16
De groepsleden lazen hun afschrift van het document door terwijl ze instemmend knikten en mompelden. Ze hadden allemaal wel iets aan ‘Adams verhaal’ bijgedragen, hoewel het onmogelijk was om te zeggen wie met welk detail was komen aandragen. Ze hadden elk vrij ogenblik benut om de geschiedenis van die periode na te lezen. De Franse revolutie was niet alleen uitvoerig vastgelegd, zij was ook in brede kring populair geworden. Uitvoerig geïllustreerde algemene overzichten werden aangevuld door wetenschappelijke verhandelingen over bepaalde elementen en persoonlijkheden.
Ze hadden twee hele sessies doorgebracht met het bespreken van wat ze hadden gelezen en het doorgeven van afbeeldingen – portretten, tekeningen, schetsen en spotprenten uit die tijd – die onder hun aandacht waren gekomen.
Drew, die aanleg had voor het tekenen met houtskool, schetste een busteportret van Adam zoals ze zich hem voorstelde. Ze gaf hem een krachtig gezicht, met hoge jukbeenderen, een smalle, enigszins Romeinse neus, en donkere ogen die vastberaden en vragend de wereld inkeken. Hij had geen baard, maar dik, donker haar dat hij betrekkelijk kort droeg; over zijn voorhoofd viel een jongensachtige lok. Hij had volle lippen en om zijn mond lag een humoristisch trekje. De tekening sprak de hele groep aan en vanaf dat moment hing hij aan de muur als een permanente herinnering aan de man die ze zouden proberen te scheppen.
Uiteindelijk had Joanna als de enige schrijver van het gezelschap de taak gekregen om het verhaal ‘op schrift te zetten’ en alle onderdelen en details die ze hadden besproken, tot een samenhangend geheel te brouwen.
‘Barry heeft het nagekeken,’ zei Sam, ‘en ik heb een collega van de faculteit geschiedkunde gevraagd dat ook te doen. Niemand kan ook maar iets over ene Adam Wyatt vinden, of van iemand die ook maar in de verte aan hem doet denken, die samen met Lafayette naar Frankrijk is gegaan.’
‘En wat gaan we nu doen?’ vroeg Roger na een korte stilte.
‘Hier blijven zitten totdat hij op de deur komt kloppen?’
‘Ik geloof niet dat geesten op de deur kloppen, Roger,’ antwoordde Sam. ‘Dat weerlegt toch het feit dat hij een geest is, zou ik zo denken.’
Barry roffelde met zijn knokkels op de tafel en riep met een raar stemmetje: ‘Laat me eruit, laat me eruit!’
Maggie glimlachte. ‘Weet je, ik ben er nog steeds niet zeker van of we hem wel Wyatt hadden moeten noemen. Elke keer dat ik die naam hoor, moet ik aan Wyatt Erp denken. Daardoor wordt het een beetje moeilijk om hem serieus te nemen.’
‘Volgens Sam zal het niet lukken als we hem te serieus nemen,’ zei Ward Riley achterovergeleund en met de armen over elkaar geslagen. ‘Als ik het goed begrepen heb, zouden we Mickey Mouse naar Frankrijk kunnen sturen en hetzelfde resultaat kunnen krijgen.’
‘Of geen resultaat,’ voegde Roger er met een rukje aan zijn snor aan toe, maar hij hief vervolgens snel zijn hand op om het te verwachten protest te voorkomen. ‘Al goed, ik weet het… we moeten hem de tijd geven. Maar wat gaan wij ondertussen doen?’
‘We gaan over Adam praten,’ zei Sam, ‘en over alles waar we maar over willen praten. Het belangrijkste is dat we aan elkaars gezelschap gewend raken. Wanneer dat gebeurt, zal Adam zich misschien bij ons willen voegen.’
Joanna was met haar hoofdredacteur Taylor Freestone overeengekomen
dat ze voorlopig voor de volle honderd procent op het
‘spookverhaal’ zou zitten. Ze wist echter dat dat hooguit drie
weken zou kunnen duren. Als er tegen die tijd nog geen resultaten
waren geboekt, zouden ze aannemen dat ze tussen de twee sessies per
week met de groep beschikbaar zou zijn voor andere opdrachten.
Ze gaf Taylor een kopie van Adam Wyatts verzonnen levensgeschiedenis en gaf hem uittreksels van haar aantekeningen over de theorie en het proces dat ze zouden volgen.
Na twee weken leken die memo’s meer op vertragende tactieken dan berichten van het front. Ze merkte wel dat bij Taylor Freestone het enthousiasme langzaamaan werd vervangen door scepsis. ‘Het moet zijn tijd hebben,’ kon ze hem alleen maar vertellen.
‘Ik vermoed dat we Adams verhaal niet genoeg hebben ingevuld om in hem te kunnen geloven,’ zei Sam bij aanvang van de volgende sessie. ‘We zullen ons zijn dagelijkse leven beter voor de geest moeten kunnen halen dan nu het geval is, anders zal hij op een persoon uit een boek blijven lijken.’
Barry zei dat hij van mening was dat ze zijn dagelijkse leven allemaal aardig goed konden aanvoelen. Ze hadden al een hoop details ingevuld. Ze wisten waar hij in Parijs had gewoond, ze hadden het huis beschreven, en ze hadden zich tot in detail zijn kasteeltje en landgoed voor de geest gehaald. Ze vroegen zich zelfs af waarom hij en Angelique geen kinderen hadden, terwijl destijds van anticonceptie toch geen sprake was. De reden was, vonden ze, dat het gewoon niet was gebeurd. Hoewel er een heleboel medische redenen voor konden zijn, hadden ze nog niet besloten welke dat was, met het excuus dat Adam noch Angelique zich er echt zorgen om had gemaakt. Wellicht hadden ze aangenomen dat ze mettertijd heus wel zwanger zou worden. Ze waren het er allemaal over eens dat Adam en Angelique zich lichamelijk tot elkaar voelden aangetrokken en dat ze een prima liefdesleven hadden.
‘We hebben gepraat over wat ze aten, waar ze naartoe gingen, en welke mensen ze bezochten,’ zei Roger. ‘Wat kunnen we nog meer bedenken? Inwendige gesprekjes? Dromen? De persoonlijke ontwikkeling?’
‘Ik geloof niet dat ze destijds al over persoonlijke ontwikkeling spraken,’ zei Ward Riley met een klein lachje. ‘Dat gebeurde pas toen de psychoanalyse en Californië elkaar vonden.’
Het viel Joanna op dat van de hele groep Ward Riley het minst ongeduldig leek. Hij bezat een rust die duidelijker naar voren kwam naarmate je langer in zijn gezelschap verkeerde. Ze nam aan dat het samenhing met het feit dat hij zich in oosterse filosofie verdiepte. Ze vroeg zich af of hij mediteerde of aan yoga deed, of iets anders in die richting.
Ze maakte in gedachten een aantekening om het hem een keer te vragen.
‘Zeg mij wie uw vrienden zijn en ik zal u zeggen wie u bent.’
Iedereen keek naar Pete nadat hij die woorden had uitgesproken.
‘Ik geloof dat het een citaat is, maar ik weet niet precies van wie.’
Joanna zei dat ze dacht dat het om ‘daden’ ging, niet om ‘vrienden’, maar dat wist zij ook niet zeker, en ze kon al helemaal niet zeggen waar het vandaan kwam. Maar ze begrepen allemaal wat ermee werd bedoeld.
‘Blijft de vraag,’ zei Drew, ‘of we zijn vrienden moeten bedenken, of dat we echte mensen moeten gebruiken. Als we te veel personen bedenken, lopen we het risico dat we Adam uit het oog verliezen.’
‘Drew heeft gelijk wat betreft dat uit het oog verliezen,’ zei Barry. ‘Ik vind dat we hem tussen echte mensen moeten zetten die niet zo beroemd waren dat ze op sprookjesfiguren gaan lijken.’
Het probleem was dat ze allemaal over de revolutie hadden gelezen, zodat de hoofdrolspelers stevig in hun geheugen zaten, waardoor het moeilijk werd om een nieuw scenario op te stellen zonder een misslag te maken. Joanna glimlachte inwendig en herinnerde zich de scriptschrijver uit Hollywood met wie ze een paar jaar geleden een korte affaire had gehad. Hij had haar verteld over de ‘ellende van de Hollywoodse kortzichtigheid’, waardoor personen met hoge hoeden en pandjesjassen elkaar op straat begroetten met zinnetjes als: ‘Morgen, Ibsen,’ ‘Morgen, Grieg.’
‘Er zijn misschien nog wel een paar figuren uit de geschiedenis die niet zo bekend zijn dat ze bijna clichés zijn geworden.’ Riley leunde onder het praten iets voorover, kruiste zijn benen en sloeg zijn handen om zijn ellebogen. ‘Maar ze zijn toch fantasierijk genoeg om, hoe zal ik het zeggen, het verhaal een beetje pittiger te maken, om de verbeelding wat te prikkelen.’
Ze keken hem allemaal vol verwachting aan. ‘Ga door,’ zei Sam, bijna alsof hij wist wat er zou volgen.
‘Ik zat aan Cagliostro en Saint-Germain te denken,’ zei Riley.
Pete lachte. ‘Het lijkt alsof je het over een goochelnummer in Las Vegas hebt.’
‘Nou, je zit er niet zo ver naast,’ zei Riley. ‘In zekere zin waren het goochelaars, hoewel ze niet samen optraden. Het waren avonturiers, charlatans, en het is heel goed mogelijk dat het zelfs genieën waren. Ze beweerden allebei dat ze occulte gaven bezaten en dat ze bij een geheim genootschap waren aangesloten dat terugging tot aan het begin der tijden. Belangwekkend is dat er bewijs lijkt te zijn dat ze verantwoordelijk waren voor een aantal wonderbaarlijke genezingen, om maar te zwijgen over die oude vertrouwde mirakels als het veranderen van basismateriaal in goud.’
‘Alchemisten!’ zei Roger en hij snoof minachtend.
‘Ja, alchemisten. Maar het ging om meer dan helderziendheid en het voorspellen van voor de hand liggende dingen.’
‘Ze geloofden in astrologie.’
‘En numerologie. Net als Jung, die zei dat de tien jaar die hij aan het bestuderen van de alchemie had besteed, tot de belangrijkste van zijn leven behoorden.’
‘Alle psychiaters zijn gek. Ik zou er mijn hond nog niet naartoe sturen.’
‘Ik ben het dit keer met Ward eens,’ zei Barry. ‘Je kunt het niet zo maar afwijzen. Het spijt me, Roger, ik weet dat je een hartstikke slimme vent bent, maar wat jij zegt is gewoon bekrompen en arrogant. Er is te veel bewijs voorhanden. Het kan je niet aanstaan, maar zo is het wel.’
‘Ik beken schuld,’ zei Roger gemoedelijk en hij stak zijn handen op alsof hij zich wilde overgeven. ‘Wat mij betreft, neem je ze in het verhaal op.’
‘Er is wel een probleem,’ ging Barry tegen Ward door. ‘Ik heb gelezen dat Cagliostro vlak voor de revolutie uit Parijs vertrok en dat Saint-Germain was doodgegaan.’
‘Cagliostro was op het hoogtepunt van zijn roem toen Adam in Parijs aankwam. Ze hadden elkaar heel goed in de in zwang zijnde salons kunnen ontmoeten. Maar in 1785 raakte hij betrokken bij een financieel schandaal van een vriendin van Marie-Antoinette en een achterbakse kardinaal. Hij werd voor korte tijd in de Bastille geworpen, samen met de markies De Sade, trouwens, en toen uit Frankrijk verbannen. Hij is in 1795 in Italië overleden.’
Maggie had heel even vol afkeer gehuiverd bij het horen van de naam van de markies De Sade. ‘Ik geloof niet dat we daar iets mee te maken willen hebben, of wel?’
‘Ik zeg ook niet dat we dat moeten doen,’ zei Ward. ‘Maar het is een feit dat die mensen destijds leefden. En wat je ook van ze mag denken, het waren markante figuren. In de kringen waarin Adam zich in Parijs bewoog, had hij gemakkelijk Cagliostro of De Sade kunnen ontmoeten. Saint-Germain stierf in 1786, maar volgens de legende heeft hij vele malen daarvoor geleefd en is hij nadien weer herboren. Er zijn mensen die beweren hem in 1789 in Parijs te hebben gezien om de koning voor de revolutie te waarschuwen. Naderhand is hij in de Himalaya gezien, als monnik, en nota bene zelfs in het Chicago van 1930.’
Na die opmerking volgde er even wat vermaakt gemompel.
‘Shit, laten we hem voor het avondeten uitnodigen,’ zei Pete. ‘O, neem me niet kwalijk, Maggie.’
‘Het geeft niet,’ zei Maggie. ‘Maar ik weet niet zo zeker of ik al dit gepraat wel leuk vind. Onze Adam was een aardige jongeman die een keurig leven leidde, en nu willen wij dat hij betrokken was bij een stelletje rare mensen. Ik weet het niet, maar het geeft me wel een onbehaaglijk gevoel.’
‘We laten alleen die mensen in zijn leven toe over wie we het allemaal eens zijn,’ zei Sam.
‘Ik geloof dat het daarvoor te laat is,’ zei Drew rustig en vreemd bedachtzaam. ‘We hebben over ze gepraat, dus zitten ze nu in onze gedachten, net zo goed als Adam zelf.’
Aan haar stem was te horen dat ze hetzelfde onbehagen voelde als Maggie.
‘Ik zou me er niet druk om maken,’ zei Sam. ‘Als je bedenkt hoeveel griezels er al in onze gedachten rondspoken die ons tot op heden geen enkel kwaad hebben gedaan…’
‘Dat is niet wat ik bedoelde,’ viel Drew hem in de rede, niet om hem tegen te spreken maar om haar eigen mening te verduidelijken. ‘Ik maakte me zorgen om Adam.’
Er viel even een stilte. Toen vertolkte Drew ieders gedachten.
‘Hoor je dat? Ik sprak over hem alsof hij echt bestond…’