Droom

Midden in de nacht werd ik met zweet op mijn voorhoofd wakker van een heel nare droom. We hadden een feestje en mochten allemaal iemand meenemen. Bo kwam met Bart, Lola met Fabian, Jip met Tibbe en ik kwam met een hockeybal in mijn hand waar ik een gezicht op had getekend. Mijn introducé had grote bruine ogen en was kaal. Af en toe kuste ik de bal. Jip, Bo en Lola lachten me heel hard uit en zeiden dat ik uit het hartsvriendinnengroepje lag. Ik heb er bijna de hele nacht van wakker gelegen. Van dat Jip naar d2 ging en ik in mijn eentje overbleef. Heel even overwoog ik ook naar d2 te gaan, dan waren mijn ouders tevreden, mijn hartsvriendinnen gelukkig dat we weer compleet waren en kon Bas schreeuwen naar al die anderen. En ik? Ik kon die brief in de prullenbak gooien. Ik zou het leuk hebben, maar zou niet trots zijn op mezelf. Nee, d2 was voorlopig geen optie. Ik moest een briljant plan verzinnen om deze ramp te bestrijden. Als ik Jip nou kon overhalen om weer terug te komen… Dat zou een stuk leuker zijn. Maar hoe kon ik haar overtuigen?

Ik besloot dat ik de meeste kans op succes had door niet meer tegen Jip te praten, totdat ze terugkwam in d1. Dat idee heb ik precies twee dagen volgehouden. Zondag en maandag om precies te zijn. Maandag na school kwam Jip voor de achtste keer aan de deur en ondanks het feit dat ik mijn moeder had gezegd dat ik voor Jip niet thuis was, liet ze haar toch binnen.

‘Falderie, Jip is er!’ riep mijn moeder onder aan de trap.

‘Zeg maar dat ik er niet ben,’ riep ik naar beneden.

‘Dat kan niet, ze staat naast me.’

Ik liet me achterover op mijn bed vallen. Waarom luistert dat mens nooit naar mij. Ik stond op, deed mijn slaapkamerdeur open en zag Jip onder aan de trap staan. In haar handen had ze een klein zakje.

‘Hoi Fal.’

‘Hoi.’ Ik probeerde het woord in te slikken maar het was al te laat. Mijn eerste briljante plan was zojuist mislukt.

‘Mag ik boven komen, Fal?’ Jip wachtte niet op mijn antwoord maar sprintte de trap op. Ze ging op mijn geruite dekbed zitten en gaf me het zakje. ‘Voor jou. Zelfgemaakt.’

‘Ik hoef geen cadeau van jou.’ Ik schoof het zakje terug.

‘Kom op, Fal. Hoelang wil je boos blijven?’

‘Waarom heb je mij niet verteld over je plan om te stoppen?’

‘Omdat jij het er toch niet mee eens zou zijn en boos op me zou worden.’

Daar had Jip gelijk in. Maar nu was ik ook boos dus ik begreep het wel maar was het er niet mee eens.

‘Maak open.’ Jip schoof het zakje naar me toe.

Ik was heel even nieuwsgieriger dan boos en haalde drie zelf geknutselde gelukspoppetjes uit het zakje.

‘Dit is Lola.’ Jip wees op het poppetje met bruine ogen en een grote rode mond. ‘Dit is Bo en dit ben ik. Wij brengen je geluk tijdens de wedstrijd.’

Met mijn mouw poetste ik een ontsnapte traan weg. ‘Zonder jou is het een stuk minder leuk,’ begon ik, ‘en Bas heeft mij afgelopen training een compliment gegeven dus misschien geeft hij dat jou ook als je terugkomt.’ Die zin kwam er niet echt overtuigend uit en dat vond Jip kennelijk ook. Ze schudde haar hoofd. ‘Met Bas als coach ga ik alleen maar slechter hockeyen, Fal. Hij praat niet maar schreeuwt, en van iemand die de hele tijd zegt wat ik wel en niet moet doen, word ik niet goed. Maar ik beloof dat ik elke wedstrijd naar je kom kijken. Als ik zelf niet moet spelen,’ zei ze er snel achteraan.

‘Maar dat is toch niet hetzelfde,’ probeerde ik nog.

‘Ik vind hem echt héél raar.’ Door de langzame manier waarop Jip deze laatste woorden uitsprak, wist ik dat ze niet over te halen was.

‘Bas zei tegen mij ook iets heel raars.’

Jip keek me vragend aan.

’Ik moest verliefd worden op een hockeybal,’ gromde ik en ik vertelde Jip het hele verhaal.

Jip haar neusvleugels trilden van het lachen, haar sproeten dansten mee op haar gezicht en haar rossige haren sprongen in de lucht. Daar moest ik weer om lachen en dat was gelukkig maar, want ruzie met je hartsvriendin is niet fijn. Ik vertelde Jip over die stomme brief die mijn ouders niet wilden ondertekenen en zei dat ik een plan bedacht had. ‘Maar je moet me beloven dat je het tegen niemand zegt,’ zei ik.

‘Deal,’ zei Jip.

Ik controleerde of mijn slaapkamerdeur goed dicht zat en vertelde haar fluisterend mijn plan.

‘Dat kan je niet doen, Fal,’ zei Jip. ‘Je hebt je ouders die brief niet eens laten lezen, misschien vinden ze het geen probleem.’

Ik wist dat mijn ouders het wel een probleem zouden vinden maar tegen beter weten in stopte ik de brief in mijn achterzak en opende de slaapkamerdeur.

‘Ik help je wel,’ fluisterde Jip. ‘Ik ben hier goed in.’ Ze knipoogde naar me en gaf me een duw in mijn rug richting de trap.

‘Ik ben blij dat jullie het weer goed hebben gemaakt,’ zei mijn moeder toen we de trap af liepen. Ik gaf haar mijn allerliefste ik-heb-iets-van-je-nodig-glimlach.

‘Wat zit je haar leuk, mam,’ loog ik.

‘En wat heeft u een mooie ketting om. Zelfgemaakt?’ vroeg Jip.

Wat een stomme opmerking van Jip. Ik werd bijna weer boos op haar, maar Jip kon ook niet weten dat mijn vader een hele maand had moeten werken voor dat parelsnoer. Mijn moeder kuchte ongemakkelijk en ging verder met het lezen van haar tijdschrift. Jip stootte me aan en knikte dat ik het nu moest zeggen, maar mijn moeder was me voor.

‘Waar hadden jullie eigenlijk onenigheid over, meisjes?’

‘Over dat Jip naar d2 gaat,’ stamelde ik.

‘O?’ Mijn moeder keek Jip verbaasd aan. ‘Is dat jouw beslissing of die van je ouders?’

‘Van mij.’ Jip sloeg zichzelf op de borst. ‘Het is belangrijk om een kind de ruimte te geven voor haar eigen beslissingen.’ Hoe verzon ze het?

‘Verstandig van je ouders, Jip.’ Nu loog mijn moeder. Bij ons thuis nam zij bijna alle beslissingen, een enkele keer mijn vader, maar zeker haar kinderen niet. ‘Geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt,’ zou ze zeggen als ik haar zou vragen of ik de kleur van mijn vaders auto mocht uitkiezen.

‘Tja, als je echt goed wilt worden moet je vaak trainen, maar ik wil niet zo goed worden,’ zei Jip.

Mijn moeder knikte goedkeurend, maar zei niets.

‘En Falderie is veel beter dan ik, zij kan echt keigoed worden,’ zei Jip.

‘Wat leuk dat je dat zegt, Jip,’ antwoordde mijn moeder.

‘Maar dan moet ze natuurlijk wel drie keer trainen, dat begrijpt u,’ ging Jip verder.

‘Ja,’ vulde ik haar aan, ‘het is eigenlijk net zoals met foutloos schrijven en lezen, heel veel oefenen is de enige oplossing om beter te worden.’

Mijn moeder glimlachte. Jip en ik keken elkaar aan en dachten waarschijnlijk hetzelfde: wij waren een superteam, onverslaanbaar en we konden de slingers bijna ophangen. Maar mijn moeder heeft graag het laatste woord.

‘Maar met hockey kun je geen geld verdienen en met een goede opleiding wel, schoolresultaten zijn belangrijker dan hobby’s,’ zei ze.

Net of geld verdienen zo belangrijk was, zij deed toch ook vrijwilligerswerk?

‘En daarom heb ik besloten dat Falderie twee keer per week traint. Punt uit.’

Ik wist wat ‘punt uit’ betekende en trok Jip mee door de achterdeur naar buiten.

‘We eten om zes uur,’ hoorde ik mijn moeder nog roepen.