1
Eleanor (Ellie) Ray was nog geen zestig jaar, hoewel de meeste mensen die haar ontmoetten, dachten dat ze minstens tien jaar ouder was. Ze deed er ook alle moeite voor: een grootmoederlijke uitstraling was in Ellies vak een heleboel geld waard.
Als je nu naar die alledaagse, gedrongen vrouw van nauwelijks een meter zestig keek, was het moeilijk je de Ellie voor te stellen die ze vroeger was geweest: een Ellie die haar in netkousen gestoken benen hoog in de lucht gooide, de charmante, bevallige en met veren getooide helft van ‘Wanda en Ray’, een komisch duo met een goochelact dat het op de een of andere manier had klaargespeeld om twintig lange, moeizame jaren langs de weg een boterham te verdienen. Zij was ‘Wanda’ geweest en ‘Ray’ was Murray Ray, haar man. Ze was danseres toen ze elkaar leerden kennen, maar te klein voor een dansgroep en niet goed genoeg om alleen op te treden. Ze had samen met een ander meisje, dat langer was dan een meter tachtig, een aantal originele nummers samengesteld, en ze hadden een paar engagementen in de Catskills gekregen, maar er was steeds minder vraag naar hun act gekomen, totdat er helemaal geen vraag meer was. Toen Ellie Murray leerde kennen, zat ze er al over te denken om maar helemaal uit het vak te stappen.
Hij was maar een jaar of twee ouder dan zij, maar hij was doorkneed in het vak en had al naam gemaakt, ook al was hij dan geen ster. En dat zou hij waarschijnlijk nooit worden ook. Hij zag er grappig uit en was klein van stuk, niet veel langer dan zij, maar wel lief. Ze traden dat seizoen een paar keer op in dezelfde theaters, en hij leerde haar achter het toneel een paar goocheltrucjes, want hij hoopte haar op die manier in bed te krijgen. Ze wist heel goed waar hij op uit was, en was allang van plan om hem zijn zin te geven. In die tijd was het een kwestie van stuivertje wisselen. Seks na de voorstelling of tussen klussen door was net zo’n plezierig tijdverdrijf als wat dan ook.
Maar de goochelarij was iets nieuws, en ze stond er versteld van dat ze er zo door geboeid werd. Ze ging een paar trucjes oefenen die hij haar had voorgedaan. Murray zei dat ze talent had, en dat ze het nu alleen nog in praktijk hoefde te brengen. En dat had ze gedaan. Voor Ellie was het de laatste kans geweest om aan een baantje als serveerster te ontkomen, want dat was waarschijnlijk het enige dat ze haar vanuit het circuit nog zouden aanbieden.
Drie maanden nadat ze elkaar hadden leren kennen, trouwden ze, maar het duurde nog een jaar voordat ze met hem het toneel op ging. Het kostte tijd om een nieuw programma op te zetten, en Murray had gelijk toen hij het over de praktijk had gehad. Het moeilijkste waren die kleine trucjes, die tussendoortjes. De grote goocheltrucs waren verbazingwekkend eenvoudig en voornamelijk technisch. Maar dat lag hen niet: om te beginnen, hadden ze al geen geld om de bijbehorende spullen te kopen en te vervoeren. Dus deden ze het op de moeilijke manier, alles precies berekend, alles op maat, de zorgvuldige misleidingen, de spierkracht en vingervlugheid. Toen ze eindelijk met Murray op de planken stond, verborgen Ellies handjes met de korte vingertjes een kracht die maar weinig mannen konden evenaren. Ze kon razendsnel kaarten omdraaien, zijden sjaaltjes verbergen en gemerkte dollarbiljetten verwisselen: en allemaal met een lachje op haar gezicht dat nooit afliet, zelfs niet wanneer de pijn tot in haar ellebogen omhoogschoot, en soms wel helemaal tot in haar schouders. Het gaat wel over, zei ze dan tegen zichzelf. Oefening baart kunst. Wanneer ik echt goed ben, zal het niet zoveel pijn meer doen.
Ellie leunde achterover en keek naar haar handen, die nu gerimpeld
waren en waarop grote levervlekken zaten. Ze draaide ze om en
kromde ze als klauwen. Ze kon nog steeds op de kracht rekenen, als
dat nodig zou zijn. Er was geen schroefdop van een fles of pot die
niet meegaf onder haar krachtige vingers. Ze glimlachte toen ze
weer aan die gewichtheffer moest denken die haar eens in Atlantic
City te na was gekomen, net zo lang tot ze hem bij de ballen had
gegrepen om hem duidelijk te maken dat het haar niet beviel. Hij
was nooit meer dezelfde man geweest.
Ze ontwaakte uit haar dagdroom en keek op. Het gemurmel van stemmen klonk luider. Ze keek door het rechthoekje van glas voor haar, dat aan de andere kant een van de spiegeltjes was die onderdeel uitmaakten van de twee identieke fonkelende sterren aan weerszijden van het toneel, en ze zag dat de zaal al bijna helemaal vol zat. Ze keek op haar horloge, een overdreven goedkoop ding met een plastic bandje dat ze altijd droeg wanneer ze werkte. De Cartier die Murray haar op haar laatste verjaardag had gegeven, bleef thuis, zorgvuldig opgeborgen in een lade. Tijd genoeg om daarmee over een paar maanden te pronken, wanneer ze hier weg waren en van de pot met goud genoten die ze de laatste jaren hadden gevuld.
De heimelijke onderhandelingen voor de verkoop van het hele complex verliepen naar hun zin, en het zag ernaar uit dat het ze genoeg zou opleveren om tot aan het einde van hun dagen gerieflijk te kunnen leven. Ellie was nooit in Europa geweest, en ze droomde ervan om Parijs te zien, en Rome, en Londen. Er lagen jaarlijkse wintercruises in het Caribisch gebied in het verschiet. En dan was er – wat Ellie betrof – de vervulling van haar grootste wens, de parel in de kroon, een huis in het centrum van Manhattan. Het meisje uit New Jersey zou haar dagen als een huisvrouwtje aan de upper east side slijten, en in het soort huis wonen waarnaar haar moeder elke dag van Ellies jeugd die lange treinrit had gemaakt om het te poetsen en te boenen. Dat was Ellies grootste triomf, en daarmee zouden een paar spoken voorgoed begraven worden… de enige spoken waarin Ellie geloofde.
Bij die gedachte speelde er een klein lachje om Ellies mond, maar dat vervaagde bijna meteen weer. Ondanks alles, dacht ze, zou het hartstikke leuk zijn geweest als dat allemaal dertig jaar geleden was gebeurd.
Maar toch beter laat dan nooit, dat stond wel vast.
Joanna Cross vond achterin aan de zijkant nog een stoel.
Dat was een prima punt, want nu kon ze alles zien zonder zelf op te vallen. Alleen al het feit dat ze een stuk jonger was, paste niet bij de bezoekers die op dit soort voorstellingen afkwamen. Zelfs de staf was voornamelijk van middelbare leeftijd of nog ouder, behalve dan een paar mensen die achter het toneel werkten, en wat technisch personeel, en die hadden meestal toch weinig contact met de gasten.
Er was echter wel een medium dat niet veel ouder was dan dertig, maar hij was de uitzondering die de regel bevestigde.
En hij had talent. Zijn seances werden opgesierd door een in het duister zwevende, lichtgevende tinnen trompet, waardoor de stemmen van de geesten spraken. Af en toe golfden er wolken ectoplasma uit zijn lichaam, die de gestalte van een dode geliefde van een van de aanwezigen aannamen, terwijl er glinsterende lichtpuntjes boven de hoofden van de mensen heen en weer schoten. Voor Joanna was het wel duidelijk dat het om een geweldige goocheltruc ging. Het enige dat haar verbaasde, was het feit dat mensen gewoon in staat bleken te zijn om niet te zien wat ze niet wilden zien, en bereid waren om te geloven wat ze wilden geloven. Of nodig hadden om te geloven.
En dat was wat haar ergerde. Tot op zekere hoogte was het gewoon stomvervelend maar tamelijk onschuldig. Maar anderzijds was het een ongenadige uitbuiting van mensen die een verlies hadden geleden, die tragedies hadden meegemaakt en die hulp nodig hadden. In plaats daarvan hadden ze het etiket sukkel opgeplakt gekregen en werden ze cynisch in de fuik gelokt waardoor ze in de meeste gevallen van hun goeie geld werden beroofd. Dat was de reden dat Joanna Ellie en Murray zou krijgen waar ze thuishoorden: als het kon achter tralies, maar ze hoopte toch minstens dat ze ze, als waarschuwing voor anderen, aan de schandpaal kon nagelen en te gronde kon richten.
En aan anderen van hun soort was geen gebrek. Vanaf dat ze deze artikelen voor het tijdschrift was gaan schrijven en de zaak was gaan onderzoeken, had Joanna versteld gestaan van de omvang van de occulte handel. Vanaf de onbeduidendste waarzegster en handlezer tot en met goed georganiseerde zaakjes als deze hier was het een handel waarin elk jaar miljoenen en misschien wel miljarden werden omgezet: waarvan het grootste deel in contanten. De rest werd voornamelijk afgeschermd door goedbedoelende maar misleidende wetten die iedere fraudeur de kans gaven om zich als de stichter van de een of andere kerk voor te doen, om zo de status van een liefdadige stichting te verkrijgen. Dat was ongetwijfeld de reden dat de zaal waarin Joanna op dit moment zat, op de plattegrond van het Sterrenkamp stond aangemerkt als ‘De Kathedraal’.
Haar blik dwaalde van de ene naar de andere glinsterende spiegelconstructie op de muren naast het toneel. Hoe vulgair ook, ze gaven duidelijk een afspiegeling te zien van het ‘starburst’-thema. En Joanna wist dat Ellie Ray door een van die spiegeltjes de zaal in kon kijken, waarschijnlijk op dit moment ook, om de zaken in de gaten te houden.
Joanna keek op haar horloge. Het zou al gauw beginnen.
Met een beetje geluk, zeker als zij haar zin kreeg, zou het de laatste seance zijn die hier ooit zou worden gehouden.
De zwemmende vissen en drijvende zeeanemonen verdwenen van Ellies
computerscherm toen ze een toets aansloeg.
Ze riep de file te voorschijn die ze eerder die dag had samengesteld, toen ze een lijst had gekregen van wie er zouden komen. De meesten hadden er door vrienden over horen spreken en kwamen nu voor de eerste of tweede keer. Als ze goed werden aangepakt, waren ze goed voor meerdere bezoeken, en sommigen zouden heel lucratief blijken te zijn.
Die zouden in de komende paar dagen worden uitverkoren voor langere, individuele seances met toonaangevende mediums.
Ellie liet de informatie over het scherm lopen. Daar stond alles, alle inlichtingen die ze nodig had, keurig geordend – als samenvatting of in detail – en gekopieerd op floppy’s die ze als back-up bewaarde. Ze zou natuurlijk nog wel de juiste naam moeten zien te plaatsen bij de ongeveer honderdvijftig gezichten in de zaal. De meeste mensen had ze hooguit tien of vijftien minuten gesproken. Maar daar had ze een ezelsbruggetje voor, een trucje dat ze jaren geleden had geleerd.
Ze hoorde iets achter zich en draaide zich om. Murray kwam binnen terwijl hij zijn neus snoot in een enorme witte zakdoek. Hij had kougevat en ze had zich de afgelopen week behoorlijk zorgen om hem gemaakt, maar hij was blijven doorwerken en had geen seance overgeslagen. Hij leek nu aan de beterende hand, maar hij had nog steeds een ongezonde, rode kleur. Ze moest hem beslist zo gauw mogelijk op dieet zetten. Hij was veel te zwaar voor een man van zijn leeftijd. Al zijn pakken waren al zo ver mogelijk uitgelegd en de helft kon hij niet eens meer aan.
‘We kunnen aan de slag,’ zei hij en hij stopte de zakdoek weg. Hij pakte het dunne batterijtje dat naast de computer lag en ging met zijn rug naar Ellie zitten. Dat was de gebruikelijke gang van zaken. Hij duwde het oorstukje zorgvuldig op zijn plaats en zat toen doodstil terwijl zij de flinterdunne draad die uit het oorstukje kwam, via de kraag van zijn overhemd naar binnen duwde en het door een gaatje vlak onder zijn schouderblad weer naar buiten wurmde. Ze trok het uiteinde onder zijn arm en stak het in het batterijtje, dat hij vervolgens in een speciaal zakje in de voering van zijn jasje liet glijden. Ze tikte tegen de microfoon voor haar, en hij knikte. Het werkte.
Ellie wachtte even, keek nog een keer door het rechthoekige stukje glas voor haar of iedereen klaar was, en gaf vervolgens Mark, hun toneelmeester, het teken dat de voorstelling kon beginnen.
Marks geoefende toneelstem weerklonk indrukwekkend uit de grote luidsprekers in de zaal. ‘Dames en heren, de seance staat op het punt te beginnen. Hier is mevrouw Ellie Ray om u met een korte inleiding te verwelkomen.’
Het gordijn ging op en onthulde een volkomen verlaten toneel, met uitzondering van een enorme stoel met rechte rugleuning die precies in het midden was geplaatst: een troon van rood fluweel en mahonie. Een regenboog van lichte pasteltinten gleed nauwelijks zichtbaar ononderbroken over de weelderige gordijnen aan de achterzijde. Ellie kwam van de zijkant op, een en al glimlach, en ze stak haar handen op als dank voor het applaus dat haar verwelkomde, maar tegelijkertijd om het te doen ophouden.
‘Welnu, beste mensen,’ ving ze aan, ‘we zijn vrienden onder elkaar, dus ontspan u en word rustig en kalm, want dat is de stemming waarin u in aanraking kunt komen met uw geliefden aan gene zijde. De vibraties zijn goed voelbaar. Heel goed voelbaar! Ik voel dat de geesten hierheen worden getrokken, naar iedereen die hier vandaag gekomen is. U moet blijven onthouden dat de geesten in contact willen treden. Ze wachten alleen totdat u uw hart en hoofd hebt opengesteld, zoals u op dit moment doet, en dan zullen ze naar u toe komen. Mijn echtgenoot Murray. U allen kent Murray…’
Murray kwam het toneel op gewaggeld, straalde naar de verzamelde gezichten, nam de hand die zijn vrouw naar hem uitstak, en maakte een buiginkje, maar niet overdreven: want het laatste dat Ellie wilde was dat de mensen zouden denken dat ze ooit in de showbusiness hadden gezeten.
‘Murray zal u vandaag begeleiden op uw reis naar de wereld van de geesten,’ ging Ellie door, ‘en voor diegenen die hier voor het eerst zijn, wil ik even uitleggen wat er zal gebeuren…’
Terwijl zij verder praatte, ging Murray op de troon zitten en Ellie haalde een zwartzijden sjaal tevoorschijn waarmee ze hem met veel vertoon stevig blinddoekte.
‘Als u contact wilt maken met iemand aan gene zijde, hoeft u alleen uw hand op te steken, en dan zal een van onze beide medewerksters, dat zijn Merle en Minnie, die aan weerszijden van u staan en die nu naar u zwaaien, u een microfoon brengen. De microfoon dient er uitsluitend voor dat de overige aanwezigen u kunnen horen. Als u uw vraag niet hardop wilt stellen, zullen de geesten dat begrijpen. Zij weten wel wat er in uw hart ligt opgesloten, en zij zullen via het medium, via Murray dus, antwoord geven. Wanneer Merle of Minnie een van u heeft aangewezen, hoeft u alleen maar uw gedachten op de wereld van de geesten te richten, waarna uw gelieven via het medium zullen reageren. Als u dat liever wilt, kunt u ook een persoonlijk voorwerp overhandigen, een horloge of een sleutelring of een sieraad of iets dergelijks, dat van u of van uw geliefde overledene is. De vibraties zullen via het medium naar de wereld van de geesten worden doorgegeven, en naar degene met wie u contact wilt leggen.’
Ellie, die eindelijk naar tevredenheid de blinddoek had aangebracht, zette een paar stappen naar achteren.
‘Ik ga u nu verlaten, maar eerst wil ik u vragen om allemaal gedurende een korte tijd heel stil te zijn, zodat het medium de wereld van de geesten kan binnengaan. Daarna zult u een aankondiging horen waarin degenen met vragen worden verzocht hun hand op te steken. En nu absolute stilte, dames en heren… absolute stilte…’
De lichten gingen lager branden, Ellie glipte weg tussen de coulissen en Murray nam een houding aan om in trance te geraken: het hoofd omlaag, zwoegende borst, en hij haalde langzaam en diep adem. Geleidelijk aan opende zich een wit puntje recht boven zijn hoofd, dat een soort hemels licht uitstraalde. Na ongeveer een minuutje hief Murray langzaam het hoofd, alsof hij naar iets schuin boven hem luisterde.
Toen knikte hij, alsof hij een onzichtbare aanwezigheid begroette.
Marks stem klonk weer zacht uit de luidsprekers boven de verwachtingsvol geheven hoofden. ‘Dames en heren, het medium is gereed. Steek alstublieft uw hand op om aan te geven dat u iets wilt vragen.’
Vanaf haar plekje achter de computer sloeg Ellie Merle gade, die niet zeker leek te weten aan welke van de zee van opgestoken handen ze het eerst de microfoon zou overhandigen. Ze gaf een eersteklas staaltje toneelspel weg door zo op het oog in het wilde weg een keus te maken: maar het was beslist geen toeval dat ze de microfoon, zoals eerder door Ellie opgedragen, aan een mollige vrouw van in de zestig overhandigde, wiens echtgenoot onlangs was overleden en die haar een fortuin van bijna acht cijfers aan fondsen en waardevolle effecten had nagelaten.
Dat ging heel gesmeerd, dacht Joanna, die ondanks haar afkeer toch
bewondering had voor het optreden. Murray had antwoord gegeven op
een aantal niet-uitgesproken vragen, en ook op een stel hardop
gestelde vragen, waarop elke keer weer verbaasd gemurmel uit het
gehoor opsteeg. Nu gaf hij een staaltje weg van psychometrie,
waarbij hij een broche van een vrouw uit de voorste rij om en om
draaide tussen zijn stompe vingers. Hij noemde namen en plaatsen,
waarbij hij handig de informatie die Ellie hem influisterde, een
beetje opgesmukt uitspeelde. Het was indrukwekkend, maar alleen als
je niet wist hoe het werd gedaan. En Joanna wist dat wel.
Niemand die uit het niets bij de toegangspoort van het Sterrenkamp kwam opdagen, zou meteen worden toegelaten, zelfs niet als ze met een dikke bundel contanten onder Ellies hebzuchtige neus wapperden. Als de bundel dik genoeg was, bestond de kans dat ze in de privévertrekken van de Rays op de thee werden gevraagd, en misschien kregen ze zelfs een beperkte rondleiding over het complex.
Tijdens die rondleiding zouden ze genoeg over zichzelf loslaten om de Rays enig inzicht te geven. Vanaf dat moment was het puur routinewerk.
De eerste stap was om ze op het occulte netwerk, dat zich over het hele land uitstrekte, en ook nog wel verder, in de gaten te houden. Er was een verbazingwekkend groot leger van gelovigen dat van de ene na de andere helderziende, medium en mysticus liep, en vaak lange afstanden aflegde om ze te raadplegen. Als iemand hun zou vertellen dat de inlichtingen die zij over zichzelf te horen kregen, door de laatste bedrieger die ze had opgelicht, waren gefaxt of ge-e-maild, dan zouden ze het niet hebben geloofd. Want ze wilden het niet geloven. Ze klampten zich liever aan de mythen van het spiritisme vast.
Als het netwerk niets opleverde, belde Ellie gewoon een detectivebureau waaraan ze regelmatig een vast bedrag betaalde, en liet dat bureau zoveel mogelijk informatie boven water halen. Eén ding stond vast: wanneer Ellie, of Murray of een van hun collega’s zover was dat ze een seance voor een sufferd ging doen, was alles wat stond te gebeuren, al nauwkeurig gepland en gerepeteerd. In de wereld van de geesten traden geen verrassingen op.
Maar heel binnenkort zou er een grote verrassing komen.
Joanna liet haar hand onopvallend onder haar donkere pruik glijden en drukte het oorknopje steviger op z’n plaats.
De ontvanger in haar tasje pikte elk woord op dat Ellie aan Murray doorgaf, en de recorder legde het allemaal op de band vast. Sommige uitspraken waren zonder meer sappig te noemen: Ellie nam niet de moeite haar minachting te verbloemen voor die sufferds in de zaal, die alles wat zij en Murray ze voorschotelden, voor zoete koek aannamen.
Het zou een mooi artikel worden.
Ellie gluurde door het ruitje om de vrouw die bijna achterin zat te
zien, die zojuist iets aan Merle had overhandigd. Het was die jonge
vrouw, Rachel Clark, die dit weekend in de Wolkenvleugel logeerde.
Ellie liet haar file op de monitor verschijnen. Er stond niet veel:
niet meer dan dat ze de laatste paar maanden zeven mediums had
geconsulteerd, allemaal in en om Philadelphia, waar ze woonde. Ze
had overal hetzelfde gewild: contact krijgen met haar vader, die ze
tot aan zijn dood een jaar geleden tijdens zijn langdurige ziekte
had verpleegd. Er waren kennelijk nog wat onopgeloste problemen,
maar wat precies, wist eigenlijk niemand.
‘Die ouwe viezerik heeft haar waarschijnlijk al vanaf haar tiende genaaid,’ mompelde ze in de microfoon. ‘Het is dat vrouwtje met het donkere haar dat je gisteren al is opgevallen: mooie tieten onder dat slobbervest. Dat zul jij wel allang hebben gezien! Moeder stierf toen ze vijftien was, nooit getrouwd, een keer verloofd, met ene Johnny… niets bekend over wat er van hem is geworden. Die ouwe kerel fabriceerde keukenapparatuur, als je kijkt naar welke scholen ze is geweest, zit er zo te zien wel geld.’
Ellie las de rest van de bijzonderheden door terwijl ze door het kijkglas tuurde om te zien wat Rachel Clark aan Merle had gegeven. Murray was de voorgaande vraag nog aan het beantwoorden toen Merle de trap aan de zijkant van het toneel beklom. Ze had zorgvuldig uitgekiend dat ze toevallig net voor Ellies raampje moest blijven wachten, om haar een duidelijke blik te kunnen laten werpen op wat ze in de hand had, plus een paar onopvallende vingerwijzingen om duidelijk te maken of het om goud of verguld ging, en of het een echt of een nepsieraad was… alles wat de geblinddoekte Murray maar van pas kon komen.
‘Een gouden mannenhorloge, van de vader denk ik,’ zei Ellie terwijl Murray aan zijn verhaaltje een eind breide en tegelijkertijd Ellies opmerkingen, die achter zijn eigen stemgeluid binnenkwamen, in zich opnam. ‘De naam van die ouwe was James Anthony Clark. Moeder heette Susan Anne, met een ‘e’, geboren Ziegler. Die meid is halfjoods, en nou heb je om te beginnen toch al verrekte veel…’
Joanna moest haar uiterste best doen om de brede grijns van pure
lol te onderdrukken. Ze hadden alle nepinformatie over haar
identiteit, die ze de afgelopen maanden tijdens die stomvervelende
reisjes naar Philadelphia in elkaar had gezet, voor zoete koek
geslikt. Het bewijs kwam regelrecht uit Murrays mond toen hij stuk
voor stuk de leugens uitbraakte die ze hun had voorgekauwd.
En het stond allemaal op de band!
Jeremy Holland was nog maar twintig en het manusje-van-alles in het
Sterrenkamp. Hij had dat baantje gekregen omdat zijn moeder een
nicht was van een van de inwonende mediums uit het kamp, en hij was
druk bezig zelf het vak te leren. Vandaag zat hij echter achter de
telefooncentrale, en er had zich een situatie voorgedaan waarmee
hij niet goed raad wist. Ellie keek met een verbaasde blik op toen
hij verontschuldigend op haar afkwam.
‘Ik heb de politie aan de telefoon,’ zei hij.
Ellies hart sloeg even over. Ze wist dat ze hier en daar niet helemaal volgens de wet handelden, maar vond troost in de gedachte dat het voor de rechtbank vrijwel zeker niet te bewijzen zou zijn. Maar ze voelde zich nooit op haar gemak als ze met de wetgevende macht in contact kwam.
‘Wat willen die?’
‘Dat willen ze niet zeggen. Ze zeggen dat ze met een van de gasten willen praten. Met mevrouw Anderson. Eileen Anderson.’
‘Die zit daarbinnen,’ zei Ellie met een knikje naar de zaal.
‘Ze kan nu niet met ze praten. Zeg maar dat ze hun nummer moeten achterlaten of dat ze anders later moeten bellen.’
‘Dat heb ik al gezegd. Maar ze staan erop.’ Jeremy’s stem trilde een beetje. Net als de overige stafleden op het complex was hij bang voor Ellies toorn; en om de aanleiding te zijn, was helemaal om doodsbenauwd van te worden. ‘Ze zeggen dat ze met iemand van de leiding willen praten, nu meteen.’
‘Shit!’ mompelde Ellie, en ze dacht snel na. ‘Hoor eens, kun je het hier vijf minuten van me overnemen?’
‘Ik zal m’n best doen,’ zei hij, blij met de kans en het vertrouwen dat ze hem toonde.
‘Hij gaat net over die vent beginnen, die in rij “J”, naast Minnie. Alles over hem staat op de monitor. Je hoeft het alleen maar voor te lezen, niet te snel.’
‘Komt voor mekaar.’
Ellie legde Murray met een paar woorden fluisterend uit waarom ze even werd vervangen, maakte plaats voor Jeremy om achter de microfoon te kruipen, en liep vervolgens drukdoenerig weg. Ze liet het gesprek doorschakelen naar haar kantoor.
‘U spreekt met Ellie Ray. Waarmee kan ik u van dienst zijn?’
‘U spreekt met brigadier Dan Miller van de New Hampshire State Police. Zoals ik die jongeman eerder al heb gezegd, moet ik mevrouw Anderson persoonlijk spreken.’
‘Het spijt me, maar mevrouw Anderson neemt momenteel deel aan een eh… kerkdienst. Maar ik ben een heel goede vriendin, dus als ik kan helpen, wil ik dat met alle liefde doen.’
Ze hoorde hem aarzelen, en vervolgens tot een besluit komen.
‘Nou,’ zei hij en het was duidelijk te horen dat hij zich niet echt verheugde op wat hij moest gaan zeggen, ‘ik ben bang dat ik slecht nieuws heb. Ik bel vanuit het staatsmortuarium. Twee uur geleden is de echtgenoot van mevrouw Anderson bij een verkeersongeluk dodelijk gewond geraakt…’
Eerst probeerde Joanna zich wijs te maken dat het een grapje was.
Of dat ze het verkeerd had verstaan. Al haar instincten wilden haar
laten geloven dat niks van dit alles echt gebeurde. Ze was verlamd
van schrik en kon het gewoon niet geloven.
Dat was begonnen toen Ellie de microfoon weer had overgenomen van die jongeman die met de grootste moeite de voorstelling de afgelopen vijf minuten draaiende had weten te houden. ‘Hoor eens,’ had ze met een ineens dringende klank in haar stem tegen Murray gezegd, ‘ik heb zonet de politie aan de telefoon gehad. Er is iets gebeurd. Het gaat om die vrouw Anderson… ik zoek op dit moment haar levensbeschrijving… voornaam Eileen, uit Springfield… heeft wat problemen met een tweelingzus die stierf toen ze allebei nog klein waren… Nou moet je even goed luisteren, Murray, haar man is zojuist op de snelweg verongelukt… En we gaan het volgende doen…’
Joanna liet haar hand onder haar pruik glijden, alsof haar oordopje misschien niet goed werkte. Ze weigerde te geloven wat ze te horen kreeg. Ze zouden toch niet echt zoiets vreselijks gaan doen. Zelfs mensen die zo harteloos waren als die twee, zouden toch niet…
Ellies stem zoemde in haar oor.
‘Daarmee moeten we Joyce Pardoe weer in het spel kunnen brengen. Als het eenmaal in de nieuwsbrieven staat, zal ze beslist dat laatste bod willen overtreffen. Misschien kunnen we de zaak zelfs wel per opbod tussen haar en die lui van Thomas afhandelen…’
Joanna was zich er maar vaag van bewust dat haar mond was opengezakt terwijl ze hoorde hoe die vrouw koelbloedig plannen maakte om met behulp van een tragisch sterfgeval de prijs van haar onroerend goed op te drijven. Zelfs toen nog kon ze niet geloven dat Murray erop in zou gaan. Ze zag hem daar onverstoorbaar een antwoord aframmelen op een vraag van een man voor in de zaal, waarbij hij niets liet blijken van de gevoelloze hebzucht die in zijn oor werd gefluisterd. Hij zou toch zeker geen acht slaan op de woorden van zijn vrouw, en gewoon doorgaan. Hij kon dat niet doen!
‘Haar man heet Jeffrey Dean… Jeffrey Dean Anderson… handelsreiziger… Meer weet ik niet, ik weet niet wat hij verkoopt… Twee kinderen, Shirley en Richard…’
Murray vroeg om een volgende vraag. Merle had een voorwerp voor hem, een broche of een clip of zoiets. Ze stak het toneel over en Murray stak zijn hand uit, zoals hij altijd deed.
Maar ineens verstijfde hij. Zijn hele lichaam leek secondelang verstard, vervolgens haalde hij trillend adem en zakte achterover in zijn stoel alsof hij buiten westen was geraakt.
Iedereen stond geschrokken op omdat ze dachten dat hij niet goed was geworden. Merle snelde naar hem toe, maar besefte meteen dat er niks aan de hand was toen hij zich overeind hees en opstond. Onder het verward toekijkende gehoor hief hij met een theatraal gebaar zijn armen en drukte zijn vingers tegen de slapen alsof hij zich ten koste van hevige pijn concentreerde. Hij bleef nog een tijdje zwaar doorademen. En nog steeds geblinddoekt, deed hij tenslotte zijn mond open.
‘Jeffrey… Jeffrey Dean Anderson,’ zei hij met monotone stem, ‘spreekt op ditzelfde moment tegen me… Eileen, hij heeft een boodschap voor Eileen… hij zegt dat ze hier is… hij heeft een boodschap voor je, Eileen, en voor de kinderen… Shirley, Richard… Hij wil je laten weten dat hij van jullie houdt, van jullie alle drie, en hij wil niet dat je verdrietig bent… hij is gewoon… overgegaan…’
De mensen snelden de magere, weggetrokken vrouw te hulp die in het middenpad in elkaar was gezakt.
Buiten rende Joanna tussen de slanke, hoge zilverberken door tot ze
moest blijven staan omdat ze van afschuw en pure misselijkheid
moest braken.
Later liep ze vlug naar een van de twee hotelgebouwen, die met de belachelijke naam Wolkenvleugel: een simpel houten gebouw, met kamers waarvoor je een krankzinnige prijs moest betalen. Daar bleef ze net lang genoeg om de paar spullen bijeen te graaien die ze had meegebracht, en om te controleren of ze dat hele voorval wel goed op de band had staan.
Toen pakte ze haar autosleutels en liep haastig naar de parkeerplaats.