Creatief met kralen

We gooiden onze fietsen in de bosjes. Jip bonkte op de benedenvoordeur en Nelli deed open. Snoet en Snuit, de honden van Jip, sprongen blij blaffend tegen ons op. Ik wil ook graag een hond, al heel lang, maar mijn moeder houdt niet van haren in huis. Ze stofzuigt nu al elke dag dus ik snap het probleem niet.

‘Hoe was de eerste training, lieverds?’ Nelli veegde wat spullen van de bank op de vloer zodat we konden gaan zitten.

Jip plofte in een grote paarse zitzak. ‘Niets aan.’

‘We moesten eindeloos overslaan,’ zei Lola.

‘Ja, ik heb bijna blaren van mijn stick vasthouden.’ Bo bekeek de binnenkant van haar tengere handen.

‘Bas brult aan één stuk door. Ze zijn bijna overspannen.’ Jip wees naar haar oren.

‘Hebben jullie zin om mij te helpen met mijn les voor te bereiden?’ Nelli trok de deur van de koelkast open, pakte er vier blikjes uit en gaf de deur een zetje terug met haar billen.

We knikten alle vier. Nelli wilden we altijd wel helpen. Ze geeft les op een speciale school voor kinderen met leerproblemen. Lange tijd heb ik gedacht dat ik daar ook thuishoorde omdat ik de ene onvoldoende na de andere haalde bij dictees op de vrije school, waar ik bij Jip in de klas zat. Volgens mijn ouders kwam dat omdat de leraren daar vaak ziek waren. Geen griepje van een paar dagen maar echt een wekenlange griep. Vlak voor de voorjaarsvakantie hadden wij de derde juf dat schooljaar. Andrea heette ze en ook zij werd ziek. Toen mijn ouders dat hoorden hebben ze mij van school gehaald. Zonder met mij te overleggen! Ik was woest en heb een week lang niet tegen mijn moeder gepraat. Het hielp niets, mijn moeder had de keuze gemaakt dat dit beter voor mijn ontwikkeling was. Op mijn nieuwe school stelde mijn juf voor om mij te laten testen, omdat mijn cijfers voor taal nog steeds erg laag waren. Hardop lezen ging ook niet echt soepeltjes terwijl de andere dingen wel goed gingen. Bleek dat ik dyslexie had. Moeilijk woord, hè? Ik wist helemaal niet wat het betekende maar mijn vader heeft het me uitgelegd. Als mensen het nu aan me vragen zeg ik altijd dat ik een soort kortsluiting in mijn hersenen heb waar ik zelf echt niets aan kan doen. Ik zit er niet mee, het is alleen lastig. Maar ja, als je scheve tanden hebt en een beugel moet is dat ook lastig. Ik moet heel veel regeltjes uit mijn hoofd leren en extra oefenen met schrijven en lezen. Met lezen bedoel ik voorlezen. En om te controleren of het beter gaat, mag ik mijn moeder elke avond voor het eten een paar bladzijden uit een zelfgekozen boek voorlezen. Gelukkig is Bo een boekenwurm en kiest zij voor mij de leukste boeken uit. Op dit moment is zij dol op de ‘Hoe overleef ik’-boeken van ene Francine, dus daar worstel ik me nu doorheen. Dat extra oefenen kost best veel tijd en daarom doet mijn moeder ook zo moeilijk over drie keer per week trainen. Maar ik denk dat ik het best allebei kan!

 

‘Ik wilde morgen op school de klei inwisselen voor kralen.’ Nelli zette een doosje vol met gekleurde glimmende kralen op tafel. ‘Om wat voorbeelden te hebben wat je allemaal met kralen kan doen, wil ik jullie vragen iets leuks te maken.’

Dat hoefde ze ons maar één keer te zeggen. We graaiden draad, kralen en schelpen met een gat erin uit de kist en gingen ijverig aan de slag. Met ‘we’ bedoel ik mijn vriendinnen. Ik keek naar Jip en kon me niet voorstellen dat ze de training echt stom vond. Volgens mij vond ze Bas niet aardig maar Jip is zo fanatiek, daar zou ze zich wel overheen zetten. Zonder Bo en Lola was het al minder gezellig, maar als Jip zou afhaken, zou dat een ramp zijn. Voor mij dan, Bo en Lola zouden haar juichend ontvangen.

‘Ik maak een halsband voor Snoet en Snuit,’ zei Jip.

‘En ik een groene ketting. Groen is de lievelingskleur van Fabian.’ Lola pakte alle groene kralen uit de doos.

Had ik al verteld dat Lola op Fabian is? Nee? Het is zo en Lola heeft al bijna een zoen van hem gehad, zegt ze. Fabian zit in jongens c1, hij kan heel goed hockeyen. Dat denk ik tenminste, ik heb hem zelf nog nooit zien spelen. En Bo is op Bart. Hij tennist ook, net als de vriend van Fatima met de moeilijke achternaam. Bo en Bart hebben een hoi-verkering. Jip en ik zijn op niemand. Jip heeft wel een beste vriend, Tibbe, die ze al sinds de kleuterschool kent maar daar is ze niet verliefd op.

‘Ik maak een sleutelhanger voor aan mijn hockeytas,’ zei Bo.

Ik draaide het stuk draad om mijn vingers, liet het weer los en herhaalde dat tot Nelli plotseling vroeg: ‘Wat vind jij ervan dat je in meisjes d1 zit, Falderie?’ Dat was een moeilijke vraag van Nelli.

‘Ik denk dat het leuker is dan het lijkt,’ zei ik na lang nadenken.

‘Jij bent echt knettergek.’ Lola tikte met haar vinger tegen haar voorhoofd.

Nelli negeerde Lola en vroeg wat ik zo leuk vond aan d1. Weer een moeilijke vraag van Nelli.

‘Gewoon,’ antwoordde ik.

Gelukkig had Lola een beter antwoord verzonnen. ‘Jij vindt de coach stom, net als wij, het team is niet melig en je hartsvriendinnen zitten in d2.’

‘Jip niet,’ zei ik kortaf en ik keek Jip hoopvol aan maar ze ging zonder op of om te kijken door met haar halsband.

Nelli stond achter haar schildersezel en kwakte een klodder rood op het doek.

‘Ik wil goed worden,’ zei ik na een tijdje.

‘Jij bent al goed, Fal,’ riep Lola. ‘Op school ben je nog nooit blijven zitten, je ziet er leuk uit met je donkere haren en blauwe ogen en je bent hartstikke grappig.’

Ik glimlachte naar Lola omdat ik wist dat ze echt meende wat ze zei. Lola is namelijk heel eerlijk.

‘Misschien wil ik gewoon…’ Ik dacht heel even na over een goed woord en besloot dat ‘winnen’ het beste paste.

‘Winnen kan je ook in d2,’ zei Lola grinnikend. Zij begreep dus niets van mijn woordkeuze en waarschijnlijk ook niet van mij.

‘Doe wat goed voelt, meissie,’ zei Nelli. ‘Het is jouw leven.’

Dat was hartstikke moeilijk want tot nu toe besliste mijn moeder wat wel of niet goed voor me was.

‘Rood is de kleur van de liefde.’ Nelli wees naar de rode klodder die als een traan op een wang over het doek naar beneden biggelde. ‘Als je verliefd bent, voelt dat goed,’ zei ze.

‘Nou en of,’ giechelde Lola.

‘Maar een hoog cijfer op school halen, kan ook goed voelen. Of winnen met hockey.’ Nelli maakte een paar blauwe strepen door het rood. ‘Sommige mensen vinden het goed voelen om een opgeruimd huis te hebben.’

Ik keek om me heen. Dat laatste vond Nelli vast niet goed voelen.

‘Als je verliefd bent, heb je kriebels in je buik,’ zei Bo. ‘Kriebels die ik niet van hockey krijg.’

Ik was nog nooit verliefd geweest dus ik had geen idee hoe dat voelde.

 

Aan het einde van de middag kroop ik door het gaatje in de heg met een rode ketting om mijn nek. Ik had allemaal verschillende kralen gebruikt en Nelli vond het prachtig, volgens haar was het een echte liefdesketting en ze wilde ’m graag als voorbeeld gebruiken in haar les. Als een trotse, versierde pauw stapte ik door de achterdeur en ik besloot dat ik mijn liefdesketting aan mijn moeder ging geven. Alleen voor vanavond dan, want ik had Nelli beloofd dat ik mijn kunstwerk de volgende ochtend, voordat ik naar school ging, af zou geven. Misschien dat een cadeau mijn moeders humeur zou opkrikken en haar het trainingsding zou laten vergeten.

 

‘Waar was je nou?’ zei mijn moeder toen ik de drempel van de achterdeur nog niet over was.

‘Bij Jip.’ Ik trok mijn jas uit die ik op de kapstok gooide en zette mijn stick in de paraplubak.

‘Je zou meteen na de training naar huis komen,’ zei ze.

Ik keek haar verbaasd aan. Daar wist ik niets van.

‘Nou ja, voor deze ene keer zie ik het door de vingers,’ zei mijn moeder.

Ik wist dat ik nu moest oppassen want als mijn moeder iets door de vingers zag, kwam ze vlak daarna altijd met iets wat ze niet door haar vingers kon of wilde zien.

‘Was het leuk, je training?’

‘Leuk. Heel leuk,’ antwoordde ik.

‘Je vader en ik willen na het eten nog wel even met je praten, Falderie.’ Mijn moeder zette de pannen op het fornuis en stak het gas aan. Ik wist het, het niet-door-de-vingers-kunnen-zien-ding was in aantocht.

‘Waarover?’ vroeg ik alsof ik geen idee had.

‘Wij vinden het heel erg leuk voor je dat je in d1 zit, maar twee keer per week trainen vinden wij voorlopig voldoende.’

‘Dat vind jij, papa denkt er anders over,’ zei ik met trillende stem, gooide de deur achter me dicht, liep naar mijn kamer en trapte mijn hockeyschoenen uit. Die ketting kreeg ze ook mooi niet.

’s Avonds na het eten zei mijn vader dat hij het met mijn moeder eens was, die slapjanus. Ik was benieuwd hoe mijn moeder dit aan Bas ging uitleggen.