Ze kwam met bonkend hart overeind en liep naar het raam. Ze keek omlaag naar de nachtelijke straat en het leek wel of de straatlantaarns ketens DNA-moleculen vormden. Van slapen was nu geen sprake meer, ze was veel te opgewonden om aandacht te besteden aan eventuele twijfels. Wat zij in gedachten had, zou in absolute afzondering moeten gebeuren, onder totale geheimhouding, hetgeen betekende dat ze ook tegen Gerry Costas moest liegen. Ze vond dat verschrikkelijk, maar ze had inmiddels de ervaring dat eigenbelang uiteindelijk van ons allemaal leugenaars maakte. Het was het enige juiste, daar was ze van overtuigd. Gerry zou nooit begrijpen wat ze echt van plan was, laat staan dat hij het zou goedkeuren. Als directeur van Vertex was hij een zakenman; aan het eind van de dag keek hij alleen maar naar het saldo. Later zou ze wel weer tijd hebben voor haar anti-verouderings-onderzoek, dat Vertex een fortuin zou opleveren, maar nu waren er belangrijker zaken aan de orde; ze had een persoonlijke agenda. Daar had Bobby's dood voor gezorgd. Haar wanhopige verlangen naar gerechtigheid, haar wens om deze chaos nog enige zin te geven, drukte al het andere weg, maar ze wist dat het door haar gekozen pad extreem moeilijk en riskant was.

Ze realiseerde zich dat ze bij de telefoon stond. Ze kon zich niet herinneren dat ze van het raam daarheen gelopen was. Het leek wel of ze had geslaapwandeld. Ze griste de hoorn van de haak en draaide het nummer van Hutton Dillard.

Na zes keer overgaan nam hij op. 'Cassandra? Is het goed met je?'

Zijn onwrikbare vormelijkheid zorgde er op de een of andere manier voor dat haar wild kloppende hart wat tot bedaren kwam.

'Ik wil dat je om zes uur vanochtend in het lab bent. '

'Dat is - over minder dan drie uur. Cassandra -?'

'We staan op het punt geschiedenis te schrijven, Hutton. We gaan Conceptie opstarten. '

'Misschien heb ik je niet helemaal goed verstaan. '

'Met je gehoor is niets mis. '

'Maar dat kun je toch niet menen?'

Cassandra dempte haar stem. 'Ik heb je hulp nodig. Jij bent de enige tot wie ik me kan wenden. Zelfs Gerry mag hier niets van weten. Alsjeblieft. '

'Nog afgezien van de ethische kant, maar we hebben niet eens het DNA om-'

'Inmiddels wel. '

'Ho eens even!' Ze hoorde de paniek in zijn stem. 'Lieve hemel, Cassandra, zeg me alsjeblieft dat dit niets te maken heeft met meneer Austin. Je gaat toch je echtgenoot niet opnieuw tot leven wekken?'

'Nee, beslist niet. ' Ze zou hem nooit bekennen dat die gedachte in haar wanhoop en verdriet door haar hoofd geschoten was. 'De implicaties zijn te verschrikkelijk om zelfs maar over na te denken. Ik zou het niet kunnen verdragen als we dat probeerden en het zou mislukken. En als het wel zou lukken, zou het nog Bobby niet zijn. Hij zou Bobby's herinneringen niet hebben - alles wat wij samen gedeeld hebben, zou verdwenen zijn. De gedachte om met een Bobby geconfronteerd te worden die Bobby niet is... ' Ze kon niet verder praten.

'Nou, dat is een enorme opluchting. ' Dillard aarzelde. 'Cassandra, is het echt wel goed met je?'

Ze probeerde een paar keer diep adem te halen.

'Ja, ja, niets aan de hand. Luister, ik leg het je allemaal wel uit als we in het lab zijn. Je weet wel welk ik bedoel. '

'Ja, dat weet ik. '

'Dus je doet het?' Stilte. 'Hutton, ' fluisterde ze, 'ik moet weten of je met me meedoet. Ik kan Conceptie niet alleen opstarten. '

'Je weet dat ik voor jou alles doe. '

'Mijn God, ik hou van je. '

'Maar Cassandra, ik... ' Even leek hij zijn tong te hebben ingeslikt, maar dat was onmogelijk, hield ze zichzelf voor. Hutton Dillard zat nooit om een antwoord verlegen. 'Ik heb ernstige bedenkingen waarover ik het uitgebreid met je wil hebben. '

'Morgenochtend, Hutton. Ik zie je om zes uur precies. '

Nadat ze de hoorn had neergelegd, voelde ze zich alsof ze uit een verdoving ontwaakt was. Ze zette de tv af, liep de keuken in en maakte een enorme sandwich met pindakaas en jam voor zichzelf klaar. Ze gebruikte het sponsachtige wittebrood dat zij en Christopher altijd meenamen op hun zwerftochten door de bossen in de staat New York.

Christopher droomde dat hij een hert was dat in zijn eentje door het bos liep. Alleen bestond dit bos niet uit bomen, maar uit moderne gebouwen. Terwijl Christopher zijn met een gewei getooide kop alle kanten opdraaide, zag hij zover zijn oog reikte alleen maar gebouwen die naar de hemel oprezen. Plotseling werd hij er zich van bewust dat de trottoirs kleverig waren van het bloed. Hij stampte geagiteerd met zijn voorpoten en liep verder, maar het bloed was overal. Een zwerver in een portiek had Bobby Austins gezicht en hij slaakte een dierlijke kreet die van iemand anders leek te komen.

Hij begon op zijn krachtige poten te rennen en terwijl hij dat deed, terwijl de gebouwen vervaagden, terwijl zijn flanken glinsterden van het zweet, voelde hij de angst omhoogkruipen. Nu hoorde hij ook het geruis van de wind door groene bladeren, hij rook de scherpe hars-lucht van dennenbomen, de muskusachtige geur van kleine zoogdieren, hij zag het gouden, met schaduwen bespikkelde zonlicht over een enorm tapijt van dennennaalden vallen. Hij ervoer deze dingen met uitzonderlijke helderheid, maar ook met diepe droefheid, omdat hij wist dat het herinneringen waren uit een ver verleden dat hij slechts in flarden naar boven kon halen.

Christopher, het hert, rende en rende door bloederige straten en lanen en stegen, tot zijn longen brandden en zijn hart bijna uit elkaar plofte, en nog steeds zag hij slechts gebouwen en nog eens gebouwen, en het bloed. Toch bleef hij doorrennen; hij wist trouwens niet wat hij anders moest. Hij rende tot hij met een ruk en naar adem happend wakker werd. Hij staarde naar de sterren die door het daklicht van zijn appartement op de bovenste verdieping naar binnen schenen. Toen, met zijn borst zwoegend of hij zelf daadwerkelijk de longen uit zijn lijf had gelopen, trok hij zijn knieën op en sloeg zijn armen eromheen. Met zijn bezwete voorhoofd tegen zijn knieën gedrukt dacht hij aan de Witte Engel, daarbuiten in zijn stad, die het bloed liet stromen in het woud dat hij had gezworen te beschermen.