De eerste training

Omdat ik dit seizoen dus in d1 zat, trainden we drie keer per week in plaats van één keer (op dinsdag, donderdag en vrijdag) en twee uur in plaats van anderhalf uur. Op dinsdag en donderdag trainden we de eerste anderhalf uur samen met d2 en daarna nog een half uur alleen met d1. Zo leek het net of Jip en ik bij Bo en Lola in het team zaten. Twee aan twee fietsten we naar de eerste training. Ik merkte dat ik kriebels in mijn buik had. Was dat van opwinding, blijdschap of angst, omdat ik Bo en Lola nog iets moest vertellen? We stopten bij onze boom die we de naam Lollie hadden gegeven. Dat was het favoriete snoepje van Bo en omdat zij altijd trakteerde mocht zij de naam bedenken. Lola was het er niet mee eens. Zij wilde de boom haar eigen naam geven maar daar waren Jip en Bo tegen. Lola en Lollie klinkt bijna hetzelfde, dus wat maakte het uit? Met een lollie in haar mond vroeg Jip me of ik nog iets wilde zeggen. Ik keek geconcentreerd naar het stokje dat heen en weer danste in haar mond.

‘Dat kan wel even wachten, hoor,’ zei ik en ik pakte mijn fiets. Jip haalde haar schouders op en liet het er gelukkig bij.

 

Er stonden al een paar meisjes op het veld. Ik had ze allemaal wel eens gezien maar ik wist niet hoe ze heetten. QueenFien en haar vriendin Juul waren er ook al. Met een grote boog liep ik om ze heen. Dat probeerde ik tenminste, maar Fien ging voor me staan, met gespreide benen en haar mollige armen over elkaar. Ze was een kop groter dan ik.

‘Belachelijk dat jij bij ons in het team zit, kleuter,’ zei ze terwijl ze op me neer keek. ‘Jij zit pas een half jaar op hockey en ik al vier.’

Ik had me de eerste kennismaking met mijn nieuwe teamgenoten iets anders voorgesteld. Volgens mijn oma krijg je nooit een tweede kans om een eerste indruk te maken.

‘Zeg dat nog eens, Fien.’ Bo was naast me komen staan en deed net alsof ze Fien interviewde. Heel even was ik gered maar Fien duwde Bo weg en prikte mij met haar worstenvingers achteruit. Ik slikte, wilde me omdraaien en wegrennen maar Fien greep mij bij mijn shirt. Gelukkig had Nelli ons geleerd dat je elkaar moet steunen in lastige tijden dus Jip, die beresterk is, pakte Fiens arm en draaide die op haar rug terwijl Lola en Bo haar omverduwden. Waar zou ik zijn zonder mijn hartsvriendinnen? Net toen Lola haar voet boven op Fien wilde zetten om haar overwinning te vieren, kwam Bas eraan. ‘Fien is geen bal, haal je voet weg en verzamel bij de dug-out.’

 

Ik ging in de kring staan naast Jip, die op haar stick leunde. Bo deed de speldjes in haar haren goed en Lola oefende een danspasje om haar stick. Bas stond in het midden. Hij leek nog groter dan de eerste keer dat ik hem zag. Hij bulderde dat we eerst twee rondjes om het veld moesten inlopen. Lola vroeg waar dat goed voor was, ze was al warm van het fietsen. Bas gaf haar geen antwoord.

Na het inlopen gingen we twee aan twee overslaan. Jip en ik deden samen. Lola en Bo ook. Zij stonden links naast ons en kletsten vooral samen, over jongens, kleren en make-up. Bo heeft een tasje vol met make-upspullen. Ik heb alleen lipgloss. Dat heeft iedereen in mijn klas. Aan de andere kant stonden twee meisjes die ik niet kende. Ze zeiden niets tegen elkaar en waren geconcentreerd aan het overslaan.

‘Mogen we al stoppen, Bassie,’ gilde Lola. Bas duwde haar een geel hesje in de hand en zei dat ze bij de pion op rand cirkel moest gaan staan.

We deden een paar heel moeilijke oefeningen op goal en iedere keer als Jip of ik de bal had, schreeuwde Bas wat we niet goed deden. Zou hij niet geleerd hebben om af en toe ook iets aardigs te zeggen? Misschien dacht hij dat hoe harder hij schreeuwde, hoe beter wij gingen hockeyen. Bij de laatste oefening sloeg Jip een paar keer over de bal heen terwijl dat normaal nooit gebeurt. Als laatste deden we partijtje, dat vind ik altijd het leukst van de hele training; dan hoef je niet te wachten tot je aan de beurt bent, zoals bij de meeste andere oefeningen, maar mag je de hele tijd rennen.

Bo en Lola waren al een kwartier klaar en hingen verveeld over het hek toen wij begonnen met het partijtje. Als ik de bal had, bulderde Bas over het veld naar wie ik ’m moest spelen. Dat was behoorlijk lastig omdat ik niet precies wist wie wie was. Ik deed maar wat en had er heel veel lol in.

 

‘Wat een sukkel,’ schreeuwde Jip op de fiets terug.

‘Poeh, ik ben blij dat ik niet in d1 zit,’ zei Lola. ‘Wat serieus allemaal.’

‘Ik mocht niet eens kletsen tijdens de oefeningen. Ik hockey toch voor de lol.’ Bo gooide haar blonde haar los. ‘Mijn ouders kunnen de pot op met die privétraining, ik wil helemaal niet naar d1.’

‘Fal, weet die gast al dat je bij ons komt?’ vroeg Lola. Met die gast bedoelde ze Bas.

‘Misschien dat ik toch de eerste keer met d1 mee ga doen,’ stamelde ik. ‘Gewoon, kijken hoe serieus het is.’

Bo en Lola draaiden tegelijk hun gezicht in mijn richting en ik zag dat ze in opperste staat van paraatheid waren, klaar om mij het verschil tussen serieus en leuk uit te leggen.

‘Bij wie thuis gaan we iets drinken?’ zei Jip snel, die waarschijnlijk geen zin had in gedoe.

‘Niet bij mij, mijn moeder is thuis en ik heb geen zin in gezeur over hockey,’ zei Bo.

‘Ook niet bij mij, mijn moeder heeft migraine,’ zei ik snel. Dat was helemaal niet zo, maar ik zou zeker vragen krijgen over hoe ik dacht meerdere dingen te combineren en mijn antwoord zou zijn ‘gewoon’, dat zeg ik namelijk altijd als ik het antwoord niet weet. Daarbij was mijn moeder nog steeds pissig op mijn broertjes die de rest van de week gevangenzaten in hun eigen kamer.

‘Dan gaan we naar mij,’ zei Jip. ‘Nelli vind het vast leuk om ons te zien.’